Categorie archief: geschiedenis

Een krater op Mercurius en een winnend lot uit een 18e eeuwse loterij


De kans dat er ooit nog eens een krater op de planeet Mercurius naar mij wordt genoemd, schat ik niet overmatig groot in. Maar Rachel Ruysch is die eer wel te beurt gevallen. Zij ’t pas in 2013, dus 263 jaar na haar dood. En dat die krater ook nog maar 64 kilometer in doorsnee meet terwijl Rembrandt er een heeft van wel 700 km? Ach, typisch mannenvoortrekkerij. Maar ook, hoeveel Nederlandse vrouwelijke kunstenaars kunnen haar dit nazeggen? Hier dus het beloofde vervolg op mijn Ruysch-cyclus van de afgelopen twee weken.

detail uit ‘Bloemen in vaas’ van Rachel Ruysch (1700), Mauritshuis
portret van Rachel Ruysch

Eigenlijk is ’t onvoorstelbaar dat ik pas begin jaren 90 voor het eerst over haar hoorde! Maar ja, kunsthistorie en vrouwelijke kunstenaars? Die combinatie was in mijn studieboeken op de academie volstrekt onbekend. Dat is gelukkig anders aan ’t worden. Maar daardoor hoorde ik Rachels naam pas voor ’t eerst zo’n dertig jaar geleden. Uit de mond van mijn schildergenoot Poen de Wijs (1948-2014). Als begenadigd fijnschilder had hij grote bewondering voor de ongelooflijk technische beheersing van Rachel. Poen had regelmatig letterlijk met zijn neus en bijziende ogen boven op haar werk gestaan in het Mauritshuis en wist dus waarover hij sprak. Nu ik ook.

Gekrulde randjes bij verwelkende bloemen, piepkleine vreetgaatjes in bladeren van insecten en die insecten zelf. Dat alles in bloemschikkingen die in werkelijkheid nooit konden voorkomen. Lente, zomer en herfst door elkaar, ’t maakte Rachel niet uit. Alles kon! Geprepareerde bloemen te over in het biologisch museum, de Wunderkammers, van vader Frederik Ruysch (zie vorige week). Zoals ook insecten. Die waren bij honderden, zoniet duizenden, geconserveerd en opgeprikt. Inspiratie genoeg in dat grote huis aan de Bloemgracht in Amsterdam. Dat ook een rol speelt in het boek ‘Frederik Ruysch (1638-1731), op het snijvlak van kunst en wetenschap’ dat in 2018 verscheen.

Frederik Ruysch door Juriaen Pool (1694, Universiteit Amsterdam)

Hing in dat huis misschien ook bovenstaand portret van haar vader? Geschilderd door Juriaen Pool (II), de echtgenoot van Rachel met wie ze, zoals ik al schreef, op 29-jarige leeftijd trouwde en met wie ze tien kinderen kreeg. De laatste zelfs nog toen ze al 47 was. Moet je je voorstellen, 10 kinderen in minder dan 20 jaar. Gemiddeld elke twee jaar negen maanden zwanger. En dan wel gewoon doorgaan met schilderen! Maar krijsende en aan haar rokken hangende kinderen zal ze, vermoed ik, niet zo vaak hebben meegemaakt in haar atelier. Want gezien haar grote populariteit als kunstenaar in Nederland en ver daarbuiten kon ze een paar meiden vast wel betalen. Wat dacht je van de vijftienhonderd harde guldens die een Amsterdamse koopman betaalde voor twee schilderijen. Of van de Duitse bezoeker die het thuisfront per brief informeerde dat hij in haar atelier twee stukken had zien staan voor Cosimo de Medici, de groothertog van Toscane. Of van haar aanstelling in 1708 als hofschilder van Johann Wilhelm, keurvorst van de Palts in Duitsland. Maar daarvoor bedong ze dat ze niet naar hoofdstad Düsseldorf hoefde te verhuizen. Tegen de gewoonte in werd ’t haar toegestaan om in Amsterdam te mogen blijven wonen. Als ze maar elk jaar, tegen natuurlijk een vorstelijke vergoeding, één schilderij voor hem maakte. Goeie deal toch? Manlief Juriaen deed daarbij ook nog een duit in het goed gevulde zakje. Door in 1716 een opdracht voor Johann Wilhelm af te ronden: een portret van Rachel en hem met hun tiende kind.

Zelfportret van Juriaen Pool II (1666-1745 ) met Rachel Ruysch en hun zoon Jan Willem Pool (ontstaan 1708-1716)
Juriaen Pool, Allegorische voorstelling met zelfportret in wezenkleding (want Juriaen was als jongen wees geworden)

Vermoedelijk niet geheel vrij van vleierij had dat zoontje de naam Jan Willem gekregen. Johann Wilhelm werd natuurlijk prompt een gulle peetvader die strooide met kostbare cadeautjes. Alsof het allemaal niet op kon, won Rachel met een zoon samen in 1722 ook nog eens 75.000 gulden in een Amsterdamse loterij. Vijfenzeventigduizend in die tijd! Dat staat nu voor een koopkracht van € 850.000. Euro’s dus, geen guldens.

Rachel Ruysch, Stilleven met bloemen in een glazen vaas (1709), Rijksmuseum
Rachel Ruysch, Stilleven met bloemen op een marmeren tafelblad (1716), Rijksmuseum

Maar Rachel ging gewoon door met schilderen. Tot aan haar dood in 1750, op de hoge leeftijd van 86. Dan is je kunstgen toch wel heel overheersend, dan is schilderen gewoon je lust en je leven. Iets dat ik me persoonlijk heel goed kan voorstellen. Zalig, lekker in je atelier bezig blijven! Daardoor hangt er bijvoorbeeld nog een schilderij van haar uit 1746 in een Heidelbergs museum.

Rachel_Ruysch,_Blumenstilleben (1746), Kurpfälzisches Museum, Heidelberg
Rachel één jaar voor haar sterven, geportretteerd door Aert Schouman (1749)

Wat zou ’t interessant zijn als Rachel Ruysch eens een uitgebreide expositie zou krijgen. In het Rijksmuseum of Mauritshuis, dat doet er niet toe.  Met heel haar kunstzinnige entourage erbij. Zus Anna Ruysch, leraar Willem van Aelst, man en portretschilder Juriaen Pool, oud-oom Frans Post en wie al niet meer. En met natuurlijk ook delen uit de Wunderkammers van vader Frederik. Op te halen in  Sint Petersburg. In het oudste natuurhistorisch museum van Rusland waar zich de privécollectie bevindt van Tsaar Peter de Grote (1682-1725). Die ooit Frederiks legendarische rariteitenkabinet opkocht. Tot volgende week.

TOOS

Een dijk vaneen kunstwijf, die Rachel Ruysch


schilderij van Rachel Ruysch, gemaakt op 20-jarige leeftijd (1684)

Tijdens het creëren van een prachtig oeuvre aan schilderijen ook nog tien kinderen op de wereld zetten en bouwen aan een levensverhaal om u tegen te zeggen. Dat had Rachel Ruysch (1664-1750) allemaal gedaan  toen ze op 86-jarige leeftijd stierf. Terecht is ze nu een historisch kunsticoon. Want haar naam zul je tegenwoordig telkens weer tegenkomen als ’t gaat over de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Een geschiedenis over de maar zeer weinige vrouwen die hun mannetje stonden in de kunstwereld maar in de pikorde van de mannelijke kunsthistorici in de 19e en 20e eeuw werden weggelaten .

Vorige week eindigde ik ermee om Rachel een hybride voorbeeld van zo’n kunstvrouw te noemen. Want vrouwelijke schilders waren destijds bijna altijd óf van rijke en vaak adellijke afkomst óf ze groeiden op in een kunstenaarsfamilie. Laat nou dat óf óf voor Rachel Ruysch min of meer én én zijn!  Moeder stamde namelijk uit een familie waarin het kunstgen rijkelijk aanwezig was en vader was een bekend en beslist niet onbemiddeld wetenschapper uit de gegoede burgerij.

moeder Maria Post, portret door Juriaen Pool (II), rond 1710

Eerst moeder Maria Post. Met een vader, Pieter Post, die bouwmeester was voor de Oranjes en bijvoorbeeld de interieuraankleding verzorgde van het Mauritshuis in Den Haag. Nu een beroemd museum, toen de pracht-en-praal-villa van graaf en koopman Johan Maurits van Nassau-Siegen. Als ex-gouverneur-generaal van de West Indische Compagnie in Brazilië, met dus suikerrietplantages en slavenhandel onder zich, kon zijn vermogen wel wat lijden. Aan hem is nu trouwens sinds vorig jaar een hele zaal gewijd in zijn eigen pronkhuis. Geheel in de geest van onze politiek correcte tijd. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal.

Voor diezelfde Johan Maurits verbleef de broer van Rachels opa, Frans Post, een aantal jaren in dat door de WIC op de Portugezen veroverde stukje Brazilië. Om er landschap en leven in schetsen en uiteindelijk ook op schildersdoek vast te leggen. Had Rachel ooit kunnen bedenken dat ze samen met haar oud-oom nu op maar een paar meter afstand van het ‘torentje van Rutte’ hangt?

Frans Post, Braziliaans landschap met huis in aanbouw, hangend in Mauritshuis

En vader Frederik Ruysch? Die zal, denk ik, vanwege zijn financiële positie letterlijk best aardig wat duiten in het zakje hebben kunnen doen voor Rachels opvoeding. Want befaamd wetenschapper, bioloog, chirurgijn/lijkensnijder, beheerder van de botanische tuin van de Amsterdamse universiteit en nog zo een en ander.

portret van Frederik Ruysch
De anatomische les door dr.Ruysch, Adriaen Backer (1670)

Zoals bezitter van een in heel wetenschappelijk Europa bekend biologisch kabinet in hun eigen grote huis. Vijf kamers volledig ingericht met bijvoorbeeld gebalsemde kinderlijkjes en menselijke lichaamsonderdelen. Naast allerlei soorten dieren en zeldzame insecten. Dat alles dan weer gecombineerd met een grote diversiteit aan flora van heel ver tot dichtbij. Zodanig geprepareerd met een door Ruysch zelf ontwikkelde methode dat bloemen en blaadjes er nog net zo fris uitzagen als in de vaas. En de presentatie? Vernieuwend en curieus zou je kunnen zeggen! Zie een paar van de tekeningen die daarvan nog bestaan.

Wanneer je als kind dan een groot tekentalent blijkt te hebben, is zo’n huis natuurlijk een onuitputtelijke bron voor verwondering en inspiratie. Het verhaal gaat dan ook dat Rachel haar vader op een bepaald moment heeft kunnen leren hoe hij dat soort tekeningen van hierboven zelf kon maken. Maar daarvoor had ze eerst wel les gehad. Van niet de minste. Want Willem van Aelst (1627-1683) nam haar onder zijn hoede toen ze 14 was. En laat die van Aelst nou destijds de bekendste  stillevenschilder van Amsterdam zijn geweest. En laat van hem nou ook weer werk in de collectie van het Mauritshuis zitten!

Willem van Aelst, stilleven uit 1663 (Mauritshuis)
Willem van Aelst, jachtstilleven uit 1658 Rijksmuseum

Rachels passie werd het schilderen van bloemen en insecten. Voorbeelden genoeg thuis.Net zoals trouwens van dat kunstgen in de familie Post. Want ook jongere zus Anna Ruysch (1666-1741) bleek een aardig potje te kunnen schilderen. Met vermoedelijk ook weer Willem van Aelst als leraar.

Anna Ruysch, stilleven
Anna Ruysch, stilleven

Maar Anna stopte al snel met de kunst. Of dat te maken heeft met haar op 21-jarige leeftijd introuwen in een nogal stijf gereformeerde familie of gewoon omdat ze trouwde en dus huisvrouw werd? Geen idee. Maar ach, hoe lang is ’t geleden dat bij ons een vrouw die trouwde geacht werd te stoppen met haar baan? Toen ik trouwde in 1971 werd mij door de ongetrouwde directrice van de Dordrechtse school waar ik lesgaf nog gesuggereerd dat ik nu eigenlijk moest stoppen. Dan kon de man van een gezin met kinderen mijn plek wel overnemen. Nooit niet natuurlijk! Hoe dan ook, van Anna Ruysch bestaan dus maar weinig schilderijen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven uit 1688 (National Museum of Women in the Arts, Washington)

Rachel echter had, zo schat ik in, een behoorlijk koppig karaktertje. Zo trouwde ze pas op haar 29ste. Best laat voor die tijd. En met nog wel een schilder! Ook ze bleef lekker doorgaan met haar bloemstillevens. Tussen het kinderen krijgen door. Of kreeg ze kinderen tussen het schilderen door? Maar ik heb mijn A4-tax alweer bereikt. Die Rachel is toch maar een onverwacht inspiratierijke schrijfbron. Komende keer meer dus. Tot volgende week.

TOOS

Niet heel veel, maar ze waren er: Gouden Eeuwse ‘Konstschilderessen’


portret van Rachel Ruysch door Godfried Schalcken (1706?)

Noem het volgende maar eens geen toeval! Ik liep er al aan te denken om op korte termijn Rachel Ruysch (1664-1750) eens uitgebreid in het winterzonnetje te zetten. Eén van de weinige vrouwelijke Nederlandse kunsticonen uit onze Gouden Eeuw. Bij Judith Leyster en Maria van Oosterwijck heb ik dat vorig jaar al eens gedaan. Toch kwam ik aan de laatste van dit beroemde Gouden-Eeuw- drietal steeds niet toe. Er was elke keer wel iets anders om over te schrijven. Maar na mijn stukjes over de Italiaanse Artemisia van een paar weken geleden dacht ‘ Kom op Toos, nu eindelijk eens die Amsterdamse Rachel Ruysch’. Ook net als Artemisia zo’n konstighe topper die werk verkocht door heel Europa.

Goed, dat vorige week maandag besloten hebbende, mijn blog voor die week was af, kwam het toeval om de hoek kijken. Want waarover bleek op dinsdag het tv-programma ‘Het geheim van de meester’ te gaan? Juist ja, over een schilderij van Rachel Ruysch. Ik was toch wel even flabbergasted! Een heerlijk Engels woord, dat flabbergasted. Voor mij toch wel veel sterker in gevoelswaarde dan ons ‘verbaasd’.

het team van ‘Het geheim van de meester’

Ken je dat programma? Echt een moetje voor kunstliefhebbers. Waarin van een beroemde, vrijwel altijd dooie Nederlandse  kunstenaar een schilderij uit een Nederlands museum centraal staat. Dat wordt dan wetenschappelijk onderzocht, historisch toegelicht en …… zo goed mogelijk nageschilderd. Om te kunnen ontdekken hoe de ‘meester’ dat schilderij van begin tot eind heeft opgezet. Dit seizoen heeft Lisa Wiersma de taak op zich genomen om als schilder/onderzoeker stijl en techniek van diverse ‘meesters’ onder de knie te krijgen. En daarvoor kan ik alleen maar mijn denkbeeldige petje afnemen en heel diep buigen. Als je dat hele proces volgt en uiteindelijk het echte en nageschilderde werk naast elkaar ziet, rest alleen bewondering. Vooral ook omdat ik dat zelf nooit niet van z’n leven zou kunnen.

Lisa Wiersma bezig aan de kopie van het schilderij van Rachel Ruysch

Ik krijg wel eens de vraag of ik een al verkocht schilderij van mij nog eens opnieuw zou willen maken omdat het bij een kunstfan heel erg in de smaak valt. Maar dat kan ik dus gewoonweg niet. Als ik aan het schilderen ben, zit ik in een soort trance. Of, om bijdetijds correct Nederlands te gebruiken, in een flow. Dan komt de ene streek met het paletmes of penseel voort uit de andere, een nieuwe kleur uit de voorgaande, een volgende verflaag uit de onderliggende. In een proces dat door kennis, kunde en ervaring zowel bewust als onbewust plaats vindt. Ben ik op een bepaald moment links bovenaan bezig om iets toch maar weer helemaal weg te schilderen of te veranderen, dan merk ik een poosje later plotseling dat ik linksonder ben aanbeland om daar iets te wijzigen. Omdat anders het geheel niet meer klopt.

aan het schilderen in mijn atelier

Nou, probeer zo’n proces later nog maar eens te reconstrueren en bij een nieuw op te zetten werk te herhalen. Dat gaat me dus echt niet lukken, dan raak ik echt letterlijk geblokkeerd. Wat wel gaat is zo’n schilderij in alle vrijheid min of meer dezelfde opzet te geven. Maar stel dat je uiteindelijk de eerste versie naast de tweede kon zetten, dan zou je echt een groot aantal grote detailverschillen zien.

Daarom vind ik het zo razend knap wat die Lisa Wiersma in deze nieuwe serie van ‘Het geheim van de meester’ presteert. Zoals bij ‘Het Melkmeisje’ (1660) van Vermeer en ‘Amo te ama me’ (1881) van Alma Tadema.

‘Amo te, ama me’ van Alma Tadema

En nu dus vorige week met ‘Vaas met bloemen’ (1700) van Rachel Ruysch. Een schilderij dat ik een paar jaar geleden al eens fotografeerde in het Mauritshuis toen ik op zoek was naar schilderijen daar van vrouwelijke kunstenaars.

Rachel Ruysch, Vaas met bloemen (1700), zoals ik dat in het Mauritshuis fotografeerde
de echte en de kopie naast elkaar, maar welke is nu welke?

Van die weinige vrouwen had je, door heel Europa, eigenlijk maar twee soorten. Óf komend uit schilderfamilies óf uit een rijke omgeving. Artemisia is van de eerste categorie een sprekend voorbeeld, Sofonisba Anguisola (zie deze aflevering) als kind van een adellijk geslacht van de tweede. Het interessante bij Rachel Ruysch is dat ze daarin min of meer hybride is. Want haar moeder kwam uit een familie die een duidelijk ……Oeps, merk ik plotseling in de flow van het schrijven dat ik zo’n beetje aan mijn voorgenomen tax zit: de grootte van een A4’tje. Dat is dus al net zo als bij het schilderen. Ben ik linksboven begonnen, zit ik ineens al weer rechtsonder. Maar maak je geen zorgen. ’t Is net als bij een schilderij, ook dit komt af. En die uitzending van ‘Het geheim van de meester’? Die valt hier op NPO Start terug te zien. Tot volgende week.

TOOS  

Mooi bloot is niet lelijk


Stel nou eens dat ik je zou vragen of bovenstaand schilderij uit de tegenwoordige of de verleden tijd is. Ik vermoed zomaar dat je dan zult zeggen ‘nou, dat is van wel wat jaartjes  terug’. En als ik nou  het zelfde vraag bij dit werk?

Grote kans dat je zegt ‘hedendaags’ . Volgende vraag: wie van onderstaande twee mannen zou welk werk hebben gecreëerd?

Het linker zelfportret is van de Zweed Anders Zorn, het rechter van de Nederlandse kunstenaar Poen de Wijs. Gokkie leggen dat je Zorn koppelt aan het eerste en Poen de Wijs dus automatisch aan het tweede schilderij? Dat kan ook bijna niet anders als je de twee verschillende schilderstijlen met elkaar vergelijkt. De wat groffe toets die een realistische wereld schept en de fijnere penseelstreek die een imaginaire omgeving neerzet. Waarbij ook gelijk duidelijk is dat je het vrouwelijk naakt op heel verschillende manieren kunt weergeven!Hier nog een paar voorbeelden van beide kunstenaars.

Hoe ik ertoe kom deze twee aan elkaar te koppelen? Door het Kunstmuseum Den Haag en de tentoonstelling  ‘Anders Zorn, de Zweedse Idylle’. Daar moest ik gelijk aan Poen denken toen ik met de verplichte maskervermomming de eerste aan Zorn gewijde zaal binnenstapte. Dat was ergens in november. Je weet wel, in die bijna al nostalgische tijd toen musea nog open mochten zijn.

de expositie over Anders Zorn in het Kunstmuseum Den Haag

Van Anders Zorn (1860-1920) had ik, eerlijk gezegd, nog nooit gehoord tot aan deze tentoonstelling. Maar de zaalteksten leerden me al heel snel dat ie toch heel erg beroemd was in zijn tijd. Gevierd in Parijs, in Londen, in de USA, een zeer gewaardeerd societyschilder die honderden portretten maakte van allerlei hotemetoten. En  de schilder bij uitstek van het geromantiseerde en verheerlijkte Zweedse landleven. Een ‘mannetje’ waar je niet zomaar omheen kon in de kunstwereld. Zoals hij op zijn zelfportret ook wel heel erg duidelijk laat zien.

Maar dat ‘mannetje’ zakte na zijn dood toch aardig weg. Behalve in eigen land, daar is hij nog steeds wereldberoemd. Met zelfs een eigen museum. Hoe dan ook, schilderen kon hij! Dat zag ik direct aan de aquarellen waarmee hij zijn carrière begon. Gemaakt met een fabelachtige techniek.

Anders Zorn, Naar de dans (1880), aquarel
Anders Zorn, Markt in Mora (1892), aquarel
Anders Zorn, Ons dagelijks brood (1886-1909), aquarel
detail
Anders Zorn, Roma smederij (1885), aquarel

Net zoals, daar is hij dan, mijn goede en te vroeg gestorven kunstgenoot Poen de Wijs (1948-2014) dat kon. Want ook die startte met technisch wonderschone aquarellen. Vaak met het vrouwelijk naakt als onderwerp. Maar dan heel afstandelijk, vaak heel verstild en bovenal heel esthetisch geschilderd.

Poen de Wijs, De Bretonse kust, aquarel
Poen de Wijs, Meisje met het rode haar (1978), aquarel

Dat bleef zo toen hij na een aantal jaren, net als Zorn, op olieverf overstapte. Maar bij Zorn’s destijds zeer populaire naakten kan ik me beslist niet onttrekken aan zijn typisch mannelijk kijk. In mijn ogen vaak wat gluurderig en pin-upperig. Want zou ’t in het eerste schilderij hieronder nou echt gaan om ‘De eerste keer’ (de titel die aangeeft dat het jongetje voor het eerst dat water ingaat) of om de weelderig weergeven mollige vormen van de moeder? En hoe zit dat in die andere schilderijen en modelfoto’s? Oordeel zelf.

Anders Zorn, De eerste keer (1888)
Anders Zorn, De zwaan, studiefoto en ets
modelfoto met links het gezicht van Zorn

Jammer genoeg kun je de expositie niet meer bezoeken. Die liep in alle stilte af op 31 januari. Alles is al weer op de terugweg naar Zweden, zo liet de Nieuwsbrief van het museum weten. Maar als je er voor wilt gaan zitten kun je hier op Vimeo, het chique zusje van YouTube, een uitgebreide door het museum gemaakte video van 20 minuten bekijken..

Dan nog Poen. Ook die dreigt, net als Zorn, na zijn dood weg te zakken. Iets waar zijn bewonderaars  een stokje voor willen steken. Met o.a. een grote expositie in museum Musiom in Amersfoort. De geplande openingsdatum? 8 Januari! Een typisch geval van dikke pech dus! De deuren konden nog geen dag open voor het publiek. Wel kan ik een tipje van de sluier oplichten want op 3 januari moest ik voor kunstzaken in dat Musiom zijn. Waar men toen nog druk bezig was met inrichten. Of dus de volgende foto’s de nog verborgen situatie van nu weergeven? Ik steek er zelfs geen vinger voor in het vuur.

Maar zodra het museum weer open mag, meld ik me. Zowel in Amersfoort als in dit blog. Want Poen’s prachtige nalatenschap verdient ’t om onder de aandacht te blijven. Veel meer over hem vind je op https://penseeltoets.nl/ Tot volgende week.

TOOS

“Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw vermag” deel 2


zoals Artemisia haar naam schreef

Bovenstaande woorden schreef Artemisia Gentileschi  in 1649 aan de Siciliaanse kunstverzamelaar Antonio Ruffo vanwege de prijs die ze vroeg voor een schilderij van haar. Woorden die ze in haar leven daarvoor al helemaal had waargemaakt. En ook de woorden waarmee ik vorige week mijn blog begon als start voor een virtuele landen- hink-stap-sprong. Waarbij ik toen overigens alleen aan de Italiaanse hink toekwam(lees hier maar). Met wel de belofte die toch altijd wat vreemd aandoende atletiekuiting met een Nederlandse stap en een  Londense sprong af te maken.

 Goed, op naar de stap via MeToo. Want in 1612 was de toen 18-jarige Artemisia te gelijker tijd hoofdpersoon en slachtoffer in haar eigen verkrachtingsproces. Waar ze toen al liet zien ‘wat een vrouw vermag’.

beeld uit de Italiaanse speelfilm ‘Artemisia’

De kerkelijke rechtbank van  pausenstad Rome vond het namelijk heel normaal en christelijk verantwoord haar te vragen zich vrijwillig te laten martelen met een zogenaamde sibile om haar beschuldiging kracht bij te zetten. Want als ze die onder marteling volhield, dan pas kon het waar zijn. Maar ook met de door de beul steeds strakker aangetrokken bundel touw rond haar vingers hield ze vol dat Agostino Tassi haar verkracht had. Moet je je voorstellen, je vingers, je ultieme schildersgereedschap, staan op het punt om blijvend verminkt te worden. Toch schreeuw je volgens het bewaard gebleven rechtbankverslag ‘E vero, E vero, E vero’, ‘het is waar, het is waar, het is waar’. Wat een MeToo-vrouw avant la lettre vermag!

rechterhand van Artemisia, in 1625 getekend door Pierre Dumonstier

Ik ben benieuwd hoe dat hier in Nederland zal gaan in de ‘zaak Julian Andeweg’. Een moderne MeToo-affaire die veel stof doet opwaaien in onze beeldende kunstwereld. Eigenlijk kon je er op wachten. De nationale film en toneelwereld was al opgeschud door MeToo-beschuldigingen, dus waarom zou dit aan de beeldende kunst voorbijgaan? Eind oktober vorig jaar was ’t zover. Met een uitgebreid artikel in de NRC. Over een aanstormend talent met een blijkbaar niet te beteugelen stormachtig en ook charismatisch karakter.

werk van Julian Andeweg

Deze Julian vertoonde, zo bleek, al een aantal jaren volstrekt grensoverschrijdend gedrag. Maar ja, belangen en de bijbehorende bedekkende mantel! Omarmd door academies, kunststichtingen, de commerciële kunstwereld, musea en het bekende Mondriaan Fonds. Terwijl er al vanaf 2013 aanklachten tegen hem lagen bij de politie. Aanklachten over aanranding, verkrachting en geweld waarmee al die jaren niets werd gedaan. Aanklachten van vrouwen die uit angst voor hem anoniem willen blijven in het NRC-artikel. Nu is uiteindelijk het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek begonnen. Nu pas trekken de diverse kunstinstanties hun handen van deze kunstenaar af. Nu heeft de directeur van een Haags kunstinstituut ontslag genomen, zijn er leraren aan de Academie in Den Haag geschorst, wil een galerie-eigenaar ineens niet meer met hem werken, toont het Bonnefanten Museum in Maastricht zijn werk niet meer, maar heeft het Mondriaan Fonds in de afgelopen jaren hem wel met € 85.000 subsidie gespekt. Ik ben benieuwd hoe dit alles afloopt.

werk van Julian Andeweg

Eén ding is trouwens wel zeker. De vrouwen die een aanklacht tegen de kunstenaar hebben ingediend zullen niet meer met de sibile te maken krijgen. Zeg maar eens dat we de laatste eeuwen geen vooruitgang hebben geboekt!

Artemisia kon in ieder geval haar ellende achter zich laten. Onder dat motto van ‘wat een vrouw vermag’ bouwde ze een illustere carrière op. In Florence werd ze als eerste vrouw opgenomen in de roemrijke Academia dell’Arte del Disegno. Terug in Rome zat haar huis vol ‘… met kardinalen en prinsen die een portret van mijn hand willen’, zoals ze schrijft in een brief. In zowel Venetië als Napels maakt ze furore. Ook verkeert ze in de tussentijd op uitnodiging nog een poos in Londen. Waar haar vader Orazio dan al een aantal jaren hofschilder is. Daaraan hebben we ook een getekend portret van hem te danken. Gemaakt door ‘onze eigenste’  beroemde portretschilder Antoon van Dijck die ’t In Londen zelfs tot de persoonlijke hofschilder van koning Charles I had gebracht.

portret van Orazio Gentileschi door Antoon van Dijck
schilderij ‘The finding of Moses’ van Orazio, geschilderd in opdracht van Charles I en in bezit van The National Gallery

Na jaren waren vader en dochter weer even herenigd en hebben ze daar in 1638 nog samengewerkt aan plafondschilderingen in het Queen’s House in Greenwich.

Orazio Gentileschi, plafondschildering in Queen’s House
Artemisia, plafondschildering ‘Allegory of peace’ in Queen’s House

Daarom is ’t ook zo mooi dat Artemisia nu een grootse expositie heeft in The National Gallery in Londen. Want daar is ie dan eindelijk, die ‘sprong’ van mijn drietraps hink-stap-sprong. Alleen is ’t zeer frustrerend dat het coronavirus de grote toegangsdeuren van het museum al heel lang gesloten houdt. De officiële einddatum van de expositie is zelfs al voorbij. Dus of we al dat moois van Artemisia ooit nog eens zo te zien zullen krijgen als daar?

in de expositie te bekijken, recent ontdekt zelfportret van Artemisia als Catharina van Alexandrië, voor en na de restauratie
een foto uit 2012 toen ik in Parijs in het wat minder bekende Musée Maillol een expositie over Artemisia bezocht, of dit schilderij nu in Londen hangt, geen idee

In ieder geval zijn er deze videos.

En mijn laatste woorden over Artemisia en Orazio heb ik beslist nog niet gesproken. Tot volgende week.

TOOS

“Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw kan doen”


Wat rommelend in mijn atelier stuitte ik in een hoek op de stapel Fabriano-papier waarop ik nog steeds een steendruk moet maken. Afspraak met mijn galerie Quadrige in Nice. Maar ja, corona! Door die stapel zat ik, vanuit dat atelier, met een associatieve wereldrecord hink-stap-sprong  via Italië en Nederland ineens zomaar op Trafalgar Square in Londen. Lichamelijk ben ik nooit echt atletisch geweest, maar mijn brein blijkt in dat opzicht toch nog steeds aardig vooruit te kunnen. Met als gevolg dit stukje.

hoofdplein in Fabriano
nog zo’n mooi plein

Die stapel papier dus. Geproduceerd in Fabriano, het Italiaanse stadje dat al eeuwen bekend is juist vanwege dat papier. Iedere kunstenaar die serieus aquarelleert, zal zeggen ‘o ja, natuurlijk, ken ik!’. Dus toen ik in september 2019 in de buurt van Fabriano verkeerde, was een bezoek eigenlijk een morele verplichting. Maar hoe zit dat nou met die hink-stap-sprong?

Hink: door die stapel dacht ik ineens aan een expositie in Fabriano in de Pinacoteca Civica. Met als centrale figuur Orazio Gentileschi (1563-1639).

Stap: de zaak-Andeweg die én in onze Nederlandse kunstwereld én in de pers de laatste tijd flink wat MeToo-stof doet opwaaien.

Sprong: de blockbuster  tentoonstelling ‘Artemisia’, voornaam van de befaamde schildersdochter van Orazio en begin 17e eeuw het middelpunt van een berucht geworden MeToo-geval avant la lettre. Een expositie in The National Gallery. Gelegen aan Trafalgar Square. In Londen dus. Maar dat komt straks.

Natinal Gallery aan het Trafalgar Square

Nu eerst die ‘hink’, Orazio Gentileschi  in Fabriano. Zomer 2019 verkeerde ik voor de nodige kunstactiviteiten een maand lang in Gubbio in Umbrië. Een streek vol prachtige steden, stadjes en kunst. Een uur rijden vanuit Gubbio en ik zat in Perugia, de machtige middeleeuwse provinciehoofdstad. Ook op een uur: Assisi, de stad van de heilige Franciscus en de befaamde fresco’s van Giotto (1267-1337). En wat dacht je van Urbino, geboortestad van de grote Rafaël (1483-1520). Of dus Fabriano. Vanaf de 13e eeuw rijk geworden met het produceren van kwaliteitspapier. Natuurlijk is daar een museum aan gewijd, in zo’n magnifiek middeleeuws klooster. Maar dat viel zwaar tegen. Niet het klooster, wel dat museum. Saai, oud, stoffig, weinig sprankelend, echt uit de tijd, moet een bezem door.  Nee, dan de Pinacoteca Civica Bruno Molajoli.

Pinacoteca Civica in Fabriano

Absoluut een regionale museumparel. Met toen de tentoonstelling ‘Het licht en de stiltes, Orazio Gentileschi en Caravaggesque schilderkunst in de Marche van de zeventiende eeuw’. Net geopend toen levensgezel en ik nog in Gubbio zaten. Zogezegd een mazzeltje en een ‘must’ te gelijkertijd.

Ik had heus al wel eerder werk van hem gezien. Want wat wil je, de vader en leermeester van mijn schildersheld Artemisia Gentileschi. Maar een hele tentoonstelling met hem als spil? Dat ging ik in Nederland zeker en vast nooit niet beleven. Zo kon ik nu ook mooi zijn werk eens goed vergelijken met dat van dochterlief.

deel van de expositie
Orazio Gentileschi, Rustpauze van de heilige familie tijdens de vlucht naar Egypte
Orazio Gentileschi, David met het hoofd van Goliath
nog wat delen van de expositie
er is ook een prachtige afdeling Middeleeuwse Kunst in het museum, hier een fresco met Maria en Kind en mijn voornaamgeefster, de Heilige Catharina van Alexandrië

Trouwens, niet alleen daar maar ook nog in de indrukwekkende barokke kerk tegenover het museum.

de barokke kerk tegenover het museum
kapel van de Kruisiging met een schilderij van Orazio

Kijk, Artemisia(1593-1653) blijft voor mij een 17e eeuwse superster en powerwoman. Maar Orazio is nu echt wel een paar plekken opgeschoven op mijn persoonlijke kunstenaarshitlijst. Als je in Pisa binnen je familie wordt opgeleid als goudsmid, verhuist naar Rome en er daar in slaagt een bloeiend schildersatelier op te zetten, heb je als kunstenaar echt iets in je mars. Want stel je voor, Rome in die tijd. De drukke en rijke pauselijke stad die stikte van de kunstenaars die er allemaal een carrière zochten. Net zoiets als het Parijs van voor en na 1900. Of het New York van na de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn dochter zeer talentvol bleek, veel meer dan zijn drie zonen, was daarbij in de concurrentieslag natuurlijk mooi meegenomen. Want als je 17 jaar bent en dit schilderij maakt, kun je best een beetje schilderen.

Artemisia Gentileschi, schilderij n.a.v. het bekende verhaal van Suzanna en de Ouderlingen (1610)

En toen gebeurde het! Zo’n jaar later werd Artemisia, bij afwezigheid van haar vader, in het ouderlijk huis verkracht door een ateliermedewerker. Door Agostino Tassi. Tja, en hoe ging dat dan in die tijd? Dan moest de verkrachter toch eigenlijk wel het slachtoffer trouwen. Maar omdat Tassi zijn belofte daarover negen maanden later nog steeds niet was nagekomen, klaagde Orazio hem aan. Dat is een befaamd proces geworden. Een 17e eeuwse MeToo-zaak. Vandaar dan ook die ‘stap’ in mijn hink-stap-sprong proces. Naar een hedendaags geval in Nederland. Maar die stap en sprong schuif ik nog even zeven nachtjes slapen door. Net zoals de verklaring van de titel bovenaan. Tot volgende week.

TOOS 

Zou de beroemde schilder John Constable (1776-1837) een Brexit voorstander zijn geweest?


Wat hebben we er toch lekker veel natuurfanaten bij gekregen in deze coronatijd! Zo bleek een dikke week geleden wel. Want zeg nou zelf,dat moet je toch wel zijn als je met z’n allen uitgebreid in de file gaat staan om een flinterdun laagje sneeuw op het Drielandenpunt bij Vaals te gaan bewonderen. Hoezo het aantal verkeersbewegingen terugschroeven tijdens de lockdown? Bij zoveel overenthousiasme hadden ze eigenlijk ook nog even moeten doorrijden naar Madrid om daar op de veel dikkere sneeuwlaag te gaan langlaufen. Maar goed, door hun idolate gedrag moest ik ineens denken aan nog zo’n grote natuurliefhebber. Aan John Constable (1776-1837) en de expositie over hem in het prachtige Haarlemse  Teylers Museum. Die kon ik nog net bezoeken toen het flipperkastenbeleid  voor musea dat weer even toestond.

Bovenstaande foto met het Teylers Museum op de achtergrond maakte levensgezel deze zomer. Toen we met vrienden in hun sloep op de Spaarne in Haarlem voorbij dat gebouw voeren. Met de wind in de haren en natuurlijk een glas witte wijn in de hand. Helemaal dus zoals ’t heurt volgens het Amsterdamse grachtengordel-sloep-reglement. Dat oudste museum van Nederland (1784) is ook absoluut een toost waard. Sowieso vanwege het oude gebouw zelf, met die magnifieke Ovale Zaal middenin. Maar ook vanwege de wetenschappelijke verzameling fossielen, mineralen en oude natuurkundige instrumenten. Waar levensgezel, met zijn achtergrond, altijd even likkebaardend moet ronddwalen.  En natuurlijk door de voor Nederland unieke kunstexposities die er regelmatig te bewonderen zijn.

de Ovale Zaal

Zoals nu die  overzichtstentoonstelling van John Constable. Zelfs de eerste in Nederland. Eigenlijk heel raar. Want in Engeland heeft hij een sterrenstatus. Daar is hij voor zijn bewonderaars nog steeds een van de beste landschapsschilders ooit. Niet zomaar wordt Suffolk, het gebied waar Constable zijn beroemdste schilderijen maakte, Constable Country genoemd. Er wordt zelfs geprobeerd om plekken die hij ooit schilderde terug te transformeren naar de toestand van zo’n twee eeuwen geleden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is con-06.jpg
bomen worden omgehakt om het landschap, met de kerktoren op de achtergrond, er weer Constable-like uit te laten zien

’t Moet er weer zoveel mogelijk uit gaan zien als op zijn schilderijen. In feite een vorm van omgekeerd photoshoppen. Idolatrie en idiotie? Hoezo! Zou onze goede vriend Obelix dan toch gelijk hebben met zijn uitspraak in de strip ‘Asterix bij de Britten’: Ils sont fous, ces Anglais, ze zijn gek, die Engelsen?

Maar waarom Constable zo speciaal is voor Engeland en voor de schilderkunst wordt heel prettig en kundig uitgelegd in onderstaande video over de expositie in Haarlem.

Persoonlijk vind ik de olieverfschilderijen die hij in zijn atelier maakte nogal braaf.

De Hooiwagen, Constable’s beroemdste schilderij, niet te zien op de expositie
wel op de expositie
tekening van Constable, in het bezit van Teylers Museum

Maar de olieverfschetsen waarop in de tentoonstelling terecht veel nadruk ligt, zijn toch heel bijzonder. Want wie ging er in die tijd buiten zitten schilderen met olieverf? Waarom kennen we niet dergelijke olieverfschetsen van Rembrandt? Waarom maakte die buiten alleen snelle schetsen en mogelijk enkele  etsen om ze later in zijn atelier verder uit te werken? Heel simpel, Rembrandt en Constable kenden de verftube nog niet. Die o zo handige tinnen tube stamt namelijk pas van 1841. Daarna werd het buiten schilderen ineens  veel makkelijker. Met als gevolg de nu zo beroemde School van Barbizon, het impressionisme van bijvoorbeeld Monet en het expressionisme van ons aller Vincent. Maar dat zijn andere verhalen.

zo’n olieverfschets van Constable op de expositie, zie ook de volgende foto’s

Wat nu dus een fluitje van een cent is, was in Constable’s tijd een ware expeditie waarin hij als een echte pionier bepakt en bezakt op stap moest. Met bijvoorbeeld dichtgebonden varkensblazen waarin zijn thuis gefabriceerde olieverven niet uitdroogden. Naast ook nog de nodige glazen flesjes met medium en pigmenten. En dan moest hij met deze primitieve middelen maar even snel die prachtige momentane luchten met hun ingewikkelde lichte en donkere wolkenpartijen neerzetten.

Vooral door die olieverfschetsen in Teylers ben ik hem meer gaan waarderen.

Want zoals hierboven al gezegd, ik vond hem altijd wat braaf. Altijd maar diezelfde soort olieverfschilderijen van diezelfde plaatsen, ’t liefst in zijn geboortestreek Suffolk. Zelfs toen hij op latere leeftijd bekender werd en in Frankrijk zowaar meer schilderijen verkocht dan in eigen land weigerde hij het Kanaal over te steken. Liever arm in eigen land dan rijk daarbuiten, zo zei hij eens. Vandaar dus de titel van dit stukje. Een volstrekt irrelevante vraag natuurlijk. Maar, zo vond ik, wel een leuke opener.

nog een paar foto’s van de tentoonstelling

Nu maar hopen dat de musea weer open kunnen voor 28 februari. Want tot dan staat de noodgedwongen al verlengde tentoonstelling gepland. As ’t effe kan gewoon nog gaan. Tot volgende week.

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas, zijn wonderen en geschenken, maar dan net even anders


de verklaring van deze foto lees je helemaal onderaan

Die hele Sint Nicolaas is eigenlijk maar een wonderbaarlijk figuur. Want moeten we nou echt geloven dat hij zijn schimmel als een pré-Anky (van Grunsven) zo heeft gedresseerd dat ie op daken kan lopen en balanceren? En dat hij pakjes door een schoorsteen precies in schoentjes weet te mikken die niet eens direct onder die schoorsteen staan? Trouwens, schoorsteen? Hoe zit dat bij cv-verwarming? Maar ja, een wondertje hier en daar en de broodnodige verwarring is hij nooit uit de weg gegaan. Bij het Sinterklaasjournaal lust Dieuwertje Blok er wel pap van. Trouwens, niet alleen het journaal van nu maar ook dat van eeuwen geleden. Een Sinterklaasjournaal eeuwen geleden? Ja, natuurlijk! Want wat is zo’n middeleeuws veelluik als hieronder anders dan dat?

veelluik met de wonderen van Sint Nikolaas

Gewoon een geschilderd journaal om het volk kond te doen van Sint zijn wonderen. Zoals linksonder die wonderbaarlijke vermenigvuldiging van graanzakken in een schip toen er hongersnood dreigde in Myra, de Turkse stad waar hij bisschop was. Hé, kennen we ook niet zo’n wonderverhaal over vermenigvuldiging van brood en wijn uit een andere bron? Goed voorbeeld doet goed volgen!

Sint Nicolaas vermenigvuldigt de zakken graan in het schip op wonderbaarlijke wijze

En wat te denken van de afbeelding linksboven waar onze goedheiligman met stiekeme geldschenkingen de drie dochters van een zieke vader redt van de prostitutie. Voor arme ongetrouwde vrouwen vaak de laatste reddingsboei destijds. Zou hij toen al geleerd hebben om goed te mikken met cadeautjes?

de redding van de drie maagden

Rechtsboven staat ook nog een mooie. Daar heeft hij drie kinderen die door een kwaadwillige slager in stukken waren gehakt weer keurig in elkaar gezet en tot leven gebracht. Het monster van Frankenstein is er niks bij.

de redding van de drie in stukken gesneden kinderen

Welk wonder er mogelijk op het missende paneel rechtsonder heeft gestaan? Misschien wel die redding van de door een heidense koning  gevangen genomen edelmanszoon die deze snode heerser vertelde over de wonderen van Sint Nicolaas. ’s Konings hoon dat die heilige hem toch maar mooi in de steek liet, kon Nicolaas natuurlijk niet op zich laten zitten. Hij verscheen subiet, gezeten op een wolk. Logisch dus dat die jongeman vrijkwam.

Prachtige sprookjes natuurlijk. Maar of onze Sint er toen ook uit zag als op dat schilderij? Daarover heerst toch wat onzekerheid. Kijk maar.

links onze kindervriend in Zwitserland, midden Oekraïne en rechts Tsjechië

En die mijter? Op de oude icoon hieronder (links in de foto) is daarvan geen sprake. Wel interessant overigens dat zijn uiterlijk daar wel wat lijkt op het hoofd van Nicolaas dat een aantal jaren geleden is gereconstrueerd  na wetenschappelijk onderzoek van resten van zijn geraamte.

Daarbij dan wel aangenomen natuurlijk dat het ook echt de botten van die bisschop van Myra betreft. De tombe met zijn overblijfselen valt te aanbidden in de Sint-Nicolaas basiliek van Bari aan de zuidoost- kust van Italië. Een druk bezocht graf, zo kon ik in 2016 zelf constateren.

de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de crypte met het graf van Sint Nicolaas

Hoe zijn beenderen daar terecht kwamen? Na een rooftocht van kooplieden in 1087 die ’t maar niks vonden dat hun heilige begraven lag in een toen islamitisch geworden gebied. Daardoor pronkt Bari nu ook jaarlijks met een processie waarin het beeld van Sint Nicolaas wordt rond gesjouwd door de oude stad. Als je goed kijkt zie je dat zijn gezicht behoorlijk bruin getint is. Interessant en humoristisch toch? Leuk ook voor een pikante bijdrage aan onze Pietendiscussie.

Nog leuker is dat Turkije die relieken van Nicolaas graag terug wil hebben. Gestolen erfgoed ten slotte! Een Turkse professor in de archeologie staat daar helemaal achter. Nicolaas zelf zou destijds in de 4e eeuw namelijk nooit hebben verklaard dat hij in Italië wilde worden begraven. Echt een ijzersterk argument. Ik moest even denken aan Rudy Giuliani, zijn geweldige Trumpteam en hun grootse resultaten bij het aanvechten van de Amerikaanse verkiezingsuitslag.

steendruk de drie maagden van hierboven

Maar goed, wij hebben op 5 december ons eigen Sinterklaasfeest. Zij het dit jaar onder beperkende corona-omstandigheden. ’t Blijft wel gek dat we dat op 5 december vieren terwijl officieel de sterf en naamdag van Sint Nicolaas op 6 december valt. Laat dat nou toevallig dit jaar de 1e zondag van de maand zijn! De dag van de Kunst en Cultuurroute Middelburg (13-17 uur). Iedereen welkom in mijn atelier aan de Korendijk 56. En logisch natuurlijk dat ik zorg voor aantrekkelijke kunstcadeautjes. Zoals bijvoorbeeld mijn bijdrage met vier steendrukken aan de levensbeschrijving van Saint Nicolas in de middeleeuwse ‘La Légende Dorée’ van monnik Jacques de Voragine (foto helemaal bovenaan). Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor in je brievenbus en zou Hugo de Jonge misschien stiekem Rolling Stones fan zijn?


Wat deze foto hier doet? verklaring verderop.

Sinds vorige week is in Zeeland een nieuw lichtpuntje te ontwaren in het diepe duister waarin de Nederlandse cultuursector zich al tijden bevindt. Maar daarover straks.

Eerst nog wat extra licht op dat diepe duister. Dat ging twee weken geleden toch echt wel lijken op een zwart gat. Geen toneellampen meer aan in de theaters. Concertzalen als donkere, holle ruimten. Geen oplichtende schermen in de bioscopen. Zelfs musea moesten minimaal twee weken de uitlichting van hun kunst staken. Reden onder andere? Het aantal verkeersbewegingen terugbrengen Maar Ikea? Die filialen mochten open blijven. Een absolute gotspe! Stel dat alle auto’s richting musea links zouden moeten voorsorteren en die voor Ikea rechts. Gokkie leggen dat je rechts één grote, urenlange file had gekregen en dat de museumbezoekers links gewoon konden doorrijden? Bezoekers, doordeweeks voornamelijk ‘grijze koppen’, die zich keurig voor zo’n tijdslot hadden aangemeld waarin maar een minimaal aantal mensen was toegestaan. Bezoekers die zich, zo weet ik uit ervaring, keurig aan alle afstandsregels houden. Want zijn zij niet de begerenswaardigste doelgroep voor dat pluizige coronabolletje met die gretige grijparmpjes? Bezoekers ook die de regelmatig beslagen brillenglazen op de koop toenemen bij hun net niet goed zittende gezichtsmaskers.

drie weken geleden bij Kasteel Het Nijenhuis ten oosten van Zwolle, ongelooflijk toch, die drukte, met alle bijbehorende verkeersbewegingen?

Maar nee, dicht moesten ze, die musea, absoluut dicht! En nog geen week later? Minister Hugo de Jonge op tv. Met droge ogen en zonder enige schaamte weet ie te melden dat ze zeer waarschijnlijk snel weer open mogen. Gewoon nog wat nachtjes rustig slapen en ’t is zo ver. Wat is er daar achter de schermen gebeurd? Welk visioen, welk voortschrijdend inzicht had zich binnen zeven dagen zo plotseling aan hem geopenbaard? Maar goed, met zijn Bijbelse achtergrond zal de spreuk ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ hem niet onbekend zijn.

De bioscopen, theaters en ook musea mogen dus nu toch eind deze week ineens weer open. Wel natuurlijk met alle bijbehorende en beperkende corona-voorwaarden. Zwalkende cultuur-lichtpuntjes zogezegd. Met in Zeeland zelfs nog die al genoemde extra lichtbron. De herintroductie van Kunstbezord.nl.

Hé, zullen sommige lezers mogelijk denken. Ken ik dat niet? Jazekers ken je dat. In april en mei schreef ik daarover al. Nog even kort samengevat. Alles wat kunst betrof lag op z’n gat. Reden voor het Centrum Beeldende Kunst Zeeland om te beginnen met die actie Kunstbezorgd.nl. Alle bij het CBK ingeschreven professionele kunstenaars konden foto’s aanleveren van opstuurbare, brievenbusveilige kunstwerken met maximaal A4-formaat. Alles te koop voor de vaste prijs van €100 per kunstwerk. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Het idee vond ik zo sympathiek dat ik me over mijn bezwaar tegen die toch wel lage prijs heen zette.

Ik ging aan de slag met een stapel dunne, makkelijk snijdbare aluminiumplaten die al jaren in mijn atelier lag. En met succes. Veertig maakte ik er in die lockdown-maanden, allemaal verkocht. Een heerlijk gevoel dat ik in die sombere tijd best wel kon gebruiken. Zo’n heerlijk gevoel dat ik er ook nog een brochure van 40 pagina’s aan ga wijden. Maar dat wordt een ander verhaal.

afbeelding op de omslag van die komende brochure over de XX-XX Serie

Toen galerieën en musea weer opengingen sloot het CBK de site af. Tot ik twee weken geleden bericht kreeg dat in deze opnieuw duistere tijden de Kunstbezord site weer internetleven wordt ingeblazen. Oh,had ik nog wat van die aluminiumplaten liggen? Ja! Vandaar onderstaande foto van vorige week.

bezig in mijn atelier aan nieuwe kunstwerken voor Kunstbezorgd.nl

Kunstbezorgd.nl is intussen actief in de cyberspace en in de shop staan ook alweer heel wat werken te koop van heel wat kunstenaars. Zoals van mij. Ten minste, op dit moment van schrijven. Want zoals dat door de bancaire wereld tegenwoordig heet ‘resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst’. Je hoeft trouwens niet door alles heen te scrollen, je kunt ook op naam zoeken.

een screenshot van vorige week van de verkoopsite van Kunstbezorgd.nl met daarin het kunstwerk dat je al zag staan, helemaal bovenaan
een nieuw kunstwerk dat er nu op staat

En wat Hugo de Jonge betreft? Ik vroeg me ineens af of hij niet stiekem een fan is van de Rolling Stones. Want op vrijdag 20 november mogen de musea weer open. Komt dat even goed uit voor het Groninger Museum met de opening van de nieuwe blockbuster expositie ‘Unzipped’ over dat fameuze stel jonge ouwe mannen. Waarbij Mick Jagger de officiële opener is op donderdag 19 november om 17.00 uur. Dat gebeurt online via rollingstonesgroningen.nl. Door iedereen te volgen. Toeval? Bij Hugo de Jonge gebeuren wel meer rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Reddersmonument en van toen het Veerse Meer nog het Veerse Gat was


Wat dit hierboven is? Mijn Reddersmonument in Veere. Op de hoek van Markt en Kaai. Op de muur van wat ooit het katholieke kerkje O.L. Vrouwe ter Snee was, schuin tegenover dat prachtige middeleeuwse stadhuis. Onthuld op 29 mei 2010. Een paar weken geleden was ik er weer  eens even  om te controleren of dat reddersmonument er nog steeds goed bij hangt. Dat maakte ook gelijk heel wat herinneringen los. Zoals dat het al onthuld had moeten worden op 11 januari 2008 en ook nog op een heel andere plek.

bij de ingang van de haven

Daar dus waar nu die kanonnen staan. En dan zo’n 5 meter hoog. Je begrijpt vast al dat dit een stukje recente Veerse  geschiedenis vormt in de lange historie van deze ooit zo rijke havenstad. Van toen het Veerse Gat, de directe verbinding met de Noordzee, nog lang geen afgesloten Veerse Meer was. En er op drukke dagen in de 16e en 17e eeuw tientallen handelsschepen voor anker gingen.

Schepen die bij heftige stormen op zee wel eens in nood kwamen en ook vergingen. Waarbij zeelui verdronken of op het nippertje werden gered.

Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een soort reddingswezen op gang. Met als gangmaker de in Veere geboren Frans Naerebout (1748-1818). Voorganger van de velen die zich daarna inzetten voor dat reddingswezen. Zoals bijvoorbeeld nog op 11 januari 1958 kapitein Jan Minneboo en matroos Boete Minneboo. Die met hun reddingsboot en gevaar voor eigen leven op bijna miraculeuze manier de bemanning van de zinkende sleepboot Ebro veilig aan wal wisten te krijgen. Toen al beloofde de burgemeester dat daar een eremonument voor moest komen. Niet dus.

Frans Minneboo

En dat kon Frans Minneboo, zoon van Jan, niet laten gebeuren. Dat monument, een eerbetoon aan al die redders van eeuwen her, moest en zou er komen. Het liefst exact 50 jaar na die heldendaad in 1958. De laatste trouwens. Want een paar jaar later werd het Veerse Gat afgesloten. Dat is zelfs nog bezongen door de bekende troubadour Jaap Fischer. Luister maar.

Frans Minneboo richtte dus een stichting op. De Stichting Reddersmonument Veere, de SRM Veere. Vijf  Zeeuwse kunstenaars werden geselecteerd om een ontwerp te maken voor het monument. En, kort samengevat, mijn ontwerp werd ‘t.

maquette voor mijn Reddersmonument

Vanwege de figuratief vormgegeven symboliek. Met de vervaarlijke zeebodem en het opengewerkte lichaam van de drenkeling, bijna al een lege huls. En met de reddingsboot als windvaan bovenop de dubbel gelaagde golven. Voor zowel het visueel dramatisch effect als de gelaagdheid van het redden lang geleden. Want leverde een vergaan schip niet ook heel veel aangespoelde, te jutten en te verkopen goederen op?

Waar dit geheel moest komen wist ik gelijk. Op de kop van de haven waar vroeger al die schepen in en uit voeren. Recht tegenover de stoere 15e eeuwse Campveerse Toren, ooit onderdeel van de Veerse stadsmuur. Zo ongeveer moest ’t er ongeveer uit komen te zien.

gezien vanaf de hoek van Kaai en Markt

Maar toen kwamen de nimby’s in opstand. De lui van ‘ik ben wel voor, maar not in my back yard‘, niet in mijn achtertuin. Of eigenlijk dus nimfy’s. Not in my front yard, niet in mijn voortuin. Want, zoals dat werd verwoord in hun bezwaarschriften, ‘het past niet in onze vestingstad en bovendien zou bij plaatsing op de beschermde stadswallen het aloude silhouet van de stad worden aangetast’. Een heel curieus argument trouwens, dat van het silhouet. Want exact op de plaats waar het reddersmonument zou komen, stond eeuwen geleden een andere toren van de vestingwal. Zoals deze oude gravure van Veere laat zien. Maar ja, historisch besef is een rekbaar begrip.

links de gravure, rechts een uitsnede ervan, met links die toren tegenover de Campveerse Toren

Die toren schijnt ooit bij een zeer lage waterstand de haven in te zijn gegleden en is nooit meer opgebouwd. De tegenstanders liepen zelfs in de zomer op de Kaai toeristen te ronselen om hun bezwaar mee te ondertekenen. Ik heb me destijds ver gehouden van al dat gedoe, dat was aan de SRM Veere. Met pijn in het hart natuurlijk. Maar ik had van insiders wel begrepen dat Veere een politiek wespennest was en er mogelijk ook nog andere,meer persoonlijke belangen speelden. Uiteindelijk ging de oorspronkelijke opzet dus niet door, B en W haalden bakzeil. Maar geen haar op Frans Minneboo’s hoofd die er aan dacht zich schaakmat te laten zetten. De particuliere geldgiften waren overigens ook al binnen. Dus maakte ik een nieuwe, veel kleinere opzet voor die hoek bij Markt en Kaai. ’t Was toch ook mijn eer te na dat die redders niet geëerd zouden worden.

Het resultaat? Een groot feest op 29 mei 2010. Met redder Boete Minneboo en oud-Ebro-kapitein  Jan Bruins, beiden 85, als eregasten.

onthulling door Boete Minneboo en Jaap Bruins
en ondergetekende deed natuurlijk ook nog een woordje
een shanty-koor mocht natuurlijk ook niet ontbreken

Eind goed, al goed. Met dat nog steeds prachtig hangende reddersmonument. Tot volgende week.

TOOS

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Kathedralen en gotiek, maak mij er maar wakker voor!


Met z’n allen zijn we gek op top zoveel lijstjes. Ga maar na. Tussen Kerst en de klokslagen van Oudjaar natuurlijk die Top 2000 van onvergankelijke hits op de radio. Of de wekelijkse Mega Top50. Maar vlak ook de ‘Top100 grootste superjachten ter wereld’ niet uit. Of de ‘Top100 leukste Kerstfilms’ en de ‘Top10 Magische Weetjes over Eenhoorns’. Ooit gehoord trouwens van de ‘Top10 Psychologische trucs om ervoor te zorgen dat iedereen jou leuk vindt’? Zoek die maar gauw op.

kathedraal in Chartres

Zo hebben levensgezel en ik al jaren onze ‘Top5 Kathedralen’. Maar dan wel die uit de tijd van de gotiek, grofweg vanaf 1100. Prachtig wat er toen met nieuwe architectonische bouwmethoden en pure menskracht gemaakt is. Groter, hoger en ruimtelijker was het streven. Met daarbij prachtige beeldhouwkunst en fresco’s om de bijbel voor de zeer vele analfabeten tot leven te brengen. Zodra een aantal eeuwen later de overdadige barok erin sluipt, haken we echter af. Nee, die middeleeuwse gotiek, dat is ’t helemaal! Al jaren staat daarbij voor ons de kathedraal van Chartres bovenaan. Net zoiets als Bohemian Rhapsody van Queen in die Top2000. Ook niet weg te branden. Maar daaronder wijzigt nog wel eens wat, afhankelijk van nieuwe ‘ontdekkingen’.

de kathedraal van Orvieto

Vorige week schreef ik al over mijn verblijf onlangs in de streken van Toscane en Umbrië. Daarbij stond ook een bezoek aan het ons nog onbekende Orvieto op het program. Oud en ommuurd, gebouwd op een steile vulkanische bult. En gezien de alom geprezen 14de eeuwse kathedraal moest dat bezoek er een keer van komen. Nou, volkomen terecht, dat prijzen. À la Max Verstappen stoof die Cattedrale di Santa Maria Assunta met topsnelheid direct onze Top5 in. Alleen al die ligging op dat grote stadsplein! Met natuurlijk die afwisselend witte en zwarte stroken die de Italiaanse gotiek zo speciaal en prachtig maakt. Zeker als de zon er op staat te stralen. Maar de kleurige mozaïeken en overweldigende beeldhouwreliëfs op de voorgevel maakten er gelijk iets unieks van. En toen moest de binnenruimte nog komen.

van onder naar boven het verhaal van bijbelboek Genesis

Adam, Eva en de Slang in het Paradijs

de Dag des Oordeels met de verwijzing van de zielen naar hel of hemel

 Aan de eigenlijk veel te beperkte keus van foto’s hoef ik niet veel toe te voegen, die plaatjes spreken voor zich. De beroemde fresco’s van Lucca Signorelli (1450-1523) in een van de zijkapellen daarentegen verdienen meer toelichting. Bekende Renaissance-kunstenaars als Fra Angelico en Benozzo Gozzoli gingen hem er vijftig jaar eerder al voor, maar konden hun werk niet afmaken. Dat gebeurde pas rond 1500 door die Signorelli. Met grote, indrukwekkende schilderingen over de Antichrist, de Apocalyps en de Dag des Oordeels. Die dag waarop alle doden herrijzen uit hun graf en samen met de levenden hun definitieve oordeel krijgen: hemel of hel. Een heel druk dagje dus en een zeer populair item destijds (zie ook de foto daarvan hierboven van de voorgevel). Niet alleen toen trouwens. Als ik ’t goed begrijp is dat idee van de Apocalyps en de Doomsday ook behoorlijk populair bij de tegenwoordig zo invloedrijke evangelicals in de Verenigde Staten. Echt iets om blij van te worden! Maar dat terzijde.

Signorelli, de Antichrist

Apocalyps en Dag des Oordeels

Signorelli heeft zich in ieder geval als kunstenaar helemaal kunnen uitleven in de paar jaar dat hij met die fresco’s bezig was. Toch mooi dat Doomsday nog niet is geweest.  Nu kon ik ten minste nog volop genieten van die topkunst van hem en alle andere prachtige zaken in het interieur. Zoals de kleurrijke kapel met het doek van het Mirakel van Bolsena.  Een heel ander prachtig katholiek sprookje

kapel met fresco’s over het Mirakel van Bolsena

dat voor nu te ver voert

 Niet kerkelijk, maar ook interessant in verband met alles hierboven is het prachtige verhaal  ‘The Pillars of the Earth’ (Pilaren van de Aarde) van Ken Follett. Een historische roman over de bouw van een kathedraal in het Engeland van de 12de eeuw. Je krijgt er indirect heel veel mee over hoe dat destijds bij zo’n bouw toeging met al z’n ups en downs. Een absolute aanrader!

 

Welke de andere kathedralen in die Top5 zijn naast Chartres zul je je misschien nog afvragen? Nou, die van Amiens, Cordoba en Siena. Albi is vanwege Orvieto gezakt naar zes. Eigenlijk zijn ’t er dus maar vier en een half want de beroemde Mezquita van Cordoba is ten slotte ingebouwd in een grote Moorse moskee. En of de lijst definitief is? Zekers niet. Want er prijkt nog steeds een behoorlijke verzameling kathedralen op de to do-lijst. Ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence

de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

Een must, Mr.Turner!


turner 01

Het was al heel lang mijn bedoeling om eens aandacht aan hem te geven, aan een van mijn absolute schildershelden. Maar toen ik afgelopen mei las dat de film” Mr. Turner” op het filmfestival van Cannes in première zou gaan, heb ik dat nog even uitgesteld. Eerst die film zien! Dat is nu dus gebeurd. En ik kan alleen maar zeggen ” een must, en niet alleen voor de kunstliefhebber”. Ga zien hoe de schilder William Turner((1775-1851), want die bedoel ik natuurlijk, magnifiek wordt gespeeld door Timothy Spall in die film “Mr. Turner” van de ook al zo bekende regisseur Mike Leigh.

Maar waarom ben ik zo gek op dat werk van Turner? In ieder geval omdat hij Venetië zo geweldig wist weer te geven in die zeer eigengereide stijl van hem. Ik ben verliefd op die stad, maar volgens mij was hij dat ook.

The Dogana and Santa Maria della salute, 1843
The Dogana and Santa Maria della salute, 1843

Kijk maar eens naar die vochtige atmosfeer, die zinderende warmte en vooral dat licht en die lucht! Dat is voor mij Turner ten voeten uit. Maar hoe komt iemand er toe in 1843 zo te schilderen, tegen alle heersende tradities in? Daar gaat natuurlijk een ontwikkeling aan vooraf. Want nog zo’n Venetiëschilderij uit 1834 (hieronder) zit veel traditioneler en braver in elkaar. Gewoon meer zoals ’t hoorde.

The dogana and San Giorgio maggiore, 1834
The dogana and San Giorgio maggiore, 1834

Daarom heb ik ook zo’n bewondering voor de eenling Turner. Hij durfde op latere leeftijd te schilderen zoals nog niemand dat ooit voor hem had gedaan. Dat hij op oudere leeftijd steeds excentrieker werd, heeft daar misschien wel mee te maken. Maar hoe dan ook, Turner heeft ons prachtig werk nagelaten.

Kijk nog maar eens naar de twee zeeschilderijen hieronder. De eerste uit zijn begintijd, de tweede duidelijk van veel later. Alle twee mooi, maar ik weet wel waar ik voor ga!

Fishermen at Sea, 1796
Fishermen at Sea, 1796

 Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth
Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth

En dan te bedenken dat het Impressionisme in Frankrijk nog tientallen jaren op zich zou laten wachten. Die stroming begon pas vanaf 1870 met het werk van Claude Monet en werd in eerste instantie door het publiek geheel en al verguisd. Zo in de trant van “wat een troep”. Maar vergelijk het schilderij waaraan die kunststroming zijn naam ontleent, Monet’s  “Impression, soleil levant”, eens met dat latere werk van Turner.

 Impression,Soleil levant, Monet,1872
Impression,Soleil levant, Monet,1872

Is ’t dan niet heel erg braaf? Dat maakt het allemaal nog verbazingwekkender. Nou is ’t wel zo dat juist die latere schilderijen van Turner ook veel minder werden gepruimd door het kunstminnende deel van het Victoriaanse publiek. De film suggereert dat de jonge koningin Victoria, toen ze zijn werk zag op de jaarlijkse Salon in Londen, haar koninklijk neusje er heftig voor optrok. Tja, en als de koningin dat doet? Verzet je maar eens tegen zo’n adellijke mening. In die zin is er in de wereld nog weinig veranderd. Verander bijvoorbeeld maar eens het woord” koningin” in dit verhaal door “museumdirecteur voor moderne kunst”. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Al het werk dat Turner nog bezat bij zijn dood liet hij na aan de staat: olieverven, heel veel aquarellen en gigantisch veel schetsen.  Vandaar dat het Tate Britain in Londen nu een geheel eigen vleugel heeft voor Turner. Toen ik daar een aantal jaren geleden meer van zijn aquarellen zag, begreep ik ook zijn olieverfschilderijen beter. Kijk maar eens naar “Uitbraak van de Vesuvius”. Dat is dus echt een aquarel op papier en geen olieverf op doek.

Eruption of Vesuvius, 1817
Eruption of Vesuvius, 1817

Turner kon zijn aquareltechniek dus heel goed overbrengen op zijn olieverfschilderijen. En dat is zondermeer knap. Maar die schilderijen bewonder ik toch het meest. Daarom nog maar een paar.

Burning of the House of Lords, 1834
Burning of the House of Lords, 1834

Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio

Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway

turner 11

En dat laatste schilderij? Abstracte kunst? Die bestond nog helemaal niet,dat kwam pas in de 20ste eeuw! Overigens, dit is ook het enige schilderij dat we van Turner in Nederland in een museum hebben. In de Fundatie in Zwolle. En laten die Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe nu dit jaar samen een grote expositie organiseren rond Turner! Turner is dus hot. Maar eerst “Mr.Turner” gaan zien. En wordt het geen tijd dat we in Nederland nu ook eens zo’n prachtige film over Rembrandt maken? Onze eigen gigant die al weer ver voor Turner revolutionair bezig was en prachtig speelde met licht en verf. Tot volgende week.

TOOS

Hoe vat je Venetië in foto’s?


Venice, Giudecca

Hoe pak je in foto’s de sfeer, de ambiance, het gevoel dat een stad je geeft? Dat is een kunst op zich. Zeker bij zo’n unieke stad als Venetië. In schilderijen lukt me dat voor mijn eigen gevoel  best aardig. Ik heb in de loop der jaren ook al flink wat olieverven gemaakt met de Dogenstad als onderwerp. Zoveel zelfs dat daarvoor op mijn website een aparte link staat: http://www.toosvanholstein.nl/venetiemozaiek1.html

In mijn atelier fantaseer ik mijn eigen beeld. Ik probeer dan iets te creëren dat de kijker direct ervaart als Venetiaans, maar dat als werkelijkheid nergens in de stad is terug te vinden. Ook voor een inwoner niet die alle calles, fondamentas, sottoportos, canales, enz. kent. Het is gewoon mijn eigen gedroomde La Serenissima. Hierbij een voorbeeld daarvan.

Venice

Old wall in Venice Bij foto’s is dat natuurlijk compleet anders. Daarin pak je wel de werkelijkheid. Een momentane werkelijkheid overigens, want die werkelijkheid verandert natuurlijk voortdurend. Het weer, lichtinval, reflectie op al dat water, verlichting, de ochtend, de avond, het toeval, dat alles speelt  daarbij een grote rol. Daarom is ’t juist ook weer heel spannend  om met een camera rond te lopen en dat moment te vatten. Iets totaal verschillends dus vergeleken met  in mijn atelier een aantal maanden aan een schilderij werken.

Na thuiskomst  wacht dan natuurlijk nog het selecteren van die plaatjes met daaraan gekoppeld het in elkaar draaien van een fotoboek. Echt zo’n mooie verworvenheid van deze tijd, dat laatste. Achter je computer een fotoboek samenstellen, op knopje “verzend” klikken en wachten tot het uiteindelijk door de brievenbus naar binnen valt.

 Venice traffic

Venice by night

Dit keer heb ik voor mijzelf een lekker dik boek gemaakt vanwege een niet te versmaden aanbieding. Nadeel was alleen dat het niet op internet werd gezet met een tijdelijke link erheen. Een optie die er regelmatig wel bij hoort en voor nieuwsgierige vrienden best prettig is. Nu dus echter niet. Maar dan kent internet weer andere mogelijkheden. Gewoon met die foto’s een filmpje maken voor YouTube. Met nog wat extra  toeters en bellen die een fotoboek niet biedt. Zo gezegd zo gedaan. Daarna nog muziek eronder uit “De vier Jaargetijden” van Antonio Vivaldi,  zo’n beetje de huiscomponist van Venetië in de eerste helft van de 18de eeuw, en klikken op “upload”. Simple comme bonjour. ’t Kost wel wat tijd, maar dan kan ik ook laten zien waarom Venetië mij zo fascineert.

 Venice

palazzo in Venice

Het filmpje is voor de luiaards onder ons hier al ingebouwd. Op mijn eigen kanaal op YouTube staat het onder de link http://youtu.be/tN4sWp3y6JU . Veel plezier ermee.

Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube http://bit.ly/ij4Pag