Categorie archief: Toos van Holstein

het hART op de goeie plek hebben


de happening in het NBC Congrescentrum kan beginnen

Mijn heARTseat geveild voor een heel mooi bedrag en ook nog zo dat ik me absoluut geen mooiere plek voor mijn bank had kunnen wensen! Dat is het resultaat van de veiling van de heARTseats in het Nieuwegeinse NBC Congrescentrum waarvan ik vorige week melding maakte. Die veiling die geld moest opbrengen voor de ontwikkeling  van het medicijn tegen de gevreesde en meestal dodelijke energiestofwisselingsziekte bij jonge kinderen.

mijn heARTseat bij het podium met daarop o.a. presentator Jochem van Gelder
presentatie van de heARTseat-film met daarin mijn aandeel

Toen mijn bank werd geveild, kon ik zien dat ie uiteindelijk werd verworven door een vrouw die ergens schuin achter mij zat. Maar wie ze was? Geen idee. Tot ik naar haar toeging. Ze bleek van voren Willemien te heten en van achteren Smeitink. De vrouw van Jan Smeitink! Hoogleraar Mitochondriële Geneeskunde bij het Radboud UMC in Nijmegen. En DE spil om wie alles draait bij de ontwikkeling van dat medicijn. De man die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt een geneesmiddel te vinden tegen die vreselijke ziekte. Bij hen thuis komt dus nu mijn heARTseat te staan. Je hebt kicks in allerlei soorten en maten, maar voor mij was dit wel een heel buitengewone. Om ’t in Tour de France termen uit te drukken, een kick van hors categorie. Want is er een mooiere plek denkbaar? Voor mij niet!

met Willemien en Jan Smeitink bij mijn, door hun gekochte, bank

De hele veiling bracht meer dan 90.000 euro op. Maar eigenlijk is dat nog maar een druppel op de welbekende gloeiende plaat. Al pratend met Jan bleek dat de ontwikkeling van het medicijn al heel ver is. Dit jaar was het voor het eerst geprobeerd op volwassen mannen in Nederland. En met succes. Maar dan!! Dan moet het in andere landen worden getest, ook weer op mannen. Met bijbehorende dikke pakken aanvraagpapieren. Per land, zoals Duitsland en België, natuurlijk weer andersoortige stapels. Logisch toch? Gaat dat goed, dan mag ’t voor het eerst op kinderen worden getest. Met vanzelfsprekend nieuwe dikke pakken papier erbij. Enzovoorts. Als alles meezit mag het medicijn in 2024 de markt op. Maar in de tussenliggende jaren is voor dat hele proces een bedrag nodig van € 50 miljoen. Ja, je leest ’t goed, vijftig miljoen euro! Met mijn klapperende oren had een helikopter kunnen opstijgen.

de aanwezige kunstenaars worden in de bloemen gezet

Moet je nagaan hoeveel acties er nog moeten worden gevoerd en hoeveel subsidie er nog uit allerlei potten moet komen voor de Stichting Energy4All die meehelpt bij de financiering. Hoe dan ook, ik heb daar toch maar mooi  een splintertje van een kiezelsteentje aan mogen bijdragen. Tot volgende week.

TOOS

De A(RT)poheose van de heARTseats


De apotheose nadert! Nog een paar nachtjes slapen en op vrijdag 8 november ’t is zover. De veiling van de heARTseats in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Ik heb er hier al een paar keer iets over vermeld. Maar voor alle zekerheid toch nog even in het kort waar die heARTseats mee te maken hebben.

in mijn atelier met mijn heARTseat, genaamd Reflection

Per week worden er alleen al in Nederland gemiddeld 2 à 3 kinderen geboren met de energiestofwisselingsziekte. Een vreselijke ziekte die kinderen heel erg in hun ontwikkeling beperkt waardoor de meesten veel te jong sterven . Aan de universiteit van Nijmegen heeft een arts het tot zijn levenswerk gemaakt een medicijn tegen deze ziekte te ontwikkelen. Grote farmaceutische industrieën zijn hierin totaal niet geïnteresseerd. Een zogenaamd zeldzame ziekte waaraan voor die kapitalistische bedrijven geen stuiver te verdienen valt! Daarom organiseert de Stichting Energy4All al jaren allerlei soorten acties om het razend dure proces van de medicijnontwikkeling financieel mee te ondersteunen.

zoontje Noa van organisator Mike Zeelen

Een van die acties is de heARTparade, op touw gezet door Mike Zeelen. Mike is niet alleen een bekende van mij maar ook moeder van zoontje Noa  die aan die energiestofwisselingsziekte lijdt. Zij benaderde bekende Nederlandse kunstenaars om een heel speciale, hartvormige bank te beschilderen. Een aantal jaren geleden deed ik ook al mee met haar Dogparade waarvoor ik een 1,80 meter hoge hond van kunststof beschilderde. Nu is er dus die heARTseat, een prachtig ontwerp van Johan Leemkuil. Kijk maar eens naar dit filmpje op mijn YouTube-kanaal over mijn bank.

Dertig heARTseats hebben dit jaar via allerlei kunst en lifestyle beurzen een reis door Nederland gemaakt om aandacht te krijgen voor de slotmanifestatie. Die al genoemde veiling. Zo heeft mijn bank, naast natuurlijk de andere, staan te pronken op bijvoorbeeld de Masters of LXRY, de oude Miljonairsfair, bij Art Laren en tijdens de Kunstbeurs van Noord-Brabant. Op https://www.heartparade.nl/ kun je alle dertig banken op je gemak bekijken.

Vorige week gaven mijn bank en ik nog acte de présence bij de prestigieuze Bergarde Galleries in Heerjansdam. Daar werd het nodige verteld over de Stichting Energy4All en de komende veiling. Een prima gelegenheid om samen met ontwerper Johan Leemkuil mijn bank nog eens extra in het kunstlicht te zetten.

life music bij het toelichtende filmpje in de Bergarde Galleries met nog mijn hoofd daarop zichtbaar
met ontwerper Johan Leemkuil bij mijn Reflection
in gesprek met een van de conservatrices van Bergarde Galleries

Nu op naar het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Vanaf vrijdag 19 uur begint daar aan Blokhoeve 1 de veilingmanifestatie die helemaal gratis door dat congrescentrum wordt gesponsord. Voor €40 pp, ook allemaal natuurlijk voor de heARTparade, wordt je daar geëntertaind door onder anderen Jochem van Gelder. De BN’er en tv-presentator die al jaren optreedt als ambassadeur voor Energy4All. Met het bijbehorende walking dinner in de hand kun je uitgebreid tussen alle banken doorlopen om een keus te maken voordat de veiling losbarst. Reken maar dat tegen die tijd mijn zenuwen overuren gaan draaien. Want hoeveel gaat mijn ‘Reflexion’ opbrengen? Tot volgende week.

TOOS

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Nice aan de Côte d’Azur, absoluut nice


de voorgevel van het Palais de Venise in Nice

Vorige week schreef ik er al even over, ik ben weer voor wat weekjes neergestreken in mijn tweede woonstad. In Nice aan de Côte d’Azur. Hoe verzeilde je daar, Toos? Die vraag heb ik al heel vaak gehoord. Nou, aan dat verzeilen gaat een interessant en vanzelfsprekend ook kunstzinnig getint maar wel ingewikkeld verhaal  vooraf dat ik ooit ook nog wel eens uit de doeken zal doen.

Maar feit is dat ik me hier in 1997 een zogenaamd trois pièces, een 3-kamer appartement, kon veroorloven. In een zeer smakelijk, oud en prestigieus complex uit 1908. Het Palais de Venise. Met prachtig barokke gevels en geschilderd in zo’n heerlijk mediterraan gelige kleur.  Een overduidelijk pluspuntje bij de aankoop was  wel dat de moeder van mijn galerist in Nice, Jean-Paul Areglia van Galerie Quadrige, in de makelaardij zat. Dat scheelde een hoop gedoe voor een buitenlandse  bij de Frans bureaucratische regelarij. Reken maar dat Nederland een luilekkerland is vergeleken daarmee.

dezelfde voorgevel van de andere kant gefotografeerd, met ook weer de markt voor mijn tuinpoort

Nu dus al weer 22 jaren lang verkeer ik hier regelmatig. In die tijd heb ik Nice, en zeer zeker mijn directe woonomgeving, behoorlijk zien veranderen. In heel positieve zin! Konden er destijds nog aan vier kanten auto’s rondom mijn Palais rijden, nu zijn die straten vrijwel geheel voetgangersgebied. Dat er een en ander zou gaan veranderen wist ik al wel. Maar vanwege die bureaucratie en het regelwaterhoofd Parijs, alle wegen leiden ten slotte naar Parijs, weet je hier maar nooit wanneer het sein op groen springt. Zeker niet wanneer ook nog onverkwikkelijke controverses in de nationale en financiële malversaties in de Niçoise politiek gaan opspelen. Maar dat zijn allemaal ook weer andere ingewikkelde, maar wel achter de rug liggende verhalen.

Nu heb ik zelfs 6 dagen in de week een deel van de Niçoise groentemarkt direct bij mijn tuinpoort aan de voorkant. De stinkende vismarkt zit gelukkig een heel eind verder weg. Ik ga daar regelmatig een heel vers visje halen, maar die geur? Al krijg je die er gratis bij, nee, die hoef ik niet.

en als de markt tegen 1 uur afloopt, kun je gelijk aan de lunch
Charles de Gaulle aan de wandel bij de vismarkt
het oude station

En aan de achterkant? Daar stond ooit, ver voor mijn tijd, het Gare du Sûd voor de trein naar het binnenland. Met een prachtige, nog door de beroemde architect Eifel ontworpen stationshal. Inderdaad, die van dat torentje in Parijs. Het station werd verplaatst, de hal bleef staan en de ruimte er omheen werd één grote, meestal veel te volle parkeerplaats. Dat Fransen heel creatief met parkeerruimte kunnen omgaan, heb ik er vaak genoeg mogen ervaren. Met bijbehorende autobeschadiging van dien.  Naast natuurlijk rondzwervende junkies, s’ nachts op de vuist gaande dronken zwervers en meer van dat grote-stad-gedoe. Ook dat is allemaal zeer veranderd.

de latere parkeerplaats
de vervallen toegangshal op de kop van het station
de achtergevel van het Palais de Venise nu

Er kwam een grote ondergrondse parkeergarage en op het oude  stationsterrein staan nu heel dure appartementsgebouwen waarbij de oude Eiffel-hal is omgetoverd tot zo’n moderne eetuiting. Een Food Hall, een Halle Gourmande.

de stationshal van Eifel nu

Ik ben er nog niet goed achter wat je er eigenlijk niet kunt eten. Met daarbuiten ook niet te vergeten zo’n heerlijk nostalgische draaimolen voor de kindertjes. De oude voorkant van de stationshal is gerestaureerd tot een fenomenale suikertaart met daarin de wijkbibliotheek. Pas mal du tout! Oh ja, Pathé bouwde er ook nog een grote bioscoop met 9 zalen.

de draaimolen
de toegangshal nu overdag
en ’s avonds
de poort uit, linksaf en weer rechts en je staat midden in de stad
de poort uit, rechtsaf en links en je ziet dit

Over de nieuwe tramlijnen Ligne 1 en Ligne 2 die me nu voor 1 euro met één overstap van een kleine honderd meter bij mij vandaan tot voor de deur van de vertrekhal van het vliegveld afzetten zal ik ’t dan nog maar niet hebben. Leven als god in Frankrijk? Ik probeer daar af en toe toch iets van mee te krijgen.

op de kop van het Palais de Venise

Tot volgende week.

TOOS

Overpeinzingen aan de Côte d’Azur bij transparantie, duurzaamheid en de verkiezing Kunstenaar van het Jaar


Op een terras, bijna half oktober, en dan met je ogen dicht en je gezicht gekeerd naar een heerlijk warme zon aan een stralend blauwe hemel. Wel in Antibes dus, niet in Nederland! En op zo’n zonnig terras kom ik met gesloten ogen al snel tot zowel zinnige als onzinnige associaties. Met bijbehorende mijmeringen. Waarvan sommige gelijk verschieten en andere blijven hangen. Zoals bijvoorbeeld die over de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020 in combinatie met de begrippen duurzaamheid en transparantie. Juist van die modewoorden waardoor ik vaak spontaan jeuk krijg. Omdat ze tegenwoordig meer te onpas dan te pas overal zomaar opgeplakt schijnen te kunnen worden.

Maar eerst even terug naar Antibes. Of eigenlijk Nice. Want ik was best moe na alle maanden van inspannend schilderen en nerveuze hectiek rond de tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ en mijn nieuwe boek.  Zowel mijn moeie lichaam als m’n flink toeren gedraaid hebbende brein zeiden dat ’t even mooi was geweest. Rust, Toos, rust is goed voor je, signaleerden beide.

op de Cour Saleya in Nice voor het pand waar de grote kunstenaar Matisse een aantal jaren woonde

Nou, effe bijkomen, effe helemaal lekker niks, kan heel goed in m’n stekkie in Nice. Daar kan ik helemaal los komen van Nederland. Behalve natuurlijk van mijn wekelijkse blog. Na vliegschaamte en veel te krappe Transavia-stoelen genegeerd te hebben, zit ik hier dus nu op relaxte manier mijn accu’s weer helemaal op te laden. Daar is geen elektrische laadpaal voor nodig. Gewoon regelmatig zo’n terras, ogen dicht, gezicht in de zon en die opkomende mijmeringen. Dat volstaat. ‘For me art is travelling the mind’ in optima forma.

 Zo kwam dus in me op dat ik sinds juli niets meer had gemeld over die verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar 2020. En dat mag best wel weer een keertje. De stand begin juli: ik zat opnieuw bij de door het kunstpanel van de Stichting Kunstweek genomineerde 90 kunstenaars. Stand half september: door de publieksstemmen was ik doorgedrongen tot de overblijvende groep van 20. Dat voelt altijd weer blij, die waardering door het publiek. Ook bij deze zoveelste keer sinds de start van de verkiezing in 2003. Als ik naga wie er na al die jaren nog steeds bij is, blijft er maar een klein, select kunstenaarsgezelschap over. Zeg nou zelf, is dat duurzaam van mij of niet? Om dat op het terras in Antibes in me opkomende jeukwoord dan nu maar te gebruiken. Maar hoe koppel ik dit aan dat andere modewoord transparantie?

 Dat zit zo. Wat me al een aantal jaren toch wel verbaast, is dat de organiserende Stichting Kunstweek wel altijd keurig de verkozenen doorgeeft, maar nooit het aantal verkregen stemmen per kunstenaar vermeld. De 70 van de 90 die na de publieksronde afvallen, hebben totaal geen weet over het waarom. Net zo min trouwens als de 20 overgeblevenen. Zo moeilijk kan ’t toch niet zijn die aantallen te publiceren. En hoort transparantie niet gewoon bij stemmen?

Maar ’t wordt nog een tikkie ingewikkelder! Het honderd kunstkenners tellende panel voegt via een bepaalde procedure nog vijf zogenaamde wild cards toe aan de 20 overgeblevenen en kan daarna per panellid uit die 25 kunstenaars maximaal 8 persoonlijke voorkeuren aangeven. Dan komen er 8 kunstenaars uit de hoge hoed die de laatste publieksronde ingaan. In november wordt de winnaar daarvan bekend gemaakt. Ben je er nog?

Claudy Jongstra, de Kunstenaar van het Jaar 2019

Maar stemmenaantallen? Ja, waarschijnlijk de vermelding dat er vanaf juli weer ruim 40.000 stemmen zijn uitgebracht. Maar verder? Waarom niet ook meer transparantie over stemmenaantallen in die laatste fasen? Waarom, Stichting Kunstweek, niet meer met de tijd meegaan en transparant worden over dat stemmen? Op TV doen ze niet anders bij de Beste Dit en de Beste Dat waarbij jury en publiek samen het eindresultaat bepalen. Kom op, doen!

Oh ja, de stand van zaken begin oktober? Heel duurzaam bij mij, opnieuw plaats 23, net als vorig jaar. En dat stemt me zeer tevreden. En wie de winnaar gaat worden? Ik heb een idee, maar dat hou ik lekker nog voor me. Kijk zelf maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde4/. Tot volgende week.

TOOS

Kunstige Wereldprimeurs


Het woord ‘lopend buffet’ heb ik altijd een heel vreemd woord gevonden. Want aan zo’n buffet is heel erg weinig lopends te ontdekken. We moeten ons er toch echt zelf heen verplaatsen om voor de inwendige mens te zorgen. ’t Liefst ook nog tijdig opdat je niet tegen lege bakken aanloopt. Dus toen ik voor het eerst tegen het begrip ‘walking dinner’ aanliep vroeg ik me af wat voor vreemds daar nu weer mee zou zijn. Nou, dat bleek dus twee keer loops te zijn. De diverse gangen worden naar je toegebracht, terwijl je jezelf ook nog kunt verplaatsen. ’t Doet er niet toe waar je staat, loopt, ligt of hangt, je krijgt ’t allemaal handzaam aangereikt. Misschien denk je nu wel ‘waar slaat dit nou allemaal weer op?’. Beslist een volkomen terechte gedachte bij een blog over kunst. ’t Zit dus zo.

Afgelopen zondag was de officiële publieke opening van mijn grote expositie ‘The 70-Series and More’  bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen. Trouwe lezers van mijn blog kan dat bijna niet zijn ontgaan. Maar op de zaterdagavond ervoor was er nog een besloten bijeenkomst. Een feest dat ik samen met levensgezel en galerist Peter Leen voor een grote groep genodigden had opgezet. En wat is een goed feestje zonder goed eten?Dat is bij Peter geen probleem gezien het Thaise restaurant SameSame dat aan de galerie is verbonden.

een kijkje in de keuken van SameSame

Vandaar dat walking dinner. Zo’n kleine 100 genodigden konden in alle ruimten van galerie en restaurant staan en gaan waar ze wilden, de Thaise gerechten kwamen toch wel achter ze aan.

typisch zo’n ‘walking dinner’

wat gebeurt daar allemaal?
en daar?
nog weer een happening

Dat gebeurde tussen allerlei kunstgebeurtenissen door. Waarmee dan gelijk die kop ‘Kunstige Wereldprimeurs’ is verklaard. Want reken maar dat die er waren. Drie zelfs.

Allereerst aan het begin van het feest de onthulling van ‘The 70-Series’. Een serie van 70 kleine werken waaraan ik het laatste jaar keihard heb gewerkt. Op zaterdag was dat ‘More’, te weten een serie grote nieuwe schilderijen, al wel direct zichtbaar voor een ieder. Maar die kleintjes hadden we, heel pesterig, nog verborgen achter vier grote doeken op vier verschillende plekken in de galerie. Die gingen als een soortement wereldprimeur letterlijk onthuld worden.

Toen ik dat in samenwerking met levensgezel had volbracht, vond er iets plaats dat ik echt niet op die manier had verwacht. Het was dringen geblazen voor die verschillende plekken en de rode stippen waren niet aan te slepen door Peter Leen. Even voor degenen die niet bekend zijn met dat galeriefenomeen, een rode stip bij een kunstwerk geeft aan dat ’t is verkocht. Er vloog bijna een wolk rode confetti door de lucht. En reken maar dat dit voor elke kunstenaar een veer in haar of zijn achterwerk betekent! Ik heb de hele avond nauwelijks meer kunnen zitten.

Veel later op de avond, zo tegen tienen was er als derde wereldprimeur de presentatie van mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’. Een boek waar ik heel trots op ben. Het eerste exemplaar reikte ik uit aan Martien Versteegh, de vormgeefster ervan. Die had het boek letterlijk onder haar handen zien ontstaan en daar wilde ik haar en haar Creatief Bureau Donkigotte mee eren.

Martien krijgt van mij het 1e exemplaar overhandigd
en laat nu de gasten maar komen voor ook zo’n boek

Dat nog weer veel later de vele gasten heel blij de late, donkere Breukelense nacht inliepen, met ook zo’n boek onder de arm of aan de borst geklemd, spreekt bijna voor zich.

En die tweede wereldprimeur dan? Dat was een muzikale. Lieve Geuens, een prachtige sopraan had al een paar keer opgetreden die avond met haar vaste begeleider Hein achter de vleugel. Verdi, Mozart, zelfs Russische opera, heerlijk! Maar ze had nog nooit opgetreden met Frank Düring. Een heel goede vriend van ons die, als hij op zijn saxofoon speelt, daarmee helemaal vergroeit lijkt en dan de sterren van de hemel blaast. Wat is er dan mooier dan als drie muziekmensen, Lieve, Hein en Frank, samen het beroemde Summertime van Gershwin al improviserend de pan uit laten swingen. Noem dat maar eens geen wereldprimeur! En de zaal ging plat, zoals dat heet.

Lieve en Frank met ‘Summertime’

Lieve, Frank en Hein nemen het applaus in ontvangst

Tot volgende week.

TOOS

Twee kunstenaars mijlpalen neerzetten in één klap


Toos van Holstein, Waterfront, olieverf 100-120 cm, onderdeel van ‘The 70-Series and More’

Als iemand kunstenaar is in hart en nieren is ie dat ook gelijk haar of zijn hele leven lang. Iets met bloed of een kunstgen? Hoe dan ook, die drang tot creëren valt gewoon niet te onderdrukken. Gaat niet lukken! Zo ervaar ik dat zelf ten minste. Niet zomaar werd ik al op 6-jarige leeftijd vermeld in het Eindhovens Dagblad omdat ik met een tekening een wedstrijd had gewonnen. En ook niet zomaar was ik vele jaren later Nederlands Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016.

Ik ben niet persé op zoek naar dat soort mijlpalen in mijn kunstleven.  Zeker niet als ze aan leeftijd gebonden zijn. Maar af en toe is het toch wel leuk om in het kader daarvan zelf ook een mijlpaaltje de grond in te meppen. Nog leuker natuurlijk als dat er in één flinke mep  twee kunnen worden. Vandaar dus mijn ’70-Series and More’ die ik al eerder aankondigde en mijn te gelijkertijd daarbij verschijnende nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’ waarover ik vorige week schreef.

de boek-mijlpaal op straat voor mijn atelier

Die mijlpaal, opgebouwd uit heel veel dozen met daarin verpakt de oplage van 750 exemplaren, staat sinds een paar dagen in mijn atelier. Ik vind ’t trouwens niet echt bezwaarlijk als die mijlpaal steeds een kopje kleiner wordt. Nu nog, tot en met 5 oktober, is het boek te koop voor de voorintekenprijs van € 25. Op 6 oktober wordt dat  € 35.

de dozen in mijn atelier

Waarom die 6e oktober? Omdat dan op die andere mijlpaal, mijn ’70-Series and More’, een flinke klap gegeven wordt. Ter voorbereiding daarvan was ik een paar dagen geleden in Breukelen. Het oude stadje dat ooit zijn naam gaf aan de wijk Brooklyn in New York toen ‘onze’ West Indische Compagnie daar nog de scepter zwaaide. Maar dat is een heel ander verhaal. Iets met ‘Gouden Eeuw’ geloof ik. Oei, misschien verknoei ik ’t met dat woord nu wel helemaal in bepaalde kunstkringen van Amsterdam!

uitladen voor Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Maar goed, Breukelen dus, of om nauwkeuriger te zijn, Galerie Peter Leen XL aan de Herenstraat 25. Die heeft de primeur van deze expositie. Daar moest worden ingericht voor de vernissage op 6 oktober. Een flinke klus zogezegd. Want die speciale 70-Series bestaat uit 35 olieverfschilderijen van 20 bij 20 cm en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Speciaal daarbij, want dat mag best worden vermeld, is ook de prijs. Gewoon een kunstfeest met feestelijke prijzen.

bezig met een deel van ‘The 70-Series’

En dat ‘More’? Daaraan kan ik allerlei persoonlijke invullingen geven. Maar één daarvan is in ieder geval dat er naast die 70-Series heel veel nieuw en groter werk te zien is. Alle ruimtes van de galerie, te weten drie zalen, zijn dan ook helemaal ‘Toos’.

samen met Peter Leen de expositie inrichten

Iedere geïnteresseerde is hierbij uitgenodigd. Vanaf 13.30 uur tot ongeveer 17 uur moet ’t een feestje gaan worden. Aan galerie-eigenaar Peter Leen zal dat niet liggen. Want in de galerie is sinds een aantal jaren geïntegreerd  het in de zeer wijde omgeving als zeer goed bekend staande Thaise restaurant SameSame. Reserveren in het weekeinde schijnt zelfs een gebruikelijk moetje te zijn. Zorgen over het natje en droogje voor mijn bezoekers, en ook voor mezelf natuurlijk, hoef ik dus beslist niet te hebben.

Voor mij is hoe dan ook de stamtafel al bij voorbaat gereserveerd want ik heb natuurlijk ruimte nodig om voor de kopers van een boek een opdracht voorin te schrijven. Ook een moetje. Maar wel een heel leuke. Tot 6 oktober en anders tot volgende week.

TOOS