Nog net geen Tour de France maar al wel de 6e etappe van mijn Tour de Dante


De Tour de France begint aanstaande zaterdag, maar ik heb er al vijf etappes opzitten in mijn persoonlijke Tour de Dante. De resultaten? Gewoon even klikken op etappe 1, etappe 2, nummer 3, nummer 4 en 5.Nu dus nummertje zes.

Stel dat ik de Italiaanse taal machtig was en stel dat ik in zo’n praatgraag gezelschap Italianen de kans zou krijgen te beginnen met de zin “Nel mezzo del cammin di nostra vita“, dan schat ik de kans zeer groot dat velen direct, misschien wel in koor, invallen met

mi ritrovan per una selva oscura

ché la diritta via era smarrita“.

Want zo begint de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri, en zo hebben ze dat er op school allemaal in moeten stampen. Ter ere van hun grote dichter. Toch maar even in het Nederlands:

“Op ’t midden van ons levenspad gekomen

kwam ik bij zinnen in een donker woud,

want ik had niet de rechte weg genomen.” (vertaling Cialona en Verstegen)

de eerste van de reeks illustraties die Gustave Doré maakte voor de Divina Commedia: het ontwaken van Dante in het donkere woud

Hoe zou dat gaan in een Nederlands gezelschap bij het reciteren van de eerste regels van ons waarschijnlijk toch wel bekendste gedicht “Wilhelmus van Nassauwe ben ik, van Duitsen bloed,”? Zou iedereen dan gelijk invallen met “den vaderland getrouwe blijf ik tot in den doet. Een Prinse van Oranje …….. enz “? Ik heb zo mijn grote twijfels. Maar ja, de Italianen zijn nu eenmaal gekker en trotser met hun Dante dan wij met Filips van Marnix van Sint-Aldegonde(1540-1598), de vermoedelijke schrijver van ons volkslied. In Italië hebben de geleerden zelfs uitgedokterd dat Dante aan zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs begon op exact 25 maart 1300. Best knap bij zo’n volstrekt  imaginaire reis! Maar ja, kwestie van stand van de zon en de sterren zoals Dante die in het begin beschrijft. Nu is die datum zelfs officieel tot de jaarlijkse Dantedi, Dantedag, verklaard.

Ook dus de dag waarop in Italië dit jaar het Dante700 herdenkingsjaar begon. Terwijl hij toch echt pas komende 14 september 700 jaar geleden stierf. Maar ach,de duivel Lucifer zit bij Dante toch pas helemaal onderin de donkerste, stinkendste krochten van de laatste en negende cirkel van de Hel, het Inferno. Dus ’t duurde wel even voordat Dante hem daar kon aanschouwen. En geldt niet ook jede Konsequenz führt zum Teufel?

detail

Bovenstaande afbeelding van het Inferno door de beroemde renaissanceschilder Sandro Botticelli(1445-1510) is er een die hij maakte voor een unieke uitgave van de Divina Commedia. Maar hij was, heel voorzichtig uitgedrukt, niet echt de enige die zich liet inspireren door Dante’s verhaal. In de vorige etappes van mijn Tour de Dante heb ik er ook al enkele van mijn eigen schilderijen bij gehaald. Maar ik maakte er nog wel een paar meer. Dus waarom niet eens heel hovaardig die combineren met bekende museumstukken van echt beroemde kunstenaars?

Toos van Holstein, Beatrice (olieverf)

Hier een van mijn interpretaties van Dante’s onbereikbare en vroeg gestorven liefde Beatrice als hij haar uiteindelijk mag aanschouwen in het Paradijs samen met het beroemde schilderij ‘Dante and Beatrice’ uit 1883 van de Engelsman Henry Holiday (1839-1927). Waarop Beatrice straal voorbij loopt aan Dante bij de Ponte di Santa Trinita in Florence. Holiday baseerde zijn olieverf trouwens op Dante’s autobiografische boek ‘La Vita Nuova’ uit 1294.

Dante wordt op zijn reis door Hel en Purgatorium (Louteringsberg) vergezeld door de Romeinse schrijver Vergilius, zeer bewonderd door Dante. Edgar Degas(1834-1917) maakte in 1858 een schilderij over hun ontmoeting bij de ingang van de Hel. In mijn interpretatie zijn ze al een poosje samen op stap.

Edgar Degas, Dante en Vergilius bij de ingang van de Hel
Toos van Holstein, Dante en Vergilius in het Purgatorioum (olieverf)

Salvador Dali, ja, vanzelfsprekend ook hij, heeft zich helemaal uitgeleefd op de Divina Commedia. Met zo’n 100 aquarellen die hij daarvoor in de jaren 50 van de vorige eeuw maakte. Hier één over het Paradijs in combinatie met mijn olieverfschilderij ‘Dante en Beatrice’, ook in Paradijselijke uitvoering natuurlijk.

Salvador Dali
Toos van Holstein, Dante en Beatrice (olieverf)

En ook nog even dat prachtige schilderij van Bronzino (1503-1572): Dante afgebeeld met zijn Divina Commedia met op de achtergrond de zeven ommegangen hoge Louteringsberg. Eén voor elke hoofdzonde. Mijn olieverf Purgatorium laat wat meer te raden over.

Toos van Holstein, Purgatorium (olieverf)

Of het aantal etappes in deze Tour de Dante nog groter wordt? Dat zou zomaar kunnen. In 2017 nam mijn Franse galerie Quadrige (Nice) deel aan de Triënnale Mondiale de l’Estampes in Chamalières, een voorstad van Clairmont-Ferrand. Met het exposeren van onder andere mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia.

toch niet de minste namen bij die Triënnale Mondiale de l’Estampes : Braque, Chagall, Miro, en dus ook Toos van Holstein, maar die ontbreekt nog op deze affiche

En zoals ’t er nu naar uitziet, gaat dat komende september/oktober opnieuw gebeuren. In Perugia, de prachtige middeleeuwse hoofdstad van de Italiaanse provincie Umbria. Dat wordt dan allicht een etappe Middelburg-Perugia. Tot volgende week.

TOOS

Geen Gordiaanse maar een Musiomse knoop in Amersfoort


Alexander de Grote en de Gordiaanse knoop

Alexander de Grote wist ’t wel bij die onontwarbare kluwen van de beruchte Gordiaanse knoop. Hup, zwaard erbij en doormidden klieven dat ding! Niet bijzonder elegant, wel effectief en ook goed voor een verhaal dat de eeuwen kon overleven. Die Musiomse knoop echter is er één van nu en bestaat alleen in mijn fantasie. Als een warboel van vervlochten stukken touw met uitstekende losse eindjes. Wel gelabeld. Zoals met Musiom, academie,Poen de Wijs,Egypte, Ikarus, Hans Koch, Steendrukmuseum, Margot Homan,Cultuuriconografische Symboliek, 10 voor een examen en nog zo wat.  Voor de ontwarring neem ik je mee naar het Musiom in Amersfoort. Naar de expositie ‘Herkenning in Vervreemding’.

screenshot van de website van het Musiom

Dat Musiom (https://musiom.art/) is eigenlijk nog maar een kleutertje  in de Nederlandse museumwereld, nog geen drie jaar oud. Maar van het begin af aan een bijzonder museum. Ik schreef er hier vorig jaar al eens over vanwege een tentoonstelling met ook schilderijen van mij. En ik schreef er opnieuw  over afgelopen februari  in verband met een expositie die open zou zijn gegaan maar dat toen toch maar niet deed. Corona, weet je wel. Dat is die ‘Herkenning in Vervreemding’. Een tentoonstelling waarin mijn te vroeg overleden kunstgenoot Poen de Wijs een belangrijke rol kreeg toebedeeld. Maar vanaf 5 juni mochten eindelijk de toegangsdeuren weer van het slot. Reden voor mij om nu met die Musiomse knoop aan de gang te gaan.

Poen de Wijs leerde ik kennen omdat ik ooit in Egypte de man tegenkwam die in dit blog regelmatig opduikt als levensgezel en omdat Poen een goeie vriend van levensgezel was. Poen bleek een zeer aimabele kunstcollega en geen conculega, want hij was altijd bereid om zijn kennis van het kunstvak en ervaring in het kunstenaarsbestaan met anderen te delen. Een ongebruikelijk verschijnsel in de kunstwereld. Daardoor kwam ik ergens bij een kunstevenement ook beeldhouwer Margot Homan tegen. Mij van naam wel bekend maar niet als persoon. En wie stond er aan de zijde van Margot? Haar man Hans Koch. Wist ik veel dat ik op die manier na jaren nog eens mijn oude academiedocent in het vak Cultuuriconografische Symboliek opnieuw zou tegenkomen? En wist ik veel dat hij bij het horen van mijn naam gelijk wist dat hij mij ooit die 10 had gegeven voor het examen in zijn vak. Want die gaf hij maar verrekte weinig. Kijk, zoiets schept natuurlijk gelijk een klik die bij een later treffen nog weer eens bevestigd werd.

deel van de expositie

Dus hoe mooi is ’t dat Margot Homan met haar prachtige beelden in brons en marmer nu mede-exposant van Poen is in ‘Herkenning in Vervreemding’. En dat er een actieportret hangt van haar, geschilderd door Poen. En dat er haar marmeren beeld ‘Ikarus’ staat waarvan ik bij levensgezel thuis sinds het overlijden van Poen in 2014 de bronzen versie kan bewonderen.

portret van Margot Homan, geschilderd door Poen de Wijs

op de voorgrond het marmeren beeld Ikarus van Margot Homan

Een beeld dat eerst jaren het huis van Poen sierde maar het afscheidsgeschenk van Poen’s weduwe Marleen werd aan levensgezel toen ze uiteindelijk verhuisde naar Frankrijk. Zo zie je dus hoe allerlei kunstlijnen in die expositie in het Musiom met elkaar verweven zijn.

een paar foto’s van de expositie

Maar dat is nog niet alles! Want wie zit er sinds kort in het bestuur van de stichting die het Musiom beheert? Ene Frank van Oortmersen. De man in het midden op onderstaande foto.

overhandiging van mijn steendrukken aan toenmalig directeur Frank van Oortmersen van het Nederlands Steendrukmuseum

De man die toen directeur was van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard en die ik daar van elk van de door mij gemaakte steendrukken een exemplaar overhandigde voor de collectie van het museum. De man die dat museum grandioos op de kaart wist te zetten, de man met wie ik nog steeds een goed contact heb en de man die nu het Musiom bij gaat staan. Prachtig toch?

nog wat foto’s

dwalend over de etages en door de gangen van het Musiom vind je ook een schilderij van mij uit de museumcollectie, gecombineerd met beelden van Margot

hoe zit dat nu precies?

Poen gecombineerd met abstract

doorkijkje naar de beeldenbinnenplaats van het Musiom

Dus zeg nou zelf, is de Nederlandse kunstwereld nu groot of is die klein? Of is die groot in het kleine? Je antwoord kun je mailen naar toosvanholstein@xs4all.nl. Levensgezel heeft me beloofd de goede antwoorden op een zo partijdig mogelijke manier eruit te zullen zeven.

En wat betreft de expositie? Die duurt nog tot half november (toegankelijk met de museumkaart) en is absoluut de moeite waard. Wat zou ’t trouwens mooi zijn als bijvoorbeeld ook Museum MORE, dat bekende en vooral aan het Nederlands realisme gewijde museum in Gorssel, ooit ook een hommage aan Poen de Wijs zou brengen. Zijn kunst verdient dat voor de volle 200%. Van Museum Musiom naar Museum MORE, bekt dat niet lekker?Tot volgende week.

TOOS

We mogen weer los, zelfs van de niet zo cultuurminnende Hugo de Jonge


Op een of andere manier is er vanmorgen vermoedelijk iets fout gegaan bij het verzenden van dit blog waardoor ik denk dat een deel van mijn lezers deze aflevering niet in hun IN-vak heeft zien ploffen. De enige oplossing die ik hiervoor kan verzinnen is om alles nog een keer te versturen. Niet echt elegant, maar ’t is niet anders. Dus sorry als je dit vandaag al eerder hebt gekregen. TOOS

Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur

Stel nou eens dat ik in 1994 niet zomaar spontaan voor drie maanden in het Zuid-Franse kunststadje Sint-Paul-de-Vence was neergestreken. Zou ik dan nu hebben meegedaan aan de groepsexpositie ‘Homerus-Ilias & Odyssee’ bij Galerie WiekXX in het Groningse Bad Nieuweschans.

Bad Nieuweschans

Bad Nieuweschans

Zoals de Romeinen dachten dat Homerus er uit zou zien

Ik hoor gelijk al weer levensgezel met zijn gevleugelde woorden ‘Toos, als ik nog een broer had gehad, zou die dan bruine bonen hebben gelust?’. Met in dit geval nog als extraatje ‘Toos, we weten helemaal niet of die Homerus van jou wel echt heeft bestaan!’. In dat laatste heeft hij trouwens helemaal gelijk. Want ‘de geleerden’ zijn het daar met elkaar beslist niet over eens. Heeft er wel een Homerus geleefd? En zo ja, heeft hij dan de Ilias en Odyssee zelf geschreven of heeft hij alleen allerlei verhalen verzameld? En zo ja, kon hij ze wel opschrijven want misschien was hij wel blind. En zo ja …, nou ga maar door. Vroeg-Griekse dichte mist tot en met.

Maar in die beginzin van hierboven zitten wel degelijk oorzaak en gevolg. Want door mijn verblijf in Saint-Paul ontstond het contact met Jean-Paul  Aureglia, nog steeds mijn galerist van Galerie Quadrige in Nice. En door Jean-Paul  ging ik de Ilias en de Odyssee lezen. Van voor naar achter en weer terug. Want hij had zichzelf een heilig levensdoel opgelegd. Namelijk het uitgeven van nieuwe drukken, geïllustreerd door ‘zijn’ kunstenaars, van wat hij als de fundamenten van onze Westerse beschaving beschouwt. Die werken van Homerus en de Divina Commedia van Dante. Maar ook de Legenda Aurea, op z’n Frans La Légende Dorée, van Jacques de Voragine (1228-1298). In het calvinistische Noorden minder bekend dan in het katholieke Zuid-Europa. Een heel persoonlijke keus natuurlijk, maar wel een die mij heeft beïnvloed. Want nu doe ik dus mee met die groepsexpositie over Homerus in dat noordelijk gebied van Nederland bij de Waddenzee. Waarvoor een reclamebureau ooit de toeristische leus ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht.

Of de soldaten bij de Slag van Heiligerlee dat op 23 mei 1568 ook beseften, betwijfel ik ten zeerste.

de slag bij Heiligerlee

Maar op weg naar Nieuweschans vorige week om mijn werk voor de expositie te brengen, had ik toch even die absurde associatie. Want begon daar, zo’n dikke tien kilometer ten westen van Nieuweschans, volgens de geschiedenisboekjes niet officieel onze Tachtigjarige Oorlog? Met een overwinning van het Staatse leger, vooral bestaand uit huurlingen,op die vuige katholieke Spanjaarden? Dat daarvoor al wel wat nederlagen waren geleden tellen we voor onze eigen Hollands Glorie natuurlijk niet mee. Die tachtig jaar kun je beter beginnen met een overwinning en die bij Heiligerlee was de eerste. Historisch gebied dus, daar op dat Groningse platteland. Net zoals de oude vestingplaats Nieuweschans zelf.

eerst ingeladen in Middelburg en weer uitladen in Bad Nieuweschans

Een plek vol geschiedenis dus waarbij zowel  Homerus als zijn Ilias, met het 10-jarig beleg van Troje en dat bekende paard, als zijn Odyssee, met de avonturen en heldendaden van Odysseus, heel goed aansluiten. Net zoals dus mijn Homerus-kunstwerken en die van andere bekende kunstgenoten als Sam Drukker, Annemarie de Groot, Candace Charlton, Dick Aerts, Clary Mastenbroek en Jannes Koetsier. En ook net zoals mijn steendruk over de Ilias die ik na de opening van de expositie op 6 juni mocht overhandigen aan opener Jacqueline Klooster, docent aan de Faculteit der Letteren van de Groningse Universiteit.

die steendruk over de Ilias

Want het leuke van het maken van zo’n steendruk als voor de Iliade bij Jean-Paul is dat je als kunstenaar ook zelf altijd een klein aantal zogenaamde EA’s in bezit krijgt. Dat staat voor épreuve d’artiste en daarmee mag je doen wat je wilt. Zoals dus cadeau geven als blijk van waardering aan iemand die heel duidelijk veel wist van die óf werkelijk bestaand hebbende óf mogelijk imaginaire Homerus.

enkele van mijn ‘Homerus-schilderijen

geïnteresseerden in de Franse uitgaven van de Ilias en de Odyssee

Toos van Holstein, Sirène (n.a.v. een van de verhalen uit de Odyssee)

de beeldentuin van WiekXX

Op dus allemaal naar Nieuweschans, naar WiekXX. De galerie die al snel na de start in 1977 er één van faam werd in heel Nederland en die naam nog steeds heeft. Nu gesitueerd in de woonboerderij met beeldentuin van Henriëtte Mulder en Frans Boersma.

Neem bij je bezoek ook gelijk nog even Boertange mee. Ook al zo’n vestingdorp dat we te danken hebben aan die Tachtigjarige Oorlog.

Boertange

Of waarom niet het Groninger Museum? Dat mocht ten slotte na zes maanden sluiting afgelopen weekeinde ook weer open van minister Hugo de Jonge. Je weet wel, die man van ‘je hoeft niet naar het theater, je kunt thuis ook een mooie DVD opzetten’. Als kunstenaar vind ik dat die volkomen belachelijke, bizarre, çultuuranalfabetische en schrijnende uitspraak van hem niet vaak genoeg kan worden herhaald. Bij deze dus. Tot volgende week.

TOOS

Hoe King Henry VIII er voor zorgde dat ik met Dante en ‘Man on his Way’ in Londen kwam


Een paar weken geleden fietste ik ineens van mijn voorgenomen Dante-padje af door de Giro d’Italia. Overigens wel vanwege diezelfde Alighieri, Dante Alighieri. Want de uiteindelijke Giro-winnaar Bernal kan nu zalig slapen in een nieuw, roze pyjamashirtje met aan de binnenkant van de kraag de tekst ‘Disposto a salire alle stelle‘. ‘Gereed om naar de sterren op te stijgen.’ Lees hier maar na hoe dat alles in elkaar steekt. Maar nu ga ik me, zoals dat blijkbaar in wielertermen heet, herpakken. Voor die al  geplande etappe Franeker-Londen in mijn eigen Giro di Dante. Waarom Franeker daarin als startplaats fungeert,  is weer hier te vinden.

de City van Londen

De titel van mijn expositie daar in de Franeker Martinikerk, ‘De Mens op Weg’, is overigens wel frappant van toepassing. Want hoe kwam ik, mede met Dante in mijn  gezelschap,in Godesnaam terecht in Londen met de tentoonstelling ‘Man on his Way’? In de City nog wel. In die beroemde en beruchte Square Mile van banken en te duur betaalde directeuren, in de Dutch Church op een paar honderd meter van de Bank of England? Een Dutch Church, daar op die plek? Jazekers! En zelfs de aller, allereerste protestante kerk van Nederland.

oude afbeelding van de Dutch Church in Londen
het beroemde portret van Hendrik VIII, door hofschilder Hans Holbein de Jongere

Daar zit natuurlijk een verhaal aan vast. Een geschiedenisverhaal waarvoor ik even flink wat eeuwen terug moet. Naar King Henry VIII, naar Koning Hendrik VIII van Engeland, koning van 1509 tot 1547. Vooral bekend door zijn zes echtgenotes waarvan hij er twee liet onthoofden. Maar ook de man die ten eigen huwelijksfaveure ervoor zorgde dat Engeland zich uitwurmde onder de invloed van de almachtige Kerk van Rome en daardoor aan de basis stond van de oprichting van de Anglicaanse Kerk. De man die Roomse kerken en kloosters confisqueerde en daaraan een leuke belastingcent overhield. En de man die daardoor min of meer ongewild een steunpilaar werd voor de vele protestantse oproerbewegingen op het Europese vasteland. Je weet wel, Luther en zijn 95 stellingen (1517), Calvijn, hagenpreken, vervolgingen, inquisitie, brandstapels enz. Woelige tijden. Toch wel fijn, die vreedzame EU van tegenwoordig.

Om heel veel maar even heel kort samen te vatten, in 1550 kregen vervolgde, gevluchte protestanten uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden een deel van zo’n geconfisqueerde kerk toegewezen. Henry’s zoon en opvolger Edward VI schonk de Austin Friars Church in Londen aan die vluchtelingen en aan Nederlandse ex-pats avant la lettre. Want hoezo zou ‘buitenlandse werknemers’ alleen iets van deze tijd zijn? Hollandse brouwers, wevers, kunstenaars en allerlei andere vaklui gingen eeuwen geleden de Oost-Europeanen van nu al voor naar Engeland. Brexit? Hoezo?

Edward VI schenkt de permissie om in 1550 een congregatie voor Europese Protestanten op te zetten in Londen, schilderij toegeschreven aan Johann Valentin Haidt (1700-1780)
nog een paar oude foto’s van de Austin Friars Church

Die eerste protestante Nederlandse kerk werd in ons land zelfs heel lang aangeduid als ‘de Moederkerk’. En in die Moederkerk mocht ik dus in 2006 exposeren. Omdat de toenmalige dominee ervan mijn ‘De Mens op Weg’ in Franeker had bewonderd en gelijk dacht ‘maar dat wil ik ook in Londen’. Zogezegd zogedaan, want mij leek dat ook geen onaardig idee. En Dante hoefde ik niet te vragen, die was al een poosje dood.

ik zit even bij te komen in de voortuin van de Dutch Church
een wat ruimere blik op de kerk
een kijkje binnenin, vlak voor de opening van de expositie

Maar bovenstaande foto’s geven wel aan dat er sinds 1550 toch wel iets met die kerk was gebeurd. Om nou te zeggen dat die er nog middeleeuws uitziet? Nee, niet echt. Dat is de schuld van Hitler. In oktober 1940 werd de Dutch Church, net als veel andere gebouwen in Londen, door Duitse bommen compleet vernietigd. Maar in 1954 stond er weer een hele nieuwe, op dezelfde historische plek.

schilderij dat de officiële opening van het nieuwe kerkgebouw weergeeft

En daar dus vond op 5 maart 2006 de opening plaats van mijn ‘Man on his Way’. Met de Nederlandse ambassadeur als eregast. Samen met eigenlijk  ook Dante. Want zijn Divina Commedia lag ten slotte ten grondslag aan een aantal schilderijen daar.

in gesprek met de Nederlandse ambassadeur in Londen bij de vernissage van ‘Man on his way’
nog wat foto’s van de opening

Toch nog even terug naar de niet zo brave Hendrik. Want die man is uitermate boeiend net als de tijd waarin hij leefde en die hij ook sterk beïnvloedde. Door mijn tentoonstelling in Londen ben ik me er veel meer voor gaan interesseren en dus over gaan lezen. Zo schreef de Hilary Mantel een prachtige roman-trilogie over onze Henry en zijn raadsman Thomas Cromwell (Wolf Hall, Het boek Henry, De spiegel & het licht). Ze kreeg er zelfs twee keer de zeer begeerde Booker Prize voor. Maar ook verslind ik elk nieuw deel in de serie over de gebochelde Londense advocaat Matthew Shardlake van schrijver C.J.Sansom. Een fictief karakter dat spannende avonturen beleeft binnen een historisch volstrekt verantwoord raamwerk van historisch gegevens en feiten. Echt meeslepende verhalen. Dikke pillen met waar voor je geld. Ze beginnen nu ook, zo zag ik, in Nederlandse vertalingen te verschijnen. En met Dante ben ik ook nog steeds niet klaar. Tot volgende week.

TOOS