Twintig jaar Kunstroute Middelburg, Zeeuwse Gasten, ZeBra’s, ZeDu’s en nog veel meer


Komend weekeinde start ie weer! Onze Middelburgse Kunst en Cultuuroute. Voor het twintigste jaar! Een prestatie die natuurlijk gevierd gaat worden, alleen nu nog even niet. Reken maar op  augustus. Dan bezetten we op vreedzame en kunstzinnige manier de Abdij. Het letterlijk en figuurlijke stadshart van Middelburg, die monumentale kern van waaruit in de 12e eeuw de stad werd uitgebouwd. Iets wat je nog steeds heel goed aan de plattegrond voor de kunstroute kunt zien (https://kunstroutemiddelburg.nl/).

plattegrond met te bezoeken adressen van de kunstroute

Maar nu eerst dus februari. De officiële aftrap van dit 20e jaar vindt zaterdag 2 februari ’s morgens al plaats in de Zeeuwse Concertzaal. Door burgervader Harald Bergmann in eigen persoon. Daarna moeten we ons als deelnemers met gezwinde pas richting ateliers en galerieën spoeden. Want helemaal tegen de gewoonte in begint deze eerste kunstroute van 2019 niet op de 1ste zondag van de maand maar al op de 1ste zaterdag. De oorzaak? Onze ‘Zeeuwse Gasten’.

in het midden mijn atelier aan de Korendijk 56

’t Begint namelijk al bijna een traditie te worden dat routedeelnemers een mede-kunstenaar uitnodigen voor een duo-expositier. Waarbij die gast hoe dan ook aan één voorwaarde moet voldoen: woonachtig zijn in Zeeland. Een echte Zeeuwse of Zeeuw die uit de klei omhoog is gegroeid hoeft ’t dus niet te zijn. Dat ben ik als zogenaamde ZeBra, een in 2001 in Middelburg aangespoelde Zeeuwse Brabander, ten slotte ook niet. Toen ik keramist Marion Kamper uit Wissenkerke als Zeeuwse Gast bij mij uitnodigde, bleek zij zelfs nog veel verder oostelijk te zijn geboren. Ze was een ZeDu, een Zeeuwse Duitse die door de liefde op de eilanden verzeild was geraakt.

Ten einde al die gasten ook echt een podium te geven besloot het kunstroutebestuur om dit jaar maar gelijk stevig van start te gaan. Met openingstijden op zowel de zaterdag als de zondag van 13-17 uur. Nu natuurlijk maar afwachten of de hopelijk vele bezoekers dat gebaar weten te waarderen.

keramisch object van mijn Zeeuwse Gast Marion Kamper

Zelf heb ik ’t in ieder geval druk zat. Want zoals ik hier vorige week al meldde, ben ik ook een Zeeuwse Gast geworden in eigen stad. In Sjakie’s Galerie namelijk, onderdeel van Sjakie’s Chocolademuseum aan de Vlasmarkt 51. Als ik zaterdag om 5 uur de deuren van mijn atelier sluit, moet ik gelijk als de wiedeweerga richting Vlasmarkt. Want dan begint daar de vernissage van mijn eigen Zeeuwse Gast optreden. Waar natuurlijk een ieder welkom is om er een verantwoord gezellige boel van te maken.

zo was ik maandag nog aan het inrichten in Sjakie’s Galerie
Toos van Holstein, El camino, olieverf 160-110 cm, te zien bij ‘De Mens op Weg

Die tentoonstelling duurt trouwens iets langer dan dat weekeinde. Pas op 30 maart is de finisage met tussendoor op donderdag 14 februari, toevallig Valentijnsdag, ook nog dat kunstdiner waarover ik vorige week schreef. Een Valentijnsideetje misschien? Voor nu tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Van kunst chocola maken?Moeilijk! Chocola en kunst? Gaat best wel!


Huis ‘s-Hertogenbosch rond 1900

Ooit al eens een chocolademuseum bezocht met daarin een galerie waar je een expositie van mij kunt bekijken? Vast niet. Want die combinatie is nog nooit voorgekomen. Maar voor alles in het leven is er een eerste keer. En dat nog wel in mijn eigen stad Middelburg.  Ik zal ’t even uitleggen.

Ergens in 2001 liep ik nieuwsgierig rond in het monumentale Huis ‘s-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt 51 in Middelburg. Een prachtig groot, duur herenhuis uit 1665 dat helemaal gerestaureerd werd. Ik was namelijk ook aan het restaureren in mijn rijksmonumentale pakhuis uit 1738 aan de Korendijk 56. En ik wilde wel eens in hoogst eigen persoon waarnemen hoe dat er in Huis ‘s-Hertogenbosch aan toeging.

Huis ‘s-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt 51 nu
de achterkant van het pand

Of het toen in mij opkwam dat ik ooit nog eens zou exposeren in dat pand? Nee, die link kon ik toen onmogelijk leggen. Toch gaat dat nu vanaf 2 februari gebeuren. Vandaar dit verhaal.

Wel bestonden er al vanaf het begin overeenkomsten tussen dat ooit heel chique herenhuis en mijn best wel shabby pakhuis.

mijn pakhuis aan de Korendijk (3e pand van rechts) lang geleden

Ik kocht dat in 1999 net zoals de Vereniging Hendrick de Keyser dat deed met Huis ‘s-Hertogenbosch . Die club heeft zich tot doel gesteld om historisch waardevolle panden op te kopen, ze te restaureren en daarna te verhuren. Heel waardevol, zo’n beheer van ons cultureel erfgoed.

Ook beide restauraties startten in 2001 min of meer gelijktijdig nadat  alle, soms behoorlijk frustrerende  rijksmonumentale paperassen business was geregeld. En wie deed die restauraties? Hetzelfde bedrijf. Beide panden kregen ook met kunst te maken. Want wie kwam er in Huis ‘s-Hertogenbosch? Rembrandtkenner Theo Laurentius. Toen al wereldberoemd in Nederland door zijn medewerking aan het programma ‘Tussen Kunst en Kitsch’.

 Niet dat Laurentius mij nu laat exposeren naast zijn etsen van Rembrandt. Dat zou echt te mooi zijn. Nee, Huis ‘s-Hertogenbosch heeft al weer enkele jaren een andere huurder. De Stichting Chocolate Lovers met Sjakie’s Chocolademuseum. Met daarbij een galerie, Sjakie’s Galerie. Want de grote drijvende kracht achter die stichting, Richard Jansen, vond dat er bij dat museum een galerie moest komen. Bedoeld als een extra impuls voor het grote doel, namelijk voldoende financiën bij elkaar krijgen voor de Willie Wonka Villa. Dat moet een groepsaccomodatie in Zeeland worden waar gezinnen met langdurig en ernstig zieke kinderen van een onbezorgde vakantie kunnen genieten.

Dus toen Richard mij begin vorig jaar vroeg of ik in ‘zijn’ galerie wilde exposeren zei ik simpelweg ja. Want als die rondborstige, sympathieke Brabander je iets vraagt, is ’t bijna onmogelijk om daar niet op in te gaan. Zo vergeef ik ’t hem zelfs dat die galerie nu nog maar één prachtig oude zaal beslaat in plaats van de oorspronkelijke twee. Het succesrijke museum groeit namelijk steeds groter. Dan maar wat minder groots uitpakken met een serie schilderijen uit mijn ‘De Mens op Weg’. Want ik wens Richard gewoonweg heel veel succes bij dat levensdoel van hem.

Toos van Holstein, Destination, olieverf uit de serie ‘De Mens op Weg’
de expositiezaal
de dineertafel staat al klaar

De opening is dus op zaterdag 2 februari om 17 uur. Dan gaat namelijk het museum dicht en is iedereen welkom op de vernissage. De expositie loopt tot en met 30 maart. Daarbij is er nog een heel leuk initiatief tussendoor. Richard organiseert bij elke tentoonstelling namelijk een kunstdiner in de galerie waarbij de kunstenaar uitleg geeft over het werk wat daar op dat moment is te zien. Ik doe dat nu op de avond van 14 februari. Voor dat diner kun je je tegen een geringe vergoeding opgeven via 0118-567632 of sjakie@williewonkavilla.nl. Er is plaats voor zo’n twintig liefhebbers. Welkom dus! En voor nu, tot volgende week.

TOOS

Museum Musiom met ook mijn werk in de kerncollectie


Hoeveel van alle dode en nog levende Nederlandse kunstenaars zouden wereldwijd, of zelfs alleen maar in Nederland,  in een museum hangen? Werk van hun hand dan natuurlijk, niet zij zelf. Ik schat zo in dat dit maar een heel klein percentage is. Ga maar na. Tegenwoordig studeren er per jaar vele, vele honderden af aan de kunstacademies. Per jaar dus! Die komen echt niet allemaal in een museum terecht. Want daar gaat in de loop der tijden een selectie aan vooraf die o.a. sterk beheerst wordt door trends. Door de waan van de dag en die van museumdirecteuren en bijbehorende kunstcuratoren. Klein klassiek voorbeeldje? Frans Hals (1582-1666), wereldberoemd toch? Maar wel helemaal uit na zijn leven tot hij ineens een soort afgod werd voor de  Franse impressionisten in de tweede helft van de 19e eeuw. En nu? Zie het Frans Hals Museum in Haarlem.

Daarom zijn een paar enthousiastelingen in Amersfoort een eigen museum begonnen. Het ‘Musiom, huis voor hedendaagse kunst’. Een museum bedoeld voor kunstenaars geboren rond 1950. Want velen uit die tijd hebben zich nooit in een hokje laten stoppen, zich nooit aan heersende kunst en museumdirecteurentrends aangepast. Ze zijn gewoon helemaal hun eigenste gang gegaan, hebben door de kwaliteit van hun werk een mooie carrière opgebouwd maar zijn nooit doorgedrongen in het gesubsidieerde museale  circuit. Te on-Cobra of te weinig abstract expressionisme of veel te figuratief. Of geen verwantschap met min of meer onbegrijpelijke kunstperformances en installaties. Enzovoort. Niet passend dus in het aankoopbeleid van de grotere musea. Gewoon te eigenwijs en teveel werkend vanuit hun eigen fantasie, vanuit hun eigen beleving.

voorkant van het Musiom

Op die manier is een kunstenaarsgeneratie die juist volwassen werd in de roerige jaren 60 en 70 en die zich niets aantrok van stromingen nooit museaal aan bod gekomen. Allemaal individualisten die zich niet lieten vangen in een kunsthokje. Nee, ze waren gewoon allemaal apart allemaal hun eigen kunststroming. Maar wel op zo’n manier dat een deel van hen nationaal en ook internationaal bekendheid kreeg. Met als gevolg dat ze bij heel veel particulieren hangen en staan met hun schilderijen en beelden. Omdat heel veel ‘gewone’ kunstliefhebbers wel wat zagen in hun werk.  En vergeet ook niet bepaalde bedrijfscollecties die eigenwijs hun gang gingen met verzamelen.

deel van de huidige expositie in het Musiom
met kunstenaar Hans Vanhorck, een van de initiatiefnemers, kijkend naar een werk van mij voor de kerncollectie

Het Musiom (www.musiom.art) aan de Stadsring 137 in Amersfoort springt nu in dit museale gat. Waarbij ik mag meespringen. Want vorige week bracht ik er wat schilderijen heen die deel gaan uitmaken van de kerncollectie. Samen met werk van bijvoorbeeld Hans Vanhorck, Richard Smeets, Poen de Wijs, Saskia Pfaelzer, Sjer Jacobs, Ad Arma, Arvee en Jan van Lokhorst. Allemaal kunstenaars met een mooie carrière en vaak ook nog volop bezig in de kunst. Daar ben ik best een beetje trots op.

met Hans Vanhorck voor een werk van Richard Smeets

Elke drie à vier maanden is er in het Musiom weer een nieuwe expositie te zien van enkele van de Musiom-kunstenaars aangevuld met een keus uit die kerncollectie. Wanneer ik aan de beurt ben? Reken maar dat ik dat hier meld. Tot volgende week.

TOOS

Hoe vrouwen weer terugkeren in de kunstgeschiedenis I


Museum voor Schone Kunsten in Gent

Afgelopen week was ik in Gent. Die roemrijke historische stad in wat ooit de Zuidelijke Nederlanden werd genoemd. Ben je daar wel eens in het Gentse Museum voor Schone Kunsten geweest? Misschien. Nog een paar andere vragen. Ken je het Holland Côte d’Azur Magazine?  Vermoedelijk niet. En de namen Sofonisba Anguissola, Lavinia Fontana, Artemisia Gentileschi? Heel, heel misschien die laatste, maar de eerste twee? Of het 20e eeuwse standaardwerk over kunst ‘Eeuwige schoonheid’ van Gombrich? Laat maar!

in een zaal met linksachter twee werken van Jeroen Bosch
een zaal van ‘De dames van de Barok’

Wat dat alles met elkaar verbindt? De expositie ‘De dames van de Barok’ in dat Gentse museum. Ik moest daar namelijk voor mijn goeie fatsoen absoluut heen vanwege dat Magazine, het 3-maandelijkse tijdschrift van De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur.

Zeven jaar lang schreef ik daarin Kunststukjes. Over kunst dus. Zoals in 2005 over Sofonisba Anguissola(1532-1625), Lavinia Fontana (1552-1614) en Artemisia Gentileschi (1593-1652). Daar heb je die namen.Want met hen en ook andere vrouwen is geschiedkundig heel wat aan de hand. Of beter gezegd, er was kunstgeschiedkundig helemaal niks mee aan de hand. Ze bestonden namelijk stomweg niet meer. In dat standaardwerk van Gombrich, verplichte studiekost in mijn kunstacademietijd, kwam gewoon geen vrouwelijke kunstenaar voor. Geen enkele. Niente, nada, nichts! In geen enkele eeuw. Net zoals ook in een ander standaardwerk. ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van H.W.Janson dat vooral in de USA universitair wordt gebruikt. Hoezo wereldgeschiedenis?

Waren er in al die eeuwen dan helemaal geen bekende  vrouwelijke kunstenaars? Forget it, natuurlijk wel. De Italiaanse Giorgio Vasari, feitelijk de oervader van de kunstgeschiedenis, schreef in 1568 het legendarische ‘Le Vite’. Met levensbeschrijvingen van beroemde kunstenaars  uit zijn tijd. En wie stond daarin? Ene Sofonisba Anguissola.

schilderijen van Sofonisba Anguissola op de expositie
de tekening uit het dagboek van Anthony van Dijck

Tijdens haar kunstenaarsleven als La Grande Donna delle Pittura (de Grote Dame van de Schilderkunst) al zo beroemd dat onze 17e eeuwse Antwerpse schilder Anthony van Dijck haar tijdens een reis door Italië in 1624 nog bezocht. In zijn dagboek van toen heeft hij zelfs een hele pagina aan haar gewijd. Met een tekening erbij! Ook maakte hij nog een olieverfportret van haar.

Maar begin 20e eeuw? Sofonisba had blijkbaar nooit bestaan. Net als andere in de 16e, 17e en 18e eeuw beroemde vrouwen in de kunst. Want door mannen geheel weggeschreven in de loop van de 19de eeuw. Vrouwelijke grote kunstenaars? In hun mannelijke psyche kon dat niet!  Gewoon weg ermee. Klinkt dat misschien gechargeerd? Mogelijk, maar ’t is wel de harde waarheid. Pas in een herziene 5e druk van het universitaire boek van Janson wordt in 1990 voor het eerst weer aandacht aan vrouwelijke kunstenaars gegeven. En nu is er in de kunst en museumwereld gelukkig een duidelijke beweging gaande waarin die ‘vergeten’ vrouwen uit voorgaande eeuwen eindelijk weer de aandacht krijgen die ze verdienen. Zoals in Gent bij die expositie ‘De dames van de Barok’.

Sofonisba Anguissola, Zelfportret met haar twee zuster en een dienster bij het schaakspel
Lavinia Fontana, Zelfportret
Lavinia Fontana, Minerva dressing, het eerst bekende naaktportret geschilderd door een vrouw

Daar hingen nu schilderijen in het echt waarvan ik destijds alleen de plaatjes kende toen ik voor het Magazine mijn Kunststukjes schreef. Geweldig om die nu in werkelijkheid te zien. En geweldig ook dat ze in Gent die werken uit allerlei museale en particuliere verzamelhoeken hebben kunnen lospeuteren. Zoals ook die van Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, Maria Magdalena
Artemisia Gentileschi, De onthoofding van Holofernes door Judith (met zijn hoofd in de mand gedragen door haar dienster)
bij een schilderij van de Gentse caravaggist Jan Janssens (1590-1650)

Echt een kunstheldin van mij en, in mijn ogen, één van de beste caravaggisten. Die navolgers van de onnavolgbare Caravaggio (1573-1610) die tijdens zijn korte leven een geheel nieuwe schildertrend inzette. Een trend die nu heel goed in het Centraal Museum van Utrecht is te bekijken. Bij de tentoonstelling ‘Utrecht, Caravaggio en Europa’. Daar ga ik dus beslist ook heen. Met vast ook een schrijfsel daarover hier. En reken ook maar op meer stukjes over de vrouwen die nu eindelijk aan het terugkeren zijn in de kunstgeschiedenis. Dankzij de inzet van vele onderzoeksters die daar sinds de jaren 70 hun feministische schouders onder hebben gezet.  Mooi toch dat die nu de mannen kunnen helpen de kunstgeschiedenis te herschrijven? Niet dus HIStory maar HERstory. Tot volgende week.

TOOS

Nieuwjaarswens


Een nieuw jaar met een per definitie onbekende toekomst. Een nog lege ruimte die we met z’n allen moeten gaan vullen. Met idealen, met voornemens, met gedachten, met vrienden, met gezamenlijkheid. Waarbij dat laatste onontbeerlijk is om een samenleving als de onze op een goeie manier draaiende te houden. Een nog lege ruimte met daarbij een poort om te gaan ontdekken wat er aan de andere kant op ons wacht. Vrede, onvrede, blijdschap, verdriet, vriendschap, liefde? Zoals gezegd, de toekomst is per definitie onbekend.

Maar één ding is wel zeker. Namelijk dat ik, samen met levensgezel, ieder een mooi en vanzelfsprekend kunstig 2019 toewens met veel inspiratie, gezondheid, vriendschap en liefde.

TOOS

PS De TOOS-doodle die hierbij als illustratie dient, heb ik gemaakt op mijn iPad. Hoe dat werkt? Op mijn YouTube kanaal staat een filmpje hierover. Kijk maar eens bij https://youtu.be/6p-vqugh4L8 of klik gelijk op onderstaand video.