Categorie archief: geschiedenis

Kathedralen en gotiek, maak mij er maar wakker voor!


Met z’n allen zijn we gek op top zoveel lijstjes. Ga maar na. Tussen Kerst en de klokslagen van Oudjaar natuurlijk die Top 2000 van onvergankelijke hits op de radio. Of de wekelijkse Mega Top50. Maar vlak ook de ‘Top100 grootste superjachten ter wereld’ niet uit. Of de ‘Top100 leukste Kerstfilms’ en de ‘Top10 Magische Weetjes over Eenhoorns’. Ooit gehoord trouwens van de ‘Top10 Psychologische trucs om ervoor te zorgen dat iedereen jou leuk vindt’? Zoek die maar gauw op.

kathedraal in Chartres

Zo hebben levensgezel en ik al jaren onze ‘Top5 Kathedralen’. Maar dan wel die uit de tijd van de gotiek, grofweg vanaf 1100. Prachtig wat er toen met nieuwe architectonische bouwmethoden en pure menskracht gemaakt is. Groter, hoger en ruimtelijker was het streven. Met daarbij prachtige beeldhouwkunst en fresco’s om de bijbel voor de zeer vele analfabeten tot leven te brengen. Zodra een aantal eeuwen later de overdadige barok erin sluipt, haken we echter af. Nee, die middeleeuwse gotiek, dat is ’t helemaal! Al jaren staat daarbij voor ons de kathedraal van Chartres bovenaan. Net zoiets als Bohemian Rhapsody van Queen in die Top2000. Ook niet weg te branden. Maar daaronder wijzigt nog wel eens wat, afhankelijk van nieuwe ‘ontdekkingen’.

de kathedraal van Orvieto

Vorige week schreef ik al over mijn verblijf onlangs in de streken van Toscane en Umbrië. Daarbij stond ook een bezoek aan het ons nog onbekende Orvieto op het program. Oud en ommuurd, gebouwd op een steile vulkanische bult. En gezien de alom geprezen 14de eeuwse kathedraal moest dat bezoek er een keer van komen. Nou, volkomen terecht, dat prijzen. À la Max Verstappen stoof die Cattedrale di Santa Maria Assunta met topsnelheid direct onze Top5 in. Alleen al die ligging op dat grote stadsplein! Met natuurlijk die afwisselend witte en zwarte stroken die de Italiaanse gotiek zo speciaal en prachtig maakt. Zeker als de zon er op staat te stralen. Maar de kleurige mozaïeken en overweldigende beeldhouwreliëfs op de voorgevel maakten er gelijk iets unieks van. En toen moest de binnenruimte nog komen.

van onder naar boven het verhaal van bijbelboek Genesis
Adam, Eva en de Slang in het Paradijs
de Dag des Oordeels met de verwijzing van de zielen naar hel of hemel

 Aan de eigenlijk veel te beperkte keus van foto’s hoef ik niet veel toe te voegen, die plaatjes spreken voor zich. De beroemde fresco’s van Lucca Signorelli (1450-1523) in een van de zijkapellen daarentegen verdienen meer toelichting. Bekende Renaissance-kunstenaars als Fra Angelico en Benozzo Gozzoli gingen hem er vijftig jaar eerder al voor, maar konden hun werk niet afmaken. Dat gebeurde pas rond 1500 door die Signorelli. Met grote, indrukwekkende schilderingen over de Antichrist, de Apocalyps en de Dag des Oordeels. Die dag waarop alle doden herrijzen uit hun graf en samen met de levenden hun definitieve oordeel krijgen: hemel of hel. Een heel druk dagje dus en een zeer populair item destijds (zie ook de foto daarvan hierboven van de voorgevel). Niet alleen toen trouwens. Als ik ’t goed begrijp is dat idee van de Apocalyps en de Doomsday ook behoorlijk populair bij de tegenwoordig zo invloedrijke evangelicals in de Verenigde Staten. Echt iets om blij van te worden! Maar dat terzijde.

Signorelli, de Antichrist
Apocalyps en Dag des Oordeels

Signorelli heeft zich in ieder geval als kunstenaar helemaal kunnen uitleven in de paar jaar dat hij met die fresco’s bezig was. Toch mooi dat Doomsday nog niet is geweest.  Nu kon ik ten minste nog volop genieten van die topkunst van hem en alle andere prachtige zaken in het interieur. Zoals de kleurrijke kapel met het doek van het Mirakel van Bolsena.  Een heel ander prachtig katholiek sprookje

kapel met fresco’s over het Mirakel van Bolsena

dat voor nu te ver voert

 Niet kerkelijk, maar ook interessant in verband met alles hierboven is het prachtige verhaal  ‘The Pillars of the Earth’ (Pilaren van de Aarde) van Ken Follett. Een historische roman over de bouw van een kathedraal in het Engeland van de 12de eeuw. Je krijgt er indirect heel veel mee over hoe dat destijds bij zo’n bouw toeging met al z’n ups en downs. Een absolute aanrader!

 

Welke de andere kathedralen in die Top5 zijn naast Chartres zul je je misschien nog afvragen? Nou, die van Amiens, Cordoba en Siena. Albi is vanwege Orvieto gezakt naar zes. Eigenlijk zijn ’t er dus maar vier en een half want de beroemde Mezquita van Cordoba is ten slotte ingebouwd in een grote Moorse moskee. En of de lijst definitief is? Zekers niet. Want er prijkt nog steeds een behoorlijke verzameling kathedralen op de to do-lijst. Ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

Een must, Mr.Turner!


turner 01

Het was al heel lang mijn bedoeling om eens aandacht aan hem te geven, aan een van mijn absolute schildershelden. Maar toen ik afgelopen mei las dat de film” Mr. Turner” op het filmfestival van Cannes in première zou gaan, heb ik dat nog even uitgesteld. Eerst die film zien! Dat is nu dus gebeurd. En ik kan alleen maar zeggen ” een must, en niet alleen voor de kunstliefhebber”. Ga zien hoe de schilder William Turner((1775-1851), want die bedoel ik natuurlijk, magnifiek wordt gespeeld door Timothy Spall in die film “Mr. Turner” van de ook al zo bekende regisseur Mike Leigh.

Maar waarom ben ik zo gek op dat werk van Turner? In ieder geval omdat hij Venetië zo geweldig wist weer te geven in die zeer eigengereide stijl van hem. Ik ben verliefd op die stad, maar volgens mij was hij dat ook.

The Dogana and Santa Maria della salute, 1843
The Dogana and Santa Maria della salute, 1843

Kijk maar eens naar die vochtige atmosfeer, die zinderende warmte en vooral dat licht en die lucht! Dat is voor mij Turner ten voeten uit. Maar hoe komt iemand er toe in 1843 zo te schilderen, tegen alle heersende tradities in? Daar gaat natuurlijk een ontwikkeling aan vooraf. Want nog zo’n Venetiëschilderij uit 1834 (hieronder) zit veel traditioneler en braver in elkaar. Gewoon meer zoals ’t hoorde.

The dogana and San Giorgio maggiore, 1834
The dogana and San Giorgio maggiore, 1834

Daarom heb ik ook zo’n bewondering voor de eenling Turner. Hij durfde op latere leeftijd te schilderen zoals nog niemand dat ooit voor hem had gedaan. Dat hij op oudere leeftijd steeds excentrieker werd, heeft daar misschien wel mee te maken. Maar hoe dan ook, Turner heeft ons prachtig werk nagelaten.

Kijk nog maar eens naar de twee zeeschilderijen hieronder. De eerste uit zijn begintijd, de tweede duidelijk van veel later. Alle twee mooi, maar ik weet wel waar ik voor ga!

Fishermen at Sea, 1796
Fishermen at Sea, 1796
 Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth
Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth

En dan te bedenken dat het Impressionisme in Frankrijk nog tientallen jaren op zich zou laten wachten. Die stroming begon pas vanaf 1870 met het werk van Claude Monet en werd in eerste instantie door het publiek geheel en al verguisd. Zo in de trant van “wat een troep”. Maar vergelijk het schilderij waaraan die kunststroming zijn naam ontleent, Monet’s  “Impression, soleil levant”, eens met dat latere werk van Turner.

 Impression,Soleil levant, Monet,1872
Impression,Soleil levant, Monet,1872

Is ’t dan niet heel erg braaf? Dat maakt het allemaal nog verbazingwekkender. Nou is ’t wel zo dat juist die latere schilderijen van Turner ook veel minder werden gepruimd door het kunstminnende deel van het Victoriaanse publiek. De film suggereert dat de jonge koningin Victoria, toen ze zijn werk zag op de jaarlijkse Salon in Londen, haar koninklijk neusje er heftig voor optrok. Tja, en als de koningin dat doet? Verzet je maar eens tegen zo’n adellijke mening. In die zin is er in de wereld nog weinig veranderd. Verander bijvoorbeeld maar eens het woord” koningin” in dit verhaal door “museumdirecteur voor moderne kunst”. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Al het werk dat Turner nog bezat bij zijn dood liet hij na aan de staat: olieverven, heel veel aquarellen en gigantisch veel schetsen.  Vandaar dat het Tate Britain in Londen nu een geheel eigen vleugel heeft voor Turner. Toen ik daar een aantal jaren geleden meer van zijn aquarellen zag, begreep ik ook zijn olieverfschilderijen beter. Kijk maar eens naar “Uitbraak van de Vesuvius”. Dat is dus echt een aquarel op papier en geen olieverf op doek.

Eruption of Vesuvius, 1817
Eruption of Vesuvius, 1817

Turner kon zijn aquareltechniek dus heel goed overbrengen op zijn olieverfschilderijen. En dat is zondermeer knap. Maar die schilderijen bewonder ik toch het meest. Daarom nog maar een paar.

Burning of the House of Lords, 1834
Burning of the House of Lords, 1834
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway

turner 11

En dat laatste schilderij? Abstracte kunst? Die bestond nog helemaal niet,dat kwam pas in de 20ste eeuw! Overigens, dit is ook het enige schilderij dat we van Turner in Nederland in een museum hebben. In de Fundatie in Zwolle. En laten die Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe nu dit jaar samen een grote expositie organiseren rond Turner! Turner is dus hot. Maar eerst “Mr.Turner” gaan zien. En wordt het geen tijd dat we in Nederland nu ook eens zo’n prachtige film over Rembrandt maken? Onze eigen gigant die al weer ver voor Turner revolutionair bezig was en prachtig speelde met licht en verf. Tot volgende week.

TOOS

Hoe vat je Venetië in foto’s?


Venice, Giudecca

Hoe pak je in foto’s de sfeer, de ambiance, het gevoel dat een stad je geeft? Dat is een kunst op zich. Zeker bij zo’n unieke stad als Venetië. In schilderijen lukt me dat voor mijn eigen gevoel  best aardig. Ik heb in de loop der jaren ook al flink wat olieverven gemaakt met de Dogenstad als onderwerp. Zoveel zelfs dat daarvoor op mijn website een aparte link staat: http://www.toosvanholstein.nl/venetiemozaiek1.html

In mijn atelier fantaseer ik mijn eigen beeld. Ik probeer dan iets te creëren dat de kijker direct ervaart als Venetiaans, maar dat als werkelijkheid nergens in de stad is terug te vinden. Ook voor een inwoner niet die alle calles, fondamentas, sottoportos, canales, enz. kent. Het is gewoon mijn eigen gedroomde La Serenissima. Hierbij een voorbeeld daarvan.

Venice

Old wall in Venice Bij foto’s is dat natuurlijk compleet anders. Daarin pak je wel de werkelijkheid. Een momentane werkelijkheid overigens, want die werkelijkheid verandert natuurlijk voortdurend. Het weer, lichtinval, reflectie op al dat water, verlichting, de ochtend, de avond, het toeval, dat alles speelt  daarbij een grote rol. Daarom is ’t juist ook weer heel spannend  om met een camera rond te lopen en dat moment te vatten. Iets totaal verschillends dus vergeleken met  in mijn atelier een aantal maanden aan een schilderij werken.

Na thuiskomst  wacht dan natuurlijk nog het selecteren van die plaatjes met daaraan gekoppeld het in elkaar draaien van een fotoboek. Echt zo’n mooie verworvenheid van deze tijd, dat laatste. Achter je computer een fotoboek samenstellen, op knopje “verzend” klikken en wachten tot het uiteindelijk door de brievenbus naar binnen valt.

 Venice traffic

Venice by night

Dit keer heb ik voor mijzelf een lekker dik boek gemaakt vanwege een niet te versmaden aanbieding. Nadeel was alleen dat het niet op internet werd gezet met een tijdelijke link erheen. Een optie die er regelmatig wel bij hoort en voor nieuwsgierige vrienden best prettig is. Nu dus echter niet. Maar dan kent internet weer andere mogelijkheden. Gewoon met die foto’s een filmpje maken voor YouTube. Met nog wat extra  toeters en bellen die een fotoboek niet biedt. Zo gezegd zo gedaan. Daarna nog muziek eronder uit “De vier Jaargetijden” van Antonio Vivaldi,  zo’n beetje de huiscomponist van Venetië in de eerste helft van de 18de eeuw, en klikken op “upload”. Simple comme bonjour. ’t Kost wel wat tijd, maar dan kan ik ook laten zien waarom Venetië mij zo fascineert.

 Venice

palazzo in Venice

Het filmpje is voor de luiaards onder ons hier al ingebouwd. Op mijn eigen kanaal op YouTube staat het onder de link http://youtu.be/tN4sWp3y6JU . Veel plezier ermee.

Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

La Traviata in La Fenice in La Serenissima


En waarom een héééél klein ietsiepietserig stukje van het beroemde operagebouw Teatro  La Fenice in Venetië eigenlijk van mij is. Dat zou namelijk ook boven deze aflevering kunnen staan. Maar voor een titel is dat toch wat lang. Overigens, zowel de lange als de korte titel verdienen natuurlijk wel enige uitleg.

Fenice1

Uit voorgaande stukjes is wel duidelijk dat ik kort geleden een week in Venetië doorbracht. Eén van de mooiste steden ter wereld en ook een lievelingsstad van mij. Die speciale binding begon ergens in de tweede helft van de jaren 90. La Fenice was weer eens afgebrand, niet voor de eerste keer dus in haar bestaan sinds 1792. Zoiets gaat natuurlijk geld kosten, heel veel geld voor restauratie en herbouw. Vanuit mijn Niçoise galerie Qvadrige ontstond het idee om met een aantal kunstenaars een benefiettentoonstelling te organiseren in Venetië in samenwerking met een bevriende galerie daar. De verkoopopbrengsten zouden voor het opbouwfonds van La Fenice zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Vandaar dat er ineens werk van mij in Venetië hing en ik daar vanzelfsprekend ook was. Daar begon mijn liefde voor La Serenissima, een liefde die nog steeds voortduurt.

fenice2

Er hangt overigens nog steeds werk van mij. Vanuit verkoop aan particulieren maar ook in een restaurant. Aciugheta, vlak bij de Piazza San Marco, een naam die met ansjovis heeft te maken. Door de connecties van onze Venetiaanse galeriehouder Antonio konden we daar toen voor een inboorlingprijs eten. En dat scheelt behoorlijk met de toeristenprijs, neem dat maar van mij aan. Als tegenprestatie hebben wij, de kunstenaars, destijds elk een klein kunstwerkje gemaakt. Ik een tekening met oprukkende ansjovisjes. Een paar weken geleden ben ik even op controle geweest, en ja hoor, het hangt er nog steeds (zie links boven op de foto).

fenice3 Door die benefietactie kan ik dus met recht beweren dat een heel klein restauratiestukje van La Fenice  door mij is bekostigd. Maar van het bijwonen van een voorstelling daar was ’t tijdens al mijn Venetiaanse bezoeken nog nooit gekomen. Nou kost je dat ook echt een rib uit je lijf. Maar voor alles in het leven is er een eerste keer. Ook dus voor zo’n opera in La Fenice. Zeker toen ik op internet zag dat La traviata van Verdi werd opgevoerd. Dat beroemde werk beleefde er ten slotte zijn wereldpremière in 1853 en was ook de eerste productie bij de heropening in 2004. Mooier kon gewoonweg niet!

 

Ik heb ontzettend genoten. Wat wil je ook bij zo’n operadrama  met bijna alleen maar klassieke tophits en een prachtige bezetting. Maar dat laatste zijn ze daar aan hun stand wel verplicht. Het blijft natuurlijk een draak van een verhaal met alle bijbehorende liefde, zieligheid, leed, ziekte, opofferingsgezindheid en dood. Maar die muziek! Kippenvelmomenten zoals goeie muziek die kan veroorzaken. Bij een volgende keer in Venetië, en die komt allicht, misschien toch maar weer die rib uit mijn lijf?

fenice4

Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Is de Biënnale van Venetië 2013 de moeite waard?


Bien01

Nederlands paviljoen
Nederlands paviljoen

 Dat is zo’n gewetensvraag, elke keer weer dat ik er ben geweest. En dat is toch al heel wat keertjes, vier jaar geleden voor ’t laatst. Van te voren weet ik al dat ik flink wat kunstzinnig gedoe en kunstprietpraat tegen ga komen waaraan ik mij erger. Of waarbij ik gewoon mijn schouders ophaal. Zo van “nou, dat zal dan wel”. Maar ook dat ik getroffen ga worden door kunst die me echt iets doet. De vraag is alleen hoe het positieve zich verhoudt tot het negatieve en wat al die curatoren van de verschillende landen nu weer verzonnen hebben. Daarover straks meer. Wel strooi ik al foto’s als sfeerbeelden er tussendoor. Ik ga overigens nog aan een fotoboek beginnen dat ik te zijner tijd mijn blogbezoekers niet onthoud.

Bien03Bien04Bien05Hoe dan ook, het blijft een bijzondere belevenis, die Biënnale. Dagenlang kun je in Venetië ronddwalen van kunstplek naar kunstplek. De Giardini, het officiële en oorspronkelijke expositieterrein met de landenpaviljoens waaronder ook het Nederlandse. Het Arsenale, ’t eeuwenoude, robuuste, geheimzinnige industrieterrein van de stad dat sinds 1999 bij de Biënnale is getrokken. En de vele gebouwen in de stad zelf die worden afgehuurd door landen die geen plek hebben in de Giardini of het Arsenale. Dat worden er gelukkig zelfs steeds meer. Gelukkig, omdat je als bezoeker op die manier op de prachtigste plekken komt die normaal niet toegankelijk zijn. Niet meer gebruikte middeleeuwse kerken, paleizen waarvan plotsklaps de deuren openstaan en waar je zomaar gratis doorheen mag wandelen. Voor nop een prachtige inkijk in de oude grandeur van La Serenissima met ook nog gratis uitkijk op het Canal Grande. Dat alleen al maakt een bezoek de moeite waard.

Bien06

Bien07

Bien08

Bien10 Maar nu de kunst. Veel dus dat voor mij onder de noemer “de kleren van de keizer” valt. Wie kent niet het wereldberoemde sprookje van Hans Christian Andersen. Een naakte keizer die denkt in de prachtigste kleren rond te lopen omdat iedereen tot de keizerlijke kring wil behoren en niemand de moed heeft te zeggen dat die prachtige kleren helemaal niet bestaan. Mijn lief gebruikt hiervoor wel de term “gebakken lucht”. Gebakken lucht dus naast  veel conceptueel blabla waarbij je lappen tekst tot je moet nemen in een vaak tot mislukken gedoemde poging om te begrijpen wat er mee wordt bedoeld. Het Nederlands paviljoen met “onze” Middelburgse curator Lorenzo Benedetti , directeur van museum De Vleeshal, en kunstenaar Mark Manders onttrok zich hieraan. Echt een hoogtepunt naast nog een paar andere.

Bien09

Het ronddwalen door het Arsenale is dat so wie so altijd al. Die langgerekte hallen met hun gigantische pilaren onder de houten daken, het schaarse licht, de geheimzinnige sfeer, in één woord prachtig. En als ik dan af en toe ook nog kunst zie die me optilt, kan die dag niet meer stuk.

Bien11 Opvallend vond ik trouwens het gebrek aan goeie schilderkunst. Vooral veel installaties, foto’s en heel veel  video. En bij dat laatste vind ik nog steeds dat de meeste makers/kunstenaars maar eens naar een echte filmacademie of naar Hollywood moeten gaan om het vak te leren. Alhoewel, op dat gebied beginnen toch wel steeds meer goed gemaakteprojecten te ontstaan. Maar als ’t zogenaamd kunstzinnig vaag, vlekkerig,  schokkerig en onbegrijpelijk moet zijn, haak ik af.

Om uiteindelijk de vraag in de titel te beantwoorden: ja. Al die “kleren van de keizer” zijn nodig om de echte parels eruit te halen. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Monumentaal wonen in een Rijksmonument


Monumentendag1 Afgelopen zaterdag gaf ik weer eens open huis, of open deurdag zoals ze in Vlaanderen zeggen. Het was ten slotte Open Monumentendag, een uitstekende gelegenheid om in heel Nederland Rijksmonumenten te bezichtigen. Maar dan moeten die natuurlijk wel open zijn. Voor mijn pakhuis uit 1738 zie ik dat min of meer als een morele verplichting. Want toen ik in 1999 bij de eerste aanblik verliefd werd op het pand, moest er nog heel wat gebeuren voor het als woon/werkverblijf bruikbaar was. En daarbij heeft het Rijk, indirect wij dus met z’n allen, een deel subsidie verleend op de restaurabele, oorspronkelijke elementen. Dus waarom dan niet de gemeenschap de gelegenheid geven te zien wat daarmee destijds is gebeurd? Niet alleen in mijn atelier dus, maar ook in het woongedeelte.

Nou, er gebeurde dus ontzettend veel. Want ’t was, zacht uitgedrukt, een ontiegelijke rotzooi. Er had nog nooit iemand gewoond, er was geen gas, geen water, geen zelfstandige elektriciteit. Daarbij moest de eigenaar  dertien grote containers, zo bleek achteraf,  met onbruikbare spullen naar de stort brengen om het geheel leeg op te leveren. Hierbij een paar foto’s van hoe het ooit was en hoe ’t er nu uitziet. Klein verschilletje, nietwaar?

Monumentendag0Monumentendag3Monumentendag2Ik vind het dus altijd heel leuk bezoekers op Monumentendag te vertellen over de geschiedenis van het pand. Over de haringpakkerij die er eerst is geweest op die plek, over de Middelburgse Commercie Compagnie die het pakhuis in 1738 liet bouwen. Over de balken die uit het Balkengat achter de Kinderdijk en Korendijk werden gevist. Met daarbij balken die waarschijnlijk ooit onderdeel waren van VOC-schepen die op de werf daar werden gebouwd en onttakeld. Over het graan uit de Baltische staten en delen van Duitsland, als Sleeswijk en Holstein, dat er zeer waarschijnlijk opgeslagen heeft gelegen. Over het feit dat ik daarom het pand officieel Holstein heb mogen noemen. Over de muren die eigenlijk van de buren zijn. Over, ja, over wat eigenlijk niet. En over mijn kunst natuurlijk die overal in het huis hangt.

Monumentendag4

Ook dit jaar vond ik het weer een geslaagde dag met heel veel nieuwsgierige bezoekers die zeer verrast waren door alles dat we in dat oude pakhuis tot stand hebben gebracht. Bezoekers ook, die ’t toch wel heel erg gastvrij vonden ’s  morgens met koffie en ’s middags met een glaasje met bubbels (nee, geen mineraalwater) verwend te worden. Want je moet, als ’t even kan, een feestje proberen te maken van het leven. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Sint Nicolaas


Lang geleden leerden we op school bij de Nederlandse geschiedenis dat de Batavieren een paar duizend jaar geleden via de Rijn ons land binnen kwamen. Het zij zo. Maar dat Sint Nicolaas, onze enige algemeen aanvaarde kerkvader, vorige week via de Maas ons land binnenkwam bij die grote havenstad Roermond? Nee, dat had ik nooit kunnen bedenken. Maar goed, ook dat zij zo. Hij voelde zich waarschijnlijk wel direct thuis, daar in Roermond. Want ze hebben er ten slotte nog steeds hun eigen bisschop.

Door die intocht van Sinterklaas moest ik denken aan Jacques de Voragine. Vermoedelijk heel weinig Nederlanders zullen die associatie hebben gehad. Dus is het, denk ik, wel goed dat even uit te leggen. Galerie Qvadrige in Nice waarmee ik al jarenlang samenwerk, geeft in delen de zogenaamde Legenda Aurea (La Légende Dorée, De Gouden Legende) uit. Dat is een beroemd middeleeuws boek waarin heel veel heiligenlevens beschreven staan. Het werd in de 13de eeuw geschreven door, je raadt ’t al, die Jacques de Voragine, een Italiaanse monnik die later nog aartsbisschop van Genua werd. Voor Qvadrige heb ik een paar van die heiligenlevens geïllustreerd met steendrukken. Zie de foto’s. En, je raadt ’t alweer, daarbij zat ook Saint Nicolas, onze eigenste Sinterklaas. Vandaar dus die associatie.

Voor die steendrukken heb ik me natuurlijk verdiept in het leven van bisschop Nicolaos van het Turkse Myra. Die man kon er wat van! In de schoenen van de drie dochters van een arme man wierp hij buidels met goud zonder zelf aanwezig te zijn. Zo hoefden die meisjes niet verkocht te worden als slavinnen. Drie vermoorde studenten die, in stukken gesneden, in pekelvleesvaten waren verstopt, wekte hij weer tot leven. Een moeder vergat door de inwijdingsdienst van Nicolaos tot bisschop dat ze haar baby voor een wasbeurt in een tobbe water op het vuur had achtergelaten. Maar onze nieuwe bisschop zorgde er natuurlijk voor dat het water niet aan de kook raakte en gewoon lauw bleef. Zulke mooie sprookjesverhalen leveren vanzelfsprekend wel inspiratie op.

Ook door die aankomst van Sinterklaas bedacht ik me dat ’t wel interessant is om die vier steendrukken tijdens de komende Kunst en Cultuurroute te tonen. In Middelburg dus, op zondag 2 december in mijn atelier aan de Korendijk 56. Tot volgende week.

 TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Hoe je plots besluit naar Parijs te gaan


 Kort geleden viel mijn oog op een NRC-artikel over een heel speciale expositie in Parijs. Over Artemisia Gentileschi (1593-1653)! Ik wist ’t meteen. Daar moest en zou ik heen. Want Artemisia is voor mij één van de iconen uit de geschiedenis van de kunst. Nooit van gehoord? Tja, zo is dat met veel vrouwelijke kunstenaars uit het verleden gegaan. Daaruit weggeschreven door  mannen die kunstboeken publiceerden over alleen maar mannen.  Overdreven? Goed, even twee voorbeelden die zeer illustratief zijn voor de rest.

In de USA wordt al heel lang “Wereldgeschiedenis van de kunst”van ene Janson op de universiteiten als standaardwerk gebruikt. Pas in de 5de druk (1995) kwam daarin voor het eerst aandacht voor vrouwen. Zelf gebruikte ik op de academie “Eeuwige schoonheid” van Gombrich. En nu één keer raden. Inderdaad, er werd geen vrouwelijke kunstenaar in genoemd! Terwijl in “Kunstenaarslevens”, in de 16de eeuw geschreven door Vasari, wel degelijk vrouwen voorkwamen. Toen wel!

Die vrouwen werden pas weer aan de vergetelheid ontrukt toen in de jaren 70 van de vorige eeuw door de emancipatie de vrouwenstudies op universiteiten tot ontwikkeling kwamen. Nu kennen we ze weer, vrouwen die in hun tijd niet onderdeden voor de mannen. En Artemisia is één van hen (zie haar zelfportret hierboven). Ik schreef al eens over haar in mijn “Kunststukjes” waarover ik een paar weken geleden verhaalde. Klik maar op http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel02.html en http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel06.html.  Dan kun je je hart ophalen aan spannende verhalen, anekdotes en achtergrondverklaringen over “De vrouw in de Kunst” in de loop der eeuwen.

 Artemisia spant voor mij de kroon. Ga maar na. Dochter van een schilder in Rome, werkzaam in zijn atelier, zeer getalenteerd, verkracht door een compagnon van haar vader en daarna door de magistraten gemarteld om na te gaan of ze wel de waarheid sprak (haar vingers, haar werktuigen dus, werden in klemschroeven gezet). Later op voorspraak van de grote Michelangelo de eerste vrouw die in Florence werd toegelaten tot het mannelijk bolwerk van de Kunstacademie. Vervolgens een carrière die voerde langs allerlei vorstenhuizen. Schilderijen over sterke vrouwen met heel veel dramatiek, heiligen, portretten en nog veel meer. Maar dat komt binnenkort wel.

Voor die vrouw ga ik dus binnenkort naar Parijs. Naar het Musée Maillol waar nu een grote tentoonstelling is over haar. Ik verheug me erop.

Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

De Finse eurodeal en de geschiedenis van fort Rammekens


Regelmatig ben ik even in fort Rammekens in verband met een of  ander voor mijn expositie daar. Elke keer als ik die Rammekense grond onder de voeten heb, voel ik mezelf lopen  op een bijzondere plek met ontzettend veel Zeeuwse geschiedenis. Vond hier in april 1573 niet de Slag bij Rammekens plaats tussen de Spanjaarden en de Zeeuwse Geuzenvloot? Dat zie je terug in de serie wereldberoemde wandtapijten in het Zeeuws Museum in Middelburg die de Zeeuwse magistraten eind 16de eeuw lieten maken om een aantal glorieuze overwinningen tijdens de beginjaren van de 80-Jarige Oorlog te eren. Eén daarvan gaat over die Slag bij Rammekens. Overigens moet je op dat reusachtige tapijt nog heel goed speuren naar waar dat fort ligt tussen al die vurende oorlogsschepen in. Dat detail heb ik er hier maar uitgelicht. Het is echt alleen al de moeite waard het Zeeuws Museum te bezoeken voor die tapijten.

 Maar wist je dat, ondanks al die overwinningen, Vlissingen en het fort van 1585 tot 1616 Engels bezit waren? Ze werden als onderpand aan Engeland gegeven voor het leveren van duizenden Engelse soldaten die meevochten tegen de Spanjaarden aan de kant van Holland en Zeeland. Vergelijk dat eens met de eurodeal die de Finnen willen maken met Griekenland voor het redden van de Griekse economie!  Na al die eeuwen zijn de tijden nog steeds niet fundamenteel veranderd.  Jammer dat dit soort details meestal niet in de geschiedenisboekjes voorkomt. Trouwens, zou de Acropolis niet een beter onderpand zijn dan een zak met euro’s?

 Van het fort zijn natuurlijk meer afbeeldingen uit vroeger tijden overgebleven. Op een schilderij van Willem Hermansz van Diest zie je direct dat de omgeving van Rammekens in de loop der eeuwen behoorlijk is veranderd.

Toen stak de punt ervan nog in zee, nu ligt die helemaal ingeklemd achter de dijk van de Westerschelde. Wat je op dit schilderij niet kunt zien maar op bijgaand kaartje wel, is de directe toegangsweg vanaf die Westerschelde naar Middelburg, in de 16de eeuw de drukste handelshaven van de Noordelijke Nederlanden.

Dat kanaal is er al lang niet meer. Nu loopt daar het nieuwe tracé van de provinciale N57. En als je goed kijkt zie je dat Arnemuiden nog aan open water ligt zodat de huidige snelweg naar Vlissingen daar nu langs de Westerschelde zou voeren als later niet de polders rond Nieuw en St.Joosland zouden zijn ingedijkt. Zeeland is en blijft toch wel een heel bijzondere provincie!

TOOS

Filmpje van fort Rammekens


Als je fort Rammekens kent en ook nog mijn schilderijen is het niet moeilijk voor te stellen dat die twee goed samengaan. Oude, verweerde en begroeide muren, gangen en krochten met allerlei doorgangen en dan ook nog die prachtige Renaissancepoort!
Ik heb er ter voorbereiding op de tentoonstelling al heel wat keertjes rondgelopen, gefotografeerd en gefilmd. Voor hen die het fort nog niet kennen, is het wel interessant eens te gaan kijken op http://www.youtube.com/user/TOOSvanholstein?feature=mhum. Daar staat op mijn eigen kanaal TOOSvanholstein bij YouTube een kort filmpje van het fort en de prachtige natuuromgeving ervan.

Vroeger zag dat er heel anders uit. Toen lag het fort direct aan het water van de Westerschelde om het toegangskanaal naar Middelburg en de vaargeul naar de haven van Antwerpen te beschermen tegen de vijand. Maar dan praten we over 1547 toen Karel V opdracht gaf tot de bouw. Vandaar dus ook die Renaissancepoort waarvoor een Italiaanse architect verantwoordelijk is. Daarna is er heel wat gebeurd met dat verdedigingswerk. In zijn rijke geschiedenis is het in Spaanse, Nederlandse, Engelse en Franse handen geweest. Niet voor niets heeft de leiding van het nog te bouwen Nationaal Historisch Museum het fort aangewezen als één van de belangrijkste Plaatsen van Herinnering in de Nederlandse geschiedenis.

Maar over al die geschiedenis schrijf ik waarschijnlijk nog wel eens wat in komende afleveringen van dit blog. Bekijk eerst dat filmpje maar eens, dan heb je al vast een indruk.