Categorie archief: foto’s

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Wegwijzeren in het Walcherse Nieuw- en Sint Joosland


Ooit golfde er het water van de Westerschelde en nu hangt er mijn kunst. Waar? In Nieuw-en Sint Joosland.  Een gebied bij Middelburg dat in de 17e eeuw langzaamaan werd ingepolderd. Een gebied waar nog weer een paar eeuwen later een schooltje kwam, De Wegwijzer. Nu ook een gebied dat min of meer los gesneden ligt van Middelburg door de snelweg A58 richting Vlissingen. Dat Nederlandse Land’s End, ons eigen Cap Finisterra, ons eigen eenzame Eind van de Wereld als je die stoere binken van mariniers ten minste mag geloven. Die mannen die overal ter wereld gedropt moeten kunnen worden om deze wereld te helpen redden maar niet kunnen overleven in Vlissingen. Maar dat terzijde. Nu gaat ’t om dat oude schooltje dat al lang geen schooltje meer is.

Theater De Wegwijzer in Nieuw-en Sint Joosland

’t Is namelijk een theatertje geworden: Theater de Wegwijzer (https://www.theaterdewegwijzer.nl/). Opgezet door een paar eigenzinnige en bevlogen theaterdieren, Trudi Wams en Arnout Schop. En in het jaar 2004 ingewijd door nog zo’n ander eigenzinnig figuur,Youp van ’t Hek. Maar wat heeft dat alles met mijn kunst te maken?

theaterzaal met de plafondschildering van Reynier de Muynck en portretten van artiesten die er hebben opgetreden

Een paar weken geleden kreeg ik een berichtje van Trudi. ‘Toos, mijn muren zijn leeg, kun jij daar iets aan doen?’ Nu ken ik Trudi al weer wat jaartjes. Eerst doordat ik één, twee keer per jaar een voorstelling bijwoonde in De Wegwijzer. Waardoor ik bijvoorbeeld Freek de Jonge, als ik zijn woorden van destijds ten minste mag geloven, voor de eerste keer in zijn leven een gitaar op het toneel hoorde betokkelen bij een try-out. Dat heb ik daarna nooit meer waargenomen en ik kan best verklappen dat dit ook helemaal niet erg is. Maar ik leerde Trudi nog weer beter kennen toen ze in 2014 de Homerische rockopera ‘O die Zee’ in Fort Rammeken bij Ritthem organiseerde. Een overweldigend theatergebeuren waaraan ik ook een steentje mocht bijdragen met mijn serie schilderijen over de Ilias en Odyssee van Homerus.

In De Wegwijzer hebben Trudi en Arnout traditiegetrouw altijd een tijd lang werk van een door hen uitgezochte en bewonderde Zeeuwse kunstenaar hangen. Zoals dat van Ruden Riemens, een bekende Zeeuwse fotograaf die toevallig ook nog mijn één-huis-verder-buurman is aan de Korendijk. Of sinds een jaar dat van Frank van der Meijden. In een ander leven manager van de overbekende Zeeuwse band BLØF en nu succesvol met een geheel eigen vorm van kunstkastjes. Daarvan hing er dus al een hele poos een rij in de foyer van het theater. Tot er een hoteleigenaar voorbij kwam die zei ‘doe die mij maar allemaal’. En toen was de wand ineens leeg en kwam dat berichtje van Trudi aan mij.

twee vriendinnen voor het theater

Natuurlijk zei ik ‘ja’. Want ik vind Trudi een dijk van een wijf. Zeg nou zelf, een import Amsterdamse die het lef had om zonder subsidie samen met technische man Arnout een theatertje van 80 plaatsen te beginnen in een Walchers dorpje? Hoeveel mensen zouden dat aandurven? Daar werk ik graag mee samen!

bezig met het inrichten van de foyer

En het leuke is natuurlijk dat ik nu bij komende voorstellingen die ik in De Wegwijzer ga zien mijn eigen schilderijen kan zien hangen. Dat maakt het daar altijd gezellige borrelen achteraf alleen nog maar gezelliger. Zeker ook na de opmerking van Trudi die ik de avond na het inrichten ontving: ‘De foyer is zo mooi en kleurrijk. We zijn al een paar keer gewoon wezen kijken’. Tot volgende week.

TOOS

Om Rembrandt heen willen in 2019? Gaat niet lukken!


Zelfportret van Rembrandt als de apostel Paulus, olieverf 1661, detail

Er omheen, er overheen, er onderdoor of er dwars doorheen? Dat gaat je dit jaar bij Rembrandt, ons nationale 17e eeuwse schildersicoon, echt niet lukken. Want in 1669, nu dus  350 jaar geleden, stierf hij. En dat zullen we weten ook. Typisch eigenlijk, dat je de sterfdag van iemand heel uitgebreid gaat vieren. Maar ja, ook een overleden Rembrandt speelt natuurlijk nog wel steeds in de Eredivisie van BN’ers .

In zijn geval heb je in Amsterdam op dit moment alleen al drie feestjes. ‘Rembrandt Privé’ in het Stadsarchief, ‘Rembrandt’s Social Network’ in het Rembrandthuis en ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. En dan moet ik ‘Rembrandt & de Gouden Eeuw’ in het Haagse Mauritshuis en ‘Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ In het Fries Museum van Leeuwarden natuurlijk ook niet vergeten. Is dat dan alles? Nee hoor. In de loop van 2019 volgen er op allerlei plekken in Nederland nog andere, indirect aan Rembrandt en direct aan de Gouden Eeuw gekoppelde tentoonstellingen. Ook in mijn eigen Middelburg. Gevalletje van overkill? Zou kunnen. Maar je kunstzinnig vervelen is dus beslist niet nodig.

een paar van de vele zelfportretten van Rembrandt op de expositie

Een paar weken geleden was ik al in het Rijksmuseum. Zelfs voordat die tentoonstelling met ‘Alle Rembrandts’  officieel opende. Dat dankzij mijn Rembrandtpas. Bezitters daarvan en ook Vrienden van het Rijksmuseum hadden namelijk een dag eerder al toegang bij een voorbezichtiging. Best wel leuk dus, zo’n Rembrandtpas. Maar daar schrijf ik binnenkort nog wel eens over. Want die pas heeft, vind ik, allerlei voordelen boven de bekende Museumkaart.

zoals je het dus niet te zien zult krijgen (persfoto)

Kwam ik even bedrogen uit bij mijn gedachte dat het waarschijnlijk niet al te druk zou zijn!

Die gedachte was heel duidelijk bij meer pashouders en museumvrienden opgekomen. Maar dat mocht mijn kunstpret niet drukken. Want die ‘Alle Rembrandts’ is een absolute must. Grandioos! Alles wat ze in het Rijksmuseum aan prenten, tekeningen en schilderijen van ons icoon bezitten, hebben ze uit de temperatuur gecontroleerde depots en ladekasten gehaald en van de muren gehaakt om ze bij elkaar te brengen. Nou ja, één schilderij dan niet. De Nachtwacht. Die mocht blijven waar hij was. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen.

Maarten en Oopjen, olieverf 1634
Oopjen, detail
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, olieverf 1630 en Musicerend gezelschap 1626, vroeg werk van Rembrandt
Johannes Wtenbogaert, olieverf 1633, voorvechter van religieuze tolerantie die een grote rol speelde bij de Synode van Dordrecht, weer een ander verhaal
Gezicht op Amsterdam vanaf de Kadijk, ets ca, 1641
Daniël in de leeuwenkuil, tekening ca. 1650
Drie vrouwen en een kind bij een huisdeur, tekening ca 1645

Maar de overige 22 schilderijen, 60 tekeningen en honderden etsen zijn te vinden in de vleugel voor tijdelijke exposities. Thematisch onderverdeeld. Zoals bijvoorbeeld Rembrandts vele selfies En dan natuurlijk heel wat beter en mooier dan bij al dat moderne gedoe voor de social media met selfiestick en  tandpastalachjes. Ook ‘Landschappen’, ‘Wandelen in en rond Amsterdam’, ‘Verhalen uit de Bijbel’, ‘Intimiteit’ en nog zo wat. Daardoor hangt klein en groot helemaal door elkaar. Van kleine etsjes waar je eigenlijk met je neus bovenop moet staan tot grote schilderijen waar je afstand van moet kunnen nemen. En dat veroorzaakt dan naar mijn mening gelijk een groot logistiek probleem bij deze megahappening. Ik vroeg me gelijk af hoe dat zal gaan als ’t echt druk wordt.

Heel veel bezoekers lopen namelijk rond met zo’n audio-ding aan hun oor. Die audiotoer kun je trouwens ook nog met een app van te voren gratis downloaden op je mobiel. Bij een lang verhaal schuifelen ze al luisterend steeds dichter op het kunstwerk. Moet je je even voorstellen dat er dan, zoals ik meemaakte, een paar bezoekers met hun neuzen op nog net gepaste sociale afstand van elkaar zowat staan te ruiken aan een heel klein etsje.

Voor hun niks mee mis natuurlijk. Maar voor al die anderen? Stel dat die ook allemaal de gratis app aan hun oor hebben en ook willen ruiken? Ik ben benieuwd hoeveel ongepaste sociale irritatie dat gaat oproepen.

Het monnikje in het korenveld, ets ca. 1646, best wel actueel gezien de recente bijeenkomst van de kerkprelaten in het Vaticaan
Jupiter en Antiope, ets 1659
De kruisafname ets 1633, detail
Presentatie van Jezus in de tempel, ets ca. 1640
Stilleven met pauwen, olieverf ca 1639
Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje, olieverf 1665-69, detail, één van mijn lievelingsschilderij van Rembrandt

Maar hoe dan ook, gewoon gaan! ’t Duurt weer een hele poos voordat Rembrandt opnieuw een mooi aantal jaren dood is. Wel van te voren online kaartjes regelen met een tijdslot. Anders loop je bij de kassa misschien wel aan tegen ‘voor vandaag uitverkocht’. Voor mij gold dat gelukkig niet die dag vanwege mijn Rembrandtpas. Tot volgende week.

TOOS

Kunstkilometers vreten


Hoezo zou Nederland klein zijn? Ben je wel eens van het zuidwestelijk gelegen Middelburg naar het noordoostelijke Bad Nieuweschans in Groningen bij de Duitse grens gereden? Meer dan 380 km schoon aan de haak! Van Middelburg naar Parijs is korter.

Hoe ik dat weet? Omdat ik die rit in de loop der jaren een aantal malen vice versa heb gemaakt. Ook de afgelopen twee weekeinden weer. Vanwege een nieuwe expositie bij Galerie Wiek XX in dat Bad Nieuweschans. Eerst zo’n ritje om schilderijen te brengen, een week later voor de officiële opening. Heel veel kunstkilometers vreten dus. Maar levensgezel en ik maken dat dan met kunstavonturen zo aangenaam en nuttig mogelijk. Hoe? Lees maar!

Toevallig had ik kort geleden een schilderij verkocht via een in Parijs gevestigde online-kunstorganisatie. Aan een liefhebber van mijn werk in Berlijn. Maar dat schilderij was nog in consignatie bij Galerie Drentsche Aa in Balloo, even ten oosten van Assen. Kwam dat even goed uit! Kon ik ’t op zaterdag 16 februari gelijk ophalen als ik dat weekeinde toch noordwaarts ging. En kon ik ook te gelijkertijd met galerist Jan Wekema wat zomerse toekomstplannen doornemen die hier ongetwijfeld nog ter sprake gaan komen.

met Jan bij zijn Toos van Holstein wand

Zo dicht bij Assen konden we natuurlijk niet de expositie ‘Nubië: Land van de Zwarte Farao’s’ in het Drents Museum links laten liggen. Levensgezel en ik hebben elkaar ten slotte voor ’t eerst in Caïro ontmoet vanwege onze belangstelling voor het oude Egypte en het zuidelijk daarvan gelegen Nubië. ’t Bleek een heel interessante weekendtoevoeging.

Maar er wachtte ons in het Drents Museum nog een extra kunstverrassing. Een prachtige tentoonstelling van Carolijn Smit. Een keramist van wie we werk al vaak tegen kwamen op kunstbeurzen en dat ons elke keer opnieuw aansprak. Bleek ze daar zomaar ineens een heel grote tentoonstelling te hebben. Sommigen gruwen misschien van haar beelden maar ik vind het ongelooflijk intrigerend en ook nog eens perfect afgewerkt.

Opgetild door al die kunst was het toen nog maar een kippeneindje naar ons gebruikelijke verblijfadres in Friesland. Een klein dorpje waar familie van levensgezel resideert.

bij Galerie Wiek XX

Zondag. Eerst op naar Bad Nieuweschans om daar mijn schilderijen af te leveren en daarna terug via Ameide. Een eeuwenoude plekje, gelegen aan de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Daar hield kunstgenoot Lon Buttstedt open huis. Ze ging verhuizen van haar gigantisch grote 17e eeuwse pand van waaruit ooit het waterschap de polder bestierde naar iets veel kleiners. Altijd interessant om te zien wat ze zoal kwijt wilde. Op die manier is nu een heel grote houten, met stof beklede leeuw de mijne geworden. Dus alweer opgetild door iets moois bleek Middelburg ineens verrassend dichtbij.

een rij prachtig oude panden in Ameide

En het afgelopen weekeinde met die opening bij Galerie Wiek XX? Heel kort! Op vrijdag vanuit het domicilie van levensgezel in Den Haag naar Leiden. Opnieuw voor Egypte. Met de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ in het Rijksmuseum van Oudheden. Ook weer prachtig! Met als toegift nog onze eigen Zeeuwse godin Nehalennia. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Zaterdag noordwaarts via Dirkshorn in Noord-Holland voor een lunchafspraak bij Ronald en Elisabeth Leyen. Die Elisabeth die afgelopen oktober ‘Stalkunst’ organiseerde als onderdeel van de Kunst10daagse Bergen. Over mijn deelname daaraan schreef ik toen hier. Behalve die lunch had Elisabeth nog een extra lokkertje in de vorm van een prachtig groot fotoboek over onze ‘Stalkunst’.

samen met Elisabeth op de bank met dat fotoboek

’s Middags door naar het Fries Museum in Leeuwarden. Voor ‘Rembrandt en Saskia: liefde in de Gouden Eeuw’. Want om Rembrandt kunnen we dit jaar absoluut niet heen. Maar dat komt nog wel. Nog een ander verhaal.

Uiteindelijk weer door naar dat Friese dorpje van hierboven om van daaruit op zondag richting Nieuweschans te gaan. Voor die opening.

En afgelopen maandag? Nog even naar ‘ZWF Ontwerp’ in Bolsward. Daar waar ik al mijn alu-dibonds laat maken en waar ik wat ideeën te bespreken had met baas Geoffey Schippers. Over bijvoorbeeld Gubbio in Italië en mijn 70-Series. Raadselachtig? Zekers! Maar ook dat zijn komende verhalen.

met Geoffrey Schippers in de grote hal van ZWF Ontwerp

En wat ik tussen die twee weekeinden in heb gedaan? Werken natuurlijk. In mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Het Kunstdiner


Herman Koch schreef een aantal jaren geleden het spannende ‘Het diner’. Een en al succes, dat boek. En niet alleen in Nederland. Veel vertalingen volgden en er werd zelfs een film van gemaakt. Of ik nu met die titel ‘Het Kunstdiner’ van hierboven iets dergelijks nastreef? Nee hoor, niks geen mishandeling, niks geen misdaad, niks geen kuiperijgedoe. Dat kunstdiner is gewoon wat het zegt, een diner te midden van kunst.  Mijn kunst wel te verstaan. Het speelde zich vorige week af. In Middelburg in Sjakie’s Galerie  in Sjakie’s Chocolademuseum in Huis ‘s- Hertogenbosch aan de Vlasmarkt 52. Onder het plafond hieronder. ’t Kon slechter!

Een paar weken geleden heb ik er al iets over gemeld vanwege een tentoonstelling van mij daar. Grote drijfveer achter galerie en museum, Richard Jansen, organiseert bij een expositie altijd zo’n kunstdiner waarbij de kunstenaar aanwezig is en waarvoor liefhebbers kunnen inschrijven. Nu was ik dus aan de beurt om het middelpunt te zijn. Op 14 februari. Dat is dus tegenwoordig Valentijnsdag. Een verschijnsel waarvan ik vroeger het bestaan niet eens kende, maar dat er door de commercie de laatste decennia van alle kanten ingeramd wordt. Waag ’t eens om niets aan Valentijnsdag te doen. Ik stel me zo voor dat bij de hemelpoort één van de eerst vragen van Petrus tegenwoordig is of je ooit wel eens iets aan die dag hebt gedaan. Wie weet zou ’t dan kunnen dat hij zijn sleutel gewoon op zak houdt. Maar ik kan nu in ieder geval melden dat ik op die dag wel eens een kunstdiner heb gehad voor geïnteresseerden. Hier een paar foto’s van deze geanimeerde bijeenkomst.

dav

Ik had Richard gevraagd of hij kon zorgen voor een vegetarisch Indiaas menu. Nou, dat was dus geen probleem met zijn horeca -achtergrond vanuit het leven voordat hij startte met Sjakie’s Chocolademuseum. Maar het toetje,dat ging echt niet Indiaas worden. Want Richard moest natuurlijk wel de naam van het museum hooghouden. Ik moest maar rekenen op iets zaligs met chocola. En ook moest ik er rekening mee houden dat ik geacht werd na het hoofdgerecht eerst een en ander over mijn kunst te vertellen en op vragen in te gaan. Voor mij dus weer geen probleem!

Na het toetje wachtte trouwens nog een extra verrassing: een bezoek aan de belvedère van Huis ‘s-Hertogenbosch. Een torentje zoals er nog maar één is in heel Middelburg. Een torentje met geschiedenis. Want eeuwen geleden bedoeld om vanuit het koopmanshuis de Westerschelde en het toen nog bestaande toegangskanaal naar Middelburg in de gaten te houden. Bij het spotten van een arriverend VOC-schip werd met afgesproken vlagsignalen gelijk doorgegeven welke lading er aan boord was. Dan kon in Middelburg direct met de handel daarin worden gestart. Nu hadden we in de donkere februarinacht een prachtig uitzicht op de verlichte Renaissancetoren van het stadhuis. Een mooie afsluiting van een heerlijk en geanimeerd kunstdiner.

Tot volgende week.

TOOS

Caravaggio, grote schurk en groot kunstenaar


de twee foto’s uit 2015 van De kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus van Caravaggio

Toen ik in oktober 2015 in Rome voor de twee schilderijen van hierboven stond, realiseerde ik me niet, zoals nu wel, dat op precies diezelfde plek in de eerste helft van de 17e eeuw andere Nederlandse kunstenaars hadden gestaan. Welke die in eeuwen onveranderde plek is? De Cerasi-kapel in de kerk van Santa Maria del Popolo. De eerste kerk die kunstenaars uit het Noorden zagen als ze door de stadspoort daar de Eeuwige Stad betraden. En wie die Nederlandse schilders waren? Onder anderen Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen. En waarom ik me dat nu wel realiseer? Omdat aan die drie mannen een prachtige, indrukwekkende expositie is gewijd in het Centraal Museum van Utrecht: ‘Utrecht, Carravagio en Europa’.

drukte bij de expositie

Want Caravaggio was de maker van die twee schilderijen. Of voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610).Daar kwam hij vandaan, van de plaats Caravaggio.  De ideale schoonzoon was die Michelangelo niet. Steengoed in het beledigen van mensen van zowel lage als hoge komaf. Met voortdurend een  zweem om hem heen van homoseksualiteit oftewel sodomie zoals ’t toen heette. Overigens zonder enig concreet  bewijs daarvoor. Als heethoofd ook altijd tuk op een lekkere vechtpartij. Soms met zijn zwaard dat hem goed in de hand lag. Gevolg? In 1606 een dodelijk slachtoffer en een vlucht uit de stad waar hij furore maakte met zijn geheel nieuwe manier van schilderen. Want schilderen kon hij als de beste.

Caravaggio, De mediterende Hiëronymus 1605-06, één van de 2 werken van hem op de expositie

Net zoals Braque en Picasso in het begin van de 20e eeuw samen een heel nieuwe schilderstijl ontwikkelden, het kubisme, deed hij dat in z’n eentje aan het begin van de 17e eeuw. Met wat we nu het Caravaggisme noemen. Een zo boeiende, moderne stijl  dat hij al snel getalenteerde navolgers kreeg. Want Rome was toen de place to be zoals Parijs dat in de 19e eeuw werd. Voor je goeie kunstenaarsfatsoen moest je daarheen wel een studiereis maken. Meestal te voet, maanden lang door weer en wind en door gevaarlijke streken. Een tikje andere manier van reizen dan tegenwoordig, je moest er wel wat voor over hebben. Sommigen bleven en maakten daar carrière. Anderen vertrokken weer als overtuigde Caravaggisten. Zoals dus Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen.

Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus ca. 1617
Dirck van Baburen Christus en de schriftgeleerden ca. 1618
Hendrick ter Bruggen, detail van De bevrijding van Petrus 1624

Onafhankelijk van elkaar vertrokken voor hun kunst-bedevaartstocht en na terugkomst alle drie furore makend in Utrecht met die nieuwe, levendige, vaak dramatische schilderstijl. Vol contrasterende schaduw en lichtpartijen en levensechte mensen die zo van de straat geplukt konden zijn. Met het zogenaamde clair-obscur waardoor later Rembrandt, op zijn geheel eigen manier, ook weer sterk werd beïnvloed.

Gerard van Honthorst, De onthoofding van Johannes de Doper 1617-18
Gerard van Honthorst, De heilige Sebastiaan 1623
Gerard van Honthorst De koppelaarster 1625
Gerard van Honthorst, De liederlijke student 1625
Dirck van Baburen, De graflegging van Christus 1617-18
Hendrick ter Brugghen, De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd 1625
Hendrick ter Brugghen, De annunciatie 1629

Kunstliefhebbers moeten beslist naar Utrecht.  Niet omdat er veel van de maestro zelf is te zien, twee werken slechts. Maar wel vanwege die Utrechtse caravaggisten en nog wat anderen. Uit Italië natuurlijk maar Frankrijk en Spanje zijn ook vertegenwoordigd. Hierdoor kun je hun vakmanschap onderling mooi vergelijken. Voor mij springt dan Gerard van Honthorst er echt uit. Het niveau van maestro Caravaggio haalt hij net niet maar dat is ook vrijwel onmogelijk bij dat schildersgenie. Een soort Italiaanse Rembrandt. Die was trouwens pas een paar jaar oud was toen Caravaggio in 1610 totaal berooid en in de hoop op vergiffenis terugkeerde naar Rome, onderweg ziek werd en veel te vroeg stierf.

de achterkant van het tweede werk van Caravaggio op de tentoonstelling: Het hoofd van Medusa

Maar gelukkig hadden we nog zijn navolgers. Zoals Orazio Gentileschi  (1563-1639) en zijn nog veel talentvollere dochter Artemisia Gentileschi (1593-1653) aan wie ik hier beslist extra aandacht ga geven in het kader van ‘vrouwen in de kunst’.

Orazio Gentileschi, David en Goliath 1605-07
bij een ander werk van Orazio Gentileschi
Simon Vouet, Judith met het hoofd van Holofernes 1620-25

Of Spanjaard Gusepe de Ribera (1591-1652) en Fransman Simon Vouet (1590-1649). Van die laatste vond ik het schilderij hiernaast toch wel heel curieus.

Zie dat afgehakte hoofd rechtsonder. En de dame die haar onderarm er met een vredig gezicht op laat rusten. Met de pink omhoog! Net zoals een keurig opgevoede dame die met een precieus gebaar aan een kopje thee wil gaan nippen met duim en wijsvinger rond het oortje geklemd. Toch heeft ze net zelf dat hoofd afgehakt.  Dat van generaal  Holofernes die volgens het Oudtestamentische verhaal haar stad belegerde. Uit wraak verleid deze Judith hem en hakt zijn hoofd af als hij slaapt. Een populair verhaal dat door heel wat schilders is verbeeld. Mannen én vrouwen. Zoals door Artemisia, maar dan volstrekt anders. Ook iets om nog op terug te komen. Tot volgende week.

TOOS

 

De kop eraf


De kop is er weer af bij de 20e editie van de Middelburgse Kunst en Cultuurroute. Wat overigens niet betekent dat we nu een kopje kleiner zijn. Nee, het tegendeel. Die kunstroute is juist springlevend, zoals de komende maanden vaak genoeg zal blijken op de eerste zondag van de maand. Tien keer dus nog in 2019. Met daarbij ook allerlei evenementen waarover ik nog wel eens zal berichten.

Middelburgs burgemeester Harald Bergmann opent het 20e jaar van de kunstroute

De aanzet tot die kop eraf werd afgelopen zaterdagmorgen gegeven in de Zeeuwse Concertzaal door burgemeester Harald Bergmann en stadsdichter Anna de Bruyckere. Ja, er mag dan sinds 2000 al wel de functie van Dichter des Vaderlands zijn geschapen, maar ’t is duidelijk, de Zeelandse hoofdstad gaat ook mee in die poëtische vaart der volkeren.

Zoals ik vorige week al schreef draaide de route deze keer om het thema ‘Zeeuwse Gasten’. Kunstenaars uit Zeeland die een weekeinde te gast waren bij een aantal van de routedeelnemers, veertien in totaal. Bij mij was dat keramist Marion Kamper.

met Marion Kamper in mijn atelier

Maar er waren daarnaast dus nog vele anderen. Hieronder een kleine fotoreportage daarvan met de kunst van de gasten en gastgevers in hun atelier of galerie. Jammer genoeg eigenlijk te klein omdat de tijd ontbrak alle ZG’ers te bezoeken.

Porseleinatelier Petra Bouman en Zeeuwse Gast Jacqueline Schot met haar sieraden waarin ze de meest verrassende materialen verwerkt.

De Roofprintpers van Leni van den Berge met gast Hans Overvliet van de ruimte CAESUUR, een ruimte in Middelburg, gericht op actuele hedendaagse kunst. Met een overzicht van alle publicaties rond CEASUUR.

Galerie Gerritse met als gast het Zeeuws Textiel Collectief, bestaande uit een aantal kunstenaars dat textiel als uitgangspunt neemt om daar op heel diverse manieren kunstzinnig vorm aan te geven .

Atelier Sandra van der Meulen met Zeeuwse Gast Tim van Eenennaam in een mooie combinatie van Sandra’s abstracte schilderijn en Tim’s zogenaamde Zero-werk. Zero was een internationale kunststroming die furore maakte in de jaren 60/70.

Atelier Gerdi Zwaan met haar gast Liesbeth Labeur die samen bezig zijn met een project rond klei uit de omstreden Hedwige polder. Je weet wel, de Zeeuwse polder die na jarenlang politiek gesteggel  onder water gaat worden gezet als natuurcompensatie voor het uitdiepen van de Westerschelde. Liesbeth reikte haar ideeën aan en Gerdi haar jarenlange expertise met het materiaal klei.

Pakhuis 22 van beeldhouwer Onno Jongewaard met naar abstractie neigende landschappelijke schilderijen van de jonge Zeeuwse Gast Lilith de Jonge.

Atelier Juul Kortekaas, bekend van haar grote tot kleine bloem/bladsculpturen met gast en schilder Anneke Schenk.

En niet te vergeten natuurlijk ikzelf als Zeeuwse Gast (nog tot en met 30 maart) in Sjakie’s Galerie in het prachtige 17e eeuwse pand Huis ‘s-Hertogenbosch.

Tot volgende week.

TOOS