Categorie archief: cultuur

Kathedralen en gotiek, maak mij er maar wakker voor!


Met z’n allen zijn we gek op top zoveel lijstjes. Ga maar na. Tussen Kerst en de klokslagen van Oudjaar natuurlijk die Top 2000 van onvergankelijke hits op de radio. Of de wekelijkse Mega Top50. Maar vlak ook de ‘Top100 grootste superjachten ter wereld’ niet uit. Of de ‘Top100 leukste Kerstfilms’ en de ‘Top10 Magische Weetjes over Eenhoorns’. Ooit gehoord trouwens van de ‘Top10 Psychologische trucs om ervoor te zorgen dat iedereen jou leuk vindt’? Zoek die maar gauw op.

kathedraal in Chartres

Zo hebben levensgezel en ik al jaren onze ‘Top5 Kathedralen’. Maar dan wel die uit de tijd van de gotiek, grofweg vanaf 1100. Prachtig wat er toen met nieuwe architectonische bouwmethoden en pure menskracht gemaakt is. Groter, hoger en ruimtelijker was het streven. Met daarbij prachtige beeldhouwkunst en fresco’s om de bijbel voor de zeer vele analfabeten tot leven te brengen. Zodra een aantal eeuwen later de overdadige barok erin sluipt, haken we echter af. Nee, die middeleeuwse gotiek, dat is ’t helemaal! Al jaren staat daarbij voor ons de kathedraal van Chartres bovenaan. Net zoiets als Bohemian Rhapsody van Queen in die Top2000. Ook niet weg te branden. Maar daaronder wijzigt nog wel eens wat, afhankelijk van nieuwe ‘ontdekkingen’.

de kathedraal van Orvieto

Vorige week schreef ik al over mijn verblijf onlangs in de streken van Toscane en Umbrië. Daarbij stond ook een bezoek aan het ons nog onbekende Orvieto op het program. Oud en ommuurd, gebouwd op een steile vulkanische bult. En gezien de alom geprezen 14de eeuwse kathedraal moest dat bezoek er een keer van komen. Nou, volkomen terecht, dat prijzen. À la Max Verstappen stoof die Cattedrale di Santa Maria Assunta met topsnelheid direct onze Top5 in. Alleen al die ligging op dat grote stadsplein! Met natuurlijk die afwisselend witte en zwarte stroken die de Italiaanse gotiek zo speciaal en prachtig maakt. Zeker als de zon er op staat te stralen. Maar de kleurige mozaïeken en overweldigende beeldhouwreliëfs op de voorgevel maakten er gelijk iets unieks van. En toen moest de binnenruimte nog komen.

van onder naar boven het verhaal van bijbelboek Genesis
Adam, Eva en de Slang in het Paradijs
de Dag des Oordeels met de verwijzing van de zielen naar hel of hemel

 Aan de eigenlijk veel te beperkte keus van foto’s hoef ik niet veel toe te voegen, die plaatjes spreken voor zich. De beroemde fresco’s van Lucca Signorelli (1450-1523) in een van de zijkapellen daarentegen verdienen meer toelichting. Bekende Renaissance-kunstenaars als Fra Angelico en Benozzo Gozzoli gingen hem er vijftig jaar eerder al voor, maar konden hun werk niet afmaken. Dat gebeurde pas rond 1500 door die Signorelli. Met grote, indrukwekkende schilderingen over de Antichrist, de Apocalyps en de Dag des Oordeels. Die dag waarop alle doden herrijzen uit hun graf en samen met de levenden hun definitieve oordeel krijgen: hemel of hel. Een heel druk dagje dus en een zeer populair item destijds (zie ook de foto daarvan hierboven van de voorgevel). Niet alleen toen trouwens. Als ik ’t goed begrijp is dat idee van de Apocalyps en de Doomsday ook behoorlijk populair bij de tegenwoordig zo invloedrijke evangelicals in de Verenigde Staten. Echt iets om blij van te worden! Maar dat terzijde.

Signorelli, de Antichrist
Apocalyps en Dag des Oordeels

Signorelli heeft zich in ieder geval als kunstenaar helemaal kunnen uitleven in de paar jaar dat hij met die fresco’s bezig was. Toch mooi dat Doomsday nog niet is geweest.  Nu kon ik ten minste nog volop genieten van die topkunst van hem en alle andere prachtige zaken in het interieur. Zoals de kleurrijke kapel met het doek van het Mirakel van Bolsena.  Een heel ander prachtig katholiek sprookje

kapel met fresco’s over het Mirakel van Bolsena

dat voor nu te ver voert

 Niet kerkelijk, maar ook interessant in verband met alles hierboven is het prachtige verhaal  ‘The Pillars of the Earth’ (Pilaren van de Aarde) van Ken Follett. Een historische roman over de bouw van een kathedraal in het Engeland van de 12de eeuw. Je krijgt er indirect heel veel mee over hoe dat destijds bij zo’n bouw toeging met al z’n ups en downs. Een absolute aanrader!

 

Welke de andere kathedralen in die Top5 zijn naast Chartres zul je je misschien nog afvragen? Nou, die van Amiens, Cordoba en Siena. Albi is vanwege Orvieto gezakt naar zes. Eigenlijk zijn ’t er dus maar vier en een half want de beroemde Mezquita van Cordoba is ten slotte ingebouwd in een grote Moorse moskee. En of de lijst definitief is? Zekers niet. Want er prijkt nog steeds een behoorlijke verzameling kathedralen op de to do-lijst. Ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Toeval, Roosevelt’s Four Freedoms en Karen Armstrong


met Karen Armstrong en mijn cadeau voor haar

‘God dobbelt niet’ zei ooit Albert Einstein in de discussie over een wetenschappelijke controverse tussen zijn relativiteitstheorie en de quantummechanica. Maar toeval bestaat wel, zeg ik dan, en soms kun je dat nog een handje helpen ook. Want wat wilde dat toeval?

Een paar weken geleden schreef ik over de Four Freedoms Awards die in Middelburg uitgereikt gingen worden op 16 mei. En dat vooral vanwege het boekje dat ik in 2016 maakte voor de ontvangers van die Awards in dat jaar. Een boekje in een oplage van slechts dertig exemplaren. Met daarin tien citaten van vorige laureaten, alle geïllustreerd met originele tekeningen. Niks geen reproducties, nee, elke keer weer opnieuw getekend. Eén van die citaten, ‘I no longer think that any principle or opinion is worth anything if it makes you unkind or intolerant‘, was van Karen Armstrong.

quote van Karen Armstrong en de tekening erbij van Toos van Holstein

Ooit non geweest, maar nu een over de hele wereld bekende Britse schrijfster die ’t als haar levensopdracht ziet om te schrijven en filosoferen over de grote religies die in de loop van duizenden jaren over ons gekomen zijn. Met de voor maar ook vele nadelen van dien. En wat wil nu het toeval? Karen, die zelf in 2008 de Award voor Godsdienstvrijheid kreeg, kwam naar Middelburg. Om daar diezelfde Award onder toeziend oog van Willem-Alexander, Maxima en Beatrix uit te reiken aan de laureaat van dit jaar, bisschop Paride Taban uit Zuid-Soedan.

Dus dacht ik ‘waarom dat toeval rond Karen Armstrong niet een handje geholpen’? Want na de uitreiking hield zij een lezing waarvoor ook ik was uitgenodigd. Het gevolg? Na die speech mocht ik haar op het podium mijn boekje  ‘Quotes by laureates of the Four Freedoms Awards 1982-2016, chosen and illustrated by Toos van Holstein‘ overhandigen. Best een eer zogezegd!

Ze bleek een heel aardige, toegankelijke vrouw te zijn met wie het zeer prettig praten was. Over religie natuurlijk. Daarbij bleken we ook nog eens heel aardig op één lijn te zitten in onze opvattingen. Zelf ben ik, net als zij, katholiek opgevoed maar heb ik niets meer met de kerk. Of dat betekent dat ik nu geheel zonder een vaag soort religieus gevoel zou zitten? Nee, die conclusie zou te ver gaan. Modern neurologisch hersenonderzoek suggereert trouwens dat er ergens een soort religieus centrum in ons brein zou zitten. Wat bij de een dan weer makkelijker te triggeren schijnt te zijn dan bij de ander.

Echt bijzonder en interessant om daar met zo’n autoriteit op dat gebied over te kunnen praten terwijl ze voortdurend dat boekje van mij onder haar arm geklemd hield. Of God nu wel of niet dobbelt, daarover hebben we ’t verder niet gehad. Wil je meer over Karen weten, dan zou je kunnen klikken op het volgende YouTube filmpje https://youtu.be/en1LpIu9lsI, een TED-lezing van haar. Wel in het Engels.

Mijn plan was om hier vandaag iets te schrijven over een korte vakantie van mij in Italië. Maar deze toevallige gebeurtenis was te speciaal om er geen voorrang aan te geven. Italië dus over zeven nachtjes slapen. Tot volgende week.

TOOS

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

Een must, Mr.Turner!


turner 01

Het was al heel lang mijn bedoeling om eens aandacht aan hem te geven, aan een van mijn absolute schildershelden. Maar toen ik afgelopen mei las dat de film” Mr. Turner” op het filmfestival van Cannes in première zou gaan, heb ik dat nog even uitgesteld. Eerst die film zien! Dat is nu dus gebeurd. En ik kan alleen maar zeggen ” een must, en niet alleen voor de kunstliefhebber”. Ga zien hoe de schilder William Turner((1775-1851), want die bedoel ik natuurlijk, magnifiek wordt gespeeld door Timothy Spall in die film “Mr. Turner” van de ook al zo bekende regisseur Mike Leigh.

Maar waarom ben ik zo gek op dat werk van Turner? In ieder geval omdat hij Venetië zo geweldig wist weer te geven in die zeer eigengereide stijl van hem. Ik ben verliefd op die stad, maar volgens mij was hij dat ook.

The Dogana and Santa Maria della salute, 1843
The Dogana and Santa Maria della salute, 1843

Kijk maar eens naar die vochtige atmosfeer, die zinderende warmte en vooral dat licht en die lucht! Dat is voor mij Turner ten voeten uit. Maar hoe komt iemand er toe in 1843 zo te schilderen, tegen alle heersende tradities in? Daar gaat natuurlijk een ontwikkeling aan vooraf. Want nog zo’n Venetiëschilderij uit 1834 (hieronder) zit veel traditioneler en braver in elkaar. Gewoon meer zoals ’t hoorde.

The dogana and San Giorgio maggiore, 1834
The dogana and San Giorgio maggiore, 1834

Daarom heb ik ook zo’n bewondering voor de eenling Turner. Hij durfde op latere leeftijd te schilderen zoals nog niemand dat ooit voor hem had gedaan. Dat hij op oudere leeftijd steeds excentrieker werd, heeft daar misschien wel mee te maken. Maar hoe dan ook, Turner heeft ons prachtig werk nagelaten.

Kijk nog maar eens naar de twee zeeschilderijen hieronder. De eerste uit zijn begintijd, de tweede duidelijk van veel later. Alle twee mooi, maar ik weet wel waar ik voor ga!

Fishermen at Sea, 1796
Fishermen at Sea, 1796
 Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth
Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth

En dan te bedenken dat het Impressionisme in Frankrijk nog tientallen jaren op zich zou laten wachten. Die stroming begon pas vanaf 1870 met het werk van Claude Monet en werd in eerste instantie door het publiek geheel en al verguisd. Zo in de trant van “wat een troep”. Maar vergelijk het schilderij waaraan die kunststroming zijn naam ontleent, Monet’s  “Impression, soleil levant”, eens met dat latere werk van Turner.

 Impression,Soleil levant, Monet,1872
Impression,Soleil levant, Monet,1872

Is ’t dan niet heel erg braaf? Dat maakt het allemaal nog verbazingwekkender. Nou is ’t wel zo dat juist die latere schilderijen van Turner ook veel minder werden gepruimd door het kunstminnende deel van het Victoriaanse publiek. De film suggereert dat de jonge koningin Victoria, toen ze zijn werk zag op de jaarlijkse Salon in Londen, haar koninklijk neusje er heftig voor optrok. Tja, en als de koningin dat doet? Verzet je maar eens tegen zo’n adellijke mening. In die zin is er in de wereld nog weinig veranderd. Verander bijvoorbeeld maar eens het woord” koningin” in dit verhaal door “museumdirecteur voor moderne kunst”. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Al het werk dat Turner nog bezat bij zijn dood liet hij na aan de staat: olieverven, heel veel aquarellen en gigantisch veel schetsen.  Vandaar dat het Tate Britain in Londen nu een geheel eigen vleugel heeft voor Turner. Toen ik daar een aantal jaren geleden meer van zijn aquarellen zag, begreep ik ook zijn olieverfschilderijen beter. Kijk maar eens naar “Uitbraak van de Vesuvius”. Dat is dus echt een aquarel op papier en geen olieverf op doek.

Eruption of Vesuvius, 1817
Eruption of Vesuvius, 1817

Turner kon zijn aquareltechniek dus heel goed overbrengen op zijn olieverfschilderijen. En dat is zondermeer knap. Maar die schilderijen bewonder ik toch het meest. Daarom nog maar een paar.

Burning of the House of Lords, 1834
Burning of the House of Lords, 1834
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway

turner 11

En dat laatste schilderij? Abstracte kunst? Die bestond nog helemaal niet,dat kwam pas in de 20ste eeuw! Overigens, dit is ook het enige schilderij dat we van Turner in Nederland in een museum hebben. In de Fundatie in Zwolle. En laten die Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe nu dit jaar samen een grote expositie organiseren rond Turner! Turner is dus hot. Maar eerst “Mr.Turner” gaan zien. En wordt het geen tijd dat we in Nederland nu ook eens zo’n prachtige film over Rembrandt maken? Onze eigen gigant die al weer ver voor Turner revolutionair bezig was en prachtig speelde met licht en verf. Tot volgende week.

TOOS

Boeddha’s, nog meer Boeddha’s en dan nog veel meer


Boeddhabeelden
Boeddhabeelden

Boeddha 2 In het Frans hebben ze er twee mooie woorden voor om het verschil aan te geven: artiste en artisan. Kunstenaar en ambachtsman/maker. Is bijvoorbeeld een architect of ontwerper nu een artiste of een artisan? Er lopen heel wat beroemde architecten en designersego’s rond die zichzelf graag onder de eerste categorie geschaard zien, maar ik neig toch meer naar die tweede.  Omdat voor mij kunst en emotie sterk met elkaar verbonden moeten zijn en de artisan veel meer bezig is met gebruiksfuncties. Maar ja, de scheidslijn is soms dun.

Bij mijn reis door Laos en Cambodja werd ik weer eens met dat dilemma van “is het kunst of is het prachtig vakwerk” geconfronteerd. Want je komt daar natuurlijk heel veel Boeddhistische tempels tegen met daarin dus heel veel beelden van Boeddha. En niet alleen in die tempels, vanzelfsprekend ook daarbuiten. Je kunt er zelfs wel eens een beetje Boeddha-moe van worden. Hoeveel honderden miljoenen Boeddhabeelden zouden er in de loop van de eeuwen niet zijn geproduceerd? Allemaal in een beperkt aantal voorgeschreven houdingen. Toch is er dan af en toe ineens weer een beeld dat er uitspringt, dat je door uitvoering en kleur raakt. Het over-overgrote deel is alleen maar artisan-werk, maar is dat af-en-toe beeld dat je raakt dan kunst?

Boeddha 3Boeddha 4Boeddha 5Boeddha 6Boeddha 7Boeddha 8

Boeddha 9 Ik ben er voor mijzelf niet uit omdat de scheppers van die beelden zo sterk aan voorschriften zijn gebonden. Heb je voor het maken van kunst niet veel meer vrijheid nodig? Waarom maakten in de 15de eeuw in Vlaanderen de zogenaamde Vlaamse Primitieven als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memling de prachtigste werken? Kort door de bocht geformuleerd omdat ze voor een rijke burgerij konden werken en als kunstenaar niet meer alleen van opdrachten van de kerk afhankelijk waren. En geldt datzelfde niet ook voor de opkomst van de Renaissance in  Florence? Ook in die 15de eeuw.

 

Hoe dan ook, ik kwam op mijn tocht in Zuidoost Azië heel veel Boeddha’s tegen en heb daar dus ook heel veel foto’s van. Oordeel zelf maar aan de hand van de selectie hier. Is het werk van een artiste of van een artisan?

Boeddha 10

Boeddha 11Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Ouwe Rockers en Krasse Knarren


Af en toe een intens toneelstuk, een mooie opera of een stevig rockconcert, geen probleem. Ik mag dan van professie wel beeldend kunstenaar zijn, maar mijn liefde voor de kunsten gaat echt wel een stukje verder dan dat. Allerlei cultuuruitingen kunnen mij enthousiast maken als er maar gewerkt wordt met inzet, passie, creativiteit en het broodnodige vakmanschap. Zoals dus ook bij opera of rock, hoe tegenstrijdig dat misschien voor sommigen dan ook mag lijken. Beide soorten muziek kunnen mijn zieltje raken.

Net zoals bij de beeldende kunst trouwens. Ik kan genieten van zowel abstracte schilderkunst als van fijnschilderen, terwijl ik mezelf op het schildersdoek toch vooral uit in expressionistische figuratie. Als je maar kunt zien en voelen dat je geen amateuristisch of charlatangedoe voor je neus hebt dat probeert zichzelf groter te maken dan het is. Er moet creativiteit en echte professionaliteit aan te pas zijn gekomen.

De jonge Golden Earring
De jonge Golden Earring

Vanwaar deze gedachtekronkels? Omdat ik afgelopen zaterdag bij een concert was van een stelletje ouwe rockers dat ‘t al heel lang samen uithoudt. Als band vanaf begin jaren 60 en in de huidige samenstelling, als toen nog jonge rockgoden, vanaf 1970. Met natuurlijk wel de nodige ups en downs zoals dat bij die roerige wereld van sex, drugs and rock and roll hoort. Maar hoe dan ook uniek voor Nederland. George Kooymans, Barry Hay, Rinus Gerritsen en Cesar Zuiderwijk, de Golden Earring dus.

Kijk, de wereld heeft de Rolling Stones, maar in Nederland hebben we die Golden Earring. Mijn levensgezel maakte van die krasse knarren van nu al in 1972 een concert mee toen ze door Europa toerden in het voorprogramma van The Who. Héééél lang geleden dus. En als je dan nu nog steeds optreedt en door al die jaren heen telkens weer nummers weet te maken die aansluiten bij de tijdgeest ontbreekt ’t je beslist niet aan die passie, creativiteit en professionaliteit die ik hierboven bedoelde.

de Golden Earring nu
de Golden Earring nu

Alle vier zijn ze al AOW’er. Maar als je een bewijs wilt hebben voor de stelling dat muziek jong houdt, zijn zij een heel goed voorbeeld. Het rockte, stuwde en stoomde aan alle kanten, daar in het World Forum Theater Den Haag. Want een stel van die Haagse gasten moet je natuurlijk wel meemaken in Den Haag zelf in een zaal vol Hagenaars en Hagenezen.

Barry Hay en George Kooymans
Barry Hay en George Kooymans
Cesar Zuiderwijk
Cesar Zuiderwijk
Rinus Gerritsen
Rinus Gerritsen

Nog steeds heel goed bij stem, die expressieve Barry en George. Nog steeds als een vrolijk lachende god Donar achter zijn druminstallatie, die Cesar. En nog steeds stuwend op de basgitaar en in zichzelf gekeerd op de achtergrond, die Rinus. Korte versies van een aantal Gouwe Ouwe hits, heerlijk uitgesponnen concertversies van andere. Die Haagse zaal regelmatig overeind om mee te klappen en stampen bij nog steeds echte rock. Het was absoluut top. Ik kreeg helemaal dat gevoel dat ik af en toe probeer uit te beelden in muziekschilderijen van mij zoals hieronder.

The concert, olieverf, 90-160 cm
The concert, olieverf, 90-160 cm

Ik hoop dat die ouwe rockers nog heel lang op deze manier aan de gang kunnen blijven. Leve de krasse knarren. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein