Categorie archief: Middelburg

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds
schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld
de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Nieuwjaar en bubbels


Toos van Holstein, zeefdruk

De wereld is tegenwoordig niet echt duidelijk te duiden, de contouren zijn vaak maar vaag. Maar altijd is er wel een doorgang, te gelijkertijd toegang en uitgang voor naar binnen of naar buiten. Naar binnen voor de veiligheid, knusheid, gezelligheid, voor het in vertrouwen samenzijn met familie en vrienden, voor je eigen bubbel. En naar buiten om die niet zo duidelijke, wijde wereld te betreden, om nieuwsgierigheid te bevredigen, om nieuwe kennis op te doen, om het avontuur tegemoet te treden, om die wereld beter te leren begrijpen en juist die eigen bubbel te verlaten.

Wij wensen een ieder toe dat ze die doorgang niet alleen als toegang gebruiken maar ook vaak als uitgang. Om die wereld samen tot één enkele grote bubbel te maken. En daarnaast hopen we dat iedereen 2018 in gezond geluk mag beleven.

TOOS

Damien Hirst, Venetië, de kunstduvel en de grote kunsthoop


beeld bij de ingang van de Punta della Dogana

Als je snel bent, kun je nog net de, terecht, wereldwijd meest besproken tentoonstelling van dit jaar bezoeken. Maar daarvoor moet je dan wel even naar Venetië. Voor ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ van Damien Hirst. Ik was er al, zo’n twee maanden geleden. Toch kwam ’t er steeds niet van om er over te schrijven. Nu eindelijk wel. Hieronder al vast een filmpje om voor te proeven.

Die Damien Hirst (1965) is een apart mannetje wiens kunst ik nooit zo heb zien zitten. Tegen 1990 brak hij door toen de beroemde kunstverzamelaar en public relations goeroe Charles Saatchi zijn ‘The Physical Impossibility Of Death In The Mind Of Someone Living‘ kocht. Een volstrekt belachelijke titel voor alleen maar een haai op sterk water.

Na Saatchi, die de haai later met een gigantische winst doorverkocht, moesten heel veel anderen natuurlijk ook zoiets hebben. De start dus van een kunstcarrière die Hirst tot de rijkste levende kunstenaar maakte met een, enkele jaren geleden, geschat vermogen van rond de 300 miljoen Engelse ponden. Of euro’s. Dat weet ik niet zo goed meer. Maar ach,al staat de euro dan wat lager dan het pond, er van leven lukt ook dan nog wel. Met die haai heb ik niet zoveel. Net zo min als met het platina doodshoofd vol geplakt met diamanten dat onder de titel ‘For the love of God‘  in 2008 een wereld tournee maakte die begon in het Rijksmuseum.

Stel je voor, lange rijen in Amsterdam voor een doodshoofd. Want in publiciteit genereren is Hirst een meester. Dat ding moest, dacht ik, 90 miljoen dollar opbrengen. Of ’t verkocht is? Wat dacht je! Net zoals trouwens honderden, zoniet duizenden van zijn pillenschilderijen.

Allemaal gefabriekt door zijn ateliertroepen die bij het inkleuren natuurlijk wel binnen de vooraf door de meester vastgestelde lijntjes moesten blijven. Ik heb echt bewondering voor de manier waarop hij dat allemaal flikt. Maar al zijn conceptueel  kunstgedoe met bijbehorende kunstklets en vele kubieke meters gebakken lucht? Laat maar.

Toch heeft ie me nu in Venetië echt prettig verrast. Met twee grote exposities in het monumentale Palazzo Grassi aan het Canal Grande en het prachtig gerenoveerde pakhuis van de Punta della Dogana aan het begin daarvan. Allebei in bezit van Hirst’s gigantisch rijke Franse kunstvriend François Pinault. Denk bij die laatste maar aan Gucci, Samsonite en veilinghuis Christie’s. Dan weet je gelijk waar zijn miljarden vandaan komen. Samen hebben Damien en François die  ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ bekostigd. Een project van vele jaren en vele miljoenen op basis van een prachtig, volstrekt uit de duim gezogen verhaal. Fantasievol fake news zogezegd. Zogezegd helemaal in de trant van deze tijd. Lees maar.

met Venetiaanse vriend Roberto in Palazzo Grassi
het gigantisch grote beeld van kunststof in het palazzo

In 2008 wordt in de Indische Oceaan een groot wrak ontdekt van een vrachtschip dat daar zo’n 2000 jaar geleden was gezonken. Aan boord: een ongelooflijke schat met vooral veel beelden. Van klein tot gigantisch groot, in brons, marmer, graniet, goud en zilver. Van over de hele antieke wereld bij elkaar gebracht door een onder de Romeinen vrijgemaakte slaaf die daarna een groot fortuin vergaarde. De bedoeling: dit alles onderbrengen in een nog te bouwen tempel. Maar helaas dus. De inhoud van dit schip wordt nu, na gedeeltelijke restauratie, getoond op de twee exposities.

Als bezoeker van de expositie wordt je gelijk geconfronteerd met een volstrekt realistische documentaire waarin je kunt zien hoe duikers alles opdelven uit de zeebodem en naar boven laten takelen. Inclusief het aan de beelden vastgegroeide, prachtig gekleurde koraal. Maar als je van te voren je erin hebt verdiept, weet je ook dat al die voorwerpen eerst vanaf het schip op de bodem zijn neergelaten om ze daarna weer snel op te hijsen. En dat het zogenaamde koraal van beschilderd brons is. Fake koraal en ook een fake documentaire dus. Toch liepen er in Palazzo Grassi mensen rond die er in eerste instantie helemaal instonken.  We waren namelijk in gezelschap van onze Venetiaanse vriend Roberto die rondlopende Italianen een ietsiepietsie beter verstond dan wij. Wat bleek af en toe? Pure verbazing over al dit duizenden jaren oude, prachtige antiek. Net zoiets als volwassenen die nog geloven in Sinterklaas.

Want als je nou een beeld van Mickey Mouse met beschilderde koraal  tegenkomt of zelfs Goofy, dan moet er toch wel een hele grote lamp gaan branden?

het beeld van Mickey Mouse wordt opgedolven uit het wrak
Mickey Mouse zoals die nu op de expositie staat
aan welk verhaal doet dit ‘duizenden jaren oude’ beeld denken?

Wat zal het Hirst-team, dat jarenlang aan dit project heeft gewerkt, een lol hebben gehad. Wat zullen we nu weer eens voor geks bedenken? Hoe gaan we in de begeleidende teksten nu weer eens allerlei klassieke mythologische verhalen gebruiken en verdraaien? Allemaal absoluut prachtig en vakkundig uitgedacht en gemaakt.

Logisch dat allerlei moderne kunstgoeroes dit alles volledig hebben afgebrand. Schande, pure schande, met pek insmeren die Hirst, kitsch, allemaal kitsch!  Maar voor mij dan als totaal wel magistrale superkitsch waar massa’s enthousiaste bezoekers op af kwamen. En waar ook diverse miljonairs tevreden op terug kijken die, afgaande op de Panama en Paradise papers, nog iets leuks konden doen met hun overgebleven belastingcentjes.

het hoofd van Medusa in brons
idem in goud

 Want ja, nu nog die duvel en de grote hoop uit de titel. Alles op die exposities was namelijk van te voren al te koop. Er hingen in Venetië dan wel geen prijskaartjes aan, maar reken maar dat je zonder diamanten of platina credit card niet ver kwam. Zo las ik over een rijke verzamelaar die aan de hand van foto’s al een beeld voor twee miljoen had gekocht. Hij stootte echter zijn neus bij nog een paar andere beelden. Tussendoor al uitverkocht! En dan te weten dat van elk beeld een serie van drie is gemaakt. Reken er maar op dat dit bij heel veel andere items ook is gebeurd. Want al die particuliere musea die tegenwoordig uit de grond worden gestampt in bijvoorbeeld de Emiraten, Rusland en China door lui die van gekkigheid niet weten waar ze met hun miljoenen heen moeten, hebben vulling nodig. De prijzen op kunstveilingen rijzen niet voor niks volstrekt waanzinnig de pan uit .

Ik wil wedden dat meneer Damien Hirst er aardig wat bij krijgt op zijn al met 300 miljoen gevulde spaarrekening. Of dat meneer François Pinault net als Dagobert Duck in een nog beter gevuld geldzwembad kan duiken. De duvel schijt nog steeds op de grote hoop. Maar ze hebben daarvoor wel een spraakmakende en heel succesvolle tentoonstelling gemaakt. En niet te vergeten, te gelijkertijd de kunstaanhangers van de kleren van de keizer behoorlijk in hun hemd gezet. Kan dat laatste trouwens nog wel? Tot volgende week na deze qua lengte en foto’s wat uit de hand gelopen aflevering.

TOOS

Toos in ’t Rijksmuseum? Zou best wel eens kunnen!


Of ik het leuk zou vinden als er kunst van mij in het Rijksmuseum in Amsterdam te vinden zou zijn? Allicht! Maar Toos, dat Rijks is toch alleen voor ouwe en heel ouwe knarren die ook al heel lang dood zijn? En dat ben jij toch nog niet? Ja en ja. Maar ons Nederlandse kunstwalhalla is al een poosje bezig met een inhaalslag. Hedendaagse kunst mag een grotere rol gaan spelen. Om dus op de titel hierboven terug te komen en daarbij de titel van een oude James Bond film aan te halen, Never Say Never Again.

Of ik me met bovenstaande op drijfzand begeef? Nee hoor, zeker niet! Er zit zelfs een interessant verhaal achter. Een verhaal dat begint bij een bericht van ene Elisabeth dat een poosje geleden plompverloren in mijn digitale IN-bak viel en een daarop volgend bezoek van diezelfde Elisabeth aan mijn atelier.

samen met Elisabeth in mijn atelier

Maar eigenlijk begint dat verhaal nog heel veel jaren eerder. Bij de toen 11-jarige Elisabeth in haar woonplaats Bergen. Dat bekende dorp in Noord-Holland, vlak achter de ter plekke zeer hoge duinen. Een dorp met een groot kunstverleden. Bijvoorbeeld omdat Adriaan Roland Holst (1888-1976), destijds de Prins der Dichters, er woonde. Omringd natuurlijk door een grote schare bewonderaars en mededichters en schrijvers. En ook omdat een uitgebreide kunstenaarskolonie daar de stoot gaf tot het ontstaan van de Bergense School. Een artistieke stroming die een belangrijk hoofdstuk vormt in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Roland Holst, geschilderd door Wiegman, 1934

Je kunt dus stellen dat de jonge Elisabeth opgroeide in een van cultuur doordesemde omgeving. Adriaan Roland Holst, Jani voor haar met zijn intimi-naam, kwam vaak bij haar ouders over de vloer. Matthieu Wiegman, één van de belangrijkste figuren binnen de Bergense School, woonde bij hun op het erf en had daar ook zijn atelier. Eigenlijk logisch dus dat beide kunstenaars iets maakten voor het poëzie-album dat Elisabeth kreeg op haar 11de verjaardag.  En daarmee de basis legden voor een kunstqueeste van Elizabeth. Eerst in Bergen en later door heel Nederland. Een queeste die nog steeds voortduurt.

Nu, zo’n 55 jaar later, is dat eerste poëzie-album uitgegroeid tot een serie unieke kunstboeken. Met als opzet een werk van een bekend kunstenaar op de ene pagina en op de andere een begeleidende tekst van óf die kunstenaar óf een dichter/schrijver. Wel alles origineel natuurlijk, geheel en al speciaal voor dat album. Wat namen naast die twee eersten? Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Adriaan van Dis en Ivo de Wijs als dichters/schrijvers. Niet de minsten dus. Dat een aantal van hen al overleden is? Dat geeft aan hoe lang Elisabeth al met haar project bezig is.

Bij de beeldende kunstenaars is ’t van hetzelfde laken en pak.  Ans Wortel, inwoonster van Bergen met ooit een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam en met door het Rijksmuseum aangekocht werk. Nu onterecht wat weggezakt in de aandacht. Jan Wolkers , als schrijver in feite nog beroemder dan als kunstenaar. Herman Gordijn, met net een prachtige expositie in het nieuwe museum MORE in Gorssel. Of Anton Heijboer van wie nu een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum gaande is. Wie kent ‘m niet vanwege vooral zijn levensstijl? En wie kent niet de zelfs wereldberoemde schrijver en illustrator Dick Bruna met zijn Nijntje? Een maand voor zijn dood maakte hij nog met veel plezier een bijdrage voor Elisabeth.

bezig met mijn tekst in het album
tekst af en al vast een oefentekeningetje

Maar veel namen in de albums behoren gelukkig bij nog springlevende kunstenaars. Kees Verkade, Matthijs Röling en Armando. Sam Drukker en Jeroen Hermkens, beiden verkozen tot Kunstenaar van het Jaar. Of theaterman Herman van Veen. Schildert die dan? Jazeker. Er hangen werken van hem in galerie Onze Lieve Vrouwe in Maastricht waar ook schilderijen van mij zijn te vinden.

Nu mag ik dus ook mijn naam toevoegen aan dat illustere rijtje. Want dat was natuurlijk het verzoek van Elisabeth in dat in het begin genoemde mailtje. Of ik ook een bijdrage wilde leveren? En dat deed ik dus. Twee zelfs, zodat ze nog een keus had ook. Iets dat ik ook vaak doe bij opdrachten. Dan maak ik twee schilderijen opdat de opdrachtgever/geefster een keus heeft.

de aquarel van de twee die ’t niet geworden is
mijn uiteindelijke bijdrage in het album

Blijft over dat Rijksmuseum. Want het is Elisabeth’s bedoeling haar uiteindelijk tot zeven albums uitgegroeide verzameling aan het Rijks te schenken. Als ze dat willen hebben natuurlijk. En ze zouden natuurlijk wel gek zijn dat te weigeren. Want is Elisabeth in de loop der jaren niet al drie keer op verzoek van de redactie van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ in dat kunstprogramma opgetreden? Met die albums! Trouwens, wat ze in haar hoofd heeft zitten, dat zit niet enz…. Daarvoor ken ik haar nu wel goed genoeg. Zeker na onlangs nog een heerlijke Surinaamse maaltijd bij haar thuis in Noord-Holland. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Middelburg één grote Façade


Met kunst kun je een stad goed op de kaart zetten. Dat is al vaak genoeg bewezen. Denk maar aan Kassel en de wereldwijd bekende Documenta. Elke 5 jaar met nu de 14de editie. De hele stad doordesemd van de modernste kunstuitingen. Of Münster, met sinds 1977 om de 10 jaar de Skulptur Projekte. Het volk stroomt weer toe voor editie 5 van de actuele stand van kunst in de openbare ruimte. En Venetië natuurlijk. In alle oneven jaren haar beroemde Biennale di Venezia. Dit jaar voor de tigstigste maal. Een moderne kunst vakantie? Geen probleem als je houdt van kilometers vreten.

Maar ’t kan ook veel dichterbij. Want in Middelburg hebben we nu eens in de 5 jaar ook zoiets. Ten minste, daar begint ’t op te lijken. In 2012 vond de eerste editie plaats van Façade. Met nu in 2017 de tweede. Onder het motto ‘Face your Freedom’. Kunst op allerlei openbare en vaak verrassende locaties. Locaties door de vijftien geselecteerde en internationaal werkende kunstenaars zelf uitgezocht  en bekunst met speciaal voor die plek gecreëerde objecten. Prima georganiseerd door het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. Overal gratis en voor niemandal  te bekijken tot begin november.  Doen, zou ik zeggen.

Via de uitgestippelde wandelroute bezoek je namelijk allerlei interessante plekken in Middelburg. Of de kunstwerken je wel of niet aanspreken is natuurlijk helemaal persoonlijk. In je smaak kun je trouwens nog wat sturing krijgen met de heel verzorgde Façade krant/brochure die voor een paar euro te koop is. Goeie foto’s, maar de begeleidende teksten? Waarom nou weer van die oeverloze kunstklets, een net woord voor conceptueel ….. (op elk stipje kan een letter worden ingevuld). Een irritant verschijnsel waar de moderne kunstwereld blijkbaar maar niet zonder kan en wil. Waarom niet een goede journalist daar iets van laten maken dat voor iedereen begrijpelijk is?

Eén van de hoogtepunten voor mij is het prachtige beeld dat Henk Visch maakte voor een klein, verdiept liggend pleintje naast de eeuwenoude Nieuwe Kerk. ’t Is net of die androgyne, bijna geheel geabstraheerde menselijke figuur er al jaren zit. As ’t effe kan gewoon nooit meer weghalen, die hoort daar! Nu ben ik al heel lang een fan van het werk van Visch dus zo verwonderlijk is mijn voorkeur ook weer niet. Levensgezel maakte ooit zelfs nog een foto van mij bij een beeld van hem voor het Brabants Museum.

Nog zo’n persoonlijke voorkeur? De koppen van Folkert de Jong van drie al heel lang dooie dominees op het pleintje bij de majestueuze Oostkerk. In de 17de eeuw gebouwd als een van de eerste echt protestante kerken in Nederland. Want kerken van voor de Reformatie waren natuurlijk per definitie Rooms.

De jeugd moest er wel even aan wennen dat hun voetbalpleintje ineens drie extra hindernissen telde die hun balbehandeling enigszins compliceerde. Daar had de organisatie niet over nagedacht. Gevolg? Scheefstaande palen voor de domineeskoppen. Maar die problemen schijnen nu te zijn opgelost. Of die koppen er daardoor zo boos en woest uitzien? Vermoedelijk niet. Zou Folkert de Jong ’t misschien niet helemaal eens zijn met de boodschap die deze drie voorgangers Smytegelt, Pottey en Teellinck destijds voorhielden aan de kerkgangers? Ook hier is ’t wel frappant dat ik al enkele jaren geleden een beeldeninstallatie  van De Jong fotografeerde op de Art Cologne, een van de bekendste kunstbeurzen van Duitsland.

Folkert de Jong op de Art Cologne

Dan nog eentje, niet omdat ik die zo geweldig vind, maar meer omdat je van te voren al voelde aankomen dat er de nodige verontwaardiging over zou ontstaan.

Toen we die auto en dat bord daar voor de eerste keer zagen staan, ruim voor de officiële opening van Façade, zeiden we al tegen elkaar ‘daar komt gedoe van’ . En ja hoor! Steekwoorden? Weggegooid belastinggeld, troep, onzin! Bij deze ‘Dystopie’ van de Berlijnse Birgit Brenner kun je dan ook eigenlijk niet zonder de bijbehorende pagina kunstklets in de brochure. Wat zou er eigenlijk gebeuren als ik mijn auto naast die andere zou parkeren? Zou ik dan een boete krijgen?

Tot slot de boze boom, ‘Face Freedom’ van Anne de Vries. Toen ik die voor ’t eerst zag, moest ik gelijk denken aan het tweede deel van de filmtrilogie van ‘In de ban van de ring’. Aan de zo prachtig vormgegeven Enten. De oeroude, gigantisch grote wandelende woudreuzen die uiteindelijk het gevecht aangaan met de slechte tovenaar Saruman omdat hij hun leefwereld vernietigt. Zou De Vries die film misschien ook hebben gezien? ’t Is maar een vraag.

nog een aantal objecten
installatie van de Belgische Berlinde de Bruyckere op een wat geheime locatie

Alle reden dus om rond te gaan wandelen in Middelburg. En waarom dan niet op Monumentendag zaterdag 9 september? Twee vliegen in één klap! Je passeert daarbij via de officiële Façaderoute ook nog mijn monumentenpand aan de Korendijk 56.

Korendijk 56, en als je goed zoekt zie je Alice en Little Cerby achter het raam op de uitkijk staan

De deur staat open, de koffie staat klaar en misschien, afhankelijk van de tijd, ook nog iets anders. Wie weet tot 9 september en anders tot volgende week.

TOOS

Monumentendag 2017: “Boeren, Burgers en Buitenlui”, ook op de Korendijk 56 in Middelburg


rijksmonument en pakhuis ‘Holstein’, Korendijk 56, Middelburg

Alles heeft een begin. Zoals bijvoorbeeld zo’n 13 miljard jaar geleden ons heelal met , volgens de huidige inzichten, de Big Bang. Of zoals Middelburg vermoedelijk zo’n 12 eeuwen geleden door de invallen van de roofzuchtige Noormannen. Met het door eilandbewoners opwerpen van een cirkelvormige aarden verdedigingswal.  De zogenaamde Middelste Burg, een van de drie ringwallen op Walcheren. Naast de Zuidburg, nu Souburg, en de Duinburg nu Domburg. Dat die Middelste Burg ooit een stad met rijke historie zou worden, uiteindelijk zonder beschermingsmuur maar wel met meer dan 1000 beschermde rijksmonumenten?

kaart met rijksmonumenten in Middelburg

Dat kon toen natuurlijk niemand weten. En dat er ooit nationale Monumentendagen zouden komen in het tweede weekeinde van september? En dat die van 2017 op zaterdag 9 september als onderwerp ‘Boeren, Burgers en Buitenlui’ heeft? En dat ik daaraan zou deelnemen? Ook nee natuurlijk, maar nu wel allemaal realiteit.

Ik vind ’t altijd heel interessant om oude kaarten en stadsgezichten van Middelburg te bestuderen. Ook vanwege de ligging van mijn eigen 18de eeuwse rijksmonument/pakhuis ‘Holstein’  aan de Korendijk. Dan zie je dat vanuit die Middelste Burg en de latere 12de eeuwse abdij de stad langzaam aan steeds verder cirkelvormig wordt uitgebreid. Met eerst op wat nu dan de Korendijk heet helemaal geen bebouwing maar wel bedrijvigheid. Kijk maar op onderstaande kaart bij het linkerdeel: water en schepen die aanmeren.

En dan ineens staat dat deel wel vol huizen, is er een scheepswerf, maar zit er tegenover de Bellinkbrug nog een gat tussen twee woonhuizen. Juist waar ik nu woon.

Ooit liet ik mij vertellen dat daar een haringpakkerij zou hebben gezeten. Maar een echt bewijs? Dat had ik nog nooit gezien. Tot ik laatst in een geschiedschrijving over het bankwezen in Middelburg het volgende tegenkwam.

‘De stad Middelburg werd verplicht bepaalde accijnzen, bv op turf, brandhout, wijn enz. aan de leenbank af te staan. In 1676 werd een loterij uitgeschreven, waarbij men de loten ook kon betalen met obligaties van de leenbank. De te winnen prijzen bestonden uit Heerlijkheden of gedeelten daarvan; obligaties op de Westindische Compagnie, vier windmolens op de bolwerken, de haringpakkerij tegenover de Bellingbrug’.

Dat die loterij voortkwam uit financiële problemen bij de banken en bij de stad Middelburg, maar uiteindelijk helemaal niet doorging, dat is een ander verhaal. Hoe dan ook, daar was ie dan, mijn haringpakkerij! Ik vraag me wel af of de buren destijds daar erg blij mee waren. Haring en bijbehorende geur, ik moet er niet aan denken. Maar ach, het water aan voor en achterkant van de Korendijk zal ongetwijfeld ook behoorlijk gestonken hebben. Openbaar riool, nietwaar? Heel normaal in steden tot ver in de 19de eeuw.

In 1738 werd dat gat aan de Korendijk gedicht. Door de in 1720 opgerichte MCC, de Middelburgse Commercie Compagnie. ’t Werd een pakhuis voor door de Compagnie vervoerde goederen. Geen slaven trouwens. Die slavenhandel van de MCC kwam pas later op gang en slaven werden door de MCC rechtstreeks van Afrika naar Midden-Amerika vervoerd. Wat er wel allemaal heeft gelegen? ’t Zou mooi zijn als iemand dat ooit nog eens uitzocht in de vele strekkende meters MCC-archief in de kelders van het prachtige Zeeuws Archief.

Niet uitgezocht hoeft te worden waarom het straatje achter mijn pakhuis de naam Balkengat heeft. Onderstaande 18de eeuwse prent en de luchtfoto uit 1928 spreken boekdelen.

Dat water, waar zich nu een woonwijkje en tuinen bevinden, heeft zich uitgestrekt tot achter mijn pakhuis. De achterkant ligt dan ook een stuk lager dan de voorkant. Toen ik het kocht verliep de vloer zelf nog twintig centimeter van voor naar achter. Hoe dat is opgelost? Dat kun je op zaterdag 9 september van 10-17 uur komen bekijken als ik het hele monumentenpand openstel.

Dan kun je ook komen gissen waar de foto hieronder is genomen.

Iedereen is welkom. Zowel boeren als burgers. En natuurlijk ook buitenlui. Vroeger de benaming voor rondtrekkende lui zonder vaste woon en verblijfplaats. Met daaronder vast de nodige vreemde vogels. Maar is die huidige bewoonster, die kunstenaar, niet ook een wat vreemde vogel? Want wie begint er in godsnaam aan om een vervallen pakhuis waar nog nooit iemand had gewoond op te knappen tot atelier en woning? Tot volgende week.

TOOS