Categorie archief: tentoonstelling

De Verrassing van de Twee Parallelle Ei-Werelden


Als iemand me een paar maanden geleden had voorspeld dat ik, zoals hierboven, begin mei in het Italiaanse Gubbio naast een meer dan menshoog stenen ei zou staan, zou ik net zo ongelovig zijn geweest als de Bijbelse Thomas. Natuurlijk wist ik dat ik eind april opnieuw voor vier weken in Gubbio zou neerstrijken. Dat was al lang geleden afgesproken. En natuurlijk wist ik dat ik in Gubbio met eivormen van keramiek aan de gang zou gaan. Want mijn twee eigen ei-ontwerpen op mm-papier waren via internet al terechtgekomen bij Giampietro Rampini.

Giampietro Rampini?  Ja, die! Mijn eigenste, in mijn hart gesloten keramist in het prachtige middeleeuwse Gubbio. Met wie ik de afgelopen jaren al een paar keer heb samengewerkt (lees bijvoorbeeld hier en hier en hier maar) waardoor ik ook de stad al aardig heb leren kennen.

Ik had zelfs al ideeën geschetst van wat ik met die  veertig cm hoge eieren wilde gaan doen als pottendraaier Daniele er acht stuks van had gemaakt voor Giampietro. Vier van de slankere en vier van de iets dikkere vorm.

samen met Giampietro bekijk ik hoe Daniele in zijn studio de laatste hand legt aan mijn eivormen
het resultaat staat klaar

Maar dat veel grotere en ook nog stenen ei? Hoe zit dat dan? Wel, begin maart werd er door Facebook zomaar een ei op mijn scherm gelegd. Wat bleek? Gubbio bezat al sinds 1976 een 2,30 m hoog, uit brokken steen opgebouwde eivormig beeld. Een monumentale sculptuur die toen als het eerste Italiaanse feministische kunstwerk in de openbare ruimte werd beschouwd. En dat kende ik helemaal niet!! Wat raar. Maar de verklaring bleek simpel. In 2004 was het holle ei in elkaar gestort tot een hoop losse stenen. Maar nu was het gerestaureerd. Reden om het ter ere van de 100ste geboortedag van kunstenaar Mirella Bentivoglio (1922-2017) in maart op de oorspronkelijke plek terug te zetten.

Om daar hernieuwd te getuigen van de rijke symboliek waarmee Bentivoglio het destijds had opgetuigd. Hier even haar heel lange verhaal heel kort gemaakt. “Het ei als oorsprong van het leven, maar wel met de naam ‘Voor de gestenigde overspelige vrouw’. Een hol ei ook dat het denkbeeldige gestenigde lichaam kan omvatten. Want hoeveel vrouwen, verdacht van overspeligheid, zijn er in het verre verleden  wel niet gestenigd? Maar tevens een ei dat kan worden gezien als een vredesverdrag tussen man en vrouw, als teken van gelijkwaardigheid. Daarbij, om Gubbio te eren, een ei opgebouwd uit de grijzige steen waarmee vrijwel het hele middeleeuwse centrum van Gubbio is opgetrokken.“

Gubbio by night

Oh ja, ook deed Bentivoglio nog onderzoek naar taal met in het bijzonder de letter ‘O’. Logisch dat de bevolking het beeld ‘Ovo’ ging noemen. Afgeleid van het Italiaanse uovo voor ei.

Nou, daar sta je dan als Toos van Holstein met je eigen ei-project. Gewoon omdat je die vorm zo mooi vindt en daarmee graag aan de gang wilt in het keramiekatelier van Giampietro. Of, of? Dat is ook weer niet helemaal waar. Want kijk maar eens naar onderstaande foto’s met al die kruiken in het Museo Brocche d’Autore in Gubbio (brocche=kruiken).

Daarin zit natuurlijk toch wel die eivorm. En dat museum bestaat echt niet zomaar. Dat heeft te maken met de diep gewortelde, eeuwenoude traditie van het Festa dei Ceri. Het Feest van de Kaarsen, een gigantische happening op 15 mei rond drie heiligen. Sant’Ubaldo als beschermheilige van de stad, san Giorgio (onze Sint Joris, die van de draak) en sant’Antonio abate (onze Sint Antonius van Egypte, de vader van het kloosterleven).

Wacht even! Op 15 mei? Ja, ook één van de redenen dat ik juist in deze tijd hier ben. Maar dat wordt een ander verhaal. Nu ben ik eerst nog druk bezig om mijn eigen eieren te leggen. Kijk maar.

bezig in het keramiekatelier van Giampietro Rampini

En daar sluipt dus toch langzaam aan de nodige symboliek in. Zelfs met Sant’Ubaldo, san Giorgio en sant’Antonio. Opnieuw een ander verhaal. Tot na 15 mei, tot volgende week.

TOOS

De Demonische Goden en De Kakkerlakken-Snelweg van Teotihuacan: een ReisKunst-verhaal


Toos van Holstein, Teotihuacan I (marouflé)

Heb je wel eens een tweebaansweg gezien met aan weerszijden voortsnellende kakkerlakken? Mexicaanse kakkerlakken? En dat dan ook nog in een hotelkamer? ’t Overkwam levensgezel en mij tijdens onze rugzakreis door Mexico toen we waren aangeland in de buurt van Teotihuacan. Voor een luttel aantal peso’s verkregen we een kamer als een balzaal met daarin een navenant groot bed. Niet onaardig natuurlijk. Tot! Tot ik plots die kakkerlakken-snelweg dwars door onze balzaal op het netvlies kreeg! En dat terwijl ik altijd al een gloeiende hekel aan dat tuig heb gehad. Gelukkig stonden de beddenpoten in met petroleum gevulde potjes. Want, zo wist men bij de receptie, kakkerlakken hebben dan wel een zeer breed ontwikkeld smaakpatroon, maar zwemmen in een badje petroleum? Daaraan hadden zíj dan weer gloeiend de pest.

deel van het tempelcomplex van Teotihuacan

Afgezien van die Teotihuacaanse kakkerlakken was de rest een prachtige ervaring. Want als je Teotihuacan zegt (levensgezel bedacht voor die nogal tongverstruikelende naam het ezelsbruggetje Theo-die-wat-kan), zeg je ook Piramide van de Maan en Piramide van de Zon. Gigantische, bijna tweeduizend jaar oude, hoge steenconstructies omringd door allerlei andere overgebleven tempelresten. Één van de uitgebreidste archeologische plekken in Mexico. En dat zegt wel iets in een land waar nog heel veel architectuur is terug te vinden van precolumbiaanse volken als de Olmeken, Maya’s, Tolteken en Azteken.

In dat Teotihuacan is ’t echt een kwestie van ‘de paden op, de lanen in, vooruit met frisse pas’. Op wat weer een relatief klein deel is van een stad die in zijn bloeitijd, tot ongeveer 500 n.C., een oppervlak van om en nabij 20 km2 moet hebben gehad. Ik heb er de nodige zweetdruppels gelaten. Zeker bij het beklimmen van de vele, vele piramidetraptreden.

Maar zoals dat heet, ‘inspiratie door transpiratie’. Met als gevolg bijvoorbeeld het schilderij bovenaan en het onderstaande.

Toos van Holstein, Teotihuacan II (marouflé)

Beide zogenaamde marouflé’s. Een techniek waarbij beschilderd doek of papier op een stevige ondergrond wordt geplakt. Bij papier natuurlijk wel met zuurvrije lijm! Dat ik daarna nog andere technieken toepaste? Allicht. Eerst dus aquarelleren op dat papier, toen opplakken, daarna erop doorgaan met olieverf en het geheel afsluiten met een beschermende vernis. Want waarom zit een aquarel eigenlijk altijd achter glas? Om aantasting door de lucht te voorkomen.  Bij die marouflé’s van mij is dat dus niet meer nodig.

Deze schilderijen zijn natuurlijk weer geen afspiegeling van de realiteit, wel er op gebaseerd. In een combinatie van wat in mijn atelier uiteindelijk aan beelden uit mijn herinneringen op plopte.

inspiratiefoto’s

Zoals ook bij die boos kijkende kop in ‘Teotihuacan I’. Want dat wist ik natuurlijk al wel uit de  kunstgeschiedenis. Die precolumbiaanse beelduitingen zijn echt heel anders dan waar wij in de loop der eeuwen in onze cultuur aan gewend zijn geraakt. Wat zien hun goden er vaak boos, nors, demonisch en angstaanjagend uit. Zoals de slangengod Quetzalcoatl bij de tempels van Teotihuacan.

vooraan de kop van Quetzalcoatl

En van de Jaguar-god en de Regen-god van de Maya’s kun je ook niet zeggen dat ‘t vrolijke jongens zijn.

links de Jaguar-god, rechts de Regen-god

Heel intrigerend, die zo heel andere beeldcultuur. Over de bijbehorende vele mensenoffers om de goden tevreden te houden zal ik het dan maar niet hebben. Hadden ze daarvoor niet beter kakkerlakken kunnen gebruiken? Kijk, over de schilderkundige verwerking van mijn herinneringen aan de precolumbiaanse architectuur en die demonische goden ben ik wel tevreden. Maar de verwerking van die kakkerlakkensnelweg? Toen ik bij het schrijven van dit stukje er aan terugdacht, kreeg ik spontaan weer koude rillingen en trokken mijn tenen automatisch weer krom. Daar valt geestelijk gezien dus nog enig werk te verrichten. Aan onderstaand olieverfschilderij niet meer.

Toos van Holstein, Chichén Itzá (olieverfschilderij)

Tot volgende week.

TOOS

De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal


De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal

‘Het is weer grijze-koppen-tijd.’ Aldus levensgezel een paar dagen geleden toen hij onderweg de nodige campers en caravans was gepasseerd. Met daarin voornamelijk pensionado’s. ‘Hé’, dacht ik, ‘misschien ook weer eens tijd voor een nieuw ReisKunst-verhaal’. Want dat past wel bij die jaarlijkse lentetrek van grijzende pensioentrekkers. Meestal richting zon en hogere temperaturen. In de periode waarbij voor de slagbomen van vakantie enclaves nog geen files staan.

Vorig jaar startte ik met die ReisKunst-verhalen. Verhalen over het hoe, wat, waarom en de inspiratie bij het ontstaan van sommige van mijn schilderijen. Lees en kijk die van vorig jaar er nog maar eens op na: ‘Mijn genderneutrale Maya Indiaantje’, ‘Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur’ en ‘Het Lijk in de Ganges’.

Toos van Holstein, Egyptian Night (olieverf)

Dit keer een ReisKunstverhaal over bovenstaand schilderij. Geïnspireerd door mijn eerste bezoek aan Egypte. Een reis trouwens die de rest van mijn leven sterk heeft bepaald. Sowieso was ’t al mijn eerste vakantie buiten Europa en dan ook nog naar een Arabisch land, naar een heel andere cultuur. En ook nog in m’n uppie, zij ‘t in een reisgezelschap. Met Djoser, toen de echte specialist voor Egypte. Maar, zo bleek, het werd ook de reis waarop ik toen-nog-niet-levensgezel ontmoette. Nou, als je daar geen inspiratie aan ontleent, waaraan dan wel?

Maar wat hebben die foto hierboven en dat schilderij met elkaar te maken? Één van de reisonderdelen was een riviertocht van twee dagen met ons gezelschap op drie van die typische Nijl zeilboten. De feluka. Behoorlijk grote houten boten met dat karakteristieke, prachtig vormgegeven zeil. Heel fotogeniek. Duizenden daarvan bevaren die mythische Nijl. Inspiratie te over dus voor een paar grote aquarellen die later thuis ontstonden. Zoals onderstaande.

een typische feluka op de Nijl
Toos van Holstein, Assuan (aquarel 85 cm-65 cm)

Aan het eind van de eerste vaardag werden de feluka’s aan de oever vast gelegd. Er ging eten bereid worden door de bootbemanning. En er moest ook geslapen worden, op dek onder de prachtige sterrenhemel. Wel op dunne matrasjes op een harde houten vloer. Niet echt comfortabel voor verwende, weke Westerlingen. Maar wie haalde er als enige van het gezelschap onderuit zijn reistas een luchtbed tevoorschijn? Toen-nog-niet-levensgezel! Menige jaloerse blik is hem ten deel gevallen toen hij bezig was met opblazen.

Intussen verzamelden zich op de licht glooiende oever de nodige Egyptenaren. Vooral mannen en kinderen. Waar ze allemaal plotseling vandaan kwamen? Geen idee. Maar ja, de vruchtbare Nijlstrook is heel wat dichter bevolkt dan ons platteland. Ze kwamen gezellig aapjes kijken en gingen daar op hun gemak voor zitten en liggen. Uur na uur. Van schemering naar donker naar nacht, ’t bleef er lekker druk. Ook toen de aapjes onder de open sterrenhemel onder zeil gingen.

Het beeld van die mannen en kinderen in hun onder het heldere maanlicht zacht opgloeiende witte, lange gewaden, die daar midden in de warme nacht nog steeds zaten te kijken, is me altijd bijgebleven. Met als gevolg diverse schilderijen. Zoals dus dat hierboven. En zoals ook onderstaande foto waarin we ’s morgens op ons gemak weer wakker liggen te worden.

’s morgens vroeg op de Nijl

Tot volgende week.

TOOS    

Met de Rembrandtkaart in de hand komt men door -bijna- gans Museumland


voorkant van de Rembrandtkaart 2022
‘De vaandeldrager’ van Rembrandt

‘De vaandeldrager’ van Rembrandt gaat binnenkort uitgebreid op reis door Nederland. En in deze blogaflevering ga ik op een kunstige reis langs Den Haag, Amsterdam, Arnhem, Assen, Leeuwarden en Axel. De verbinding tussen dit alles? De Vereniging Rembrandt en haar Rembrandkaart. Daarom leek bovenstaande titel, als parafrasering van het aloude ‘met de hoed in de hand komt men door het ganse land’, me wel toepasselijk.

Die Vereniging (https://www.verenigingrembrandt.nl/nl ) heeft al sinds 1883 het doel heeft om behoud, restauratie en uitbreiding van ons kunsterfgoed te ondersteunen.  Met particuliere fondsen en giften die er zijn ondergebracht.

een pagina van de website van de Vereniging Rembrandt

Een doel dat ik als persoon, als kunstenaar en als lid samen met zo’n 16.000 anderen volledig ondersteun. Persoonlijk krijg ik er ook nog wat voor terug. Zoals die Rembrandtkaart. Een soort Museumkaart maar dan anders. Met z’n allen echter krijgen we die Vaandeldrager-rondreis door al onze provincies cadeau. Omdat de Vereniging Rembrandt vorig jaar financieel heeft bijgedragen aan de verwerving van dat schilderij door het Rijksmuseum.

En dit jaar? Eind januari stond ik in het Kunstmuseum Den Haag voor dit onderdeel van een drieluik van Paula Rego (lees deze aflevering maar). En wat bleek in maart? Met ook weer financiële steun van de Vereniging Rembrandt heeft het museum dit werk kunnen aankopen. Die expositie bezocht ik natuurlijk gratis met mijn Rembrandtkaart . Net zoals trouwens Museumkaart-bezitters dat konden. Maar niet onaardig, levensgezel en ik betalen, als zogenaamde duo-gezellen van de club met elk een eigen kaart, minder dan voor twee Museumkaarten. Waarbij we dus ook nog eens bijdragen aan ons cultureel erfgoed. Mooi toch? Zeker ook vanwege nog veel andere extraatjes.

een grote Rijksmuseumzaal even helemaal voor ons alleen, samen dan wel met Marten en Oopjen van Rembrandt

Wat voorbeeldjes? Die foto hierboven. Een speciale avond enkele jaren geleden in het Rijksmuseum,  voor alleen Rembrandtleden.  Waarbij we ‘Marten’ en ‘Oopjen’ van Rembrandt op een bepaald moment helemaal  alleen voor onszelf hadden. Of de speciale lezingen over kunst. Of al mogen rondlopen in het gedurende vijf jaar lang verbouwde en uitgebreide Museum Arnhem voor de officiële opening op 13 mei plaatsvindt . Het museum met een prachtige verzameling 20ste eeuwse realistische kunst. En ook nog eens sterk gericht op vrouwen in de kunst. Een ander extraatje? Het mooie magazine dat elk kwartaal in de bus komt.

voorjaarsuitgave van het R-Bulletin van de Vereniging Rembrandt

Nog een financieel dingetje. Toen ik begin maart rondliep in het Drents Museum bij de expositie ‘Viva la Frida’ betaalden, zo las ik, Museumkaart-houders  € 10 extra. En levensgezel en ik? Niente, nichts, rien! Iets dat ik al vaker meemaakte. Een prachtige expositie trouwens, die Frida Kahlo expositie. Een prima aanvulling op de tentoonstelling vorig jaar in Het Amstelveense Cobra Museum over Frida en haar op-en-af-en-op-liefde Diego Rivera (hier beschreven). Wat foto’ uit Assen.

Ik sta altijd weer verrast van de prachtige exposities daar in Assen. Elke keer weet men er de grote tentoonstellingsruimte ingenieus anders in te richten.

op het bordes van het Princessehof in Leeuwarden

Een paar dagen later al toonde ik trouwens mijn Rembrandkaart opnieuw. In het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Mijn allereerste bezoek daar. Want sinds ik me in het Italiaanse Gubbio heftig bezig houdt met keramiek vul ik graag kennislacunes op dat gebied op. Wat een prettige noordelijke verrassing, dat museum. Gevestigd in een prachtig 17e eeuws stadspaleis van de stadhoudersdynastie van de Nassau’s. De dynastie waaraan ons koningshuis en dus ook Willem Alexander zijn ontsproten. Ook weer wat foto’s.

Maar, en dat moet ik eerlijk toegeven, af en toe heeft de Museumkaart z’n voordelen.  Zoals bij ‘Museum Het Warenhuis-museum Land van Axel’ in Zeeuws-Vlaanderen. Wel gratis toegang met de Museumkaart, niet met de Rembrandtkaart. Toch wilde ik erheen. Vanwege de Zeeuw Johnny Beerens. Hè, hoe, wat, wie? Die reactie kan ik me voorstellen. Want echt bekend is hij niet bij het grote publiek. Maar wel een fantastisch kunstenaar. Die met heel doordachte, ingewikkelde technieken een soort driedimensionale schilderijen maakt. Schilderij-sculpturen met zee en strand als inspiratiebron. Zijn werk kende ik al wel maar nu was er een overzichtstentoonstelling in dat Museum Het Warenhuis. Eigenlijk moet je zijn schilderijen in ’t echt zien. Maar hier toch ter illustratie een korte video en wat foto’s.

een paar details
detail

Conclusie van dit alles? Ik ga voor de Rembrandtkaart en de Vereniging Rembrandt. Vooral omdat je zo ons beeldende kunst erfgoed mee helpt ondersteunen. Een nobel streven toch? Daar waar de overheid heel erg heeft gesneden. Tot volgende week.

TOOS

Claudia de Breij: ‘Kunst komt eerst’. HOE WAAR!!


Toos van Holstein, Windheim (olieverf 120-160 cm)

Bovenstaand schilderij was voor deze week eigenlijk helemaal niet gepland. Ik had een heel ander onderwerp op het oog. Maar dat komt dan volgende week wel.

Want bij toeval bladerde ik een aantal dagen geleden  door de VARAgids en kwam daar de wekelijkse column van Claudia de Breij tegen. Ik mag best verklappen dat ik van haar een groot fan ben. As ’t effe kan probeer ik dan ook altijd haar nieuwe shows te bezoeken. En bij de tot nu toe twee Oudejaarsconferences op tv van haar, zat ik er helemaal paraat voor. In die column schreef ze iets in verband met kunst waar ik helemaal achtersta. Maar zo goed en prachtig als zij ’t verwoordt gaat mij echt niet lukken. Dus neem ik hieronder gewoon een deel van haar column over.

Na een repetitie voor het afscheidsprogramma in Thialf van onze schaatsiconen Ireen Wüst en Sven Kramer zat ze nog na te praten met twee muzikanten, een van oorsprong Oekraïnse en een Nederlandse. ’t Ging over de door die twee gevoelde zinloosheid van het bespelen van hun cello en viool terwijl in Oekraïne een vreselijke oorlog woedt. Wat voor zin heeft kunst dan eigenlijk? Wat helpt dat? Het antwoord van Claudia?

Claudia de Breij

“Het helpt alles. Als er een ding is dat ertoe doet, dan is het kunst. Kunst komt eerst. Politici lijken ideeën te hebben, maar de echte ideeën die de wereld veranderen hebben zij gevonden in boeken, in toneelstukken, in opera’s en raps, in schilderijen en graffiti. Eerst spreken de kunstenaars, daarna komen de politici – al lijkt het andersom.

Heb je dat gezien, dat filmpje met die vrouw die viool speelde in de metro waar mensen schuilden? Of dat met de muzikanten en het koor van de opera van Odessa, die voor het gebouw van de opera het Slavenkoor uit Nabucco speelden? Buiten, op straat. ‘Va Pensiero’, niemand kent de woorden precies maar hele stadions zingen het mee.. Ze stonden daar en het was het tegendeel van bommen gooien. Het was beschaving. Het was waar de mensheid wél voor bedoeld is. Het was tegengif. Zelfs als je de opera bombardeert, maak je de muziek niet kapot. En dat jij cello speelt, en jij viool, dat is het resultaat van de moed om te kiezen voor iets dat ontroering brengt, en schoonheid, en beschaving, en waarmee je laat zien dat het leven ertoe doet omdat jij het de moeite waard vindt om iets te spelen dat driehonderd jaar geleden is gecomponeerd waarmee je bewijst dat het ertoe doet. Dat het verleden iets betekent in het hier en nu, en dat daardoor wat wij doen in het hier en nu iets uitmaakt voor de toekomst. Dat jij hebt gekozen om te studeren, jezelf te trainen, offers te maken voor iets dat echt belangrijk is.”

Die woorden waren me echt uit het hart gegrepen, die ontroerden me. Mee ook omdat ik me een aantal jaren geleden verdiepte in de ‘Edda’.

het manuscript van de Edda

Een middeleeuws IJslands manuscript waarin veel  mythologische verhalen van Noordelijk Europa zijn verzameld. Eigenlijk de noordelijke tegenhanger van de zuidelijke Griekse en Romeinse mythologie. Verhalen waarin de goden vanaf boven neerkijken op  het gedoe van de mensen beneden en met hen spelen zoals je dat met marionetten doet. Daaruit is het schilderij hier bovenaan ontstaan. Net zoals de aquarel en steendrukken hieronder.

aquarel als studie voor de steendruk hieronder
de bijbehorende steendruk

En nu is er zo’n figuur die zichzelf zo’n god waant en met zijn hielenlikkende paladijnen op dezelfde manier bezig is volken te bespelen en in het verderf te storten. Kijk naar hoe ze mensen en steden vernietigen. Maar kijk ook naar de restauratie van oude monumenten in het Midden-Oosten die eerst door IS werden vernietigd. En naar steden als Dresden en Rotterdam die ooit werden plat gebombardeerd maar elk op een eigen manier uit hun as verrezen. Kijk naar al die schilderijen die met grote vakkennis en doorzettingsvermogen prachtig worden gerestaureerd. Kijk naar oude films die beeldje voor beeldje weer toonbaar worden gemaakt. Kijk naar de oeroude manuscripten die in onze kijk op de wereld nog steeds een rol spelen. Kijk naar de Griekse tragediën. Want kunst doet er altijd toe. Altijd! Vroeger, nu en in de toekomst. Claudia, dank voor je woorden. Oh ja, en levensgezel heeft al kaartjes geregeld voor één van de try-outs  van haar nieuwe Oudejaarsconference op 31 december. Tot volgende week.

TOOS

Diepenheim kan weer helemaal uit z’n kunstdak gaan, ook met mij erbij


Stel dat je willekeurige Nederlanders vraagt op een blinde kaart van ons land aan te wijzen waar Diepenheim ligt. Behoorlijke kans dat de blikken wazig gaan worden en dat je net zoiets krijgt als bij een humoristisch onderdeel uit het jaren 90 tv-programma De Vakantieman. Waarbij vakantiegangers op een blinde kaart van Europa moesten aanwijzen in welk land en welke plaats ze zich op dat moment bevonden. Ik vond op YouTube nog een hilarisch filmpje daarover, zich afspelend in Benidorm.

Maar stel nu dat je je voor zo’n soort aanwijzing van Diepenheim beperkt tot kunstliefhebbers. Dan zouden best wel eens de nodige vingers kunnen wijzen naar ergens op een denkbeeldige verbindingslijn tussen Zutphen en Almelo. Want niet voor niets zet Diepenheim zich op de kaart als het Stedeke van Kunst en Cultuur. Met diverse kunstcentra en als ultieme manifestatie al jaren het ‘Kunstmoment Diepenheim’. Een tiendaags kunstfestijn op heel veel locaties met heel veel kunstenaars. Dat in oktober altijd duizenden bezoekers trok. Ja, trok! Want de laatste twee jaar dus even niet. Iets met een virus! En daardoor geen Kunstmoment. ’t Bleef stil in het Stedeke.

Maar nu komt er een vervroegde inhaalslag. De 16e editie is naar voren gehaald, naar de periode rond Pasen. Van vrijdag  15 tot en met zondag 24 april. Op een kleine 40 plekken in en om Diepenheim. Met ook mijn deelname. In, wat ik zelf vind, de mooiste galerie van het Stedeke. Galerie Álafran aan de Grotestraat 45 .

Ik werk namelijk al flink wat jaren op een heel prettige manier samen met Irma en Hugo Blank, de eigenaren van de galerie. Dus toen ze me vroegen of ik ook schilderijen beschikbaar wilde stellen voor hun groepsexpositie tijden het Kunstmoment hoefde ik daarover in ’t geheel niet na te denken. Ja, natuurlijk.

hierboven en hieronder enkele werken uit mijn ‘The 70-Series’ die ook in Galerie Álafran zijn te zien

Dus nu kunnen de hopelijk weer duizenden bezoekers tien dagen lang ook werk van mij bekijken. Elke dag van 11 tot 17 uur. Ja, je leest ’t goed, elke dag. Maar er valt dan ook heel wat te bezoeken. Kijk https://www.diepenheim.nl/ en https://www.kunstmomentdiepenheim.nl/home/44 er maar eens op na.

Mocht je trouwens op zoek zijn naar een leuk tweede huisje in het oosten van het land? Daarvan zijn er in en rond Diepenheim nogal wat te vinden. Kijk maar.

Er is voor de belangstellenden zelfs een speciale route uitgezet om de zes bij Diepenheim behorende grote landhuizen en kastelen op je gemak te kunnen bekijken. Niet onaardig toch, die optrekjes?

Een paar jaar geleden kwam ik, ook niet ver van Diepenheim, nog een prachtige, enigszins verborgen kunstparel tegen. Gewoon vanuit Diepenheim richting Delden gaan. Naar het particuliere Museum No Hero. Absoluut de moeite waard.

Musaeum No Hero in Delden

Dus op of rond Pasen erop uit? Gewoon naar het Stedeke Diepenheim!! Tot volgende week.

TOOS

‘Zeeland, Het wonder linksonder’ en de Zeeuwse Cultuur Agenda


Rechtsboven op de kaart van Nederland heb je ‘Er gaat niets boven Groningen’. Perfect bedacht. De officiële Zeeuwse slogan ‘Zeeland, land in zee’ steekt daar wel erg saai bij af. Dus opperde laatst een tekstschrijver  ‘Zeeland, het wonder linksonder’.  Wat mij betreft een schot in de roos. Die kreet bleef direct hangen. Vooral ook vanwege de wond’re zaken die ik er zelf meemaak.Zoals bijvoorbeeld dat ik kort geleden voor het eerst van mijn leven aanschoof bij een podcast opname.

in de podcaststudio van Zeeuwse Cultuur Agenda

Voor de ‘Zeeuwse Cultuur Agenda’ nog wel. Maar daarover straks meer. Kun je nu je nieuwsgierigheid al niet bedwingen, klik dan hier. Dat die Zeeuwse Cultuur Agenda bestaat is eigenlijk ook weer een wond’re zaak. Ter illustratie daarvan even een persoonlijke anekdote.

voorkant van de brochure bij de expositie ‘TOOS, de ontdekkende mens’

In 2011 creëerde ik, samen met het maritiem muZEEum in Vlissingen,  een heel grote, bijzondere en een half jaar durende solotentoonstelling in Fort Rammekens . Dat prachtige, machtige en eeuwenoude zeefort in Ritthem, aan de monding van de Westerschelde. Voor die expositie ‘TOOS, de ontdekkende mens’ werden natuurlijk flyers en brochures gemaakt en verspreid. Dus pleegde ik daarvoor ook een telefoontje naar de Tourist Shop in Goes. Waar een medewerker op een bepaald moment de volgende, voor mij nog steeds legendarische woorden sprak. “Ritthem, dat is toch op Walcheren? Nee, dat doen wij niet, dat is een ander eiland”.

Ik was echt volstrekt verbouwereerd. Hoever liggen Goes en Vlissingen nou van elkaar? En stel je even de A58 van Bergen op Zoom naar Vlissingen voor. Ooit gemerkt dat je dan van het eiland Zuid-Beveland naar het eiland Walcheren hopt? Kijk, als Zeeland er nog zo bij lag als op deze reconstructie van de situatie rond het jaar 1300, ja dan?

Dan had ik me er iets bij kunnen voorstellen. Maar zoals Zeeland nu is? Met, in naam, nog vijf eilanden en het ook tot één gebied aan elkaar geslibde en gepolderde Zeeuws-Vlaanderen? Het gebied dat hoe dan ook Nederlands moest blijven? Konden we de Belgen lekker pesten met de beheersing over de toegang naar Antwerpen, hun belangrijkste haven.

de provincie Zeeland nu

Grappig trouwens dat juist Walcheren en Zuid-Beveland in Zeeuws-Vlaanderen nog steeds worden betiteld als ‘de overkant’. Zoveel eeuwen na de Tachtigjarige Oorlog nog steeds dat apartheids en eilanddenken! Een wond’re zaak toch?

de glossy ‘Zeeuwse Cultuur Agenda’ voor deze maanden

Daarom is ’t ook zo bijzonder dat hoofdredacteur Rob Bakker en zijn team het glossy magazine ‘Zeeuwse Cultuur Agenda’ van de grond hebben gekregen. Een drie tot vier keer per jaar verschijnend blad. Uiterst verzorgd en helemaal gratis te verkrijgen op gigantisch veel plekken in Zeeland. Met daarin redactionele artikelen en een agenda waaruit blijkt dat Zeeland, met nog geen 400.000 inwoners, stikt van de culturele activiteiten. In de theaters en concertzalen, op de podia, in de museums, bij kunstroutes, en wat al niet meer. Noem ’t en ’t staat erin. Petje af voor Rob en zijn redactie. Ook trouwens voor hun uitgebreide, informatieve website zeeuwsecultuuragenda.nl/.

Nu is Rob Bakker sinds kort dus ook begonnen met een wekelijkse podcast. Opgenomen in een studio op een zolder in Geervliet. Een half uur durend programma over culturele evenementen in Zeeland en met elke keer ook een speciale gast. Waardoor levensgezel en ik ons een paar weken geleden richting Geervliet spoedden. Even voor alle duidelijkheid, op Noord-Beveland, een ander eiland. En daar overkwam ons weer zo’n wond’re zaak. We keken elkaar aan van “maar dit kennen we toch, hier zat toch ooit Galerie Hofstede Lijn 3?”. Geervliet mag dan bekend staan als het kleinste dorp van Zeeland maar de wereld bleek er ook weer eens heel klein.

in de grote schuur links zat tot voor enkele jaren de galerie Hofstede Lijn 3

Want een aantal jaren geleden waren we daar al eens geweest. Om als vriendendienst een behoorlijk groot schilderij van de ons bekende Haagse kunstenaar Poen de Wijs naar die galerie te brengen. Poens auto was namelijk te klein. En levensgezel  kende die galerie al toen die nog in Den Haag was gevestigd. Prima geregeld dus.  Die nieuwe vestiging in Geervliet was prachtig, maar sloot enkele jaren geleden. Wat er nu wel op dat terrein zit, is de woning van Rob Bakker en zijn podcaststudio.

tijdens de opname
screenshot van de website pagina die je te zien krijgt als je op de link naar de podcast klikt

Zoals ’t heet ‘voor alles in het leven is er een eerste keer’. Ook voor meedoen met een podcastopname. Het resultaat kun je hier via Spotify beluisteren. Met in het eerste kwartier dat interview met mij. Waarin ik uitgebreid kon vertellen over het wie-wat-en-waarom van mijn kunst. Toen ik het eindresultaat kon terugluisteren, was ik er best tevreden over. Zeg nou nog maar eens dat ‘Zeeland, het wonder linksonder’ geen mooie slogan is. Tot volgende week.

TOOS

Afdeling ‘Moeilijke Vragen’: is de 17e eeuwse kunst van Artemisia als feministisch te bestempelen?


Ik was dus, zo vertelde ik vorige week, in het Rijksmuseum Twenthe. Bij ‘Artemisia. Vrouw & Macht’ (lees hier maar). En kwam daar enthousiast en vol gedachtespinsels vandaan. Ook vanwege spinsels in allerlei artikelen en boeken over mijn schildersheld Artemisia Gentileschi (1593-1653) die tegenwoordig de markt overstromen. Er wordt over haar wat afgeschreven en gespiegologiseerd (voor woorduitleg zie vorige week)! Ben je eerst weggezakt in vergetelheid, wordt je eeuwen later ineens wereldberoemd en krijg je in sommige kringen ineens het stempel van echte feminist van zeer avant la lettre. Op zich begrijpelijk gezien haar verkrachtingsgeschiedenis en de schilderijen die ze daarna maakte.

nog een van de zalen van de expositie

Tijd dus voor dat beloofde tweede gedachte-experiment.  Want hoe afschuwelijk ook haar ervaring, hoe zou Artemisia zelf alle huidige drukte over haar vanuit haar kunstenaarshiernamaalshoekje ervaren? Wat zou ze vinden van die feministische toe-eigening van haar werk? Zou ze van al dat psychologische geïnterpreteer, al die psygoochelarij, blij worden?

Kijk, natuurlijk heeft ze veel schilderijen gecreëerd met thema’s over vrouwen onder druk en moedige, wraaknemende vrouwen. Zoals Susanna, Jaël, Judith (vorige week!)  Maar hebben Rembrandt en Rubens niet ook ‘Susanna en de Ouderlingen’ geschilderd? Is ‘De onthoofding van Holofernes’ van Caravaggio niet ook wereldberoemd? En hebben veel andere mannelijke kunstenaars niet ook Holofernes bij de kruin gepakt? Net zoals ze ook Jaël op Sisera’s hoofd hebben laten hameren? Dat waren in de 17e eeuw gewoonweg heel populaire thema’s! Adel, kerkprelaten, vermogende burgers, rijen rijke machthebbers wilden maar wat graag een ‘Holofernes’, een ‘Susanna’, een ‘Jaël’ aan hun muren hebben. En vergeet niet dat de kunstenaars van toen leefden van hun opdrachten. Daar waar het geld en de macht zaten, daar gingen ze. De klant was koning, soms letterlijk. Oh, u wilt een extatische ‘Maria Magdalena’? Maar natuurlijk, geen probleem, maken we voor Uwe Hoogheid. Zo ook dus Artemisia. Ze maakte er diverse. Zoals bijvoorbeeld de eerste hieronder die nu op een expositie in Detroit hangt en de tweede die ik in Enschede fotografeerde.

Artemisia, Maria Magdalena (detail)
Artemisia, de Maria Magdalena in Enschede

Een ‘Cleopatra’ was ook nooit weg. Die populaire, machtige vrouw uit de Egyptische oudheid was beslist in. U vraagt, wij schilderen. Alweer Rubens deed ‘t. Net als Michelangelo en vele andere Italianen. En ook Artemisia. Drie hangen er in Enschede.

Artemisia, Cleopatra (met moeilijk zichtbaar bij haar rechterhand de gifslang waarmee ze zichzelf wil doden)
nog zo’n Cleopatra, met in de rechterhand weer de slang
detail met de slang
idem, met nu de slang die op het punt staat in haar linkerborst te bijten

Dus zou die psychologische en feministische benadering van haar werk nou wel zo zaligmakend zijn? Een ontdekking voor mij was daarom deze tekening van de Nederlander Leonaert Bramer (1596-1674) .

Artemisia stond naast haar vrouwtje dus ook haar mannetje. Want ’t staat er echt rechtsboven: Artemisia Gentileschi. Artemisia verkleed als man met snorretje, in Rome rond 1620 getekend op een gezellig feestje van de Bentvueghels. De clubnaam van een roemruchte groep vooral Lage Landen kunstenaars. Allemaal mannen die ter leringhe enkele jaren in Rome, the place to be, doorbrachten. Maar ter vermaeck ook graag uitgebreide schrans en drinkfestijnen aanrichten. Verkleed en wel.

anonym schilderij van zo’n verkleedpartij bij de Bentveughels

Met dus ook een keer een verklede Artemisia als gast tussen al die feestende mannen! Verrassend nietwaar? Ik moest ineens denken aan die feministische feesten uit onze jaren 70 met alleen vrouwen. Toegang voor de vijand, mannen, ten strengste verboden. Even voor alle duidelijkheid, niet mijn soort van feessie.

Wat trouwens te denken van onderstaand schilderij. Waarbij, opnieuw zo’n Oudtestamentisch verhaal, de eenvoudige herder David met een nauwkeurig gerichte steenslingerworp de reus Goliath heeft geveld en daarna met zijn zwaard onthoofd.

Artemisia, David met het hoofd van Goliath
detail

Zoiets van “hè, hè, wat een klus, dat hoofd is eigenlijk best een leuk steuntje, effe rustig zitten en uitpuffen”. Een behoorlijk macho schilderij toch? Opvallend feit: pas een paar jaren geleden is dit werk weer aan Artemisia toegeschreven. Terwijl het in 1631 al werd genoemd door een Duitse kunstenaar/schrijver die haar atelier bezocht.

Nog een ander herontdekt schilderij van haar?

Christus zegent de kinderen

In 1979 door het wereldberoemde New Yorkse Metropolitan Museum  verkocht. Onbekende meester, weg ermee. Hoeveel plukken haar zullen er uit de curatorhoofden zijn gerukt toen het in 2012, na restauratie, een echte Artemisia bleek. Wel een atypische natuurlijk gezien de geldende Artemisia-visie. 

Waar ik het in die visie wel helemaal mee eens ben, is dat Artemisia juist vrouwelijke emoties ook echt vrouwelijk weergeeft. Kijk nog maar eens naar een detail van haar ‘Susanna en de Ouderlingen’ uit Enschede. Geschilderd in 1622. Geef vertwijfeling en angst maar eens zo weer!

Dat deed ze trouwens ook al veel eerder, op 17-jarige leeftijd.

Artemisia, Susanna en de Ouderlingen (geschilderd op 17-jarige leeftijd)

Hoezo getalenteerd? Daar kan Rubens in een van zijn ‘Susanna’s een flinke punt aan zuigen.

Rubens, één van zijn ‘Susanna’s (detail)

Tot slot nog een Enschedese  ‘Holofernes’ als toegift? Oké. Misschien best een ideetje voor een ander blog: al die populaire 17e eeuwse afgehakte-hoofden-schilderijen eens bij elkaar.

Best ook een atypisch werk gezien kleurgebruik en koele emotie. Maar het is dan vermoedelijk ook een gezamenlijk schilderij van dochter Artemisia en vader Orazio. Ergens uit de periode 1607-10. Reken maar uit hoe oud ze toen was. Na al dat hakgeweld zat ’t trouwens best even lekker in het zonnetje op het binnenterras van het museum.

Tot volgende week.

TOOS

Vrouw & Macht, en Kunst natuurlijk, plus Artemisiaanse gedachte-experimenten


Yes, uiteindelijk toch nog gezien! Toen ie me in december door die plotsklapse, wat minder intelligente lockdown pijnlijk door de neus werd geboord, dacht ik: “Nou, tabee dan Artemesia. Dan maar niet naar die eerste grote expositie in Nederland over jou” . Maar de kunstgoden beschikten, godenzijdank, anders. Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede bleek ‘Artemisia. Vrouw & Macht’ over Artemisia Gentileschi (1593-1653) te kunnen verlengen. Het overgrote deel van de vooral buitenlandse bruiklenen mocht blijven hangen. Tot 27 maart. Zodat ik vorige week helemaal blij rondliep tussen de olieverven van één van mijn schildersiconen. Over wie ik al wel eerder schreef. Zoals hier en hier. Toch maar even een superkorte samenvatting daarvan? Oké.

in één van de zalen van de expositie

Artemisia, zeer talentrijke dochter van de bekende kunstenaar Orazio Gentileschi uit Rome. Op 18-jarige leeftijd verkracht door een ateliermedewerker. Gevolg een voor haar bijzonder tragische rechtszaak daarover. Daarna vertrokken naar Florence. Achtereenvolgens ook ateliers in Genua, Rome, Londen, Napels. In combinatie met  een succesvolle carrière, zeer bijzonder voor een vrouw destijds. En tegenwoordig gezien als de powervrouw van de Italiaanse Barokperiode.

beroemd zelfportret van Artemisia

Met nu van mijn kant dus opnieuw een blog over haar. Zelfs in twee delen. Want teveel schrijfinspiratie, ook vanwege twee associatief opkomende Artemisiaanse gedachte-experimenten.

Het eerste. Stel nou, zo dacht ik,dat Artemisia vanuit een soortement kunstenaarshiernamaals de huidige aardse activiteiten rond haar schilderijen zou kunnen volgen. Belachelijk idee natuurlijk, dat geef ik direct toe. Maar het leuke van zo’n gedachte-experiment is dat niemand je tegenhoudt.

Zo zou Artemisia haar schilderijen nu niet alleen kunnen zien hangen in Enschede maar ook nog bij twee prestigieuze  groepsexposities. In Rome: ‘Caravaggio and Artemisia, The Challenge of Judith’. In Detroit: ‘By Her Hand: Artemisia Gentileschi and Women Artists in Italy, 1500–1800’. En ook nog een tentoonstelling in wording in Edinburgh. Waar het Hare Majesteit Elizabeth behaagt een piepklein deeltje van haar zeer omvangrijke Royal Collection te tonen. Waarin bovenstaand  zelfportret van Artemisia gecombineerd met o.a. Rembrandt en Rubens.

deel van de tentoonstelling in Rome
deel van de tentoonstelling in Detroit

Zou Artemisia vanuit haar kunstenaarshiernamaalshoekje al die activiteit glunderend gadeslaan?  Dat kan toch bijna niet anders. Welke kunstenaar zou geen vreugdehuppeltjes maken als je na zoveel eeuwen weer hot bent, heel erg hot zelfs. En als je oeuvre in de wereld zoveel aandacht krijgt.

Petje af trouwens voor de leiding van Rijksmuseum Twenthe.  Want er is daar een grote prestatie geleverd. Probeer als regionaal Nederlands museum van de kleine 60 schilderijen die vandaag de dag aan Artemisia worden toegeschreven er maar eens 14 bij elkaar te lenen. In een rijk geschakeerde vertegenwoordiging van de verschillende thema’s waarmee Artemisia  zich vaak seriematig bezig hield.

Artemisia, Jaël en Sisera

“Even kijken, heb ik die tentharing zo wel goed staan? Nee, toch nog maar een centimetertje hoger. Ja, zo is ’t beter. Huppakee, daar gaat ie!” Een verhaal uit het Oude Testament waarbij Jaël de vijandige legerleider Sisera uitnodigt voor een overvloedige maaltijd, wacht tot hij in slaap valt en dan een tentharing door zijn hersens jast. Interessant boek hoor, dat Oude Testament. Nog maar zo’n voor-het-slapen-gaan verhaaltje daaruit?

Artemisia, Judith en Holofernes,.Het echte schilderij kon jammer genoeg niet langer blijven hangen en werd vervangen door een , ook jammer genoeg, slechte kleurenfoto op linnen. Daarom hieronder een betere internetfoto van het echte werk
het afgesneden hoofd van Holofernes wat meer in detail

De rijke, joodse weduwe Judith weet, samen met haar dienstmaagd, de Babylonische generaal Holofernes, die haar stad belegert, te benaderen in zijn legertent, hem met haar vrouwelijke, verleidelijke charmes dronken te voeren en daarna te onthoofden.

Artemisia, Judith en de Ouderlingen

Deze over Susanna en de ouderlingen mag er ook best zijn. Opnieuw zo’n verhaal uit de Hebreeuwse bijbel. Waarin twee machtige, oude mannen de natuurlijk beeldschone maar wel getrouwde Susanna onder dwang willen verleiden. Wat zij natuurlijk weigert, ook al wordt ze ernstig bedreigt. Uiteindelijk worden de geilaards ter dood veroordeeld. Eind goed, al goed.

Maar niet helemaal voor Artemisia. Want je zult maar op 18-jarige leeftijd verkracht worden en daarna jezelf in een proces moeten verdedigen (zie de links bovenaan)! Hoewel succesvol tijdens haar leven zonk ze daarna weg in relatieve vergetelheid. Schilderijen van haar hand werden zelfs aan anderen toegeschreven. Mannen natuurlijk! Pas weer in de jaren 70 van de vorige eeuw werd ze, dankzij de opkomende tweede feministische golf, opnieuw op het kunstschild gehesen. Er ontstond namelijk hernieuwde aandacht voor door mannen uit de kunstgeschiedenis weggeschreven vrouwen.  Maar bij Artemisia speelde nog dat extra element van haar verkrachting een sterke rol. De feministische toe-eigening en het  gespiegologiseer begonnen. Nee, dat laatste is geen taalfout. Denk maar eens aan de trend van nu om het verleden  vooral te laten weerkaatsen in de spiegels van onze huidige normen en waarden. Vandaar een tweede gedachte-experiment.  Maar dan over zeven nachtjes slapen.

een zaal gewoon helemaal voor ons zelf, zalig!

Nu eerst allemaal als de donder voor 27 maart naar Enschede. Tot volgende week.

TOOS

Wonderbaarlijke Toevallen die via Internationale (Kunst)Vrouwendag naar Leonor Fini leiden


Leonor Fini

Internationale Vrouwendag deze week en dan Leonor Fini opvoeren, een van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen? Niks opzet maar puur toeval! Gewoon een logisch vervolg op mijn blog van vorige week over Saint-Paul-de-Vence. Zoals ’t ook een toeval van lang geleden is, maar dan wel van een veel wonderbaarlijker soort, dat ik haar nu in de spotlights zet.

Nog eens Leonor Fini, maar dan op wat jongere leeftijd

 In Saint-Paul, in de zomer van 1994, hoorde ik haar naam voor het eerst. Van Sophie Kerfanto, eigenaresse van theesalon Abacadabra en mijn tijdelijke ‘hospita’, die een groot bewonderaar van Leonor Fini (1907 Argentinië-1996 Frankrijk) was. Volkomen terecht, zo leerde ik toen al snel in de bibliotheek van de Fondation Maeght, het museum voor hedendaagse kunst bij Saint-Paul. Wat een ravissante, vrijgevochten, onafhankelijke en krachtige vrouw! En wat een groot kunstenaar! Tijdens haar leven terecht zeer gekend bij ‘tout Paris’  maar onterecht niet toen al wereldberoemd.

een paar schilderijen van Leonor Fini

Nu dat wonderbaarlijke toeval. In diezelfde zomer raakte ik betrokken bij Galerie Quadrige in Nice. Wat bleek toen ik daar een keer de naam Leonor Fini liet vallen? Mede-galerist, de oude Pierre Cottalorda,  bleek met haar te hebben samengewerkt. En sindsdien is zij onafscheidelijk geworden in mijn kunstleven. Vandaar ook die zwart-wit foto uit 2002 waarmee ik de laatste paar weken eindigde.

Met links galerist Jean-Paul Aureglia en zittend zijn oude compaan en leermeester Pierre. Terwijl op de achtergrond een nogal onduidelijk schilderij hangt. Wel een werk van Leonor Fini, dat wist ik. Maar het hoe en wat en waarom ’t daar hing? Pierre kan ik ’t niet meer vragen en Jean-Paul’s verhaal bleef toch wat onduidelijk.

zoals dat in Frankrijk hoort, na de opening van een tentoonstelling van mij, naar een restaurant voor een copieuze maaltijd, hier tussen Jean-Paul en Pierre in

Maar nu ben ik erachter. In feite door een wonderlijk bezoek van levensgezel en mij in Manhattan in november 2015. Een bezoek aan dit unieke kunstpaleisje.

in het midden duidelijk een werk van Leonor Fini
Neil Zukerman in uitgaanstenue

Het appartement van Neil Zukerman en zijn echtgenoot Tom Shivers. Volledig tot de nok behangen met kunst. Waaronder een aantal Fini’s. Het grote schilderij waarnaast Neil zelf staat te pronken is trouwens niet van haar. Van wie wel wordt nog eens een ander boeiend kunstverhaal . Ook met wortels in Saint-Paul.

Maar hoe kwamen we bij Neil terecht? Reden 1: dat hij Leonor tijdens haar leven vele jaren vertegenwoordigd had in Amerika en dat nog steeds deed. Reden 2: dat levensgezel werk bezit van een kunstenaar voor wie hij hetzelfde deed. Reden 3: die houd ik nog geheim. Nadat we Neil een eerste e-mail hadden gestuurd, was ’t op z’n Amerikaans al heel snel ‘als jullie toch in New York zijn, kom maar, leuk’.

’t Werd een aangename en interessante middag. Waarin we ook leerden dat hij met een paar anderen druk bezig was aan een Catalogue Raisonné van Leonor Fini. Een dik boek met daarin al haar olieverfschilderijen gerangschikt en gecatalogiseerd. Plus een uitgebreide levensbeschrijving met foto’s van haar, een uitputtend overzicht van haar exposities en alle boeken die ze had geïllustreerd en … veel, veel meer. Een gigantische klus die nog wel een paar jaar zou duren. Dat werd langer dan verwacht maar uiteindelijk vorig jaar arriveerde een dik pakket. Want dat boekwerk moesten we natuurlijk wel hebben!Twee delen in een cassette, bijna vijf kilo zwaar.

een trotse Neil met de Catalogue Raisonné

Een lust om in te lezen en te bladeren. Dit moest Jean-Paul natuurlijk ook zien! Want zou dat onduidelijke schilderij van de foto erin staan? En ja hoor! Op pagina 471,met als titel ‘Scène de bal’.

Leonor Fini, Scène de bal, olieverfschilderij

Het bleek één uit een serie van twaalf schilderijen die Leonor had gemaakt met als inspiratiebron Shakespeare’s beroemde toneelstuk ‘Romeo en Julia’. Maar, nog belangrijker, waarom had ze die gemaakt? Omdat die goeie ouwe Pierre in samenwerking met Leonor de Franse tekst van ‘Romeo en Julia’ als livre d’art had uitgegeven. Als kunstboek in beperkte oplage, geïllustreerd met twaalf zeefdrukken gebaseerd op die schilderijen.

twee pagina’s uit de Catalogue met 10 van de 12 schilderijen uit de serie, rechts onderaan ‘Scène de bal’

De expositie  daarvan vond plaats in 1979 in Antibes en Marseille. Zo leerde de Catalogue Raisonné. Het livre d’art  ‘La Tragédie de Roméo et Juliette’ verscheen te gelijkertijd in Nice bij uitgeverij ‘La Diane Françaice’. De eigen uitgeverij van Pierre die hij in 1947 had opgericht om onder andere die kunstboeken te kunnen uitgeven. Kunstboeken waarvoor hij dus o.a. samenwerkte met Leonor Fini. Maar bijvoorbeeld ook met Henri Matisse, André Masson en schrijver Jean-Paul Sartre terwijl Salvador Dali voor hem ook geen onbekende was.

dat Leonor Fini en Salvador Dali elkaar kenden spreekt voor zich

 ‘La Diane Française’ bestaat nog steeds, nu met Jean-Paul aan het roer. Waardoor er nog steeds nieuwe livres d’art verschijnen. Met ook bijdragen van mij.

de stapel livres d’art met daarin mijn bijdragen met steendrukken

Naast dat schilderij ‘Scène de bal’ bezat Pierre, zo wist ik, nog een tweede schilderij van Leonor. Ook uit die Shakespeare-serie, zo bleek nu. Maar dat is via een tragische en ingewikkelde erfeniskwestie tot groot verdriet van Jean-Paul elders terechtgekomen. En dat van de foto? Ooit verkocht vanuit de galerie. Of hij daar spijt van heeft nu Leonor echt wereldberoemd begint te worden en haar werk records breekt op veilingen? Hij kan heel goed sfinxje spelen.

nog wat foto’s met Leonor Fini en ook schilderijen van haar

En nu gaat Leonor Fini op de komende Biënnale in Venetië ook nog een rol spelen, zo las ik. Dat wordt dus een verplicht bezoek en vast een nieuw Fini-verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Bedevaart naar Lourdes? Kom nou! Maar naar Saint-Paul-de-Vence? Prima!


Toen mijn moeder lang geleden bedevaartsoord Lourdes meemaakte, is ze daar bijna van haar katholieke geloof gevallen. Die opgeklopte, commerciële kermiszooi paste volstrekt niet bij haar persoonlijke geloofsopvatting . Als sinds-mijn-jonge-jaren-afvallige kon ik het alleen maar helemaal met haar eens zijn, ondanks haar grote teleurstelling.

Saint-Paul-de-Vence met gelukkig nog steeds die middeleeuwse omwalling

Toch bestaat er voor mij een bedevaartsoord waar ik graag kom. Een kunstgerelateerde plek natuurlijk! Saint-Paul-de-Vence, bekend vanwege een roemrijk kunstverleden. Magnifiek gelegen op een heuveltop in de binnenlanden van de Côte d’Azur. Daar waar in 1994 mijn grote Franse kunstavontuur startte. Ooit heb ik dat begin hier al eens beschreven.

Wat daaruit allemaal is voortgekomen? Heel veel. Bijvoorbeeld dat ik recent weer een paar weken in Nice verbleef. In mijn in 1997 verworven appartement/atelier. Onder andere om er een en ander te bespreken over een komend kunstproject (zie mijn blog van vorige week).

het Palais Venise in Nice met daarin mijn appartement/atelier

Nog een gevolg?  Dat ik af en toe beslist op bedevaart moet naar dat Saint-Paul-de-Vence. Niet om er een kaarsje aan te steken, maar gewoon om er rond te slenteren. Zoals vorige week eindelijk weer eens na bijna vier jaar. Zonder coronatoestanden was dat al veel eerder gebeurd.

Het is daar altijd een beetje nostalgisch thuiskomen. Want in de zomer van 1994 woonde ik er drie maanden. Op de zolder boven ‘Abacadabra’, de theesalon van Sophie Kerfanto. Later ‘La terrasse’ geheten toen het in andere handen was overgegaan. Een machtige zomer was dat. Ik mocht als ingeschrevene met parkeervergunning  zelfs nog zomaar met mijn auto over de middeleeuwse wallen rijden om er een van de weinige parkeerplekken te bemachtigen. Moet je tegenwoordig komen! Bewakers en pollers bij de stadspoort. Als ik nu over die verkeersluwe wallen wandel, moet ik altijd even omhoog kijken naar de ramen van ‘mijn’ zolder.

de ramen met de houten luiken, loodrecht boven mijn hoofd

Die ramen zijn er dus nog steeds. Maar mijn ‘Abacadabra/La Terrasse’ met de ingang aan de Rue Grande, de beroemde kunststraat waar ooit grote namen exposeerden,  bleek potdicht. En aan de rotzooi binnenin te zien, was dat ook al heel lang zo. Een financieel gevolg van corona? Wie weet.

de Rue Grande met bij het groene uithangbord ‘La terrasse’

Gelukkig functioneerde het bekende, net buiten de grote poort gelegen Café de la Place nog volop. Altijd heerlijk om daar te vertoeven, met het levendige jeu-de-boule plein vlak voor je neus . Heel wat keertjes heb ik er uren gezeten. Nu ook weer. Bedevaart, niet waar? En opnieuw heerlijk in de volle februarizon, met een salade Niçoise natuurlijk. Net zoals de beroemde kunstenaar Marc Chagall (1887-1985) dat de laatste twintig jaar van zijn leven, als ingezetene van Saint-Paul, ook regelmatig deed.

aan de salade Niçoise op het terras van Café de la Place
het jeu-de-boule plein, toch nog wel een beetje koud zo uit de luwte in de oostenwind

Daarom hoort bij mijn Saint-Paul gang ook altijd even een bezoekje aan het kerkhof , aan het eind van de Rue Grande. Om een eresteentje te leggen op  Marc Chagall’s graf.

het graf van Marc Chagall

Maar verder zie ik het stadje langzaam in een voor mij negatieve spiraal komen. Daar waar eerst nog galerieën zaten, krijg je nu opdringerig vanuit de deuropeningen ineens een plateau met heel kleine nogastukjes onder de neus geduwd. Eten en consumeren zult gij! Drie, vier keer overkwam dat ons. Steeds meer toeristenmassacommercie en steeds minder galerieën. Met ook steeds minder aantrekkelijke kunst. Wel veel glad, fabrieksmatig en hyperige kunstgedoe. Maar interessante kunst met een geheel eigen signatuur? Gebruik dat spreekwoordelijke lantaarntje maar.

Zo bleek ook de galerie van mijn Saint-Paulse kunstvriend Luc Warneck verdwenen. Altijd wipte ik wel aan bij Luc met wie ik in 1994 bevriend was geraakt. Met zijn vele contacten in het stadje zorgde hij er zelfs voor dat ik in de zomer van 1995 als eerste buitenlander mocht exposeren in het Musée de Saint-Paul-de-Vence. Vlak achter de middeleeuwse toegangspoort. In het gebouw waar nog steeds het Office de Tourisme is gevestigd.

links voor de poort het Office de Tourisme, boven mijn hoofd ‘mijn’ atelier waar Fuerza ontstond

Wel moest ik toen elke dag zelf aanwezig zijn. Daardoor is op die overdekte ruimte boven de poort het eerste wasmodel ontstaan van mijn beeld ‘Fuerza’. Daaraan kon ik in de schaduw lekker werken tussen het praten met de bezoekers door. Gevolg? Bronzen Fuerza’s, elk exemplaar altijd anders dan de voorgaande, bij collectioneurs in Amerika, Duitsland en natuurlijk Nederland.

een van mijn serie Fuerza’s

Luc ben ik altijd  een warm hart blijven toedragen. Maar waar was hij nu? Bij Café de la Place dus maar even vragen aan één van de oudere obers van wie ik zijn gezicht al ken vanaf 1994. Die bleek hem af en toe nog wel voorbij te zien komen. Want ons kent ons natuurlijk in Saint-Paul. Maar hoe of wat? Nee, dat wist hij niet. Hoe dan ook, in Middelburg heb ik een bij Luc in zijn galerie gekocht etsje hangen. Van een van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen: Leonor Fini.

dat etsje van Leonor Fini

En dat is gelijk een link met die zwart-wit foto van vorige week en ook een cliffhanger.

de zwart-wit foto die hier vorige week ook al stond

Tot volgende week.

TOOS

’10 Jaar en Meer’ 20 Jaar Later


natuurlijk een prima maniet van overleg over een nieuw kunstproject in Galerie Quadrige (Nice) met eigenaar jean-Paul Aureglia

Nice en mijn atelier daar. Altijd heerlijk om er te zijn. Côte d’Azur, zon, zee, ambiance, kunst, moet ik nog meer redenen noemen? Maar nu is er nog eentje extra. Namelijk het opzetten van een nieuw kunstboekproject met Jean-Paul Aureglia. De eigenaar van Galerie Quadrige en uitgeverij La Diane Française met wie ik al sinds 1994, als zijn enige Nederlandse kunstenaar, samenwerk.

de uitgave ‘Dix ans et plus’

Ter voorbereiding had ik ‘Dix ans et plus’ (Tien jaar en meer) weer eens ter hand genomen. Een uitgave die Jean-Paul maakte toen Quadrige in 2002 tien en La Diane Française 55 jaar bestond. Tien kunstenaars, waaronder ik, namen er aan deel met een kunstwerk in beperkte oplage. Ik met een zeefdruk.

Zo ontdekte ik in ‘Dix ans et plus’ opnieuw het artikel dat de Franse kunstrecensent  Gerard Rücker destijds over mij had geschreven.  ‘Da’s leuk voor mijn blog’ schoot door me heen. Bij deze dus, wel vertaald natuurlijk. Met enkele schilderijen van mij, ter illustratie van die tekst. Bereid je wel voor op de soms wat gezwollen kunsttaal. Frans, hè! En let ook op de zwart-wit foto aan het eind.

mijn zeefdruk voor ‘Dix ans et plus’

“Nederland is al eeuwenlang een land met een ontwikkelde kunstsector, meer in het bijzonder voor de schilderkunst. Honderden beroemde schilders werden er geboren en werkten er, velen van hen werden ware meesters en een genie in hun vak. Vanuit die achtergrond is het maar één stap naar de gedachte dat Toos van Holstein, geboren in 1949 in Eindhoven, van die voorouders haar passie voor het schilderen heeft geërfd.

Van alle kunstenaars die Qvadrige trouw zijn, is Toos van Holstein verreweg de meest bereisde. Om hiervan overtuigd te raken, hoef je alleen maar naar haar schilderijen te kijken: ze nodigen je uit om er even helemaal tussenuit te zijn, te dromen en te reizen. Ook als eigen reiservaring ontbreekt, voel je dit regelmatig terugkerende thema wel aan. Het doet je taferelen ontdekken, bekende stadslandschappen, ook al ben je mischien nog nooit in die landen geweest.

Toos van Holstein, Twogether
Toos van Holstein, Evening blues

Als tiener droomde Toos van Holstein er al van de wereld rond te reizen en het verhaal van haar grote reizen te schilderen. Na een gedegen artistieke opleiding aan de academie in Tilburg was Toos een aantal jaren leraar beeldende kunst. Daardoor kon ze slechts af en toe exposeren, maar wel veel reizen.Vanaf 1990 wijdt ze zich echter volledig aan haar kunst, die ze beoefent in alle disciplines: tekenen, aquarel, olieverf, lithografie of beeldhouwkunst. Haar successen, in het buitenland of in eigen land, mogen er zijn.

Toos van Holstein, Fiësta (steendruk)
Toos van Holstein, Dandelion (brons)

Toos van Holstein heeft een aantal landen bezocht. Egypte, Jordanië, Jemen, Tunesië, Syrië, Marokko, allemaal vanuit haar verlangen de oude cultuur van het Midden Oosten te leren kennen. Maar ze kent ook China, Sri Lanka, Mexico, Guatemala, Honduras en Noord-Amerika. Uit haar notitieboekjes en schetsen, uit haar verwondering, haar emoties, haar herinneringen, ontmoetingen met mensen uit steden en dorpen, ontstond zo een intiem en origineel oeuvre, van onmiskenbare schoonheid en esthetische kwaliteit.

Bij haar schilderijen  treedt de toeschouwer samen met de kunstenaar binnen in een veelzijdig universum waarin de sereniteit van het decor harmonisch samensmelt, in een omgeving ontdaan van vals exotisme, met mysterieuze rust, in een onwerkelijke transparantie doordrenkt met kalme, bewust gestuurde traagheid, waarin het leven stroomt met de verzamelde wijsheid van verhalenvertellers en dichters van alle culturen.

Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan ​​om plaats te maken voor gemoedsrust. De schilder verbeeldt het dagelijks leven met haar eigen suggestieve vleugje magie: “Grijp het geluk om van een bevoorrecht moment te kunnen genieten.”

Toos van Holstein, Introspection
Toos van Holstein, Wunjo

Toos schildert koepels, torens, monumentale halfopen deuren naar lange stille gangen, steegjes, patio’s in de medeplichtige schaduw verfrist door waterstralen van een fontein, door de zon verschroeide pleinen, delen van gebarsten muren, verweerd door tijd en geschiedenis . Haar schilderijen zijn decors waarin zachte en elegante silhouetten verglijden, soms gedrapeerd met lange gewaden, menselijke vormen zodanig discreet geplaatst alsof ze zich vrijwillig hebben laten schetsen.

Het gebruik van de glaceertechniek stelt de kunstenaar in staat om opeenvolgende verflagen met elkaar te verbinden en zo opvallende effecten van diepte in het materiaal te veroorzaken. De doeken lijken zelfs geërodeerd te zijn ten einde de indruk te wekken van afbrokkeling, veroorzaakt door het trage werk van de elementen, van zandstormen, regen, zon…

Toos van Holstein, Fontezuela
Toos van Holstein, City afternoon
Toos van Holstein, Il giardino

De werken van Toos van Holstein zijn geopende deuren naar een verbeelding die ze de onze laat zijn door het doen ontwaken van ons collectieve geheugen. Ze spreken tot het hart, tot de zintuigen en hebben het vermogen onze emotie op te wekken.

Tussen figuratie en zogenaamde informele kunst, kunst zonder vorm, wordt ons tijdloosheid aangeboden met de geheimen van een mooie droom die leidt naar een andere realiteit. Het is hier dat de combinatie van het grote talent van de kunstenaar, haar menselijke uitstraling en haar liefde voor het leven die ze zo bewonderenswaardig weet te delen, wordt bevestigd.”

Toen ik dit alles destijds voor de eerste keer las, moest ik er behoorlijk van blozen!

links Jean-Paul, zittend Pierre Cottalorda en erachter op de muur…. dat komt nog

En nu bovenstaande foto uit ‘Dix ans et plus’? Staand Jean-Paul, zittend zijn overleden compagnon Pierre Cottalorda en op de achtergrond een intrigerend schilderij. Wat dat werk met New York en Venetië heeft te maken? Binnenkort in dit theater. Tot volgende week.

TOOS

Eet ik zomaar uit mijn eigen bord en  nog veel meer keramische gevolgen


Uit je eigen bord eten bij een ander. Zonder dat eigen bord mee te hoeven nemen.  Beetje vreemd? Nee hoor, helemaal niet. Want een poos geleden schreef ik hier over een opdracht die ik had gekregen. Een aantal borden naar mijn eigen ontwerp laten maken in Gubbio (Umbrië) en ze daar ook beschilderen in het atelier van Rampini Ceramiche. Borden bedoeld om én de smaakpapillen én de kegeltjes in het netvlies van onze ogen te behagen.

Zulke borden wijd je natuurlijk niet in met wierook en wijwaterkwast. Nee, daar moet een exquise maaltijd aan te pas komen. Dus toen de opdrachtgevers, aan mij als maker en levensgezel als grote ondersteuner, vroegen deel te nemen aan dat inwijdingsproces was het antwoord duidelijk. Ja, graag! Want culinaire kwaliteiten kunnen onze gastheer beslist niet ontzegd worden. En daarbij hadden zijn levensgezellin en hij ook net een volledig nieuwe, van alle kookgemakken voorziene keuken  laten installeren.

in verband met de privacy heb ik onze gastvrouw en heer maar onthoofd

We zijn zeer tevreden huiswaarts gegaan. Want al ben ik natuurlijk niet onbevooroordeeld, ’t at heel lekker van ‘mijn eigen’ kleurrijke borden. In de loop van dit jaar ga ik trouwens weer richting Gubbio (waarover straks meer) en nieuwe borden kunnen altijd weer gedraaid worden door Daniele, de pottenbakker daar. Voor de goeie verstaander,  ’t is maar een hint!

Voor een andere liefhebber van mijn werk hoef ik overigens geen eetbord meer te laten maken. Hij geniet al jaren mijn schilderij ‘Yatchilan’ (hieronder). Toen hij zag dat ik dat onderwerp afgelopen herfst ook had gebruikt op één van mijn in Gubbio beschilderde borden waren hij en dat bord gelijk verkocht. Dat móést hij hebben. Nu zit hij ’s avonds bij het eten dubbel te genieten. Van zijn bord en van zijn schilderij.

het schilderij en het bord ‘Yatchilan’

Zo merk ik dat die nieuwe keramiektak bij mijn kunstactiviteiten veel positieve reacties oplevert. Tijdens het openingsweekeinde van de Kunstroute Middelburg op 5/6 februari vertrok er opnieuw een enthousiasteling met een bord. Maar niet na mij eerst met bord vereeuwigd te hebben. Heerlijk, dat soort veren in mijn achterwerk.

Binnenkort gaat mijn keramiek voor het eerst ook het galeriecircuit in. Noor van de Ven, galerie-eigenaar van Galerie Persoon in Eersel, wil er wel een paar showen op haar zogenaamde ‘Great Wall of Small’  waarop ook al een enkele werken uit mijn ‘The 70-Series’ pronken. Binnenkort dus misschien wel met ‘Jerubylon’ en ‘Città’. Want natuurlijk geef ik al mijn keramiekcreaties ook een titel.

links ‘Jerubylon’, rechts ‘Città’

Maar ’t draait echt niet alleen om borden. Van de vazen die ik maakte, staat er nu ook al een in Nijmegen. En over een poos gaan er nieuwe bijkomen. Want Giampietro Rampini en ik hebben het plan opgevat om een serie grotere vazen/kruiken te gaan maken. Een idee dat niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal. Daardoor ben ik nu af en toe bezig in een schetsboekje om ontwerpen te maken. Want dat is de bedoeling. Ik maak een ontwerp, Daniele van hierboven gaat aan het draaien en in Giampietro’s atelier ga ik ze daarna beschilderen. Dus als ik weer eens een ideetje heb, ga ik er even voor zitten met dat schetsboek op schoot. Wat ’t uiteindelijk gaat worden? Langzamerhand beginnen die ideeën vorm te krijgen.

Wat ik al wel zeker weet is dat ik over een aantal maanden weer in Gubbio zit. Ik kijk er nu al naar uit.

vorig jaar in het atelier van Giampietro

Tot volgende week.

TOOS

Ontboezemingen bij een dijk van een tentoonstelling over een Dijk van een Wijf: Paula Rego in Kunstmuseum Den Haag


te lang geleden dat ik zo in het Kunstmuseum Den Haag kon zitten

’t Mocht weer van onze regeerders dus ben ik gelijk maar begonnen met afvinken in mijn museumexpositiesverlanglijst. Hoe zou dat laatste woord vallen bij medespelers als je aan het scrabbelen bent? Maar dat terzijde.

Alweer wat jaartjes geleden kwam ik ergens op internet een mij onbekende kunstenaar tegen. Paula Rego. Ontzettend verkeerd van mij, zo zag ik al snel. Want die Paula Rego (1935), Portugees van geboorte ,wonend in Engeland en blijkbaar al wel befaamd in diverse buitenlanden, maakte sterk intrigerende schilderijen.

Paula Rego in haar atelier

En dat vind ik nu hééélemaal, na een bezoek aan het Kunstmuseum Den Haag! Kijk maar eens  naar een schilderij uit het begin van haar kunstcarrière en een veel later gecreëerd doek. Dat noem je ‘een ontwikkeling doormaken’.

Paula Rego, Salazar braakt het vasderland uit (1960)

Destijds legde ik gelijk al een map over haar aan op de harde schijf. Dus toen Kunstmuseum Den Haag begin vorig jaar aankondigde eind november een grote expositie over haar te openen, voelde dat direct als ‘bingo!’. Maar eind vorig jaar? Oei, oei! Dus liep ik er pas heel recent rond. Een paar dagen nadat de musea weer eens opnieuw waren ‘vrijgegeven’ door Rutte en zijn nieuwe secondant Kuipers. In de eerste expositiezaal was ’t gelijk alweer ‘bingo!’.

Zeenimf (1978)

Daar zat in een vitrine een pop. Maar voor mij niet zomaar een pop. Nee, een wat grimmige engel, met vleugeltjes. Met als inspiratiebron de Divina Commedia van Dante en gravures die Gustave Doré er in de 19e eeuw bij maakte. Trouwe bloglezers begrijpen waarschijnlijk direct mijn ‘bingo’. En de niet trouwe? Kijk hier maar.

Uitgelegd werd dat haar vader aan Paula als kind regelmatig uit die Divina Commedia voorlas. Dus Paula’s inspiratie, de mijne deed ik op latere leeftijd op, werd haar met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten.

Zo kreeg ik wat zalen verder opnieuw een bingo-gevoel .  Want op de academie wijdde ik al een scriptie aan Francisco Goya (1746-1828), gegrepen als ik werd door de dramatiek, de donkere krochten van de ziel en ook de surrealistische humor in zijn schilderijen en etsen. Laat nu Paula Rego zich ook door hem hebben laten beïnvloeden bij haar serie etsen “Kinderrijmpjes’.

Three blind mice II, ets en aquatint op papier

Ik moest gelijk denken aan Goya’s beroemde serie ‘Los caprichos’. Waarvan ik ooit een na zijn dood, maar met de oorspronkelijke etsplaat, vervaardigd exemplaar op de kop kon tikken. Maar ik ging helemaal plat voor Paula bij haar ‘operaschilderijen’.

Aida (1983)

Zij werd, alweer door haar vader, als kind al meegenomen naar de opera. Bij mij kwam die kunstvorm ook op m’n pad, zij ’t opnieuw op latere leeftijd. En nu wil ik niet meer zonder. Zeker niet zonder Giuseppe Verdi . En wat doet Paula Rego? Die speelt in haar atelier tijdens het schilderen regelmatig zijn opera’s af. Vooral Aida, Rigoletto en La Traviata. Waarvan ik, sinds levensgezel in mijn leven kwam, uitvoeringen heb gezien in achtereenvolgens de arena van Verona, de Stopera in Amsterdam en Teatro la Fenice in Venetië.

in een van de zalen

Als kunstenaar maar ook als vrouw kan Rego voor mij dus absoluut niet meer stuk. Geboren onder de dictatuur van het Portugese Salazar regime, opgevoed in een sterk antidictatuur gerichte familie, naar Londen gestuurd om zich daar aan de academie- met o.a. les van de beroemde Lucian Freud- beter te kunnen ontwikkelen, is ze altijd sterk aan Portugal gebonden gebleven. In 2007 werden zelfs posters met pastelschilderijen van haar gebruikt in een campagne voor het legaliseren van abortus. In het streng katholieke Portugal gebeurde een wonder: die strijd werd gewonnen. Mee dankzij onderstaande schilderijen van vrouwen na een illegale abortus. Hebben die woorden nodig? Nee!

detail uit een van die schilderijen (1998)

Één zaal is volledig gewijd aan de serie ‘Bezetenheid I-VII’. Pastels die Rego maakte naar aanleiding van foto’s die eind 19e eeuw waren gemaakt van zogenaamd hysterische vrouwen.  Geheel passend in het destijds geldende Victoriaanse beeld van de ‘mentaal zwakke’ vrouw.

uit de serie Bezetenheid (2004)

Eigenlijk geen wonder dat ze dit schilderde. Want ze heeft er nooit een geheim van gemaakt dat ze leed aan zware depressies  en daarvoor langdurig is behandeld met de Jungiaanse therapie. Ik vermoed zomaar dat het daarbij graven in haar ziel ook flink wat inspiratie heeft opgeleverd voor haar oeuvre. Want in haar intrigerende schilderijen vertelt ze altijd ingewikkelde verhalen. Maar welk verhaal? Je krijgt elementen aangereikt waarmee je echt zelf je eigen versie moet maken. Probeer dat maar eens bij de volgende voorbeelden.

De vogelverschrikker en het varken (2005)
De schuur (1994)
De kunstenaar in haar atelier (1993)
De verloving (1999
De kussenman (2004)
detail

Een topper is echt ‘De Dans'(1988). Gemaakt na het overlijden van haar Engelse echtgenoot.

De dans (1988).

Rechts danst ze met hem, maar kijken ze elkaar niet aan. Links daarvan danst Paula ook, maar dan met haar moeder en grootmoeder. Dan weer de echtgenoot, maar nu met een blonde minnares en een heel speciale blik. En ten slotte Paula in haar eentje, meer dan levensgroot. Met boven alles uittorenend  een massief, donker gevangenisfort dat tijdens de dictatuur van Salazar ook als martelplek werd gebruikt. Maak maar weer je eigen verhaal. Of beter, ga zelf kijken bij deze machtige tentoonstelling (tot 20 maart) want ik heb heel veel niet verteld. Op NPO Start staat trouwens nog een prachtige documentaire over haar met deze link.

https://www.npostart.nl/close-up/11-12-2021/AT_300003466

En hier nog een paar toegiften.

Eiland van de lichtjes van Pinokkio (1996)

Tot volgende week.

TOOS

Laat je verleiden door de Sirenen van het Musiom en mijn Museale Tweeslag


museum ‘MUSiOM-huis voor hedendaagse kunst’ in Amersfoort

Voor alles in het leven is er een eerste keer. Zoals bijvoorbeeld voor een museale tweeslag. Nou, en die maak ik dus nu voor het eerst van mijn leven mee.

Het grootste deel van mijn tentoonstellingsleven speelt zich weliswaar af in de galerie en kunstbeurzenwereld maar soms zit er een museumexpositie tussendoor. De allereerste keer was lang geleden in het Musée Municipal van Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Daarna volgden nog diverse andere. Onder andere mijn expositie TOOS in Fort Rammekens via het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen en een lithotentoonstelling in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard . En nu hang ik tot 29 mei zelfs dubbel geëxposeerd in ‘Musiom-huis voor hedendaagse kunst’ in Amersfoort. In de Musiom galerie met een solotentoonstelling en met enkele andere schilderijen in de thematentoonstelling ‘Lage landen en de zee’. Daarover straks meer.

advertentie in de KunstKrant over de thematentoonstelling ‘Lage landen en de zee’ en mijn expositie in de MUSiOM galerie
advertentie’Lage landen en de zee’ met rechts onderaan een werk van mij, 10 april is trouwens verlengd tot 29 mei

Eerst dat Musiom (https://musiom.art/), gelegen direct tegen de oude stadskern aan. Bezoek je regelmatig galerieën en musea, dan kun je dat Musiom bijna niet missen. Als je ten minste een exemplaar van de ‘KunstKrant-Informatiekrant voor beelden kunst’ meeneemt. Altijd in stapels vrij beschikbaar en een van de meest informatieve kunsttijdschriften in Nederland. Met daarin nu naast een verhaal over ‘Lage landen en de zee’ ook de hier getoonde advertenties.

Het nog relatief jonge museum timmert dus behoorlijk dynamisch aan de kunstweg. Ik vind zelfs dat ’t een vermelding in het Guinness Book of World Records verdient. Ga maar na. Pas begonnen ergens in 2018 voldeed het begin 2020 al aan de regels van de officiële Museumnorm. Volgens mij een nog nooit vertoond bureacratierecord in museaal Nederland. Met onder andere als prettige bijkomstigheid dat het Musiom daardoor een financiële bijdrage ontvangt voor elke bezoeker die met de bekende Museumkaart gratis toegang heeft. Dat het bestuur van de Stichting Musiom dit in maar twee jaar tijd voor elkaar heeft gekregen, mag een ware prestatie heten!

Maar Herold Boertjens, voorzitter van de stichting, zet zich daar dan ook volledig voor in. Net zoals sinds enige tijd nu ook Frank van Oortmersen. De man die ik goed ken uit zijn jaren als directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. Ja, inderdaad, het museum dat ik hierboven al noemde. De man ook die dat museum toen met heel veel energie stevig heeft weten neer te zetten op de Nederlandse museumlandkaart.

beeldenbinnenplaats van het MUSiOM waar binnenkort ook een café-achtige serre komt

En nu bemoeien onder anderen die twee zich er stevig tegenaan om de generatie kunstenaars, geboren in de periode 1950-60 plus of min een beetje, een verdiende statuur te geven in de museale wereld. Die generatie is namelijk volstrekt onterecht door diverse oorzaken behoorlijk tussen de museumwallen en schepen gevallen. Maar dat is een ander verhaal.

screenshot van de MUSiOM-galerie pagina (klik hier maar)

Sinds kort heeft het Musiom geheel volgens planning ook een verkooppgalerie binnen de muren. De ‘MUSiOM galerie’ (klik hier maar)Maar wel een tikkie anders dan anders. Want bij verkoop van een kunstwerk wordt natuurlijk de kunstenaar er zeker niet slechter van, maar gaat ook een percentage van de verkoopprijs naar de niet winst beogende Stichting Musiom. Met andere woorden, dat geld wordt weer in het museum zelf gestopt. Om de faciliteiten voor de bezoekers steeds verder te veraangenamen. Ik hoop echt dat ik daaraan wat euro’s kan bijdragen met mijn expositie. Allemaal naar het Musiom dus!!

met voorzitter Herold Boertjens in gesprek bij mijn expositie
deel van die expositie

Dan kun je daar ook die expositie ‘Lage Landen en de zee’ bekijken. Een thema waardoor een aantal kunstenaars met hun geboortejaar ergens rond en in die 1950-60 zich vaak verrassend  heeft laten inspireren. Met daarbij ondergetekende uit 1949. In de grote zaal hangen van mij twee schilderijen, ‘Afternoon pleasure’ en ‘Rolling over’.

links ‘Afternoon pleasure’, rechts ‘Rolling over’
deel van de expositie
speurtochtblad voor kinderen, met daarin ook een schilderij-onderdeel van mij, speur maar!

Op de 1e etage, waar zich ook de MUSiOM galerie met mijn solo bevindt, kom je dan nog ‘Sirène’ tegen. Geïnspireerd op een bekend avontuur van Odysseus. Die heeft zich, terwijl de oren van zijn bemanningsleden zijn dicht gestopt, aan de scheepsmast laten vastbinden om toch het oververleidelijke gezang van de Sirenen aan te kunnen horen.

Siréne, onderdeel van ‘Lage landen en de zee’

Als nu veel lezers van dit blog zich ook laten verleiden om het Musiom te bezoeken, maakt me dat helemaal blij. Tot volgende week.

TOOS

Oh, Oh, Omikron en Neerlands Beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond


Van Middelburg even op en neer naar Assen? Of Enschede? Nee, toch net iets teveel van het verre. Maar als ik levensgezel vraag om beide steden in te passen in een zowel familiale, kunstzakelijke als  logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas weet ik dat ’t wel voor elkaar komt. Maar waarom Assen en Enschede? Natuurlijk vanwege ‘Viva la Frida’ in het Drents Museum en ‘Artemisia, Vrouw & Macht’ in het Rijksmuseum Twenthe.

Dat Rondje Nederland was weer eens even noodzakelijk. Er moest kunst van mij naar kopers in Bergen en Nijmegen. Ook had ik beloofd om een keer in Borne (bij Hengelo)gezellig te komen borrelen bij de enthousiaste bezitters van twee recent bij Galerie Álafran (Diepenheim)aangekochte grote Toos-schilderijen. Verder stond er al een familiebezoek in Friesland in onze agenda’s. Terwijl ook zakelijke kunstafspraken in Emmen en Nijmegen moesten worden geëffectueerd. Net zoals het brengen van flink wat werken naar de galerie van museum Musiom in Amersfoort. Voor een nieuwe solo expositie daar. Maar dat verhaal komt nog wel.

Dat alles combineren in een Tour des Pays-Bas met ook Assen en Enschede er nog bij? Geen probleem voor levensgezel.

Alles dus geregeld, zijn we via Bergen in Friesland aangeland, komen Rutte en De Jonge op nota bene zaterdagavond hun zoveelste coronaconference geven. Lockdown! Musea dicht! Vergeet Frida op maandag maar. En Artemisia op dinsdag? Mooi niet dus!

persconferentie of conference, ik weet ’t eigenlijk niet meer

Bij ‘Viva la Frida’, over schildersicoon Frida Kahlo, valt daarmee voor nu wel te leven. Die expositie loopt nog tot 27 maart. En over haar en haar grote liefde Diego Rivera zag ik deze zomer al een prachtige tentoonstelling in het Amstelveense Cobra Museum. Lees hier maar.

een beroemd zelfportret van Artemisia, 1638-39

Maar bij mijn 17e eeuwse schildersheld en dijk van een wijf Artemisia Gentileschi? Vorig jaar boorde Covid-19 mij nog een grootse expositie over haar in Londen door de neus. Zou ik voor het eerst met de Eurostar naar die stad, was alles met hotel en kaartjes voor de National Gallery geregeld, komen er quarantaineregels op dat Brexit-eiland en rijdt die trein ook niet meer. Daaraan wijdde ik vorig jaar juli al een blog.

zie ook maar dit viseo opwarmertje voor de expositie

Met Artemisia zit ’t dus niet mee. Maar ingedachtig de uitspraak van onze beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond (oh ja, en ook nog onze Beste Voetballer Ooit) ‘elk nadeel hep ze voordeel’ , houd ik op deze manier natuurlijk wel iets over om naar uit te kijken. Nu maar hopen dat als het Orakel van het Haagse Torentje begin volgend jaar nieuwe Omikron-uitspraken doet, ik het Rijksmuseum Twenthe toch nog kan bezoeken voor de sluitingsdag 23 januari van  ‘Artemisia, Vrouw & Macht’. Dan toch maar gewoon even op en neer van Middelburg naar Enschede? Een halfvol glas is ten slotte beter dan een halfleeg.

En of Assen nog wat later aan de beurt kan komen? Dat zou wel fijn zijn. Dan zou mijn glas zomaar meer dan half vol raken. Ook omdat de stad, buiten het museum, volop meedoet met Frida-uitingen, zo zag ik bij onderstaande foto’s.

muurschildering in Assen vanwege Viva la Frida
veel Frida, maar wel dicht natuurlijk

Trouwens, na al die andere afspraken wel te hebben kunnen afhandelen, met  als laatste het in etappe 4 afleveren van mijn schilderijen bij het Amersfoortse Musiom, voelde ik me in finishplaats Middelburg best wel wat moe.

mijn schilderijen aflevern voor een solo expositie in de galerie van het Musiom die hopelijk ergens in januari van start kan gaan

Hoe zou dat zijn geweest met nog die twee expositiebezoeken erbij? Best nog wel een beetje moeier, schat ik zo in. Eigenlijk dus, op z’n Cruijffiaans, nog zo’n voordeel bij een nadeel.

Nu op naar 2022. Maak er ondanks, of misschien juist dankzij de Omikronvariant een mooie, vuurwerkvrije en gedenkwaardige Oud en Nieuwjaarsviering van.  Tot volgende week.

TOOS

De staart van Dante700, zijn botten en de Mohammed-kwestie


Toos van Holstein, Paradiso (met de hand beschilderd bord)
het programma van ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’, 17 lezingen in 3 dagen over Dante met daar tussenin die expositie en overhandiging

Zonder Dante was bovenstaand bord van mij niet ontstaan. Zonder Dante was er nu geen kunstwerk van mij aanwezig geweest aan de Universiteit van Perugia. Zonder Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige in Nice, trouwens ook niet. Want een paar weken geleden was hij in die hoofdstad van Umbrië. Voor het drie dagen durend symposium ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’. En om er met een kleine expositie zijn door de universiteit aangekochte Franse editie van La Divine Comédie te overhandigen. Mee ook door mij geïllustreerd. ’t Is ten slotte nog steeds Dante700. Met een heel jaar lang van alles rond Dante’s 700ste sterfjaar. Ik schreef er bijvoorbeeld hier en hier al eens over. Wat had ik er graag bij willen zijn. Maar ja, dat zat er reis- en tijdtechnisch gewoon niet in.

Overigens, wat kilometers noordoostelijker, in Gubbio, bevindt zich sinds oktober ook die Franse Divine Comédie. Oké, niet helemaal, maar alleen het deel uit het Purgatoire met mijn zeefdrukken. ’t Leek me een leuk idee dat te schenken aan de beroemde Biblioteca Sperelliana daar.

de directeur van de Biblioteca Sperelliana met mijn boekgeschenk aan de bibliotheek en nog een paar borden van mij voor de show

Gevestigd in een prachtig groot en eeuwenoud kloostercomplex. Met in de beveiligde kelder een gigantische hoeveelheid oude folianten. Waarbij natuurlijk uitgaven van en over Dante. Mijn aanvulling werd door de directeur in grote dank aanvaard. En dat er in de bibliotheek een expositie over Dante was? Allicht! Dante700, nietwaar.

in het heilige der heiligen van de bibliotheek, met in het midden een geweldig grote, bruine uitgave over Dante
onderdeel van de expositie over Dante met een prachtige kast waarin de gehele tekst van het Purgatorio uit de Divina Commedia

In heel Italië vond je ze, die Dante-exposities. Daarom wilde ik tijdens onze Gubbio-weken in september/oktober ook persé naar Ravenna. Niet alleen vanwege de wereldberoemde Romeinse mozaïeken (dat wordt nog een ander verhaal), maar ook omdat Dante er stierf in 1321. Met als gevolg een kapel waar zich zijn gebeente bevindt, direct naast het aan hem gewijde Museo Dante.

bij de tombe van Dante met daarin zijn gebeente in een Romeinse sarcofaag
binnenplaats van het Museo Dante

Eigenlijk zijn die botten van hem een soort heiligenreliek geworden. Ongelooflijk zoals daarmee is gerommeld, zo bleek in ’t museum. Eerst begraven geweest in een oude Romeinse sarcofaag buiten het klooster van de Basilica di San Francesco en eind 15e eeuw naar binnen gehaald. Maar begin 16e eeuw stiekem verborgen omdat Dante’s geboortestad Florence zijn overblijfselen opeiste. De Florentijnen vonden dus een lege sarcofaag. Lekker puh! In de loop van de 17e eeuw opgeborgen in een houten kist en eind 18e eeuw terug gelegd in de oorspronkelijke sarcofaag. In de nieuw gebouwde kapel zoals die er nu nog staat.

het houten kistje waarin Dante’s botten ook opgeborgen zijn geweest

Maar in 1810 opnieuw verborgen op een heel geheime plek. Vanwege de Franse bezetting door Napoleon. Die had een goeie hand van weggraaien van kostbare kunst en andere schatten. En daarna? Oh jé, waar was nou die geheime plek ook al weer? Pas in 1865 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden rond de viering van Dante’s 600ste geboortejaar. Dante600 zeg maar. Toen voor het publiek een aantal maanden tentoongesteld in een glazen kist.

de glazen showkist waarin zijn botten voor het publiek werden tentoongesteld

In 1944/45 weer uit de sarcofaag gehaald en verborgen onder een hoop aarde. Vanwege angst voor beschadiging door bombardementen van de geallieerden. Hoezo rust in vrede!

de hoop aarde waarin zijn botten waren verborgen tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, met gedenkstaan daaraan
nog wat plaatjes van het Museo Dante

Maar er was natuurlijk nog veel meer ‘Dante’ in Ravenna? Zoals ergens in het wild deze speelse affiche en dat schilderij in het restaurant.

gewoon ergens op straat
in een restaurant waar we aten

Of deze tentoonstelling. Een onvermoede verrassing in een groots paleis.

opnieuw van die grote Dante-koppen zoals ze ook in het Museo Dante stonden
kunstwerken geïnspireerd door de gravures van Gustave Doré

Prachtig toch, die koppen. En prachtig ook die kunstwerken geïnspireerd op de geweldige serie gravures die Gustave Doré (1832-1883) ooit maakte bij de Divina Commedia.

Hierdoor moet ik ineens weer denken aan het Vlaams/Nederlandse Dante schandaal begin dit jaar. Want Doré maakte in die serie ook een gravure waarin de profeet Mohammed voorkomt (met zijn neef Ali). Zie de figuur in het midden met opengereten borst.

gravure van Doré met in het midden Mohammed en voorop Ali, Dante en zijn gids Vergilius kijken ernaar

Deze scene komt voort uit Canto 28 van het Inferno. Waarin het lot wordt beschreven van schismaveroorzakers  in het christendom. In Dante’s tijd dacht men namelijk nog dat Mohammed een afvallige christelijke priester was die een splitsing in het geloof had veroorzaakt. Onder andere deze regels vind je daar:

‘Zie mij, Mohammed, aan:verminkt als geen!

Voor mij gaat Ali, met het hoofd gespleten

Van kuif tot kinnebak; hoor zijn geween.

Ook ieder ander hier, laat ik u weten,

Heeft twist en tweedracht op de aard verspreid;

En daarvoor worden wij uiteengereten’

(vertaling Ike Cialona en Peter Verhagen)

Nooit een probleem geweest voor vertalers. Nooit! Tot dit jaar. Toen bleek in een nieuwe Nederlandse vertaling Mohammed ineens verdwenen te zijn. De Twitter-beer brak los! Maar volgens de uitgeefster ‘had dit anonimiseren van de profeet Mohammed er wél voor gezorgd dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving’. Tja!! Op die manier krijgen geschieds- en literatuurherschrijvers  er een lekkere kluif aan om de wereldliteratuur van alle eeuwen te kuizen en te herschrijven. Best netjes uitgedrukt, toch?

Nog een extra staartje Dante700? Geen probleem. Het Italiaans Cultureel Instituut in Nederland zet nu elke dag een nieuwe, korte video op YouTube waarin een deel van de Divina Commedia ter sprake komt. Kijk maar.  Echt leuk! (voor de inleidende video https://youtu.be/j6beUtGD7LE )  

Tot volgende week.

TOOS

Avventura artistica italiana òftewel Het Italiaanse Improvisatietalent


Tegen mijzelf ‘Toos, laat los, komt goed’. En levensgezel met nog wat extra massage ‘Toos, ze zijn hier heel goed in improviseren en gewoon wat minder in organiseren. Dat ‘hier’? Italië, Gubbio. De aanleiding? Een keramiek-opdracht. De afloop? Straks!

Gubbio nu, met de grootste kerstboom ter wereld, bestaande uit een lichtinstallatie liggend op de berg achter de oude stad

Die opdracht? Een behoorlijk kooklustig persoon was behoorlijk enthousiast over een speciaal eetbord-ontwerp van mij dat ik, als ’t effe kon, in Gubbio wilde gaan realiseren. In het keramiekatelier van Giampietro Rampini waar ik twee jaar geleden al eens vier weken had doorgebracht en dat nu weer ging doen. Even terzijde, ‘doe mij maar zes van die borden’ had opdrachtgever gezegd.

een voorontwerp van het bord, dat daarna nog diverse stadia heeft doorlopen

Het ontwerp had ik al ruim van te voren naar Gubbio doorgeseind. Dan kon GP, Giampietro, zich er met zijn pottenbakker Daniele, die ik ook van twee jaar geleden kende, al vast over buigen. Probleempje, ik kreeg ik geen reactie, ook niet na nog een kleine herinnering. Daar ben ik overigens bij GP al wel aan gewend geraakt. Hij is niet zo’n e-mailer en had ’t vast druk-druk. Nou, dan maar in Gubbio zelf.

Daar bleek hij mijn bericht wel te hebben gezien, maar ja, inderdaad druk-druk en nog wat andere problemen. Sorry, sorry. En GP kan ik gewoonweg niks kwalijk nemen, daarvoor is hij veel te aardig.

overleg met Daniele en Giampietro

Twee dagen later zaten GP, levensgezel en ik einde middag in het pottenbakkersatelier van Daniele. Dan was hij even vrij. Want ook druk, druk, druk. De opdrachten stroomden binnen, zelfs vanuit Australië. Er bleek namelijk een groeiende belangstelling te zijn voor het echte handwerk boven alle fabrieksmatige keramiek. Eigenlijk had hij voor mijn opdracht geen tijd.  En toen kwam dus dat Italiaanse improvisatietalent tot volle bloei. Van onze uitgebreide Italiaans/Engelse conversatie geef ik nu een zeer sterk ingekorte versie.

‘Oei Toos,  die borden met doorsnee van bijna 40 cm, met flink brede randen en met een eivormig kuiltje in de bodem? Technisch mogelijk maar ik heb nauwelijks tijd. Of, wacht even.’ Daniele dook ergens een rommelruimte in en kwam te voorschijn met een soort mal waarop handmatig wel een bord gekleid kon worden.

Daniele heeft die mal te voorschijn getoverd

‘Daarop kan mio padre wel al een beginvorm maken’. Zijn vader, van wie hij de zaak heeft overgenomen, helpt hem af en toe nog wel eens. ‘En dan maak ik zelf de rand nog wat breder, dat kost niet zoveel tijd’.

foto uit 2019 met de vader van Daniele op de achtergrond

Nou, goed idee natuurlijk. Maar dan dat eivormige kuiltje? Dan moest er eerst nog wel apart een losse, behoorlijk hoge onderrand tegen het bord worden aangedrukt.  Pas daarna kon hij die kuil in de nog weke platte bordbodem naar beneden duwen. ’t Was ten slotte niet de bedoeling dat het bord op dat kuiltje stond te wiebelen. ‘Oké, komt voor elkaar. Maar weet dat papa maar een paar borden per dag kan maken en dat ze, als ik ermee klaar ben, ook nog drie dagen moeten staan te drogen.’ Tja, wat moet dat moet.

de hand van Daniele die in een eerste experiment de eivorm maakt, die in het uiteindelijk ontwerp een kwartslag is gedraaid
ja, zo moet ie gaan worden!
de eerste exemplaren liggen nog wat verder te drogen in het atelier van GP

Een week later konden we de eerste borden ophalen. Ik helemaal blij natuurlijk. Maar dan moest GP ze eerst nog dompelen in een wit kalkbad waarna ze opnieuw moesten drogen en voorgebakken worden voor ik aan de gang kon. En vergeet de baktijd in de oven daarna niet.

de borden worden ondergedompeld in het kalkbad
en bij het voorbakken kan dan ook dit wel eens gebeuren
een van de borden voordat die de oven in ging
zoals het bord de oven uit kwam

Dit proces herhaalde zich in de weken daarna nog enkele keren. Waarbij soms ook een exemplaar óf bij Daniele al mislukte óf gebarsten uit de oven kwam. Snap je dat mantra van mij ‘Toos, laat los, komt goed’? Voordat Daniele uiteindelijk de laatste van elf exemplaren (de mislukte meegerekend) afleverde, had levensgezel al beredeneerd dat we ons verblijf voor alle zekerheid toch maar met een dag moesten oprekken. Op die extra dag konden we inderdaad einde middag op ‘ons’ terras in de oude stad toch onze Spritz Campari  heffen. De volgende morgen, vlak voor ons vertrek, zouden de laatste opdrachtborden uit de oven komen.

de herfst was net ingevallen, veel te koud voor de Italianen om op een terras te zitten maar voor stoere Hollanders geen probleem

Hoe ’t verder is gegaan? Afgelopen weekend reed een blije opdrachtgever huiswaarts met zes prachtige unieke borden. Handgemaakt door Daniele en zijn papa en handbeschilderd door mij. Missie geslaagd. Want van mijn kant is de uitvoering van zo’n kunstopdracht altijd vrijblijvend. De opdrachtgever mag altijd nee zeggen als de uitvoering niet echt naar de zin is. Tegen gelukkige kopers kan namelijk geen enkele andere reclame uiting op.

nog een van de zes opdrachtborden
een paar detailafbeeldingen

Mijn volgend verblijf in Gubbio heb ik al weer vastgelegd. Want nu wil ik grote vazen beschilderen. Wel een eigen ontwerp natuurlijk. Met  ‘Toos, laat los, komt goed’, gaat dat zeker en vast lukken. Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

Complottheorieën van middeleeuwse monniken, De Da Vinci Code en het Catharijneconvent


‘Wil de ware Maria Magdalena nu opstaan?’ Ken je nog het tv-spelletje ‘Wie van de Drie’? Een klassieker die sinds 1963 steeds weer in een iets ander jasje op het scherm opduikt? Drie personen beweren hetzelfde beroep uit te oefenen en panelleden moeten via uitgekiende vragen de ware zien aan te wijzen. Die aan het eind moet opstaan. Hoe zou dat bij Maria Magdalena gaan? Staat er dan niemand op of doen ze ’t alledrie tegelijk? Lees de vorige twee afleveringen over haar er nog maar eens op na. Met al die door monniken verzonnen en verwarrende middeleeuwse complottheorieën. Over de verwarring die Dan Brown in 2003 met zijn ‘De Da Vinci Code’ creëerde, schreef ik daarbij nog niet eens.

Miljoenen lezers verslonden die pageturner.  Extra miljoenen bioscoopbezoekers  kwamen er in 2006 nog bij. Door de film met Tom Hanks als geleerde Robert Langdon in de hoofdrol. Allemaal kregen ze mee dat Jezus een dochter bij zijn discipel Maria Magdalena had verwekt. En dat hun afstammingslijn zich tot op heden heeft voortgezet. Met daarin bijvoorbeeld de vroeg-middeleeuwse Merovingische koningen van Frankrijk. Logisch natuurlijk dat, zoals altijd bij complotten, ook de Orde der Tempeliers een rol krijgt toebedeeld. Net zoals Leonardo Da Vinci en dat….. Ach, laat die Katharen en de Heilige Graal maar even zitten. Zoals ook ‘het feit’ dat niet de langharige apostel Johannes aan de rechterhand van Jezus zit op Da Vinci’s beroemde fresco ‘Het Laatste Avondmaal’ maar Maria Magdalena in hoogst eigen persoon.

Leonardo da Vinci, Het laatste avondmaal (1495-98), klooster Santa Maria della Grazie, Milaan

Spannend allemaal, absoluut. Maar door wetenschappers volledig neergemaaid vanwege onjuistheden en ongeloofwaardige combinaties van vele mitsen en maren die als feitelijke logica aaneen werden geregen. Waaronder ook die landing van Maria Magdalena aan de zuidkust van Frankrijk  en haar grottenleven daar (lees vorige week). Eigenlijk is die ‘De Da Vinci Code’ één grote complottheorie. Maar wel een leuke. Dit in tegenstelling tot al die complotbedenksels van nu rond corona.

het complex van het Catharijneconvent in Utrecht

Snap je dat ik dus beslist naar het Museum Catharijneconvent in Utrecht moest? Niet vanwege een of ander reliek van MM, maar voor de expositie ‘Maria Magdalena’ (nog tot 9 januari) . Met alle vooraf gedane huiswerk in Frankrijk wilde ik wel eens controleren hoe die mystieke Bijbelse vrouw met al haar vele gedaanten daar is neergezet. Want was ze nou apostel, bekeerde zondares, geliefde van Jezus, kroongetuige, kluizenaar, mysticus, prostituee of wonderdoener? Het werd een aangename verrassing met een enkele dissonant. Eerst maar eens de inleidende video door cultuurhistoricus Herman Pleij.

Hieronder een impressie met wat foto’s en toelichtingen. Die, zo besef ik, veel te weinig recht doet aan deze zeer interessante expositie.

schilderij uit het 1e kwart van de 16e eeuw

Rechts naast het kruis beweent MM de dood van Jezus. Hoewel zo’n scene niet expliciet in de evangeliën van de Bijbel staat beschreven, was dit eeuwenlang een heel populair beeld.

Jacob Cornelisz. van Oostsanen, 1529

Net zoals ook haar aanwezigheid bij de kruisiging zelf die wel wordt genoemd. Evenals haar bezoek met twee andere vrouwen aan het graf van Jezus waar ze zijn lichaam willen balsemen. Ging niet door want het graf bleek leeg. Maar MM wordt daarom wel meestal afgebeeld met een zalfpot.

MM bij het lege graf

Daar komt natuurlijk nog bij dat ze volgens het evangelie van Lucas al veel eerder Jezus’ voeten had gewassen met haar tranen, gedroogd had met haar haren en daarna gezalfd. Heb je trouwens wel eens geprobeerd met je haren iets af te drogen? Nou, succes ermee! Maar hierdoor is, net als met het zalfpotje, een afbeelding van MM zonder lang golvend haar een zeldzaamheid.

schilderij van Gaspar de Crayer waarin MM als boetedoening voor haar zondig leven de schaar in haar lange haar zet
Alfred Stevens, 1887
foto van David LaChapelle met een moderne MM die de voeten van Jezus droogt met haar lange haar

Die laatste foto hierboven? Dat vind ik zo’n dissonant. Want zoals dat tegenwoordig noodzakelijk schijnt, moet je ook moderne kunst in zo’n expositie verweven. Zo worden er meer van die moderne uitingen aan de lange haren van MM bijgesleept. Voor mijn gevoel althans. Wat te denken van deze geestuitdrijving van de demonen bij MM door Jezus en die stapel textiel met op de achtergrond nog een werk van Marlene Dumas?

Helen Verhoeven, 2020, Jezus verdrijft 7 demonen uit MM terwijl rechtsachter 3 discipelen toekijken en links 7 melaatsen wachten op genezing

Daar steekt de keramische MM van Kiki Lamers uit 2020 dan wel weer bovenuit.

Maar ja, als je ooit in Florence dit eeuwenoude,weergaloze houten beeld hebt gezien?

Donatello, Maria Magdalena (1453-55)

Dat de grot van MM in Zuid-Frankrijk ook te voorschijn komt, spreekt voor zich.

schilderij uit het atelier van de zogenaamde Meester van 1518
Jan Nagel, 1592
detail

In het eerste schilderij nog wel ver op de achtergrond, in het tweede met een rijk geklede MM echt voorin de grot en helemaal achterin haar boetedoende en armoediger versie (zie detail).

Nu rest eigenlijk nog dat bekende ‘noli me tangere’-thema dat zo innig verbonden is met MM? Maar ach, wie wat bewaart, die heeft wat. Op de website van het museum vind je trouwens ook nog heel veel nuttige informatie met prima video’s en gesproken tekst.  Nu ga ik eerst op naar de 70’s. Tot volgende week.

TOOS