Categorie archief: kunst

To Art or not to Art, Kunst in Coronatijden


‘To be or not to be, that is the question’, de overbekende woorden  die Shakespeare Hamlet in de mond legde. In deze door het coronavirus onvoorspelbare tijden heeft die zin ineens een heel nieuwe lading gekregen. Bovenstaande foto vind ik daarvoor heel sprekend . Want wie kent niet dit kunstwerk van de Florentijnse renaissancekunstenaar Sandro Botticelli  (1445-1510)? ‘De geboorte van Venus’. Alleen zijn Venus, godin van de liefde, en haar entourage even weg. Gewoon naar huis, in quarantaine, net als al die andere miljoenen Italianen. En wanneer ze  weer terugkeren naar het nu hermetisch gesloten Uffizi Museum om hun vertrouwde plek opnieuw in te nemen? Daar durven betrokken wetenschappers nog geen zinnig woord over te zeggen in deze surrealistische tijden.

Venus terug in haar volle glorie

Zelf ervoer ik dat surrealisme heel goed toen ik nog maar zo’n anderhalve week geleden voor, dacht ik, een week in Nice zou verkeren. Op zaterdag 14 maart zat ik ’s middags op een steenworp afstand van de beroemde Promenade des Anglais heerlijk in de zon op een terras aan de Cours Saleya. DE plek om een toost uit te brengen op de ook al wereldberoemde schilder Matisse (1869-1954) die vele jaren woonde in het prachtig gelige pand op de achtergrond van onderstaande foto.

 

Maar met nog steeds heerlijk zonnig weer op zondag 15 maart?

Bij mij om de hoek van het Palais Venise, waar ik een atelier heb, barstte ’t van de leegte op het terras dat normaal stampvol zou zitten met marktbezoekers. Van de Marché auf fruits et légumes de Libération. Elke dag, behalve op maandag, vol met kramen en inkopende Niçois. Die inkopen, waarbij een meter een zeer rekkelijke afstand bleek, werden overigens wel gedaan. Maar alle omringende restaurants en terrassen bleven overweldigend leeg. Gesloten vanwege het plotse regeringsbesluit op zaterdagavond.

de markt op zondag 15 maart direct bij mij voor de deur

Toen op zondag ook nog bekend werd dat Duitsland de grens met Frankrijk ging sluiten, begon bij levensgezel en mij enige onrust toe te slaan. Wat was wijsheid? Eerder terugvliegen of blijven tot de geplande donderdag 19 maart? ’t Werd dus ‘eerder terug’. En dat bleek inderdaad wijsheid. Want anders hadden we nog een aantal dagen alleen de straat op gemogen met een staatspapiertje op zak waarop je had aangekruist wat je ging doen. Supermarkt, hond uitlaten, bezoek aan dokter of apotheek of een noodzakelijke gezondheidswandeling. Wist je trouwens dat de Côte d’Azur zoals we die nu kennen te danken is aan een bacterie? Die van de cholera. Maar dat is een ander ziekteverhaal voor een andere keer.

Terug in Nederland op maandagavond 16 maart bleek ook hier de wereld in korte tijd sterk surrealistische trekken te hebben gekregen. Op Eindhoven Airport alle eetzaken dicht. De buschauffeur afgeschermd met rood-wit gevarenlint. En nog nooit zo’n rustige trein meegemaakt. Maar gelukkig hoefden we nog geen briefje op zak te hebben met dat Franse keuzemenu.

Wel kwam gelijk de vraag op ‘wat te doen met de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier’ op 21 maart. Dat was natuurlijk gauw duidelijk, die zat er niet meer in. Terwijl de expositie door galerist Piet Vellekoop al helemaal was ingericht. En nog heel mooi ook, al zeg ik ’t zelf. Eerst was Corona alleen maar een wat slap Mexicaans biertje, nu laat het ons hele leven sterk kantelen.

een deel van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier

Maar kunst laat zich natuurlijk niet zomaar ringeloren door zo’n rottig virus.  Sowieso is de tentoonstelling nu tot eind april of misschien nog wel langer te bekijken op afspraak (06 5328 7567) of via een druk op de galeriebel. Daarnaast plaats ik voorlopig elke dag één van de in De Lier hangende werken uit ‘The 70-Series’ op Facebook en Instagram. Die70 betekent iets, dus voorlopig kan ik vooruit.

een mixed media werk op alu-dibond van 25-25 cm uit ‘The 70-Series’, zoals ik dat al op Facebook en Instagraam publiceerde

Zo komt de expositie stukje bij beetje bij je thuis. In het huis dat noodgedwongen voorlopig een nog centralere rol zal innemen in ons leven dan normaal al het geval is. En dat het virus voorlopig ook een rol zal blijven spelen in dit blog? Het zijn onzekere tijden maar dat lijkt me redelijk zeker. Tot volgende week.

TOOS

Piketty, de superrijken en de kunst deel 2


in Venetië, Palazzo Grassi 2017, lees hieronder

Honderdduizend dollar per nacht voor een hotelsuite met moderne kunst en design. In gokstad Las Vegas. Volstrekte waanzin! Dat en de aanwezigheid zeer onlangs in Amsterdam van economische superstar Thomas Piketty bracht bij mij een reeks associaties op gang. Van Amsterdamse hotels met kunst naar de Biënnale van Venetië, Damien Hirst en Las Vegas.

Een paar weken geleden schreef ik al over Piketty, zijn nieuwe boek ‘Kapitaal en Ideologie’ en kunstaankopen voor belachelijk vele miljoenen door een buitenproportioneel rijk groepje verzamelaars. Nu was Piketty zeer onlangs in onze hoofdstad voor interviews in verband met het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn boek.

Toen ik daarover las, vroeg ik me gelijk af in welk hotel hij zou verblijven. En hoe duur dat hotel dan zou zijn. En of dat zo’n hotel zou zijn dat zich sterk op de kaart zet met kunst en design. Want daarmee scoor je tegenwoordig heel goed bij gasten die zonder enig probleem zo vierhonderd euro voor een nachtje in een ‘eenvoudige’ kamer neerleggen maar daarbij toch nog wel iets speciaals willen ervaren. Zoals bijvoorbeeld in het ‘five star luxury lifestyle’ Andaz Hotel aan de Prinsengracht.

Andaz Hotel, Amsterdam

Moderne kunst en design in overvloed daar. Voor een ietsje meer, €900, heb je er trouwens een heel leuke suite. Ook het Pulitzer, aan dezelfde gracht, is in die categorie niet te versmaden. Daar hangen vast geen goedkope affiches van Van Gogh op de kamers.

Pulitzer Hotel, Amsterdam

Die in mijn ogen al belachelijke kamerprijzen zijn trouwens niet meer dan een heel klein fooitje vergeleken met de kosten van die suite in het Palms Casino Resort in Las Vegas. Die van de $100.000 uit het begin.

vuurwerk op en om het Palms Casino Resort bij de opening in 2019

Maar nu moet ik eerst een sprongetje terugmaken in de tijd. Naar de Biënnale van Venetië in 2017. Eén van de grote verrassingen daar was, en dat echt niet alleen voor mij, een uitgebreide expositie van Damien Hirst op twee locaties. Het Palazzo Grassi en de Punta della Dogana. Beide eigendom van zo’n superrijke kunstverzamelaar, François Pinault. Eigenaar van Gucci, Samsonite, veilinghuis Christie’s en nog zo wat van die leuke dingetjes.

De Britse Damien Hirst, rijkste kunstenaar van nu en ooit bekend geworden met zijn haaien op sterk water, had in Venetië alles uit de kast gehaald met wat je rustig een fake-expositie kunt noemen. ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’. Met zogenaamd boven water gehaalde kunstschatten uit een in de eerste eeuw voor de kust van de Indische Oceaan gezonken schip. Gewoon fake want alles wat er werd getoond was net in de jaren voor 2017 gecreëerd. Ik heb er destijds nog een bewonderend blog aan gewijd. Lees maar https://wp.me/p1I3dP-VO. Hier nog even een paar foto’s.

zo’n haai op sterk water waar Damien Hirst wereldberoemd mee werd
het Palazzo Grassi in Venetië
foto’s van het gigantisch grote beeld in de hal van Palazzo Grassi
een ander beeld in de Punta della Dogana

Dat gigantisch grote beeld in de hal van het Palazzo Grassi, lijkend op brons maar gegoten van kunststof, heeft nu een plek gekregen in Las Vegas. Bij het zwembad van dat Palms Casino Resort.

het grote beeld nu in het Palms Casino Resort, Las Vegas

Maar daarbij is ’t niet gebleven. Hirst mocht zich helemaal uitleven op een suite voor de superrijken. Maar welke gek betaalt er in godsnaam $100.000 voor een hotelnachtje. Dat doe je alleen als geld geen enkele betekenis meer voor je heeft. Als ’t een volstrekt abstract begrip is geworden. Als je volledig bent losgezongen van de aardse werkelijkheid. Als je niet meer beseft dat met dat geld heel veel belangrijkere zaken voor de mensheid kunnen worden bewerkstelligd. Hier nog wat foto’s van dat hotel.

delen van de suite ontworpen door Damien Hirst

ach, nog wat stukjes haai over
de gang naar het casinodeel van het hotel

Dat Hirst er nog wat haaien op sterk water tegenaan gooit? Ach, hij moet ten slotte ook leven! En als dat nog steeds wordt gepikt, waarom niet? En dat de gang naar het casino er een beetje leuk uit moet zien? Logisch toch? Want de gasten dienen er natuurlijk wel in de juiste stemming binnen te komen. Maar dat er iets in onze wereld moet veranderen, staat voor mij buiten kijf. Als je de samenvattingen over het boek van Piketty leest, die 1200 pagina’s zijn me toch een tikje teveel, scoort hij heel wat punten. Tot volgende week.

TOOS

Coronavirus? ‘The 70-Series’ karavaan dendert gewoon door!


Statistisch gezien kun je wel met behoorlijk grote zekerheid stellen dat ik meer verleden heb dan toekomst. Dus heb ik in dat verleden zeer waarschijnlijk ook al meer exposities achter de rug dan ik er in de toekomst nog te vieren krijg. Maar zo voelt dat op dit moment beslist niet. Want al is de tweede  editie van mijn ‘The 70-Series and More’, bij Galerie Persoon in Eersel, net afgelopen, de derde staat alweer op stapel. In De Lier.

de middeleeuwse kerk in De Lier

In die Westlandse plaats waakt de stoere gotische kerktoren al wel eeuwen over de bevolking, maar galerist Piet Vellekoop waakt er, samen met zijn vrouw Francien, ook al weer tientallen jaren als een spin in het Westlandse cultuurweb over het niveau van de beeldende kunst.

Ooit, lang geleden dus, benaderde hij mij met de vraag of ik wat voelde voor een tentoonstelling bij hem in de grote kas van Zuidkoop Natural Projects. Zuidkoop? Zei me niks. In een kas? Nou, dat wilde ik dan eerst wel eens even zien.

Wat Zuidkoop betekende, met Piet daarin als mede-eigenaar, werd me al snel duidelijk. De inrichting van beurzen over de hele wereld tot in China toe.  En ook alles wat met bloemen en de Oranjes in de Nieuwe Kerk van Delft van doen had. Zoals bijvoorbeeld bij begrafenissen van het koninklijk huis.

En de grote kas? Toen ik die zag, ging ik gelijk overstag. Een formidabele plek om te exposeren. Zie onderstaande foto’s maar van mijn eerste tentoonstelling daar.

in overleg met Piet Vellekoop bij die expositie in de kas van Zuidwijk

Prachtig zoals die florale omgeving harmonieerde met mijn schilderijen! Nu hebben we met elkaar al aardig wat exposities achter de rug, Piet en ik. Sinds een aantal jaren wel ergens anders. Want toen hij wat meer rust wilde en Zuidkoop achter zich liet, bruiste zijn kunstbloed nog wel steeds. Dus creëerde hij met Francien aan hun eigen huis in De Lier een nieuwe, mooie expositieruimte van twee verdiepingen. Opnieuw een plek waar ’t voor kunstenaars goed toeven is. De galerie Vellekoop en Vellekoop Kunsthandel (https://www.vellekoopkunsthandel.nl/) . Ook van daaruit heeft flink wat werk van mij een weg gevonden in de omringende Westlandse dreven. Logisch dus dat Piet opteerde voor één van de stops bij de trektocht door Nederland van mijn ‘The 70-Series and More’. Binnenkort is dat zover. Een geconcentreerde periode van twee weken met de twee open weekeinden van 21/22 en 28/29 maart en verder op afspraak. Maar daarvoor moest van te voren nog wel even worden gewerkt.

in mijn atelier aan het werk met de aanvulling voor ‘The 70-Series’

Zoals bijvoorbeeld aan nieuwe schilderijen van 20-20 en 25-25 cm voor die zeventig van ‘The 70-Series’. Want bij Galerie Persoon in Eersel kreeg een flink aantal van de zeventig daar een nieuwe eigenaar. En natuurlijk moest de hele expositie ook nog in De Lier belanden. In de nog lege galerieruimtes daar.

Piet Vellekoop behulpzaam bij het uitladen van mijn bus

 

Dat gebeurde eind vorige week. Nu is ’t aan Piet Vellekoop om er bij de inrichting iets moois van te maken. Maar hem kennende zal dat geen probleem zijn. Donderdag 12 maart ga ik dat zien want dan worden er voor de regionale omroep filmopnamen gemaakt waarbij mijn aanwezigheid is gewenst.

Voor mij is dat extra leuk omdat ik in de omgeving  de nodige wortels heb liggen. Mijn opa van vaders kant was er namelijk al koetsier en de naam Van Holstein laat in ’t Westland nog steeds heel veel belletjes rinkelen.

opa Van Holstein met zijn koets in , vermoed ik, Naaldwijk

Mijn vader mag dan in 1944 vertrokken zijn naar Brabant om daar een tuinderij te beginnen, andere Van Holsteinen bleven achter om een bouwbedrijf, een kwekerij, een schoonmaakdienst en nog zo wat op te zetten. Zo doorkruisen er van ‘S. van Holstein Transport’ volop grote trucs de EU. Wel even iets anders dan dat koetsje van mijn opa. En dat mijn allereerste voorvader in de 17e eeuw vanuit de Duitse streek Holstein verver werd in Delft, dat is natuurlijk weer een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Piketty op stoom en de kunstwereld volstrekt op hol


In 2013 werd Fransman Thomas Piketty met zijn ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ binnen de kortste keren wereldberoemd en dé rockstar onder de economen. Net een paar weken geleden kwam zijn nieuwe boek uit. ‘Kapitalisme en ideologie’. En dan weet je dat het dringen wordt met opinies bij alle andere economen. Een aanval op de superrijken, zo heet ‘t! Ik moest daarom gelijk denken aan de kunstwereld. En dan specifiek aan dat volstrekt op hol geslagen en krankjoreme topsegment van wereldberoemde 20ste eeuwse namen en rijzende jonge kunststerren. Een doorgeslagen gekte, geheel te wijten aan die superrijken. Dat selecte groepje van miljardairs en de wat armere miljonairs. Wel de miljonairs natuurlijk flink boven de 100 miljoen. Anders tel je niet echt mee. Of dat dan in dollars of euro’s is? Of in Britse ponden? Niet echt belangrijk, denk ik zomaar.

Zo las ik toevallig vorige week dat een voormalig casinomagnaat, Steve Wynn, al vast maar voor 105 miljoen dollar twee Picasso’s heeft gekocht uit een particuliere kunstverzameling die pas over een paar maanden openbaar op de markt komt.

Picasso, Woman with beret and collar, 1937
Picasso, Femme assise (Jacqueline), 1962

En wat te denken van de 30 miljoen die een zogenaamd ‘zwembadschilderij’ van de nog levende David Hockney op een veiling moet gaan opbrengen.

David Hockney, The splash, 1966

Eigenlijk best een koopje als je beseft dat begin 2019 een ander werk in die reeks rond de $90 miljoen opbracht.

David Hockney, Portrait of an Artist (Pool with Two Figures), 1972

Wie kan nou zoiets betalen en wie is er daarbij ook nog zo gek om dat te doen? Die superrijken van Piketty dus! Denk bijvoorbeeld aan de rijkste 42 mensen in 2019 die volgens ontwikkelingsorganisatie Oxfam/Novib evenveel bezitten als de armste 3,7 miljard bewoners van onze globe. Om dit nog even verder in perspectief te zetten, in 2009 waren hiervoor nog 380 van die rijkste miljardairs nodig. Een gezonde ontwikkeling? Ach, bepaal dat maar voor jezelf.

Maar dat dit die volstrekt bezopen ontwikkeling in de kunstwereld veroorzaakt, spreekt voor mij voor zich. Want waar moet je in godsnaam met je geld heen als ’t toch tegen en over de plinten klotst? Gebruik dan de moderne kunst maar als beleggingsvehikel. Want al heb je ruim voldoende voor een leuke oude dag, je geld moet per definitie natuurlijk wel renderen. As ’t effe kan tot aan je doodskist toe en liefst ook nog daarna.

Dagobert Duck moest er voor mij toch ook wel bij

Dus dan sluit je je aan bij dat heel selecte groepje van galeriehouders die deze speciale kunstwereld bestieren. Als zij heilig verklaren dat die veelbelovende jonge kunstenaar over een paar jaar het multivoudige waard zal zijn, geloof je hen direct op hun blauwe of bruine ogen. En soms komt dat door marktmanipulatie nog uit ook. Kassa! Op je spaarrekening lukt je zoiets niet. Een voorbeeldje? Dat

Jeff Koons, Rabbit

stalen konijn van Jeff Koons hier.

In 1986 in een oplage van vier verkocht voor $40.000 per stuk. Koopje toch? Vorig jaar werd er op een veiling meer dan 90 miljoen voor betaald. Door de rijke baas van een groot hedge fund. Of zo’n duur kunstwerk dan ooit nog eens ergens te zien zal zijn, is trouwens maar de vraag. Bij de vliegvelden van bijvoorbeeld Genève, Singapore en New York heb je zogenaamde freeports, kunstvrijhavens. Met streng beveiligde loodsen waar kunst in het diepe duister verborgen ligt zonder dat iemand er weet van heeft. Met daaromheen de sfeer van vermogensbelastingontduiking, zwart geld en witwassen. Zo zouden er bij Genève meer dan 1 miljoen kunstwerken opgeslagen liggen. Eigenlijk een gigantisch museum waarvan niemand weet wat er zich bevindt.

Zo’n wereld kan alleen bestaan bij de gratie van die zeer beperkte groep superrijken waarvoor Piketty voorstelt om daar belastingtechnisch maar eens iets aan te gaan doen. Van mij mag dat. Want als er van de wereldvermogenstoename van 9.000 miljard dollar in 2016 en 2017 meer dan 80% bij de 1% rijksten ter wereld terechtkomt (weer Oxfam/Novb), is er iets goed mis. En de hier beschreven kunstwereld is daarvan een wel heel sprekende illustratie. Maar wie weet valt er wel een parallel te trekken met de beruchte tulpenmanie in de jaren 1634-37 in onze eigen Republiek der Verenigde Nederlanden. Ook een zeepbel die plots klapte. Erg? Mwah.

Trouwens, er is ook best iets goedkopere kunst te vinden. Bijvoorbeeld binnenkort bij Kunsthandel Vellekoop & Vellekoop in De Lier. Want wat kosten de werken uit mijn ‘The 70-Series’ die daar dan komen te hangen? €250 per stuk.

in mijn atelier: een deel van ‘The 70-Series’ voor Kunsthandel Vellekoop

Tot volgende week.

TOOS

De Wondere Wereld van Verknoopte Levenslijnen in de Kunst


In mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’, is een aantal pagina’s gewijd aan de steendrukken die ik in de loop der jaren heb gemaakt. Zo staat op pagina 194 van dat bijna anderhalve kilo zware kunstboek een verhaal waarin Ernst Hanke een belangrijke rol speelt. De door kunstenaars alom geroemde Zwitserse meestersteendrukker met wie ik diverse keren samenwerkte om litho’s te creëren.

die p.194 in mijn boek met rechts de steendruk ‘Amparo’, gemaakt bij Ernst Hanke
het uitzicht bij het atelier van Ernst Hanke in Zwitserland

Hanke mag dan alweer een paar jaar zijn welverdiende Zwitserleven gevoel  ondergaan, toch kom ik zijn naam nog regelmatig tegen. Heel recent nog. Daarbij kwam toen plots de associatie in me op van zo’n plastic zak waarin je een aantal snoertjes bewaart. Van die absoluut noodzakelijke snoertjes waarzonder  het moderne leven niet geleefd kan worden. Bij laptop, muis, tablet, mobiel, fototoestel en dat hele scala aan bijbehorende oplaadapparaten. Je snapt vast wat ik bedoel. En als je dan zo’n snoer nodig hebt, blijkt zich in die zak geheel spontaan een nog net niet Gordiaanse knoop te hebben gevormd. Eigenlijk zoals in het echte leven diverse levenslijnen zich ook onverwacht met elkaar kunnen verknopen. Recent dus met Ernst Hanke als zo’n knooppunt. Ik ga dit even voor je ontwarren.

Levenslijn één. Toen ik levensgezel leerde kennen, maakte ik ook kennis met zijn goeie vriend en beeldend kunstenaar Poen de Wijs. Na mijn eerste, niet geheel tot tevredenheid verlopen steendrukervaringen in Nederland zei Poen ‘jij moet naar Ernst Hanke in Zwitserland, die is pas goed’. Poen werkte toen al een aantal jaren met hem samen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik naar Zwitserland. De uitkomst? Meer dan tevreden! Dus ben ik nog een paar keer terug geweest.

samen met Ernst bezig in zijn steendrukpers
met Ernst en zijn vrouw Erika bezig een drukgang van een steendruk door de pers te halen

Maar Hanke ging stoppen na jaren keihard gewerkt te hebben met vele beroemde kunstenaars. En heel droef, Poen is vijf jaar geleden veel te vroeg overleden.

Levenslijn twee. Toen ik levensgezel leerde kennen, leerde ik ook zijn goede vriend en collega Martin Impelmans kennen. En Martin was door de schuld van levensgezel heftig besmet geraakt met het kunstvirus. Dat is dan wel niet levensbedreigend en je hoeft er ook niet voor in quarantaine, maar reken maar dat het voor de rest van je leven blijft doorwoekeren. Uiteindelijk bestieren daardoor Martin en zijn vrouw Wilma nu hun expositieruimte Studio Imspa in Ridderkerk en de Stichting Grenze(n)loze Kunst. Dat ook zij Poen leerden kennen en werk van hem kochten spreekt eigenlijk voor zich.

Levenslijn drie. Na Poen’s dood  liggen jammer genoeg heel veel van zijn steendrukken lichtelijk te verstoffen. Want ooit waren steendrukken in, nu zijn ze uit. Foto’s, reproducties, zeefdrukken, giclees, goedkoop spul bij Ikea, dat heeft de overhand gekregen. En die prachtige steendruktechniek? Nu een kleine niche in de kunstwereld. Maar daar hoef je je natuurlijk niet persé bij neer te leggen. Dus is er nu in Studio Imspa de expositie ‘Poen de Wijs and Friends’.

op de tentoonstelling ‘Poen de Wijs and Friends’ bij een portret van Poen door zijn succesvolle leerling Meg den Hartog
enkele van de prachtige steendrukken van Poen op de tentoonstelling

Een expositie met als kern een aantal prachtige steendrukken van Poen zelf met daar omheen die van een aantal bevriende kunstenaars . Vanzelfsprekend van zijn vrouw Marion van Nieuwpoort, ook beeldend kunstenaar. Maar ook van de wereldberoemde magisch realist Michael Parkes. En van mij. En van Ernst Hanke zelf. Want in zijn vrije tijd leefde ook hij zich kunstzinnig uit op zijn eigen stenen en zijn eigen pers. Zo kan ik mezelf de trotse bezitter van een paar van zijn litho’s noemen.

mijn steendruk ‘Entrada’
een steendruk van Ernst Hanke zelf
een steendruk van Ernst die bij mij thuis hangt

Al die oorspronkelijk losse levenslijnen hebben zich nu dus in een expositie met elkaar verknoopt. Geen vervelende Gordiaanse maar een aangename verknoping. Met Ernst Hanke als de meesterverknoper van kunstenaars. Zoals op onderstaande foto met Poen, Ernst en mij.

Een foto gemaakt in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard in 2013. Waar Poen en Ernst toen een steendruk maakten op de gigantisch grote pers daar. Een heel korte impressie daarvan zie je op onderstaand YouTube-filmpje.

Een absolute must trouwens voor de kunstliefhebber, dat museum waar ik op diezelfde pers  ook al eens  litho’s maakte. En wie weet in de toekomst ook nog weer. Want ik blijf de steendruk trouw. Tot volgende week.

TOOS

Schandalige Vergetelheid


portret van Maria van Oosterwyck, geschilderd door Wallerant Vaillant, Rijksmuseum

In Dresden, Wenen, Augsburg, Kopenhagen, in de Royal Collection van het Britse koningshuis, in Kroatië, Montreal en diverse musea van de Verenigde Staten, op al die plaatsen vind je schilderijen van de Nederlandse kunstenaar Maria van Oosterwyck (1630-1693). En in ons eigen land? Alleen het Mauritshuis heeft een bloemstilleven van haar in bezit. Eentje! Dat hangt dan nog niet eens in het Mauritshuis zelf, maar in de Galerij Prins Willem V. De wat? De Galerij Prins Willem V, schertsend wel eens de verborgen parel van Den Haag genoemd. Vanuit het Mauritshuis rechtsaf over het Binnenhof naar het Buitenhof en daar ligt schuin rechts aan de overkant die in 1774 gebouwde Galerij. Feitelijk het eerste museum van Nederland dat stadhouder Willem V destijds een paar dagen per week open stelde om een ieder zich aan zijn grote collectie kunst te laten vergapen. Hutje mutje hangen de wanden daar nu weer vol met een deel van de Mauritshuis-collectie. Net als toen. Met dus ook dat ene schilderij van Maria van Oosterwyck in onze nationale collectie. Eigenlijk te gek voor woorden. Maar dat heeft natuurlijk een oorzaak.

deel van de Prins V Galerij met links in het midden tegen het grote schilderij aan het enige werk van Maria van Oosterwyck in de Nederlandse Collectie
dat enige schilderij

Domineesdochter Maria schilderde eigenlijk alleen fabelachtig goeie bloemstillevens. Net zoals die paar andere nationaal en internationaal doorgebroken vrouwelijke Gouden Eeuw kunstenaars, die ik een paar blogs geleden al noemde, zich vooral in stillevens specialiseerden. Met de genreschilderijen van Judith Leyster als uitzondering (lees hier maar). Dat vrouwen vooral stillevens schilderden heeft natuurlijk ook weer een oorzaak. Maar dat is een ander verhaal.

een vanitas stilleven, 1668

Haar schildertalent kon Maria van Oosterwyck, dankzij de connecties van haar domineesvader,  ontwikkelen in de ateliers van Abraham van Beijeren (1620/1-1690) en Jan Davidsz.de Heem (1606-1683/4). Beiden al bekende stillevenschilders. Dat ze dichter, diplomaat, reiziger, geleerde en kunstliefhebber Constantijn Huygens ook goed kende, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan haar internationale doorbraak. Want nadat keizer Leopold I van Oostenrijk en de Florentijnse prins Cosimo III de’Medici werk van haar hadden gekocht, zong haar naam goed rond aan de grote Europese hoven.

een werk dat eerst was toegeschreven aan Jan van Huysum. Iets dat vrouwelijke kunstenaars na hun dood vaker overkwam, je schilderijen toegeschreven aan een man. Nu te zien in het Fitzwilliam Museum (USA)

De zaken gingen zelfs zo lekker dat ze zich een duur eigen grachtenpand in Amsterdam kon veroorloven. En het bleef haar door al die adellijke buitenlandse aankopen voor de wind gaan toen de economische malaise toesloeg in en na het zogenaamde Rampjaar 1672. De gebroeders De Witt vermoord, strijd tussen de Orangisten en Republikeinen, Lodewijk XIV die met zijn Franse troepen zelfs Utrecht brandschatte, verloren zeeslagen met de Engelsen en Bommen Berend, de bisschop van Münster, die Groningen aanviel, dat was iets teveel voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zelfs al was die tijd van de Gouden Eeuw een heel bijzondere. Een tijd waarin de bloeiende economie ook aan velen uit de lagere klasse van boeren en arbeiders ten goede kwam. In een land met een voor die tijd relatief laag analfabetisme. En, ook belangrijk, een verbeterde positie van de vrouw door grote vraag naar arbeid. Maar ja, al die tegenslagen in een land afhankelijk van internationale handel, dat was toch iets teveel. Dan kon je ineens ook weer arm en berooid zijn.

Maar Maria floreerde. Ze kon ’t zich zelfs veroorloven ongetrouwd te blijven wat op zich al bijzonder is. Daarover staat in het naslagwerk ‘De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen’ van Arnold Houbraken nog een leuke roddel.

In haar atelier in Amsterdam keek ze uit op het atelier van de stillevenschilder en levensgenieter Willem van Aelst bij wie ze eerst nog assistent was geweest. Deze  kreeg, zo valt te lezen, op een bepaald moment wel ‘bevallen in haar’. Maria echter,’zedig en buiten gemeen godsdienstig en bijzonder yverig in ’t voortzetten van haar Konst’ (zoals het een vrouw natuurlijk betaamt!), zag dit absoluut niet zitten, maar liet ’t niet blijken. Zij maakte met Willem de afspraak dat, wanneer hij een jaar lang elke dag een aantal vastgestelde uren zou schilderen, zij hem wel te woord wilde staan ‘om van minnery te spreken’. Als zij op die vastgestelde uren naar hem riep in zijn atelier en hij niet antwoordde, zette ze een streepje met krijt. Na een jaar stonden er evenveel streepjes ‘als er staan op de Schuldly van een Antwerpsche Herberg, die rykelijk is beneeringt met Schilders kalanten’. Van Aelst kon het dus wel schudden en berustte in zijn lot.

Bloemstilleven

Is ’t eigenlijk niet heel erg beschamend dat er over zo’n in Europa beroemde 17e eeuwse Nederlandse vrouwelijke kunstenaar nooit een behoorlijke tentoonstelling is georganiseerd? Kom op museumcuratoren, doe er wat aan! Tot volgende week.

TOOS

‘Sesam open u’ met de Rembrandtpas


voorkant van de Rembrandtpas 2020

Ali Baba had in het bekende sprookje die toverspreuk ‘Sesam open u’ nodig om de schatkamer van de veertig rovers te openen. Ik heb in werkelijkheid alleen maar een pasje nodig om zomaar heel veel museale kunstschatkamers gratis voor niemandal te ontsluiten. De Rembrandtpas!

Ja maar, hoor ik al zeggen, dat kan ik met mijn Museumkaart ook. Klopt. Toch heeft de Rembrandtpas ideële en financiële voordelen waaraan de Museumkaart niet kan tippen. Maar dat komt straks. Eerst hoe ik hier op kom. Dat is omdat levensgezel en ik onze Rembrandtpassen de laatste tijd veelvuldig gebruikten. Ik had dit stukje namelijk ook als titel kunnen geven ‘Wat ik zag en waarover ik nog niet schreef’. En dat is best veel.

Als ik naarstig naar een expositie heb toegewerkt, zoals mijn ‘The 70-Series and More’ die nu gaande is bij Galerie Persoon in Eersel, moet ik daarna even stevig afkicken. Met veel lezen en met kunst, hoe gek dat laatste dan misschien ook kan lijken. Maar ja, mijn kunstgenen zijn nu eenmaal sterk overheersend. Dus komen dan de tentoonstellingen aan de beurt waaraan ik niet toekwam tijdens mijn verblijf in die zelf verkozen isoleercel, mijn atelier. Zodoende zwaaiden wij de afgelopen tijd uitbundig met onze Rembrandtpassen op allerlei locaties.

het Prinsenhof in Delft

Bijvoorbeeld bij het Haagse Mauritshuis en het Delftse Prinsenhof, heilige grond voor onze 17e eeuwse Republiek met nog de kogelgaten in de muur van de moord op aartsvader Willem van Oranje. Want de tentoonstellingen ‘Pieter de Hooch in Delft, uit de schaduw van Vermeer’ en ‘Nicolaes Maes- Rembrandts veelzijdige leerling’ over tijdgenoten De Hooch (1629-1684) en Maes (1632-1675) moest ik natuurlijk zien. Beide prachtige en interessante exposities.  Waarbij voor mij die in Delft door de hele aanpak toch won. Het Prinsenhof, waar ik al veel te lang niet was geweest,  bleek ook nog eens een zeer aangename, architectonische metamorfose te hebben ondergaan. Heel goed gedaan.

Pieter de Hooch in het Prinsenhof
Nicolaes Maes in het Mauritshuis, Den Haag

Nog een paar van die museumstops? Beelden aan Zee in Scheveningen met ‘Niki de Saint Phalle aan Zee’. Een prachtig in de duinen verstopt museum met dit keer een, naar mijn smaak, heel rommelige tentoonstelling. Niki de Saint Phalle is beter waard. Maar dat is een komend verhaal .

Beelden aan Zee, verscholen liggend aan de Scheveningse boulevard
een deel van de expositie over Niki de Saint Phalle

In Singer Laren daarentegen werd ik blij verrast met twee heel afgewogen exposities: ‘Spiegel van de Ziel, Toorop tot Mondriaan’ en ‘Van Barbizon tot Bergen’. Wat een heerlijk rustgevende lust voor het oog vergeleken met het kermisgedoe in Scheveningen.

een zaal in Singer Laren nu
in het Singer dit schilderij van Mondriaan, de toren van de Catharinakerk in Zoutelande, die moest natuurlijk op de foto vanwege mijn officiële eerste voornaam Catharina

Waar ik trouwens met mijn Rembrandtpas kon zwaaien tot ik een ons woog was bij Museum Voorlinden in Wassenaar. Maar dat wist ik van te voren. Want dit nieuwe museum is een particulier initiatief van de puissant rijke kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh. Gewoon betalen, € 17,50 pp! Niks geen vrije toegang met Rembrandtpas en Museumkaart. Maar absoluut de moeite waard.

Museum Voorlinden met een beeld van Louise Bourgeois
Museum Voorlinden, bij een werk van de door mij zeer bewonderde Anselm Kiefer

En nu dan die ideële en financiële voordelen van de Rembrandtpas, een initiatief van de Vereniging Rembrandt.

Levensgezel en ik hebben er elk één, maar wel aan elkaar gekoppeld. Voor € 110 samen. Tweemaal een Museumkaart? € 140 incl. administratiekosten. Bij Pieter de Hooch in Delft € 5 extra toeslag voor Museumkaart-houders. Met de Rembrandtpas? Niets en niemandal. Bij Niki de Saint Phalle € 3,50 extra met de Museumkaart. Met de Rembrandtpas? Nada, niente.

Bij de Rembrandtpas minimaal twee keer per jaar een speciaal event. Bijvoorbeeld een preview van een komende blockbustertentoonstelling of een speciale avond ergens. Zoals vorig jaar bij ‘Rembrandt en Velàzquez’ in het Rijksmuseum voor alleen leden. Waardoor ik, door handig te zijn, af en toe Rembrandt bijna helemaal alleen voor mezelf had.

‘Rembrandt en Velàzquez’, vorig jaar in het Rijksmuseum

Daarnaast nog driemaal per jaar een speciaal  magazine. En, echt heel belangrijk, de Vereniging Rembrandt steunt regelmatig musea in Nederland bij aankopen voor hun kunstcollecties. Toevallig net de afgelopen weken nog met een belangrijk schilderij van Dirck van Baburen (1595-1624) voor het Centraal Museum in Utrecht.

het aangekochte werk van Utrechter Dirck van Baburen

En voor het Amsterdam Museum een collectie met werk van kunstenaar en uitvinder Jan van der Heyden (1637-1712), ook wel eens de Nederlandse Da Vinci genoemd.

Van der Heyden verbeterde de brandspuit spectaculair

Daaraan mee te kunnen helpen met mijn Rembrandtpas geeft een prettig gevoel. Kijk maar eens bij https://www.verenigingrembrandt.nl/. Tot volgende week.

TOOS