Categorie archief: Middelburg

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt


de kunstroutevlaggen in de Bellinkstraat met aan het eind mijn pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk met vlag

Nee, dat op z’n Italiaans, ‘Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate’ staat niet boven de ingang van mijn atelier, maar is wel de laatste van de negen zinnen die boven de toegang naar de Hel staan. Volgens Alighieri, Dante Alighieri, althans. En hij kon het weten gezien het verslag van zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs in La Divina Commedia.

Wel heb ik die beroemde regels afgelopen zondag even aangehaald bij het voorlezen uit de Goddelijke Komedie. Gezeten voor de openstaande toegangsdeuren van mijn atelier tijdens de Kunst en Cultuurroute Middelburg die eindelijk weer eens kon plaatsvinden. Ik schreef er hier vorige week al over.

toehoorders terwijl ik voorlees uit de Goddelijke Komedie

En als ik de toehoorders uiteindelijk vreesvrij naar binnen had gepraat, konden ze daar onder andere een aantal van mijn ‘Dante-schilderijen’ bekijken.

Toos van Holstein, Le Purgatoire (150-110 cm)

Want zoals ik eerder al schreef, 2021 is een echt Dante-jaar. Onder de noemer ‘Dante700’. Want zeven eeuwen geleden overleed hij. Niet dat ik me nu pas door zijn grootse boek heb laten inspireren, dat is al veel eerder gebeurd. Zoals bijvoorbeeld in 2004 bij mijn speciale expositie ‘De mens op weg’ in de middeleeuwse Martinikerk van Franeker. Uit die tentoonstelling stamt ook de laatste foto van mijn blog vorige week. Met zichtbaar tussen de pilaren door ‘Paradiso’, een schilderij met mijn interpretatie van Dante’s onbereikbare geliefde Beatrice. De jong gestorven vrouw die hij pas weer in het Paradijs tegenkomt.

Toos van Holstein, Paradiso (100-90 cm)

Die tentoonstelling ‘De mens op weg’ ging trouwens niet alleen over de Divina Comedia. Nee, die ging veel breder. Het jaar 2004 was namelijk een zogenaamd Jacobusjaar, een jaar waarin Jezus’  apostel Jacobus de Meerdere door de Paus in Rome extra in het zonnetje werd gezet. Dat gebeurt altijd als 25 juli, zijn naamdag, op een zondag valt. De apostel ook die volgens de legende begraven zou liggen in het Spaanse Santiago de Compostela. Waarom daar? Tja, dat is natuurlijk weer een van die heerlijke kerkelijke sprookjes over heiligen. Hoe dan ook, in de middeleeuwen gingen daarom gigantische aantallen pelgrims op bedevaart naar Santiago. Via een zich steeds verder ontwikkelend netwerk van pelgrimswegen. De Camino, de Sintjacobs routes. Met daarlangs overal nieuwe pleisterplaatsen, herbergen, kloosters, kerken, kapellen en overnachtingsplaatsen. Eigenlijk de eerste toeristische routes in Europa met overal Airbnb’s avant la lettre. En met zelfs een speciale toeristische gids waarin al werd gewaarschuwd voor de gevaren onderweg en de oplichtingsmethoden van vuige veermannen.

het hele routestelsel van de Camino de Santiago

Die route, nu al weer jaren bezig aan een populariteitsopmars, is niet te onderschatten voor de ontwikkeling van ons continent in de middeleeuwen. Kun je je voorstellen dat er jaren waren met zo’n half miljoen pelgrims die Santiago bezochten? En dat in die tijd! Ongeveer 1% van de toenmalige bevolking! Allemaal te voet, de speciale pelgrimsstaf met de Sint Jacobsschelp in de hand. Maar waarom vertel ik dit?

Allereerst omdat de Martinikerk in Franeker één van de speciale pleisterplaatsen was langs de route vanuit het noorden van Friesland naar het duizenden kilometers verder liggende Santiago. Maar ook omdat in de kerk nog prachtige, eeuwenoude grafstenen ingemetseld liggen in de vloeren.

de Martinikerk tijdens ‘De mens op weg’
een indruk van de grafstenen in de kerkvloer

En daar ging ik eens lekker op rubben met vetkrijt en schildersdoek! Want de gebeitelde teksten en emblemen van de stenen werden voor mij het denkbeeldige kantelpunt tussen de reis tijdens het leven (de pelgrimage naar Santiago de Compostela) en de reis na de dood (de reis van Dante door Hel, Louteringsberg en Paradijs). Zie daar het concept van die expositie ´De mens op weg´. Een heel succesvolle tentoonstelling die in de zomer van 2004 zo´n 12 tot 13.000 bezoekers kreeg.

een indruk van de kerk en mijn tentoonstelling ‘De mens op weg’

Nog even over dat rubben. Daarbij legde ik het losse, nog niet opgespannen en lege doek op een grafsteen en wreef er overheen met oilsticks van diverse kleuren. Gevolg? De onderliggende delen kwamen tevoorschijn. Als ik soms wel eens last heb van een knie beweert levensgezel dat ik daar in de kerk boete gedaan heb voor ik weet niet hoeveel jaar zonde. Uren liggend op mijn knieën op die stenen vloer zonder kussentje eronder en maar wrijven. Beetje dom? Ach, noem het enthousiasme!

bezig met rubben

Daarna liet ik die doeken opspannen en begon ik er op door te schilderen zodat een combinatie van tekst en afbeelding ontstond. Als ik af en toe nog weer eens zo’n gerubde ondergrond nodig heb, is een telefoontje naar de koster van de kerk voldoende. ‘Ja natuurlijk Toos, kom maar!’

Dat ik hierdoor met Dante, en natuurlijk ook met Santiago de Compostela, een paar jaar later zou terechtkomen in de Dutch Church in Londen voor ‘Man on his way’ kon ik toen nog niet bevroeden. Met andere woorden, mijn Dante-avonturen in dit blog en in dit Dante700 jaar zijn zeker nog niet voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Dante en de Magie van Epoxy


atelier ‘Holstein’ aan de Korendijk 56 in Middelburg

Wil je een wereldpremière meemaken? Helemaal gratis? Voor ’t eerst in mijn leven ga ik publiekelijk voordragen uit de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri. Op zondag 2 mei.

Hoe dat zit? Nou, de landelijk bekende grote boekenmarkt die voor die dag was gepland in Middelburg gaat niet door. Reden voor een aantal deelnemers  aan de Kunst en Cultuurroute om dan zelf maar het boek centraal te stellen. Zelfs ook nog oraal.

affiche met daarop vermeld de ateliers waar wordt voorgelezen

We starten namelijk weer. Een half jaar lang hield ik de twee grote glazen toegangsdeuren naar mijn atelier potjedicht. Coronagedwongen. Vorig jaar 6 december stonden ze voor het laatst open tijdens de maandelijkse kunstroute in Middelburg. En nu ‘gooi’ ik ze weer open. Eindelijk, eindelijk! Op 2 mei dus, de 1e zondag van de nieuwe maand, van 1 tot 5 uur. Wel voorwaardelijk, want er gelden natuurlijk nog steeds die niet altijd even makkelijk te doorgronden coronaregels. Want waarom mocht er eind vorig jaar in winkels nog één bezoeker binnen per 10m2 en is dat nu 25m2 geworden? Ra ra! En waarom wordt van regeringswege een nieuwe broek veel belangrijker geacht dan het geestelijk voedsel dat te verkrijgen is in de nog steeds gedwongen gesloten bibliotheken en musea? Zeg ’t maar.

bibliotheken dicht, maar hier zijn de plaatsen waar aandacht aan boeken en grafiek wordt gegeven

Oké, de kunstroute. Hoe is dat gezegde ook al weer? ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet’. Nou, ik heb in de maanden hiervoor al vast maar wat eieren gelegd. Kunsteien. En daar mag nu best iets van worden getoond. Samen met Dante en zijn Divina Commedia. Voor mij een logische combinatie gezien dat boeken-thema bij de route. En gezien mijn blogs van 8 en van 15 april. Over Dante700 en mijn persoonlijke mijmeringen bij en kunstuitingen naar aanleiding van dit al zeven eeuwen lang beroemdste boek uit de Italiaanse literatuur. Daar kan onze eigenste Vondel in de verste verte niet aan tippen. Maar eerst die nieuwe kunsteien.

één van die nieuwe kunsteien

Trouwe lezers van TOOS&ART weten wat ik bedoel met de actie ‘Kunstbezorgd.nl’. Weet je ’t niet, dan kun je hier je achterstallig onderhoud bijspijkeren. Het leek me best interessant om voort te borduren op dat idee van die reeks mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat. Een reeks die ik uiteindelijk mijn ‘XX-XX Serie’ doopte en waarvan ik nu een prachtige, 32 pagina’s dikke brochure in mijn atelier beschikbaar heb voor liefhebbers.

voorkant van die brochure

Waarom zou ik me niet eens buiten die beperking van A4 begeven? Dus heb ik enkele werken uit die ‘XX-XX Serie’ door het mij zo vertrouwde ZWF in Bolsward laten aanbrengen op platen van alu dibond van 70 bij 100 cm. En daar ben ik toen weer verder op gaan doorschilderen. Zelf vind ik ze heel geslaagd geworden. Maar ja, hoe objectief ben ik hierbij in te schatten? Ook bedacht ik me dat het laten aanbrengen van een epoxylaag op zo’n kunstwerk best het experiment waard kon zijn. Epoxy, een uit twee componenten gemaakte doorzichtige en keiharde hars, zorgt namelijk voor een magisch lichteffect. Kleuren komen ineens nog helderder en sprankelender over terwijl er ook een groot diepte-effect ontstaat. Ik kan dat nu wel zo beschrijven, maar je moet die magie echt in werkelijkheid zien om te begrijpen wat ik bedoel. Dus hangen er nu diverse van die nieuwe mixed media schilderijen op alu dibond, met en zonder epoxy, in mijn atelier. Tezamen met mijn Divina Commedia olieverven en zeefdrukken. En met natuurlijk op tafel een dik volume van De  Goddelijke Komedie zelf. Weet je wel,die wereldpremière?

een paar van mijn ‘Dante-schilderijen’

Kijk maar eens op https://kunstroutemiddelburg.nl/activiteiten/33-middelburg-boekenstad. Daar vind je alle extra boekactiviteiten die plaatsvinden bij de deelnemers. Zelf geef ik om 2, 3 en 4 uur bij mij voor die grote glazen toegangsdeuren acte de présence met dat voorlezen uit De Goddelijke Komedie. Ten minste, als ik niet alleen voor mijzelf hoef te gaan staan oreren.

En binnen? Die nieuwe mixed media’s met en zonder epoxy naast nieuwe olieverfschilderijen en mijn Dante-werken. Verder natuurlijk ook de zeefdrukken die ik maakte voor de Franstalige La Divine Comédie in samenwerking met Galerie Quadrige in Nice en uitgeverij La Diane Française.  

Oh ja, ik ben je ook nog de verklaring schuldig van deze foto waarmee ik twee weken geleden eindigde.

Nou, komende keer dan maar. Tot volgende week.

TOOS

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier II


de foto waarmee ik vorige week eindigde

Een week geleden kondigde ik dit al aan, het vervolg van ‘De Mythe van het Kunstenaarsatelier’. Want met die mythe ben ik nog even niet klaar.

Mee door mijn gesprek met collega-kunstenaar Michael Parkes (lees vorige week) besloot ik begin jaren 90 om voor de stilte en beslotenheid van het atelier te gaan. Moest kunnen, schatte ik zo in. Als kind al kon ik me lekker stiekem verstoppen. Dacht ik althans, mijn moeder zal dat anders hebben ervaren. Dan zat ik uren lang in mijn eigen intieme hoekje op de zolder van ons al heel lang geleden afgebroken huisje bij de Oude Toren in Eindhoven. Helemaal in mijn eigen fantasiewereld. Dus die allenigheid in mijn atelier en lekker schilderen? Geen probleem. Maar door toenemend succes groeide ik die atelierkamer in  mijn Eindhovense flat echt uit. Dus werd voor gebiedsuitbreiding de grotere woonkamer geannexeerd. Gevolg? De slaapkamer werd woonkamer, de kleinere logeerkamer mijn nachtverblijf en een nog kleiner hok was opeens  kunstopslagruimte. Alles draaide dus om dat atelier. Dat op den duur gevoelsmatig toch krimpneigingen leek te vertonen. Om een lang zoekverhaal kort te maken, uiteindelijk verhuisde ik in 2001 naar Middelburg. Naar mijn prachtig verbouwde pakhuis uit 1738. Dat twee jaar daarvoor  nog een ongelooflijke klerezooi was.

Voor de goeie orde, in de grote pakhuisruimte op de begane grond lag de rotzooi overal tot aan het plafond opgestapeld.  Het atelier van Francis Bacon (1909-1992) was daarbij vergeleken als prettig geordend en bijna leeg te bestempelen. Want aan hem behoorde dat Heilige der Heiligen waar ik vorige week mee eindigde en nu mee begon.

Francis Bacon in zijn atelier

 Een beroemd en berucht atelier van een beroemd en berucht kunstenaar. Wiens schilderijen nu onbetaalbaar zijn. Tenzij je deel uitmaakt van dat van de echte wereld losgezongen gezelschap waarvoor geld een volstrekt abstract begrip is. Prachtig en intrigerend werk trouwens. Bacon hoort bij mijn toppers.

schilderijen van Bacon

Dat atelier van hem is nu én museum én bedevaartplaats. Het is zelfs verplaatst van de Londense wijk Kensington naar zijn geboortestad Dublin in Ierland. Hoe? Een team van archeologen, ja, je leest ’t goed, inventariseerde het geheel en brak het af om ’t propje voor propje, verfblik voor verfblik, penseel voor penseel en verfvlek voor verfvlek opnieuw op te bouwen in Dublin. Daar is het nu als een soort museumstuk te bezichtigen. Met alle 570 boeken en catalogi, 1500 foto’s, 100 versneden doeken, 1300 uit boeken gescheurde pagina’s, 2000 stuks schildermateriaal, tekeningen, stapels brieven, tijdschriften, kranten en lp’s er weer in op de juiste plek.Net zoals vanzelfsprekend alle gecatalogiseerde verfspatten.

kun je je dat atelier van Bacon voorstellen in deze statige Dublin City Gallery?

Bacon zelf zei hierover ooit ‘Ik voel me thuis hier in deze chaos omdat chaos bij mij beelden doet opkomen’. En daarin kan ik meegaan. Ook ik heb ’t liefst wat chaos om me heen als ik aan het creëren ben. Dat lukt me in een nettere ruimte beslist minder goed. Maar de puinhoop van Bacon? Nee zeg, dat gaat me toch wel iets te ver!

een momentopname van mijn atelier

Wat me trouwens ook weer veel te ver gaat, is het andere uiterste. Een uiterste waar de geordendheid, de reinheid en regelmaat helemaal vanaf spat. Figuurlijk dan!

Het New Yorkse atelier van ons aller Piet Mondriaan dus. Gefotografeerd vlak na zijn overlijden in 1944. Met op de ezel nog zijn laatste en niet voltooide werk Victory Boogie Woogie. Het schilderij dat in 1998 na veel onderhandelen door het Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag, werd aangekocht voor een slordige 80 miljoen. Guldens! Eigenlijk best een koopje. Want alle er op geplakte stukjes papier en tape die Mondriaan nodig had bij zijn scheppingsproces waren bij die prijs inbegrepen. De publieke opiniehel barstte los. ’t Was dat Twiiter nog lang niet bestond anders was het Haagse Verversingskanaal naar de Noordzee door alle bagger volstrekt verstopt geraakt. Waren ze daar nou echt helemaal bezopen, tachtig miljoen!! Wat je noemt boogie woogie ten top. Nu hoor je daar helemaal niemand meer over. Den Haag heeft er sinds een paar weken zelfs een nieuwe verkeerstunnel bij gekregen met de naam Victory Boogie Woogie. Vraag me niet naar de prijs!

Wat dat dan weer te maken heeft met deze monnikencel?

Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier


Rembrandt, De kunstenaar in zijn atelier, 26-32 cm (Museum of Fine Arts, Boston)

Laatst zag ik, al vegend op mijn tabletscherm, bovenstaand schilderij van Rembrandt weer eens letterlijk voorbij schuiven. Elke keer opnieuw prachtig en intrigerend, dat beeld van die kunstenaar in zijn atelier. Eenzaam en peinzend starend richting ezel. Met daarop een doek waarvan we alleen de lege achterkant zien. Juist bij dat schilderij moet ik altijd weer denken aan een gesprek dat ik begin jaren 90 had met kunstgenoot Michael Parkes (1944). Amerikaan, maar al heel lang wonend in Spanje .Nu wereldwijd een van de bekendste magisch realisten van deze tijd, toen al midden in een zeer succesvolle carrière.

enkele olieverfschilderijen van Michael Parkes

 Ik mocht naast hem aanschuiven bij het diner dat we van Gerrit Steltman, eigenaar van de Amsterdamse Galerie Steltman, voorgeschoteld kregen na de opening van Michael’s nieuwe expositie. Allereerst door de relatie van levensgezel met de galerie, maar ook omdat ’t Gerrit interessant leek de kunstenaars in het gezelschap aan elkaar te koppelen. En waar praat je dan samen over? Over kunst natuurlijk en over het leven als kunstenaar. Over exposities en over je atelier. Voor mij op dat moment heel belangrijk. Want ik stond toen twijfelend op een tweesprong. Kon ik het sociale van het onderwijsleven blijven combineren met de kunst of ging ik echt helemaal alleen voor het kunstenaarschap? Echt wat je noemt een essentiële en existentiële levensvraag. Michael had al heel snel na zijn academie opleiding  en reizen in het Verre Oosten gekozen voor het laatste. Dat werd dus interessant filosoferen.  Met bijvoorbeeld deze belangrijke vraag van zijn kant. ‘Toos, wat denk je, zou je de eenzaamheid van het atelier aankunnen? Die urenlange afzondering in je eentje in die ruimte? Dat je helemaal afsluiten van de wereld en alleen in je eigen bubbel verkeren. Elke dag weer. Elk jaar opnieuw. Als je dat niet kunt, ga je vluchtgedrag vertonen, dan houd je dat leven niet vol.’

Dit gesprek met Michael is voor mij toen mee belangrijk  geweest bij mijn keus. Die voor het kunstenaarsbestaan. Dat heb ik hem bij een latere gelegenheid natuurlijk ook wel verteld. Onderstaande foto van een paar dagen geleden heeft dus absoluut een link met zijn advies destijds.

een paar dagen geleden in mijn atelier

Nu is het ‘opsluiten’ in mijn atelier, het bewust kiezen voor een soms dagenlang kluizenaarsbestaan heel normaal. Snap je daardoor mijn liefde voor dat schilderij van Rembrandt? Een werk dat hij in 1629 maakte op 23-jarige leeftijd. Verder ook het enige van hem in dat soort. In heel zijn verdere oeuvre komt geen ander atelierschilderij meer voor. Wel vond Rembrandt navolging. Zoals in 1632 door Gerard Dou (1613-1675), zijn eerste leerling in Leiden.

Gerard Dou_De schilder in zijn werkplaats (1632), 59-43 cm

Maar voor mij is dit een veel te bestudeerd zelfportret. Waarin Dou vooral wil laten zien welk een ontwikkeld persoon hij eigenlijk wel is. Dat grote opengeslagen boek, die wereldbol, de muziekinstrumenten. ‘Kijk mij eens, bij mij moet je zijn’. Even terzijde, dit werk is toevallig recent aangekocht door het Leidse Museum De Lakenhal. Met financiële steun van onder andere die voor onze museumwereld zo belangrijke Vereniging Rembrandt. Steun die door de Rembrandtkaart aan te schaffen!! Alleen is die aanwinst nog steeds niet te zien. Wanneer begrijpen ze daar in Den Haag nou eindelijk eens in dat museumbezoek nauwelijks bijdraagt aan de coronaverspreiding! Maar goed, dat is een ander verhaal.

Terug naar het atelier en mijn voorkeur voor Rembrandt met zijn ‘hoe sterk is de eenzame schilder’! Om maar eens te parafraseren op dat beroemde lied van Boudewijn de Groot over de eenzame fietser. Denkend over en schrijvend aan deze aflevering krijg ik trouwens langzaamaan het gevoel dat dit wel weer eens kan ontaarden in een flink rijtje schrijfsels over het kunstenaarsatelier. Want hoe is die werkplaats voor wat in de middeleeuwen werd gezien als een ambacht omgetoverd naar dat nu bijna MYTHISCHE atelier van DE KUNSTENAAR?

‘De uitvinding van de olieverf’ uit de serie ‘Nieuwe ontdekkingen’ (ca.1580) van Jan Baptist Collaert (1566-1628), naar een oudere serie van de in Italië levende Vlaming Johannes Stradanus (1523-1605

Bovenstaande gravure toont toch gewoon een werkplaats? Maar dat wordt iets voor de volgende keer. Eerst als tegenstelling deze alinea uit het boek ‘De emigrés’ van W.G.Seebald.

‘De in de hoeken verzamelde duisternis, de bobbelende pleisterlaag vol zoutvlekken en de afbladderende verf op de muren, de met boeken en stapels kranten overladen stellages, de kasten, werkbanken en bijzettafels, de waaierfauteuil, de gaskachel, de matrassen op de vloer, de in elkaar geschoven bergen papier, servies en materiaal, de karmijnrood, bladgroen en loodwit in de duisternis glanzende verfpotten, de blauwe vlammen van de twee paraffinesmelters, het hele meubilair schuift millimeter voor millimeter in de richting van het centrale deel, waar de kunstenaar zijn schildersezel heeft neergezet in het grauwe schijnsel dat binnenvalt door het hoge, met het stof van decennia overdekte noordraam.’

Sorry hoor, gaat dat niet een ietsiepietsie te ver! Alhoewel? Wat te denken van dit atelier?

Komende keer de onthulling. Tot volgende week.

TOOS

Covid-19 en iets positiefs? Ja hoor, dat kan!


Als dat coronavirus met die neutrale wetenschappelijke naam Covid-19 vorig jaar niet was begonnen om onze wereld volledig op z’n kop te zetten, was bovenstaande foto er nooit geweest. Dus ook niet mijn nieuwe brochure ‘De XX-XX Serie’. Veertig pagina’s dik en eind december van de drukpers gerold. Hoe dat zit? Hier komt ie.

Maart 2020. Onze intelligente lockdown. Alles ligt op z’n gat. Stille winkelstraten, lege autowegen, volle ziekenhuizen, levenloze scholen, nutteloze kantoren. Met andere woorden, de anderhalve meter samenleving. En voor mij persoonlijk het niet doorgaan van de opening van een nieuwe expositie. Maar toen was daar ineens dat initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. De actie Kunstbezorgd.nl. Wat die inhield heb ik hier al eerder verteld. ’t Werd een groot succes voor het CBK en deelnemende kunstenaars. Ook voor mij. Mijn mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat, ze moesten ten slotte in het doorsnee brievenbusgat passen, vlogen weg. Niet alleen richting Zeeuwse brievenbussen. Ook in Brabant, Noord- en Zuid-Holland, Gelderland, Groningen en Frankrijk klepperden die.

titelblad van de brochure met links bij elkaar 20 van de 40 kunstwerken in de XX-XX Serie

In al die tijd dat we intelligent op slot bleven, kon ik me in mijn atelier helemaal uitleven. Want elke keer dat ik nieuwe werken aanleverde, waren die binnen de kortste keren verkocht. Veertig werden ’t er uiteindelijk. Tot Nederland weer van het slot ging en de Kunstbezorgd.nl site daardoor bewust op slot. Maar wacht even! Een serie van 40 werken en dat in het jaar 2020? Een prachtig toeval toch?

Vandaar het idee om er een brochure aan te wijden. Met 40 pagina’s, dat lag natuurlijk voor de hand. Toen nog een naam.  Nee, ‘De Corona-Serie’, dat was ‘m eigenlijk niet. Maar op z’n Romeins ‘De XX-XX Serie’, dat leek me wel wat.

enkele van de kunstwerken bladvullend op 2 pagina’s naast elkaar

En toen? Zo’n idee is een heel korte één, het uitvoeren ervan een veel langere twee. Teksten erbij maken, volgorde uitzoeken en, zo was een plotse oprisping, ook kopers erbij betrekken. Om dan daarna mijn vaste vormgeefster Martien Versteegh erbij te betrekken. Want Martien, met haar eigen creatief bureau en uitgeverij Donkigotte, heeft al bij heel wat kunstuitgaven van me een belangrijke vormgevingsrol gespeeld. Maar uiteindelijk is ie er dus, die brochure.

Alle bezitters van een kunstwerk uit ‘De XX-XX Serie’  hebben vanzelfsprekend al een exemplaar gekregen. Een aantal heeft er ook hun eigenste bijdrage in teruggevonden. Met eigen foto en eigen verhaal. Dat was namelijk die plotse oprisping. Hoe leuk zou ’t zijn om bezitters een foto te laten maken van hoe het kunstwerk bij hen thuis hangt en te laten beschrijven waarom ze juist dat specifieke werk hebben gekocht. En aldus geschiedde. Ook ben ik blij met de inleiding die directeur Kathrin Ginsberg van het CBK Zeeland schreef.

links zo’n foto met tekst van de bezitter, rechts het werk bladvullend
nog zo’n foto en tekst van de bezitter
nog een paar bladvullende afbeeldingen

Mocht je het leuk vinden zelf een exemplaar van die brochure in je bezit te krijgen, geen probleem. Als de Middelburgse Kunst en Cultuurroute weer begint, ben je van harte welkom. Ik heb er genoeg liggen in mijn atelier. Maar dat wordt vast niet de eerstvolgende 1e zondag van de maand, 7 februari dus. Iets met een Britse variant en nog wat weken langer lockdowntje spelen met z’n allen! Is dat gelazer met de Brexit eindelijk voorbij, krijg je nog een leuk extra cadeautje van over het Kanaal. Zondag 7 maart dan maar? Dan hoop ik de poort van mijn pakhuis Holstein aan de Korendijk toch wel weer te mogen ontgrendelen.

Trouwens, de site van Kunstbezorgd.nl is sinds de minder intelligente lockdown in december ook weer ontgrendeld. Voor een tweede ronde. Met weer allerlei nieuwe bijdragen. Ook van mijn kant. Kijk maar eens. Of er van mij dan nog wat te koop staat? Garantie tot de knop van de voordeur heet ’t dan. Want ook nu verkopen ze weer als een tierelier.

aan het werk in mijn atelier voor die nieuwe serie

Tot volgende week.

TOOS

In afwachting van ………


Bijgaande foto is een uitsnede van een mixed media kunstwerk van mij met de titel ‘In afwachting’. Dat leek mij een mooie,metaforische afspiegeling van de gemoedstoestand van velen van ons aan het begin van dit nieuwe jaar 2021. In ieder geval geeft het mijn gevoel weer. Want wat wacht ons na dat krankjorume jaar 2020? De vaccinatie waar de meesten naar uitzien? Wanneer gaat dat gebeuren? Opdat we weer het leven kunnen oppakken waar we zo aan gewend zijn. Wanneer kun je weer een winkel inlopen zonder gezichtsmasker? Wanneer kunnen we weer gewoon naar het theater? Of naar de bioscoop? Wanneer kun je weer spontaan naar een museum? Of gewoon een galerie inlopen? En bovenal natuurlijk, wanneer kunnen we elkaar weer normaal ontmoeten? Thuis, in het restaurant, in het café. Iets dat een jaar geleden heel normaal was, is nu ineens uitzonderlijk. Wanneer gaan we elkaar weer normaal begroeten en niet op die kunstmatige manieren van nu?

Ik wens iedereen toe dat in de loop van dit jaar ons ‘normale’ leven weer op gang kan komen. Met daarbij toch ook de hoop dat er maatschappelijk een en ander gaat veranderen  op grond van allerlei wijze lessen die we met z’n allen hebben kunnen leren in 2020. Dan houden we aan het coronavirus ook nog iets positiefs over.

Ik wens jullie hoe dan ook een goed, mooi, gezond en kunstzinnig 2021 toe. Tot volgende week!

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

De kunstzinnige keerzijden van corona


Daar sta ik zomaar met mijn naam en bovenstaande atelierfoto tussen wereldwijd bekende kunstenaars als Ai Wei Wei, Paul McCarthy, Andres Serrano en David Lynch. En staat er ook zomaar een video met mijn Venetië-schilderijen op YouTube. Waardoor? Gewoon,door dat Covid-19 pluizebolletje.

Riva, één van mijn ‘Venetië-schilderijen’

’t Is natuurlijk overduidelijk dat corona ziek maakt en soms heel erg, dat corona dodelijk kan zijn en dat corona onze maatschappij ontwricht op een ongekende manier. Maar juist daardoor boort ons menselijk brein nieuwe mogelijkheden aan. Het borrelt overal van inventiviteit, oorspronkelijke ideeën en out of the box denken. Met allerlei onvoorspelbare ontwikkelingen tot gevolg. Zeker ook in de zwaar getroffen culturele sector. Of, beter gezegd, juist in de culturele sector. Als iets daar belangrijk is dan is ’t wel creativiteit. Een paar voorbeelden maakte ik de afgelopen weken zelf mee. Zoals dus dat met mijn naam in combinatie met die atelierfoto en dat met Venetië. Mijn lievelingsstad. Maar ook die van Han de Kluijver. Wie? Dat leg ik uit.

’t Begon met een onverwacht mailtje. Van die mij bekende Han de Kluijver. Niet alleen de bezitter van een ‘Toos’, maar daarnaast beroepsmatig bezig als architect en als kunstkompaan met prachtig grote glasobjecten.

glasobject van Han de Kluijver

Wat bleek uit de mail? Han was ook nog van de muziek. En die hobby had hij weer wat uitgebreider opgepakt in deze coronatijd. Hij kon nu toch niet naar Tsjechië of naar Venetië, de plekken waar hij regelmatig verkeert om zijn glasobjecten te laten gieten. Dat betekende dus meer vrije tijd! Tijd om met een aantal vrienden weer eens muziek te maken. Zo waren ze bezig met de opname van een nieuw nummer, ‘Mijn Stad’. En dat nummer wilde Han graag ondersteund zien met een video gebaseerd op mijn Venetië-schilderijen. Zo kwam dus van ’t een ’t ander met onderstaand resultaat.

Je kunt, denk ik, rustig stellen dat zonder de corona-lockdowns dit niet nu gebeurd zou zijn. Net zoals bij die atelierfoto. Ook het gevolg van een mailtje van enkele weken geleden. Maar nu van een mij geheel onbekende André Smits. Of hij van mij een foto mocht maken in mijn atelier. Met mijn rug naar hem toegekeerd. Want dat deed hij als project al sinds 2008 over de hele wereld. Beeldend kunstenaars, galeristen, museumdirecteuren en meer kunstbetrokken mensen van allerlei pluimage op die manier fotograferen in hun eigen kunstomgeving.  Op zijn site www.artistintheworld.com kon ik de resultaten bekijken.

willekeurig voorbeeld van zo’n atelierfoto in New York

En daar trof ik ze dus, die al genoemde beroemdheden. Ai Wei Wei, waar kom je hem tegenwoordig niet tegen. Paul McCarthy, die van het beruchte beeld in Rotterdam dat in de volksmond de naam Kabouter Buttplug kreeg. Andres Serrano, nogal controversieel door zijn crucifix foto’s en erotisch getinte ensceneringen. En David Lynch, regisseur van o.a. de tv-cultserie Twin Peaks maar ook beeldend kunstenaar.

foto gemaakt in 2017 op een wijndomein in Zuid Frankrijk, met een symbolische installatie van Ai Wei Wei (een Romeinse heirbaan)
Kabouter Buttplug in Rotterdam, gemaakt door Paul McCarthy
atelier van Andres Serrano, uit de serie van André Smits
voorbeeld van de kunst van David Lynch

Niet onaardig toch om daar tussen te staan? Nadat André zijn fotoshoot had gedaan, zaten we natuurlijk nog wat na te kletsen. ’t Bleek dat hij, ook al weer door al die  lockdowns, noodgedwongen tijdelijk in Zeeuws-Vlaanderen was neergestreken. In een kraakvrij pand. Even niks geen hop-hop naar overal. Nee, gewoon Zeeland en omstreken als habitat. Maar hoe kom je daar dan aan te fotograferen kunstenaars? Nou, dan blader je door het in september verschenen eindnummer van het Zeeuwse kunstblad Decreet, neemt contact op met de redacteur en verkrijgt zo emailadressen van de kunstenaars daarin. Over Decreet schreef ik al eens omdat ik er ook van mij een kunstwerk in staat. Lees en kijk hier maar.

Toos van Holstein,’ In afwachting’ (mixed media op aluminiumplaat), gepubliceerd in Decreet

Daardoor komt er nu onverwacht een aantal Zeeuwse kunstenaars, waaronder ene Toos van Holstein, voor onder de duizenden andere namen die André sinds 2008 al ‘verzamelde’. Want daar moet ik natuurlijk wel eerlijk in zijn. Ik sta dan nu wel tussen diverse beroemdheden, maar ook bij ontiegelijk veel onberoemdheden. Hoe dan ook, leuk blijft ‘t, die onverwacht positieve gevolgen van Covid-19. Zoals ook Kunstbezorgd.nl, dat initiatief van CBK Zeeland waarover ik al eerder schreef. Tot volgende week.

TOOS

Mijn atelier en het tv-programma ‘Vier Handen op Eén Buik’


atelier Toos van Holstein in Middelburg

Afgelopen maandag kreeg ik een telefoontje. ‘Die’ specifieke uitzending van ‘Vier handen op Eén Buik’ gaat op dinsdagavond 15 december worden uitgezonden. Wat dan dat ‘die’ inhoudt?

’t Is al weer wat maanden geleden dat een televisieploeg neerstreek in mijn Middelburgse atelier.

die televisie ploeg in mijn atelier

Een paar weken ervoor had ik een mailtje gekregen met het verzoek of die ruimte mocht worden gebruikt voor opnamen van een aflevering van de nieuwe serie van ‘Vier handen op Eén Buik’. Het bekende programma waarin een vrouwelijke BN’er, zelf moeder, een poos lang als klankbord en praatpaal een vaak nog heel jonge, zwangere vrouw begeleidt. Jonge vrouwen die in hun nog korte bestaan al meer schrijnende en gecompliceerde ervaringen hebben meegemaakt dan de meesten van ons in hun hele leven zullen doen.

Via via was de organisatie bij mij terecht gekomen: ‘jouw fotogenieke atelier lijkt ons heel geschikt voor bepaalde opnamen’. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken! Karin Bloemen was in die aflevering de BN’er. Ook leuk natuurlijk. In Op1 vertelde ze een paar weken geleden: “Ik vind het heel mooi om te laten zien dat alle foute aannames die je hebt over jonge vrouwen die zwanger zijn, niet altijd kloppen. Ze staan heel bewust in het leven”. Kijk hier maar voor dat interview (hieronder een foto daarvan).

Bij het telefonisch voorgesprek bleek dat Karin’s zus,een beeldend kunstenaar, in kunstzinnig opzicht een rol speelde bij de begeleiding van de jonge hoofdpersoon en dat daarvoor mijn atelier nodig was.. Nou, dacht ik, laat het allemaal maar over me komen, ik zie wel hoe ’t uitwerkt.

Uiteindelijk streek er op een zomerse dag in juli een achtkoppig gezelschap neer in mijn atelier. Hoofdpersoon en tienermoeder Nikita met haar baby, Karin Bloemen en haar zus, de regisseur en de opperregelaar, de filmer en de belichtings/geluidsman.

met Karin Bloemen en Nikita voor mijn oude pakhuis uit 1738
overleg over de inrichting van het atelier

de kleinste van het gezelschap in het centrum van de belangstelling

Logisch natuurlijk dat ik met iedereen wel een praatje heb gemaakt. Maar verder ben ik bij die opnames niet betrokken geweest en heb ik me bescheiden terug getrokken in mijn woongedeelte. Tot de vraag kwam van ‘Toos, die verdiept liggende tuin direct achter dat platje bij jou, kunnen we daar ook filmen?’. Die zou namelijk mooi gebruikt kunnen worden voor de bijbehorende en te filmen nabespreking met Nikita. Maar daarvoor moest ik mijn buren vragen. Want al lijkt die tuin bij mijn pakhuis te behoren, de praktijk is anders. Ik kan er heerlijk op uit kijken en van genieten, maar hoef er totaal geen onderhoud aan te plegen. Dat moeten die buren als eigenaar doen. Best wel ideaal!

Uiteindelijk hebben zij dus ook nog hun aandeel geleverd aan deze aflevering. Te zien aanstaande dinsdag 15 december om 20.25 uur op NPO3. Hoe die tuin daarin gaat voorkomen? En hoe mijn atelier in beeld komt? En of nog ergens vermeld wordt dat dit het atelier van ene Toos van Holstein in Middelburg is? Driemaal geen idee! Wel is zeker dat ik ga kijken. Dat ’t na afloop van de opnames nog heel gezellig was met Karin Bloemen is ook een ding dat zeker is. Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas, zijn wonderen en geschenken, maar dan net even anders


de verklaring van deze foto lees je helemaal onderaan

Die hele Sint Nicolaas is eigenlijk maar een wonderbaarlijk figuur. Want moeten we nou echt geloven dat hij zijn schimmel als een pré-Anky (van Grunsven) zo heeft gedresseerd dat ie op daken kan lopen en balanceren? En dat hij pakjes door een schoorsteen precies in schoentjes weet te mikken die niet eens direct onder die schoorsteen staan? Trouwens, schoorsteen? Hoe zit dat bij cv-verwarming? Maar ja, een wondertje hier en daar en de broodnodige verwarring is hij nooit uit de weg gegaan. Bij het Sinterklaasjournaal lust Dieuwertje Blok er wel pap van. Trouwens, niet alleen het journaal van nu maar ook dat van eeuwen geleden. Een Sinterklaasjournaal eeuwen geleden? Ja, natuurlijk! Want wat is zo’n middeleeuws veelluik als hieronder anders dan dat?

veelluik met de wonderen van Sint Nikolaas

Gewoon een geschilderd journaal om het volk kond te doen van Sint zijn wonderen. Zoals linksonder die wonderbaarlijke vermenigvuldiging van graanzakken in een schip toen er hongersnood dreigde in Myra, de Turkse stad waar hij bisschop was. Hé, kennen we ook niet zo’n wonderverhaal over vermenigvuldiging van brood en wijn uit een andere bron? Goed voorbeeld doet goed volgen!

Sint Nicolaas vermenigvuldigt de zakken graan in het schip op wonderbaarlijke wijze

En wat te denken van de afbeelding linksboven waar onze goedheiligman met stiekeme geldschenkingen de drie dochters van een zieke vader redt van de prostitutie. Voor arme ongetrouwde vrouwen vaak de laatste reddingsboei destijds. Zou hij toen al geleerd hebben om goed te mikken met cadeautjes?

de redding van de drie maagden

Rechtsboven staat ook nog een mooie. Daar heeft hij drie kinderen die door een kwaadwillige slager in stukken waren gehakt weer keurig in elkaar gezet en tot leven gebracht. Het monster van Frankenstein is er niks bij.

de redding van de drie in stukken gesneden kinderen

Welk wonder er mogelijk op het missende paneel rechtsonder heeft gestaan? Misschien wel die redding van de door een heidense koning  gevangen genomen edelmanszoon die deze snode heerser vertelde over de wonderen van Sint Nicolaas. ’s Konings hoon dat die heilige hem toch maar mooi in de steek liet, kon Nicolaas natuurlijk niet op zich laten zitten. Hij verscheen subiet, gezeten op een wolk. Logisch dus dat die jongeman vrijkwam.

Prachtige sprookjes natuurlijk. Maar of onze Sint er toen ook uit zag als op dat schilderij? Daarover heerst toch wat onzekerheid. Kijk maar.

links onze kindervriend in Zwitserland, midden Oekraïne en rechts Tsjechië

En die mijter? Op de oude icoon hieronder (links in de foto) is daarvan geen sprake. Wel interessant overigens dat zijn uiterlijk daar wel wat lijkt op het hoofd van Nicolaas dat een aantal jaren geleden is gereconstrueerd  na wetenschappelijk onderzoek van resten van zijn geraamte.

Daarbij dan wel aangenomen natuurlijk dat het ook echt de botten van die bisschop van Myra betreft. De tombe met zijn overblijfselen valt te aanbidden in de Sint-Nicolaas basiliek van Bari aan de zuidoost- kust van Italië. Een druk bezocht graf, zo kon ik in 2016 zelf constateren.

de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de crypte met het graf van Sint Nicolaas

Hoe zijn beenderen daar terecht kwamen? Na een rooftocht van kooplieden in 1087 die ’t maar niks vonden dat hun heilige begraven lag in een toen islamitisch geworden gebied. Daardoor pronkt Bari nu ook jaarlijks met een processie waarin het beeld van Sint Nicolaas wordt rond gesjouwd door de oude stad. Als je goed kijkt zie je dat zijn gezicht behoorlijk bruin getint is. Interessant en humoristisch toch? Leuk ook voor een pikante bijdrage aan onze Pietendiscussie.

Nog leuker is dat Turkije die relieken van Nicolaas graag terug wil hebben. Gestolen erfgoed ten slotte! Een Turkse professor in de archeologie staat daar helemaal achter. Nicolaas zelf zou destijds in de 4e eeuw namelijk nooit hebben verklaard dat hij in Italië wilde worden begraven. Echt een ijzersterk argument. Ik moest even denken aan Rudy Giuliani, zijn geweldige Trumpteam en hun grootse resultaten bij het aanvechten van de Amerikaanse verkiezingsuitslag.

steendruk de drie maagden van hierboven

Maar goed, wij hebben op 5 december ons eigen Sinterklaasfeest. Zij het dit jaar onder beperkende corona-omstandigheden. ’t Blijft wel gek dat we dat op 5 december vieren terwijl officieel de sterf en naamdag van Sint Nicolaas op 6 december valt. Laat dat nou toevallig dit jaar de 1e zondag van de maand zijn! De dag van de Kunst en Cultuurroute Middelburg (13-17 uur). Iedereen welkom in mijn atelier aan de Korendijk 56. En logisch natuurlijk dat ik zorg voor aantrekkelijke kunstcadeautjes. Zoals bijvoorbeeld mijn bijdrage met vier steendrukken aan de levensbeschrijving van Saint Nicolas in de middeleeuwse ‘La Légende Dorée’ van monnik Jacques de Voragine (foto helemaal bovenaan). Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor in je brievenbus en zou Hugo de Jonge misschien stiekem Rolling Stones fan zijn?


Wat deze foto hier doet? verklaring verderop.

Sinds vorige week is in Zeeland een nieuw lichtpuntje te ontwaren in het diepe duister waarin de Nederlandse cultuursector zich al tijden bevindt. Maar daarover straks.

Eerst nog wat extra licht op dat diepe duister. Dat ging twee weken geleden toch echt wel lijken op een zwart gat. Geen toneellampen meer aan in de theaters. Concertzalen als donkere, holle ruimten. Geen oplichtende schermen in de bioscopen. Zelfs musea moesten minimaal twee weken de uitlichting van hun kunst staken. Reden onder andere? Het aantal verkeersbewegingen terugbrengen Maar Ikea? Die filialen mochten open blijven. Een absolute gotspe! Stel dat alle auto’s richting musea links zouden moeten voorsorteren en die voor Ikea rechts. Gokkie leggen dat je rechts één grote, urenlange file had gekregen en dat de museumbezoekers links gewoon konden doorrijden? Bezoekers, doordeweeks voornamelijk ‘grijze koppen’, die zich keurig voor zo’n tijdslot hadden aangemeld waarin maar een minimaal aantal mensen was toegestaan. Bezoekers die zich, zo weet ik uit ervaring, keurig aan alle afstandsregels houden. Want zijn zij niet de begerenswaardigste doelgroep voor dat pluizige coronabolletje met die gretige grijparmpjes? Bezoekers ook die de regelmatig beslagen brillenglazen op de koop toenemen bij hun net niet goed zittende gezichtsmaskers.

drie weken geleden bij Kasteel Het Nijenhuis ten oosten van Zwolle, ongelooflijk toch, die drukte, met alle bijbehorende verkeersbewegingen?

Maar nee, dicht moesten ze, die musea, absoluut dicht! En nog geen week later? Minister Hugo de Jonge op tv. Met droge ogen en zonder enige schaamte weet ie te melden dat ze zeer waarschijnlijk snel weer open mogen. Gewoon nog wat nachtjes rustig slapen en ’t is zo ver. Wat is er daar achter de schermen gebeurd? Welk visioen, welk voortschrijdend inzicht had zich binnen zeven dagen zo plotseling aan hem geopenbaard? Maar goed, met zijn Bijbelse achtergrond zal de spreuk ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ hem niet onbekend zijn.

De bioscopen, theaters en ook musea mogen dus nu toch eind deze week ineens weer open. Wel natuurlijk met alle bijbehorende en beperkende corona-voorwaarden. Zwalkende cultuur-lichtpuntjes zogezegd. Met in Zeeland zelfs nog die al genoemde extra lichtbron. De herintroductie van Kunstbezord.nl.

Hé, zullen sommige lezers mogelijk denken. Ken ik dat niet? Jazekers ken je dat. In april en mei schreef ik daarover al. Nog even kort samengevat. Alles wat kunst betrof lag op z’n gat. Reden voor het Centrum Beeldende Kunst Zeeland om te beginnen met die actie Kunstbezorgd.nl. Alle bij het CBK ingeschreven professionele kunstenaars konden foto’s aanleveren van opstuurbare, brievenbusveilige kunstwerken met maximaal A4-formaat. Alles te koop voor de vaste prijs van €100 per kunstwerk. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Het idee vond ik zo sympathiek dat ik me over mijn bezwaar tegen die toch wel lage prijs heen zette.

Ik ging aan de slag met een stapel dunne, makkelijk snijdbare aluminiumplaten die al jaren in mijn atelier lag. En met succes. Veertig maakte ik er in die lockdown-maanden, allemaal verkocht. Een heerlijk gevoel dat ik in die sombere tijd best wel kon gebruiken. Zo’n heerlijk gevoel dat ik er ook nog een brochure van 40 pagina’s aan ga wijden. Maar dat wordt een ander verhaal.

afbeelding op de omslag van die komende brochure over de XX-XX Serie

Toen galerieën en musea weer opengingen sloot het CBK de site af. Tot ik twee weken geleden bericht kreeg dat in deze opnieuw duistere tijden de Kunstbezord site weer internetleven wordt ingeblazen. Oh,had ik nog wat van die aluminiumplaten liggen? Ja! Vandaar onderstaande foto van vorige week.

bezig in mijn atelier aan nieuwe kunstwerken voor Kunstbezorgd.nl

Kunstbezorgd.nl is intussen actief in de cyberspace en in de shop staan ook alweer heel wat werken te koop van heel wat kunstenaars. Zoals van mij. Ten minste, op dit moment van schrijven. Want zoals dat door de bancaire wereld tegenwoordig heet ‘resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst’. Je hoeft trouwens niet door alles heen te scrollen, je kunt ook op naam zoeken.

een screenshot van vorige week van de verkoopsite van Kunstbezorgd.nl met daarin het kunstwerk dat je al zag staan, helemaal bovenaan
een nieuw kunstwerk dat er nu op staat

En wat Hugo de Jonge betreft? Ik vroeg me ineens af of hij niet stiekem een fan is van de Rolling Stones. Want op vrijdag 20 november mogen de musea weer open. Komt dat even goed uit voor het Groninger Museum met de opening van de nieuwe blockbuster expositie ‘Unzipped’ over dat fameuze stel jonge ouwe mannen. Waarbij Mick Jagger de officiële opener is op donderdag 19 november om 17.00 uur. Dat gebeurt online via rollingstonesgroningen.nl. Door iedereen te volgen. Toeval? Bij Hugo de Jonge gebeuren wel meer rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Nederlandse Dagobert Duck’s en het Grote Kunstgeheim van Delden


Dat geheim van Delden komt zo. Eerst een raadseltje. Wat is de overeenkomst tussen Ruurlo, Wassenaar en Gorssel? Een makkie natuurlijk, het antwoord. Dat zijn Nederlandse Dagobert Duck’s. Niet dat ze zoals de enige echte en oorspronkelijke Dagobert letterlijk zwemmen in hun geld. Nee, dat gebeurt meer figuurlijk. Maar vrijwel letterlijk kunnen ze dat wel tussen alle kunst in hun pakhuizen.  Zo groot en zo vol met kunst dat er nieuw te bouwen musea aan te pas moesten te komen om ruimte te scheppen. Ze bleven namelijk maar kopen. Want als je lekker ruim in de slappe was zit en heftig besmet raakt met het kunstvirus is het hek snel van de dam. Dan wil je gewoon steeds meer, die drang wordt onbeheersbaar. Maar aan die verslaving danken we nu wel Museum Voorlinden in Wassenaar,  Museum MORE in Gorssel en Kasteel Ruurlo.

museum Voorlinden in Wassenaar
museum MORE in Gorssel
in museum MORE

Want  Joop van Caldenborgh en Hans Melchers konden niet op hun geld en hun kunst blijven zitten. Zij lieten deze nieuwe particuliere musea bouwen. Met wat kort door de bocht geformuleerd de focus op de internationale moderne kunst en op het Nederlandse Realisme.

Voor MORE werd die basis overigens wel gelegd door een uiteindelijk behoorlijk mislukte Dagobert Duck. Dirk Scheringa, de selfmade man op, letterlijk, altijd geitenwollen sokken. Die zag zijn bank in een diepe financiële put afzinken en moest zijn in aanbouw zijnde museum als een mislukt monument van macht leeg achterlaten in het weidse Westfriese landschap.

En zag daarbij ook nog het grootste gedeelte van zijn kunstverzameling, met vele Carel Willink’s als kern, overgaan in de handen van chemiemagnaat Hans Melchers. Die toen in het Achterhoekse Gorssel  het oude gemeentehuis liet uitbouwen en gelijk ook maar kasteel Ruurlo prachtig liet renoveren om daar Willink te laten schitteren.

Kasteel Ruurlo

Best interessant, die ontwikkeling. Ooit waren pausen, kardinalen en adellijke families  de kunstmecenassen. ’t Mocht best een losse florijn kosten om kathedralen, pauselijke verblijven,kastelen en paleizen op te laten fleuren. Erfgoed waar we nu nog steeds van genieten. Maar tegenwoordig, met het cultureel steeds armlastiger gedrag van onze overheid, gaat dat kunststokje over in handen van die nieuwe groep mecenassen. Rijke, zo niet gigantisch rijke zakenmensen met een leuk plekje in de Quote-500. En zo kom ik dan bij dat Grote Kunstgeheim van Delden.

museum No Hero in Delden

Goeie vriend Frank van Oortmersen, oud-directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard, wees me erop. ‘Toos, daar moet je heen, een verborgen kunstparel’. Dat bleek  museum No Hero te zijn. Op het landgoed Twickel in het Twentse Delden. Bestaand sinds 2018 en opgericht door ook weer zo’n kunstgevoelige Dagobert Duck: Geert Steinmeijer.

de prachtige achtertuin, met beelden

Nou, ik was door de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More, editie 4’ op 4 oktober bij Galerie Àlafran in Diepenheim (zie vorige blogaflevering) toch in de buurt. Want de afstand Diepenheim-Delden stelt heel weinig voor. En Frank had helemaal gelijk! Een nog veel te weinig bekende kunstparel, dat No Hero. Met een heel brede, eigenwijze kijk op de kunst. Van middeleeuwse panelen en beelden via de 19e eeuw naar Jan Sluijters  met tijdgenoten om dan bij de huidige moderne kunst aan te landen.

Zoals ook bij de Nederlandse Michael Raedecker die met stiksels in zijn schilderijen een glansrijke carrière opbouwde vanuit Londen en dit jaar is beland bij de laatste 8 van de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. Hij maakt weer deel uit van de tijdelijke expositie over de Young British Artists. Een groep die in de jaren 90 de kunstwereld veroverde met aan het hoofd Damien Hirst, nu de rijkste artiest van het land. Ik schreef hier al eens over hem. Ook van hem hangt er werk. Net zoals van onze eigen grote Twentse schilderbarbaar Jan Cremer. Dat dan weer in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe waardoor er ook nog een vroege Mondriaan hangt.

werk van Michael Raedecker
werk van Damien Hirst
een heel vroege Mondriaan
werk van Jan Cremer

De net overleden Designer des Vaderlands en kunstverzamelaar Jan des Bouvrie, ‘zijn creatieve peetvader’ zoals Steinmeijer zegt, heeft ook nog een groot steentje bijgedragen aan de inrichting van museum en museumcafé. En dat kun je zien. Net zoals hij dat jaren geleden deed in hotel/restaurant  Domaine Cocagne in Cagnes sûr Mer aan de Côte d’Azur. Waar ik ’t diverse keren met hem aan de bar heel gezellig over kunst had. Net zoals trouwens met  Alex Mulder, een andere Dagobert Duck met een heel groot cultureel hart. Die recent Het Hem, oorspronkelijk een grote munitiefabriek in Zaandam, heeft omgetoverd in een gigantisch groot nieuw huis voor eigentijdse cultuur.

Het Hem in Zaandam

Maar dat staat nog op mijn te-bezoeken-lijstje en wordt misschien nog wel een ander verhaal. Laten we hopen dat er nog vele nieuwe kunstbehepte Dagobert Duck’s opstaan in Nederland. Tot volgende week.

TOOS  

Hoe een ‘nieuwe decreet’ leidt tot een Boulevard van Schoonheid en Troost


Cryptisch, die titel? Nogal, schat ik zo in. ’t Had ook kunnen zijn ‘Hoe een kunsttijdschrift leidt tot straatnaam-verandering’. Maar ook dat schiet niet op. Dus daar gaat ie, de verduidelijking.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost, mixed media op dun aluminiumplaat, 30-42 cm

 Enkele jaren geleden kocht ik hier in Middelburg in De Drukkerij,een van Nederlands mooiste boekenzaken, een speciaal kunsttijdschrift. Alleen gericht op hedendaagse Zeeuwse kunst. Of nog wat nauwkeuriger geformuleerd, puur gericht op de kunst van een paar Zeeuwse kunstenaarscollectieven. Decreet heette dat blad, uitgave nummer 15. Een niche-uitgave in kleine oplage, echt gericht op de liefhebber. En wat bleek later? Bij dat nummer bleef het.’t Was mooi geweest voor makers.

Tot ik in juni ineens een mailtje kreeg van Ramon de Nennie, een van de initiators destijds. De kas van stichting ‘decreet-concreet’ bevatte nog subsidie voor nog een ‘nieuwe decreet’. Waarin, zo stond in de mail, ‘kunstenaars van KipVis; MAS en VirusGrafiek en enkele loslopende kunstenaars een bijdrage kunnen leveren’. Dat ik onder de loslopende kunstenaars val is natuurlijk wel duidelijk. Want met mijn manier van werken heb ik nooit bij een of andere kunststroming of groep behoord. Dat ligt me ook niet. Op de academie was ik al een eenling in dat opzicht en dat is zo gebleven. Maar meedoen met dit initiatief? Leek me leuk. Ik moest een kunstwerk op A3-formaat (29,5 bij 42 cm) aanleveren dat ook op die grootte in het tijdschrift zou komen. Maar wat te bedenken? Ik was toen bezig met mijn XX-XX Serie op dun aluminiumplaat van A4-formaat (zie bijvoorbeeld deze blogaflevering). Dat werd dus gewoon opschalen naar A3, simple comme bonjour. Daarbij was het voorgelegde uitgangspunt van het ‘nieuwe decreet’: ‘Schoonheid & Troost, wat maakt het leven de moeite waard?’.

de laatste hand wordt gelegd aan mijn ‘Schoonheid en Troost’ (zie bovenste foto)

Sommigen, waarschijnlijk al wat ouder, zullen zich misschien afvragen waar ze die kreet van kennen. Nou, van de beroemde tv-interviewserie ‘Van de Schoonheid en de Troost’ van 20 jaar geleden. Toen journalist Wim Kayzer die vraag voorlegde aan een groep internationale kunstenaars, schrijvers, wetenschappers en filosofen. Gedenkwaardige interviews werden dat.

Nu is er dus het ‘nieuwe decreet’ met naast mijn bijdrage die van heel veel andere Zeeuwse kunstenaars. Te koop bij De Drukkerij en Atelier/Galerie de Roofprintpers.

enkele bijdragen aan de ‘nieuwe decreet’

Maar daarbij is het niet gebleven. Toen Ramon mij een paar weken geleden de nieuwe uitgave kwam brengen, wist hij te melden dat we in Middelburg, in samenwerking met de gemeente, nu ook een Boulevard van Schoonheid en Troost gingen krijgen. Op de Loskade langs het Kanaal door Walcheren tegenover het station. Een echte kunstkade. Want op 25 lantaarnpalen en stalen omhulsels van bomen zouden 25 borden van A3-formaat bevestigd worden met 25 afbeeldingen van 25 kunstenaars uit het ‘nieuwe decreet’. En aldus geschiedde.

het begin van de Loskade/Boulevard van Schoonheid en Troost, met op de meest linkse boom mijn bijdrage

Als je nu vanuit het station de brug overloopt en direct rechtsaf slaat, begint ie. De Boulevard van Schoonheid en Troost. Met direct al aan het begin mijn bijdrage. En daarna volgen er langs de hele kade dus nog vele andere. Een echte kunstwandeling in de openbare ruimte waarvan je zelf de Schoonheid kunt bepalen.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost

de bijdrage van kunstcompaan Juul Kortekaas

einde van de Loskade/ Boulevard van Schoonheid en Troost

 En die Troost? In het ‘nieuwe decreet’ memoreert Ramon aan Frederick. een muis uit een prentenboek van Leo Lionni uit 1974. Zijn muizenfamilie is druk bezig etensvoorraad te vergaren voor de koude, schrale winter. Maar hij niet. Hij kijkt rond en verzamelt kleuren en zonnestralen. Volop onbegrip natuurlijk bij zijn medemuizen. Maar dan wordt ’t winter en zitten ze in een grauw hol te bibberen van kou en ellende. Tot Frederick begint te vertellen over zijn verzameling kleuren en zonnestralen. Hartverwarmd en opgeleefd komen ze zo de winter door. Zouden al die politieke kunst en cultuurbezuinigers van tegenwoordig dit muizenverhaal begrijpen? Ik vrees met grote vreze!

Nu moet de loop er op de kunstboulevard in gaan komen. Wel jammer is dan dat de kunstborden niet groter zijn dan A3. Stel je eens A1 voor: 84 bij 59 cm. Zou dan niet prettig imponeren? Of nog een slag groter, A0? Waarschijnlijk een kwestie van geld en vergunningregels. Maar misschien iets voor nog komende Boulevards van Schoonheid en Troost. Want er staan ook nog plannen op stapel voor, ik meen, Vlissingen, Terneuzen, Goes en Zierikzee. En die gedachte biedt toch maar mooi troost in deze nare coronatijden. Tot volgende week.

TOOS

Yes! Opnieuw bij de Kunstenaars Top-25 van Nederland


Met dat ‘Yes!’ begint ook één van de onderdelen van de Nieuwsbrief die ik afgelopen weekeinde verstuurde naar mijn uitgebreide Nieuwsbrieven-bestand. Want naast dit wekelijkse blog gaan er per jaar gemiddeld ook  6 à 7 Nieuwsbrieven mijn computer uit. Met berichten over mijn exposities en aanverwante kunstmanifestaties. Zoals dus de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Lees hieronder maar, de inhoud spreekt voor zich.

Belangstelling voor die Nieuwsbrief? Gewoon even een mailtje naar mailto:toosvanholstein@xs4all.nl. Met daarin bijvoorbeeld ‘Yes! Graag die Nieuwsbrief’. Dan blijf je als eerste regelmatig op de hoogte van al het allerlei rond mijn kunst. Tot volgende week.

TOOS

NIEUWSBRIEF TOOS van HOLSTEIN
september 2020

Greek Tragedy, mixed media op alu-dibond 150-100 cm

Drie items in deze vijfde Nieuwsbrief van mij in dit heftige Corona-jaar. Want de wereld mag er dan wat wrakkig bij liggen, kunst gaat gewoon door. Zoals de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021, de net geopende expositie ‘What about red?’ en mijn nieuwe editie van ‘The 70-Series and More’.

Yes! Bij de laatste 20 van verkiezing KvhJ 2021.

Woensdag werden ze bekend gemaakt. De 20 kunstenaars die na de publieke stemming zijn over gebleven van de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. En daar stond toch maar weer mooi mijn naam, net als vorig jaar! Tussen die van zeer gerenommeerde kunstenaars en ook een aantal nieuwe. Samen met 5 zogenaamde wildcards verdwijnen er nu 25 namen in de hoge hoed van het honderdkoppige kunstpanel. Op 1 oktober worden er 8 uit te voorschijn getoverd die dan de laatste publieke ronde ingaan. Of ik nu voor een goeie uitslag ga duimen draaien, kaarsjes branden of sjamanen aan het werk zet? Nee, toch maar niet. Ik ben nog hard aan het werk voor een komende tentoonstelling. En ik ben ook al zeer tevreden met deze uitslag.

deel van ‘The 70-Series’

Editie 4 van ‘The 70-series and More’ bij Galerie Álafran (Diepenheim) op 4 oktober

In oktober vorig jaar startte, met een knetterend feest, bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen de eerste editie van mijn reizende expositie ‘The 70-Series and More’. Dat getal had te maken met een collectie van 70 kleine kunstwerken, zowel olieverfjes op linnen als mixed media werken op alu-dibond. Maar ook met dat feest. Iets met een verjaardag. Het ‘More’ heeft betrekking op een aantal nieuwe, grote olieverven. Nu ben ik, bijna een jaar later, toe aan editie 4. Bij Galerie Álafran in Diepenheim (gegevens hieronder). Met natuurlijk weer die 70 kleinere kunstwerken. Dat is trouwens elke keer opnieuw hard werken in mijn atelier. Want voor die €250 per stuk vliegen ze weg. Ook zijn er elke keer weer nieuwe grotere olieverven bij. De afgelopen Corona-maanden ben ik dus prima doorgekomen. Zondag 4 oktober is de opening. In mijn aanwezigheid natuurlijk.

‘What about red?’ in het Musiom, Amersfoort

‘Expositie ‘What about red?’ in museum Musiom in Amersfoort

Net vorig weekeinde opende de prachtige expositie ‘What about red?’ met daarin drie kunstwerken van mij. Onder andere ‘Greek Tragedy’, het werk op de foto helemaal bovenaan. Over deze groepstentoonstelling, draaiend rond de kleur rood, heb ik deze week uitgebreid geschreven in mijn blog TOOS&ART. Lees hier maar. Tot eind december is al het rood daar nog te bewonderen.

Op dat blog kun je je trouwens ook abonneren door ergens aan de rechterkant je e-mailadres in te vullen en op ‘volg’ te drukken. Elke week een stukje over kunst, maar ook elke week weer anders. Zoals recent over een heel verkeerd boek over vrouwen in de kunst en Charley Toorop, het Kröller-Müller Museum, hoe schilder Poen de Wijs onsterfelijk moet worden, over de grote Artemisia Gentileschi expositie in Londen die ik niet zag, over de steendrukken van Mucha in Valkenswaard en nog zowat van die kunstzaken.

Toos van Holstein

‘for me art is travelling the mind’

 

Galerie Álafran  ‘The 70-Series and More, editie 4’

opening zondag 4 oktober vanaf 12 uur

Grotestraat 45, 7478 AB Diepenheim

http://alafran.nl/

 

website www.toosvanholstein.nl

e-mail: toosvanholstein@xs4all.nl

wekelijks blog ‘TOOS&ART’ https://toosvanholstein.wordpress.com/

ook actief op Facebook, LinkedIn,Twitter, Pinterest, Pictify, Tumblr en Instagram

Het Rood van Liefde, Dood en Duivel museaal verenigd


voor het Musiom in Amersfoort

De kleur rood staat voor heel veel. Liefde sowieso. Maar ook voor schaamrood, hartstocht, dood, duivel. En wat dacht je van communisme, macht, bloed, rode oortjes. Daarbij aangetekend dat de volgorde van al die woorden volstrekt willekeurig is en dat er nog veel meer aan rood is op te hangen. Dit om te voorkomen dat iemand rood van verontwaardiging gaat beweren dat ik hier toch echt door het rooie lint ga. Duidelijk dus een thema voor een expositie, dat rood. Je kunt er als kunstenaar alle kanten mee op.

Greek Tragedy, mixed media op alu-dibond, 150-100cm

Dat gebeurt dan ook in de expositie ‘What about red?’ in het Musiom in Amersfoort. Met daarin van mij onder andere bovenstaand kunstwerk ‘Greek Tragedy’. Straks meer daarover. Eerst dat Musiom (https://musiom.art/ ).

Ik schreef al eens eerder over dit nog net geen twee jaar jonge museum dat zich richt op de top van de Nederlandse kunstenaars grofweg geboren in de periode 1950-60. Vaak kunstenaars die zich niet in een of andere kunststroming hebben laten drukken. Die het lef hadden geheel hun eigen kunstgang te gaan, onafhankelijk van museale trends.  Maar die daardoor dan ook meer in galerieën te vinden waren en zijn dan in die musea. Diversiteit in onafhankelijkheid, daarmee kun je deze groep van kunstenaars ’t best typeren. Nu krijgen ze hun verdiende podium in het Musiom. Als Briljanten Kunstenaar van 2016 met ook schilderijen in de kerncollectie van dit museum mag ik dat best zeggen. Toch?

Toos van Holstein, Energy, olieverf op linnen, 160-120 cm, deel van de museumcollectie

Initiatiefnemers Herold Broertjens en medekunstbroeder Hans Vanhorck hebben een van oorsprong 20e eeuws kerkgebouw aan de rand van het oude Amersfoort laten ombouwen tot een heerlijk intiem museum. In heel korte tijd kregen ze ook voor elkaar dat het Musiom vrij toegankelijk is met de Museumkaart. Met ook nog de toestemming om aan het Musiom een galerie te koppelen waarvan de opbrengst ten goede komt aan de ontwikkeling van het museum. Absoluut een Nederlands record in ons ingewikkelde en regelrijke bureaucratische cultuur en museumsysteem. Want daarin geldt, om die bekende lijfspreuk van de belastingdienst maar eens te parafraseren, leuker kunnen we ’t niet maken, wel ingewikkelder. Petje af dus.

Nu de nieuwe expositie ‘What about red?’ die afgelopen weekeinde startte. Jammer genoeg zonder echte opening. Want ja, dat coronavirus! Welke gevoelskleur zou je trouwens aan dat virus toekennen? Rood misschien?

deel van de expositie ‘What about red’

Twaalf kunstenaars doen mee. Waaronder ik dus, met drie kunstwerken. Zoals dat ‘Greek Tragedy’. Dat moest er absoluut bij! Want wie had er in die oude Griekse tragedies over oorlog en liefde het meest te lijden? Wie bleven er achter als de mannen ten strijde trokken of op avontuur gingen in Homerus’ Ilias en Odyssee? En wie moesten ’t lijdelijk en lijfelijk verwerken als man of zoon sneuvelde? En wie herrees altijd weer als sterke Feniks uit de grauwe as? De vrouw, de echtgenote, de moeder! Die gedachte heb ik geprobeerd over te brengen in deze mix van kunsttechnieken op de alu-dibondplaat. Met in gedachten deze woorden van maestro Henri Matisse. ‘Waar die kleur rood in mijn werk vandaan komt, ik weet het gewoon niet. De dingen die ik schilder moeten ook écht worden wat ze in hun diepste essentie zijn. Dat lukt pas als ik die dingen met elkaar in contact laat komen. Dat doe ik dankzij de kleur rood.’ Nou, daar kan ik me dus wel in vinden.

uitleg aan Marianne, vrijwilligster bij het Musiom, en Herold Broertjens over mijn bedoelingen achter ‘Greek Tragedy’

Net zoals bij mijn rood beschilderde aluminium beeld ‘Star-eyed Alice’. Staat mijn parmantige meisje, mijn kleine alter-ego, daar niet heel listig van onderaf met rode koontjes en rooie oortjes de grote-mensen-wereld te bekijken, te beluisteren en te interpreteren?

Hoe mijn ‘Star-eyed Alice’ daar staat? Ga maar kijken.

deel van de expositie met nog een schilderij van mij, ‘Energy’160-120 cm

deel van de museumgalerie

de beelden-binnenplaats

Je kunt voor ‘What about red?’ terecht in het Musiom van vrijdag t/m zondag. Tot 27 december. In de maand van onze rood-bemantelde Sinterklaas en de ook rood uitgeslagen Kerstman, zijn Amerikaanse na-aper. Één rood accentje mis ik nog wel. De rode loper voor het celebrity-gevoel bij ’t betreden van het museum. Oh ja, en die oude binnenstad van Amersfoort is ook niet te versmaden. Tot volgende week.

TOOS

Kamerverkiezingen pas volgend jaar, maar Kunstenaar van het Jaar 2021 verkiezing nu al


Ik maak ’t me eerst even lekker makkelijk met het kopiëren en plakken van een deel uit mijn Nieuwsbrief van begin juli. Want zo’n 6 à 7 keer per jaar verstuur ik die aan heel veel e-mailadressen in binnen en buitenland als er van mijn persoonlijk kunstfront iets te melden valt. Over exposities, kunstmanifestaties en andersoortig nieuws waarbij ik betrokken ben. Zoals dus bij onderstaande copy/paste alinea blijkt.

aan het werk in mijn atelier

“Verkiezing Kunstenaar van het Jaar 2021

Al heel wat jaartjes is ’t op 1 juli vaste prik in de inbox voor mijn e-mail: het bericht dat ik weer hoor bij de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Toch is ’t elk jaar spannend. Want zoals dat dan heet ‘resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst’. Maar daar was ie! En dat gaf opnieuw een heel tevreden gevoel. In de ogen van een kunstpanel van zo’n honderd kunstkenners/professionals vanuit heel Nederland te mogen horen bij de 90 uitverkorenen voelt elke keer als een eer en als een erkenning. Nu maar hopen dat er veel gestemd wordt via https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/. En als dat op mij is, waardeer ik dat natuurlijk zeer!”

de pagina waarop jouw voorkeur voor de Kunstenaar van het Jaar 2021 kan worden aangegeven

Nou, dat is duidelijk. Het verkiezingscircus voor de Kunstenaar van het Jaar is weer begonnen. En opnieuw mag ik daarin een rol spelen. Vanaf 2003 is deze kunsthappening steeds professioneler, uitgebreider en belangrijker geworden. Ik weet nog goed dat een groot aantal belangstellenden zich in 2003 had verzameld in een te krappe en alsmaar snikheter wordende zaal ergens in Amsterdam. Daar hield initiator David Polak zijn geesteskind ten doop. Ik was daar omdat ik op een of andere manier bij de acht genomineerde kunstenaars terecht was gekomen waaruit die avond de aanwezigen de Kunstenaar van het Jaar gingen kiezen. Dat ik ’t niet ging worden, was me direct al duidelijk. Want wie liep er namelijk ook rond? De oude Corneille! Speciaal hiervoor uit zijn woonplaats Parijs overgekomen. En wie werd de verkozene? Inderdaad, Corneille. Maar ik zat toch mooi bij die acht.

in 2005 op het podium toen ik 2e werd bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar, met links initiator David Polak

Sindsdien zijn er heel veel kunstenaars gekomen en gegaan bij de 90 die nu al weer vele jaren op een heel andere manier worden genomineerd dan destijds bij de start. Namelijk door dat kunstpanel uit die Nieuwsbriefalinea. Museumdirecteuren, kunstcritici, verzamelaars, curatoren en nog zo wat kunstkenners. Niet onaardig dus dat ik bij al dat komen en gaan toch steeds standvastig blijk. Zo vroeg ik levensgezel heel vriendelijk of hij de genomineerdenlijst van 2005, toen ik tweede werd,  eens wilde vergelijken met die van nu. In dat soort zaken ben ik namelijk niet zo goed, dat weet hij. Ruim meer dan 60 namen bleken verdwenen te zijn. Van óf overleden óf van de lijst gekukelde kunstenaars. Anderen bleven, maar dan ook niet de minsten. Internationaal gevierden als schilder Marlene Dumas, fotograven Rineke Dijkstra en Erwin Olaf, beeldhouwers Folkert de Jong en Mark Manders. Oh ja, en natuurlijk de 80-jarige krasse knar, onverbiddelijke bestsellerschrijver en schilder Jan Cremer. Wie heeft vroeger niet met rode oortjes de delen 1, 2 en 3 van ‘Ik Jan Cremer’ gelezen!  Niet onaardig dus dat ik mijn naam in dat gezelschap mag zien staan.

mijn raamaffiche over de nominatie op de grote glazen deur van mijn atelier

Nu is het publiek aan zet om uit de 90 genomineerden een volgende groep van 20 te kiezen. Die worden dan met nog 5 nieuwe wildcards opnieuw aan het panel voorgeschoteld. Opdat uiteindelijk een groep van 8 ontstaat waaruit het publiek ten slotte de Kunstenaar van het Jaar 2021 aanwijst. Je ziet, een verkiezingscircus van vele ronden.

Maar voor deze ronde kun je naar https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/. Nog tot 15 september. Ik ben er natuurlijk weer heel erg nieuwsgierig of ik opnieuw bij die laatste 25 beland.

Overigens, mijn Nieuwsbrief staat helemaal los van dit blog TOOS&ART. Mocht je er belangstelling voor hebben, stuur dan even een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl. Die laatste van begin juli is in z’n geheel te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl onder de knop Nieuwsbrief. Tot volgende week.

TOOS