Categorie archief: Middelburg

It giet oan, maar dan wel in Zeeland + andere kunst en seks gerelateerde zaken


It giet oan! Die legendarische Friese woorden hebben al 25 jaar lang niet meer geklonken. Behalve dan op tv als er weer eens nostalgisch wordt teruggeblikt op de laatste Tocht der Tochten. Daarom voel ik me wel gerechtigd ‘it giet oan’ nu te gebruiken voor een Zeeuws gekleurde vooruitblik. Voor de zo langzamerhand ook best wel legendarische Kunst en Cultuurroute Middelburg. Want begon de eerste editie ervan pas twee jaar na die laatste Elfstedentocht, daarna is ie zonder enige onderbreking wel elk jaar opnieuw doorgegaan! Weer of geen weer, altijd vanaf februari elke maand op de 1e zondag. Elf keer per jaar dus. Zij ’t in 2020 en 2021 met enige van regeringswege opgelegde haperingen. Iets met een virus!

openingspagina van de website van de kunstroute in Middelburg

Maar nu mogen we, ook weer van regeringswege en met in achtneming van een paar niet al te moeilijke coronaregels, lekker weer helemaal los. Met het traditionele februari-thema ‘Zeeuwse Gasten’. Daarbij nodigen routedeelnemers een Zeeuwse kunstenaar uit als mede-exposant in hun atelier of galerie. En dan bij wijze van uitzondering naast de zondag ook op de zaterdag. Dit jaar dus op 5 en 6 februari (van 13-17 uur). Ik ga dit keer voor keramist Marion Kamper uit Wissenkerke.

keramniek van Marion Kamper, kan ’t Zeeuwser?

Dat leek me wel interessant omdat ik met haar erbij twee heel verschillende keramieksferen in mijn atelier kan creëren. Met mijn eigen handbeschilderde keramische borden en vazen die ik maakte in het Italiaanse Gubbio en met de strak geometrische 3-dimensionale keramische objecten van Marion die uitnodigen tot spelen. Want je mag er gewoon aan draaien en schuiven. Je mag er eigenlijk zonder enig probleem een nieuwe vorm aan geven. Echt bijzonder. Kom ’t maar proberen in dat weekeinde van 5/6 februari.

links keramiek van Marion Kamper, rechts van Toos van Holstein
verdraaibaar keramisch object van Marion Kamper
routekaart van de kunstroute, met de vele te bezoeken adressen, te downloaden op de site van de kunstroute

Deze week ben ik met levensgezel al bezig geweest met de absoluut noodzakelijke klus van het grondig kuisen van mijn atelier -om dat prachtige Vlaamse woord maar eens te gebruiken- en het gedeeltelijk inrichten ervan. Opdat de objecten van Marion goed gaan uitkomen.

het al vast ingerichte deel van mijn atelier

En mocht je van plan zijn om onze kunstroute te komen bezoeken, het prachtige Zeeuws Museum is gelukkig ook weer open. Net zoals alle andere musea in Nederland.

welkom in het atelier van mijn 18e eeuwse monumentenpakhuis

’t Moet me toch echt even van het hart dat ik behoorlijk pissig ben geweest over dat regeringsbesluit van enkele weken geleden. Zogenaamde doorstroomlocaties als IKEA en de Bijenkorf mochten wel open en musea, ooit ook als doorstroomlocaties aangemerkt, niet. On-be-grij-pe-lijk!!! Dat zou volgens minister Kuipers te maken hebben met het zoveel mogelijk inperken van verkeersbewegingen. Mijn god! Heb je ooit de elke dag volle parkeerplaatsen gezien bij welke IKEA-vestiging dan ook? Een absolute gotspe! Volkomen terecht dat onze cultuursector eindelijk,eindelijk in opstand kwam. Met tot nagelstudio’s en kapsalons omgetoverde theaters en musea waar je zowel lichamelijke als hersengymnastiek kon doen of een kunstmarathon kon lopen. Wat me wel opviel was dat er, voor zover ik weet,  nergens bordelen in de musea werden ingericht om de deuren open te kunnen gooien. Want de sekswerkers mochten er officieel ook weer op los gaan. Gewoon 10 m2 vrijmaken, uitgaande van 5 m2 per persoon bij een duo. Daar waren toch beslist wel interessante variaties op te bedenken geweest. Maar dan blijkt dat de cultuursector toch best een heel nette sector is die de afgelopen tijd veel te weinig een echte vuist heeft gemaakt. Een les voor de toekomst? Misschien toch maar een grotere mond in een wereld waarin de hardste schreeuwers vooraan staan?

Maar goed, het culturele en kunstzinnige leven wordt godzijdank weer wat vrijer. Toch wil ik je tot leringhe ende vermaeck nog deze vlijmscherpe video van de bekende cabaretier Pieter Derks  voorschotelen. Echt tot het einde uitkijken en luisteren!

Oh ja, en dan nog iets betreffende dat thema ‘Zeeuwse Gasten’. ’t Ziet er naar uit dat we dat thema volgend jaar breder gaan trekken. Waardoor het mogelijk wordt ook kunstenaars van buiten Zeeland als gast uit te nodigen. Dus mocht iemand denken ‘hé, dat lijkt me wel wat’, aarzel niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en kunstavonturen. Tot volgende week.

TOOS

Met ‘Fuerza’ 2022 tegemoet


Toos van Holstein, Fuerza (bronzen beeld 87 cm hoog)

Fuerza, kracht. Dat bronzen beeld van mij met die bijbehorende titel leek me een goed symbool voor deze nieuwjaarswens. Gehavend als ze is, straalt de vrouw niet alleen kracht uit maar ook moed. Naast fierheid en standvastigheid, naast doorzettingsvermogen en veerkracht.

Eigenschappen die afgelopen jaar zeker en dit komende jaar ongetwijfeld opnieuw nodig zullen zijn. Zowel individueel als maatschappelijk.

Eigenschappen ook die voor mij persoonlijk in 2021 heel goed van pas kwamen gezien onverwachte lichamelijke malheur en de daaruit voortvloeiende ingrepen. Maar ‘Fuerza’, dat ik al een aantal jaren geleden creëerde, is natuurlijk wel de kunstzinnige uiting van een levenshouding.

Ook onze maatschappij als geheel, het sociale weefsel waarin we leven, zal ‘Fuerza ‘ goed kunnen gebruiken. Economie, gezondheidszorg, saamhorigheid en nog zo wat van die zaken hebben ’t zwaar door dat rottige virus, naast nog alle individueel leed dat het veroorzaakt.

Ik hoop van harte dat je in 2022 de ‘Fuerza’, de moed en de wijsheid vindt om er met elkaar een jaar van te maken waarin we onze maatschappij, ondanks vermoedelijk nog steeds hier en daar noodzakelijke beperkingen, een stap verder brengen naar een nog weer betere toekomst.

Met andere woorden, ik wens een ieder een goed, gelukkig en gezond 2022 toe! En tot volgende week.

TOOS

Oh, Oh, Omikron en Neerlands Beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond


Van Middelburg even op en neer naar Assen? Of Enschede? Nee, toch net iets teveel van het verre. Maar als ik levensgezel vraag om beide steden in te passen in een zowel familiale, kunstzakelijke als  logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas weet ik dat ’t wel voor elkaar komt. Maar waarom Assen en Enschede? Natuurlijk vanwege ‘Viva la Frida’ in het Drents Museum en ‘Artemisia, Vrouw & Macht’ in het Rijksmuseum Twenthe.

Dat Rondje Nederland was weer eens even noodzakelijk. Er moest kunst van mij naar kopers in Bergen en Nijmegen. Ook had ik beloofd om een keer in Borne (bij Hengelo)gezellig te komen borrelen bij de enthousiaste bezitters van twee recent bij Galerie Álafran (Diepenheim)aangekochte grote Toos-schilderijen. Verder stond er al een familiebezoek in Friesland in onze agenda’s. Terwijl ook zakelijke kunstafspraken in Emmen en Nijmegen moesten worden geëffectueerd. Net zoals het brengen van flink wat werken naar de galerie van museum Musiom in Amersfoort. Voor een nieuwe solo expositie daar. Maar dat verhaal komt nog wel.

Dat alles combineren in een Tour des Pays-Bas met ook Assen en Enschede er nog bij? Geen probleem voor levensgezel.

Alles dus geregeld, zijn we via Bergen in Friesland aangeland, komen Rutte en De Jonge op nota bene zaterdagavond hun zoveelste coronaconference geven. Lockdown! Musea dicht! Vergeet Frida op maandag maar. En Artemisia op dinsdag? Mooi niet dus!

persconferentie of conference, ik weet ’t eigenlijk niet meer

Bij ‘Viva la Frida’, over schildersicoon Frida Kahlo, valt daarmee voor nu wel te leven. Die expositie loopt nog tot 27 maart. En over haar en haar grote liefde Diego Rivera zag ik deze zomer al een prachtige tentoonstelling in het Amstelveense Cobra Museum. Lees hier maar.

een beroemd zelfportret van Artemisia, 1638-39

Maar bij mijn 17e eeuwse schildersheld en dijk van een wijf Artemisia Gentileschi? Vorig jaar boorde Covid-19 mij nog een grootse expositie over haar in Londen door de neus. Zou ik voor het eerst met de Eurostar naar die stad, was alles met hotel en kaartjes voor de National Gallery geregeld, komen er quarantaineregels op dat Brexit-eiland en rijdt die trein ook niet meer. Daaraan wijdde ik vorig jaar juli al een blog.

zie ook maar dit viseo opwarmertje voor de expositie

Met Artemisia zit ’t dus niet mee. Maar ingedachtig de uitspraak van onze beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond (oh ja, en ook nog onze Beste Voetballer Ooit) ‘elk nadeel hep ze voordeel’ , houd ik op deze manier natuurlijk wel iets over om naar uit te kijken. Nu maar hopen dat als het Orakel van het Haagse Torentje begin volgend jaar nieuwe Omikron-uitspraken doet, ik het Rijksmuseum Twenthe toch nog kan bezoeken voor de sluitingsdag 23 januari van  ‘Artemisia, Vrouw & Macht’. Dan toch maar gewoon even op en neer van Middelburg naar Enschede? Een halfvol glas is ten slotte beter dan een halfleeg.

En of Assen nog wat later aan de beurt kan komen? Dat zou wel fijn zijn. Dan zou mijn glas zomaar meer dan half vol raken. Ook omdat de stad, buiten het museum, volop meedoet met Frida-uitingen, zo zag ik bij onderstaande foto’s.

muurschildering in Assen vanwege Viva la Frida
veel Frida, maar wel dicht natuurlijk

Trouwens, na al die andere afspraken wel te hebben kunnen afhandelen, met  als laatste het in etappe 4 afleveren van mijn schilderijen bij het Amersfoortse Musiom, voelde ik me in finishplaats Middelburg best wel wat moe.

mijn schilderijen aflevern voor een solo expositie in de galerie van het Musiom die hopelijk ergens in januari van start kan gaan

Hoe zou dat zijn geweest met nog die twee expositiebezoeken erbij? Best nog wel een beetje moeier, schat ik zo in. Eigenlijk dus, op z’n Cruijffiaans, nog zo’n voordeel bij een nadeel.

Nu op naar 2022. Maak er ondanks, of misschien juist dankzij de Omikronvariant een mooie, vuurwerkvrije en gedenkwaardige Oud en Nieuwjaarsviering van.  Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

Huiswerk op weg naar Italië vanwege Maria Magdalena


Toen Tanja zondagmiddag de eerste regels van haar gedicht ‘Kathedralen’ voordroeg, werd ik gelijk naar Vézelay geteleporteerd. Want werd ’t niet eens tijd om met Maria Magdalena op de proppen te komen? Te kort door de bocht? Oké, dan de langere versie.

extra in het zonnetje gezet met een speciaal door Tanja Harpe voor mij gemaakt gedicht

In mijn blog van vorige week schreef ik dat vriendin en Middelburgse dichter Tanja Harpe haar nieuwste en vierde poëziebundel ‘Zeebries’ ten doop zou gaan houden. Op zondag 7 november, in mijn atelier, tijdens onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute Middelburg. En zo geschiedde. Één van de nieuwe gedichten die ze voordroeg, was ‘Kathedralen’. Met de beginregels

‘We hebben kathedralen nodig

om te vieren wie we zijn’

De regels die zorgden voor die plotsklapse teleportatie. Eerst naar Vézelay, vervolgens naar Saint- Maximin-la-Sainte-Baume, beide in la douce France, en tot slot naar het Catharijneconvent in Utrecht. Dat alles vanwege een alom geroemde expositie in dat convent over Maria Magdalena. MM, die nogal raadselachtige, intrigerende vrouw uit het Nieuwe Testament. In feite een groupie van Jezus.

binnenplaats van het Museum Catharijneconvent in Utrecht

Ook een expositie trouwens waarvoor ik mezelf, nog voor die te gaan bezoeken, MM-huiswerk had opgelegd. Op ons septemberprogram stond namelijk een autorit vanuit Middelburg via mijn atelier in Nice naar het Italiaanse Gubbio . Reden om nu eindelijk eens goed rond te gaan kijken in het Zuid-Franse Saint-Maximin-la-Sainte-Baume. Want had Maria Magdalena daar volgens de mythe niet  als apostel van Jezus jarenlang in een grot verkeerd? Op de autoroute naar Nice hoefden we er maar een kippenendje voor om te rijden.

luchtfoto van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume

Tot tijdens de reisvoorbereidingen levensgezel ineens heel enthousiast kwam met de vraag ‘weet jij hoe die kerk in Vézelay heet’. Typisch retorische levensgezelvraag natuurlijk. Want als ik ’t had geweten had hij dat ook gedaan. En vice versa. Die benaming? Basilique Sainte-Marie-Madeleine. En ze zouden er zelfs een reliek van MM bezitten. Dat werd dus nog méér huiswerk! Want die kerk in Vézelay, een stadje zo’n 200 km zuidoostelijk van Parijs, stond al langere tijd op onze Franse te-doen-lijst.  Met als enige reden foto’s die we er ooit eens van hadden gezien. Nu werd ’t ineens verplichte kost.  Met als minpuntje wel een behoorlijk stuk omrijden.  

Vézelay van bovenaf
Vézelay van onderaf
Basilique Sainte-Marie-Madeleine

Dat middeleeuwse bedevaartsoord Vézelay in de Bourgogne bleek zo’n heerlijk oer-Frans stadje te zijn. Liggend op een heuvel, gewoon zoals ’t hoort. Met op het hoogste punt vanzelfsprekend een eeuwenoude kerk. De Basilique Sainte-Marie-Madeleine. Waar ooit in de 11e en 12e eeuw de bedevaartgangers zich met duizenden verdrongen vanwege wat gebeente van de heftig vereerde Heilige Maria Magdalena. Wonderen werden daar verricht volgens de verhalen, vele wonderen. Nu rest alleen nog een vingerbeentje van haar, achter een stevig hek in de duizend jaar oude crypte.

de crypte
het vingerkootje achter hek en grendel
schrijn met buisje waarin HET vingerkootje

Zou ’t werkelijk? Dat zou echt heel opmerkelijk zijn. ’t Is namelijk een heel grote vraag of de Maria Magdalena, zoals ze in een gigantische hoeveelheid schilderijen van eeuwen her is afgebeeld, wel heeft bestaan. Is ze niet een soort Bijbelse, vrouwelijke Frankenstein? Maar wel dan zonder dat stigmatiserende ‘Monster’ ervoor.

De boetvaardige Maria Magdalena, van één van mijn vrouwelijke schildershelden Artemisia Gentileschi (Nasjonalmuseet Oslo)

Want in de Evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes in het Nieuwe Testament komen, naast natuurlijk de Maria van de Onbevlekte Ontvangenis, nog meer Maria’s voor. En, om het maar kort te formuleren, daarmee is in de loop der eeuwen behoorlijk wat afgehannest. Welke was waar, en hoe, en wanneer? En welke deed dit of dat of zus of zo? Een en al verwarring waar de wetenschappers waarschijnlijk nooit eenduidig uit zullen komen. Hoe dan ook, in 591n.C. verknoopte paus Gregorius I in een preek drie volgelingen van Jezus met elkaar tot die Bijbelse versie van Frankenstein. De vermoedelijk welgestelde Maria Magdalena bij wie door Jezus demonen waren uitgedreven, een door hem van haar zonden verloste zondares/prostituee zonder naam en ene Maria van Bethanië. Daardoor was er ineens de Maria Magdalena zoals die is gaan voortleven in de Roomse Kerk. Een zondige maar boetvaardige vrouw, altijd beter dan dat ’t een man was natuurlijk. De vrouw dus waarvan een heilig vingerkootje in Vézelay zou liggen.

Maar al die mooie verhalen doen niets af aan de schoonheid en indrukwekkende architectuur van die prachtige basiliek daar waarvan we nog steeds genieten. Ontstaan door de devotie en harde florijnen van gigantisch veel pelgrimgangers vele eeuwen geleden. Die het vast eens zouden zijn geweest met die dichtregels van Tanja Harpe bovenaan.

en natuurlijk een beeld van die boetvaardige MM, met heel veel kaarsjes

Dat Vézelay ook nog een tweede verrassing in petto had? Dat bleek in Musée Zervos. Een in 2006 geopend museum gewijd aan Picasso en tijdgenoten. Niet alleen absoluut de moeite maar mogelijk ook nog eens een ander verhaal waard.

een zaaltje in het Musée Zervos
en een toost op het mooie Vézelay

Nu op naar Saint-Maximin-la-Sainte-Baume en zelfs een hele schedel van MM. Tot volgende week.

TOOS

Geen drieluik maar een driebord en meer wereldpremières


Koud tijdens die tien kunstdagen in een niet verwarmde ouwe koeienstal bij de goed bezochte Kunst10Daagse in het Noord-Hollandse Bergen (zie aflevering vorige week)? Hoe kom je erbij! Gewoon een beetje harden. Daardoor was  het inpakken en laden met een ritje terug van twee en een half uur naar Middelburg een zacht eitje.

nog een beeld van de voorbije K10D in Bergen

 Maar na alle succes zelfvoldaan in een makkelijke stoel neerzijgen bij de verwarming om bij te komen en op te warmen? Nee, nog even niet. Want komende zondag 7 november wacht al weer een heel speciale aflevering van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg, de KCM (https://kunstroutemiddelburg.nl/). Zoals altijd op de 1e zondag van de maand van 13-17 uur, nu met het thema Poëzie. En dat wordt niet zomaar een doorsnee zondagmiddagje. Want naast optredende dichters elders word je in mijn pakhuis/atelier (Korendijk 56) getrakteerd op twee ware wereldpremières! Rond een nieuwe poëziebundel en ‘poëtische keramiek’.

Regelmatige lezers van dit blog zal ’t niet zijn ontgaan dat ik in september/oktober een flink aantal weken in het Italiaanse Gubbio doorbracht. Een prachtige middeleeuwse keramiekstad in Umbrië. Dat valt hier na te lezen.

bezig in Gubbio

Van de daar door mij beschilderde borden en vazen ging er een flink aantal mee in de auto naar Middelburg. Goed ingepakt en voorzichtig gestapeld. Allicht, nogal breekbaar spul. Heel gevoelig voor de Italiaanse wegen die, voorzichtig uitgedrukt, niet altijd in optimale staat verkeren! Dus maakte mijn hart een gelukkig huppeltje  toen alles goed bleek te zijn overgekomen. Zelfs geen schrammetje, laat staan breuk, te bekennen. Vandaar die eerste wereldpremière. Want mijn keramiek ga ik nu zondag tonen. Voor de allereerste keer! Niemand heeft er nog een blik op mogen werpen. Behalve dan bij het bord dat ik al op de social media en in zowel mijn blog als mijn recente Nieuwsbrief toonde.

Inferno, keramiek
met ook nog een beschilderde achterkant

Inferno, geïnspireerd door de Divina Commedia van Dante. Maar die Divina is natuurlijk wel opgebouwd uit drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso (Hel, Purgatorium en Paradijs). Dus heb ik er maar gelijk een drieluik van gemaakt. Alhoewel, is driebord niet een veel origineler benaming? Hieronder het Paradiso-bord.

Maar er is veel meer. Zoals bijvoorbeeld deze eenzijdig gefotografeerde vaas.

De andere kanten? Gewoon langskomen om er een pirouette omheen te draaien. En natuurlijk de rest te bekijken. Daarover ga ik je hier niet wijzer maken.

Maar door dat thema Poëzie is er nog meer in de aanbieding. Nog een wereldpremière namelijk! Het uitkomen van de dichtbundel ‘Zeebries’ van de Middelburgse dichter Tanja Harpe.

Tanja Harpe

Hoe dat zit? Nou, zo! Ik ken Tanja al een aantal jaren en mocht in 2017 de voorkant van haar derde dichtbundel ‘Zee-Kracht’ sieren met mijn schilderij ‘Rolling over’.

de poëziebundel Zee-Kracht met mijn ‘Rolling over op de omslag

Dat de presentatie van die bundel toen ook  in mijn atelier plaatsvond? Logisch toch! Het werd destijds zo’n leuke happening dat Tanja vond dat haar vierde bundel ‘Zeebries’ ook weer in mijn atelier ten doop moest worden gehouden. Ik had totaal geen reden dat tegen te spreken.

Om 14 en 16 uur zal ze er een aantal gedichten uit voordragen en kun je Tanja ongetwijfeld een opdracht in die nieuwe bundel laten schrijven, mocht je er een aan willen schaffen. En natuurlijk wordt er een feestje omheen gebouwd.

Eigenlijk is ’t die middag een en al poëzie, zo bedacht ik me. Want vormen die door mij beschilderde keramische voorwerpen niet een soort gedichten in beelden? Ga maar na. Als je mijn olieverfschilderijen beschouwt als  romans, kun je mijn aquarellen zien als novellen en mijn tekeningen als korte verhalen.  Dus onder welke noemer valt dan mijn beschilderde keramiek? Juist ja, gedichten. ‘Poëtische keramiek’ zogezegd. Tot volgende week.

TOOS

Gubbiaanse Keramiek, Italiaanse Creativiteit en de Corona QR-code


Gubbio in Umbrië (Italië)

Ben je in Italië, doe als de Italianen doen. Een paar weken geleden schreef ik over een lijk in de Ganges en dat ik toch wat moeite had met ‘When in India, do as the Indians do’. Dan is ’t met ‘When in Italy, do as the Italians do’ toch ietwat eigener. Zeker als je, zoals ik nu, al een aantal weken in keramiekstad Gubbio in Umbrië verblijft. Om, niet echt moeilijk te raden, keramiek te beschilderen.Natuurlijk moet je jezelf hier instellen op het beslist sterker ontwikkelde improvisatie dan organisatietalent bij veel Italianen. En zeker moet je ook gewoon het Italiaanse joie de vivre, het la dolce vita, omarmen. Nou, graag!

de afscheids campari-spritz op het terras van ons stamcafé in Gubbio afgelopen dinsdag

Neem bijvoorbeeld de omgang van de Italianen met hun Green Pass, onze Corona QR-code. Hoe relaxed tonen hier de vele halfgemaskerde binnenkomende restaurantbezoekers, vaak hele gezinnen,  hun mobieltje met dat vierkantje erop. Zowel in Gubbio, als op reis hierheen in Arezzo, en laatst tussendoor in Ravenna,heb ik geen wanklank meegemaakt. Niet in hotels, niet in de horeca en niet in musea. Waar je trouwens nog steeds zo’n brilbeslaander moet dragen net als in winkels en supermarkten. Alles  als vanzelfsprekend na de gigantische Covid-catastrofe van vorig jaar in Noord-Italië. Wat een gedoe dan van een aantal Nederlanders. Voor zover ik ’t hier van relativerende afstand ervaar,’do as the Italians do’. Die zich percentagegewijs ook meer hebben laten vaccineren.

in het atelier van meesterkeramist Giampietro Rampini

Maar dat terzijde. Ik ben hier ten slotte voor de keramiek. Net zoals twee jaar geleden. Toen ik hier neerstreek voor een groepstentoonstelling  in een paar prachtige eeuwenoude gewelven. Om daarvan één voor mijn rekening te nemen samen met de mij toen nog onbekende maar in Gubbio en omstreken zeer gekende keramist Giampietro Rampini. Ik werd gelijk verliefd op deze prachtige stad. Een echte middeleeuwse Italiaanse parel! Maar daarover komt nog wel een verhaal.

maar een héééél kleine selectie van al die prachtige plekken in Gubbio

Nu eerst die keramiek. Je kunt rustig stellen, een voor mij nog onbeschreven blad. Na die vier weken in 2019 en na opnieuw vier weken nu, begint dat blad zich beetje bij beetje te vullen. Eigenlijk is ’t net zoals bij het creëren van een steendruk. Daar heb ik als kunstenaar een meestersteendrukker bij nodig met een eigen atelier en drukpers, met kennis van de techniek en een in jaren opgebouwde knowhow. Voor mij is Giampietro nu de meesterkeramist. Met zijn werkruimte, zijn opslagplaats, zijn materiaalkennis en met zijn wetenschap over hoe die voorwerpen van klei schilderklaar te maken. En met zijn ovens en zijn ervaring met stookprogramma’s. Hoe langzaam of snel en tot hoe hoog moet de stooktemperatuur? In hoeveel uren moet de oven weer afkoelen. Allemaal stuurbaar met programma’s, maar dan moet je wel de juiste cijfertjes kennen en invoeren.

overleg met Giampietro
werkend aan een nieuw bord
het schoonmaken vooraf van een nieuw item
het dompelen om een witte laag te krijgen zoals de vazen op de voorgrond
altijd opnieuw spannend, hoe komt die schaal uit de oven
Is ie goed geslaagd? Yes!!

Over de te gebruiken pigmenten bij het beschilderen heb ik ’t dan nog niet eens. Want daar zit  magie achter. Nou ja, in feite natuurlijk chemie. Die kleurpigmenten zijn in eerste instantie veel fletser dan olie en waterverf, maar komen sprankelend en schitterend fel de oven uit.

Vooraf  moet je dus heel goed weten wat je opbrengt. Een soort schaken met kleur waarbij je een paar zetten vooruit moet denken en je geen fouten kunt permitteren want herstellen zit er nauwelijks in. Met hoeveel water leng ik een pigment aan om wat voor kleureffect te krijgen na het stoken?  Of hoe dik of dun breng ik ’t op om na drogen er nog in te kunnen krassen voor bepaalde visuele effecten of op te vullen met een andere kleur. Of als ik een heel dun laagje vloeistof langzaam laat absorberen in de klei, hoe wolkig is dan straks het aanzicht?

een van mijn nieuwe aanwinsten voor straks in het atelier in Middelburg tijdens de Kunst en Cultuurroute

De afgelopen weken heb ik voor mijzelf weer heel wat bijgeleerd, net zoals ook Giampietro die meer van de standaardmethode is. Gewoon omdat ik stomweg en onbevangen allerlei techniekjes en ideetjes uitprobeer, staat hij na het ovenresultaat regelmatig paf van ver en bewondering bij de bereikte effecten. Dat maakt onze samenwerking ook zo mooi. “Toos, dit is voor mij nieuw, dit heb ik nog geen andere kunstenaar zo zien doen”. Mijn probleem is dan dat ik me moet zien te herinneren hoe ik dat ook al weer heb gedaan. Want soms dompel ik me zo onder in het creatieve proces dat mijn brein dat na afloop niet meer volledig kan reconstrueren.

Hoe dan ook, as ’t effe kan volgend jaar weer! Tot volgende week.

TOOS

Mijn nominatie en meer aangename verrassingen bij verkiezing Kunstenaar van het Jaar 2022


Daar mocht toch best wel iets op gedronken worden, nietwaar? Op mijn nominatie voor de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar. Editie 2022. Een steeds meer aan gewicht winnende gebeurtenis in de onze kunstwereld.

Waar die dronk werd genuttigd? Zie de parasol boven mijn hoofd. Want na een reis van een paar dagen was ik net in Nice aangekomen toen op 1 juli de lijst van genomineerden de cyberspace werd ingestuurd.

Eigenlijk was ’t mijn plan om iets te schrijven over die reis. Over een aantal imposante middeleeuwse bouwwerken die je, bij wijze van spreken, bijna rakelings passeert op de zuidwaartse reis van Middelburg naar de Côte d’Azur. Of beter gezegd, niet moet passeren maar gewoon met een bezoek dient te vereren. Eeuwenoude bouwkunst in optima forma. Zoals dit bijvoorbeeld.

de Romaanse kerk van Tournus op de achtergrond en het bekende sterrenrestaurant in die plaats op de voorgrond, waar we overigens niet hebben gegeten
een deel van dat prachtige Romaanse bouwwerk

De imposante Romaanse kerk en abdij van Tournus, een heerlijk oud stadje zo’n 100 km ten noorden van Lyon. In Bourgondië dus. Maar dat verhaal houd je nog te goed. Nu eerst toch maar voorrang aan de actualiteit, die verkiezing Kunstenaar van het Jaar.

Want al is zo’n nominatie mij al eerder overkomen, het blijft absoluut een kunsteer om ook voor deze editie van 2022 benoemd te zijn door het verantwoordelijke kunstpanel. ’t Zijn namelijk niet de minsten uit onze kunstwereld die in dat panel zitting hebben. Een regelmatig veranderend, onafhankelijk gezelschap van directeuren en conservatoren van musea en andere kunstinstituten, kunstredacteuren en journalisten, kunstadviseurs en verzamelaars, veilingmeesters en kunsthistorici, programmamakers en vormgevers. Welgeteld zo’n honderd vrouwen en mannen. Dus toen ik mijn naam opnieuw, ondanks al die vele duizenden kunstenaars in ons land, onder de 90 genomineerden zag staan, voelde ik me best trots. Gewoon zomaar tussen gerenommeerde museale namen van schilders, beeldhouwers, fotograven en installatiemakers als Lita Cabbellut, Henk Helmantel, Claudy Jongstra, Mark Manders, Erwin Olaf, Marte Röling, Fiona Tan en Henk Visch. Niet slecht!

Maar nu moet er natuurlijk gestemd worden!! Klik maar op https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/  als je meer wilt weten over de verkiezing.

Of, als je direct wilt stemmen (alle namen staan alfabetisch), op naar https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2022/ronde2/

deel van de lijst van genomineerden met in de tweede kolom, slecht leesbaar, mijn naam

Zelf sta ik in de tweede kolom. En klik je even op de naam van je favoriete kunstenaar, dan ploept er gelijk een venster te voorschijn met de nodige persoonlijke informatie . Met plaatjes natuurlijk. Zoals bij mij dit.

De hele stemprocedure spreekt verder voor zich. Maar dit keer is er op die verkiezingssite iets extra’s dat nog meer persoonlijke voldoening geeft. Daarvoor moet je op de site, na het aanvinken van je favoriete kunstenaar en na een ietsie doorscrollen echt even stoppen bij de lijst van ‘Genomineerde onsterfelijke kunstenaars’. Onsterfelijk in de zin van overleden zijn maar toch voortlevend in de kunstwereld. Rembrandt, Van Gogh, zoiets. Maar wiens naam staat daar nu dit jaar voor het eerst? In de laatste kolom vanwege de W? Die van Poen de Wijs! Eindelijk, eindelijk!

Poen’s naam rechts onderaan in dit gedeelte van de Galerie der Onsterfelijken

Zijn naam heb ik wel eens vaker laten vallen in dit blog. Kortgeleden nog. In verband met een expositie in het museum Musiom te Amersfoort. Voor mij en enkele andere fans van zijn werk moest hij gewoon bij die Onsterfelijken komen. En YES, YES,YES, dat is gelukt. Nu staat hij daar zomaar! Een soort Epke-Zonderland-moment voor mij vanwege die beroemde uitspraak van de reporter bij Epke’s laatste afsprong toen hij in 2012 de Olympische medaille won: “Hij staat!”. En nu staat Poen daar. Met dik verdiende erkenning. Persoonlijk vind ik dat we nu allemaal zijn naam moeten aanvinken voordat we aan het eind van de verkiezingsite de procedure afronden.

En weet je wat ook nog heel bijzonder is? De mede-exposant van Poen bij die expositie ‘Herkenning in Vervreemding’ in het Musiom is beeldhouwer Margot Homan. En laat haar naam nou direct onder die van mij staan in de lijst van de 90 genomineerden. Kwestie van alfabetische volgorde. En laat je nou twee kunstenaars aan mogen vinken. Tot volgende week.

TOOS

Nog net geen Tour de France maar al wel de 6e etappe van mijn Tour de Dante


De Tour de France begint aanstaande zaterdag, maar ik heb er al vijf etappes opzitten in mijn persoonlijke Tour de Dante. De resultaten? Gewoon even klikken op etappe 1, etappe 2, nummer 3, nummer 4 en 5.Nu dus nummertje zes.

Stel dat ik de Italiaanse taal machtig was en stel dat ik in zo’n praatgraag gezelschap Italianen de kans zou krijgen te beginnen met de zin “Nel mezzo del cammin di nostra vita“, dan schat ik de kans zeer groot dat velen direct, misschien wel in koor, invallen met

mi ritrovan per una selva oscura

ché la diritta via era smarrita“.

Want zo begint de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri, en zo hebben ze dat er op school allemaal in moeten stampen. Ter ere van hun grote dichter. Toch maar even in het Nederlands:

“Op ’t midden van ons levenspad gekomen

kwam ik bij zinnen in een donker woud,

want ik had niet de rechte weg genomen.” (vertaling Cialona en Verstegen)

de eerste van de reeks illustraties die Gustave Doré maakte voor de Divina Commedia: het ontwaken van Dante in het donkere woud

Hoe zou dat gaan in een Nederlands gezelschap bij het reciteren van de eerste regels van ons waarschijnlijk toch wel bekendste gedicht “Wilhelmus van Nassauwe ben ik, van Duitsen bloed,”? Zou iedereen dan gelijk invallen met “den vaderland getrouwe blijf ik tot in den doet. Een Prinse van Oranje …….. enz “? Ik heb zo mijn grote twijfels. Maar ja, de Italianen zijn nu eenmaal gekker en trotser met hun Dante dan wij met Filips van Marnix van Sint-Aldegonde(1540-1598), de vermoedelijke schrijver van ons volkslied. In Italië hebben de geleerden zelfs uitgedokterd dat Dante aan zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs begon op exact 25 maart 1300. Best knap bij zo’n volstrekt  imaginaire reis! Maar ja, kwestie van stand van de zon en de sterren zoals Dante die in het begin beschrijft. Nu is die datum zelfs officieel tot de jaarlijkse Dantedi, Dantedag, verklaard.

Ook dus de dag waarop in Italië dit jaar het Dante700 herdenkingsjaar begon. Terwijl hij toch echt pas komende 14 september 700 jaar geleden stierf. Maar ach,de duivel Lucifer zit bij Dante toch pas helemaal onderin de donkerste, stinkendste krochten van de laatste en negende cirkel van de Hel, het Inferno. Dus ’t duurde wel even voordat Dante hem daar kon aanschouwen. En geldt niet ook jede Konsequenz führt zum Teufel?

detail

Bovenstaande afbeelding van het Inferno door de beroemde renaissanceschilder Sandro Botticelli(1445-1510) is er een die hij maakte voor een unieke uitgave van de Divina Commedia. Maar hij was, heel voorzichtig uitgedrukt, niet echt de enige die zich liet inspireren door Dante’s verhaal. In de vorige etappes van mijn Tour de Dante heb ik er ook al enkele van mijn eigen schilderijen bij gehaald. Maar ik maakte er nog wel een paar meer. Dus waarom niet eens heel hovaardig die combineren met bekende museumstukken van echt beroemde kunstenaars?

Toos van Holstein, Beatrice (olieverf)

Hier een van mijn interpretaties van Dante’s onbereikbare en vroeg gestorven liefde Beatrice als hij haar uiteindelijk mag aanschouwen in het Paradijs samen met het beroemde schilderij ‘Dante and Beatrice’ uit 1883 van de Engelsman Henry Holiday (1839-1927). Waarop Beatrice straal voorbij loopt aan Dante bij de Ponte di Santa Trinita in Florence. Holiday baseerde zijn olieverf trouwens op Dante’s autobiografische boek ‘La Vita Nuova’ uit 1294.

Dante wordt op zijn reis door Hel en Purgatorium (Louteringsberg) vergezeld door de Romeinse schrijver Vergilius, zeer bewonderd door Dante. Edgar Degas(1834-1917) maakte in 1858 een schilderij over hun ontmoeting bij de ingang van de Hel. In mijn interpretatie zijn ze al een poosje samen op stap.

Edgar Degas, Dante en Vergilius bij de ingang van de Hel
Toos van Holstein, Dante en Vergilius in het Purgatorioum (olieverf)

Salvador Dali, ja, vanzelfsprekend ook hij, heeft zich helemaal uitgeleefd op de Divina Commedia. Met zo’n 100 aquarellen die hij daarvoor in de jaren 50 van de vorige eeuw maakte. Hier één over het Paradijs in combinatie met mijn olieverfschilderij ‘Dante en Beatrice’, ook in Paradijselijke uitvoering natuurlijk.

Salvador Dali
Toos van Holstein, Dante en Beatrice (olieverf)

En ook nog even dat prachtige schilderij van Bronzino (1503-1572): Dante afgebeeld met zijn Divina Commedia met op de achtergrond de zeven ommegangen hoge Louteringsberg. Eén voor elke hoofdzonde. Mijn olieverf Purgatorium laat wat meer te raden over.

Toos van Holstein, Purgatorium (olieverf)

Of het aantal etappes in deze Tour de Dante nog groter wordt? Dat zou zomaar kunnen. In 2017 nam mijn Franse galerie Quadrige (Nice) deel aan de Triënnale Mondiale de l’Estampes in Chamalières, een voorstad van Clairmont-Ferrand. Met het exposeren van onder andere mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia.

toch niet de minste namen bij die Triënnale Mondiale de l’Estampes : Braque, Chagall, Miro, en dus ook Toos van Holstein, maar die ontbreekt nog op deze affiche

En zoals ’t er nu naar uitziet, gaat dat komende september/oktober opnieuw gebeuren. In Perugia, de prachtige middeleeuwse hoofdstad van de Italiaanse provincie Umbria. Dat wordt dan allicht een etappe Middelburg-Perugia. Tot volgende week.

TOOS

We mogen weer los, zelfs van de niet zo cultuurminnende Hugo de Jonge


Op een of andere manier is er vanmorgen vermoedelijk iets fout gegaan bij het verzenden van dit blog waardoor ik denk dat een deel van mijn lezers deze aflevering niet in hun IN-vak heeft zien ploffen. De enige oplossing die ik hiervoor kan verzinnen is om alles nog een keer te versturen. Niet echt elegant, maar ’t is niet anders. Dus sorry als je dit vandaag al eerder hebt gekregen. TOOS

Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur

Stel nou eens dat ik in 1994 niet zomaar spontaan voor drie maanden in het Zuid-Franse kunststadje Sint-Paul-de-Vence was neergestreken. Zou ik dan nu hebben meegedaan aan de groepsexpositie ‘Homerus-Ilias & Odyssee’ bij Galerie WiekXX in het Groningse Bad Nieuweschans.

Bad Nieuweschans

Bad Nieuweschans

Zoals de Romeinen dachten dat Homerus er uit zou zien

Ik hoor gelijk al weer levensgezel met zijn gevleugelde woorden ‘Toos, als ik nog een broer had gehad, zou die dan bruine bonen hebben gelust?’. Met in dit geval nog als extraatje ‘Toos, we weten helemaal niet of die Homerus van jou wel echt heeft bestaan!’. In dat laatste heeft hij trouwens helemaal gelijk. Want ‘de geleerden’ zijn het daar met elkaar beslist niet over eens. Heeft er wel een Homerus geleefd? En zo ja, heeft hij dan de Ilias en Odyssee zelf geschreven of heeft hij alleen allerlei verhalen verzameld? En zo ja, kon hij ze wel opschrijven want misschien was hij wel blind. En zo ja …, nou ga maar door. Vroeg-Griekse dichte mist tot en met.

Maar in die beginzin van hierboven zitten wel degelijk oorzaak en gevolg. Want door mijn verblijf in Saint-Paul ontstond het contact met Jean-Paul  Aureglia, nog steeds mijn galerist van Galerie Quadrige in Nice. En door Jean-Paul  ging ik de Ilias en de Odyssee lezen. Van voor naar achter en weer terug. Want hij had zichzelf een heilig levensdoel opgelegd. Namelijk het uitgeven van nieuwe drukken, geïllustreerd door ‘zijn’ kunstenaars, van wat hij als de fundamenten van onze Westerse beschaving beschouwt. Die werken van Homerus en de Divina Commedia van Dante. Maar ook de Legenda Aurea, op z’n Frans La Légende Dorée, van Jacques de Voragine (1228-1298). In het calvinistische Noorden minder bekend dan in het katholieke Zuid-Europa. Een heel persoonlijke keus natuurlijk, maar wel een die mij heeft beïnvloed. Want nu doe ik dus mee met die groepsexpositie over Homerus in dat noordelijk gebied van Nederland bij de Waddenzee. Waarvoor een reclamebureau ooit de toeristische leus ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht.

Of de soldaten bij de Slag van Heiligerlee dat op 23 mei 1568 ook beseften, betwijfel ik ten zeerste.

de slag bij Heiligerlee

Maar op weg naar Nieuweschans vorige week om mijn werk voor de expositie te brengen, had ik toch even die absurde associatie. Want begon daar, zo’n dikke tien kilometer ten westen van Nieuweschans, volgens de geschiedenisboekjes niet officieel onze Tachtigjarige Oorlog? Met een overwinning van het Staatse leger, vooral bestaand uit huurlingen,op die vuige katholieke Spanjaarden? Dat daarvoor al wel wat nederlagen waren geleden tellen we voor onze eigen Hollands Glorie natuurlijk niet mee. Die tachtig jaar kun je beter beginnen met een overwinning en die bij Heiligerlee was de eerste. Historisch gebied dus, daar op dat Groningse platteland. Net zoals de oude vestingplaats Nieuweschans zelf.

eerst ingeladen in Middelburg en weer uitladen in Bad Nieuweschans

Een plek vol geschiedenis dus waarbij zowel  Homerus als zijn Ilias, met het 10-jarig beleg van Troje en dat bekende paard, als zijn Odyssee, met de avonturen en heldendaden van Odysseus, heel goed aansluiten. Net zoals dus mijn Homerus-kunstwerken en die van andere bekende kunstgenoten als Sam Drukker, Annemarie de Groot, Candace Charlton, Dick Aerts, Clary Mastenbroek en Jannes Koetsier. En ook net zoals mijn steendruk over de Ilias die ik na de opening van de expositie op 6 juni mocht overhandigen aan opener Jacqueline Klooster, docent aan de Faculteit der Letteren van de Groningse Universiteit.

die steendruk over de Ilias

Want het leuke van het maken van zo’n steendruk als voor de Iliade bij Jean-Paul is dat je als kunstenaar ook zelf altijd een klein aantal zogenaamde EA’s in bezit krijgt. Dat staat voor épreuve d’artiste en daarmee mag je doen wat je wilt. Zoals dus cadeau geven als blijk van waardering aan iemand die heel duidelijk veel wist van die óf werkelijk bestaand hebbende óf mogelijk imaginaire Homerus.

enkele van mijn ‘Homerus-schilderijen

geïnteresseerden in de Franse uitgaven van de Ilias en de Odyssee

Toos van Holstein, Sirène (n.a.v. een van de verhalen uit de Odyssee)

de beeldentuin van WiekXX

Op dus allemaal naar Nieuweschans, naar WiekXX. De galerie die al snel na de start in 1977 er één van faam werd in heel Nederland en die naam nog steeds heeft. Nu gesitueerd in de woonboerderij met beeldentuin van Henriëtte Mulder en Frans Boersma.

Neem bij je bezoek ook gelijk nog even Boertange mee. Ook al zo’n vestingdorp dat we te danken hebben aan die Tachtigjarige Oorlog.

Boertange

Of waarom niet het Groninger Museum? Dat mocht ten slotte na zes maanden sluiting afgelopen weekeinde ook weer open van minister Hugo de Jonge. Je weet wel, die man van ‘je hoeft niet naar het theater, je kunt thuis ook een mooie DVD opzetten’. Als kunstenaar vind ik dat die volkomen belachelijke, bizarre, çultuuranalfabetische en schrijnende uitspraak van hem niet vaak genoeg kan worden herhaald. Bij deze dus. Tot volgende week.

TOOS

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt


de kunstroutevlaggen in de Bellinkstraat met aan het eind mijn pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk met vlag

Nee, dat op z’n Italiaans, ‘Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate’ staat niet boven de ingang van mijn atelier, maar is wel de laatste van de negen zinnen die boven de toegang naar de Hel staan. Volgens Alighieri, Dante Alighieri, althans. En hij kon het weten gezien het verslag van zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs in La Divina Commedia.

Wel heb ik die beroemde regels afgelopen zondag even aangehaald bij het voorlezen uit de Goddelijke Komedie. Gezeten voor de openstaande toegangsdeuren van mijn atelier tijdens de Kunst en Cultuurroute Middelburg die eindelijk weer eens kon plaatsvinden. Ik schreef er hier vorige week al over.

toehoorders terwijl ik voorlees uit de Goddelijke Komedie

En als ik de toehoorders uiteindelijk vreesvrij naar binnen had gepraat, konden ze daar onder andere een aantal van mijn ‘Dante-schilderijen’ bekijken.

Toos van Holstein, Le Purgatoire (150-110 cm)

Want zoals ik eerder al schreef, 2021 is een echt Dante-jaar. Onder de noemer ‘Dante700’. Want zeven eeuwen geleden overleed hij. Niet dat ik me nu pas door zijn grootse boek heb laten inspireren, dat is al veel eerder gebeurd. Zoals bijvoorbeeld in 2004 bij mijn speciale expositie ‘De mens op weg’ in de middeleeuwse Martinikerk van Franeker. Uit die tentoonstelling stamt ook de laatste foto van mijn blog vorige week. Met zichtbaar tussen de pilaren door ‘Paradiso’, een schilderij met mijn interpretatie van Dante’s onbereikbare geliefde Beatrice. De jong gestorven vrouw die hij pas weer in het Paradijs tegenkomt.

Toos van Holstein, Paradiso (100-90 cm)

Die tentoonstelling ‘De mens op weg’ ging trouwens niet alleen over de Divina Comedia. Nee, die ging veel breder. Het jaar 2004 was namelijk een zogenaamd Jacobusjaar, een jaar waarin Jezus’  apostel Jacobus de Meerdere door de Paus in Rome extra in het zonnetje werd gezet. Dat gebeurt altijd als 25 juli, zijn naamdag, op een zondag valt. De apostel ook die volgens de legende begraven zou liggen in het Spaanse Santiago de Compostela. Waarom daar? Tja, dat is natuurlijk weer een van die heerlijke kerkelijke sprookjes over heiligen. Hoe dan ook, in de middeleeuwen gingen daarom gigantische aantallen pelgrims op bedevaart naar Santiago. Via een zich steeds verder ontwikkelend netwerk van pelgrimswegen. De Camino, de Sintjacobs routes. Met daarlangs overal nieuwe pleisterplaatsen, herbergen, kloosters, kerken, kapellen en overnachtingsplaatsen. Eigenlijk de eerste toeristische routes in Europa met overal Airbnb’s avant la lettre. En met zelfs een speciale toeristische gids waarin al werd gewaarschuwd voor de gevaren onderweg en de oplichtingsmethoden van vuige veermannen.

het hele routestelsel van de Camino de Santiago

Die route, nu al weer jaren bezig aan een populariteitsopmars, is niet te onderschatten voor de ontwikkeling van ons continent in de middeleeuwen. Kun je je voorstellen dat er jaren waren met zo’n half miljoen pelgrims die Santiago bezochten? En dat in die tijd! Ongeveer 1% van de toenmalige bevolking! Allemaal te voet, de speciale pelgrimsstaf met de Sint Jacobsschelp in de hand. Maar waarom vertel ik dit?

Allereerst omdat de Martinikerk in Franeker één van de speciale pleisterplaatsen was langs de route vanuit het noorden van Friesland naar het duizenden kilometers verder liggende Santiago. Maar ook omdat in de kerk nog prachtige, eeuwenoude grafstenen ingemetseld liggen in de vloeren.

de Martinikerk tijdens ‘De mens op weg’
een indruk van de grafstenen in de kerkvloer

En daar ging ik eens lekker op rubben met vetkrijt en schildersdoek! Want de gebeitelde teksten en emblemen van de stenen werden voor mij het denkbeeldige kantelpunt tussen de reis tijdens het leven (de pelgrimage naar Santiago de Compostela) en de reis na de dood (de reis van Dante door Hel, Louteringsberg en Paradijs). Zie daar het concept van die expositie ´De mens op weg´. Een heel succesvolle tentoonstelling die in de zomer van 2004 zo´n 12 tot 13.000 bezoekers kreeg.

een indruk van de kerk en mijn tentoonstelling ‘De mens op weg’

Nog even over dat rubben. Daarbij legde ik het losse, nog niet opgespannen en lege doek op een grafsteen en wreef er overheen met oilsticks van diverse kleuren. Gevolg? De onderliggende delen kwamen tevoorschijn. Als ik soms wel eens last heb van een knie beweert levensgezel dat ik daar in de kerk boete gedaan heb voor ik weet niet hoeveel jaar zonde. Uren liggend op mijn knieën op die stenen vloer zonder kussentje eronder en maar wrijven. Beetje dom? Ach, noem het enthousiasme!

bezig met rubben

Daarna liet ik die doeken opspannen en begon ik er op door te schilderen zodat een combinatie van tekst en afbeelding ontstond. Als ik af en toe nog weer eens zo’n gerubde ondergrond nodig heb, is een telefoontje naar de koster van de kerk voldoende. ‘Ja natuurlijk Toos, kom maar!’

Dat ik hierdoor met Dante, en natuurlijk ook met Santiago de Compostela, een paar jaar later zou terechtkomen in de Dutch Church in Londen voor ‘Man on his way’ kon ik toen nog niet bevroeden. Met andere woorden, mijn Dante-avonturen in dit blog en in dit Dante700 jaar zijn zeker nog niet voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Dante en de Magie van Epoxy


atelier ‘Holstein’ aan de Korendijk 56 in Middelburg

Wil je een wereldpremière meemaken? Helemaal gratis? Voor ’t eerst in mijn leven ga ik publiekelijk voordragen uit de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri. Op zondag 2 mei.

Hoe dat zit? Nou, de landelijk bekende grote boekenmarkt die voor die dag was gepland in Middelburg gaat niet door. Reden voor een aantal deelnemers  aan de Kunst en Cultuurroute om dan zelf maar het boek centraal te stellen. Zelfs ook nog oraal.

affiche met daarop vermeld de ateliers waar wordt voorgelezen

We starten namelijk weer. Een half jaar lang hield ik de twee grote glazen toegangsdeuren naar mijn atelier potjedicht. Coronagedwongen. Vorig jaar 6 december stonden ze voor het laatst open tijdens de maandelijkse kunstroute in Middelburg. En nu ‘gooi’ ik ze weer open. Eindelijk, eindelijk! Op 2 mei dus, de 1e zondag van de nieuwe maand, van 1 tot 5 uur. Wel voorwaardelijk, want er gelden natuurlijk nog steeds die niet altijd even makkelijk te doorgronden coronaregels. Want waarom mocht er eind vorig jaar in winkels nog één bezoeker binnen per 10m2 en is dat nu 25m2 geworden? Ra ra! En waarom wordt van regeringswege een nieuwe broek veel belangrijker geacht dan het geestelijk voedsel dat te verkrijgen is in de nog steeds gedwongen gesloten bibliotheken en musea? Zeg ’t maar.

bibliotheken dicht, maar hier zijn de plaatsen waar aandacht aan boeken en grafiek wordt gegeven

Oké, de kunstroute. Hoe is dat gezegde ook al weer? ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet’. Nou, ik heb in de maanden hiervoor al vast maar wat eieren gelegd. Kunsteien. En daar mag nu best iets van worden getoond. Samen met Dante en zijn Divina Commedia. Voor mij een logische combinatie gezien dat boeken-thema bij de route. En gezien mijn blogs van 8 en van 15 april. Over Dante700 en mijn persoonlijke mijmeringen bij en kunstuitingen naar aanleiding van dit al zeven eeuwen lang beroemdste boek uit de Italiaanse literatuur. Daar kan onze eigenste Vondel in de verste verte niet aan tippen. Maar eerst die nieuwe kunsteien.

één van die nieuwe kunsteien

Trouwe lezers van TOOS&ART weten wat ik bedoel met de actie ‘Kunstbezorgd.nl’. Weet je ’t niet, dan kun je hier je achterstallig onderhoud bijspijkeren. Het leek me best interessant om voort te borduren op dat idee van die reeks mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat. Een reeks die ik uiteindelijk mijn ‘XX-XX Serie’ doopte en waarvan ik nu een prachtige, 32 pagina’s dikke brochure in mijn atelier beschikbaar heb voor liefhebbers.

voorkant van die brochure

Waarom zou ik me niet eens buiten die beperking van A4 begeven? Dus heb ik enkele werken uit die ‘XX-XX Serie’ door het mij zo vertrouwde ZWF in Bolsward laten aanbrengen op platen van alu dibond van 70 bij 100 cm. En daar ben ik toen weer verder op gaan doorschilderen. Zelf vind ik ze heel geslaagd geworden. Maar ja, hoe objectief ben ik hierbij in te schatten? Ook bedacht ik me dat het laten aanbrengen van een epoxylaag op zo’n kunstwerk best het experiment waard kon zijn. Epoxy, een uit twee componenten gemaakte doorzichtige en keiharde hars, zorgt namelijk voor een magisch lichteffect. Kleuren komen ineens nog helderder en sprankelender over terwijl er ook een groot diepte-effect ontstaat. Ik kan dat nu wel zo beschrijven, maar je moet die magie echt in werkelijkheid zien om te begrijpen wat ik bedoel. Dus hangen er nu diverse van die nieuwe mixed media schilderijen op alu dibond, met en zonder epoxy, in mijn atelier. Tezamen met mijn Divina Commedia olieverven en zeefdrukken. En met natuurlijk op tafel een dik volume van De  Goddelijke Komedie zelf. Weet je wel,die wereldpremière?

een paar van mijn ‘Dante-schilderijen’

Kijk maar eens op https://kunstroutemiddelburg.nl/activiteiten/33-middelburg-boekenstad. Daar vind je alle extra boekactiviteiten die plaatsvinden bij de deelnemers. Zelf geef ik om 2, 3 en 4 uur bij mij voor die grote glazen toegangsdeuren acte de présence met dat voorlezen uit De Goddelijke Komedie. Ten minste, als ik niet alleen voor mijzelf hoef te gaan staan oreren.

En binnen? Die nieuwe mixed media’s met en zonder epoxy naast nieuwe olieverfschilderijen en mijn Dante-werken. Verder natuurlijk ook de zeefdrukken die ik maakte voor de Franstalige La Divine Comédie in samenwerking met Galerie Quadrige in Nice en uitgeverij La Diane Française.  

Oh ja, ik ben je ook nog de verklaring schuldig van deze foto waarmee ik twee weken geleden eindigde.

Nou, komende keer dan maar. Tot volgende week.

TOOS

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier II


de foto waarmee ik vorige week eindigde

Een week geleden kondigde ik dit al aan, het vervolg van ‘De Mythe van het Kunstenaarsatelier’. Want met die mythe ben ik nog even niet klaar.

Mee door mijn gesprek met collega-kunstenaar Michael Parkes (lees vorige week) besloot ik begin jaren 90 om voor de stilte en beslotenheid van het atelier te gaan. Moest kunnen, schatte ik zo in. Als kind al kon ik me lekker stiekem verstoppen. Dacht ik althans, mijn moeder zal dat anders hebben ervaren. Dan zat ik uren lang in mijn eigen intieme hoekje op de zolder van ons al heel lang geleden afgebroken huisje bij de Oude Toren in Eindhoven. Helemaal in mijn eigen fantasiewereld. Dus die allenigheid in mijn atelier en lekker schilderen? Geen probleem. Maar door toenemend succes groeide ik die atelierkamer in  mijn Eindhovense flat echt uit. Dus werd voor gebiedsuitbreiding de grotere woonkamer geannexeerd. Gevolg? De slaapkamer werd woonkamer, de kleinere logeerkamer mijn nachtverblijf en een nog kleiner hok was opeens  kunstopslagruimte. Alles draaide dus om dat atelier. Dat op den duur gevoelsmatig toch krimpneigingen leek te vertonen. Om een lang zoekverhaal kort te maken, uiteindelijk verhuisde ik in 2001 naar Middelburg. Naar mijn prachtig verbouwde pakhuis uit 1738. Dat twee jaar daarvoor  nog een ongelooflijke klerezooi was.

Voor de goeie orde, in de grote pakhuisruimte op de begane grond lag de rotzooi overal tot aan het plafond opgestapeld.  Het atelier van Francis Bacon (1909-1992) was daarbij vergeleken als prettig geordend en bijna leeg te bestempelen. Want aan hem behoorde dat Heilige der Heiligen waar ik vorige week mee eindigde en nu mee begon.

Francis Bacon in zijn atelier

 Een beroemd en berucht atelier van een beroemd en berucht kunstenaar. Wiens schilderijen nu onbetaalbaar zijn. Tenzij je deel uitmaakt van dat van de echte wereld losgezongen gezelschap waarvoor geld een volstrekt abstract begrip is. Prachtig en intrigerend werk trouwens. Bacon hoort bij mijn toppers.

schilderijen van Bacon

Dat atelier van hem is nu én museum én bedevaartplaats. Het is zelfs verplaatst van de Londense wijk Kensington naar zijn geboortestad Dublin in Ierland. Hoe? Een team van archeologen, ja, je leest ’t goed, inventariseerde het geheel en brak het af om ’t propje voor propje, verfblik voor verfblik, penseel voor penseel en verfvlek voor verfvlek opnieuw op te bouwen in Dublin. Daar is het nu als een soort museumstuk te bezichtigen. Met alle 570 boeken en catalogi, 1500 foto’s, 100 versneden doeken, 1300 uit boeken gescheurde pagina’s, 2000 stuks schildermateriaal, tekeningen, stapels brieven, tijdschriften, kranten en lp’s er weer in op de juiste plek.Net zoals vanzelfsprekend alle gecatalogiseerde verfspatten.

kun je je dat atelier van Bacon voorstellen in deze statige Dublin City Gallery?

Bacon zelf zei hierover ooit ‘Ik voel me thuis hier in deze chaos omdat chaos bij mij beelden doet opkomen’. En daarin kan ik meegaan. Ook ik heb ’t liefst wat chaos om me heen als ik aan het creëren ben. Dat lukt me in een nettere ruimte beslist minder goed. Maar de puinhoop van Bacon? Nee zeg, dat gaat me toch wel iets te ver!

een momentopname van mijn atelier

Wat me trouwens ook weer veel te ver gaat, is het andere uiterste. Een uiterste waar de geordendheid, de reinheid en regelmaat helemaal vanaf spat. Figuurlijk dan!

Het New Yorkse atelier van ons aller Piet Mondriaan dus. Gefotografeerd vlak na zijn overlijden in 1944. Met op de ezel nog zijn laatste en niet voltooide werk Victory Boogie Woogie. Het schilderij dat in 1998 na veel onderhandelen door het Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag, werd aangekocht voor een slordige 80 miljoen. Guldens! Eigenlijk best een koopje. Want alle er op geplakte stukjes papier en tape die Mondriaan nodig had bij zijn scheppingsproces waren bij die prijs inbegrepen. De publieke opiniehel barstte los. ’t Was dat Twiiter nog lang niet bestond anders was het Haagse Verversingskanaal naar de Noordzee door alle bagger volstrekt verstopt geraakt. Waren ze daar nou echt helemaal bezopen, tachtig miljoen!! Wat je noemt boogie woogie ten top. Nu hoor je daar helemaal niemand meer over. Den Haag heeft er sinds een paar weken zelfs een nieuwe verkeerstunnel bij gekregen met de naam Victory Boogie Woogie. Vraag me niet naar de prijs!

Wat dat dan weer te maken heeft met deze monnikencel?

Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier


Rembrandt, De kunstenaar in zijn atelier, 26-32 cm (Museum of Fine Arts, Boston)

Laatst zag ik, al vegend op mijn tabletscherm, bovenstaand schilderij van Rembrandt weer eens letterlijk voorbij schuiven. Elke keer opnieuw prachtig en intrigerend, dat beeld van die kunstenaar in zijn atelier. Eenzaam en peinzend starend richting ezel. Met daarop een doek waarvan we alleen de lege achterkant zien. Juist bij dat schilderij moet ik altijd weer denken aan een gesprek dat ik begin jaren 90 had met kunstgenoot Michael Parkes (1944). Amerikaan, maar al heel lang wonend in Spanje .Nu wereldwijd een van de bekendste magisch realisten van deze tijd, toen al midden in een zeer succesvolle carrière.

enkele olieverfschilderijen van Michael Parkes

 Ik mocht naast hem aanschuiven bij het diner dat we van Gerrit Steltman, eigenaar van de Amsterdamse Galerie Steltman, voorgeschoteld kregen na de opening van Michael’s nieuwe expositie. Allereerst door de relatie van levensgezel met de galerie, maar ook omdat ’t Gerrit interessant leek de kunstenaars in het gezelschap aan elkaar te koppelen. En waar praat je dan samen over? Over kunst natuurlijk en over het leven als kunstenaar. Over exposities en over je atelier. Voor mij op dat moment heel belangrijk. Want ik stond toen twijfelend op een tweesprong. Kon ik het sociale van het onderwijsleven blijven combineren met de kunst of ging ik echt helemaal alleen voor het kunstenaarschap? Echt wat je noemt een essentiële en existentiële levensvraag. Michael had al heel snel na zijn academie opleiding  en reizen in het Verre Oosten gekozen voor het laatste. Dat werd dus interessant filosoferen.  Met bijvoorbeeld deze belangrijke vraag van zijn kant. ‘Toos, wat denk je, zou je de eenzaamheid van het atelier aankunnen? Die urenlange afzondering in je eentje in die ruimte? Dat je helemaal afsluiten van de wereld en alleen in je eigen bubbel verkeren. Elke dag weer. Elk jaar opnieuw. Als je dat niet kunt, ga je vluchtgedrag vertonen, dan houd je dat leven niet vol.’

Dit gesprek met Michael is voor mij toen mee belangrijk  geweest bij mijn keus. Die voor het kunstenaarsbestaan. Dat heb ik hem bij een latere gelegenheid natuurlijk ook wel verteld. Onderstaande foto van een paar dagen geleden heeft dus absoluut een link met zijn advies destijds.

een paar dagen geleden in mijn atelier

Nu is het ‘opsluiten’ in mijn atelier, het bewust kiezen voor een soms dagenlang kluizenaarsbestaan heel normaal. Snap je daardoor mijn liefde voor dat schilderij van Rembrandt? Een werk dat hij in 1629 maakte op 23-jarige leeftijd. Verder ook het enige van hem in dat soort. In heel zijn verdere oeuvre komt geen ander atelierschilderij meer voor. Wel vond Rembrandt navolging. Zoals in 1632 door Gerard Dou (1613-1675), zijn eerste leerling in Leiden.

Gerard Dou_De schilder in zijn werkplaats (1632), 59-43 cm

Maar voor mij is dit een veel te bestudeerd zelfportret. Waarin Dou vooral wil laten zien welk een ontwikkeld persoon hij eigenlijk wel is. Dat grote opengeslagen boek, die wereldbol, de muziekinstrumenten. ‘Kijk mij eens, bij mij moet je zijn’. Even terzijde, dit werk is toevallig recent aangekocht door het Leidse Museum De Lakenhal. Met financiële steun van onder andere die voor onze museumwereld zo belangrijke Vereniging Rembrandt. Steun die door de Rembrandtkaart aan te schaffen!! Alleen is die aanwinst nog steeds niet te zien. Wanneer begrijpen ze daar in Den Haag nou eindelijk eens in dat museumbezoek nauwelijks bijdraagt aan de coronaverspreiding! Maar goed, dat is een ander verhaal.

Terug naar het atelier en mijn voorkeur voor Rembrandt met zijn ‘hoe sterk is de eenzame schilder’! Om maar eens te parafraseren op dat beroemde lied van Boudewijn de Groot over de eenzame fietser. Denkend over en schrijvend aan deze aflevering krijg ik trouwens langzaamaan het gevoel dat dit wel weer eens kan ontaarden in een flink rijtje schrijfsels over het kunstenaarsatelier. Want hoe is die werkplaats voor wat in de middeleeuwen werd gezien als een ambacht omgetoverd naar dat nu bijna MYTHISCHE atelier van DE KUNSTENAAR?

‘De uitvinding van de olieverf’ uit de serie ‘Nieuwe ontdekkingen’ (ca.1580) van Jan Baptist Collaert (1566-1628), naar een oudere serie van de in Italië levende Vlaming Johannes Stradanus (1523-1605

Bovenstaande gravure toont toch gewoon een werkplaats? Maar dat wordt iets voor de volgende keer. Eerst als tegenstelling deze alinea uit het boek ‘De emigrés’ van W.G.Seebald.

‘De in de hoeken verzamelde duisternis, de bobbelende pleisterlaag vol zoutvlekken en de afbladderende verf op de muren, de met boeken en stapels kranten overladen stellages, de kasten, werkbanken en bijzettafels, de waaierfauteuil, de gaskachel, de matrassen op de vloer, de in elkaar geschoven bergen papier, servies en materiaal, de karmijnrood, bladgroen en loodwit in de duisternis glanzende verfpotten, de blauwe vlammen van de twee paraffinesmelters, het hele meubilair schuift millimeter voor millimeter in de richting van het centrale deel, waar de kunstenaar zijn schildersezel heeft neergezet in het grauwe schijnsel dat binnenvalt door het hoge, met het stof van decennia overdekte noordraam.’

Sorry hoor, gaat dat niet een ietsiepietsie te ver! Alhoewel? Wat te denken van dit atelier?

Komende keer de onthulling. Tot volgende week.

TOOS

Covid-19 en iets positiefs? Ja hoor, dat kan!


Als dat coronavirus met die neutrale wetenschappelijke naam Covid-19 vorig jaar niet was begonnen om onze wereld volledig op z’n kop te zetten, was bovenstaande foto er nooit geweest. Dus ook niet mijn nieuwe brochure ‘De XX-XX Serie’. Veertig pagina’s dik en eind december van de drukpers gerold. Hoe dat zit? Hier komt ie.

Maart 2020. Onze intelligente lockdown. Alles ligt op z’n gat. Stille winkelstraten, lege autowegen, volle ziekenhuizen, levenloze scholen, nutteloze kantoren. Met andere woorden, de anderhalve meter samenleving. En voor mij persoonlijk het niet doorgaan van de opening van een nieuwe expositie. Maar toen was daar ineens dat initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. De actie Kunstbezorgd.nl. Wat die inhield heb ik hier al eerder verteld. ’t Werd een groot succes voor het CBK en deelnemende kunstenaars. Ook voor mij. Mijn mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat, ze moesten ten slotte in het doorsnee brievenbusgat passen, vlogen weg. Niet alleen richting Zeeuwse brievenbussen. Ook in Brabant, Noord- en Zuid-Holland, Gelderland, Groningen en Frankrijk klepperden die.

titelblad van de brochure met links bij elkaar 20 van de 40 kunstwerken in de XX-XX Serie

In al die tijd dat we intelligent op slot bleven, kon ik me in mijn atelier helemaal uitleven. Want elke keer dat ik nieuwe werken aanleverde, waren die binnen de kortste keren verkocht. Veertig werden ’t er uiteindelijk. Tot Nederland weer van het slot ging en de Kunstbezorgd.nl site daardoor bewust op slot. Maar wacht even! Een serie van 40 werken en dat in het jaar 2020? Een prachtig toeval toch?

Vandaar het idee om er een brochure aan te wijden. Met 40 pagina’s, dat lag natuurlijk voor de hand. Toen nog een naam.  Nee, ‘De Corona-Serie’, dat was ‘m eigenlijk niet. Maar op z’n Romeins ‘De XX-XX Serie’, dat leek me wel wat.

enkele van de kunstwerken bladvullend op 2 pagina’s naast elkaar

En toen? Zo’n idee is een heel korte één, het uitvoeren ervan een veel langere twee. Teksten erbij maken, volgorde uitzoeken en, zo was een plotse oprisping, ook kopers erbij betrekken. Om dan daarna mijn vaste vormgeefster Martien Versteegh erbij te betrekken. Want Martien, met haar eigen creatief bureau en uitgeverij Donkigotte, heeft al bij heel wat kunstuitgaven van me een belangrijke vormgevingsrol gespeeld. Maar uiteindelijk is ie er dus, die brochure.

Alle bezitters van een kunstwerk uit ‘De XX-XX Serie’  hebben vanzelfsprekend al een exemplaar gekregen. Een aantal heeft er ook hun eigenste bijdrage in teruggevonden. Met eigen foto en eigen verhaal. Dat was namelijk die plotse oprisping. Hoe leuk zou ’t zijn om bezitters een foto te laten maken van hoe het kunstwerk bij hen thuis hangt en te laten beschrijven waarom ze juist dat specifieke werk hebben gekocht. En aldus geschiedde. Ook ben ik blij met de inleiding die directeur Kathrin Ginsberg van het CBK Zeeland schreef.

links zo’n foto met tekst van de bezitter, rechts het werk bladvullend
nog zo’n foto en tekst van de bezitter
nog een paar bladvullende afbeeldingen

Mocht je het leuk vinden zelf een exemplaar van die brochure in je bezit te krijgen, geen probleem. Als de Middelburgse Kunst en Cultuurroute weer begint, ben je van harte welkom. Ik heb er genoeg liggen in mijn atelier. Maar dat wordt vast niet de eerstvolgende 1e zondag van de maand, 7 februari dus. Iets met een Britse variant en nog wat weken langer lockdowntje spelen met z’n allen! Is dat gelazer met de Brexit eindelijk voorbij, krijg je nog een leuk extra cadeautje van over het Kanaal. Zondag 7 maart dan maar? Dan hoop ik de poort van mijn pakhuis Holstein aan de Korendijk toch wel weer te mogen ontgrendelen.

Trouwens, de site van Kunstbezorgd.nl is sinds de minder intelligente lockdown in december ook weer ontgrendeld. Voor een tweede ronde. Met weer allerlei nieuwe bijdragen. Ook van mijn kant. Kijk maar eens. Of er van mij dan nog wat te koop staat? Garantie tot de knop van de voordeur heet ’t dan. Want ook nu verkopen ze weer als een tierelier.

aan het werk in mijn atelier voor die nieuwe serie

Tot volgende week.

TOOS

In afwachting van ………


Bijgaande foto is een uitsnede van een mixed media kunstwerk van mij met de titel ‘In afwachting’. Dat leek mij een mooie,metaforische afspiegeling van de gemoedstoestand van velen van ons aan het begin van dit nieuwe jaar 2021. In ieder geval geeft het mijn gevoel weer. Want wat wacht ons na dat krankjorume jaar 2020? De vaccinatie waar de meesten naar uitzien? Wanneer gaat dat gebeuren? Opdat we weer het leven kunnen oppakken waar we zo aan gewend zijn. Wanneer kun je weer een winkel inlopen zonder gezichtsmasker? Wanneer kunnen we weer gewoon naar het theater? Of naar de bioscoop? Wanneer kun je weer spontaan naar een museum? Of gewoon een galerie inlopen? En bovenal natuurlijk, wanneer kunnen we elkaar weer normaal ontmoeten? Thuis, in het restaurant, in het café. Iets dat een jaar geleden heel normaal was, is nu ineens uitzonderlijk. Wanneer gaan we elkaar weer normaal begroeten en niet op die kunstmatige manieren van nu?

Ik wens iedereen toe dat in de loop van dit jaar ons ‘normale’ leven weer op gang kan komen. Met daarbij toch ook de hoop dat er maatschappelijk een en ander gaat veranderen  op grond van allerlei wijze lessen die we met z’n allen hebben kunnen leren in 2020. Dan houden we aan het coronavirus ook nog iets positiefs over.

Ik wens jullie hoe dan ook een goed, mooi, gezond en kunstzinnig 2021 toe. Tot volgende week!

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

De kunstzinnige keerzijden van corona


Daar sta ik zomaar met mijn naam en bovenstaande atelierfoto tussen wereldwijd bekende kunstenaars als Ai Wei Wei, Paul McCarthy, Andres Serrano en David Lynch. En staat er ook zomaar een video met mijn Venetië-schilderijen op YouTube. Waardoor? Gewoon,door dat Covid-19 pluizebolletje.

Riva, één van mijn ‘Venetië-schilderijen’

’t Is natuurlijk overduidelijk dat corona ziek maakt en soms heel erg, dat corona dodelijk kan zijn en dat corona onze maatschappij ontwricht op een ongekende manier. Maar juist daardoor boort ons menselijk brein nieuwe mogelijkheden aan. Het borrelt overal van inventiviteit, oorspronkelijke ideeën en out of the box denken. Met allerlei onvoorspelbare ontwikkelingen tot gevolg. Zeker ook in de zwaar getroffen culturele sector. Of, beter gezegd, juist in de culturele sector. Als iets daar belangrijk is dan is ’t wel creativiteit. Een paar voorbeelden maakte ik de afgelopen weken zelf mee. Zoals dus dat met mijn naam in combinatie met die atelierfoto en dat met Venetië. Mijn lievelingsstad. Maar ook die van Han de Kluijver. Wie? Dat leg ik uit.

’t Begon met een onverwacht mailtje. Van die mij bekende Han de Kluijver. Niet alleen de bezitter van een ‘Toos’, maar daarnaast beroepsmatig bezig als architect en als kunstkompaan met prachtig grote glasobjecten.

glasobject van Han de Kluijver

Wat bleek uit de mail? Han was ook nog van de muziek. En die hobby had hij weer wat uitgebreider opgepakt in deze coronatijd. Hij kon nu toch niet naar Tsjechië of naar Venetië, de plekken waar hij regelmatig verkeert om zijn glasobjecten te laten gieten. Dat betekende dus meer vrije tijd! Tijd om met een aantal vrienden weer eens muziek te maken. Zo waren ze bezig met de opname van een nieuw nummer, ‘Mijn Stad’. En dat nummer wilde Han graag ondersteund zien met een video gebaseerd op mijn Venetië-schilderijen. Zo kwam dus van ’t een ’t ander met onderstaand resultaat.

Je kunt, denk ik, rustig stellen dat zonder de corona-lockdowns dit niet nu gebeurd zou zijn. Net zoals bij die atelierfoto. Ook het gevolg van een mailtje van enkele weken geleden. Maar nu van een mij geheel onbekende André Smits. Of hij van mij een foto mocht maken in mijn atelier. Met mijn rug naar hem toegekeerd. Want dat deed hij als project al sinds 2008 over de hele wereld. Beeldend kunstenaars, galeristen, museumdirecteuren en meer kunstbetrokken mensen van allerlei pluimage op die manier fotograferen in hun eigen kunstomgeving.  Op zijn site www.artistintheworld.com kon ik de resultaten bekijken.

willekeurig voorbeeld van zo’n atelierfoto in New York

En daar trof ik ze dus, die al genoemde beroemdheden. Ai Wei Wei, waar kom je hem tegenwoordig niet tegen. Paul McCarthy, die van het beruchte beeld in Rotterdam dat in de volksmond de naam Kabouter Buttplug kreeg. Andres Serrano, nogal controversieel door zijn crucifix foto’s en erotisch getinte ensceneringen. En David Lynch, regisseur van o.a. de tv-cultserie Twin Peaks maar ook beeldend kunstenaar.

foto gemaakt in 2017 op een wijndomein in Zuid Frankrijk, met een symbolische installatie van Ai Wei Wei (een Romeinse heirbaan)
Kabouter Buttplug in Rotterdam, gemaakt door Paul McCarthy
atelier van Andres Serrano, uit de serie van André Smits
voorbeeld van de kunst van David Lynch

Niet onaardig toch om daar tussen te staan? Nadat André zijn fotoshoot had gedaan, zaten we natuurlijk nog wat na te kletsen. ’t Bleek dat hij, ook al weer door al die  lockdowns, noodgedwongen tijdelijk in Zeeuws-Vlaanderen was neergestreken. In een kraakvrij pand. Even niks geen hop-hop naar overal. Nee, gewoon Zeeland en omstreken als habitat. Maar hoe kom je daar dan aan te fotograferen kunstenaars? Nou, dan blader je door het in september verschenen eindnummer van het Zeeuwse kunstblad Decreet, neemt contact op met de redacteur en verkrijgt zo emailadressen van de kunstenaars daarin. Over Decreet schreef ik al eens omdat ik er ook van mij een kunstwerk in staat. Lees en kijk hier maar.

Toos van Holstein,’ In afwachting’ (mixed media op aluminiumplaat), gepubliceerd in Decreet

Daardoor komt er nu onverwacht een aantal Zeeuwse kunstenaars, waaronder ene Toos van Holstein, voor onder de duizenden andere namen die André sinds 2008 al ‘verzamelde’. Want daar moet ik natuurlijk wel eerlijk in zijn. Ik sta dan nu wel tussen diverse beroemdheden, maar ook bij ontiegelijk veel onberoemdheden. Hoe dan ook, leuk blijft ‘t, die onverwacht positieve gevolgen van Covid-19. Zoals ook Kunstbezorgd.nl, dat initiatief van CBK Zeeland waarover ik al eerder schreef. Tot volgende week.

TOOS