Categorie archief: Toos van Holstein

Een krater op Mercurius en een winnend lot uit een 18e eeuwse loterij


De kans dat er ooit nog eens een krater op de planeet Mercurius naar mij wordt genoemd, schat ik niet overmatig groot in. Maar Rachel Ruysch is die eer wel te beurt gevallen. Zij ’t pas in 2013, dus 263 jaar na haar dood. En dat die krater ook nog maar 64 kilometer in doorsnee meet terwijl Rembrandt er een heeft van wel 700 km? Ach, typisch mannenvoortrekkerij. Maar ook, hoeveel Nederlandse vrouwelijke kunstenaars kunnen haar dit nazeggen? Hier dus het beloofde vervolg op mijn Ruysch-cyclus van de afgelopen twee weken.

detail uit ‘Bloemen in vaas’ van Rachel Ruysch (1700), Mauritshuis
portret van Rachel Ruysch

Eigenlijk is ’t onvoorstelbaar dat ik pas begin jaren 90 voor het eerst over haar hoorde! Maar ja, kunsthistorie en vrouwelijke kunstenaars? Die combinatie was in mijn studieboeken op de academie volstrekt onbekend. Dat is gelukkig anders aan ’t worden. Maar daardoor hoorde ik Rachels naam pas voor ’t eerst zo’n dertig jaar geleden. Uit de mond van mijn schildergenoot Poen de Wijs (1948-2014). Als begenadigd fijnschilder had hij grote bewondering voor de ongelooflijk technische beheersing van Rachel. Poen had regelmatig letterlijk met zijn neus en bijziende ogen boven op haar werk gestaan in het Mauritshuis en wist dus waarover hij sprak. Nu ik ook.

Gekrulde randjes bij verwelkende bloemen, piepkleine vreetgaatjes in bladeren van insecten en die insecten zelf. Dat alles in bloemschikkingen die in werkelijkheid nooit konden voorkomen. Lente, zomer en herfst door elkaar, ’t maakte Rachel niet uit. Alles kon! Geprepareerde bloemen te over in het biologisch museum, de Wunderkammers, van vader Frederik Ruysch (zie vorige week). Zoals ook insecten. Die waren bij honderden, zoniet duizenden, geconserveerd en opgeprikt. Inspiratie genoeg in dat grote huis aan de Bloemgracht in Amsterdam. Dat ook een rol speelt in het boek ‘Frederik Ruysch (1638-1731), op het snijvlak van kunst en wetenschap’ dat in 2018 verscheen.

Frederik Ruysch door Juriaen Pool (1694, Universiteit Amsterdam)

Hing in dat huis misschien ook bovenstaand portret van haar vader? Geschilderd door Juriaen Pool (II), de echtgenoot van Rachel met wie ze, zoals ik al schreef, op 29-jarige leeftijd trouwde en met wie ze tien kinderen kreeg. De laatste zelfs nog toen ze al 47 was. Moet je je voorstellen, 10 kinderen in minder dan 20 jaar. Gemiddeld elke twee jaar negen maanden zwanger. En dan wel gewoon doorgaan met schilderen! Maar krijsende en aan haar rokken hangende kinderen zal ze, vermoed ik, niet zo vaak hebben meegemaakt in haar atelier. Want gezien haar grote populariteit als kunstenaar in Nederland en ver daarbuiten kon ze een paar meiden vast wel betalen. Wat dacht je van de vijftienhonderd harde guldens die een Amsterdamse koopman betaalde voor twee schilderijen. Of van de Duitse bezoeker die het thuisfront per brief informeerde dat hij in haar atelier twee stukken had zien staan voor Cosimo de Medici, de groothertog van Toscane. Of van haar aanstelling in 1708 als hofschilder van Johann Wilhelm, keurvorst van de Palts in Duitsland. Maar daarvoor bedong ze dat ze niet naar hoofdstad Düsseldorf hoefde te verhuizen. Tegen de gewoonte in werd ’t haar toegestaan om in Amsterdam te mogen blijven wonen. Als ze maar elk jaar, tegen natuurlijk een vorstelijke vergoeding, één schilderij voor hem maakte. Goeie deal toch? Manlief Juriaen deed daarbij ook nog een duit in het goed gevulde zakje. Door in 1716 een opdracht voor Johann Wilhelm af te ronden: een portret van Rachel en hem met hun tiende kind.

Zelfportret van Juriaen Pool II (1666-1745 ) met Rachel Ruysch en hun zoon Jan Willem Pool (ontstaan 1708-1716)
Juriaen Pool, Allegorische voorstelling met zelfportret in wezenkleding (want Juriaen was als jongen wees geworden)

Vermoedelijk niet geheel vrij van vleierij had dat zoontje de naam Jan Willem gekregen. Johann Wilhelm werd natuurlijk prompt een gulle peetvader die strooide met kostbare cadeautjes. Alsof het allemaal niet op kon, won Rachel met een zoon samen in 1722 ook nog eens 75.000 gulden in een Amsterdamse loterij. Vijfenzeventigduizend in die tijd! Dat staat nu voor een koopkracht van € 850.000. Euro’s dus, geen guldens.

Rachel Ruysch, Stilleven met bloemen in een glazen vaas (1709), Rijksmuseum
Rachel Ruysch, Stilleven met bloemen op een marmeren tafelblad (1716), Rijksmuseum

Maar Rachel ging gewoon door met schilderen. Tot aan haar dood in 1750, op de hoge leeftijd van 86. Dan is je kunstgen toch wel heel overheersend, dan is schilderen gewoon je lust en je leven. Iets dat ik me persoonlijk heel goed kan voorstellen. Zalig, lekker in je atelier bezig blijven! Daardoor hangt er bijvoorbeeld nog een schilderij van haar uit 1746 in een Heidelbergs museum.

Rachel_Ruysch,_Blumenstilleben (1746), Kurpfälzisches Museum, Heidelberg
Rachel één jaar voor haar sterven, geportretteerd door Aert Schouman (1749)

Wat zou ’t interessant zijn als Rachel Ruysch eens een uitgebreide expositie zou krijgen. In het Rijksmuseum of Mauritshuis, dat doet er niet toe.  Met heel haar kunstzinnige entourage erbij. Zus Anna Ruysch, leraar Willem van Aelst, man en portretschilder Juriaen Pool, oud-oom Frans Post en wie al niet meer. En met natuurlijk ook delen uit de Wunderkammers van vader Frederik. Op te halen in  Sint Petersburg. In het oudste natuurhistorisch museum van Rusland waar zich de privécollectie bevindt van Tsaar Peter de Grote (1682-1725). Die ooit Frederiks legendarische rariteitenkabinet opkocht. Tot volgende week.

TOOS

Een dijk vaneen kunstwijf, die Rachel Ruysch


schilderij van Rachel Ruysch, gemaakt op 20-jarige leeftijd (1684)

Tijdens het creëren van een prachtig oeuvre aan schilderijen ook nog tien kinderen op de wereld zetten en bouwen aan een levensverhaal om u tegen te zeggen. Dat had Rachel Ruysch (1664-1750) allemaal gedaan  toen ze op 86-jarige leeftijd stierf. Terecht is ze nu een historisch kunsticoon. Want haar naam zul je tegenwoordig telkens weer tegenkomen als ’t gaat over de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Een geschiedenis over de maar zeer weinige vrouwen die hun mannetje stonden in de kunstwereld maar in de pikorde van de mannelijke kunsthistorici in de 19e en 20e eeuw werden weggelaten .

Vorige week eindigde ik ermee om Rachel een hybride voorbeeld van zo’n kunstvrouw te noemen. Want vrouwelijke schilders waren destijds bijna altijd óf van rijke en vaak adellijke afkomst óf ze groeiden op in een kunstenaarsfamilie. Laat nou dat óf óf voor Rachel Ruysch min of meer én én zijn!  Moeder stamde namelijk uit een familie waarin het kunstgen rijkelijk aanwezig was en vader was een bekend en beslist niet onbemiddeld wetenschapper uit de gegoede burgerij.

moeder Maria Post, portret door Juriaen Pool (II), rond 1710

Eerst moeder Maria Post. Met een vader, Pieter Post, die bouwmeester was voor de Oranjes en bijvoorbeeld de interieuraankleding verzorgde van het Mauritshuis in Den Haag. Nu een beroemd museum, toen de pracht-en-praal-villa van graaf en koopman Johan Maurits van Nassau-Siegen. Als ex-gouverneur-generaal van de West Indische Compagnie in Brazilië, met dus suikerrietplantages en slavenhandel onder zich, kon zijn vermogen wel wat lijden. Aan hem is nu trouwens sinds vorig jaar een hele zaal gewijd in zijn eigen pronkhuis. Geheel in de geest van onze politiek correcte tijd. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal.

Voor diezelfde Johan Maurits verbleef de broer van Rachels opa, Frans Post, een aantal jaren in dat door de WIC op de Portugezen veroverde stukje Brazilië. Om er landschap en leven in schetsen en uiteindelijk ook op schildersdoek vast te leggen. Had Rachel ooit kunnen bedenken dat ze samen met haar oud-oom nu op maar een paar meter afstand van het ‘torentje van Rutte’ hangt?

Frans Post, Braziliaans landschap met huis in aanbouw, hangend in Mauritshuis

En vader Frederik Ruysch? Die zal, denk ik, vanwege zijn financiële positie letterlijk best aardig wat duiten in het zakje hebben kunnen doen voor Rachels opvoeding. Want befaamd wetenschapper, bioloog, chirurgijn/lijkensnijder, beheerder van de botanische tuin van de Amsterdamse universiteit en nog zo een en ander.

portret van Frederik Ruysch
De anatomische les door dr.Ruysch, Adriaen Backer (1670)

Zoals bezitter van een in heel wetenschappelijk Europa bekend biologisch kabinet in hun eigen grote huis. Vijf kamers volledig ingericht met bijvoorbeeld gebalsemde kinderlijkjes en menselijke lichaamsonderdelen. Naast allerlei soorten dieren en zeldzame insecten. Dat alles dan weer gecombineerd met een grote diversiteit aan flora van heel ver tot dichtbij. Zodanig geprepareerd met een door Ruysch zelf ontwikkelde methode dat bloemen en blaadjes er nog net zo fris uitzagen als in de vaas. En de presentatie? Vernieuwend en curieus zou je kunnen zeggen! Zie een paar van de tekeningen die daarvan nog bestaan.

Wanneer je als kind dan een groot tekentalent blijkt te hebben, is zo’n huis natuurlijk een onuitputtelijke bron voor verwondering en inspiratie. Het verhaal gaat dan ook dat Rachel haar vader op een bepaald moment heeft kunnen leren hoe hij dat soort tekeningen van hierboven zelf kon maken. Maar daarvoor had ze eerst wel les gehad. Van niet de minste. Want Willem van Aelst (1627-1683) nam haar onder zijn hoede toen ze 14 was. En laat die van Aelst nou destijds de bekendste  stillevenschilder van Amsterdam zijn geweest. En laat van hem nou ook weer werk in de collectie van het Mauritshuis zitten!

Willem van Aelst, stilleven uit 1663 (Mauritshuis)
Willem van Aelst, jachtstilleven uit 1658 Rijksmuseum

Rachels passie werd het schilderen van bloemen en insecten. Voorbeelden genoeg thuis.Net zoals trouwens van dat kunstgen in de familie Post. Want ook jongere zus Anna Ruysch (1666-1741) bleek een aardig potje te kunnen schilderen. Met vermoedelijk ook weer Willem van Aelst als leraar.

Anna Ruysch, stilleven
Anna Ruysch, stilleven

Maar Anna stopte al snel met de kunst. Of dat te maken heeft met haar op 21-jarige leeftijd introuwen in een nogal stijf gereformeerde familie of gewoon omdat ze trouwde en dus huisvrouw werd? Geen idee. Maar ach, hoe lang is ’t geleden dat bij ons een vrouw die trouwde geacht werd te stoppen met haar baan? Toen ik trouwde in 1971 werd mij door de ongetrouwde directrice van de Dordrechtse school waar ik lesgaf nog gesuggereerd dat ik nu eigenlijk moest stoppen. Dan kon de man van een gezin met kinderen mijn plek wel overnemen. Nooit niet natuurlijk! Hoe dan ook, van Anna Ruysch bestaan dus maar weinig schilderijen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven uit 1688 (National Museum of Women in the Arts, Washington)

Rachel echter had, zo schat ik in, een behoorlijk koppig karaktertje. Zo trouwde ze pas op haar 29ste. Best laat voor die tijd. En met nog wel een schilder! Ook ze bleef lekker doorgaan met haar bloemstillevens. Tussen het kinderen krijgen door. Of kreeg ze kinderen tussen het schilderen door? Maar ik heb mijn A4-tax alweer bereikt. Die Rachel is toch maar een onverwacht inspiratierijke schrijfbron. Komende keer meer dus. Tot volgende week.

TOOS

Niet heel veel, maar ze waren er: Gouden Eeuwse ‘Konstschilderessen’


portret van Rachel Ruysch door Godfried Schalcken (1706?)

Noem het volgende maar eens geen toeval! Ik liep er al aan te denken om op korte termijn Rachel Ruysch (1664-1750) eens uitgebreid in het winterzonnetje te zetten. Eén van de weinige vrouwelijke Nederlandse kunsticonen uit onze Gouden Eeuw. Bij Judith Leyster en Maria van Oosterwijck heb ik dat vorig jaar al eens gedaan. Toch kwam ik aan de laatste van dit beroemde Gouden-Eeuw- drietal steeds niet toe. Er was elke keer wel iets anders om over te schrijven. Maar na mijn stukjes over de Italiaanse Artemisia van een paar weken geleden dacht ‘ Kom op Toos, nu eindelijk eens die Amsterdamse Rachel Ruysch’. Ook net als Artemisia zo’n konstighe topper die werk verkocht door heel Europa.

Goed, dat vorige week maandag besloten hebbende, mijn blog voor die week was af, kwam het toeval om de hoek kijken. Want waarover bleek op dinsdag het tv-programma ‘Het geheim van de meester’ te gaan? Juist ja, over een schilderij van Rachel Ruysch. Ik was toch wel even flabbergasted! Een heerlijk Engels woord, dat flabbergasted. Voor mij toch wel veel sterker in gevoelswaarde dan ons ‘verbaasd’.

het team van ‘Het geheim van de meester’

Ken je dat programma? Echt een moetje voor kunstliefhebbers. Waarin van een beroemde, vrijwel altijd dooie Nederlandse  kunstenaar een schilderij uit een Nederlands museum centraal staat. Dat wordt dan wetenschappelijk onderzocht, historisch toegelicht en …… zo goed mogelijk nageschilderd. Om te kunnen ontdekken hoe de ‘meester’ dat schilderij van begin tot eind heeft opgezet. Dit seizoen heeft Lisa Wiersma de taak op zich genomen om als schilder/onderzoeker stijl en techniek van diverse ‘meesters’ onder de knie te krijgen. En daarvoor kan ik alleen maar mijn denkbeeldige petje afnemen en heel diep buigen. Als je dat hele proces volgt en uiteindelijk het echte en nageschilderde werk naast elkaar ziet, rest alleen bewondering. Vooral ook omdat ik dat zelf nooit niet van z’n leven zou kunnen.

Lisa Wiersma bezig aan de kopie van het schilderij van Rachel Ruysch

Ik krijg wel eens de vraag of ik een al verkocht schilderij van mij nog eens opnieuw zou willen maken omdat het bij een kunstfan heel erg in de smaak valt. Maar dat kan ik dus gewoonweg niet. Als ik aan het schilderen ben, zit ik in een soort trance. Of, om bijdetijds correct Nederlands te gebruiken, in een flow. Dan komt de ene streek met het paletmes of penseel voort uit de andere, een nieuwe kleur uit de voorgaande, een volgende verflaag uit de onderliggende. In een proces dat door kennis, kunde en ervaring zowel bewust als onbewust plaats vindt. Ben ik op een bepaald moment links bovenaan bezig om iets toch maar weer helemaal weg te schilderen of te veranderen, dan merk ik een poosje later plotseling dat ik linksonder ben aanbeland om daar iets te wijzigen. Omdat anders het geheel niet meer klopt.

aan het schilderen in mijn atelier

Nou, probeer zo’n proces later nog maar eens te reconstrueren en bij een nieuw op te zetten werk te herhalen. Dat gaat me dus echt niet lukken, dan raak ik echt letterlijk geblokkeerd. Wat wel gaat is zo’n schilderij in alle vrijheid min of meer dezelfde opzet te geven. Maar stel dat je uiteindelijk de eerste versie naast de tweede kon zetten, dan zou je echt een groot aantal grote detailverschillen zien.

Daarom vind ik het zo razend knap wat die Lisa Wiersma in deze nieuwe serie van ‘Het geheim van de meester’ presteert. Zoals bij ‘Het Melkmeisje’ (1660) van Vermeer en ‘Amo te ama me’ (1881) van Alma Tadema.

‘Amo te, ama me’ van Alma Tadema

En nu dus vorige week met ‘Vaas met bloemen’ (1700) van Rachel Ruysch. Een schilderij dat ik een paar jaar geleden al eens fotografeerde in het Mauritshuis toen ik op zoek was naar schilderijen daar van vrouwelijke kunstenaars.

Rachel Ruysch, Vaas met bloemen (1700), zoals ik dat in het Mauritshuis fotografeerde
de echte en de kopie naast elkaar, maar welke is nu welke?

Van die weinige vrouwen had je, door heel Europa, eigenlijk maar twee soorten. Óf komend uit schilderfamilies óf uit een rijke omgeving. Artemisia is van de eerste categorie een sprekend voorbeeld, Sofonisba Anguisola (zie deze aflevering) als kind van een adellijk geslacht van de tweede. Het interessante bij Rachel Ruysch is dat ze daarin min of meer hybride is. Want haar moeder kwam uit een familie die een duidelijk ……Oeps, merk ik plotseling in de flow van het schrijven dat ik zo’n beetje aan mijn voorgenomen tax zit: de grootte van een A4’tje. Dat is dus al net zo als bij het schilderen. Ben ik linksboven begonnen, zit ik ineens al weer rechtsonder. Maar maak je geen zorgen. ’t Is net als bij een schilderij, ook dit komt af. En die uitzending van ‘Het geheim van de meester’? Die valt hier op NPO Start terug te zien. Tot volgende week.

TOOS  

Mooi bloot is niet lelijk


Stel nou eens dat ik je zou vragen of bovenstaand schilderij uit de tegenwoordige of de verleden tijd is. Ik vermoed zomaar dat je dan zult zeggen ‘nou, dat is van wel wat jaartjes  terug’. En als ik nou  het zelfde vraag bij dit werk?

Grote kans dat je zegt ‘hedendaags’ . Volgende vraag: wie van onderstaande twee mannen zou welk werk hebben gecreëerd?

Het linker zelfportret is van de Zweed Anders Zorn, het rechter van de Nederlandse kunstenaar Poen de Wijs. Gokkie leggen dat je Zorn koppelt aan het eerste en Poen de Wijs dus automatisch aan het tweede schilderij? Dat kan ook bijna niet anders als je de twee verschillende schilderstijlen met elkaar vergelijkt. De wat groffe toets die een realistische wereld schept en de fijnere penseelstreek die een imaginaire omgeving neerzet. Waarbij ook gelijk duidelijk is dat je het vrouwelijk naakt op heel verschillende manieren kunt weergeven!Hier nog een paar voorbeelden van beide kunstenaars.

Hoe ik ertoe kom deze twee aan elkaar te koppelen? Door het Kunstmuseum Den Haag en de tentoonstelling  ‘Anders Zorn, de Zweedse Idylle’. Daar moest ik gelijk aan Poen denken toen ik met de verplichte maskervermomming de eerste aan Zorn gewijde zaal binnenstapte. Dat was ergens in november. Je weet wel, in die bijna al nostalgische tijd toen musea nog open mochten zijn.

de expositie over Anders Zorn in het Kunstmuseum Den Haag

Van Anders Zorn (1860-1920) had ik, eerlijk gezegd, nog nooit gehoord tot aan deze tentoonstelling. Maar de zaalteksten leerden me al heel snel dat ie toch heel erg beroemd was in zijn tijd. Gevierd in Parijs, in Londen, in de USA, een zeer gewaardeerd societyschilder die honderden portretten maakte van allerlei hotemetoten. En  de schilder bij uitstek van het geromantiseerde en verheerlijkte Zweedse landleven. Een ‘mannetje’ waar je niet zomaar omheen kon in de kunstwereld. Zoals hij op zijn zelfportret ook wel heel erg duidelijk laat zien.

Maar dat ‘mannetje’ zakte na zijn dood toch aardig weg. Behalve in eigen land, daar is hij nog steeds wereldberoemd. Met zelfs een eigen museum. Hoe dan ook, schilderen kon hij! Dat zag ik direct aan de aquarellen waarmee hij zijn carrière begon. Gemaakt met een fabelachtige techniek.

Anders Zorn, Naar de dans (1880), aquarel
Anders Zorn, Markt in Mora (1892), aquarel
Anders Zorn, Ons dagelijks brood (1886-1909), aquarel
detail
Anders Zorn, Roma smederij (1885), aquarel

Net zoals, daar is hij dan, mijn goede en te vroeg gestorven kunstgenoot Poen de Wijs (1948-2014) dat kon. Want ook die startte met technisch wonderschone aquarellen. Vaak met het vrouwelijk naakt als onderwerp. Maar dan heel afstandelijk, vaak heel verstild en bovenal heel esthetisch geschilderd.

Poen de Wijs, De Bretonse kust, aquarel
Poen de Wijs, Meisje met het rode haar (1978), aquarel

Dat bleef zo toen hij na een aantal jaren, net als Zorn, op olieverf overstapte. Maar bij Zorn’s destijds zeer populaire naakten kan ik me beslist niet onttrekken aan zijn typisch mannelijk kijk. In mijn ogen vaak wat gluurderig en pin-upperig. Want zou ’t in het eerste schilderij hieronder nou echt gaan om ‘De eerste keer’ (de titel die aangeeft dat het jongetje voor het eerst dat water ingaat) of om de weelderig weergeven mollige vormen van de moeder? En hoe zit dat in die andere schilderijen en modelfoto’s? Oordeel zelf.

Anders Zorn, De eerste keer (1888)
Anders Zorn, De zwaan, studiefoto en ets
modelfoto met links het gezicht van Zorn

Jammer genoeg kun je de expositie niet meer bezoeken. Die liep in alle stilte af op 31 januari. Alles is al weer op de terugweg naar Zweden, zo liet de Nieuwsbrief van het museum weten. Maar als je er voor wilt gaan zitten kun je hier op Vimeo, het chique zusje van YouTube, een uitgebreide door het museum gemaakte video van 20 minuten bekijken..

Dan nog Poen. Ook die dreigt, net als Zorn, na zijn dood weg te zakken. Iets waar zijn bewonderaars  een stokje voor willen steken. Met o.a. een grote expositie in museum Musiom in Amersfoort. De geplande openingsdatum? 8 Januari! Een typisch geval van dikke pech dus! De deuren konden nog geen dag open voor het publiek. Wel kan ik een tipje van de sluier oplichten want op 3 januari moest ik voor kunstzaken in dat Musiom zijn. Waar men toen nog druk bezig was met inrichten. Of dus de volgende foto’s de nog verborgen situatie van nu weergeven? Ik steek er zelfs geen vinger voor in het vuur.

Maar zodra het museum weer open mag, meld ik me. Zowel in Amersfoort als in dit blog. Want Poen’s prachtige nalatenschap verdient ’t om onder de aandacht te blijven. Veel meer over hem vind je op https://penseeltoets.nl/ Tot volgende week.

TOOS

“Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw vermag” deel 2


zoals Artemisia haar naam schreef

Bovenstaande woorden schreef Artemisia Gentileschi  in 1649 aan de Siciliaanse kunstverzamelaar Antonio Ruffo vanwege de prijs die ze vroeg voor een schilderij van haar. Woorden die ze in haar leven daarvoor al helemaal had waargemaakt. En ook de woorden waarmee ik vorige week mijn blog begon als start voor een virtuele landen- hink-stap-sprong. Waarbij ik toen overigens alleen aan de Italiaanse hink toekwam(lees hier maar). Met wel de belofte die toch altijd wat vreemd aandoende atletiekuiting met een Nederlandse stap en een  Londense sprong af te maken.

 Goed, op naar de stap via MeToo. Want in 1612 was de toen 18-jarige Artemisia te gelijker tijd hoofdpersoon en slachtoffer in haar eigen verkrachtingsproces. Waar ze toen al liet zien ‘wat een vrouw vermag’.

beeld uit de Italiaanse speelfilm ‘Artemisia’

De kerkelijke rechtbank van  pausenstad Rome vond het namelijk heel normaal en christelijk verantwoord haar te vragen zich vrijwillig te laten martelen met een zogenaamde sibile om haar beschuldiging kracht bij te zetten. Want als ze die onder marteling volhield, dan pas kon het waar zijn. Maar ook met de door de beul steeds strakker aangetrokken bundel touw rond haar vingers hield ze vol dat Agostino Tassi haar verkracht had. Moet je je voorstellen, je vingers, je ultieme schildersgereedschap, staan op het punt om blijvend verminkt te worden. Toch schreeuw je volgens het bewaard gebleven rechtbankverslag ‘E vero, E vero, E vero’, ‘het is waar, het is waar, het is waar’. Wat een MeToo-vrouw avant la lettre vermag!

rechterhand van Artemisia, in 1625 getekend door Pierre Dumonstier

Ik ben benieuwd hoe dat hier in Nederland zal gaan in de ‘zaak Julian Andeweg’. Een moderne MeToo-affaire die veel stof doet opwaaien in onze beeldende kunstwereld. Eigenlijk kon je er op wachten. De nationale film en toneelwereld was al opgeschud door MeToo-beschuldigingen, dus waarom zou dit aan de beeldende kunst voorbijgaan? Eind oktober vorig jaar was ’t zover. Met een uitgebreid artikel in de NRC. Over een aanstormend talent met een blijkbaar niet te beteugelen stormachtig en ook charismatisch karakter.

werk van Julian Andeweg

Deze Julian vertoonde, zo bleek, al een aantal jaren volstrekt grensoverschrijdend gedrag. Maar ja, belangen en de bijbehorende bedekkende mantel! Omarmd door academies, kunststichtingen, de commerciële kunstwereld, musea en het bekende Mondriaan Fonds. Terwijl er al vanaf 2013 aanklachten tegen hem lagen bij de politie. Aanklachten over aanranding, verkrachting en geweld waarmee al die jaren niets werd gedaan. Aanklachten van vrouwen die uit angst voor hem anoniem willen blijven in het NRC-artikel. Nu is uiteindelijk het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek begonnen. Nu pas trekken de diverse kunstinstanties hun handen van deze kunstenaar af. Nu heeft de directeur van een Haags kunstinstituut ontslag genomen, zijn er leraren aan de Academie in Den Haag geschorst, wil een galerie-eigenaar ineens niet meer met hem werken, toont het Bonnefanten Museum in Maastricht zijn werk niet meer, maar heeft het Mondriaan Fonds in de afgelopen jaren hem wel met € 85.000 subsidie gespekt. Ik ben benieuwd hoe dit alles afloopt.

werk van Julian Andeweg

Eén ding is trouwens wel zeker. De vrouwen die een aanklacht tegen de kunstenaar hebben ingediend zullen niet meer met de sibile te maken krijgen. Zeg maar eens dat we de laatste eeuwen geen vooruitgang hebben geboekt!

Artemisia kon in ieder geval haar ellende achter zich laten. Onder dat motto van ‘wat een vrouw vermag’ bouwde ze een illustere carrière op. In Florence werd ze als eerste vrouw opgenomen in de roemrijke Academia dell’Arte del Disegno. Terug in Rome zat haar huis vol ‘… met kardinalen en prinsen die een portret van mijn hand willen’, zoals ze schrijft in een brief. In zowel Venetië als Napels maakt ze furore. Ook verkeert ze in de tussentijd op uitnodiging nog een poos in Londen. Waar haar vader Orazio dan al een aantal jaren hofschilder is. Daaraan hebben we ook een getekend portret van hem te danken. Gemaakt door ‘onze eigenste’  beroemde portretschilder Antoon van Dijck die ’t In Londen zelfs tot de persoonlijke hofschilder van koning Charles I had gebracht.

portret van Orazio Gentileschi door Antoon van Dijck
schilderij ‘The finding of Moses’ van Orazio, geschilderd in opdracht van Charles I en in bezit van The National Gallery

Na jaren waren vader en dochter weer even herenigd en hebben ze daar in 1638 nog samengewerkt aan plafondschilderingen in het Queen’s House in Greenwich.

Orazio Gentileschi, plafondschildering in Queen’s House
Artemisia, plafondschildering ‘Allegory of peace’ in Queen’s House

Daarom is ’t ook zo mooi dat Artemisia nu een grootse expositie heeft in The National Gallery in Londen. Want daar is ie dan eindelijk, die ‘sprong’ van mijn drietraps hink-stap-sprong. Alleen is ’t zeer frustrerend dat het coronavirus de grote toegangsdeuren van het museum al heel lang gesloten houdt. De officiële einddatum van de expositie is zelfs al voorbij. Dus of we al dat moois van Artemisia ooit nog eens zo te zien zullen krijgen als daar?

in de expositie te bekijken, recent ontdekt zelfportret van Artemisia als Catharina van Alexandrië, voor en na de restauratie
een foto uit 2012 toen ik in Parijs in het wat minder bekende Musée Maillol een expositie over Artemisia bezocht, of dit schilderij nu in Londen hangt, geen idee

In ieder geval zijn er deze videos.

En mijn laatste woorden over Artemisia en Orazio heb ik beslist nog niet gesproken. Tot volgende week.

TOOS

“Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw kan doen”


Wat rommelend in mijn atelier stuitte ik in een hoek op de stapel Fabriano-papier waarop ik nog steeds een steendruk moet maken. Afspraak met mijn galerie Quadrige in Nice. Maar ja, corona! Door die stapel zat ik, vanuit dat atelier, met een associatieve wereldrecord hink-stap-sprong  via Italië en Nederland ineens zomaar op Trafalgar Square in Londen. Lichamelijk ben ik nooit echt atletisch geweest, maar mijn brein blijkt in dat opzicht toch nog steeds aardig vooruit te kunnen. Met als gevolg dit stukje.

hoofdplein in Fabriano
nog zo’n mooi plein

Die stapel papier dus. Geproduceerd in Fabriano, het Italiaanse stadje dat al eeuwen bekend is juist vanwege dat papier. Iedere kunstenaar die serieus aquarelleert, zal zeggen ‘o ja, natuurlijk, ken ik!’. Dus toen ik in september 2019 in de buurt van Fabriano verkeerde, was een bezoek eigenlijk een morele verplichting. Maar hoe zit dat nou met die hink-stap-sprong?

Hink: door die stapel dacht ik ineens aan een expositie in Fabriano in de Pinacoteca Civica. Met als centrale figuur Orazio Gentileschi (1563-1639).

Stap: de zaak-Andeweg die én in onze Nederlandse kunstwereld én in de pers de laatste tijd flink wat MeToo-stof doet opwaaien.

Sprong: de blockbuster  tentoonstelling ‘Artemisia’, voornaam van de befaamde schildersdochter van Orazio en begin 17e eeuw het middelpunt van een berucht geworden MeToo-geval avant la lettre. Een expositie in The National Gallery. Gelegen aan Trafalgar Square. In Londen dus. Maar dat komt straks.

Natinal Gallery aan het Trafalgar Square

Nu eerst die ‘hink’, Orazio Gentileschi  in Fabriano. Zomer 2019 verkeerde ik voor de nodige kunstactiviteiten een maand lang in Gubbio in Umbrië. Een streek vol prachtige steden, stadjes en kunst. Een uur rijden vanuit Gubbio en ik zat in Perugia, de machtige middeleeuwse provinciehoofdstad. Ook op een uur: Assisi, de stad van de heilige Franciscus en de befaamde fresco’s van Giotto (1267-1337). En wat dacht je van Urbino, geboortestad van de grote Rafaël (1483-1520). Of dus Fabriano. Vanaf de 13e eeuw rijk geworden met het produceren van kwaliteitspapier. Natuurlijk is daar een museum aan gewijd, in zo’n magnifiek middeleeuws klooster. Maar dat viel zwaar tegen. Niet het klooster, wel dat museum. Saai, oud, stoffig, weinig sprankelend, echt uit de tijd, moet een bezem door.  Nee, dan de Pinacoteca Civica Bruno Molajoli.

Pinacoteca Civica in Fabriano

Absoluut een regionale museumparel. Met toen de tentoonstelling ‘Het licht en de stiltes, Orazio Gentileschi en Caravaggesque schilderkunst in de Marche van de zeventiende eeuw’. Net geopend toen levensgezel en ik nog in Gubbio zaten. Zogezegd een mazzeltje en een ‘must’ te gelijkertijd.

Ik had heus al wel eerder werk van hem gezien. Want wat wil je, de vader en leermeester van mijn schildersheld Artemisia Gentileschi. Maar een hele tentoonstelling met hem als spil? Dat ging ik in Nederland zeker en vast nooit niet beleven. Zo kon ik nu ook mooi zijn werk eens goed vergelijken met dat van dochterlief.

deel van de expositie
Orazio Gentileschi, Rustpauze van de heilige familie tijdens de vlucht naar Egypte
Orazio Gentileschi, David met het hoofd van Goliath
nog wat delen van de expositie
er is ook een prachtige afdeling Middeleeuwse Kunst in het museum, hier een fresco met Maria en Kind en mijn voornaamgeefster, de Heilige Catharina van Alexandrië

Trouwens, niet alleen daar maar ook nog in de indrukwekkende barokke kerk tegenover het museum.

de barokke kerk tegenover het museum
kapel van de Kruisiging met een schilderij van Orazio

Kijk, Artemisia(1593-1653) blijft voor mij een 17e eeuwse superster en powerwoman. Maar Orazio is nu echt wel een paar plekken opgeschoven op mijn persoonlijke kunstenaarshitlijst. Als je in Pisa binnen je familie wordt opgeleid als goudsmid, verhuist naar Rome en er daar in slaagt een bloeiend schildersatelier op te zetten, heb je als kunstenaar echt iets in je mars. Want stel je voor, Rome in die tijd. De drukke en rijke pauselijke stad die stikte van de kunstenaars die er allemaal een carrière zochten. Net zoiets als het Parijs van voor en na 1900. Of het New York van na de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn dochter zeer talentvol bleek, veel meer dan zijn drie zonen, was daarbij in de concurrentieslag natuurlijk mooi meegenomen. Want als je 17 jaar bent en dit schilderij maakt, kun je best een beetje schilderen.

Artemisia Gentileschi, schilderij n.a.v. het bekende verhaal van Suzanna en de Ouderlingen (1610)

En toen gebeurde het! Zo’n jaar later werd Artemisia, bij afwezigheid van haar vader, in het ouderlijk huis verkracht door een ateliermedewerker. Door Agostino Tassi. Tja, en hoe ging dat dan in die tijd? Dan moest de verkrachter toch eigenlijk wel het slachtoffer trouwen. Maar omdat Tassi zijn belofte daarover negen maanden later nog steeds niet was nagekomen, klaagde Orazio hem aan. Dat is een befaamd proces geworden. Een 17e eeuwse MeToo-zaak. Vandaar dan ook die ‘stap’ in mijn hink-stap-sprong proces. Naar een hedendaags geval in Nederland. Maar die stap en sprong schuif ik nog even zeven nachtjes slapen door. Net zoals de verklaring van de titel bovenaan. Tot volgende week.

TOOS 

Zou de beroemde schilder John Constable (1776-1837) een Brexit voorstander zijn geweest?


Wat hebben we er toch lekker veel natuurfanaten bij gekregen in deze coronatijd! Zo bleek een dikke week geleden wel. Want zeg nou zelf,dat moet je toch wel zijn als je met z’n allen uitgebreid in de file gaat staan om een flinterdun laagje sneeuw op het Drielandenpunt bij Vaals te gaan bewonderen. Hoezo het aantal verkeersbewegingen terugschroeven tijdens de lockdown? Bij zoveel overenthousiasme hadden ze eigenlijk ook nog even moeten doorrijden naar Madrid om daar op de veel dikkere sneeuwlaag te gaan langlaufen. Maar goed, door hun idolate gedrag moest ik ineens denken aan nog zo’n grote natuurliefhebber. Aan John Constable (1776-1837) en de expositie over hem in het prachtige Haarlemse  Teylers Museum. Die kon ik nog net bezoeken toen het flipperkastenbeleid  voor musea dat weer even toestond.

Bovenstaande foto met het Teylers Museum op de achtergrond maakte levensgezel deze zomer. Toen we met vrienden in hun sloep op de Spaarne in Haarlem voorbij dat gebouw voeren. Met de wind in de haren en natuurlijk een glas witte wijn in de hand. Helemaal dus zoals ’t heurt volgens het Amsterdamse grachtengordel-sloep-reglement. Dat oudste museum van Nederland (1784) is ook absoluut een toost waard. Sowieso vanwege het oude gebouw zelf, met die magnifieke Ovale Zaal middenin. Maar ook vanwege de wetenschappelijke verzameling fossielen, mineralen en oude natuurkundige instrumenten. Waar levensgezel, met zijn achtergrond, altijd even likkebaardend moet ronddwalen.  En natuurlijk door de voor Nederland unieke kunstexposities die er regelmatig te bewonderen zijn.

de Ovale Zaal

Zoals nu die  overzichtstentoonstelling van John Constable. Zelfs de eerste in Nederland. Eigenlijk heel raar. Want in Engeland heeft hij een sterrenstatus. Daar is hij voor zijn bewonderaars nog steeds een van de beste landschapsschilders ooit. Niet zomaar wordt Suffolk, het gebied waar Constable zijn beroemdste schilderijen maakte, Constable Country genoemd. Er wordt zelfs geprobeerd om plekken die hij ooit schilderde terug te transformeren naar de toestand van zo’n twee eeuwen geleden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is con-06.jpg
bomen worden omgehakt om het landschap, met de kerktoren op de achtergrond, er weer Constable-like uit te laten zien

’t Moet er weer zoveel mogelijk uit gaan zien als op zijn schilderijen. In feite een vorm van omgekeerd photoshoppen. Idolatrie en idiotie? Hoezo! Zou onze goede vriend Obelix dan toch gelijk hebben met zijn uitspraak in de strip ‘Asterix bij de Britten’: Ils sont fous, ces Anglais, ze zijn gek, die Engelsen?

Maar waarom Constable zo speciaal is voor Engeland en voor de schilderkunst wordt heel prettig en kundig uitgelegd in onderstaande video over de expositie in Haarlem.

Persoonlijk vind ik de olieverfschilderijen die hij in zijn atelier maakte nogal braaf.

De Hooiwagen, Constable’s beroemdste schilderij, niet te zien op de expositie
wel op de expositie
tekening van Constable, in het bezit van Teylers Museum

Maar de olieverfschetsen waarop in de tentoonstelling terecht veel nadruk ligt, zijn toch heel bijzonder. Want wie ging er in die tijd buiten zitten schilderen met olieverf? Waarom kennen we niet dergelijke olieverfschetsen van Rembrandt? Waarom maakte die buiten alleen snelle schetsen en mogelijk enkele  etsen om ze later in zijn atelier verder uit te werken? Heel simpel, Rembrandt en Constable kenden de verftube nog niet. Die o zo handige tinnen tube stamt namelijk pas van 1841. Daarna werd het buiten schilderen ineens  veel makkelijker. Met als gevolg de nu zo beroemde School van Barbizon, het impressionisme van bijvoorbeeld Monet en het expressionisme van ons aller Vincent. Maar dat zijn andere verhalen.

zo’n olieverfschets van Constable op de expositie, zie ook de volgende foto’s

Wat nu dus een fluitje van een cent is, was in Constable’s tijd een ware expeditie waarin hij als een echte pionier bepakt en bezakt op stap moest. Met bijvoorbeeld dichtgebonden varkensblazen waarin zijn thuis gefabriceerde olieverven niet uitdroogden. Naast ook nog de nodige glazen flesjes met medium en pigmenten. En dan moest hij met deze primitieve middelen maar even snel die prachtige momentane luchten met hun ingewikkelde lichte en donkere wolkenpartijen neerzetten.

Vooral door die olieverfschetsen in Teylers ben ik hem meer gaan waarderen.

Want zoals hierboven al gezegd, ik vond hem altijd wat braaf. Altijd maar diezelfde soort olieverfschilderijen van diezelfde plaatsen, ’t liefst in zijn geboortestreek Suffolk. Zelfs toen hij op latere leeftijd bekender werd en in Frankrijk zowaar meer schilderijen verkocht dan in eigen land weigerde hij het Kanaal over te steken. Liever arm in eigen land dan rijk daarbuiten, zo zei hij eens. Vandaar dus de titel van dit stukje. Een volstrekt irrelevante vraag natuurlijk. Maar, zo vond ik, wel een leuke opener.

nog een paar foto’s van de tentoonstelling

Nu maar hopen dat de musea weer open kunnen voor 28 februari. Want tot dan staat de noodgedwongen al verlengde tentoonstelling gepland. As ’t effe kan gewoon nog gaan. Tot volgende week.

TOOS

Covid-19 en iets positiefs? Ja hoor, dat kan!


Als dat coronavirus met die neutrale wetenschappelijke naam Covid-19 vorig jaar niet was begonnen om onze wereld volledig op z’n kop te zetten, was bovenstaande foto er nooit geweest. Dus ook niet mijn nieuwe brochure ‘De XX-XX Serie’. Veertig pagina’s dik en eind december van de drukpers gerold. Hoe dat zit? Hier komt ie.

Maart 2020. Onze intelligente lockdown. Alles ligt op z’n gat. Stille winkelstraten, lege autowegen, volle ziekenhuizen, levenloze scholen, nutteloze kantoren. Met andere woorden, de anderhalve meter samenleving. En voor mij persoonlijk het niet doorgaan van de opening van een nieuwe expositie. Maar toen was daar ineens dat initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. De actie Kunstbezorgd.nl. Wat die inhield heb ik hier al eerder verteld. ’t Werd een groot succes voor het CBK en deelnemende kunstenaars. Ook voor mij. Mijn mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat, ze moesten ten slotte in het doorsnee brievenbusgat passen, vlogen weg. Niet alleen richting Zeeuwse brievenbussen. Ook in Brabant, Noord- en Zuid-Holland, Gelderland, Groningen en Frankrijk klepperden die.

titelblad van de brochure met links bij elkaar 20 van de 40 kunstwerken in de XX-XX Serie

In al die tijd dat we intelligent op slot bleven, kon ik me in mijn atelier helemaal uitleven. Want elke keer dat ik nieuwe werken aanleverde, waren die binnen de kortste keren verkocht. Veertig werden ’t er uiteindelijk. Tot Nederland weer van het slot ging en de Kunstbezorgd.nl site daardoor bewust op slot. Maar wacht even! Een serie van 40 werken en dat in het jaar 2020? Een prachtig toeval toch?

Vandaar het idee om er een brochure aan te wijden. Met 40 pagina’s, dat lag natuurlijk voor de hand. Toen nog een naam.  Nee, ‘De Corona-Serie’, dat was ‘m eigenlijk niet. Maar op z’n Romeins ‘De XX-XX Serie’, dat leek me wel wat.

enkele van de kunstwerken bladvullend op 2 pagina’s naast elkaar

En toen? Zo’n idee is een heel korte één, het uitvoeren ervan een veel langere twee. Teksten erbij maken, volgorde uitzoeken en, zo was een plotse oprisping, ook kopers erbij betrekken. Om dan daarna mijn vaste vormgeefster Martien Versteegh erbij te betrekken. Want Martien, met haar eigen creatief bureau en uitgeverij Donkigotte, heeft al bij heel wat kunstuitgaven van me een belangrijke vormgevingsrol gespeeld. Maar uiteindelijk is ie er dus, die brochure.

Alle bezitters van een kunstwerk uit ‘De XX-XX Serie’  hebben vanzelfsprekend al een exemplaar gekregen. Een aantal heeft er ook hun eigenste bijdrage in teruggevonden. Met eigen foto en eigen verhaal. Dat was namelijk die plotse oprisping. Hoe leuk zou ’t zijn om bezitters een foto te laten maken van hoe het kunstwerk bij hen thuis hangt en te laten beschrijven waarom ze juist dat specifieke werk hebben gekocht. En aldus geschiedde. Ook ben ik blij met de inleiding die directeur Kathrin Ginsberg van het CBK Zeeland schreef.

links zo’n foto met tekst van de bezitter, rechts het werk bladvullend
nog zo’n foto en tekst van de bezitter
nog een paar bladvullende afbeeldingen

Mocht je het leuk vinden zelf een exemplaar van die brochure in je bezit te krijgen, geen probleem. Als de Middelburgse Kunst en Cultuurroute weer begint, ben je van harte welkom. Ik heb er genoeg liggen in mijn atelier. Maar dat wordt vast niet de eerstvolgende 1e zondag van de maand, 7 februari dus. Iets met een Britse variant en nog wat weken langer lockdowntje spelen met z’n allen! Is dat gelazer met de Brexit eindelijk voorbij, krijg je nog een leuk extra cadeautje van over het Kanaal. Zondag 7 maart dan maar? Dan hoop ik de poort van mijn pakhuis Holstein aan de Korendijk toch wel weer te mogen ontgrendelen.

Trouwens, de site van Kunstbezorgd.nl is sinds de minder intelligente lockdown in december ook weer ontgrendeld. Voor een tweede ronde. Met weer allerlei nieuwe bijdragen. Ook van mijn kant. Kijk maar eens. Of er van mij dan nog wat te koop staat? Garantie tot de knop van de voordeur heet ’t dan. Want ook nu verkopen ze weer als een tierelier.

aan het werk in mijn atelier voor die nieuwe serie

Tot volgende week.

TOOS

In afwachting van ………


Bijgaande foto is een uitsnede van een mixed media kunstwerk van mij met de titel ‘In afwachting’. Dat leek mij een mooie,metaforische afspiegeling van de gemoedstoestand van velen van ons aan het begin van dit nieuwe jaar 2021. In ieder geval geeft het mijn gevoel weer. Want wat wacht ons na dat krankjorume jaar 2020? De vaccinatie waar de meesten naar uitzien? Wanneer gaat dat gebeuren? Opdat we weer het leven kunnen oppakken waar we zo aan gewend zijn. Wanneer kun je weer een winkel inlopen zonder gezichtsmasker? Wanneer kunnen we weer gewoon naar het theater? Of naar de bioscoop? Wanneer kun je weer spontaan naar een museum? Of gewoon een galerie inlopen? En bovenal natuurlijk, wanneer kunnen we elkaar weer normaal ontmoeten? Thuis, in het restaurant, in het café. Iets dat een jaar geleden heel normaal was, is nu ineens uitzonderlijk. Wanneer gaan we elkaar weer normaal begroeten en niet op die kunstmatige manieren van nu?

Ik wens iedereen toe dat in de loop van dit jaar ons ‘normale’ leven weer op gang kan komen. Met daarbij toch ook de hoop dat er maatschappelijk een en ander gaat veranderen  op grond van allerlei wijze lessen die we met z’n allen hebben kunnen leren in 2020. Dan houden we aan het coronavirus ook nog iets positiefs over.

Ik wens jullie hoe dan ook een goed, mooi, gezond en kunstzinnig 2021 toe. Tot volgende week!

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

De kunstzinnige keerzijden van corona


Daar sta ik zomaar met mijn naam en bovenstaande atelierfoto tussen wereldwijd bekende kunstenaars als Ai Wei Wei, Paul McCarthy, Andres Serrano en David Lynch. En staat er ook zomaar een video met mijn Venetië-schilderijen op YouTube. Waardoor? Gewoon,door dat Covid-19 pluizebolletje.

Riva, één van mijn ‘Venetië-schilderijen’

’t Is natuurlijk overduidelijk dat corona ziek maakt en soms heel erg, dat corona dodelijk kan zijn en dat corona onze maatschappij ontwricht op een ongekende manier. Maar juist daardoor boort ons menselijk brein nieuwe mogelijkheden aan. Het borrelt overal van inventiviteit, oorspronkelijke ideeën en out of the box denken. Met allerlei onvoorspelbare ontwikkelingen tot gevolg. Zeker ook in de zwaar getroffen culturele sector. Of, beter gezegd, juist in de culturele sector. Als iets daar belangrijk is dan is ’t wel creativiteit. Een paar voorbeelden maakte ik de afgelopen weken zelf mee. Zoals dus dat met mijn naam in combinatie met die atelierfoto en dat met Venetië. Mijn lievelingsstad. Maar ook die van Han de Kluijver. Wie? Dat leg ik uit.

’t Begon met een onverwacht mailtje. Van die mij bekende Han de Kluijver. Niet alleen de bezitter van een ‘Toos’, maar daarnaast beroepsmatig bezig als architect en als kunstkompaan met prachtig grote glasobjecten.

glasobject van Han de Kluijver

Wat bleek uit de mail? Han was ook nog van de muziek. En die hobby had hij weer wat uitgebreider opgepakt in deze coronatijd. Hij kon nu toch niet naar Tsjechië of naar Venetië, de plekken waar hij regelmatig verkeert om zijn glasobjecten te laten gieten. Dat betekende dus meer vrije tijd! Tijd om met een aantal vrienden weer eens muziek te maken. Zo waren ze bezig met de opname van een nieuw nummer, ‘Mijn Stad’. En dat nummer wilde Han graag ondersteund zien met een video gebaseerd op mijn Venetië-schilderijen. Zo kwam dus van ’t een ’t ander met onderstaand resultaat.

Je kunt, denk ik, rustig stellen dat zonder de corona-lockdowns dit niet nu gebeurd zou zijn. Net zoals bij die atelierfoto. Ook het gevolg van een mailtje van enkele weken geleden. Maar nu van een mij geheel onbekende André Smits. Of hij van mij een foto mocht maken in mijn atelier. Met mijn rug naar hem toegekeerd. Want dat deed hij als project al sinds 2008 over de hele wereld. Beeldend kunstenaars, galeristen, museumdirecteuren en meer kunstbetrokken mensen van allerlei pluimage op die manier fotograferen in hun eigen kunstomgeving.  Op zijn site www.artistintheworld.com kon ik de resultaten bekijken.

willekeurig voorbeeld van zo’n atelierfoto in New York

En daar trof ik ze dus, die al genoemde beroemdheden. Ai Wei Wei, waar kom je hem tegenwoordig niet tegen. Paul McCarthy, die van het beruchte beeld in Rotterdam dat in de volksmond de naam Kabouter Buttplug kreeg. Andres Serrano, nogal controversieel door zijn crucifix foto’s en erotisch getinte ensceneringen. En David Lynch, regisseur van o.a. de tv-cultserie Twin Peaks maar ook beeldend kunstenaar.

foto gemaakt in 2017 op een wijndomein in Zuid Frankrijk, met een symbolische installatie van Ai Wei Wei (een Romeinse heirbaan)
Kabouter Buttplug in Rotterdam, gemaakt door Paul McCarthy
atelier van Andres Serrano, uit de serie van André Smits
voorbeeld van de kunst van David Lynch

Niet onaardig toch om daar tussen te staan? Nadat André zijn fotoshoot had gedaan, zaten we natuurlijk nog wat na te kletsen. ’t Bleek dat hij, ook al weer door al die  lockdowns, noodgedwongen tijdelijk in Zeeuws-Vlaanderen was neergestreken. In een kraakvrij pand. Even niks geen hop-hop naar overal. Nee, gewoon Zeeland en omstreken als habitat. Maar hoe kom je daar dan aan te fotograferen kunstenaars? Nou, dan blader je door het in september verschenen eindnummer van het Zeeuwse kunstblad Decreet, neemt contact op met de redacteur en verkrijgt zo emailadressen van de kunstenaars daarin. Over Decreet schreef ik al eens omdat ik er ook van mij een kunstwerk in staat. Lees en kijk hier maar.

Toos van Holstein,’ In afwachting’ (mixed media op aluminiumplaat), gepubliceerd in Decreet

Daardoor komt er nu onverwacht een aantal Zeeuwse kunstenaars, waaronder ene Toos van Holstein, voor onder de duizenden andere namen die André sinds 2008 al ‘verzamelde’. Want daar moet ik natuurlijk wel eerlijk in zijn. Ik sta dan nu wel tussen diverse beroemdheden, maar ook bij ontiegelijk veel onberoemdheden. Hoe dan ook, leuk blijft ‘t, die onverwacht positieve gevolgen van Covid-19. Zoals ook Kunstbezorgd.nl, dat initiatief van CBK Zeeland waarover ik al eerder schreef. Tot volgende week.

TOOS

Mijn atelier en het tv-programma ‘Vier Handen op Eén Buik’


atelier Toos van Holstein in Middelburg

Afgelopen maandag kreeg ik een telefoontje. ‘Die’ specifieke uitzending van ‘Vier handen op Eén Buik’ gaat op dinsdagavond 15 december worden uitgezonden. Wat dan dat ‘die’ inhoudt?

’t Is al weer wat maanden geleden dat een televisieploeg neerstreek in mijn Middelburgse atelier.

die televisie ploeg in mijn atelier

Een paar weken ervoor had ik een mailtje gekregen met het verzoek of die ruimte mocht worden gebruikt voor opnamen van een aflevering van de nieuwe serie van ‘Vier handen op Eén Buik’. Het bekende programma waarin een vrouwelijke BN’er, zelf moeder, een poos lang als klankbord en praatpaal een vaak nog heel jonge, zwangere vrouw begeleidt. Jonge vrouwen die in hun nog korte bestaan al meer schrijnende en gecompliceerde ervaringen hebben meegemaakt dan de meesten van ons in hun hele leven zullen doen.

Via via was de organisatie bij mij terecht gekomen: ‘jouw fotogenieke atelier lijkt ons heel geschikt voor bepaalde opnamen’. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken! Karin Bloemen was in die aflevering de BN’er. Ook leuk natuurlijk. In Op1 vertelde ze een paar weken geleden: “Ik vind het heel mooi om te laten zien dat alle foute aannames die je hebt over jonge vrouwen die zwanger zijn, niet altijd kloppen. Ze staan heel bewust in het leven”. Kijk hier maar voor dat interview (hieronder een foto daarvan).

Bij het telefonisch voorgesprek bleek dat Karin’s zus,een beeldend kunstenaar, in kunstzinnig opzicht een rol speelde bij de begeleiding van de jonge hoofdpersoon en dat daarvoor mijn atelier nodig was.. Nou, dacht ik, laat het allemaal maar over me komen, ik zie wel hoe ’t uitwerkt.

Uiteindelijk streek er op een zomerse dag in juli een achtkoppig gezelschap neer in mijn atelier. Hoofdpersoon en tienermoeder Nikita met haar baby, Karin Bloemen en haar zus, de regisseur en de opperregelaar, de filmer en de belichtings/geluidsman.

met Karin Bloemen en Nikita voor mijn oude pakhuis uit 1738
overleg over de inrichting van het atelier

de kleinste van het gezelschap in het centrum van de belangstelling

Logisch natuurlijk dat ik met iedereen wel een praatje heb gemaakt. Maar verder ben ik bij die opnames niet betrokken geweest en heb ik me bescheiden terug getrokken in mijn woongedeelte. Tot de vraag kwam van ‘Toos, die verdiept liggende tuin direct achter dat platje bij jou, kunnen we daar ook filmen?’. Die zou namelijk mooi gebruikt kunnen worden voor de bijbehorende en te filmen nabespreking met Nikita. Maar daarvoor moest ik mijn buren vragen. Want al lijkt die tuin bij mijn pakhuis te behoren, de praktijk is anders. Ik kan er heerlijk op uit kijken en van genieten, maar hoef er totaal geen onderhoud aan te plegen. Dat moeten die buren als eigenaar doen. Best wel ideaal!

Uiteindelijk hebben zij dus ook nog hun aandeel geleverd aan deze aflevering. Te zien aanstaande dinsdag 15 december om 20.25 uur op NPO3. Hoe die tuin daarin gaat voorkomen? En hoe mijn atelier in beeld komt? En of nog ergens vermeld wordt dat dit het atelier van ene Toos van Holstein in Middelburg is? Driemaal geen idee! Wel is zeker dat ik ga kijken. Dat ’t na afloop van de opnames nog heel gezellig was met Karin Bloemen is ook een ding dat zeker is. Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas, zijn wonderen en geschenken, maar dan net even anders


de verklaring van deze foto lees je helemaal onderaan

Die hele Sint Nicolaas is eigenlijk maar een wonderbaarlijk figuur. Want moeten we nou echt geloven dat hij zijn schimmel als een pré-Anky (van Grunsven) zo heeft gedresseerd dat ie op daken kan lopen en balanceren? En dat hij pakjes door een schoorsteen precies in schoentjes weet te mikken die niet eens direct onder die schoorsteen staan? Trouwens, schoorsteen? Hoe zit dat bij cv-verwarming? Maar ja, een wondertje hier en daar en de broodnodige verwarring is hij nooit uit de weg gegaan. Bij het Sinterklaasjournaal lust Dieuwertje Blok er wel pap van. Trouwens, niet alleen het journaal van nu maar ook dat van eeuwen geleden. Een Sinterklaasjournaal eeuwen geleden? Ja, natuurlijk! Want wat is zo’n middeleeuws veelluik als hieronder anders dan dat?

veelluik met de wonderen van Sint Nikolaas

Gewoon een geschilderd journaal om het volk kond te doen van Sint zijn wonderen. Zoals linksonder die wonderbaarlijke vermenigvuldiging van graanzakken in een schip toen er hongersnood dreigde in Myra, de Turkse stad waar hij bisschop was. Hé, kennen we ook niet zo’n wonderverhaal over vermenigvuldiging van brood en wijn uit een andere bron? Goed voorbeeld doet goed volgen!

Sint Nicolaas vermenigvuldigt de zakken graan in het schip op wonderbaarlijke wijze

En wat te denken van de afbeelding linksboven waar onze goedheiligman met stiekeme geldschenkingen de drie dochters van een zieke vader redt van de prostitutie. Voor arme ongetrouwde vrouwen vaak de laatste reddingsboei destijds. Zou hij toen al geleerd hebben om goed te mikken met cadeautjes?

de redding van de drie maagden

Rechtsboven staat ook nog een mooie. Daar heeft hij drie kinderen die door een kwaadwillige slager in stukken waren gehakt weer keurig in elkaar gezet en tot leven gebracht. Het monster van Frankenstein is er niks bij.

de redding van de drie in stukken gesneden kinderen

Welk wonder er mogelijk op het missende paneel rechtsonder heeft gestaan? Misschien wel die redding van de door een heidense koning  gevangen genomen edelmanszoon die deze snode heerser vertelde over de wonderen van Sint Nicolaas. ’s Konings hoon dat die heilige hem toch maar mooi in de steek liet, kon Nicolaas natuurlijk niet op zich laten zitten. Hij verscheen subiet, gezeten op een wolk. Logisch dus dat die jongeman vrijkwam.

Prachtige sprookjes natuurlijk. Maar of onze Sint er toen ook uit zag als op dat schilderij? Daarover heerst toch wat onzekerheid. Kijk maar.

links onze kindervriend in Zwitserland, midden Oekraïne en rechts Tsjechië

En die mijter? Op de oude icoon hieronder (links in de foto) is daarvan geen sprake. Wel interessant overigens dat zijn uiterlijk daar wel wat lijkt op het hoofd van Nicolaas dat een aantal jaren geleden is gereconstrueerd  na wetenschappelijk onderzoek van resten van zijn geraamte.

Daarbij dan wel aangenomen natuurlijk dat het ook echt de botten van die bisschop van Myra betreft. De tombe met zijn overblijfselen valt te aanbidden in de Sint-Nicolaas basiliek van Bari aan de zuidoost- kust van Italië. Een druk bezocht graf, zo kon ik in 2016 zelf constateren.

de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de crypte met het graf van Sint Nicolaas

Hoe zijn beenderen daar terecht kwamen? Na een rooftocht van kooplieden in 1087 die ’t maar niks vonden dat hun heilige begraven lag in een toen islamitisch geworden gebied. Daardoor pronkt Bari nu ook jaarlijks met een processie waarin het beeld van Sint Nicolaas wordt rond gesjouwd door de oude stad. Als je goed kijkt zie je dat zijn gezicht behoorlijk bruin getint is. Interessant en humoristisch toch? Leuk ook voor een pikante bijdrage aan onze Pietendiscussie.

Nog leuker is dat Turkije die relieken van Nicolaas graag terug wil hebben. Gestolen erfgoed ten slotte! Een Turkse professor in de archeologie staat daar helemaal achter. Nicolaas zelf zou destijds in de 4e eeuw namelijk nooit hebben verklaard dat hij in Italië wilde worden begraven. Echt een ijzersterk argument. Ik moest even denken aan Rudy Giuliani, zijn geweldige Trumpteam en hun grootse resultaten bij het aanvechten van de Amerikaanse verkiezingsuitslag.

steendruk de drie maagden van hierboven

Maar goed, wij hebben op 5 december ons eigen Sinterklaasfeest. Zij het dit jaar onder beperkende corona-omstandigheden. ’t Blijft wel gek dat we dat op 5 december vieren terwijl officieel de sterf en naamdag van Sint Nicolaas op 6 december valt. Laat dat nou toevallig dit jaar de 1e zondag van de maand zijn! De dag van de Kunst en Cultuurroute Middelburg (13-17 uur). Iedereen welkom in mijn atelier aan de Korendijk 56. En logisch natuurlijk dat ik zorg voor aantrekkelijke kunstcadeautjes. Zoals bijvoorbeeld mijn bijdrage met vier steendrukken aan de levensbeschrijving van Saint Nicolas in de middeleeuwse ‘La Légende Dorée’ van monnik Jacques de Voragine (foto helemaal bovenaan). Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor in je brievenbus en zou Hugo de Jonge misschien stiekem Rolling Stones fan zijn?


Wat deze foto hier doet? verklaring verderop.

Sinds vorige week is in Zeeland een nieuw lichtpuntje te ontwaren in het diepe duister waarin de Nederlandse cultuursector zich al tijden bevindt. Maar daarover straks.

Eerst nog wat extra licht op dat diepe duister. Dat ging twee weken geleden toch echt wel lijken op een zwart gat. Geen toneellampen meer aan in de theaters. Concertzalen als donkere, holle ruimten. Geen oplichtende schermen in de bioscopen. Zelfs musea moesten minimaal twee weken de uitlichting van hun kunst staken. Reden onder andere? Het aantal verkeersbewegingen terugbrengen Maar Ikea? Die filialen mochten open blijven. Een absolute gotspe! Stel dat alle auto’s richting musea links zouden moeten voorsorteren en die voor Ikea rechts. Gokkie leggen dat je rechts één grote, urenlange file had gekregen en dat de museumbezoekers links gewoon konden doorrijden? Bezoekers, doordeweeks voornamelijk ‘grijze koppen’, die zich keurig voor zo’n tijdslot hadden aangemeld waarin maar een minimaal aantal mensen was toegestaan. Bezoekers die zich, zo weet ik uit ervaring, keurig aan alle afstandsregels houden. Want zijn zij niet de begerenswaardigste doelgroep voor dat pluizige coronabolletje met die gretige grijparmpjes? Bezoekers ook die de regelmatig beslagen brillenglazen op de koop toenemen bij hun net niet goed zittende gezichtsmaskers.

drie weken geleden bij Kasteel Het Nijenhuis ten oosten van Zwolle, ongelooflijk toch, die drukte, met alle bijbehorende verkeersbewegingen?

Maar nee, dicht moesten ze, die musea, absoluut dicht! En nog geen week later? Minister Hugo de Jonge op tv. Met droge ogen en zonder enige schaamte weet ie te melden dat ze zeer waarschijnlijk snel weer open mogen. Gewoon nog wat nachtjes rustig slapen en ’t is zo ver. Wat is er daar achter de schermen gebeurd? Welk visioen, welk voortschrijdend inzicht had zich binnen zeven dagen zo plotseling aan hem geopenbaard? Maar goed, met zijn Bijbelse achtergrond zal de spreuk ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ hem niet onbekend zijn.

De bioscopen, theaters en ook musea mogen dus nu toch eind deze week ineens weer open. Wel natuurlijk met alle bijbehorende en beperkende corona-voorwaarden. Zwalkende cultuur-lichtpuntjes zogezegd. Met in Zeeland zelfs nog die al genoemde extra lichtbron. De herintroductie van Kunstbezord.nl.

Hé, zullen sommige lezers mogelijk denken. Ken ik dat niet? Jazekers ken je dat. In april en mei schreef ik daarover al. Nog even kort samengevat. Alles wat kunst betrof lag op z’n gat. Reden voor het Centrum Beeldende Kunst Zeeland om te beginnen met die actie Kunstbezorgd.nl. Alle bij het CBK ingeschreven professionele kunstenaars konden foto’s aanleveren van opstuurbare, brievenbusveilige kunstwerken met maximaal A4-formaat. Alles te koop voor de vaste prijs van €100 per kunstwerk. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Het idee vond ik zo sympathiek dat ik me over mijn bezwaar tegen die toch wel lage prijs heen zette.

Ik ging aan de slag met een stapel dunne, makkelijk snijdbare aluminiumplaten die al jaren in mijn atelier lag. En met succes. Veertig maakte ik er in die lockdown-maanden, allemaal verkocht. Een heerlijk gevoel dat ik in die sombere tijd best wel kon gebruiken. Zo’n heerlijk gevoel dat ik er ook nog een brochure van 40 pagina’s aan ga wijden. Maar dat wordt een ander verhaal.

afbeelding op de omslag van die komende brochure over de XX-XX Serie

Toen galerieën en musea weer opengingen sloot het CBK de site af. Tot ik twee weken geleden bericht kreeg dat in deze opnieuw duistere tijden de Kunstbezord site weer internetleven wordt ingeblazen. Oh,had ik nog wat van die aluminiumplaten liggen? Ja! Vandaar onderstaande foto van vorige week.

bezig in mijn atelier aan nieuwe kunstwerken voor Kunstbezorgd.nl

Kunstbezorgd.nl is intussen actief in de cyberspace en in de shop staan ook alweer heel wat werken te koop van heel wat kunstenaars. Zoals van mij. Ten minste, op dit moment van schrijven. Want zoals dat door de bancaire wereld tegenwoordig heet ‘resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst’. Je hoeft trouwens niet door alles heen te scrollen, je kunt ook op naam zoeken.

een screenshot van vorige week van de verkoopsite van Kunstbezorgd.nl met daarin het kunstwerk dat je al zag staan, helemaal bovenaan
een nieuw kunstwerk dat er nu op staat

En wat Hugo de Jonge betreft? Ik vroeg me ineens af of hij niet stiekem een fan is van de Rolling Stones. Want op vrijdag 20 november mogen de musea weer open. Komt dat even goed uit voor het Groninger Museum met de opening van de nieuwe blockbuster expositie ‘Unzipped’ over dat fameuze stel jonge ouwe mannen. Waarbij Mick Jagger de officiële opener is op donderdag 19 november om 17.00 uur. Dat gebeurt online via rollingstonesgroningen.nl. Door iedereen te volgen. Toeval? Bij Hugo de Jonge gebeuren wel meer rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Reddersmonument en van toen het Veerse Meer nog het Veerse Gat was


Wat dit hierboven is? Mijn Reddersmonument in Veere. Op de hoek van Markt en Kaai. Op de muur van wat ooit het katholieke kerkje O.L. Vrouwe ter Snee was, schuin tegenover dat prachtige middeleeuwse stadhuis. Onthuld op 29 mei 2010. Een paar weken geleden was ik er weer  eens even  om te controleren of dat reddersmonument er nog steeds goed bij hangt. Dat maakte ook gelijk heel wat herinneringen los. Zoals dat het al onthuld had moeten worden op 11 januari 2008 en ook nog op een heel andere plek.

bij de ingang van de haven

Daar dus waar nu die kanonnen staan. En dan zo’n 5 meter hoog. Je begrijpt vast al dat dit een stukje recente Veerse  geschiedenis vormt in de lange historie van deze ooit zo rijke havenstad. Van toen het Veerse Gat, de directe verbinding met de Noordzee, nog lang geen afgesloten Veerse Meer was. En er op drukke dagen in de 16e en 17e eeuw tientallen handelsschepen voor anker gingen.

Schepen die bij heftige stormen op zee wel eens in nood kwamen en ook vergingen. Waarbij zeelui verdronken of op het nippertje werden gered.

Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een soort reddingswezen op gang. Met als gangmaker de in Veere geboren Frans Naerebout (1748-1818). Voorganger van de velen die zich daarna inzetten voor dat reddingswezen. Zoals bijvoorbeeld nog op 11 januari 1958 kapitein Jan Minneboo en matroos Boete Minneboo. Die met hun reddingsboot en gevaar voor eigen leven op bijna miraculeuze manier de bemanning van de zinkende sleepboot Ebro veilig aan wal wisten te krijgen. Toen al beloofde de burgemeester dat daar een eremonument voor moest komen. Niet dus.

Frans Minneboo

En dat kon Frans Minneboo, zoon van Jan, niet laten gebeuren. Dat monument, een eerbetoon aan al die redders van eeuwen her, moest en zou er komen. Het liefst exact 50 jaar na die heldendaad in 1958. De laatste trouwens. Want een paar jaar later werd het Veerse Gat afgesloten. Dat is zelfs nog bezongen door de bekende troubadour Jaap Fischer. Luister maar.

Frans Minneboo richtte dus een stichting op. De Stichting Reddersmonument Veere, de SRM Veere. Vijf  Zeeuwse kunstenaars werden geselecteerd om een ontwerp te maken voor het monument. En, kort samengevat, mijn ontwerp werd ‘t.

maquette voor mijn Reddersmonument

Vanwege de figuratief vormgegeven symboliek. Met de vervaarlijke zeebodem en het opengewerkte lichaam van de drenkeling, bijna al een lege huls. En met de reddingsboot als windvaan bovenop de dubbel gelaagde golven. Voor zowel het visueel dramatisch effect als de gelaagdheid van het redden lang geleden. Want leverde een vergaan schip niet ook heel veel aangespoelde, te jutten en te verkopen goederen op?

Waar dit geheel moest komen wist ik gelijk. Op de kop van de haven waar vroeger al die schepen in en uit voeren. Recht tegenover de stoere 15e eeuwse Campveerse Toren, ooit onderdeel van de Veerse stadsmuur. Zo ongeveer moest ’t er ongeveer uit komen te zien.

gezien vanaf de hoek van Kaai en Markt

Maar toen kwamen de nimby’s in opstand. De lui van ‘ik ben wel voor, maar not in my back yard‘, niet in mijn achtertuin. Of eigenlijk dus nimfy’s. Not in my front yard, niet in mijn voortuin. Want, zoals dat werd verwoord in hun bezwaarschriften, ‘het past niet in onze vestingstad en bovendien zou bij plaatsing op de beschermde stadswallen het aloude silhouet van de stad worden aangetast’. Een heel curieus argument trouwens, dat van het silhouet. Want exact op de plaats waar het reddersmonument zou komen, stond eeuwen geleden een andere toren van de vestingwal. Zoals deze oude gravure van Veere laat zien. Maar ja, historisch besef is een rekbaar begrip.

links de gravure, rechts een uitsnede ervan, met links die toren tegenover de Campveerse Toren

Die toren schijnt ooit bij een zeer lage waterstand de haven in te zijn gegleden en is nooit meer opgebouwd. De tegenstanders liepen zelfs in de zomer op de Kaai toeristen te ronselen om hun bezwaar mee te ondertekenen. Ik heb me destijds ver gehouden van al dat gedoe, dat was aan de SRM Veere. Met pijn in het hart natuurlijk. Maar ik had van insiders wel begrepen dat Veere een politiek wespennest was en er mogelijk ook nog andere,meer persoonlijke belangen speelden. Uiteindelijk ging de oorspronkelijke opzet dus niet door, B en W haalden bakzeil. Maar geen haar op Frans Minneboo’s hoofd die er aan dacht zich schaakmat te laten zetten. De particuliere geldgiften waren overigens ook al binnen. Dus maakte ik een nieuwe, veel kleinere opzet voor die hoek bij Markt en Kaai. ’t Was toch ook mijn eer te na dat die redders niet geëerd zouden worden.

Het resultaat? Een groot feest op 29 mei 2010. Met redder Boete Minneboo en oud-Ebro-kapitein  Jan Bruins, beiden 85, als eregasten.

onthulling door Boete Minneboo en Jaap Bruins
en ondergetekende deed natuurlijk ook nog een woordje
een shanty-koor mocht natuurlijk ook niet ontbreken

Eind goed, al goed. Met dat nog steeds prachtig hangende reddersmonument. Tot volgende week.

TOOS

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Nederlandse Dagobert Duck’s en het Grote Kunstgeheim van Delden


Dat geheim van Delden komt zo. Eerst een raadseltje. Wat is de overeenkomst tussen Ruurlo, Wassenaar en Gorssel? Een makkie natuurlijk, het antwoord. Dat zijn Nederlandse Dagobert Duck’s. Niet dat ze zoals de enige echte en oorspronkelijke Dagobert letterlijk zwemmen in hun geld. Nee, dat gebeurt meer figuurlijk. Maar vrijwel letterlijk kunnen ze dat wel tussen alle kunst in hun pakhuizen.  Zo groot en zo vol met kunst dat er nieuw te bouwen musea aan te pas moesten te komen om ruimte te scheppen. Ze bleven namelijk maar kopen. Want als je lekker ruim in de slappe was zit en heftig besmet raakt met het kunstvirus is het hek snel van de dam. Dan wil je gewoon steeds meer, die drang wordt onbeheersbaar. Maar aan die verslaving danken we nu wel Museum Voorlinden in Wassenaar,  Museum MORE in Gorssel en Kasteel Ruurlo.

museum Voorlinden in Wassenaar
museum MORE in Gorssel
in museum MORE

Want  Joop van Caldenborgh en Hans Melchers konden niet op hun geld en hun kunst blijven zitten. Zij lieten deze nieuwe particuliere musea bouwen. Met wat kort door de bocht geformuleerd de focus op de internationale moderne kunst en op het Nederlandse Realisme.

Voor MORE werd die basis overigens wel gelegd door een uiteindelijk behoorlijk mislukte Dagobert Duck. Dirk Scheringa, de selfmade man op, letterlijk, altijd geitenwollen sokken. Die zag zijn bank in een diepe financiële put afzinken en moest zijn in aanbouw zijnde museum als een mislukt monument van macht leeg achterlaten in het weidse Westfriese landschap.

En zag daarbij ook nog het grootste gedeelte van zijn kunstverzameling, met vele Carel Willink’s als kern, overgaan in de handen van chemiemagnaat Hans Melchers. Die toen in het Achterhoekse Gorssel  het oude gemeentehuis liet uitbouwen en gelijk ook maar kasteel Ruurlo prachtig liet renoveren om daar Willink te laten schitteren.

Kasteel Ruurlo

Best interessant, die ontwikkeling. Ooit waren pausen, kardinalen en adellijke families  de kunstmecenassen. ’t Mocht best een losse florijn kosten om kathedralen, pauselijke verblijven,kastelen en paleizen op te laten fleuren. Erfgoed waar we nu nog steeds van genieten. Maar tegenwoordig, met het cultureel steeds armlastiger gedrag van onze overheid, gaat dat kunststokje over in handen van die nieuwe groep mecenassen. Rijke, zo niet gigantisch rijke zakenmensen met een leuk plekje in de Quote-500. En zo kom ik dan bij dat Grote Kunstgeheim van Delden.

museum No Hero in Delden

Goeie vriend Frank van Oortmersen, oud-directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard, wees me erop. ‘Toos, daar moet je heen, een verborgen kunstparel’. Dat bleek  museum No Hero te zijn. Op het landgoed Twickel in het Twentse Delden. Bestaand sinds 2018 en opgericht door ook weer zo’n kunstgevoelige Dagobert Duck: Geert Steinmeijer.

de prachtige achtertuin, met beelden

Nou, ik was door de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More, editie 4’ op 4 oktober bij Galerie Àlafran in Diepenheim (zie vorige blogaflevering) toch in de buurt. Want de afstand Diepenheim-Delden stelt heel weinig voor. En Frank had helemaal gelijk! Een nog veel te weinig bekende kunstparel, dat No Hero. Met een heel brede, eigenwijze kijk op de kunst. Van middeleeuwse panelen en beelden via de 19e eeuw naar Jan Sluijters  met tijdgenoten om dan bij de huidige moderne kunst aan te landen.

Zoals ook bij de Nederlandse Michael Raedecker die met stiksels in zijn schilderijen een glansrijke carrière opbouwde vanuit Londen en dit jaar is beland bij de laatste 8 van de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. Hij maakt weer deel uit van de tijdelijke expositie over de Young British Artists. Een groep die in de jaren 90 de kunstwereld veroverde met aan het hoofd Damien Hirst, nu de rijkste artiest van het land. Ik schreef hier al eens over hem. Ook van hem hangt er werk. Net zoals van onze eigen grote Twentse schilderbarbaar Jan Cremer. Dat dan weer in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe waardoor er ook nog een vroege Mondriaan hangt.

werk van Michael Raedecker
werk van Damien Hirst
een heel vroege Mondriaan
werk van Jan Cremer

De net overleden Designer des Vaderlands en kunstverzamelaar Jan des Bouvrie, ‘zijn creatieve peetvader’ zoals Steinmeijer zegt, heeft ook nog een groot steentje bijgedragen aan de inrichting van museum en museumcafé. En dat kun je zien. Net zoals hij dat jaren geleden deed in hotel/restaurant  Domaine Cocagne in Cagnes sûr Mer aan de Côte d’Azur. Waar ik ’t diverse keren met hem aan de bar heel gezellig over kunst had. Net zoals trouwens met  Alex Mulder, een andere Dagobert Duck met een heel groot cultureel hart. Die recent Het Hem, oorspronkelijk een grote munitiefabriek in Zaandam, heeft omgetoverd in een gigantisch groot nieuw huis voor eigentijdse cultuur.

Het Hem in Zaandam

Maar dat staat nog op mijn te-bezoeken-lijstje en wordt misschien nog wel een ander verhaal. Laten we hopen dat er nog vele nieuwe kunstbehepte Dagobert Duck’s opstaan in Nederland. Tot volgende week.

TOOS