Kleur ontketend, maar dat niet alleen


Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Lang, heel lang geleden ……. Zo beginnen sprookjes heel vaak. Dit verhaal is dan wel geen sprookje, maar het begint toch ook lang geleden. Op de Academie in Tilburg. Daar waar ik ooit studeerde. Ik kreeg er onder andere les van Hans Koch. Die gaf CIS, Cultuur Iconografische Symboliek. Tja, kom maar eens op zo’n naam! Maar het was een vak waarin hij op een geweldig boeiende manier de grote verscheidenheid aan culturele uitingen van de mens met elkaar verbond. Beeldende kunst natuurlijk, maar dan in samenhang met muziek, ballet, architectuur,wetenschap en historische achtergronden. Ik vond dat fascinerend. Te ontdekken dat er allerlei lijntjes lopen tussen gebeurtenissen die zich op het eerste gezicht min of meer los van elkaar lijken te ontwikkelen.

Waarom ik daar nu over begin? Door mijn recente bezoek aan de expositie “Kleur ontketend-Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Die moest ik van mijzelf namelijk zien. Want voor op het oog aantrekkelijke tentoonstellingen wil ik af en toe best de deur van mijn atelier voor een dag achter me in het slot laten vallen. Me even losweken uit dat ateliercoconnetje en loskomen van mijn schilderijen. Die moeten ten slotte ook tijd krijgen om te drogen voor ik er weer mee verder kan. En dan gewoon wat kilometers maken om andere werelden te betreden. Dat werkt bij mij vaak verruimend voor de geest. Een soort geestverruimend en atelier-uittredend middel dus. Zonder verslavende bijwerkingen. Alhoewel?

Jan Toorop, Arbeis (Houthakker), 1905
Jan Toorop, Arbeid (Houthakker), 1905

Maar goed, die kleurexplosie in de beeldende kunst rond 1900 in De Lage Landen. Waarom zou gras niet rood mogen zijn? Of bomen paars? Een gezicht blauw? Prima toch! Of de lucht geel? Moet kunnen! Absoluut een boeiende tentoonstelling. Want natuurlijk is het interessant te zien hoe vanuit Parijs, het episch kunstcentrum van de wereld destijds, een revolutionaire ontwikkeling zich als een aardschok verplaatst door Europa. Naar Brussel bijvoorbeeld waar de kunstenaarsgroep Les XX zich erdoor laat inspireren. Een groepering waarvan de Nederlandse kunstenaar Jan Toorop deel uitmaakte. Die zorgde er weer voor dat de schokgolf zich verder voortplantte naar Nederland.

Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905
Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905

Maar voor mij ontbrak er iets essentieels bij de uitleg in het Gemeentemuseum. Want waarom ontstond er juist in die tijd zo’n kunstbeweging? Wat was daar weer de achtergrond van? Hadden de expositiesamenstellers zich daarin voor de bezoekers niet wat meer kunnen verdiepen? Of misten ze daarvoor, en dat is misschien wel te negatief gedacht, de benodigde bagage? Logisch dat ik dan automatisch moet denken aan mijn oude docent Hans Koch. Die zou dat ongetwijfeld uitgebreid hebben gedaan.

Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907
Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907

Die zou waarschijnlijk gewezen hebben op sensationele ontwikkelingen in de fotografie. Met in 1888 de eerste Kodak camera met filmrolletje voor het grote publiek onder de kreet “You press the button, we do the rest”. Met de kleurenfotografie die in de kinderschoenen begon te staan. Welke invloed moet dat hebben gehad op schilders die zagen dat fotografie een ernstige concurrent voor hen werd?

Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908
Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908

Die zou gewezen hebben op  ontwikkelingen in de architectuur. Met de gigantische Eiffeltoren die in 1889 het icoon werd van de grote wereldtentoonstelling in Parijs. Daar waar alles passeerde dat op dat moment belangrijk was in de wereld. En wat te denken van de industriële voortgang bij de diesel en benzinemotor. Met als gevolg de allereerste auto’s die in het straatbeeld beginnen verschijnen. Of de grote ommekeer in de natuurkunde met alles op zijn kop zettende ideeën van eerst Max Planck in 1900 en iets later Einstein in 1905? Zou het revolutionaire muziek en balletspektakel “Le sacre du printemps”  van Strawinsky uit 1913 hebben kunnen ontstaan als er rond de eeuwwisseling niet allerlei van die eerst onvoorstelbare maatschappelijke omwentelingen hadden plaatsgevonden?

Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Kees van Dongen, Molly
Kees van Dongen, Molly

Over die invloeden had ik in de uitleg bij de expositie toch graag iets teruggevonden. Want natuurlijk is er bij al die processen sprake geweest van wederzijdse kruisbestuivingen. Maar hoe dan ook, ’t was genieten. Van wegbereider Van Gogh natuurlijk. Van een zich ontwikkelende Mondriaan. Van hem hebben ze in het Gemeentemuseum ten slotte de grootste verzameling ter wereld. Dus als ze die uit kast kunnen trekken, zullen ze dat niet nalaten. Of van Jan Toorop en Jan Sluijters waarvan echt mooie werken werden getoond. Persoonlijk vind ik dat die teveel 2de hands werk hebben gemaakt. Maar dit was top. En niet te vergeten de representanten van België, dat andere Lage Land. Bijvoorbeeld James Ensor met zijn wonderbare wereld. Of de jong gestorven Rik Wouters, echt een ontdekking die in onze Noordelijke Lage Landje te weinig bekend is. Ook een pure colorist.

James Ensor, De intrige, 1890
James Ensor, De intrige, 1890
beeld en schilderijen van Rik Wouters
beeld en schilderijen van Rik Wouters

Wat was ’t daarom ook mooi dat op de terugweg naar Middelburg de autoradio “Het land van Maas en Waal” van Boudewijn de Groot in petto had. Met die intrigerende beginzin “onder de groene hemel, in de blauwe zon”. Noem dat maar eens toeval!  Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Turner the Great in Zwolle en Enschede


Self-Portrait c.1799 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N00458
zelfportret van de jonge Turner

Alexander de Grote,Karel de Grote, Tsaar Peter de Grote, Catharina de Grote. Allemaal figuren uit de geschiedenis die meestal door hun dadendrang bij landje-pik spelen die toevoeging van groot verdiend schijnen te hebben. Maar in de kunst? Kom je daar die toevoeging “de Grote” tegen? Niet naar mijn weten. Blijkbaar is kunst daarvoor niet het geëigende terrein. En toch vind ik dat sommige kunstenaars er voor in aanmerking komen. Zeker Engelsman Joseph Mallard William Turner (1775-1851). Turner the Great dus. Niet William the Great, dat klinkt te gewoon.

Waarom Turner zo groot is? Dat valt nog tot 3 januari te bekijken in Zwolle en Enschede. Bij een dubbeltentoonstelling: Gevaar & Schoonheid-Turner en de traditie van het sublieme. In Museum de Fundatie en Rijksmuseum Twenthe. Twee regionale, middelgrote musea die geweldig scoren met deze exposities. Maar waarom juist daar? Omdat we in Nederland maar één, let wel ÉÉN, schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie hebben. Een kleintje, in de Fundatie. Verder nergens, in heel Nederland niet. Heel verwonderlijk eigenlijk.

het enige schilderij van Turner in Nederland
het enige schilderij van Turner in Nederland

In Londen, in de Tate Britain, hebben ze zalen vol. En in de National Gallery wereldberoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre. Want Turner liet na zijn dood de inhoud van zijn atelier als erfenis achter voor de Britse staat. Zo’n 300 olieverfschilderijen en duizenden schetsen en aquarellen. Een aantal jaren geleden liep ik er rond. Helemaal verlekkerd, als een groupie in volle bewondering. Want die man was echt goed en uniek!

The fighting Temeraire tugged to its last berth
The fighting Temeraire tugged to its last berth
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway

Stel ’t je maar eens voor. Het Impressionisme, laat staan het latere Expressionisme, wist nog bij lange na niet dat het ergens in de jaren na 1860 geboren ging worden. Na de dood van Turner dus. Ook de verftube was nog niet uitgevonden. Hij kon daardoor niet, zoals de impressionisten, voluit in de openlucht schilderen met olieverf. Turner kon alleen maar heel veel schetsen en aquarelleren tijdens zijn wandelingen in de natuur en zijn reizen in het buitenland. Onder andere ook in Nederland.

Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel

Pas in zijn atelier kwamen de olieverfschilderijen tot stand. Die olieverven waarin hij op wat latere leeftijd woeste wolkenluchten, zinderende zeeën, vurige zonsondergangen en echte branden zo ongelooflijk  expressionistisch weergaf als eerder nog nooit iemand had gedaan. Terwijl het na zijn dood nog heel lang zou duren voor dit weer gebeurde.

Sunset ?c.1830-5 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N01876

Turner08

Natuurlijk maakte hij ook relatief “bravere” schilderijen. Zowel in het begin van zijn carrière als later. Maar zelfs die waren in meerderheid al uitzonderlijk.

George IV at St Giles's, Edinburgh c.1822 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N02857

Turner10

een Venetië schilderij van Turner
een Venetië schilderij van Turner
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688

Ik vind het echt verbazingwekkend hoe iemand in die tijd zo on-tijds kon werken. En ook verbazingwekkend is eigenlijk wel dat hij er kopers voor had. Want die moesten daar toch ook voor open staan. Een halve eeuw later kon Vincent van Gogh zijn expressionistische werk aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Turner een zeer goed betaald schilder werd.

Nu zijn er dan die twee exposities in Nederland. Met flink wat aquarellen en een kleinere collectie van olieverfschilderijen. Natuurlijk had ik Turner the Great in Londen gezien en wist ik dat deze tentoonstellingen die ervaring nooit zouden kunnen evenaren. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de aanpak in de Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe. Twee musea waar ik nog nooit was geweest. Naar de Fundatie was ik daarbij ook extra nieuwsgierig vanwege de omstreden uitbreiding een paar jaar geleden met een grote blop bovenop het dak. Best interessant, dat moderne ding, een soort misvormd ei, in de eeuwenoude Zwolse binnenstad.

Turner13 DeFundatie, Zwolle Turner14

De door andere musea uitgeleende werken van Turner waren vanzelfsprekend weer helemaal de moeite waard, alhoewel bekende hoogtepunten ontbraken. Wat me enigszins tegenviel was de `verdunning` die werd toegepast. Om de zalen vol te krijgen waren er allerlei andere kunstenaars bijgehaald die òf Turner destijds hadden geïnspireerd òf later geïnspireerd waren geraakt door Turner òf pasten bij de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, de toegepaste deelthema’s. Grof verdeeld was 1/3 deel van Turner, de rest van anderen. En van die anderen waren er voor mijn gevoel teveel echt aan de haren bij gesleept. Zo van “die hebben we nog in de eigen collectie en kletsen we met een mooi kunstverhaal wel zogenaamd passend de tentoonstelling in”. Of “daar in dat museum kunnen we nog wat lenen, dan krijgen zij wel iets van ons, goed voor de samenwerking”. Op zich jammer, maar wel begrijpelijk. Hoe dan ook, Turner bleef vanzelfsprekend moeiteloos overeind. Helemaal toen ik zag dat hij zich door de Odyssee van Homerus had laten inspireren.

Odysseus Deriding Polyphemus
Odysseus Deriding Polyphemus

Dat prachtige verhaal waar ik de laatste paar jaar ook mee bezig ben geweest voor een nieuwe uitgave ervan bij mijn galerie in Nice. Dus als je nog de mogelijkheid hebt, ga! En bekijk ooit nog eens de grandioze speelfilm “Mr. Turner”. Tot volgende week.

TOOS  

Met de Nieuwjaars TOOS-doodle traditioneel het oude jaar uit


de vorige Nieuwjaars TOOS-doodle
de vorige Nieuwjaars TOOS-doodle

Decembermaand traditiemaand. Ten minste,zo voel ik dat. Met al die vaste waarden in deze weken tot Oudjaar.

Straks worden de gleuven in de postbussen weer smaller gemaakt door onze eigen PostNL, juist in de tijd dat we er dikkere stapels post doorheen willen douwen. Overigens, was PostNL lang geleden niet de PTT die toen achtereenvolgens PTTPost, TPG en TNTPost werd? Ach ja, vaste waarden!

Of neem ons nationale Sinterklaasfeest met een heus eigen televisiejournaal. Met van die vaste waarden als een lange witte baard, een rode mijter, een staf en een Zwarte Piet. Overigens, was er de laatste paar jaar niet iets met die kleur zwart? En dat terwijl zwart officieel wetenschappelijk helemaal geen kleur is! Maar gelukkig hebben we nog dat kruis op die mijter. Zo’n symbool van heiligheid. Kan dat trouwens nog wel in deze seculiere tijden? Puntje van zorg misschien voor de toekomst?

Niet te vergeten ook de Hamsterweken  van onze nationale grootgrutter Albert Heijn. Alhoewel, nationaal en vaste waarde? Dirk, Jumbo, Lidl en Aldi knabbelen zo langzamerhand toch ook aardig mee aan al dat lekkers dat we geacht worden traditioneel tot ons te nemen in deze tijd.

En dan natuurlijk het Kerstfeest. Met de kerstboom als oorspronkelijk heidens symbool. Dure cadeaus en feestkleding, uitgebreide maaltijden en familiegezelligheid. Met Kerstman, slee en rendier. Of was er nou toch ook nog iets met een geboorte ergens in een stal in een heel ver land?

Ik wil met deze filosofisch-behoorlijk-kort-door-de-bocht opmerkingen alleen maar illustreren dat ook tradities niet voor de eeuwigheid zijn. Want voor hen die dat nog niet ten volle beseffen, eeuwig duurt echt héél, héél lang. Maar van één traditie, nog een behoorlijk verse, hoop ik dat die toch nog aardig wat jaartjes mag duren. Uit puur eigenbelang trouwens. De TOOS-doodle! Want zolang die er is, ben ik er dus ook nog.

Veel fans van mij en veel lezers van dit blog weten nu wel wat ik bedoel. Maar voor alle zekerheid toch nog even in het kort de TOOS-doodle geschiedenis.

werkend aan een TOOS-doodle
werkend aan een TOOS-doodle

In 2010 kocht ik in de USA mijn eerste iPad. In 2011 begon ik er, vanwege mijn grote TOOS-tentoonstelling in Fort Rammekens bij Vlissingen, mee te doodelen. Gewoon met behulp van bepaalde apps en mijn vingers tekenen en schilderen op het iPad-scherm. Zonder vieze vingers te krijgen! Op die manier maakte ik een aantal digitale kunstwerkjes die allemaal nog te vinden zijn op mijn site http://www.toos.biz/ . Op mijn YouTube-kanaal staan twee filmpjes over het maakproces. Klik maar op https://youtu.be/6p-vqugh4L8  of https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  Eén heb ik nog hieronder ingebouwd.

Van daaruit ontstond het idee om er jaarlijks minstens nog één te maken. De Nieuwjaars TOOS-doodle. Helendal gratis voor niks voor iedereen beschikbaar om te downloaden, zelf eventueel ook nog te bewerken als een eigen, persoonlijke Kerst en Nieuwjaarskaart en dan uit te printen om ‘m als echte post in die te smalle gleuf van PostNL te stoppen. Of niet natuurlijk. Want die doodle kan ook aan iedereen digitaal verstuurd worden. Scheelt weer zo’n postzegel die bijna elk jaar duurder wordt, decemberzegel of niet. Of wat dacht je van inlijsten als gratis kunstwerk voor jezelf.

Er staat dus weer een nieuwe Nieuwjaars TOOS-doodle klaar op http://www.toos.biz/ onder de knop TOOS-doodles. Nummer 17 in de rij daar. Klikken op “nieuwste doodle gratis downloaden”, het zip-bestandje uitpakken en printen maar.

de nieuwe Nieuwjaars TOOS-doodle 2015/2016
de nieuwe Nieuwjaars TOOS-doodle 2015/2016

Wil je er ook zelf nog mee aan de slag in een of ander fotobewerkingsprogramma? Tekst er bij, afmetingen veranderen, andere kleur toevoegen? Geen probleem! Misschien is het dan zelfs nog directer als je naar mijn TOOS-wolkje gaat dat in DropBox drijft. Daar valt ie ook te downloaden met de link http://bit.ly/1lUyQcL .  Wat zouden we tegenwoordig toch zonder die uitgebreide wolkenvelden,die cloud, moeten.

En als iemand er mee aan de slag gaat, zou ik het heel leuk vinden om ook zelf mijn veranderde TOOS-doodle te ontvangen . Tot volgende week.

TOOS

De on-Nederlandse Oranjezaal


Huis ten Bosch in Den Haag
Huis ten Bosch in Den Haag

“Hé, fijn dat jullie er zijn.” Willem Alexander stond ons al op te wachten op dat beroemde bordes van Huis ten Bosch. “Ik had net al doorgekregen van de wacht dat jullie de poort waren gepasseerd. Zo werkt dat hier, korte lijnen.” De marechaussee had ons inderdaad vlak daarvoor, na onze paspoortcontrole, al doorgestuurd. “Max is net bezig koffie te zetten. Dat leek me wel gezellig voordat ik jullie de Oranjezaal laat zien. Jij, Toos, een cappuccino geloof ik en levensgezel een dubbele espresso, is ’t niet? Ja, je merkt, de koninklijke inlichtingendienst werkt voortreffelijk.”

deel van de Oranjezaal
deel van de Oranjezaal

Leuk bedacht natuurlijk. Maar zo werkt het dus toch niet helemaal.  Al is de beroemde Oranjezaal in het Haagse paleis Huis ten Bosch voor een beperkt aantal Nederlanders nu wel te bezoeken. Dat op zich is beslist bijzonder want normaal is dat voorbehouden aan de hotemetoten van het hogere bestuurlijke en bedrijfsechelon, aan de machtigen der aarde. Maar Huis ten Bosch wordt gerenoveerd en gerestaureerd om het helemaal up to date te maken als residentie voor het koninklijk gezin. Want koningen hebben natuurlijk een residentie, niet zomaar een woonhuis.

Oranjezaal, Koninklijke Paleis Huis ten Bosch, oostkant

Omdat zoiets een paar centen kost en die Oranjezaal al klaar is, vond men het van hoger hand een goed idee de zaal aan den volke te tonen. Helemaal mee eens! Uiteindelijk betalen we er toch met z’n allen via onze belastingen aan mee om dat 17de eeuwse paleis weer te laten stralen. Maar je kunt natuurlijk niet zomaar binnenlopen. Daarvoor is een website gemaakt waarop je kunt proberen kaartjes te bemachtigen uit het beperkte aantal dat beschikbaar is.En dat lukte wonderwel.

Dus gaven we op een morgen acte de présence. Twee keer paspoort tonen, ruim op tijd aanwezig zijn, keurig wachten tot de gids zijn groep van 15 mensen komt ophalen, wel de jassen uit want je weet natuurlijk nooit wat daarin of daaronder zit. Ook geen foto’s, absoluut niet. Dan eerst een film over het paleis zien en daarna tien minuten voor die beroemde zaal, geen minuut langer. Het schema is heilig en de groepen volgen elkaar in strak tempo op. Maar het is de moeite waard. Vooral omdat de schilderkundige overdaad van de Oranjezaal zo on-Nederlands is. De protestante Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van de 17de eeuw met zijn, volgens de vele portretten, in zwarte kledij gehulde burgers is er in geen velden of wegen te bekennen. De grote stedendwinger Frederik Hendrik, prins van Oranje, met de verovering op de Spanjaarden van o.a. Oldenzaal, Maastricht, ‘s-Hertogenbosch, Hulst en Breda,moest na zijn dood in 1647 majestueus worden gehuldigd. Ook al was hij geen majesteit, maar slechts Stadhouder. Iets dat hem ongetwijfeld heel erg dwars heeft gezeten.

Frederik Hendrik,Amalia van Solms en hun kinderen
Frederik Hendrik, Amalia van Solms en hun kinderen

Al tijdens zijn leven trachtten hij en zijn Duitse vrouw Amalia van Solms de pracht en praal van Duitse en Franse hoven te evenaren. Kastelen met grootse tuinen liet hij bouwen, magnifieke feesten werden georganiseerd, een prachtige kunstverzameling werd aangelegd. Alles om de uitstraling van een machtig vorst te creëren in een toen economisch zeer florerende republiek die geen koning wilde hebben.

Van die oude pracht en praal rest tegenwoordig niet heel veel meer. De kunstcollectie is na de dood van Frederik Hendrik en Amalia uit elkaar gevallen. De rijk gedecoreerde kastelen en paleizen zijn verdwenen, vergaan tot ruïnes en afgebroken. Behalve dat Huis ten Bosch.

Daar kregen we nu, dankzij de bezoekactie, een glimp mee van het uiterlijk vertoon van de Oranjefamilie in die tijd. Stel je voor! Frederik Hendrik die in een zegekar, omstuwd door bewonderaars en bejubelaars, die Oranjezaal inrijdt op de grootste schildering daar. Je zou haast denken dat hij de Zonnekoning zelve was. Ongetwijfeld de bedoeling!De beroemde Vlaamse schilder Jacob Jordaens  mocht dit pièce de résistence uitvoeren.

deel van het schilderij met Frederik Hendrik op zijn zegekar
deel van het schilderij met Frederik Hendrik op zijn zegekar

Maar ook toen bekende kunstenaars als Jan Lievens,Gerard van Honthorst en Salomon de Bray voerden delen uit. Net als Cesar van Everdingen die de “Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik” maakte. Een werk waaruit duidelijk wordt dat de toekomstige stedendwinger was voorbestemd tot grootse daden.

Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik
Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik

In Frankrijk en Italië zijn nog aardig wat van dit soort zalen te vinden met een overweldigende overdaad aan schildersversieringen. In Nederland is dat er in feite maar één. Die Oranjezaal! Daarom ook is het zo’n belangrijk monument, een bijna letterlijk gouden overblijfsel van de Gouden Eeuw. Daarom ook mag die restauratie van Huis ten Bosch van mij een aardige grijpstuiver kosten. Ondanks het gemauw daarover van sommige politici in de Tweede Kamer. Dit soort monumenten uit ons verleden moet je gewoon eren. Oh zo!

2015-09-04 10:34:23 DEN HAAG - De Oranjezaal van paleis Huis ten Bosch. Het paleis wordt gerestaureerd. Voorafgaand aan de renovatie wordt de reeds gerenoveerde Oranjezaal tijdelijk voor publiek opengesteld. ANP REMKO DE WAAL

Huis 08

Tot volgende week.

TOOS

Een engel in Gennep en hoe die daar kwam


Museum het Petershuis in Gennep
Museum het Petershuis in Gennep

Een hele kudde engelen is dit weekeinde neergestreken in het Limburgse Gennep. Of is gebruik van het woord kudde misschien iets te oneerbiedig als ’t over engelen gaat? Hoe dan ook, ze zijn er. Met als verzamelplaats Museum het Petershuis, een laat-middeleeuws pand en daarmee een van de oudste gebouwen in het stadje aan de samenvloeiing van Maas en Niers.

Wat die engelen daar doen? Voorlopig vooral hangen en staan. Tot 24 januari. Dan vliegen ze weer uit naar de kunstenaars die ze hebben gecreëerd. Als ze ten minste niet van eigenaar zijn verwisseld. Van mij zit er ook één bij. Een heel bloederige engel. Maar daarover straks meer. Want hoe komt een Middelburgse engel nu daar in dat verre Oosten terecht? Via een behoorlijke omweg in dit geval. Via Nice namelijk.

We schrijven het jaar Anno Domini 2001, om maar even in hemelse sferen te blijven. Levensgezel en ik zitten een heerlijke, traditionele Italiaanse pizza te verorberen in de Grill d’Or, vlak bij mijn atelier/appartement aan de Rue Clement Roassal  in Nice. Altijd smakelijk daar, de pizza’s.

Rue Clement Roassal, Nice, met het gebouw waarin mijn atelier/appartement
Rue Clement Roassal, Nice, met het gebouw waarin mijn atelier/appartement

Dat vond blijkbaar ook een dame die vlak naast ons de hare zat te verorberen. Ze hoorde ons onderling natuurlijk Nederlands praten. En wat bleek? Nederlands was niet alleen ook haar moedertaal, ze woonde ook in Nederland. Alleen nu even niet. Ze zat voor een korte vakantie in de Comte de Nice, het hotel waarop ik vanuit mijn appartement uitkijk. Logisch dat we een poosje later bij mij zaten koffie te drinken. Over van alles, en natuurlijk ook over kunst. Tja, wat wil je, kunst vermijden bij een kunstenaar? Dat is net zoiets als een zwaluw het vliegen proberen af te leren. Onmogelijk! En wat bleek? Marianne, want zo heette ze, werkte als vrijwilliger bij Museum het Petershuis in Gennep. Een museum met afdelingen over de historie van de plaats, de traditie van het keramiek maken daar, maar ook met jaarlijks een aantal exposities gewijd aan de moderne kunst.

de afdeling met keramiek in het Petershuis
de afdeling met keramiek in het Petershuis

Het gevolg? Om een lang verhaal maar eens lekker kort te houden, een jaar later, dus Anno Domini 2002, had ik een grote solotentoonstelling op diverse verdiepingen van dat middeleeuwse Petershuis. Een expositie waarin ik me helemaal mocht uitleven en waar ik nog steeds heel fijne herinneringen aan heb.

Begin dit jaar ontstond bij het museumbestuur het idee om alle kunstenaars die sinds AD2000 in het Petershuis exposeerden te vragen voor een grote groepstentoonstelling met engelen als onderwerp. Vijftig van die kunstenaars doen daar nu aan mee. Inbegrepen dus mijn persoontje. Want ’t leek me interessant met dat intrigerende onderwerp iets speciaals te doen. Het verschijnsel “engelen” is ten slotte al heel oud en beslist niet alleen voorbehouden aan het Christendom. In de oude Etruskische cultuur, dat wil zeggen ver voordat de Romeinen ’t voor het zeggen kregen in Italië, komen ze al voor in fresco’s en grafmonumenten.

Etruskisch fresco met engel bij stervende man
Etruskisch fresco met engel bij stervende man

Maar ik liet me voor mijn engel inspireren door een foto en door de oude Griekse tragedies. Van die tragedies waarin de mannen zo nodig hun oorlogskunstjes moeten doen om de heldenstatus te verkrijgen en de vrouwen alleen maar lijdend kunnen toekijken en afwachten. Komt hun vader, man of zoon heelhuids terug van de strijd? Hoeveel bloed zal er vloeien? Hoeveel kracht, maar ook engelengeduld heb je daarbij nodig? Met die gedachten in mijn achterhoofd liet ik een foto overbrengen op een alu-dibond plaat van 1 m bij 1,5 m om die daarna met olieverf te bewerken.

mijn "Greek Tragedy" engel
mijn “Greek Tragedy” engel

Nu hangt die, samen met heel veel verschillende engel-interpretaties van de mede-exposanten, in Gennep. Als onderdeel van een kleine installatie die ik er bij maakte. Met de titel Greek Tragedy. Gebaseerd dus op  die oude vertellingen. Maar of er in die duizenden jaren iets is veranderd in de wereld? En of die titel, gezien de gebeurtenissen van de laatste tijd, niet een dubbele lading heeft gekregen? Bepaal dat zelf maar.

opening van de expositie "Engelen"
opening van de expositie “Engelen”

Tot volgende week.

TOOS