Categorie archief: YouTube

Toeval, Roosevelt’s Four Freedoms en Karen Armstrong


met Karen Armstrong en mijn cadeau voor haar

‘God dobbelt niet’ zei ooit Albert Einstein in de discussie over een wetenschappelijke controverse tussen zijn relativiteitstheorie en de quantummechanica. Maar toeval bestaat wel, zeg ik dan, en soms kun je dat nog een handje helpen ook. Want wat wilde dat toeval?

Een paar weken geleden schreef ik over de Four Freedoms Awards die in Middelburg uitgereikt gingen worden op 16 mei. En dat vooral vanwege het boekje dat ik in 2016 maakte voor de ontvangers van die Awards in dat jaar. Een boekje in een oplage van slechts dertig exemplaren. Met daarin tien citaten van vorige laureaten, alle geïllustreerd met originele tekeningen. Niks geen reproducties, nee, elke keer weer opnieuw getekend. Eén van die citaten, ‘I no longer think that any principle or opinion is worth anything if it makes you unkind or intolerant‘, was van Karen Armstrong.

quote van Karen Armstrong en de tekening erbij van Toos van Holstein

Ooit non geweest, maar nu een over de hele wereld bekende Britse schrijfster die ’t als haar levensopdracht ziet om te schrijven en filosoferen over de grote religies die in de loop van duizenden jaren over ons gekomen zijn. Met de voor maar ook vele nadelen van dien. En wat wil nu het toeval? Karen, die zelf in 2008 de Award voor Godsdienstvrijheid kreeg, kwam naar Middelburg. Om daar diezelfde Award onder toeziend oog van Willem-Alexander, Maxima en Beatrix uit te reiken aan de laureaat van dit jaar, bisschop Paride Taban uit Zuid-Soedan.

Dus dacht ik ‘waarom dat toeval rond Karen Armstrong niet een handje geholpen’? Want na de uitreiking hield zij een lezing waarvoor ook ik was uitgenodigd. Het gevolg? Na die speech mocht ik haar op het podium mijn boekje  ‘Quotes by laureates of the Four Freedoms Awards 1982-2016, chosen and illustrated by Toos van Holstein‘ overhandigen. Best een eer zogezegd!

Ze bleek een heel aardige, toegankelijke vrouw te zijn met wie het zeer prettig praten was. Over religie natuurlijk. Daarbij bleken we ook nog eens heel aardig op één lijn te zitten in onze opvattingen. Zelf ben ik, net als zij, katholiek opgevoed maar heb ik niets meer met de kerk. Of dat betekent dat ik nu geheel zonder een vaag soort religieus gevoel zou zitten? Nee, die conclusie zou te ver gaan. Modern neurologisch hersenonderzoek suggereert trouwens dat er ergens een soort religieus centrum in ons brein zou zitten. Wat bij de een dan weer makkelijker te triggeren schijnt te zijn dan bij de ander.

Echt bijzonder en interessant om daar met zo’n autoriteit op dat gebied over te kunnen praten terwijl ze voortdurend dat boekje van mij onder haar arm geklemd hield. Of God nu wel of niet dobbelt, daarover hebben we ’t verder niet gehad. Wil je meer over Karen weten, dan zou je kunnen klikken op het volgende YouTube filmpje https://youtu.be/en1LpIu9lsI, een TED-lezing van haar. Wel in het Engels.

Mijn plan was om hier vandaag iets te schrijven over een korte vakantie van mij in Italië. Maar deze toevallige gebeurtenis was te speciaal om er geen voorrang aan te geven. Italië dus over zeven nachtjes slapen. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen
Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

Zuid-India door een Toosiaanse kunstbril


Indiase tempels en Italiaanse tagliatelli: waarom niet?

Als je, zoals ik, bij je geboorte al behept bent met het kunstgen kom je daar dus nooit meer vanaf. Dan blijf je de wereld altijd ‘kunsterig’ zien. Zogezegd een levenslange veroordeling tot het dragen van een ingebouwde kunstbril. Is dat erg? Nee, integendeel. Want daardoor stond ik als 6-jarig puppie al in de krant in Eindhoven vanwege een gewonnen tekenwedstrijd, exposeer ik als volwassene op prachtige plekken in allerlei landen, was ik als senior in 2016 Nederlands Briljanten Kunstenaar en verkeerde ik afgelopen februari met die onafscheidelijke kunstbril in het zuiden van India. Twee weken geleden schreef ik al over de kleur en chaos daar.

Nou krijg je bij zo’n reis niet zoveel mee over de moderne kunst in India. Het gaat dan vooral om de overblijfselen van lang geleden. Met eeuwenoude tempels en af en toe een heerlijk overdadig paleis. Uitingen van een hoogontwikkelde  cultuur die al heel lang bestond toen wij in Nederland ons nog uit zompige moerassen en vanonder de zeespiegel omhoog moesten trekken aan ons eigen haar. Je weet wel, die truc die Baron von Münchhausen veel later ook nog eens gebruikte.

Denk maar aan de Mahabarata en de Ramayana, duizenden jaren oude epische geschriften over de goden, net als de Griekse Ilias en Odyssee in dichtvorm. Of de Kamasutra, het rode-oortjes-boek van ver voor onze jaartelling. Allemaal teksten die nog steeds belangrijk zijn voor de Hindoeïstische cultuur nu. Kijk maar naar onderstaand filmpje.

Een tikje anders dus dan we in Europa gewend zijn. Bij het al eeuwen oude mimespel schminkten de spelers zich zelfs vooraf, als onderdeel van hun optreden, op dat hele kleine toneeltje.

Fascinerend om te zien hoe daarbij langzaamaan hun hele gezicht onder een dikke laag verf verdween. Dat duurde bijna net zo lang als de voorstelling zelf. Op zich trouwens niet erg. Want ons westers tijdgevoel moest even flink wat versnellingen terug schakelen. Gezien de benodigde tijd voor het gemimed piepkleine stukje uit een enkel onderdeeltje van de duizenden pagina’s tellende Mahabarata zou je bij dat hele epos zo een aantal maanden verder zijn geweest.

Zowel bij dat mimespel als het klassieke dansfestijn was duidelijk dat al die gebaren en al die houdingen voortkomen uit een gigantisch lange traditie. Want heel veel kon ik herkennen door wat ik daarvoor al had gezien in heiligdommen uit de 13e en 14e eeuw.

Dezelfde tijd dus dat in Frankrijk en Engeland onze gotische kathedralen werden gebouwd. Met al hun hoge torens, zuilengangen, beeldhouwwerk en nu vaak verdwenen of sterk vervaagde muurschilderingen. Eigenlijk identiek met wat toen in Zuid India plaatsvond in een heel andere bouwstijl en vormgeving. Echt frappant!

Net zo frappant trouwens als het gemis aan oude stadskernen. In Europa is ’t meestal totaal geen moeite om binnen een uur rijden ergens een stad, stadje of dorp tegen te komen met oude huizen gegroepeerd rond een plein met een kerk in het midden. Met vanzelfsprekend minstens één café plus terras. Daar in India? Niente, nichts, rien, nothing. Wel allemaal chaotische, rechthoekige bouw, hoger, lager, breder, smaller, ongestructureerd volbehangen met reclame uitingen. Net of er nooit oude stadskernen hebben bestaan. En, afgezien van enkele plaatsen, ook nauwelijks terrassen waar je in de schaduw de moeie en door temperaturen boven de 30 graden verhitte toeristenvoetjes even rust kon gunnen bij een kouwe cola. Of ook niet te versmaden, samen één zo’n halve liter grote fles bier. One Kingfisher please and two glasses! En dan zie je wel of je nog een tweede fles laat aanrukken. Maar hier en daar begon die toeristencultuur zoals wij die kennen zich toch wel te ontwikkelen. Wat wil je ook! De Indiase middenklasse begint nu ook op vakantie te gaan. En dan heb je ’t wel gelijk over honderden miljoenen Indiërs!

Ook vind ik ’t altijd interessant om met mijn ingebouwde kunstbril naar muurschilderingen te speuren. Amateuristisch of professioneel is daarbij geen punt. Hoe versieren mensen hun eigen omgeving, daar gaat ’t dan om. Hierbij een paar voorbeelden.

Nu zit ik al weer in een heel andere omgeving. Waar dan wel? Tot volgende week.

TOOS

Een hartige bank


Nee, de bank uit de titel heeft niks te maken met die bank waarover de laatste weken nogal wat gedoe is. Die bank, ik zal geen naam noemen, waar leiders zitten, ik zal geen namen noemen, die elk maatschappelijk gevoel  heel erg diep hebben weggestopt in hun persoonlijke en ongetwijfeld zeer goed gevulde, zo niet uitpuilende kluis. Zogezegd geen bank met een hart. De hartige bank die ik bedoel is er zelfs een die me tot nu toe nog geen duit heeft gekost. En kom daar tegenwoordig eens om bij al die grote banken, too big to fall, die oh zo graag wel jouw geld willen beheren.

Het onderwerp van deze aflevering werd zelfs zomaar bij mij voor huis gratis afgeleverd. Zie bovenstaande foto’s. Hoe dat zit? Daarvoor moet ik een paar jaar teruggaan. Naar de tijd waaruit onderstaand filmpje komt. Naar de tijd dat ik mijn Cerby aan het creëren was.

Ooit werd ook Cerby, in nog maagdelijk witte staat, bij mij voor de deur afgeleverd. In het kader van de Dogparade. Een initiatief onder de paraplu van Stichting Energy4All (http://energy4all.nl/) die zich bezig hield en houdt met  geld opbrengen voor de ontwikkeling van een heel speciaal medicijn. Dat medicijn moet in de toekomst kinderen kunnen helpen die geboren worden met de zogenaamde energiestofwisselingsziekte. Hierdoor is die kinderen in het algemeen maar een kort en gehandicapt leven gegeven.

Destijds werd ik benaderd door Mike Zeelen, zelf moeder van zo’n kind, met de vraag of ik mee wilde doen met de Dogparade, een door haar opgezet initiatief.

Heel veel bekende kunstenaars hebben toen zo’n grote hond beschilderd. Die kleurrijke groep is daarna op reis geweest door heel Nederland en uiteindelijk geveild voor het goede doel. Ik ben er nog altijd apetrots op dat mijn Cerby, een naam afgeleid van de hondse bewaker Cerberus van de Grieks-mythologische onderwereld, toen € 8000 heeft opgebracht.

Nu heeft Mike een nieuw initiatief ontwikkeld. De ‘heARTparade’ https://www.heartparade.nl/. De kern daarvan wordt gevormd door een hartvormige tweezits designbank, ontworpen door Johan Leemkuil. Als je goed kijkt zie je dat de bank in elkaar is gevouwen vanuit een hartvorm.

En zo’n exemplaar werd dus nu bij mij afgeleverd. Door de voorzitter van de Stichting Energy4All in eigen persoon. Mike vroeg mij namelijk een poosje geleden of ik ook nu weer wilde meedoen met dit kunstzinnige evenement voor het goede doel. Natuurlijk zei ik ja. Net zoals in de tussentijd een aantal andere kunstenaars ook al heeft gedaan. In de loop van het jaar zal die ‘heARTparade’ weer door het land gaan reizen en de veiling is gepland ergens in 2019. Maar eerst zal ik natuurlijk nog zelf aan de slag moeten. Het is ten slotte niet de bedoeling dat die bank wit blijft.

sdr
sdr

Bij die rondreizende verzameling van hartige banken worden ook nog sponsors gezocht. Zo kun je vanaf € 1000 al sponsor worden van een bank, bijvoorbeeld die van mij. Wat je daar allemaal voor terug krijgt, kun je hier lezen. Ik houd mij in ieder geval aanbevolen.

Ik ben nu nog even bezig met een paar andere kunstige zaken, maar zodra ik met die bank aan de gang ga houd ik jullie wel op de hoogte via dit blog en facebook. Tot volgende week.

TOOS

Toos, Terneuzen en Mathilde Willink


Mathilde Willink
Carel Willink en zijn muze

Wat ik met Mathilde Willink heb? Nou, tot voor kort niet veel meer dan de meeste Nederlanders. Oké, ze was een aantal jaren lang de extravagant opgemaakte muze en Amsterdamse societykoningin van de veel oudere magisch-realistische schilder Carel Willink (1900-1983), ze verscheen in de prachtig barokke en ook al extravagante kleding van mode-ontwerpster Fong Leng, ze maakte Willink bekender, hij maakte een groot, iconisch portret van haar en ze stierf veel te jong. Zelfmoord of moord? Dat is nooit opgelost. Maar dat was dan wel zo’n beetje wat ik wist.

Zo moet ik tot mijn grote schande toegeven dat ’t mij volstrekt onbekend was dat ze uit Terneuzen kwam. Die stad op ‘de andere kant’, zoals Zeeuws-Vlaanderen hier op Walcheren wordt betiteld. De Westerschelde, zo klinkt daarin door, vormt dus niet alleen een geografische scheiding.

Maar in Terneuzen zelf wisten ze dondersgoed dat Mathilde daar op 7 juli 1938 was geboren. Dit jaar dus op de kop af 80 jaar geleden. Reden voor een groep enthousiastelingen om daar een uitgebreide manifestatie omheen te gaan bouwen die in juli moet gaan plaatsvinden. Een manifestatie die verder moest reiken dan alleen Zeeuws-Vlaanderen. Meer noordwaarts dus, via Zeeland de rest van Nederland in. Naar hun ‘die andere kant’. Want dat sentiment is tweekantig.

Vandaar dat de organisatie ook graag kunstenaars uit bijvoorbeeld Walcheren bij hun evenement wilde betrekken. Op hun uitnodiging heb ik heel spontaan en enthousiast ja gezegd. Leuk leek me dat. Alhoewel, leuk? Tegenwoordig moet je dan, geloof ik, zeggen dat je ’t een uitdaging vindt. Schijnt beter te klinken. Op dus naar die andere kant, naar Terneuzen, voor een bespreking en een rondgang langs de verschillende beoogde manifestatielocaties.

Het gevolg? Dat ik nu heel druk aan het ‘mathilden’ ben.

bezig met de installatie

Met een installatie die, zoals ’t er naar uitziet, in de Grote Kerk komt. Met een met groot drieluik dat in galerie Lokaal 54 komt te hangen. En met nog iets anders dat toch al op mijn verlanglijst stond maar nu helemaal een verplicht nummer werd. Een bezoek aan het uit de middeleeuwen stammende kasteel Ruurlo in de Achterhoek. Daar waar kunstverzamelaar en mecenas Hans Melchers sinds juni vorig jaar het grootste deel van zijn Willink-collectie heeft ondergebracht. Het kleinere deel bleef achter in zijn tweede museum, ’t prachtige MORE in Gorssel, niet ver van Ruurlo.

ingang van kasteel Ruurlo
achterzijde

Was mijn verlangen destijds gewoon ’t zien van dat gerestaureerde kasteel en de Willinks, na die Terneuzense uitnodiging was ik nu natuurlijk extra gefocust  op Mathilde. Hoe werd zij er gepresenteerd? Wat kon ik daar nog van opsteken?

Dat museum is echt een must!Prachtig zoals dat kasteel is gerestaureerd. Prachtig zoals er nieuwe zowel oud als modern aandoende houten vloeren zijn gelegd. Prachtig zoals met modern design en moderne materialen de muren zijn behangen op een manier die doet lijken of het al eeuwen zo is geweest. En prachtig ook de nieuwe brug en glazen ingang die perfect zijn geïntegreerd. Chapeau! Voor zowel de miljoenen van Melchers als de architecten.

enkele van de Willink-zalen

Carel Willink laat ik maar even zitten, ’t gaat nu om Mathilde. Aan haar werd ook ruim aandacht besteed. Met centraal een aantal Fong Leng gewaden die ze ooit heeft gedragen en natuurlijk dat iconische portret met jurk. Met in een vitrinekast een bijna gelijkend exemplaar van dat glinstergewaad. De ‘echte’ kan namelijk niet meer worden getoond. Over haar turbulente laatste paar levensjaren na de scheiding van Willink werd ik echter niet veel wijzer gemaakt. Maar ja, het museum is ten slotte ook gewijd aan Carel.

een paar van de jurken die Mathilde droeg
HET schilderij en DE jurk

Dat Mathilde als icoon nog steeds aanspreekt blijkt wel uit allerlei boeken over haar leven en de misdaadroman die Thomas Ross over haar dood schreef. Net zoals uit de vele filmpjes die er over haar op YouTube staan. Zoals bijvoorbeeld een interview met haar door die enge roddelkoning Henk Van der Meyden, de man waaraan je als societyfiguur destijds niet voorbij kon.

Nu op naar 7 juli. Ik ga in ieder geval mijn bijdrage leveren, inspiratie genoeg. Dit wordt vervolgd, da’s duidelijk. Tot volgende week.

TOOS

Heyboer, getroubleerd genie of kunstmatig malloot? Of beide?


Anton Heyboer

Ego’s, karakters, vreemde typen genoeg in de kunstwereld. En sommigen zijn dan nog weer een graadje vreemder. Maar één stak er qua verkniptheid toch met kop en schouders bovenuit. Anton Heyboer(1925-2005) .

Ergens in oktober had ik hier al eens verteld dat de tentoonstelling ‘Het goede moment’ over hem in het Haagse Gemeentemuseum op mijn te-doen-lijst stond.

Een expositie die werk van hem toont, gemaakt in de jaren tot 1977 en daar dan bewust stopt vanwege een heel plotse, kunstzinnige breuklijn. Voor die tijd een kunstenaar die ’t wereldwijd in de musea aan het maken was.

vroeg werk van Heyboer op de expositie

Daarna ‘die geflipte kunstenaar met zijn vier vrouwen’, een mallotige BN’er. Vooral veroorzaakt door de pagina-grote sappige verhalen van BN’er goeroe Henk van der Meijden in De Telegraaf. Over hem, die vrouwen en ook die gigantische puinzooi op zijn labyrint-achtige boerderij in Den Ilp.

eigen, bewerkte foto’s van Heyboer in het Gemeentemuseum

Busladingen toeristen stopten bij zijn galerie. Daar waar altijd wel kippen, bootjes en vrouwen te koop waren. Op papier dan. Door Heyboer in een paar minuten neergekalkt en vlot de deur uitgaand voor een paar honderd euro per stuk. Hoeveel zou hij er daarvan hebben gemaakt? Gigantische aantallen in ieder geval. Hoe dat toeging is te zien op YouTube bij een voor mij toch behoorlijk tenenkrommende  aflevering van het programma ‘Thuis bij ..’ van ons aller André van Duin.

Hoe mallotig wil je je gedragen als kunstenaar! Is ’t de echte Heyboer in dat programma of is ’t alleen maar een met verve gespeelde rol? Als charlatan in een toneelstuk zou hij ’t zeker goed hebben gedaan.

In ieder geval zwerven er heel wat Heyboerse kippen en vrouwen rond op kunstveilingsites als Catawiki en Kunstveiling. Vorige week telde ik er daar in totaal een dikke twintig. Allemaal van na die breuklijn 1977. Of die ook allemaal echt zijn? Hoe dan ook, elke week weer komen er andere bij. Zoiets als warme broodjes bij de bakker. Maar zo maakte hij ze ook.

zo’n kip van Heyboer, natuurlijk niet op de expositie te zien

Dat is dus niet mijn Anton Heyboer. Dat is die van voor 1977. Een  kunstenaar die in zijn etsen een magie legt die me sterk doet denken aan grotschilderingen uit de oertijd. Die kun je ook niet echt begrijpen en toch spreekt hun beeldtaal me aan.  Net zoals bij Heyboer. En waarom? Dat is het mysterieuze van kunst. Dat weet ik eigenlijk niet.

Dat gevoel speelde vast ook bij anderen toen Heyboer in 1957 voor het eerst ging exposeren bij galerie Espace in Haarlem. Daar was toen overigens al heel wat levensleed aan vooraf gegaan. In de oorlog een werkkamp in Berlijn waar hij bijna stierf en waar hij sterk getroebleerd uitkwam. In 1951 voor enige tijd opname in een psychiatrische kliniek. Diverse scheidingen. En dan uiteindelijk in het maken van etsen een uitweg vinden voor zijn geestelijke demonen. Etsen met een volstrekt eigenzinnige beeldtaal gebaseerd op wat hij Het Systeem noemt. Het door hem op schrift gestelde Systeem dat ‘m houvast gaf in het leven en dat alleen hij blijkbaar volledig kon doorgronden. Een ‘normaal’ iemand haakt daarin namelijk na een paar zinnen al verdwaasd af. Volstrekt onbegrijpelijk.

werken gebaseerd op dat Systeem

Maar zijn buiten alle kunststromingen vallende kunst sprak aan, nationaal en internationaal. Tentoonstellingen in en aankopen door het Gemeentemuseum en het Stedelijk. Deelname aan de prestigieuze Documenta III in Kassel waar zijn grootste grafische werk ooit, Het goede moment, hangt tegenover ‘La perruche et la Sirène’ , het toen al beroemde gigantische knipsel van Matisse.

‘Het goede moment’, voor het eerst te zien in Nederland na die Documenta van lang geleden
links ‘La perruche etc.’ van Matisse zoals dat kunstwerk een paar jaar geleden hing op de grote Matise-expositie in het Stedelijk

De top of the bill, het Museum ofModern Art in New York oftewel het MoMA, koopt werk aan. Hij wordt geëerd in Japan en exposeert in 1975 in het LACMA, zoiets als het MoMA, maar dan in Los Angeles. Daar hangen schilderijen van hem, een nieuwe tak van sport voor Heyboer,naast werk van o.a. David Hockney en Lucian Freud. Beiden nu moderne iconen in de kunst.

schilderij van Heyboer dat ooit in het MoMA hing

En waar is Anton Heyboer gebleven? Ja, in het Gemeentemuseum 40 jaar na zijn laatste grote tentoonstelling daar. Met grafiek, foto’s en schilderijen die hij na een expositie in het Stedelijk in 1975 uit een soort frustratie gedeeltelijk overschilderde. In feite de beëindiging van een beloftevolle kunsttoekomst. En ’t waarom? Dat is zoals veel bij Heyboer nooit echt duidelijk.

de zaal met de overgeschilderde ‘Heyboers’

De man laat zich niet duiden. Was al dat Henk van der Meijden, André van Duin en kippengedoe  later  een rol als malloot? Of was ie een door geestelijke demonen bezocht getroebleerd kunstzinnig genie? Misschien wel beide. Want nu de Grote Trump zichzelf recent niet alleen slim heeft genoemd maar ook nog een stabiel genie zijn de geniemaatstaven een tikje opgerekt geraakt en zou Heyboer best ineens in die categorie kunnen vallen. En wie weet kan hij nu ook als geestelijk stabieler worden gezien. Tot volgende week.

TOOS

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel
Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel
Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld
Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps
Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS