Overpeinzingen bij een fotoboek


Een klus geklaard! Ten minste, bijna. Want het doorspitten van mijn Myanmar foto’s leverde zoveel plaatjes op voor een fotoboek dat ’t niet bij één kan blijven. Deel 1 is nu af en gedrukt, 2 bijna. Maar daarover straks meer. Want tussen de vele foto’s stonden er ook een paar die ik bewust alleen voor mijzelf had gemaakt. Niet voor de mooiigheid, het esthetische of HET moment maar simpelweg vanwege de kunst die erop is te zien.

 Ook in Myanmar wordt namelijk geschilderd. Zij ’t vooral voor de toeristen. Heel logisch trouwens voor een arm land waar het overgrootste deel van de bevolking andere zorgen dan “wat wil ik aan de muur hebben hangen”. Maar wat ik aan moderne schilderkunst zag stemde me niet blij. Zie je ergens een paar schildervariaties op een lange rij monniken, dan zie je ook overal die variaties op een lange rij monniken. ’t Is net of er, zoals in China of Vietnam, hele dorpen aan het schilderen zijn met alleen maar variaties op een lange rij monniken. Alles alleen maar repetitief nageschilderd aan de hand van een paar voorbeelden.

Datzelfde geldt voor de fotogenieke en beroemde allerlangste teakhout brug ter wereld, zo’n 1500 meter. Overal, waar je als toerist ook maar komt, vind je telkens weer schilderijen van die brug. Met as ’t effe kan natuurlijk een rij monniken erop. Geen sprankje originaliteit.

de beroemde teakhouten brug

Ik vroeg me af of dat niet ook te maken heeft met de cultuur in Zuid-Oost Azië. Ga maar na hoe het maken van een Boeddhabeeld aan allerlei godsdienstige voorschriften is gebonden. Alleen die en die vaste lichaamshoudingen met die en die vaste standen van handen en vingers zijn toegestaan.

vanaf hier foto’s uit het fotoboek

Of kijk bij de Boeddhistische tempels. Ook een en al voorschrift. Af en toe vroeg ik me, heel ondeskundig natuurlijk, echt af ‘is dit nou een net gerenoveerde oude tempel of een nieuwe?’. Die laatste is dan wat witter en gouder.  Ik moet hierbij ineens denken aan een verhaal van een overleden goede kunstvriend van mij, Poen de Wijs. Hij was ooit op studiereis in Indonesië en gaf daar ook een masterclass aan de kunstacademie. Kwamen er gelijk de volgende dag al een paar studenten hem heel trots tonen hoe zij iets van Poen had nageschilderd. Want hoe kun je een erkend meester beter eren dan door werk van hem na te maken! Iets wat bij ons op de academies al tijden lang volstrekt uit den boze is. Zoek als student maar naar je eigen kern, je eigen oorspronkelijkheid.

Eigenlijk is ‘t, achteraf gezien, heel bijzonder dat in Europa in de 15de eeuw de prachtige en diverse schilderkunst van de zogenaamde Vlaamse Primitieven en van de Italiaanse Renaissance ontstond. Hoe kon dat nou eigenlijk? Zomaar ineens allerlei kerkse  voorschriften van je afschudden en je losmaken van de tradities. Ook voor kerkopdrachten. En dat terwijl in de Oosters orthodoxe kerken het maken van iconen nu nog steeds aan strenge voorschriften is gebonden. Dat moet toch wel iets te maken hebben met de ontwikkeling van een rijkere burgerij en adel door heel westelijk en zuidelijk Europa heen. Een Europa als een lappendeken waarin allerlei machthebbers van staten en staatjes elkaar niet alleen met legers bevochten maar ook met kunst de loef probeerden af te steken. Een Europa ook dat vergeleken met toenmalige ontwikkelde grote rijken in China, Zuid-Oost Azië en India met veel grotere steden niet zoveel voorstelde. Maar dat wel in relatief korte tijd een ontwikkeling doormaakte tot wereldmacht in Oost en West. Denk maar aan de dominantie van bijvoorbeeld stadstaat Venetië en landen als Portugal, Spanje, Nederland en Engeland op de zeeën en continenten. Originaliteit in de kunst en al die onderlinge Europese concurrentie moeten toch wel haast iets met elkaar te maken hebben. Ik weet ‘t, dit is allemaal zeer kort door de bocht geformuleerd. Maar  ’t is ook een zomaar losflodderig overpeinzing bij die schilderijenfoto’s uit Myanmar.

Foto’s overigens die niet staan in dat 100 pagina’s tellende fotoboek deel 1, voor belangstellenden te bekijken met de link http://bit.ly/2pog2op . Een aantal heb ik als lekkermakertje hier boven en onder door de tekst heen gestrooid.

En deel 2? Dat komt eraan. Nog een paar weekjes. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Wie de beroemdste vrouw ter wereld is?


Maria-beeldjes

Ja, wie zou dat zijn, die beroemdste vrouw ter wereld? Marilyn Monroe? Madonna? Byoncé? Dat hangt, denk ik, heel sterk samen met je leeftijd. Maar in het Utrechtse “Museum Catharijneconvent”, kennen ze geen enkele twijfel. De Maagd Maria, moeder van Jezus! Al eeuwen lang massaal aanbeden. Miljoenen malen afgebeeld op iconen en schilderijen. Vereerd met talloze beelden en beeldjes. Een veel gebruikt icoon in de fotografie. En vergeet ook niet al die visioenen waarin ze verscheen aan  gelovigen in allerlei soorten en maten. Is er één vrouw die haar dat kan nazeggen?.

Maria-foto’s

Logisch dat ze in het op ons christelijk erfgoed gerichte Catharijneconvent een uitgebreide tentoonstelling aan haar hebben gewijd. En waarom dan niet juist in deze Paastijd daarheen? Want hebben we naast de overbekende symbolen als Paashaas en supermarktbladen die je graag een gevuld paasei zien worden niet ook nog The Passion op de televisie gehad? Iets met een man van lang geleden die gekruisigd wordt?

Daarbij was ik ook nog nooit in dat recentelijk verbouwde museum geweest. Een eeuwenoud voormalig klooster gewijd aan Catharina van Alexandrië. Nota bene naamgeefster in mijn katholieke reeks voornamen Catharina Joanna Nicolette Maria. Op dus naar Utrecht.

Maria met kind, Meester van Elsloo, rond 1500

De verrassing daar was een aangename en interessante. Want ik mag dan wel katholiek zijn opgevoed, ik heb er toch aardig wat opgestoken. Denk je dat we nu leven in het zogenaamde post-truth tijdperk met z’n feitenvrije politiek en social media belazerij,hebben ze dat allemaal heel lang geleden al in het Vaticaan uitgedokterd. Over Maria wordt in de bijbel namelijk maar heel weinig feitelijks verteld. Wat dan natuurlijk de fantastische mogelijkheid geeft om er van alles bij te verzinnen. En zo gebeurde het. Legenden en volksverhalen hebben Maria in de loop der eeuwen een leven gegeven waarvan ze zelf nooit gedroomd zou hebben. Tja, dat krijg je in tijden zonder betrouwbare burgerlijke stand registers! Nu kon de kerk in dat gat springen om de verering van de Maagd Maria/Moeder Gods een flinke impuls te geven

Anna en Joachim op het moment van de conceptie van Maria, 17de eeuws Russisch

Zo wist ik echt niet dat ze heel bijzondere ouders had, Anna en Joachim, en dat de conceptie van Maria, na ook al een aankondiging door een engel, in het openbaar plaatsvond onder de Gouden Poort in Jeruzalem. Let wel, zonder scabreuze toestanden. Een innige omhelzing was voldoende. Op die manier kon Maria als moeder van Gods zoon toch zuiver zijn zonder de last van de erfzonde bij de gewone sterveling, ontstaan na de verstoting van Adam en Eva uit het Paradijs. Die Onbevlekte Ontvangenis van Jezus ligt dus eigenlijk heel erg voor de hand, ’t zat al in de familiale genen. Hoezo post-truth en facts-free!

Heilige Maagschap (de hele familie van Maria), atelier Meester van Liesborn, rond 1480

Maar er is nog veel meer. Maria’s moeder hertrouwt een paar keer waardoor ze nog twee halfzusjes krijgt, Maria Kleopas en Maria Salomé. Kinderen van die twee zijn dan weer Johannes, Jacobus de Mindere en Jacobus de Meerdere. Later behorend tot de twaalf discipelen van Jezus. Is ’t nog een beetje te volgen? Ik vind dit soort zaken heerlijk omdat ze aantonen hoe rijk toch de menselijke fantasie is. Als die dan ook nog wordt uitgedrukt in kunst ben ik helemaal gelukkig. Zo hangt er een schilderij van rond 1480 waarin al deze familierelaties overzichtelijk worden getoond. Die stonden in de middeleeuwen, zo las ik, uitgebreid beschreven in de Legenda Aurea. Of op z’n Frans de Légende dorée. Toevallig het boek waarvoor ik bij een nieuwe uitgave via mijn galerie in Nice de levens van Catharina van Alexandrië en Saint Nicolas heb geïllustreerd met steendrukken. Toch leuk, zo’n link.

Bij de voorbereidingen voor de expositie werd in een particuliere collectie trouwens ook nog een 15de eeuws houten beeld ontdekt met Anna, haar drie Maria-dochters en weer hun kinderen. Met natuurlijk Anna, Maria en Jezus als belangrijkste personen onder elkaar in het midden.

Heilige Maagschap, Utrecht, 1460-1470

Echt een zeer boeiende expositie met nog heel, heel veel meer. Van Stenen Tijdperk oermoeder en godinnen tot Maria Hemelvaart. Wat ik bij dat intrigerende familiegedoe eigenlijk nog miste was iets over die mogelijke broer van Jezus. Want ook daarover is heel wat gespeculeerd en geschreven. Nog nooit gehoord van die broer? Ach, laat ook maar. Want dat wordt weer een heel ander verhaal. Ook niet echt passend bij het zo reine beeld van de Maagd Maria. Tot volgende week.

Virgin of Mercy, een wat a-typische Maria-eend in de bijt, gebaseerd op vroeg middeleeuwse beeldjes in Ierland en Engeland

TOOS

Wiek XX draait weer en Toos draait mee


Ooit vond er in 1568 de Slag bij Heiligerlee plaats. Met de eerste overwinning van de opstandelingen tegen het Spaanse leger. Heus, Oranje wint ook wel eens. Vandaar trouwens ook de naam Tachtigjarige Oorlog omdat de uiteindelijke vrede in 1648 gesloten werd. En ooit, in 1628, werd er het vestingstadje Nieuweschans gebouwd. Als grensverdediging tegen die nog steeds vervelende Spanjaarden. Waar dan wel? In het oosten van Groningen. Daar waar de horizon heel ver weg ligt in een laag en leeg landschap. Daar ook waar de slogan “Er gaat niets boven Groningen” je duidelijk wordt. En daar waar ook lang geleden Galerie Wiek XX neerstreek.

Nieuweschans in roeriger tijden (17de eeuw)

Galerie Wiek XX, een gerenommeerde naam in de Nederlandse kunstwereld. De galerie die vanaf 1977 de zogenaamde Noordelijke Realisten een podium gaf. Met als gevolg dat de namen van o.a. Wout Muller, Matthijs Röling, Sam Drukker, Douwe Elias en Pieter Pander niet meer zijn weg te denken uit het galerie en museum circuit. En ook de galerie waarmee ik een aantal jaren succesvol samenwerkte. Tot Henriëtte Mulder en Frans Boersma ’t in 2008 ’t eigenlijk wel mooi vonden.

met Henriëtte en Frans voor hun woonboerderij

Maar ja, hoe gaat dat als je bloed is besmet met het kunstvirus? Zulk bloed blijft kriebelig en zoekt stiekem die plaatsen waar ’t dan misschien niet kan gaan maar wel kan kruipen. Tot het uiteindelijk overwint. Dus verrees eind vorig jaar de galerie weer. Als een Phoenix met wiekende vleugels. Niet meer op de oorspronkelijke locatie in Nieuweschans, maar als huisgalerie in de woonboerderij van Henriëtte en Frans (https://www.wiekxx.nl/) .

Vandaar dat ik mij kort geleden onverwacht weer eens richting Nieuweschans begaf. Of beter gezegd richting Bad Nieuweschans. Want dat is sinds enkele jaren de officiële nieuwe naam. De reden daarvoor? Als ik dat een beetje kan inschatten vanwege het eerste echte Nederlandse kuuroord dat er ooit verrees. Het Fontana Resort. Op een steenworp afstand van de grens trek je vermoedelijk meer Duitse gasten als er Bad in je plaatsnaam voorkomt. Kijk maar eens naar de hoeveelheid Bad Zus of Zo kuurplaatsen op de landkaart van onze oosterburen.

Tijdens zo’n rit merk je toch ook weer dat Nederland helemaal niet zo klein is. Daar kwam ik lang geleden achter na een vochtrijke tentoonstellingsopening en idem dito maaltijd bij Wiek XX. De afstand van het noordoostelijke Nieuweschans naar het zuidwestelijke Middelburg bleek 390 km. En dat is zogezegd best een klere end midden in de nacht. Gelukkig reed levensgezel. Die stelt zich bij een ver-weg opening op voorhand altijd in op soberheid.

‘En ville’ en ‘Nocturno’, enkele van de schilderijen op de expositie
‘Riflettere’, schilderij op de expositie

Nu zat ik dus opnieuw in de huiskamer bij Henriëtte en Frans. In een weidse omgeving die in niets meer doet denken aan die van rond 1600. Want van de oorspronkelijke vestingplaats is weinig meer over. Net zo min als van het oude landschap. Je kunt je absoluut niet meer voorstellen dat Nieuweschans toen aan het nu heel ver weg gelegen open water van de Dollard lag. En dat ’t zich op een militair zeer strategische positie bevond te midden van water, van uitgestrekte ontoegankelijke moerassen en van veengebieden. Maar dat heeft dan wel weer als voordeel dat je er nu zoevend heenrijdt over een vierbaans snelweg. Niks geen moeilijk begaanbaar modderig pad meer als enige toegangsweg.

de Voorstraat in Nieuweschans, ooit het exercitieterrein voor de militairen
een herinnering aan vroeger tijden

Een eitje dus, zo’n bezoek aan de expositie “Met een knipoog” op nummer 50 van de Voorstraat. Er staat je letterlijk niets meer in de weg voor de vrij, zater en zondagen van 13 tot 17 uur in de periode van 14 april tot 16 juli. Met niet alleen mijn werk maar ook dat van andere gerenommeerde kunstenaars als Candace Charlton en  Caius Spronken. Tot volgende week.

TOOS

Bordeauxrood monnikenwerk


Vanuit Nederland sijpelt er natuurlijk altijd wel een en ander door naar mijn kunstcocon in Nice. ’t Is maar net of en wanneer ik de deur van dat cocon op een kier zet. Het oranje van de schaatssupporters ligt natuurlijk al een poos in de klerenkast maar is recentelijk, zo begreep ik, in de vorm van voetbalsupporters oranje weer opgedoken. In Bulgarije en in de Amsterdam Arena. Niet dat ik een schaats of voetbalsupporter ben, maar ik vind die kleur oranje altijd zo mooi. Of ie nou wel of niet moreel gedeukt uit de strijd tevoorschijn komt. Daar heeft onze Vader des Vaderlands in de 16de eeuw toch maar mooi voor gezorgd door op jonge leeftijd via vererving prins van de Franse stad Orange te worden. Die Franse invloed draagt nu dus toch maar mooi bij aan onze zo vaak bediscussieerde Nederlandse identiteit.

Door dat Nederlandse oranje moest ik ineens ook denken aan het Thaise, Laotiaanse en Cambodjaanse oranje. Ook in die streken een heel populaire kleur. Maar dan voor de kleding van Boeddhistische monniken. Dus had ik me er eigenlijk automatisch op ingesteld dat tijdens mijn recente reis door Myanmar ’t oranje heel vaak op mijn netvlies zou vallen. Ga maar na. Het aantal monniken daar, jong of oud, mannelijk of vrouwelijk, tijdelijk of permanent, wordt tussen de 300duizend en een half miljoen geschat. Moeilijk te missen dus. Zeker als een groot deel  ’s morgens op hun blote pootjes op stap gaat om naar Boeddhistische traditie in de straten hun etenskom te laten vullen door gulle gevers.

meisjesmonniken in hun roze habijt

Maar wat bleek?Hebben de manmonniken in Myanmar dat oranje ingeruild voor hoofdzakelijk bordeauxrood! Tja, ’s lands wijs, ’s lands eer zogezegd. Waar ik gelijk aan wil toevoegen dat bordeauxrood ook een heel aangename kleur is. En dat echt niet alleen vanwege de dieprode wijn uit de Bordeaux streek. Want je kunt er ook prima mee schilderen. Of schilderachtige, kleurrijke monnikenfoto’s van maken. Toevallig ben ik hier in Nice de laatste tijd ook bezig met het sorteren van foto’s voor mijn Birma boek. Best een monnikenwerk trouwens  gezien de gigantische hoeveelheid door te spitten plaatjes. Maar ook een goeie reden om al vast een bordeauxrood monnikenvoorproefje  te geven. Met hier en daar toch nog een toefje mannelijk oranje of vrouwelijk roze.

Monnik kun je al heel jong zijn. Zo bleek uit het verhaal van een ruim 20-jarige gids met wie we een dag op stap waren. Samen zittend in een boot en wandelend door dorp en land kom je natuurlijk wel tot een gesprek. Hij was al twee keer monnik geweest. Zij ’t elke keer maar voor enkele weken.

jong geleerd, oud gedaan

Want dat kan dus, monnik worden voor korte tijd. Het hoort bij de traditie, geeft aanzien en staat goed op je cv. Kost trouwens wel een behoorlijke grijpstuiver als je het goed wilt doen bij die eerste keer. Feest in de tempel, speciale kleren voor de hele familie, uitgebreide maaltijd, enz.

inwijdingsritueel voor jonge kinderen tot monnik in de tempel

Dus is ’t ook weer niet voor iedereen weggelegd. Hele dorpen organiseren daarom wel eens een centrale ceremonie voor veel kinderen te gelijkertijd. Iedereen draagt een steentje bij en het drukt de kosten. Onze gids wilde na zijn trouwen met toestemming van zijn vrouw misschien nog wel een derde en laatste keer voor een tijdje het klooster in.

George Orwell schreef ’t in 1954 al in zijn beroemde Animal Farm: alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker

Vaker dan drie keer in je leven mag namelijk niet. En ben je getrouwd, dan moet je vrouw dat ook goed vinden. Alles dus een tikje anders dan bij het katholieke kloosterleven. Tot volgende week.

TOOS