Categorie archief: Twitter

De niet zo sexuele LAT-relatie tussen Sinterklaas en de Heilige Catharina


Sinterklaas in het zuiden van het katholieke Frankrijk? Quoi? Wat is dat? Maar de heilige Saint Nicolas (270-342)? Ja, natuurlijk, die kennen ze allemaal. Wat wil je ook, één van de belangrijkste aanbedenen in dat uitgebreide heiligenleger van de Roomse kerk. Met ook nog heel wat Franse kerken die zijn naam dragen.

portret van Sint Nicolaas uit 1472
De heilige Catharina van Alexandrië, geschilderd door Rafaël in 1508

Dus leek ’t me wel leuk om voor mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia van Galerie Quadrige, als verrassing Saint Nicolas mee te nemen als Sinterklaascadeautje. Maar dan wel in gezelschap van de Heilige Catharina (†307) als zijn vriendinnetje. Want er moet natuurlijk nog wel het nodige gedaan worden aan het evenwicht tussen man en vrouw in de katholieke kerk.

Toosiaans cryptisch allemaal? Vast wel. Maar de verklaring is simpel. Alweer wat jaartjes geleden maakte ik van beide heiligen al eens steendrukken voor een nieuwe uitgave van La Légende dorée, De Gouden Legende. Een beroemd 13e eeuws boek van monnik Jacques de Voragine waarin hij allerlei heiligenlevens beschreef. Jean-Paul ging dat uitgeven als een livre d’art. Een kunstboek in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met speciaal voor die uitgave gemaakte kunstdrukken. Met van mij, omdat Jean-Paul dat vroeg, steendrukken bij de levensbeschrijvingen van Sint Nicolaas en Sint Catharina. Waarom juist die twee? Nou, Nicolaas natuurlijk vanwege onze Sinterklaastraditie en Catharina omdat dit mijn officiële voornaam is. Hè? Catharina en Toos? Ja hoor. Gewoon via wat naamstappen in mijn eerste levensjaren. Van Catharina naar Cato naar To naar Toos.

Twee jaar geleden kwam Jean-Paul opnieuw met die vraag. Vanwege het grote succes van die Légende dorée uitgave had hij besloten er nog een in groter formaat te gaan drukken. Nu 170 exemplaren van 33 bij 27 cm. Met daarin even grote kunstdrukken in dezelfde oplage. Oké, ik doe mee, zo zei ik. Maar voorlopig nog even niet. Dat gebeurde pas afgelopen juli, zonder dat Jean-Paul ’t wist.

plezierig aan het werk met Hans Van Dijck in zijn steendrukatelier in Antwerpen

Ik moest namelijk eerst een nieuwe steendrukker vinden omdat mijn trouwe Rudolf Broulim met pensioen was gegaan. Voor hem in de plaats is nu Hans Van Dijck ten tonele verschenen. Leraar aan de academie in Brussel, zelfs nog assistent van Rudolf geweest en nu ook met een eigen steendrukatelier in Antwerpen.

Ik schreef hier al over hem omdat we als wederzijdse snuffelstage eerst samen een proefsteendruk gingen maken. ‘City life’. Ook hier al ter sprake gekomen. Deze video op YouTube getuigt ervan.

De samenwerking beviel zo goed dat we in het verlengde van ‘City life’ gelijk maar zijn doorgegaan met Saint Nicolas en Sainte Catherine. Naast elkaar op een wat grotere steen. Of ze dat schuren tegen elkaar als heiligen nou wel of niet prettig vonden, ’t zou me een zorg zijn. Voorlopig moesten ze maar een LAT-relatie met elkaar aangaan. Zie de foto’s tussendoor van het maakproces.

Van te voren had ik twee aquarellen gemaakt als voorstudie voor de steendruk. Met daarin allerlei symboliek verwerkt. Want reken maar niet dat je zomaar snel even heilig wordt.

de aquarel/voorstudie van Saint Nicolas
aan de gang met Saint Nicolas op de steen

Dat scheepje en die zeemeermin rechts bij Nicolaas? Een lang verhaal kort: hij redde zeelui het leven door een storm te onderdrukken. Dus is hij de beschermheilige van schippers. En links die blote jongedame en de om hulp roepende man? Hij was arm, had drie dochters, kon ze niet onderhouden maar Nicolaas zorgde op stiekeme wijze voor geld zodat de dochters niet tot prostitutie hoefden te vervallen. Gevolg? Beschermheilige van maagden en prostituees. Typische combinatie, nietwaar?

aquarel/voorstudie van Sainte Catharine

En het gebroken rad en zwaard bij de heilige Catharina van Alexandrië? Weer een lang verhaal kort. Catharina al jong zeer christelijk en ook nog eens zowel bloedmooi als zeer wijs. Koning verliefd, wil haar als 2e vrouw. Mooi niet van haar kant. Gevangen gezet, 40 wijze mannen op bezoek die haar én moeten bekeren én williger maken. Mooi niet. Zij bekeert juist die wijzen. Foute boel dus, zeker als ze ook nog de vrouw van de koning bekeert. Nou, dan maar radbraken, dat wicht. Onweer, bliksemschicht, rad kapot (1e symbool), Catharina nog heel. Dan maar verbranden. Vuur waait uit en juist de beulen verbranden. Help, wat nu? Onthoofden dus, met het zwaard (2e symbool)! Dat lukt. Maar zie, engelen dalen neer, heffen haar lichaaam op en brengen dat per luchtpost naar de Sinaïwoestijn. Waar zich nu al eeuwen het Catharinaklooster bevindt.

overleg over de afbeelding van Sainte Catharine op de steen
Catharinaklooster in de Sanaïwoestijn

Zie je dus oude schilderijen met daarop een vrouw met een gebroken rad en/of zwaard, je kunt er vergif op innemen, dat is de Heilige Catharina van Alexandrië.

Catharina, in 1616 geschilderd door mijn kunstheld Artemisia Gentileschi (let op het rad als symbool)
overleg over de proefdruk: moet ik eventueel nog iets bijwerken op de steen?
altijd weer beschouwen en nadenken voor een goed eindresultaat
prachtig verfijnd toch, zo’n detail bij Catharina?
ja, dat is ‘m!
en dan moet elk exemplaar nog genummerd en gesigneerd worden

Jean-Paul was maar wat blij met zijn twee Sinterklaascadeautjes. Want de LAT-relatie van Nicolaas en Catherine was intussen wel versneden geraakt.

Jean-Paul ontvangt zijn Sinterklaas verrassing

Tot volgende week.

TOOS

Kunstverkiezingsavonturen en een Verrassende Onsterfelijkheid


Je hebt er naast de Martelaren van Gorcum, een wat minder frisse geschiedenis uit de Tachtigjarige Oorlog, ook nog de Evenementenhal Gorinchem. En daar werd ik, net terug uit Nice en aanwezig als VIP-genodigde, afgelopen zaterdag even terug geteleporteerd naar een prettiger geschiedenis. Zich afspelend in het jaar onzes Heren 2003. Een kunsthappening in een nogal benepen en benauwd Amsterdams zaaltje. Gevuld met kunstliefhebbers en kunstenaars. Waaronder ik. Want daar vond de allereerste verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar plaats. Wat die veel ruimere ambiance in Gorkum daarmee  te maken heeft? Nou, daar werd tijdens de Nationale Kunstdagen beurs een lustrum gevierd. Vanwege de al weer 20ste editie van die verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Reden voor de organisatie om er een leuk feest tegenaan te gooien.

deel van de Nationale Kunstdagen beurs

Nu eerst terug naar 2003. Mijn herinneringen vertellen me dat ik me op de een of andere manier die allereerste verkiezing had ingerommeld. Vraag me echt niet meer hoe. Maar ’t leek me wel interessant. Met als gevolg dat ik zat onder de acht waaruit de jaarkunstenaar door de aanwezigen zou worden aangewezen. Via een stembiljet. Spannend? Niet echt! Want, zo bleek, de oude Corneille had zijn veilige Parijse atelier verlaten en liep pontificaal rond in dat zaaltje. Dus toen wist ik ’t wel. En ja hoor, Corneille werd ‘t! Mijn herinneringen zeggen me verder ook nog dat de verkiezingsvolgorde van de resterende zeven zelfs niet eens meer bekend is gemaakt.

’t Kwam allemaal wat rommelig over zodat ik in 2004 dacht ‘nu maar even niet’. Maar het jaar daarop leek het geheel gestroomlijnder te worden. Reden om te denken ‘ach, waarom niet’. Stond ik me daardoor ineens in een hal  in Rotterdam op het podium naast de bekende tv-presentator Catherine Keyl en organisator David Polak. Want ik was tweede geworden. Dankzij mijn achterban. Leuk toch? Voor hen en voor mij.

2005, helemaal links David Polak, dan ik, dan winnaar Jacques Tange en rechts Catherine Keyl

In de jaren daarna, toen een uitgebreid kunstpanel werd geïnstalleerd om elk jaar 90 genomineerden aan te wijzen, zat ik daar toch telkens weer bij. En kwam ik via de publieke internetstemronde en de liefhebbers van mijn werk ook elke keer bij de laatste 25. Met als gevolg dat ik eind 2015 opnieuw in de schijnwerpers stond naast, alweer, David Polak. In een evenementenhal in de buurt van Utrecht. Ik was namelijk Nederlands Briljanten Kunstenaar 2016 geworden. Want net vallend in de leeftijdscategorie 65+ en bij de uiteindelijke uitslag het eerst in aanmerking komende ‘oudje’ voor die speciale titel. Kreeg ik zomaar, te midden van de stands van de Nationale Kunstdagen, heel officieel het eerste exemplaar van het Jaarboek Kunstenaars 2016 uitgereikt door David.

2015, links ondergetekende met naast mij David Polak
logo Kunstweek

Zijn Stichting Kunstweek had zich in de jaren na 2003 namelijk voorspoedig ontwikkeld. Op eigen kracht, zonder enige overheidssubsidie. Hoe? Met bijvoorbeeld kunstbeurzen. Maar dan juist niet die met  kunstenaars vertegenwoordigende galerieën. Nee, juist regionale beurzen voor kunstenaars op zoek naar een nog ontbrekend podium. Met als jaarlijkse apotheose altijd die Nationale Kunstdagen beurs.

De standverhuur bracht natuurlijk geld binnen waardoor de stichting bijvoorbeeld ook kunstboeken kon gaan uitgeven. Zoals dus dat Jaarboek Kunstenaars. Waarin je trouwens als kunstenaar ook weer pagina’s kon kopen. En waarvan ik nu, daar in Gorkum, een stapeltje van de editie 2023 gratis mocht meenemen.  Omdat mij de eer te beurt was gevallen er, als ooit Briljanten Kunstenaar en ook nu weer genomineerde, helemaal gratis voor niks een pagina aangeboden te krijgen.

mijn pagina in het Jaarboek Kunstenaars 2023

Ook zag ik de nu meer op de achtergrond opererende David Polak weer eens. Net als zijn onmisbare rechterhand Els van Lent. Die dat voor mij als contact bij de Kunstweek ook nog steeds is.

2022, nou, die ken je nu wel
met Els van Lent, vanaf het begin onmisbaar bij de Kunstweek
zelfportret van Poen de Wijs

Maar nu nog die Verrassende Onsterfelijkheid uit de titel. Want met een groepje kunstliefhebbers hebben we maar mooi een overleden kunstenaar voorlopig behoorlijk onsterfelijk kunnen maken. Poen de Wijs! Hier schreef ik al eens over hem.

Op de verkiezingssite van de Kunstenaar van het Jaar vind je al weer wat jaartjes ook een kieslijst met 100 Onsterfelijken waarbij je ook nieuwe namen mag opwerpen. Voor bijvoorbeeld Rembrandt, Frans Hals en Van Gogh niet echt nodig natuurlijk. Die staan er al. Maar, zo vond ons groepje, er onbrak iemand die er absoluut op moest. Mijn goede en te vroeg overleden kunstvriend Poen de Wijs (1948-2014). Laat Poen nou vorig jaar al verdiend op plek 59 binnenkomen. Maar dit jaar?  Stiefelt ie voor mij volstrekt onverwacht door naar plek 3! Net achter Van Gogh en Rembrandt. Ik zat te stuiteren op mijn stoel toen ik dat zag. Wat zou ’t mooi zijn als mijn blogs over hem daaraan hebben bijgedragen.

screenshot van de website met de Galerie der Onsterfelijken, met rechts bovenaan op plek 3 Poen de Wijs

Hij had zelfs meer stemmen gekregen dan bijvoorbeeld Vermeer. Prachtig natuurlijk, maar ook wel wat voorbarig. Want beiden mogen dan in hun fabelachtige fijnschildertechniek vergelijkbaar zijn, Vermeer betekent in de kunstgeschiedenis natuurlijk wel iets meer.

olieverfschilderij van Poen de Wijs

Hoe dan ook, wij Poenadepten en ook Museum Musiom heel blij. Want het Musiom in Amersfoort bezit als enige museum in Nederland een mooie collectie van Poen. Tot volgende week.

TOOS

Geen Salade Niçoise maar wel Niçoise Inspiration + Hoe te SCHRIJDEN, een ReisKunst-verhaal


De beroemde Russische schrijver Anton Tsjechov liep er ooit rond. Net zoals toekomstig Russisch dictator Lenin. Duitsers Thomas Mann, bekend van zijn romans, en Bertol Brecht, denk aan zijn toneelstukken, frequenteerden er voor de Tweede Wereldoorlog de café’s.

Place Masséna met nog de niet overdekte rivier Paillon ervoor en zicht naar het binnenland

En laat ik me nou zo  gelukkig kunnen prijzen daar de laatste maand ook weer regelmatig voetstappen te hebben achtergelaten. Waar dan wel? Op het prachtige 19e eeuwse plein Place Masséna in Nice. Met prachtige en kleurige omringende bebouwing  schaduwrijke arcaden, die café’s, de winkels en niet te vergeten op een hoek het luxe Galleries Lafayette. De Franse Bijenkorf. 

Typisch zo’n plein dat vanzelf tot schilder-inspiratie leidde en daardoor nu tot een aflevering in mijn ReisKunst-reeks. Want al heb ik ’t daarin tot nu toe vooral over verweggistan-landen gehad als  Mexico, Jemen, Egypte, India en Jordanië, veel dichterbij is die inspiratie natuurlijk ook te vinden. Zoals op die Place Masséna.

Place Masséna met zicht naar zee en de nu wel overdekte Paillon, én de paardentram

Vorige week gaf ik ’t al aan, ik heb mezelf al een poos heerlijk stiekem weggestopt in Nice. Om er ongestoord te kunnen werken in mijn appartement/atelier in de wijk Libération. In het zo bruisende, kleurrijke centrum van die overheerlijke Mediterrane stad. Een klein kwartiertje wandelen van Place Masséna.

de arcaden nu

Te lang geleden al had ik me hier voor het laatst voor langere tijd in retraite gezet. Weg van de kunstruis die me in Nederland altijd wel omringt. Gewoon lekker een tijd zonder al te veel afleiding. In stilte mijn creativiteit laten borrelen. Daar was ik stomweg weer eens aan toe.

bezig met een project voor mijn Galerie Quadrige in Nice tweede helft volgend jaar
en natuurlijk de uitdaging van het maagdelijk witte doek

En wil ik er op uit, dan stap ik door de poort van mijn Palais uit 1908 zo de markt, winkel en horecadrukte in. Bijvoorbeeld linea recta naar de Mediterranée zo blauw zo blauw (denk maar aan het bekende lied van Toon Hermans) via Place Masséna. Een plein dat gigantisch verbeterd is vergeleken met de situatie op die parkeerplaatsfoto van hieronder!

weer zicht naar het binnenland zoals op de eerste foto

Verbeterd was het trouwens al toen ik in 1997 mijn atelier in Nice verwierf. Maar in 2007 vond de vervolmaking plaats. In juni werd toen het plein echt teruggegeven aan de inwoners in plaats van aan de auto’s.

Ik zie hem er nog lopen, nee, SCHRIJDEN, de toenmalige burgemeester Jacques Peyrat. Echt zo’n rijzige, grijzende Franse magistraat die wist hoe te schrijden. De handen op de rug in elkaar klemmen waardoor de rug zich vanzelf recht, dan stap voor stap met kalme schreden over het vernieuwde plein naar het podium. Maar hij mocht dan ook trots zijn! Nauwelijks meer auto’s, vooral voetgangers en de lang geleden verdwenen paardentram ging vervangen worden door de elektrische tramlijn Ligne 1.

het plein nu met zicht naar de zee
nog wat sfeerplaatjes van enkele dagen geleden

Maar ook aan de kunst was gedacht. Een aantal zittende kunststof mensfiguren op hoge palen die ’s avonds van binnenuit verlicht langzaam van kleur veranderen. Een echte blikvanger van de Spanjaard Jaume Plensa.

verbeelding van de zeven continenten op aarde waarbij Plensa de kijkers deelgenoot wil laten zijn van de interactie tussen de verschilende bevolkingsgroepen en culturen op onze planeet

Ooit op het plein voor het station van Leeuwarden geweest? Nou, die dus.

beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

De dag na de opening hadden de Niçois zich het plein al helemaal toegeëigend. Alsof het altijd al zo was geweest. En dat is zo gebleven.

Voor mij kwam er het olieverfschilderij ‘Place Masséna’ uit. Geen nageschilderd plaatje natuurlijk. Allicht niet. Maar wel met de sfeer, het geroezemoes en de kleuren, helemaal indachtig mijn kunstenaarsslogan ‘for me art is travelling the mind’.

Toos van Holstein, Place Masséna (olieverfschilderij 130-100 cm)

Tot volgende week.

TOOS

Rauw, organisch, vleselijk, aantrekkend, afstotend, kleurverzadigd, fascinerend


Begin jaren 90 zag ik in Museum De Pont in Tilburg zijn kunst voor het eerst. Fascinerend! In juli schreef ik hier dat zijn bijdrage aan de pas beëindigde grote kunstmanifestatie Façade in Middelburg voor mij het hoogtepunt was.

Anish Kapoor's facetspiegel op Façade
Anish Kapoor’s facetspiegel op Façade

Toen wist ik ook al dat ik ‘hem’ dubbel ging zien in Venetië. Want twee parallel exposities. In de Academia di Belle Arti di Venezia, het Rijksmuseum van Venetië, en in zijn eigen recent aangekochte Palazzo Manfrin. Een eigen palazzo? Wie zich dat financieel kan veroorloven, heeft wel een paar centen te verpatsen. Nou, die heeft Anish Kapoor  dus. In 1954 geboren in India maar al heel lang wonend in Engeland. Een kunstenaar die wereldwijd exposeert en steeds weer weet te verbazen.

Zoals met die facetspiegel op Façade. In feite simpel gebaseerd op spelen met licht, op de natuurkundige weerkaatsingswetten. Maar dan wel  heel ingenieus, heel fascinerend en in perfectie ten top.

prachtig grote bolle spiegel op het binnenplein van de Academia, met levensgezel die ons beiden daarin fotografeert

Licht, zo schat ik in, is voor hem het uitgangspunt bij alles wat ie creëert. Bij die facetspiegel in de abdij van Middelburg, maar ook bij zijn vele andere spiegeltjes-spiegeltjesgladde gebogen metaalvormen. Een soort lachspiegels. Maar dan veel kunstzinniger.

Hij maakt echter niet alleen dat. Ook desoriënterende ruimten, installaties met gigantische hoeveelheden kleurige brokken was en afstotende maar te gelijkertijd ook aantrekkende grote schilderijen zitten in zijn kunst. Of 3-dimensionale organische en daardoor ingewandachtige massa’s . Met daarin vaak pigmenten verwerkt van bijvoorbeeld prachtig diep verzadigde tinten rood.

Ook speelt hij met het zwartste zwart ter wereld dat hij speciaal voor hem heeft laten ontwikkelen. Maar dat gaat nog eens een ander verhaal worden, de publicitaire en juridische strijd om het zwartste zwart.

objecten bespoten met het zwartste zwart dat er bestaat, zie voor de gevolgen onderstaande video

Vaag kunstgepraat allemaal? Zekers. Dus daarom ter illustratie eerst maar een kort filmpje met wat ‘kunstjes’ van hem op die twee exposities.  

Die witte ovalen vorm zag ik in de Academia. Een museum vol met eeuwen aan kunstgeschiedenis. Maar met ook één gedeelte om af en toe breed uit te pakken met een beroemde hedendaagse kunstenaar. Zoals nu Anish Kapoor. Als je langs dat witte ‘ding’ van hem liep, zag je die ovaal vervagen, bijna wegvallen tegen de muur. Fascinerend hoe hij dat met vorm, kleur, absorptie en reflectie van licht voor elkaar heeft gekregen. Alleen aan de zijkanten zag je pas goed waar je naar keek.

Datzelfde gold ook voor allerlei vormen in dat zogenaamde zwartste zwart. Een ander verhaal dus, beloofd is beloofd. Hier nu eerst nog wat meer foto’s uit de Academia.

Zeg nou zelf, is dat niet allemaal heel rauw, heel organisch, bijna vleselijk zelfs? Waar kijk je naar op die schilderijen? Vul ’t zelf maar in. En hoe slagerachtig doen sommige installaties aan. En kom maar eens op het idee, afgezien nog van de uitvoering, van die ruimte vol met door een kanon afgeschoten brokken rode was. Levensgezels uitspraak ‘maak het groot en maak het veel en ’t wordt vanzelf kunst’ werd weer eens bewaarheid. En ik moet denken aan mijn blog van twee weken geleden met de vraag ‘wanneer wordt kunst van groot formaat ook grote kunst’.

’t Was me het Kapoor-dagje wel! Twee expo’s voor de prijs van één. ’s Morgens de Academia, ’s middags dat eigen palazzo van hem.

het Palazzo Manfrin van Anish Kapoor

Nou ja, van hem? Natuurlijk van een stichting waarbij vast wel een legertje goed betaalde advocaten en accountants bezig is geweest om de belastingtechnisch aangenaamste vorm te vinden. Je hoeft het geld ten slotte ook niet vanaf zo’n specifiek Venetiaans  bruggetje in het kanaal te gooien. Want aankoop is één, de restauratie van een al jaren leegstaand en aftakelend palazzo is twee. Er werd dan ook nog druk gerestaureerd. Tentoonstelling nummer twee was er trouwens niet minder om. Wel in dezelfde sfeer als nummer één, maar opnieuw indrukwekkend.

de ronddraaiende holle waterspiegel uit de video
bij de entree loop je gelijk hier tegenaan
daar zijn ze weer, die dieprode brokken
nu fotograferen we elkaar in weer zo’n ruimte met van die magische, nu in elkaar reflecterende spiegels
bedenk zoiets maar eens, prachtig met die kleuren

Daarna was ’t op een stil hoekje even verderop langs het Canale di Cannaregio verdiend bijkomen met een heerlijk koud pilsje. Tegen de toeristenprijs natuurlijk. Dat wel. Want een echte Venetiaan betaalt vanzelfsprekend altijd minder.

In Nice heb ik daar gelukkig geen last van. Nice? Ja, want daar heb ik me stiekem al een aantal weken verscholen in mijn atelier om rustig te kunnen werken. Tot volgende week.

TOOS

Eens een keer Kunst Cadeau? Waarom niet?


Eens in de week schrijf ik dit blog TOOS&ART op WordPress. En gemiddeld 5 à 6 keer per jaar nog mijn Nieuwsbrief. Die gaat via het platform Mailchimp naar een uitgebreid emailbestand als ik iets te melden heb over mijn eigen kunstactiviteiten en aanverwante artikelen.

Die komen natuurlijk ook wel naar voren in dit blog maar dan toch op een andere manier. Recent verstuurde ik zo mijn ‘Nieuwsbrief oktober/november 2022’. Die wil ik mijn trouwe lezers hier eigenlijk niet onthouden. Onder andere ook vanwege dat Kunst Cadeau uit de titel hierboven. Want waarom zou je in de komende winter- en feestmaanden niet eens lekker uitpakken met het cadeau geven van kunst?  Hoe dat zit? Dat staat dus in deze Nieuwsbrief!

NIEUWSBRIEF TOOS van HOLSTEIN

oktober/november 2022

The show goes on

in Theater De Wegwijzer met ‘baas’ Trudy Wams

In mijn vorige Nieuwsbrief meldde ik ’t al, de opening van mijn expositie ‘De Wereld als Schouwtoneel’ in Theater De Wegwijzer in het Zeeuwse Nieuw- en Sint Joosland. Die opening is geweest, de tentoonstelling loopt nog wel even door. In ieder geval tot eind april. Want dan is, voorlopig, de laatste voorstelling gepland van dit theaterseizoen. Kijk maar eens in het programma, er staan prachtige optredens geprogrammeerd. Vooraf en achteraf (en op afspraak) kun je dan ook nog genieten van mijn schilderijen. En na april? Dat lees je nog wel.

In deze aflevering van mijn wekelijkse blog TOOS&ART (abonneren is daar zo gebeurd) kun je het nodige lezen over  ‘De Wereld als Schouwtoneel’.

gedeelte van mijn aandeel in ‘NAZOMEREN’ bij Galerie Drentsche Aa

Iets sneller stopt in Galerie Drentsche Aa in Balloo de groepsexpositie ‘NAZOMEREN’ waar ook mijn kunst deel van uitmaakt. Toen mijn, ook nog eens verlengde, grote solo en zomertentoonstelling ‘De Verwondering’ daar afliep, wilde galerist Jan Wekema absoluut nog een aantal werken van mij houden. Logisch, ‘De Verwondering’ was ten slotte zeer succesvol geweest. Nou, waarom niet? Dus tot 27 november is er nog een mooie collectie van mijn schilderijen en keramiek te bezichtigen.

Over beide exposities staan onderaan meer gegevens.

Toch maar mooi bij de 25 meest gekozen kunstenaars van Nederland

 Niet bij de laatste 8 finalisten, zo oordeelde de hoge hoed van het kunstpanel bij de verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar 2023. Wel bij de 20 meest gekozen kunstenaars van de 90 genomineerden, zo oordeelden de stemmers in de publieksronde. Dat van die 25 komt door de toevoeging van nog 5 zogenaamde wild cards.

Hierbij wil ik graag iedereen die een stem op mij uitbracht heel hartelijk danken. Want ’t zegt natuurlijk toch wel iets als je van al die duizenden en duizenden Nederlandse kunstenaars op deze sublieme manier wordt gewaardeerd. Dat geeft een warm gevoel.

Kunst Cadeau om ’t warm van te krijgen in de wintermaanden

hoekje in mijn atelier met keramiek, beeld, steendrukken en olieverf

Brandend gas levert warmte, alhoewel deze winter misschien wat minder. Maar van aansprekende kunst krijg je het zelf emotioneel gezien ook warm, net zoals degenen die je met kunst verwent in de komende feestdagentijd. Dus richt ik de komende twee eerste zondagen van de maand (6 november en 4 december, 13-17 uur) bij de Middelburgse Kunst & Cultuurroute m’n atelier in met , prijstechnisch gezien, kunst voor ieder wat wils. Keramiek, steendrukken, ‘The 70-Series’ met olieverfjes (20-20 cm) en mixed media op aludibond (25-25 cm), aquarellen, beelden en grotere tot grote schilderijen. Welkom in mijn warme 18e eeuwse atelier aan de Korendijk 56.

keramiek, dit jaar gemaakt in het Italiaanse Gubbio

 Toos van Holstein

‘for me art is travelling the mind’

‘De Wereld als Schouwtoneel’ solotentoonstelling van Toos van Holstein vanaf 25 september in Theater De Wegwijzer, Molenweg 25, 4339 AA Nieuw- en Sint Joosland

 groepsexpositie ‘NAZOMEREN’  met Toos van Holstein  tot 27 november

Galerie Drentsche Aa, Balloo 27, 9458 TA Balloo (Drenthe), open vr, za, zo 13-17 uur

tel. 0592 241214

www.galeriedrentscheaa.nl

website www.toosvanholstein.nl        

e-mail: toosvanholstein@xs4all.nl

wekelijks blog ‘TOOS&ART’ https://toosvanholstein.wordpress.com/

ook actief op Facebook, YouTube, LinkedIn, Instagram, Twitter, Pinterest, Pictify, Tumblr

Wat zijn die Surrealistische Vrouwen Hot!


Peggy Guggenheim op het boventerras haar palazzo aan het Canal Grande

Peggy Guggenheim lustte er wel pap van. Van zowel mannen, zo ongeveer duizend volgens haar eigen zeggen, als van kunst, ook zo’n duizend schilderijen en beelden. Dat liep dus aardig gelijk op met elkaar. Maar daardoor liep ik vorige maand in Venetië wel over min of meer heilige kunstgrond. In het palazzo non finito, het niet afgemaakte paleis, het Palazzo Venier dei Leoni aan het Canal Grande. Het gebouw waarin  Peggy Guggenheim’s wereldberoemde collectie valt te bewonderen. De kunst dan, wel te verstaan. Waaronder bijvoorbeeld wereldberoemde surrealisten als Max Ernst, Yves Tanguy, Salvador Dali en René Magritte. Mannen dus. Maar, en dat moet je Peggy nageven, ook wel een paar vrouwen: Leonora Carrington en Leonor Fini. Over wie ik al eens eerder hier schreef. Maar dat komt straks.

het palazzo non finito

Heb je dat Canal Grande wel eens bevaren, dan is de kans heel groot dat je gelijk weet welk palazzo ik bedoel. Vlak voor het einde, waar het water zich wijd opent bij de Punte della Dogana, zit aan de rechterkant een soortement vreemde eend in de bijt. Een gebouw van maar één zielig verdiepinkje dat volgens de plannen in 1751 er vijf had moeten bevatten. Maar, zoals ’t daar dus voor de bewoners heet, nu het palazzo non finito. Het gebouw ook dat in 1949 werd aangekocht door die kunst en mannenbelustte Peggy Guggenheim. Om er tot haar dood in 1979 te blijven wonen. Nu het museum Peggy Guggenheim Collection waar tot eind september de expositie ‘Surrealismo & Magia’ (Surrealisme en Magie)was te zien. Met een keus uit de eigen collectie plus flink wat bruiklenen.

Daar was ik toch nog maar mooi op tijd bij! Want dat had ik me ook stellig voorgenomen na mijn tweedaags bezoek aan de Biënnale in mei. Waarvan het thema ‘The Milk of Dreams’ was opgehangen aan een boek van die bovengenoemde Leonara Carrington en een aantal andere vrouwelijke surrealisten. Lees hier en hier mijn schrijfsels daarover er maar op na.

De vrouwelijke surrealisten zijn de laatste jaren namelijk helemaal hot. Met overal ter wereld exposities over hen. Zoals bijvoorbeeld in 2020 in ons land in het Utrechtse Centraal Museum. Eindelijk, eindelijk krijgen ze de aandacht die ze verdienen. Want voor al die bekende mannen in hun surrealistische kringen van destijds waren die vrouwen niet meer dan hun muze en bedgenoot en zeker geen echte kunstenaars. Vrouwen konden toch niet geniaal zijn? Dat was alleen aan het mannelijk geslacht voorbehouden. Maar partnerruil valt niet onder genialiteit. Lees er deze blogaflevering nog maar eens op na.

Op die manier raakte Peggy Guggenheim, vanwege haar kunstinteresse en handel volop in allerlei kunstenaarkringen verkerend, ook getrouwd met Max Ernst. Niet zo lang trouwens, van 1941 tot 1946. Maar natuurlijk wel met het gevolg dat ik een flink aantal prachtige werken van hem kreeg te zien in ‘Surrealismo & Magio’.

Max Ernst, Europe after the Rain II (1940-42)
Max Ernst, Attirement of the Bride (1940)

Een verrassing was trouwens onderstaande foto gelijk bij de ingang van de tentoonstelling met daarop de al genoemde Leonor Fini en Leonora Carrington.

links Leonor Fini, rechts Leonora Carrington

Aan hen werd verderop ook behoorlijk aandacht gegeven. En dat deed mijn kunsthart goed. Omdat Leonor één van mijn kunsthelden is, veel meer dan Leonora. Haar schilderijen en haar levenswandel  spreken me om diverse redenen veel meer aan. Wat zeer zeker te maken heeft met de band die bestond tussen haar en mijn galerie Quadrige in Nice. Lees hier maar.

een paar schilderijen van Leonora Carrington in het aan haar gewijde zaaltje
beeld van Leonora Carrington, Cat Woman (La Grande Dame), 1951
Leonora Carrington, Portrait of Max Ernst (1939)
een bekend schilderij van Leonor Fini, The Shepherdess of the Spinxes (1941)
nog een bekend schilderij van haar (zie hieronder)
Leonor Fini, Stryges Amaouri (1947).

Het extra positieve van die nieuwe wereldwijde aandacht voor de surrealistische vrouwelijke kunstenaars is dat ik nu namen en schilderijen te voorschijn zie komen die me nog onbekend waren. Vrouwen die in kwaliteit absoluut niet onderdoen voor veel bekendere mannen. Gerechtigheid dus! Een paar voorbeelden.

Dorothea Tanning, The Magic Flower Game (1941)
Remedios Varo, Three Destinies (1956)
Kay Sage, Tomorrow is Never (1955)

Dan was er nog een andere leuke verrassing bij de expositietoegang.  Bij die affiche van Carrington en Fini hing ook deze.

Van een schilderij van de net niet wereldberoemde surrealist André Masson. Waarom een verrassing? Omdat ook die Masson in het verleden van galerie Quadrige voorkomt. En dat vind ik genieten, dat zich verknopen van lijnen uit mijn eigen  kunstleven met die uit het verleden, uit de kunstgeschiedenis.

André Masson, Study of a Portrait of Goethe (1940)
André Masson, Ophelia (1937)

Dan is ’t daarna best lekker om alles eens even rustig te overpeinzen in de tuin van het museum.

De tuin waar ooit ook Peggy Guggenheim rust vond in haar roerige leven en rondliep met die schoothondjes van haar. En waar nu niet alleen haar as maar ook die van haar vele hondjes is bijgezet.

Gezien de grootte van het graf is ’t maar goed dat er geen ruimte voor al haar mannen is vrijgemaakt. Tot volgende week.

TOOS

Marlene Dumas in Venetië en een Franse miljardairs verpieswedstrijd


Ik herinner me nog mijn positieve verbazing, als kunstzinnige inboorling van Eindhoven, toen ik in 1985 bovenstaande nieuwe aankoop in het Van Abbemuseum zag hangen. ‘Het kwaad is banaal’ uit 1984, van de voor mij toen nog onbekende Marlene Dumas. Zomaar de aankoop van een schilderij van een vrouw! Ongewoon voor die tijd. En nog eens figuratief ook. ’t Moest niet gekker worden.

Ook in mijn herinnering, maar die is hierbij wat vager, was daarover nogal wat commotie. Nu is Dumas’ schilderij ’t meest uitgeleende werk uit de Van Abbecollectie. Het ging al zowat de hele wereld over. Maar niet dus naar Venetië, waar ik afgelopen maand in haar solotentoonstelling ‘open-end’ zo’n 100 oude en nieuwe werken van haar zag. In het gigantische Palazzo Grassi aan het Canal Grande.

Palazzo Grassi met de aankondiging van de expositie van Marlene Dumas
de gigantische binnenhal
het imponerende trappenhuis
The Painter, portret van de dochter van Dumas die aan het schilderen is geweest

Wat er wel was? Een ander lievelingswerk van me, ‘The Painter’ uit 1994. Maar eerst nog even dat neoklassieke Palazzo Grassi, één van de recentste paleizen aan het Canal. Nou ja, recent? We hebben ’t dan wel over de tweede helft van de 18e eeuw. Na de bouw werd ’t het speeltje van diverse rijke families voordat het idee opkwam er een museumfunctie aan te geven. Dat leek, in 1984, Gianni Agnelli wel wat. Agnelli? Inderdaad, de grote en dus stinkend rijke baas van het Fiat-concern. Die gooide er ook gelijk een flinke restauratie tegenaan. Maar Agnelli ging dood in 2003. Dus op naar de volgende miljardair, plus bijpassende gebouwaanpassingen. Dat was François Pinault. Nooit van gehoord? Maar dan vast wel van dure modemerken als Gucci en Yves Saint-Laurent. Nou, zo’n man hoeft niet op 100 miljoen te kijken. Dat deed ie dik drie jaar geleden ten slotte ook niet na de vernietigende brand van de Cathédrale Notre-Dame in Parijs. Hup, 100 miljoen in het restauratiepotje.

Nu moet ik ineens denken aan nog zo’n Franse miljardair, Bernard Arnault. Die van de Louis Vuitton tasjes van een paar duizend euro, van Dior, van Henessey cognac en nog zo wat. Hij ging er wat uren later gelijk overheen met 200 miljoen. Eigenlijk een behoorlijk kinderlijk verpieswedstrijdje tussen een paar gigantisch rijke, oude mannen. Een wedstrijd die overigens al wat jaren duurt. Want beiden hebben ze nu ook hun eigen peper en muskaatdure privémuseum voor hun eigen miljoenen en miljoenen waard zijnde privékunstcollecties in Parijs. Bernard met z’n geheel nieuwe  La Fondation Louis Vuitton bij het Bois de Boulogne iets buiten, en François met de gerenoveerde Bourse du Commerce echt in het centrum. Ik moet beslist weer eens naar Parijs om te kunnen beoordelen wie hier nu het verste piest. Een verhaal voor ergens in de toekomst?

Fondation Louis Vuitton
Bourse du Commerce

In Venetië heeft, hoe dan ook, Pinault z’n straal het verst gekregen. Arnault bezit er nog niks en Pinault zelfs twee museumlocaties. Dat Palazzo Grassi en daarnaast nog de Punta della Dogana. Waar je zowat tegenaan vaart als je het Canal Grande binnengaat.

Punta della Dogana

Ook weer een aankoop en verpieswedstrijdje dat hij won van het Guggenheim kunstimperium. Dat van het Guggenheim museum in New York, Las Vegas, Bilbao, Abu Dhabi en ook Venetië. Waarbij dat museum in Venetië binnenkort een verhaal gaat opleveren.

Marlene Dumas, Awkward (2018)

Maar terug naar Marlene Dumas. Opgegroeid in Zuid-Afrika en als kunstenaar opgeleid in Nederland. Na die aankoop bij het Van Abbe steeds bekender geworden, nu vertegenwoordigd door wereldwijd bekende galerieën, met in de loop der jaren exposities in de bekendste musea voor moderne kunst en aangekocht voor allerlei privécollecties. Zoals die van François Pinault. Logisch dus dat hij gedurende de periode van deze Biënnale di Venezia 2022 (nog tot eind november) haar eens extra in het zonnetje wilde zetten.

even de grootte van Palazzo Grassi schetsen: ik sta bij de linker opening
de schilderijen die daar achter mij hangen, de meest recente van Dumas
Drunk, zelfportret (1997)
links nog eens ‘The Painter’, het rechter nog eens hieronder
Die Baba, de broer van Marlene Dumas, geschilderd n.a.v. een foto van hem op 6-jarige leeftijd

Goed natuurlijk voor de waarde van zijn eigen collectie en ook goed voor de verkoop en veilingprijzen van Dumas. Tegenwoordig een paar miljoen, geen probleem. Of het dat waard is? Dat is de eeuwig durende discussie bij kunst. Maar de expositie was absoluut de moeite waard.

Figure in a landscape (2010), gebaseerd op de Israëlisch-Palestijnse situatie
Blindfolded (2002), gebaseerd op een foto van een geblinddoekte Palestijnse man

Dumas weet in haar werken, vaak gebaseerd op en geïnspireerd door foto’s, met weinig vlekken en streken een persoon, een gezicht, een emotie neer te zetten. En dat is maar weinigen van de hedendaagse kunstenaars gegeven. Ik werd er af en toe echt door geraakt. Niet alleen vanwege ‘goed gedaan’, ook vanwege die emotie die ze zo raak weet te ververven.

zie hieronder een paar gezichten uit die reeks
Magdalena (1995), detail

En ook als ze met hele reeksen portretten aan de gang gaat, kun je tijdenlang kijken en speuren.

Great Men (2014-heden), portretten van bekende homoseksuele mannen die bekend zijn geworden
zoals van links naar rechts de beroemde schilder Francis Bacon, filmer en kunstenaar Pasolini en filmster Marlon Brando

Één van de hoogtepunten tijdens deze Biënnale. Want zo waren er meer. Welke? Tot volgende week.

TOOS

De Januskop van Venetië, La Serenissima, de Meest Serene


Venetië, La Serenissima, de Meest Serene, de stad waar ik gek op ben. De stad waar ik onlangs weer een heerlijke week doorbracht. De stad zonder auto’s, zonder brommers, zonder fietsen. Voortbewegen? Te voet en te water. Maar ook de stad waar, zoals Ilja leonard Pfeijffer het in zijn magistrale roman ‘Grand Hotel Europe’ zo plastisch uitdrukt, “miljoenen toeristen met hun stinkende slippers en gympen stampen op de verzakkende stenen van een zinkende stad”.

De stad waar in 1960 nog bijna 150.000 mensen woonden en nu geen 50.000 meer. De ooit zo machtige lagunestad die leefde van haar handelsvloot, nu van het massatoerisme. Waardoor veel inwoners de coronaperiode als één lange verademing hebben ervaren. De stad ook waar, net als in Amsterdam, door dat toerisme het aantal tweede huizen, de Airbnb’s en de huizenprijzen de pan uitrijzen. De stad waar het aantal toeristenshops met vooral made-in-China’s de hoeveelheid levensmiddelenzaken gigantisch overstijgt. Zodat je als inwoner dus makkelijk kunt beslissen om je huis maar te verkopen.

een van de vele, vele soortgelijk etalages

Maar ook de stad waar ik, zoals nu weer opnieuw, nog steeds in alle rust kan ronddwalen en verdwalen en voor mijn schilderijen inspiratie aan ontleen (zie verderop in dit blog). Terwijl Pfeijffer in ‘Grand Hotel Europe’ ook terecht het volgende beeld  kan schetsen als hij op zoek is naar een bloemenzaak.

de Rialtobrug met de hele dag door dit beeld

“En toen was er de Rialtobrug nog. Dat was ooit in een ver verleden een arabesk van elegantie in het hart van de stad die met één gedurfde, trefzekere boog het hele Canal Grande overspande, een project van Antonio da Ponte uit 1588, dat in 1591 werd voltooid. Op de foto’s van een afstand is iets van die elegantie nog steeds herkenbaar. Maar van nabij is de brug een kermis. ……… (stukje overgeslagen). Wat hij in de zestiende eeuw echter niet had voorzien, was dat daar aan de relingen met uitzicht over het Canal Grande door iedereen selfies gemaakt zouden worden. Er was werkelijk geen doorkomen aan. ………. Overigens werd mij op de Rialtobrug ongelogen tot drie keer toe in gebroken Engels gevraagd waar de Rialtobrug was.”

Conclusie: voor mij de mooiste stad van de wereld, maar dan wel een met twee heel verschillende gezichten. Een museale stad met een gigantische Januskop. Die van het massatoerisme en die van kunst en rust. Die van de botendrukte op het Canal Grande met particuliere watertaxi’s, allerlei soorten vrachtbootjes en de publieke vaporetto’s. En die van de stille kanalen in middeleeuwse woonwijken.

het Canal Grande
en de rust
een paar stille kanalen

Want die jaarlijks vele, vele miljoenen toeristen bewegen zich, zoals levensgezel dat dan zegt, vooral door de Kalverstraat. In feite een Kalverstratennetwerk van met elkaar door bruggetjes verbonden bredere, smallere en steegnauwe straten die lopen van het grote busplein en het treinstation naar de voorgeschreven hoogtepunten die iedereen blijkbaar gezien moet hebben. Die Ponte di Rialto, de Ponte dell’ Academia en het San Marcoplein met z’n schijtduiven, de verbazingwekkende basiliek en het imponerende Dogenpaleis.  En die iedereen durft zich daar, gelukkig, nauwelijks buiten te begeven. Je zult als dagjesmens, en dat is het overgrote deel, maar eens verdwalen in dat doolhof en nooit meer worden teruggevonden!

vaporettohalte bij de Rialto, de mondmaskers zijn daarop nog steeds verplicht
San Marcoplein met op de achtergrond de gevel van het Dogenpaleis
San Marcoplein met basiliek en Dogenpaleis
even boven de massa uit de San Marco basiliek
een van de zalen van het Dogenpaleis waarbinnen vanwege de massa een eenrichtingsroute is uitgezet

Wat betreft de rest van de stad? ’t Zal ze, godzijdank, worst wezen. Daar, in die overblijvende prachtige en rustige stukken, verkeer ik het liefst.

rust voor de verliefden
rust om lekker bij te lezen
rust voor de was om te drogen
rust voor de jonkies na schooltijd

Het is alweer jaren geleden dat ik de Rialtobrug ben overgestoken. Waarom zou ik? Want met een plattegrond op zak en te voet in combinatie met de uitgekiende vaporettoverbindingen  kunnen we meestal heel aardig de grootste drukte mijden. Daar doe ik dan de inspiratie op voor mijn Venetië-schilderijen. Die in onderstaande video door een vriend gebruikt zijn om zijn mooie lied ‘Mijn stad’ in beeld te begeleiden.

Één plek is er echter in de stad waar ik absoluut niet te voet kan komen. Zonder vaporetto kom je er niet, tenzij je wilt zwemmen. Dat is Giudecca. Aan de overkant van het Canale della Giudecca. Nog echt een aparte, niet toeristische woonwijk van waaruit je een prachtig uitzicht hebt. En waar we van harte aan het einde van de middag neerstrijken op het terras van Bar La Palanca. Voor een Campari Spritz. Of, als ie lekker is en dat is ie, twee. Maar dat is een ander verhaal.

terras van La Palanca met een prachtig uitzicht op het Venetië van de overkant
deel van de kade van Giudecca
nog een ander deel ervan

Net zoals de verhalen over de prachtige, imponerende en adembenemende kunst die ik er nu weer zag in musea, kerken en palazzi.

een paar lekkermakertjes voor de komende weken

Tot volgende week.

TOOS

Expositie ‘De Wereld als Schouwtoneel’ niet op maar naast het podium


Stel dat eeuwen geleden de drukke en belangrijke Zeeuwse zeehaven van Arnemuiden niet was begonnen te verzanden. Dan waren er nu waarschijnlijk noch de polder met het dorp Nieuw- en Sint Joosland noch Theater De Wegwijzer geweest. En daardoor dus ook niet mijn expositie met de toepasselijke titel ‘De Wereld als Schouwtoneel’ in dat theater (vanaf 25 september).

detail van schilderij van Daniel van Queborne over drukte op de rede bij Arnemuiden (rond 1550), wel even heel iets anders dan het huidige dorp (bezit van Museum Arnemuiden)

Even voor niet-Zeeuwen. Rinkelt er een belletje bij de naam Arnemuiden (Arremuu op z’n Zeeuws)? Ooit de meezinger en deiner ‘Als de klok van Arnemuiden welkom thuis voor ons zal luiden…….’ gehoord (hier te beluisteren)? Nou, richting Vlissingen op de A58, even voorbij het nu behoorlijk in zichzelf gekeerde Arnemuiden ligt links dat Nieuw- en Sint Joosland. Met Theater De Wegwijzer. Een succesvol particulier initiatief van Trudi Wams en Arnout Schop. Waar ik bijvoorbeeld de godfather van het huidige Nederlandse cabaret Freek de Jonge voor het eerst, naar eigen zeggen althans, op het podium gitaar hoorde spelen. Bij de try-out voor een nieuw programma van hem. Die gitaar heeft hij daarna in de wilgen gehangen. Een heel verstandig besluit!

Theater De Wegwijzer

‘De Wegwijzer’ is dus, zo kun je concluderen, niet zomaar een ergens-ver-weg-theater. Nee, het is gekend, er komen ‘namen’. En nu kom ik er met schilderijen. Niet op het podium natuurlijk, wel in de altijd gezellige foyer. Waar na de voorstelling publiek en optredende artiesten zich als vanzelfsprekend mengen.

plafond in de zaal van De Wegwijzer

Hoe ik daar terecht ben gekomen? Door die goeie, ouwe Homerus en de via hem ontstane vriendschap met Trudi Wams. In 2013/14 was ik namelijk druk bezig met het Homerus-project van galerie Quadrige in Nice. Terwijl Trudi het grote rock-opera spektakel ‘O die zee’ in en om Fort Rammekens bij Ritthem in de steigers aan het zetten was. Een prachtige voorstelling, gebaseerd op de Odyssee van Homerus, waarmee ze ook landelijk heel veel eer heeft ingelegd. Dat fort Rammekens kende ik al als mijn damestas. Door mijn grote expositie ‘TOOS- de ontdekkende mens’ daar in 2011. Logisch dus dat er een samenwerking ontstond.

met Trudi toen samen op onderzoek in Fort Rammekens
de ingang naar de grote, donkere krochten van Fort rammekens tijdens ‘O die Zee’
delen van de expositie

En die vriendschap met Trudi en Arnout. Dit alles komt ook tot uiting in de recente nieuwsbrief van ‘De Wegwijzer’. Waarin zelfs nog een interview met mij is opgenomen. Hieronder even een klein stukje daaruit.
“Bij de Kunstenaar van het Jaar-verkiezing word je onder meer geroemd voor je rijke fantasie. Kun je er de vinger op leggen waar dat vandaan komt?
“Als je de geschiedenis bestudeert, zie je bij kunstenaars vaak dat ze een tijd alleen zijn geweest, waardoor ze hun fantasie konden laten gaan. Zelf heb ik ook zoiets meegemaakt. Toen ik drie jaar was wilde ik een snoepje pakken, maar trok ik per ongeluk de hele kast over mezelf heen. Een glazen potje honing versplinterde daarbij in mijn been. Daar heb ik daarna een seizoen last van gehad, want het was ook nog eens slecht gehecht. Die zomer heb ik héél veel op een divan in de kamer gelegen. Dan heb je alle tijd om je fantasie te trainen. Ik keek uit op een doorgang naar een andere kamer met een boogje erboven. Dus begon ik te fantaseren: wat zou daar nog meer achter kunnen zitten, achter die doorgang? Nu ik ouder word, ben ik erachter gekomen dat dit beeld eigenlijk steeds terugkomt. Er zit licht mijn werk. En altijd ergens een doorgang.”

Het hele interview, absoluut het lezen waard, ga ik nu niet overnemen. Dat staat hier op de Facebooksite van De Wegwijzer (even een beetje doorscrollen naar het bericht van 17 september).

nu samen met Trudi bezig met de inrichting van ‘De Wereld als Schouwtoneel’

De opening van mijn ‘De Wereld als Schouwtoneel’ is nu achter de rug, de expositie begint pas. Want die blijft voorlopig dit hele theaterseizoen hangen. Waarbij er wat mij betreft af en toe best wel iets gewisseld mag worden. Zoals na die opening al noodzakelijk was. Want bij eventuele aankopen door nieuwe eigenaren mag ik hen hun nieuw verworven kunst natuurlijk niet al te lang onthouden.

de duimen omhoog voor het succes van de expositie

Voor alle duidelijkheid nog het volgende. De expositie is én te bezoeken als de deuren van het theater zijn geopend én op afspraak. Tot volgende week.
TOOS

Het Arsenale: hoe een gouwe ouwe verviel tot zieltogend eendje en toch nog een trotse zwaan werd


kaart van rond 1720 van het Arsenale terrein

Het Arsenale di Venezia. Ik kondigde het vorige week al aan. Nu een magisch gebied voor de kunst, voor de Biënnale van Venetië. Maar eeuwen geleden naast symbool voor de grote macht van de Republiek Venetië ook de plek waar die macht concreet werd gemaakt. Elke keer opnieuw onderga ik daar de speciale sfeer van dat eeuwenoude, geheimzinnig complex. Drie jaar geleden, toen ik er voor het laatst was, en ook nu weer. Op m’n gemak dwalend door die aaneengeregen rij van hoge stenen hallen met de stoere zuilen. Nu gevuld met moderne kunst. Toen, heel ver voor de Industriële Revolutie, met duizenden handwerkslieden. Die er seriematig de handels en oorlogsschepen bouwden die La Serenissima haar geweldige rijkdom bezorgden. In een soort lopende band  proces, ver, ver avant la lettre. Elke dag zo’n schip. Kun je ’t je voorstellen?Een gigantische logistieke prestatie.

de toegang tot het Arsenale, schilderij van Canaletto uit 1732

Leeg ziet het begin van die hallen er nu uit als hieronder.

Maar als de Biënnale losbarst, is dat heel anders. Dan heeft de curator van dienst, elke twee jaar een andere, honderden meters lengte ter beschikking om zich helemaal uit te leven. Niet alleen daar, maar ook in het hoofdpaviljoen op het Giardini-terrein. Dit jaar dus Cecilia Alemani  die ik vorige week al noemde.

begin van het Arsenale bij deze Biënnale

In de jaren 90 begon dat allemaal. Toen kwam men op het idee een flink deel van het Arsenale bij de Biennale Arte di Venezia te trekken. Een gouden idee voor een gouwe ouwe die daar toch maar stond te verloederen en te vervallen. Napoleon, daar is ook hij weer, had er grootse uitbreidingsplannen mee, liet daarom al delen afbreken maar verdween toen van het wereldtoneel. Net als eigenlijk ook het ooit machtige Venetië.

Nu heb ik de afgelopen twintig, dertig jaar steeds meer hallen opgebouwd en gerenoveerd zien worden en is ’t een feest er rond te lopen. Waarbij je dan wel een aantal van dezelfde kunstenaars tegenkomt als in het hoofdpaviljoen. Zelfde expositiesamensteller ten slotte! Maar dan wel in een heel andere ambiance waarbinnen die curator met groot, hoog, lang en veel kan uitpakken.

nu volgt een ruime selectie aan foto’s
hier ben ik even de weg kwijt
maar dit was een detailfoto waard
tja, wat doe ik hier tussen dit object?

Ben je uiteindelijk door die eerste honderden meters aan hallen heen, dan maak je een haakse bocht naar links waarna er nog heel veel meer wat kleinere ruimten volgen.

andere gebouwen op het Arsenale-terrein, zelfs al met roltrap
nog een paar oude dokken

Waar landen aan de bak komen die destijds bij de inrichting van de Giardini geen eigen officiële plek verwierven om een paviljoen te laten bouwen. Van te voren weet ik dan al dat er ruimten zijn waar ik zal blijven hangen en ruimten waar ik me niet snel genoeg aan kan ontworstelen. Omdat ik dan niet snap wat er zich afspeelt in de bovenkamers van de aangestelde en ongetwijfeld zeer kunstgeleerde curatoren. Hier een kort beeldverslag van wat me wel en niet boeide.

leuk uitgelicht toch?
als ruimten best boeiend
maar de vulling?
positieve verrassing van Slovenië met Marko Jakse, goed geschilderd en een volstrekt eigen, boeiende wereld vol symbolen

Weer heel veel meters en tijd verder op dat uitgebreide Arsenale-terrein eindig je uiteindelijk bij het paviljoen van China. Dit keer volstrekt oninteressant. Waarna op het terras grenzend aan de afsluitende beeldentuin een koud pilsje heel erg verdiend voelt.

de volstrekte afknapper van het Chinese paviljoen
foto uit de beeldentuin helemaal aan het eind van de route

Mocht je er ooit belanden, neem dan daar de stille achteruitgang van het Arsenale. Nogal verborgen in de nog steeds bestaande muur die het hele terrein omringd. Een muur van meer dan drie kilometer lengte. Zo omvangrijk was dus dat ooit zo bruisende Arsenale.

een heel klein stukje van die hele lange muur

Maar waarom je nou juist daar er uit zou moeten willen? Omdat er een verrassing wacht. De heel authentieke, heel rustige Venetiaanse woonwijk Castello. Daar waar de eerste nederzettingen in de Venetiaanse laguna ontstonden. Nauwelijks toeristen, wel de prachtige Basilica di San Pietro di Castello. Eeuwenlang de zetel van het bisdom Venetië. Die door Napoleon, daar is ie weer, werd overgebracht naar de nu door toeristen overlopen Basiliek van San Marco. Tot die tijd alleen maar het niet onaangename huiskapelletje van de Doge.

straatje in Castello
waar iedereen natuurlijk een eigen bootje heeft
die Basilica di San Pietro di Castello

Hoe je dan vanaf die kalme noordoostelijke punt van Venetië terugkomt naar het drukke centrum? De vaporetto natuurlijk, de waterbus. Met als voordeel dat je langzaam weer dat prachtige silhouet van Museum Venetië ziet opdoemen.

Tot volgende week.

TOOS

Surrealistische wegen van Napoleon via Venetië naar de Roma


deel van Venetië met in de cirkel onderaan de groene punt van de Giardini

Stel dat ’t bij Napoleon een misgeboorte was geworden. Dan zou sowieso de Europese geschiedenis anders zijn verlopen. Maar is ’t ook de vraag of ik dan afgelopen mei op een zaterdag op het expositieterrein van de Biënnale van Venetië had kunnen rondlopen. Want wat deed hij na zijn verovering van Venetië in 1797? Juist dat terrein aan de oostpunt van de stad liet hij van moeras tot een groot openbaar park omtoveren. De Giardini. Nu grotendeels de Giardini Della Biennale. Omdat in 1895 een aantal andere grootdenkers een grandioos idee kregen. De toeristische aantrekkingskracht van de Dogenstad uitbuiten met de 1e Biennale Arte di Venezia. Waar toen al zo’n 200.000 bezoekers op afkwamen. Hoeveel dat er nu worden bij de 59e editie die nog tot eind november duurt? Met levensgezel en mij erbij vermoedelijk tegen de 600.000. Want dat was de afgelopen paar keren ook het geval.

toegang van het hoofdpaviljoen op de Giardini Della Biennale

Waarom ik er nu pas over begin terwijl ik er eind mei een paar dagen ronddwaalde? Ik ga opnieuw! In deze blogaflevering van begin juni kwam ’t al even ter sprake. Met de belofte dat dit andere verhalen gingen worden. Bij deze dus.

toegangshal van het hoofdpaviljoen

Want toen, op de terugweg van Gubbio naar Nederland met een auto vol keramiek, hadden we al besloten dat er absoluut nog een extra week Venetië diende te komen. Natuurlijk omdat Venetië mijn lievelingsstad is. En natuurlijk ook omdat ik al heel lang om het jaar elke nieuwe Biënnale bezoek.  Maar net zo goed omdat deze editie een heel speciale is. Niet omdat ’t door corona een triënnale werd, maar, heel belangrijk, vrouwelijke kunstenaars zwaaien er nu de scepter. Voor de allereerste keer zijn zij in de meerderheid! Helemaal passend in de kunsttrend om veel te lang weggestopte vrouwen eindelijk het podium te geven dat ze verdienen. Een podium dat hen in de op en door mannen ingestelde kunstwereld onthouden werd.

Voor het eerst in de Biënnale-geschiedenis kreeg namelijk een Italiaanse vrouw ’t voor het zeggen bij het samenstellen van de hoofdtentoonstelling. En deze Cecilia Alemani  besloot een groep vrouwelijke surrealisten, allemaal al dood, als uitgangspunt te nemen. Voor mij persoonlijk ook heel speciaal. Want daar was ze dan, Leonor Fini! Al heel lang één van mijn grote favorieten. Een poosje geleden nog schreef ik hier over haar.

van Leonor Fini een masker en een deel van een door haar ontworpen jurk
Fini die zelf die jurk draagt
Leonor Fini, olieverfschilderij ‘Vrouw gezeten op naakte man’ (1942)

En wat te denken van Dorothea Tanning die ooit zei “Vrouwelijke kunstenaar? Dat is net zo’n contradictio in terminis als mannelijke kunstenaar of olifanten-kunstenaar”. Maar vooral Leonora Carrington wordt in het zonnetje gezet omdat de titel van haar boek ‘The milk of dreams’ ook de titel van deze Biënnale is. Een boek vol met surrealistische kinderverhalen. Zoals over die jongen met vleugels in plaats van oren, over een man met een krokodil als vriend, over pratende stukken rottend vlees en allicht over een man met twee gezichten die vliegen eet.

Leonora Carrington, Portrait of the late Mrs.Partridge’ (1947), nog surrealistischer door de niet te vermijden weerspiegeling in het glas van de vitrine

Om die groep van overleden vrouwelijke surrealisten heen heeft Alemani vanuit allerlei werelddelen andere vrouwen naar het hoofdpaviljoen in de Giardini gehaald. Met soms heel intrigerend werk, soms goed en soms ‘mwah’. Maar dat blijft natuurlijk persoonlijk. Hier een keus uit wat me intrigeerde.

ik heb ’t niet zo op insecten, laat staan van deze grootte

Een echt hoogtepunt is de zaal van de onlangs overleden Paula Rego. Echt smullen! Dit jaar was er van haar ook nog een prachtige expositie in het Kunstmuseum Den Haag (lees hier mijn stukje daarover maar).  Dat zijn echt de parels waarvoor je naar de Biënnale gaat.

een veelluik van Paula Rego met daarin een poppenopstelling
detail
nog wat hoeken in haar zaal

Die waren er jammer genoeg in de rond het hoofdpaviljoen liggende landenpaviljoens niet veel. Regelmatig vroeg ik me echt af waar al die curatoren die er tegenwoordig allemaal voor hebben doorgeleerd nou eigenlijk mee bezig zijn? Nou, in ieder geval natuurlijk met kunsttrends. En vooral ook met kunst-politieke correctheid. Zoals dus kunst van minderheden die we, net als de vrouwen,hebben veronachtzaamd. Werk van zwarte kunstenaars, van en over de Roma (naast het n-woord bestaat er tegenwoordig volgens mij ook het z-woord), van en over de Sami (zoek maar eens op). Voor mij scoorden daarbij eigenlijk alleen het Amerikaanse en het Poolse paviljoen.

Amerikaanse paviljoen met werk van de zwarte vrouwelijke kunstenaar Simone Leigh
Poolse paviljoen met 12 grote wandkleden over de geschiedenis en het leven van de Roma, ontworpen door Malgorzata Mirga-Tas

En de rest? Af en toe best fotogeniek. Maar overtuigend? Ook al weer heel persoonlijk.

Maar goed, de volgende dag (en in dit blog volgende week) wachtte nog het Arsenale. Het tweede grote expositieterrein dat elke keer alleen al door de oude industriële ruimtes indrukwekkend is.

en na de Giardini met de vaporetto terug naar de stad

En voor de toekomst? Dat komende bezoek aan Venetië. Een stad die al een museum op zich is. Met daarbinnen, dat weet ik nu al, een aantal prachtige exposities in de palazzi. Marlene Dumas, nog meer surrealistische vrouwen, Anselm Kiefer, Anish Kapoor enz. Allemaal komende verhalen. Tot volgende week.

TOOS

De Pot, een toekomstig Rotterdams monument en waarom Frank Gehry nu wel de pot op kan


Depot Boijmans Van Beuningen

Voordat iets op de lijst van Rijksmonumenten kan worden geplaatst, moet het natuurlijk eerst wel zijn gebouwd. Een tikje bejaard worden is daarna ook een pluspuntje en dan is het maar afwachten of het ooit tot erfgoed wordt verklaard. Zoals bijvoorbeeld mijn pakhuis ´Holstein´ uit 1738. Vorige week schreef ik erover vanwege mijn deelname aan de nationale Open Monumentendag op zaterdag 10 september.

Laat ik nou recent een adembenemend nieuw, nog geen jaar oud gebouw hebben bezocht waarvan ik nu al weet dat het ooit een Rijksmonument gaat worden! De Pot in Rotterdam. Oh sorry, eigenlijk moet ik ’t hebben over het Depot Boijmans Van Beuningen. Maar ja, ´t is wel in Rotjeknor. Waar ze er heel goed in zijn om iets iconisch al snel een bijnaam te geven. Wel eens gehoord van de Hoerenloper? De fiets/voetgangersbrug die de moderne Kop van Zuid verbindt met vroegere hoerenbuurt en zeemanskwartier Katendrecht? Officieel de Rijnhavenbrug? Veel te saaie naam natuurlijk. Nee, dan de Hoerenloper, die naam vergeet je niet!

De Pot binnenin

Dus mocht je nu in Rotterdam horen praten over De Pot, dan moet je vlak naast het door renovatie voor de komende jaren gesloten Museum Boijmans Van Beuningen zijn. Een museumverbouwing die traditiegetrouw vast heel veel langer gaat duren dan gepland. Maar De Pot is een geweldige vervanger. Het eerste gebouw ter wereld dat een publiekstoegankelijke combinatie is van kunstopslagplaats, werkplaats en museum tegelijk. En daarbij zowel van buiten als van binnen een overdonderende architectonische creatie. Van het Nederlandse architectenbureau MVRDV. Een icoon tot en met.

een prachtige entree
om even een idee te geven van wat je zoal kunt tegenkomen

Ongeveer een maand geleden schreef ik hier over La Tour in Arles, een kunstje van de wereldberoemde architect Frank Gehry. Aan de buitenkant ook zo’n spiegelpaleis als De Pot, maar dan wel heel anders. Nou, die wereldberoemde Frank kan nu wel de pot op. In mijn ogen dan ten minste. Want wat MVRDV heeft geflikt is zo ontzettend veel beter, ingenieuzer en pakkender! Kijk maar.

overal glazen vloeren met opstellingen

Je kunt er natuurlijk niet verdwalen maar wel verrassend ronddolen. Even een hoek om en je staat ineens het atelier voor beeldenrestauratie in te koekeloeren. Of je kunt ineens een kamertje induiken waar je op een computerscherm door de museumcollectie kunt bladeren. Of je loopt een grote, nu nog lege ruimte in waar je bij een gigantisch groot raam uitzicht op Rotterdam krijgt. Of je drukt op een lichtknop en hebt plots uitzicht op een opslagruimte voor 3-dimensionale kunst. Of van schilderijen. Of je kijkt een vergaderruimte in met vanzelfsprekend design-verantwoorde stoelen. Over elk detail is nagedacht.

restauratieruimte voor beelden
opslag van 3-dimensionale objecten
opslag van en werkruimte voor schilderijen
uitzicht op Rotterdan
vergaderruimte

Dat een schilderij, niet echt verbazingwekkend, ook een achterkant heeft, willen ze in het Depot ook best showen. De prachtigste kunstschatten uit de museumverzameling hangen ergens in keurige rijtjes midden in de ruimte. Onze middeleeuwse Jeroen Bosch naast Amerikaan Jean-Michel Basquiat (1960-1988), nu één van de duurste moderne kunstenaars. En Rembrandt naast Nederlandse Fransman Kees van Dongen (1877-1968). Onze Jacoba van Heemskerck (1876-1923), als vrouwelijk kunstenaar steeds meer in de museale aandacht tegenwoordig, mag zich buur noemen van de veel bekendere tijdgenoot Edvard Munch (1863-1944). En allemaal tonen ze ook hun achterkanten. Een heel interessante manier van presenteren.

Jeroen Bosch links en Basquiat rechts
Rembrandt en Kees van Dongen
Munch links, van Heemskerck rechts

Net zoals trouwens al die ingebouwde vitrines op de gekste plekken, glazen kasten ergens in de hoogte of de laagte, glazen vloeren waarbij je over prachtige uitstallingen loopt. Je komt vele ogen te kort. Dat depot is een kunstdoolhof waarbij je telkens opnieuw tegen nieuwe verrassingen en gewaagde kunstcombinaties aanloopt.

zomaar ineens een zelfportret van Charley Toorop
en dan ineens loop je zo’n ruimte binnen
of een zaal met een keus uit de kunstcollectie van De Rabo-bank zoals deze installatie van Folkert de Jong
hoe zit dat daar nou eigenlijk?
of hier?
hoe ingenieus wil je ’t allemaal hebben

Zo kwam ik zelfs prachtige, zogenaamde lustroborden tegen van de soort die in de 16e eeuw door Mastro Giorgio werden gemaakt in Gubbio.  Door mijn verblijven daar als artist in residence weet ik dat als je begint over deze Mastro je voorlopig onder de pannen bent.

lustrokeramiek uit de 16e eeuw

En dan nog even over die tuin bovenop De Pot, met restaurant Renilde in het midden. Ze hebben er maar gelijk volgroeide bomen en struiken geplant. Zelfs zodanig dat die je af en toe het uitzicht ontnemen op de bekende Rotterdamse skyline.

weerspiegeling van de daktuin in de wand van het Depot
skyline van Rotterdam

Dat er ook dagelijks allerlei rondleidingen door de grote opslagruimten worden georganiseerd wist ik al wel, maar daar kwam ’t dit keer gewoon nog even niet van. Te veel, te indrukwekkend, te overdonderend. GAAN! Zeker op zo’n tropendag van 300 met binnen overal de thermostaat temperatuur van 210. Want het is natuurlijk wel allemaal waardevolle kunst! Zouden ze er deze winter nog 190 van maken om energie te besparen? Tot volgende week.

TOOS

Komt dat zien op Open Monumentendag! Een eeuwenoud, uniek en kunstig pand


Middelburg in de 17e eeuw

Zaterdag 10 september is ’t weer, het grote monumentenfeest. Open Monumentendag door heel Nederland. Waarbij ook mijn grote deuren aan de Korendijk 56 in Middelburg wagenwijd open staan. Open Huis zogezegd.

Vandaar nu de vraag ‘hoeveel Nederlanders zouden er wonen in een Rijksmonument’? Vingers omhoog graag! Dat worden er aardig wat, schat ik zo in. Maar hoeveel daarvan blijven omhoog als ’t gaat om een eeuwenoud pakhuis? Kijk, daar zakken er al een flink aantal. En nu, hoeveel van die pakhuizen bevatten balken afkomstig van onttakelde schepen? Oeps. En van welke van die pakhuizen zijn de muren van de buren? Oei, oei, misschien nog een paar vingertjes die in de lucht priemen? Tot slot de hamvraag. Bij wie zat er op de plek van je pakhuis eerst een open haringpakkerij? Zou ik nu in heel Nederland als enige nog met mijn vinger omhoog zitten? Niet onmogelijk! Dus woon en werk ik dan in een volstrekt uniek pand in Nederland? Een boeiende vraag bij hoe dan ook een trots gevoel. Maar hoe zit ’t nou precies met die vragen hierboven?

links de Korendijk 56 in de jaren 60 (foto gevonden in de beeldbank van het Zeeuws Archief), rechts zoals ’t nu is

’t Is alweer en poos geleden dat ik voor het laatst meedeed met Open Monumentendag. Tijd dus voor een herstart. Mijn atelier op de begane grond is natuurlijk altijd al wel open op de eerste zondag van de maand bij de Middelburgse Kunst&Cultuurroute. Ik zie dan vaak mensen niet alleen naar mijn kunst kijken maar ook omhoog. Naar al die prachtige ouwe, overgedimensioneerde  pakhuisbalken. Maar de deur naar mijn woongedeelte blijft daarbij altijd dicht.

zoals het pakhuis was toen ik het kocht
een impressie van zoals ’t nu is

Komende 10 september dus niet. Je kunt zomaar doorlopen naar de 1e en 2e etage. Om de rest te aanschouwen, opnieuw met een aantal balken uit grote schepen. Schepen die al voor 1738, het bouwjaar van mijn pakhuis, onttakeld moeten zijn geweest. En waarvan de balken bij mij achter uit het water zijn gevist. Want niet voor niets heet het straatje achter mij nu Balkengat. Ooit lag daar de scheepswerf van de VOC en dreven er houten vlotten en balken in de grote plas die je op het schilderij hieronder ziet.

de werf van de VOC in 1778

Er is zelfs nog een foto van die situatie van voor 1898. Dat moet namelijk wel want toen werd een deel gedempt om het wijkje te bouwen dat er nu staat.

Maar hoe zit dat met die muren van de buren? Nou, ooit zat er een doorgang tussen wat nu de woonhuizen Korendijk 54 en 58 zijn. Daar zat, volgens de oude annalen, een haringpakkerij. Met waarschijnlijk wel een dak erboven maar verder open. Best handig natuurlijk, een beetje doorluchten bij al die haring kon geen kwaad. Tot die grond werd aangekocht door de MCC, de in 1720 opgerichte Middelburgsche Commercie Compagnie. Een soort tegenhanger en Middelburgse opvolger van de VOC, de Vereenigde Oostindische Compagnie. Die VOC van de werf bij het Balkengat.  

Ze hadden blijkbaar een pakhuis nodig aan de Korendijk. Koren dus. Want heette destijds de korenhandel in Nederland niet de moedernegotie? Maar dat is een ander verhaal. Dus wat was er makkelijker dan de buitenmuren van de twee huizen aan weerszijden te gebruiken om er vertikaal balken tegenaan te zetten. Met daarop horizontaal weer andere balken. Simpel toch?

nog een sfeerbeeld van het interieur

Tot ik het kocht, was het pakhuis ook alleen maar pakhuis geweest. Er was geen water, geen gas, geen elektriciteit maar wel die muren van de buren. Zo vertelde de kadasterregistratie. Met andere woorden, bij de restauratie hadden de buren eigenlijk voor elke spijker en schroef in hun muren toestemming moeten geven. Niet echt handig. Dat hebben we toen ook maar veranderd.

Nu staat er dat unieke pand waarover ik nog even één ding kwijt wil. Want in een Rijksmonument mag je natuurlijk niet zomaar je goddelijke gang gaan. Een daartoe bevoegde ambtenaar bewaakt het hele proces. In dit geval iemand wiens naam in Middelburg toch wel enigszins gevreesd werd. Bij de definitieve keuring hield ik mijn hart dus echt wel een behoorlijk beetje vast. Weet je hoe hij wegging? Met de opmerking dat hij zelden een pand had gezien dat zo prachtig was gerestaureerd. Daarop hebben levensgezel en ik toen ook maar gelijk geklonken.

Op 10 september kun je zijn opmerking komen controleren. Maar vanzelfsprekend ook overal mijn kunst bekijken. Het slaan van twee vliegen in één klap. Een derde vlieg daarbij is mijn nieuwste steendruk ‘City life’. Alleen deze maand voor een heel speciale prijs te koop

steendruk ‘City life’

. Lees mijn vorige blog maar. Tot volgende week.

TOOS

PS Afgelopen dinsdag zag ik op NPO 2 de eerste aflevering van ‘Krabbé zoekt Kahlo’. Over één van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen aan wie ik in dit blog al wel aandacht gaf. Beslist de moeite waard! Gewoon kijken de komende dinsdagavonden om 20.30 uur.

Hoe ‘City life’ tot leven kwam  òftewel een inflatie-onafhankelijke aanbieding


Noem het toeval, maar een klein beetje geholpen heb ik ’t dan toch wel. Zo start in september Grafiek2022, de 4e editie van de enige echte Nederlandse grafiektriënnale.  Met tot 30 november manifestaties door het hele land. Voor Zeeland wordt op zondag 4 september officieel het startschot ervan gegeven door onze onvolprezen Middelburgse Kunst&Cultuurroute.

Toen ik daarvan hoorde, was ik net bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe steendruk waarvan ik de titel al had verzonnen: ‘City life’. Een dikke maand geleden schreef ik er hier al eens over. Puur toeval, dat samenvallen. En laat nou ‘Ontmoeten’ het thema van Grafiek2022 zijn. Ontmoeten en ‘City life’!  Volgens mij twee begrippen die elkaar aardig aanvullen. En ook dat is toeval. Dat ik nu mijn nieuwe steendruk juist vanwege Grafiek2022 voor het eerst den volke toon tijdens de kunstroute? Dat  is natuurlijk geen toeval. Net zo min als de aanbieding van ‘City life’ (oplage van slechts 25) voor de speciale prijs van €150 in de hele maand september. Daarna gaat die prijs wel omhoog. Naar de normale, markconforme €225. En dat blijft dan zo, inflatie of geen inflatie.

op de steen bezig met de eerste opzet van ‘City life’

Maar nu dat tot leven komen van ‘City life’. Want daarvoor moest er heel wat worden nagedacht, gewerkt en geperst. Binnenkort heb ik daarover een wat uitgebreider artikel klaar. Over die tweehonderd jaar oude, toen revolutionaire techniek en over de achterliggende kunstverhalen. Dat alles geïllustreerd met foto’s van het scheppingsproces van ‘City life’.Waarvan je er hier al enkele tussendoor gestrooid ziet.

de proefdruk van de 1e kleurendrukgang wordt kritisch bekeken
werkend aan de toevoegingen voor de tweede kleur

Maar voor een levende-beelden-verslag kun je nu al naar mijn eigen YouTube-kanaal . Om de video ‘City life- the coming alive of a stone lithograph’ te bekijken. Zodat je kunt meeleven met de vele stappen die ik samen met steendrukker Hans Van Dijck in zijn Antwerpse atelier moest zetten om deze tweekleuren-steendruk te creëren.

Die video is trouwens geplaatst vlak voor het verschijnen van deze blogaflevering. Ook geen toeval.

Ik denk dat ’t best interessant kan zijn om én die video te zien én dat artikel te lezen. Door die geschreven praatjes bij de levende plaatjes krijg je vast meer inzicht in het bewerkelijke procedé van het steendrukken. Naast ook meer kennis van de geschiedenis ervan en meer  detailinzicht. Wat er dan hopelijk weer toe leidt dat je mijn enthousiasme voor die prachtige, oude techniek kunt aanvoelen. Stuur maar een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en je ontvangt dat artikel in je inbox.

de drukgang met rood, de tweede kleur
hallelujah, ‘City life’ is geboren!

Terug naar de kunstroute. Want ook ter plekke zul je mijn enthousiasme ervaren. Mee omdat ik een deel van mijn atelier steendrukfähig maak. Ik ben die dag overigens niet de enige grafiek-enthousiasteling. Er doen nog zo’n 17 andere ateliers en galerieën mee met grafiekitems. Meer informatie? Natuurlijk op onze kunstroutesite kunstroutemiddelburg.nl/ , maar ook op de aan Zeeland gewijde pagina van de website van Grafiek2022.

het met potlood nummeren en signeren van alle exemplaren van ‘City life’
Toos van Holstein, City life (steendruk in oplage van 25)

Komt zondag 4 september niet goed uit, dan heb ik goed nieuws. Ik doe namelijk dit jaar ook weer eens mee met de nationale Open Monumentendag op zaterdag 10 september. De laatste keer was in 2019. Niet alleen van mijn atelier staan dan de deuren open maar ook die van een groot deel van mijn prachtig gerestaureerde monumentale pakhuis ‘Holstein’ uit 1738. En ik beloof dat ‘City life’ dan nog steeds te bekijken is. Zeg je sowieso al ‘die hoef ik niet meer te bekijken, doe mij er maar een’, dan is dat e-mailadres hierboven er goed voor. Trouwens, ben je nieuwsgierig naar die Open Monumentendag aan de Korendijk 56? Tot volgende week.

TOOS

Hoe Religieuze Recepten zonder Pillen, Poeders en Prikken ook financieel rendeerden , deel II


Abdij van Montmajour

Ooit een rotsachtig eiland in de monding van de Rhône bij Arles, nu al zo’n duizend jaar de Abbaye de Montmajour. Van waaruit je in de verte de nieuwe, bijna 60 meter hoge blinkende La Tour uit Arles ziet oprijzen als een alien raket .

sterk ingezoomd op La Tour in Arles vanuit de abdij

Vorige week schreef ik er al over. Hoe dankzij de inkomsten uit pillen, poeders en prikken de schathemeltjesrijke Maja Hoffmann haar kunstdroom kon realiseren. Of ze zich daarbij ook heeft bedacht dat je vanuit Frank Gehry’s nieuwe egotoren ook de droom van een andere rijke vrouw van meer dan 1000 jaar geleden kon zien liggen? Geen idee! Maar frappant is ’t wel.

Want toen de niet onbemiddelde Frankische edelvrouwe Teucinde van Arles in het jaar onzes Heren 949 via een landruil dat eiland verkreeg van de aartsbisschop van Arles maakte ook zij haar droom waar. Daar ging een klooster komen. En aldus geschiedde. Dank zij ook bijdragen van andere adellijken. Waar die hun geld vandaan kregen? Dat kun je zelf wel verzinnen.

een paar foto’s van de Abbaye de Montmajour
genoeg stof ter overpeinzing in een heerlijk zonnetje

Maar monniken in zo’n klooster kunnen nu eenmaal niet alleen leven van gebeden en Gregoriaanse gezangen. Grond moest erbij voor de landbouw. Plus natuurlijk een heilig voorwerp, een reliek! Want dat trekt bedevaartgangers en daarmee schenkingen in harde zilveren en gouden munten. Laat er nou begin 11e eeuw een splinter van Het Ware Kruis opduiken! Het kruis waaraan Jezus stierf. En ja, daar kwamen ze dus, in horden, die pelgrims. Zeker op feestdag 3 mei, de dag waarop in het jaar 355 in Jeruzalem dat Ware Kruis was teruggevonden (vorig jaar schreef ik daarover al eens). Liet je op 3 mei in de Abdij van Montmajour een leuke donatie achter, dan kreeg je er ook wat voor terug. Namelijk absolutie van al je zonden. Een interessante win-win situatie toch?

op een bepaald moment was de stroom pelgrims zo groot geworden dat op een paar honderd meter afstand van de abdij een speciale kapel werd gebouwd met daarin de splinter van het Ware Kruis

Zie daar nog een overeenkomst tussen het LUMA Arles Parc des Ateliers en de abdij. Zij het dat we Maja’s familie betalen voor pillen, poeders en prikken ten faveure van ons lichamelijk welzijn en dat die absolutie destijds vooral het persoonlijk zielenheil betrof. Een gezonde geest in een gezond lichaam maar dan met zo’n tien eeuwen ertussen.

onder in de machtige gewelven

Maar ja, niets is voor de eeuwigheid. Dat zielenheil natuurlijk wel, maar die abdij niet. Want al bleef die in de loop der eeuwen wel doorgroeien met allerlei nieuwbouw, na het hoogtepunt in de 13e eeuw, ging er in de 14e eeuw de Grote Pestepidemie overheen. Met verder achtereenvolgens, zoals bij veel andere kerkelijke monumenten in Frankrijk, ook nog de Honderjarige Oorlog, de godsdienstoorlogen eind 16e eeuw, na 1789 natuurlijk de flink anti-klerikaal ingestelde Franse Revolutie en af en toe de onvermijdelijke brandjes. Verval, opbouw, verval, opbouw, verval. Kazerne, schapenboerderij, hooi opslagruimte, verkoop van inboedel met dak en deuren tot ruïnestenen toe. Maar dan. Begin 19e eeuw keert het tij langzaam en wordt de abdij zelfs verklaard tot één van de eerste Franse historische monumenten. Met uiteindelijk alle positieve gevolgen van dien.

Maar kun je je voorstellen dat het geheel er in 1880 nog zo bij stond?

Wat jaartjes later liep onze Vincent, Vincent van Gogh,  rond in Arles. Iets dat ze daar nog steeds graag willen weten. En natuurlijk trok hij in die periode van 1888/1889 met zijn teken en schildergerei  rond in het gebied van de abdij. Met bijvoorbeeld onderstaande als gevolg.

Vincent van Gogh, tekening van de abdij (Van Gogh Museum)
nog zo’n tekening
Vincent van Gogh, Zonsondergang bij de Abdij van Montmajour (1888), met de abdijruïne links boven
de lege kerkruimte die in de 18e eeuw nog gevuld was met kostbaar meubilair

Daarover zul je in Maja’s speeltje niets terugvinden. Dat is in opzet alleen op moderne ontwikkelingen gericht. Wel vroeg ik me af of er van La Tour ooit schilderijen in de grote museums terug te vinden gaan zijn. En zou vanuit de Montmajour over een aantal eeuwen nog steeds La Tour te zien zijn? Hoe gaat die de tand des tijds doorstaan? En, leuke hamvraag natuurlijk, als Vincent nu vanuit de schildershemel zou afdalen naar zijn geliefde Arles, hoe zou hij die spiegelende toren ervaren?

nu wel weer ‘aangekleed’ met moderne kunst

Tot volgende week.

TOOS

Money, money, money: van Pillen, Poeders en Prikken naar Godsdienstige Grandeur, deel I


Arles, Zuid-Frankrijk. En nee, ik heb me niet op de bekende Zwarte Zaterdag in Frankrijk  tussen al die verdwaasde vakantielemmingen gestort die zo nodig in honderden kilometers lange files op de Route du Soleil urenlang zuidwaarts kruipen. Asjeblieft zeg, hoe gek kun je zijn! Nee, ik was daar al eerder dit jaar. En nee, ik was daar niet vanwege onze Vincent, Vincent van Gogh. Ik was er omdat ik vijf jaar geleden onderstaande in wording zag.

En dat ding in wording, La Tour, is nu af. Architect Frank Gehry, ja, die van wereldfaam en van bijvoorbeeld het museum in Bilbao, heeft weer eens één van zijn befaamde verwrongen eieren gelegd. Waardoor opdrachtgever Maja Hoffmann, telg van het stinkend rijke farmaceutische Hoffmann-La Roche concern uit Zwitserland, haar grote droom van het ‘LUMA Arles au Parc des Ateliers’ waarheid heeft zien worden.

het spoorwegcomplex zoals ’t er ooit bij lag
en zoals het nu is

Het door haar aangekochte gigantisch grote, oude emplacement waar ooit treinen en treinonderdelen werden gerepareerd in grote en kleinere hallen is volstrekt onherkenbaar veranderd. Terwijl die hallen er toch nog steeds staan. Maar nu om samen met die alien-toren van Gehry dat Parc des Ateliers te vormen. Een, om maar eens haar eigen woorden te gebruiken,  interdisciplinaire creatieve campus waar door middel van tentoonstellingen, conferenties, live performance, architectuur en design, denkers, kunstenaars, onderzoekers, wetenschappers de relaties tussen kunst, cultuur, milieu, mensenrechten en onderzoek ter discussie stellen.

toegangsweg vanaf het parkeerterrein
eerste aanblik en toegang

Nou, daar kun je natuurlijk wel wat mee, met zo’n doelstelling. Zeker als ’t dan ook nog best wat mag kosten. 150 Miljoen zette Maja er uit haar behoorlijk gevulde spaarpotje voor opzij. Levensgezel kon bij het aanschouwen van al dat moois natuurlijk niet nalaten een wat ironische vraag te stellen en gelijk ook maar het antwoord te geven.”En wie zouden dat nou eigenlijk echt betaald hebben? Wij dus! Door ons door Hoffmann te laten prikken en door Hoffmannpilletjes en poedertjes te slikken”. Om direct relativerend toe te voegen dat ze voor dat bedrag natuurlijk ook een leuk oligarchenjachtje had kunnen aanschaffen maar nu in plaats daarvan wel een prachtig cultuurcomplex realiseerde dat ook nog eens vrij toegankelijk is.

klein stukje van het park
en natuurlijk is er horeca met prachtige uitzichten
nog meer horeca

Want dat is een hele grote plus voor Maja. Het nieuwe park kun je zo binnenlopen. Een park met honderden net aangeplante maar al verduveld grote bomen. Want kleine boompjes die nog flink moeten doorgroeien voor ’t wat is, nee, daar deden ze niet aan. De nieuwe, gigantisch grote parkeerplaats in de buurt is ook vrij. Voor de exposities in La Tour en andere gebouwen hoef je alleen maar op de website https://www.luma.org/fr/arles.html  je toegangsbiljet kosteloos te reserveren. Om bij de entree door een legertje jonge mensen enthousiast begroet en voorzien te worden met allerlei nuttige informatie. “Daar kunnen ze bij Museum Voorlinden in Wassenaar nog wat van leren”, zo ging door me heen. Voor dat kunstspeeltje van de ook behoorlijk rijke Joop van Caldenborgh, een prachtig  kunstspeeltje trouwens, betaal je bijna €20 toegang. En houd je Museumkaart en Rembrandtpas maar gewoon op zak. Niet geldig. Maar ja, het vermogen van Joop wordt dan ook geschat op slechts een schamele €800 miljoen. Elke extra stuiver is dus van harte welkom. Maar dat terzijde.

Die La Tour is absoluut indrukwekkend, zowel van buiten als van binnen.

uitzicht vanaf La Tour op het oude Arles
levensgezel leeft zich, net als ik, uit met fotograferen, let op de weerspiegeling bovenin vanwege een reusachtige spiegel in het plafond
Frank Gehry heeft zich ook helemaal kunnen uitleven, met zelfs nog een glijbuis
prachtig toch, al die blokken?

De kunst is natuurlijk de keuze van Maja Hoffmann. Niet altijd mijn keus. Maar ja, de kunstwereld bestaat nu eenmaal uit vele parallelle universums. Hier een paar indrukken ervan, verspreid door La Tour.

hier een paar foto’s van kunst die me nog wel aansprak
bij de liften een muur van uitgekristalliseerde zoutblokken
deel van het trappenhuis
kunst in het park

Eigenlijk was mijn plan nu gelijk door te schrijven naar een soortgelijk groots project, even buiten Arles. Alleen wat eeuwtjes ouder. Maar dat gaat ’t niet worden, te veel. Vandaar dus een snelle ‘deel I’ in de titel erbij getikt met nog een klein opgetild sluiertipje tot slot.

Want ook een project dat indirect mee tot stand kwam via de penningen van de gewone mens.  Niet door lichamelijk geabsorbeerde pillen, poeders en prikken maar door een in de geest diep doorgedrongen devotie. Welk project ik bedoel? De Montmajour.

vanaf de toren zicht in de verte op de Montmajour

Oh ja, en Van Gogh speelt ook nog een rolletje. Tot volgende week.

TOOS

Eeuwenoude inburgeringscursussen en hedendaagse beeldenstormen


Ravenna by night

Lang, lang geleden …., zo begon ik ook vorige week. En net als toen zit ik nog steeds in oude, Romeinse sferen. Maar wel  zo’n luttele zes eeuwen later. Want lang, lang geleden liep ik namelijk met jonge, kunstacademisch gevormde ogen rond in Ravenna. Net als opnieuw een luttele vier maanden geleden. Nu wel met oudere en van kunst bezwangerde kijkers. Het doel beide keren? De 6e eeuwse Basilica di San Vitale. Door omstandigheden, zoals dat zo mooi heet, deels in Romeinse deels in Byzantijnse bouwstijl. Hieronder verspreid wat foto’s.  

op weg naar de Basilica di San Vitale aan het einde van de straat

Ravenna, die prachtige Noord-Italiaanse stad. Met naast de tombe van Dante (lees hier) de unieke, grandioze Byzantijnse mozaïeken. Werelderfgoed tot en met.

de Basilica di San Vitale aan de buitenkant
de overweldigende binnenruimte

Maar hé, Byzantijns? Byzantium is toch wat eerst het Oost-Romeins Rijk heette? Met Constantinopel, het huidige Istanboel, als hoofdstad en Grieks als voertaal? Ja! Ja! Terwijl Ravenna ligt in wat destijds het West-Romeinse Rijk was met Latijn als voertaal? Ja! Maar waarom veroverden die Oost-Romeinen dan Ravenna in 540 n.Chr.? Terwijl het oorspronkelijke Romeinse Rijk al in 285 om administratieve en legertechnische redenen officieel gesplitst was in dat Westelijk en Oostelijk deel. Ik begrijp Obelix helemaal als hij weer eens roept ‘ils sont fous, ces Romains’. ‘Rare jongens, die Romeinen’.

’t Zal eind jaren 70 zijn geweest toen ik in de zomervakantie met een oude academievriendin in mijn Renaultje 4 stapte. Om de Biënnale in Venetië te bezoeken en ook Ravenna mee te pikken. Want die wereldberoemde mozaïeken in de Basilica di San Vitale moesten we nu eindelijk maar eens met eigen ogen aanschouwen. Die zijn me altijd bijgebleven.

 Daarom reed ik afgelopen september vanuit Gubbio, waar ik keramiek beschilderde, opnieuw naar Ravenna. Nu voor twee dagen. Voor van allerlei rond Dante700 als opnieuw voor die mozaïeken. Twee uurtjes rijden maar. En nu in gezelschap van levensgezel die vond dat hij zijn Ravenna-lacune maar eens diende op te vullen.

Voor mezelf ontdekte ik nu met andere ogen te kijken dan destijds. Want de grijzige massa onder mijn schedeldak had in de loop der jaren toch zo een en ander extra aan geschiedeniskennis opgeslagen. Zoals.

Het West-Romeinse Rijk was aardig in verval geraakt. Zelfs de keizer was foetsie. Door grote volksverhuizingen vanuit het oosten, bijbehorende veldslagen en politiek gekonkel met de keizer in Constantinopel waren grote delen in handen gekomen van diverse Germaanse stammen. Zo veroverde eind  5e eeuw koning Theodorik (451-526) met zijn Ostrogoten, en met toestemming van de toenmalige keizer Zeno, de Italiaanse laars. Ravenna werd zijn hoofdstad. Die gekerstende Ostrogoten namen daarbij de nog steeds bestaande Romeinse structuren en de Latijnse spreektaal over. Een geslaagde integratiecursus avant la lettre.

Maar er rees een geloofsprobleempje. De Ostrogoten begonnen het Arianisme aan te hangen. Iets met een andere interpretatie van de Heilige Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Foei! Afwijken van de orthodoxe leer? Stel je voor! Justinianus I de Grote (keizer van 527 tot 565) nam dat niet. En hij zag ook nog graag dat grote Romeinse imperium van eeuwen her graag weer in ere hersteld. Gevolg? Bij Macht en het Ware Geloof op één kussen, daar slaapt de oorlogsduivel tussen. Dus hup, wat oorlogjes er tegenaan. Nu terug naar de omstandigheden voor die deels Romeinse deels Byzantijnse bouwstijl van de San Vitale.

Vlak na Theodoriks dood startte in 526 daarvan de bouw. In Romeinse stijl. Weet je nog, die integratiecursus? Maar in 540 werden de Ostrogoten verslagen door het leger van Justinianus. Waarna de bouw werd voortgezet in Byzantijnse stijl. Met binnenin mozaïeken in de dogmatisch orthodoxe geloofssymboliek. Oud en Nieuw Testamentische afbeeldingen, Mozes, profeten, de vier evangelisten, Christus op een wereldbol, aartsengelen, vliegende engelen, heiligen, kerkelijke prelaten en allicht keizer Justinianus zelve. Alles in een overweldigende overvloed. Veel goud, veel purper, je weet bijna niet waar je moet kijken. 

groot mozaïek met keizer Justinianus in het midden

Dan is het een eeuw oudere en heel dichtbij gelegen Mausoleo di Galla Placidia heel wat kleiner en veel intiemer. Maar toch ook weer rijk versierd met mozaïeken vol christelijke symboliek. Je kon er zelfs op je gemak gaan zitten. Met QR-code en mondmasker natuurlijk.

Mausoleo di Galla Placidia

En zonder dat kwam je ook de Basilica di Sant’Apollinare Nuovo niet in. Nog wel gebouwd tijdens koning Theodorik’s bewind, vlak naast zijn nu verdwenen paleis. Met natuurlijk opnieuw mozaïeken. Oorspronkelijk met allerlei Ariaanse elementen erin. Maar dat werd natuurlijk snel veranderd na de verovering door Justinianus. Want beeldenstormen zijn van alle tijden. Denk maar aan alle huidige woke-gedoe in Amerika en Engeland rond niet welgevallige beelden.

Basilica di Sant’Apollinare Nuovo

Wist je trouwens dat je in Aken in de beroemde Paltskapel van Karel de Grote (747-814) ook een beetje in Ravenna rondloopt? Zelfs letterlijk. Want het bouwplan van zijn kapel was gebaseerd op die Basilica di San Vitale en daar konden marmeren zuilen en ruïneresten uit Ravenna mooi voor gebruikt worden.

foto’s die ik een aantal jaren geleden maakte van de Paltskapel

Tot volgende week.

TOOS

K10D Bergen (NH), here I come!


In 2020 kon ’t allemaal niet doorgaan. Iets met een virusje en een pandemietje. Maar nu wel. Dankzij de inventiviteit, denkkracht en doorzettingsvermogen bij fundamenteel onderzoek van een groep slimme wetenschappers.  Daardoor lag de kennis voor een nieuw vaccin voor het grijpen en klinken de fileberichten ’s morgens weer bijna als vanouds. Ook kan nu wel de 10e en dus jubileumeditie van StalKunst9 bij de 28e editie van de K10D van Bergen doorgaan. Van vrijdag 22 tot zondag 31 oktober.

Toch even voor de duidelijkheid, dat K10D staat voor de Kunst Tien Daagse die sinds 1993 jaarlijks in dat bekende kunst en kunstenaarsdorp Bergen in Noord-Holland wordt georganiseerd. Op allerlei locaties binnen en buiten het dorp en ook in Bergen aan Zee. Alleen vorig jaar dus even niet. Maar nu is er dan toch voor de tiende keer die manifestatie Stalkunst9. In een oude koeienstal aan de Voert 9 in het buitengebied van Bergen. Een koeienstal? Toos, wat doe jij in godsnaam in een koeienstal?

een gedeeltelijk overzicht van alle locaties, met midden onder de plek van Voert 9 bij die dichte verzameling vierkantjes

Dat was inderdaad ook de vraag die ik mezelf stelde toen Elisabeth Leyen begin 2018 vroeg of ik aan de door haar georganiseerde  expositie Stalkunst9 wilde meedoen. Hoe ik Elisabeth had leren kennen is een verhaal dat ik hier al eens vertelde. Mogelijk belandt daardoor misschien nog eens een kunstbijdrage van mij in het Rijksmuseum.

samen met Elisabeth in de stal, een paar dagen geleden

Maar om een lang verhaal kort te maken, ik ging met Elisabeth kijken aan de Voert 9, ging door haar enthousiasme en de , zeg maar, uitdagende ruimte overstag en deed in 2018 mee aan de 8e editie van StalKunst9. Naar alle tevredenheid, zowel vanwege de sfeer als het succes. Dus toen ze na afloop te kennen gaf mij er heel graag weer bij te hebben voor haar jubileumeditie wist ik ’t wel. Ja, leuk, doen! 2020 stond in de agenda genoteerd. Dat bleek uiteindelijk typisch een jaar om te deleten. Waardoor ik dus pas een paar dagen geleden opnieuw met mijn bus vorstelijk de stal binnenreed. Naar het achterste deel waar jaren geleden de koeien naar buiten liepen via de grote staldeuren.

mijn bus achterin de stal

Want dat achterste deel is weer ‘mijn’ ruimte. Waar ik kan doen en laten wat ik wil. En waar levensgezel gelijk na het uitladen zijn trapvaardigheid kon tonen. Om die staldeuren te behangen met een aantal blauwbeschilderde banners. Allereerst natuurlijk een prima eyecatcher voor de bezoeker die aan de voorkant binnenkomt. Maar ook een mooie achtergrond voor het grote drieluik dat we er nu op hebben hangen.

’t Was wel wat uren doorpezen om de inrichting voor het overgrote deel op een middag voor elkaar te krijgen, maar ’t lukte. Op openingsdag 22 oktober nog even wat herordeningen en aanvullingen en het volk mag toestromen. De organisatie van de K10D schermt met zo’n 40.000 bezoekers in die 10 dagen. Of die ook allemaal naar StalKunst9 komen? Dat zou wel heel bijzonder zijn. De locatie is in ieder geval elke dag open van 11-17 uur. Waarbij ik ga proberen om ook zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Want dat is nou juist een van de leuke aspecten daar. De geïnteresseerde bezoeker persoonlijk te woord kunnen staan. Maar ik wil toch ook graag zelf bezoekertje spelen op de andere plekken. Hoezo nieuwsgierig!

overzicht van de deelnemende kunstenaars aan StalKunst9 met links 2e van boven een van mijn mixed media uit ‘The 70-Series’

Intussen is de publiciteit al wel losgebarsten. In bijvoorbeeld de bij museum en galeriebezoekers ongetwijfeld bekende en altijd gratis verkrijgbare Kunst-&Museumkrant. De Noord-Hollandse uitgave is in een speciaal dik K10D nummer verschenen. Met daarin natuurlijk aandacht voor StalKunst9 en ene Toos van Holstein. Ook op internet kun je jezelf volledig verdiepen in dekunst10daagse.nl . Dat ik daarnaast de komende tijd mee in de bus ga blazen van de social media? Allicht! En let maar op mijn komende blogaflevering.

hier al vast een klein stukje van mijn expositiebijdrage, volgende week meer

Tot volgende week.

TOOS

Mijn schatplichtigheid aan Alighieri, Dante Alighieri, nog springlevend 700 jaar na zijn dood


Alighieri, Dante Alighieri! Bond, James Bond stelt de verschijning van zijn nieuwe film telkens maar weer opnieuw uit, maar Alighieri, Dante Alighieri heeft in 2021 première na première. Schrijvend aan mijn blog van vorige week dacht ik ineens aan hem bij het tikken van ‘scriptorium’. De mallemolen onder mijn hersenpan ging direct in de vierde versnelling met allerlei persoonlijke Dante pop-ups. Dante700, scriptorium, klooster in de Marche, Gubbio, zeefdrukken, Carros, galerie Quadrige, kunstroute Middelburg, mijn expo De Mens op Weg, the Dutch Church in Londen. Oh ja, en ook nog Perugia. Dat alles draaiend rond Dante’s ultieme La Divina Commedia, De goddelijke komedie, het belangrijkste werk uit de Italiaanse literatuur. Dante’s virtuele reis via Hel en Louteringsberg naar het Paradijs waar hij zijn vroeg gestorven liefde Beatrice zou ontmoeten. Daar ging ik over schrijven!Bij deze.

het dodenmasker van Dante met het officiële certificaat van echtheid erbij

Dante, de beroemdste dichter van Italië (Florence 1265-Ravenna 1321). De man van wie gezegd wordt dat hij aan de basis stond van wat de officiële Italiaanse taal is geworden. Want zijn beroemdste boek, La Divina Commedia, schreef hij niet in het toen gebruikelijke Latijn, Nee, dat deed hij in het Toscaanse dialect. Zijn eigen volkstaal, die van Florence en omstreken. Razend populair werd dat boek. Door alle stadstaatjes en onafhankelijke streken van de Italiaanse laars heen. Met al hun verschillende dialecten. En met al hun elkaar altijd maar weer bestrijdende machthebbers. Wilde je dus die middeleeuwse bestseller kunnen lezen of aanhoren, dan moest je dat Toscaanse dialect beheersen. De taal die nu het Italiaanse woordenboek vult.

Nog één van de gevolgen? Een heel jaar Dante700. Eén grote Dantemanifestatie gewijd aan zijn sterfdag op 14 september 700 jaar geleden. Dat mag ik niet zomaar voorbij laten gaan gezien mijn schatplichtigheid aan hem. Die begon in 2002 in Carros, een plaats even ten noorden van Nice.

bezig in het zeefdrukatelier in Carros (Frankrijk)

Of beter gezegd, het begon met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Want Jean-Paul had het plan opgevat een nieuwe uitgave te maken van La Divine Comédie. Een speciale Franstalige kunstuitgave van de Divina Commedia in beperkte oplage. Met illustraties  van de hand van kunstenaars uit zijn ‘stal’. Of ik mee wilde doen? Ja, natuurlijk! En bij welk onderdeel  ik dan afbeeldingen wilde maken? Bij De Hel, De Louteringsberg of Het Paradijs? Dat werd de Louteringsberg, het Purgatorium. En bij welke van de 33 Canto’s, de 33 Verzen, daarin?  Ik koos voor de nummer 25 t/m 29. Die spraken mij wel aan. Toen was de uiteindelijke vraag wat voor soort multiples ik dan wel wilde gaan maken. Steendrukken, gravures, zeefdrukken, houtsneden, etsen? Laat nou in dat Carros dicht bij Nice en dus makkelijk aan te rijden een zeefdrukatelier zitten. Keus gemaakt! Net zoals dus uiteindelijk een aantal zeefdrukken. Dat was trouwens makkelijker gezegd dan gedaan. Want de laatste keer dat ik er een maakte was in 1987.

die zeefdruk ‘Kloof’ uit 1987

Dat was voor een speciaal kunstproject bij Elegance. Destijds de eerste glossy in Nederland,HET maandelijks magazine over lifestyle. Een geselecteerde groep van 99 kunstenaars maakte in samenwerking met het zeefdrukatelier van Wout van der Vet voor het decembernummer van 1987 honderdduizend zeefdrukken. Die los werden bijgesloten in de Elegance oplage van 100.000. Op die manier zijn er aardig wat exemplaren van mijn ‘Kloof’ verspreid geraakt. Af en toe zie ik er nog wel eens eentje voorbij komen op internet kunstveilingen. Allemaal natuurlijk handgesigneerd, gewoon zoals ’t hoort. Dat hele project staat trouwens ook vermeld bij het Guinness Book of Records.

Maar nu wachtte er een nieuwe zeefdrukklus die technisch ook wat anders in elkaar stak. Met zeefdrukrasters die elke keer apart belicht moesten worden voor elke aparte kleurdrukgang.

weer dat zeefdrukatelier in Carros

1 van mijn 4 zeefdrukken bij la Divine Comédie

Vier zeefdrukken maakte ik voor Jean-Paul en zijn nieuwe Divine Comédie. Kunstwerken die nu ook deel uitmaken van een regelmatig rondreizende expositie. Eigenlijk lag ’t wel voor de hand dat die dit jaar in Italië zou neerstrijken. Dante700 tenslotte. En ja hoor, laatst vernam ik van Jean-Paul dat het Perugia gaat worden. Corona volente natuurlijk. Ik veerde echt even op toen hij dat vertelde. Perugia? Daar liep ik zomer 2019 nog rond! In die prachtige oude hoofdstad van Umbrië.

Perugia 2019

Ik werkte toen voor een maand in Gubbio, nog zo’n eeuwenoude stad in die streek. De streek ook waar ik dankzij mijn gastheer en keramist Giampietro Rampini een persoonlijke rondleiding kreeg van de abt in een middeleeuws klooster waar ook Alighieri, Dante Alighieri, had verbleven. Het Monastero di Fonte Avellana, midden in de bergen op de grens van Umbrië en de Marche. Daar stond ik dan, in het scriptorium waar Dante rond 1318 ongetwijfeld ook had gezeten.

met Giampietro en de abt in het scriptorium van het Monastero di Fonte Avellana

Echt goud, dat moment. Je merkt, over mijn ‘persoonlijke’ Dante ben ik nog niet uitgeschreven. Tot volgende week.

TOOS

Mythe, Magie en Mystiek, het Kunstenaarsatelier leent zich er wel voor (III)


Van de Rijksmuseumse Eregalerij vorige keer terug naar mijn belofte over die eenzame monnik aan zijn lessenaar in de week daarvoor. Want die plotsklapse actualiteit van de Gouden Eeuwse vrouwelijke kunstenaars die eindelijk, eindelijk hun eigen plek kregen in de Eregalerij drong zich er even tussen.  Nu verder met mijn schrijfsels over de plek waar toch ook die vrouwen hun schilderijen maakten: het kunstenaarsatelier. Met bijbehorende geschiedenissen en persoonlijke ervaringen. Met de mythen, de magie en de legenden die er vaak aan de haren bij worden gesleept. En met ook mijn eigen werkplekken. In zowel Middelburg als Nice.

bezig in mijn atelier in Nice
het Palais Venise in Nice met op de 1e etage achter de witte balustrade en de draaimolen mijn atelier

Zeg nou zelf, is dat atelier in Nice zoiets speciaals? Een doodgewone kamer in een trois pièces, een driekamer appartement. Maar dan wel in het heerlijk barokke Palais Venise. Alleen de naam al! ’t Is een plek waar ik me heel goed thuis voel. Waar ik me als een monnik kan terugtrekken in mijn cel en me kan afsluiten van de drukte in Nederland. Waar ik de Mediterrané en de beroemde Promenade des Anglais heel dichtbij weet en waar ik helemaal tot rust kan komen. Maar waar ik dus door dat rottige virus nu al een heel jaar niet heen heb gekund. Lees hier maar eens terug hoe ik er vorig jaar maart weg moest vluchten.

illustratie uit de 11e eeuw, gemaakt in de abdij van Echternach
monnik in het scriptorium

Goed, die plaatjes met monniken. Die doen daar wat ik in Nice ook zo graag in alle rust en stilte doe. Gewoon lekker bezig zijn. Zij vooral met het nijver overschrijven en kalligraferen van teksten. Want de boekdrukkunst?  Die liet in die periode van de Middeleeuwen nog honderden jaren op zich wachten. Waar komt, dacht je, de uitdrukking ‘dat is monnikenwerk’ vandaan? Juist, ja! Maar al die ter ere van God beschreven perkamenten bladen werden ook regelmatig verluchtigd met miniaturen. Van heel eenvoudig tot meer kunstzinnig.

al veel mooier, een afbeelding vermoedelijk gemaakt door de beroemde Jan van Eyck rond 1420

Een twee-eenheid tussen tekst en verklarend plaatje. Op die manier werd het scriptorium mee ook een atelier. Simpel weliswaar, maar wel een voorloper van de veel latere schildersateliers.

Maar hoe zat ’t nu eigenlijk ver voor de Middeleeuwen? In de Griekse Oudheid en het Romeinse rijk. Want die hadden toch ook hun kunstenaars. En wat voor! Kijk maar.

Weten we ook iets van hun ateliers? Zoals van de legendarische schilder Apelles of de befaamde beeldhouwer Phidias. Het korte antwoord is, voor zover ik weet, nee. Wel kennen we het prachtige verhaal van de mythische Pygmalion. Die beeldhouwde een zo perfect marmeren beeld van het vrouwelijk lichaam dat hij er zelfs heimelijk verliefd op werd. Gelukkig was daar Aphrodite, de godin van de liefde. Met haar hulp kon hij het beeld tot leven brengen door het zacht op de lippen te kussen. Een moment dat Jean-Léon Gérôme (1824-1904) prachtig verbeeldde.

Maar of hij het beeldhouwatelier historisch een beetje correct heeft weergegeven? Slechte vraag natuurlijk bij deze zeer persoonlijke, romantische 19e eeuwse interpretatie. Pygmalion en zijn Galatea leefden in ieder geval nog lang en gelukkig. Maar dat dit verhaal in de middeleeuwen aanleiding was om dan maar te veronderstellen dat de perfecte vrouwelijkheid alleen kon bestaan dankzij de mannelijke scheppingskracht? Vast eenzijdig denkende mannen die dit idee kregen.

Ook die legendarische Apelles (370-306 v.C.) heeft heel wat kunstzinnige inspiratie op zijn geweten. Maar ja, hij werd in het Romeinse rijk dan ook gezien als de grootste schilder aller tijden. Dankzij beschrijvingen van Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia weten we het nodige over hem en zijn schilderijen. Waarvan niets is overgebleven. Wel zou onderstaande muurschildering uit Pompeï gebaseerd zijn op zijn schilderij ‘Venus Anadyomene’ (Venus oprijzend uit de zee) dat ooit in bezit was geraakt van keizer Augustus.

Een geweldig verhaal over Apelles heeft veel en veel later trouwens nog heel wat kunstwerken door anderen opgeleverd.

Jan Wierix, Apelles en Alexander de Grote

Zo zou Alexander de Grote hem opdracht hebben gegeven om een naaktportret te maken van Campasne, een belangrijke minnares van onze wereldveroveraar. Maar wat gebeurt er? Tijdens het poseren wordt Apelles straalverliefd op Campasne. Als Alexander dit te weten komt en weer op bezoek gaat in het atelier is hij zo sterk onder de indruk van het portret dat hij subiet zijn minnares schenkt aan Apelles als tegenprestatie voor dat schilderij. Of Campasne hierover iets te zeggen had? Goeie vraag! En of het geschetste atelier hier wel klopt? Kleine kans, schat ik zo in. Maar ’t kan nog veel erger.

Willem van Haecht (II), Alexander de Grote bezoekt het atelier van Apelles, in bezit van het Mauritshuis

Ja, ook hier wordt Apelles’ atelier verbeeld.  Kijk maar linksonder waar hij een in dit geval min of meer keurig gekleed poserende Campasne op het doek zet terwijl Alexander in extase toekijkt.

Volgende keer meer over dit curieuze schilderij en andersoortige atelierverhalen. Of? Nee, toch eerst maar Dante700. Tot volgende week.

TOOS