Categorie archief: YouTube

Hoe ‘City life’ tot leven kwam  òftewel een inflatie-onafhankelijke aanbieding


Noem het toeval, maar een klein beetje geholpen heb ik ’t dan toch wel. Zo start in september Grafiek2022, de 4e editie van de enige echte Nederlandse grafiektriënnale.  Met tot 30 november manifestaties door het hele land. Voor Zeeland wordt op zondag 4 september officieel het startschot ervan gegeven door onze onvolprezen Middelburgse Kunst&Cultuurroute.

Toen ik daarvan hoorde, was ik net bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe steendruk waarvan ik de titel al had verzonnen: ‘City life’. Een dikke maand geleden schreef ik er hier al eens over. Puur toeval, dat samenvallen. En laat nou ‘Ontmoeten’ het thema van Grafiek2022 zijn. Ontmoeten en ‘City life’!  Volgens mij twee begrippen die elkaar aardig aanvullen. En ook dat is toeval. Dat ik nu mijn nieuwe steendruk juist vanwege Grafiek2022 voor het eerst den volke toon tijdens de kunstroute? Dat  is natuurlijk geen toeval. Net zo min als de aanbieding van ‘City life’ (oplage van slechts 25) voor de speciale prijs van €150 in de hele maand september. Daarna gaat die prijs wel omhoog. Naar de normale, markconforme €225. En dat blijft dan zo, inflatie of geen inflatie.

op de steen bezig met de eerste opzet van ‘City life’

Maar nu dat tot leven komen van ‘City life’. Want daarvoor moest er heel wat worden nagedacht, gewerkt en geperst. Binnenkort heb ik daarover een wat uitgebreider artikel klaar. Over die tweehonderd jaar oude, toen revolutionaire techniek en over de achterliggende kunstverhalen. Dat alles geïllustreerd met foto’s van het scheppingsproces van ‘City life’.Waarvan je er hier al enkele tussendoor gestrooid ziet.

de proefdruk van de 1e kleurendrukgang wordt kritisch bekeken
werkend aan de toevoegingen voor de tweede kleur

Maar voor een levende-beelden-verslag kun je nu al naar mijn eigen YouTube-kanaal . Om de video ‘City life- the coming alive of a stone lithograph’ te bekijken. Zodat je kunt meeleven met de vele stappen die ik samen met steendrukker Hans Van Dijck in zijn Antwerpse atelier moest zetten om deze tweekleuren-steendruk te creëren.

Die video is trouwens geplaatst vlak voor het verschijnen van deze blogaflevering. Ook geen toeval.

Ik denk dat ’t best interessant kan zijn om én die video te zien én dat artikel te lezen. Door die geschreven praatjes bij de levende plaatjes krijg je vast meer inzicht in het bewerkelijke procedé van het steendrukken. Naast ook meer kennis van de geschiedenis ervan en meer  detailinzicht. Wat er dan hopelijk weer toe leidt dat je mijn enthousiasme voor die prachtige, oude techniek kunt aanvoelen. Stuur maar een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en je ontvangt dat artikel in je inbox.

de drukgang met rood, de tweede kleur
hallelujah, ‘City life’ is geboren!

Terug naar de kunstroute. Want ook ter plekke zul je mijn enthousiasme ervaren. Mee omdat ik een deel van mijn atelier steendrukfähig maak. Ik ben die dag overigens niet de enige grafiek-enthousiasteling. Er doen nog zo’n 17 andere ateliers en galerieën mee met grafiekitems. Meer informatie? Natuurlijk op onze kunstroutesite kunstroutemiddelburg.nl/ , maar ook op de aan Zeeland gewijde pagina van de website van Grafiek2022.

het met potlood nummeren en signeren van alle exemplaren van ‘City life’
Toos van Holstein, City life (steendruk in oplage van 25)

Komt zondag 4 september niet goed uit, dan heb ik goed nieuws. Ik doe namelijk dit jaar ook weer eens mee met de nationale Open Monumentendag op zaterdag 10 september. De laatste keer was in 2019. Niet alleen van mijn atelier staan dan de deuren open maar ook die van een groot deel van mijn prachtig gerestaureerde monumentale pakhuis ‘Holstein’ uit 1738. En ik beloof dat ‘City life’ dan nog steeds te bekijken is. Zeg je sowieso al ‘die hoef ik niet meer te bekijken, doe mij er maar een’, dan is dat e-mailadres hierboven er goed voor. Trouwens, ben je nieuwsgierig naar die Open Monumentendag aan de Korendijk 56? Tot volgende week.

TOOS

Slot van een Onbedoelde, Kunstvolle en StruinigeTrilogie


het oude Middelburg zoals ’t ooit was en voor het grootste deel nog steeds is

Dat wordt, zo bedacht ik me ineens, zomaar een van te voren niet bedachte en dus onbedoelde trilogie. Met als middelpunt Middelburg. Eigenlijk een soortement advertorial-trilogie voor een stedentrip, uit te voeren in deze zomertijd.

Ga maar na. Twee weken geleden schreef ik hier over Façade, de grote tot 6 november durende kunstmanifestatie in de openbare ruimte van Middelburg. Vorige week speelden de Vier Vrijheden van de Amerikaanse oud-president Franklin Roosevelt de hoofdrol. In combinatie met de Four Freedoms Awards, die eens per twee jaar in Middelburg worden uitgereikt, en een speciale kunstuitgave van mij die daarop is gebaseerd. En nu als slot van deze toevallige trilogie?

De nieuwe ‘Ons Keramiek Middelburg’ route tot 30 september. De ‘Sprekende Gevels’ route het hele jaar door dag en nacht.  Plus, zoals altijd op de 1e zondag van de maand, de Kunst&Cultuurroute Middelburg van aanstaande 7 augustus. Never a dull moment in mijn eeuwenoude stad.

bezig met de tekeningen voor die speciale Four Freedoms uitgave

Over de kunstroute schreef ik ook vorige week al. Net als over mijn livre d’art met uitspraken van laureaten van de Four Freedoms Awards, allemaal geïllustreerd met originele tekeningen. Deze week heb ik van de laatste paar nog voorradige exemplaren de tekeningen afgemaakt. Op 7 augustus liggen ze aan de Korendijk 56 te kijk voor geïnteresseerden. Ik hoop dat inkt en verf tegen die tijd zijn opgedroogd.

de ‘etalage’ van mijn pakhuis/atelier

De verf op bovenstaande keramiek in de ‘etalage’ van mijn atelier is dat in ieder geval wel. Die opstelling maakte ik vanwege de ‘Ons Keramiek Middelburg’ route. Het initiatief van keramiek-enthousiastelingen Lisianne en Gemma. Zij kwamen op het briljante idee om overal in de stad raamexposities te initiëren. Raamexposities met alleen keramiek. Geeft niet wat: oud, nieuw, middeleeuwse scherven, familiebezit, bodemvondsten, vakantiesouvenirs, kinderknutsels. Alles kan als ’t maar keramiek is. Op de door hun hiervoor speciaal opgezette website https://www.onskeramiek.nl/ vind je naast heel veel informatie ook handige kaartjes voor  looproutes.

een van de routekaarten met daarop ook een rode stip voor mijn locatie

Logisch dat ik me, ook enthousiast, bij hun initiatief aansloot. Met onder andere objecten van mijn recent in het Italiaanse Gubbio gecreëerde ‘UOVO-Project’. Bekijk deze video over dat project maar eens op mijn YouTube-kanaal.

Mijn keramiek etalage verander ik trouwens regelmatig. Die eerste foto hierboven was van de afgelopen paar weken, die hieronder van de situatie nu.

Meer dan 100 adressen staan er nu op de routekaarten. Stel eens dat je aan de hand daarvan door de stad zou gaan struinen. Dan dwaal je vanzelf door straatjes en stegen van woonwijken van de oude stad die veel minder voor de hand liggen dan de gebaande winkelstraten en voor de hand liggende terrassen. Laat dat alles maar even liggen, die lopen niet weg. Dan ontdek je waarom Middelburg één van de mooiste oude steden is van ons land. Dwing jezelf daarbij ook om regelmatig omhoog te kijken naar de gevels. En verbaas en verwonder je over al dat prachtigs.

Daarbij kom je ongetwijfeld ook de zogenaamde ‘Sprekende Gevels’ tegen, nog zo’n initiatief van de Kunst&Cultuurroute.  Een 20-tal heel oude gevels met daarop nieuwe gedichten. Zoals deze.

Aan de hand van al die kunstige routes min of meer willekeurig rondstruinend en zwervend door de stad, met regelmatig je hoofd in de nek doe je de verrassendste ontdekkingen. Als ik zo nu en dan mijn hoofd even leeg en atelier-vrij wil maken, doe ik dat zelf ook. En ervaar telkens opnieuw hoe de middeleeuwen en de glorierijke 17e en 18e eeuw Middelburg in al haar poriën nog steeds doordrenken.

en dan mag de gevel van mijn pakhuis natuurlijk ook niet ontbreken

Gewoon een keer doen! Of vaker natuurlijk. Tot volgende week.

TOOS

Weer met de billen bloot bij het steendrukken


Afslag 3 Borgerhout, de Antwerpse Ring, een afslag die ik de komende tijd vaker ga nemen. Want ik heb, in samenwerking met mijn galerie Quadrige in Nice, een paar steendrukprojecten op stapel staan . Waarvoor ik aan de slag ga met Hans van Dijck. En die heeft dus zijn steendrukatelier in Antwerpen, in die wijk Borgerhout.

in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Steendrukken? Wat is dat? Of ‘wat is dat ook al weer’? Tja, dat krijg je als een prachtige grafische techniek, in de 19e eeuw uitgegroeid tot DE TECHNIEK voor o.a. de vermenigvuldiging van muziekbladen, handgeschreven toneelstukken en tekeningen, in het verdomhoekje is gedrukt. Door alle offset en digitale geweld. Dan krijg je dat het begrip litho (Grieks voor steen) ineens is geconfisqueerd  door de fotografiebranche. En dat een steendruk in het Engels een stone lithograph is geworden. Letterlijk vertaald een steen-steendruk. Slaat nergens op natuurlijk!

Maar er zijn gelukkig nog steeds kunstenaars die de lithotechniek omarmen, zoals ‘ik zei de gek’. Waardoor er ook nog steeds steendrukkers zijn die deze prachtige oude en ingewikkelde techniek van hun oude leermeesters hebben doorgekregen. Wat je noemt een mooie kruisbestuiving.

Terug dus naar Borgerhout en Hans van Dijck. Voor mij geen onbekende. Want ooit assisteerde Hans mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim in diens atelier in Ekeren (bij Antwerpen). Daarna ondersteunde hij mij bij het creëren van een serie monoprints voor mijn grote expositie ‘TOOS, de ontdekkende mens’ in Fort Rammekens. Het eeuwenoude zeefort in Ritthem, vlak bij Vlissingen, in 2011.

2011, in het atelier Daglicht in Eindhoven bezig met het maken van een serie monoprints, met Hans van Dijck erbij voor een extra paar handjes

Van die samenwerking heb ik nog een veel bekeken video staan op mijn YouTube-kanaal: ‘The Magic of the Monoprint‘.

de ruimte in Fort Rammekens met de serie monoprints tijdens de expositie ‘TOOS-de ontdekkende mens’

Nu is Hans én leraar aan de academie in Brussel én heeft hij zijn eigen steendrukatelier. De meestersteendrukkers die mij heel wat keren terzijde hebben gestaan, zijn er namelijk mee gestopt. Ernst Hanke in Zwitserland: met pensioen! Rudolf Broulim in Ekeren: met pensioen!

in Zwitserland, samen met Ernst Hanke bezig in zijn grote steendrukpers
overleg met Rudolf Broulim in zijn steendrukatelier in Ekeren
een ontroerend moment voor mij, een onverwacht bezoek van Rudolf in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Je kunt je ook bijna niet meer voorstellen dat er ooit galerieën waren die bestonden van het uitbrengen van telkens weer opnieuw steendrukoplagen van honderden stuks van bekende kunstenaars.  Maar al zijn die commerciële hoogtijdagen voorbij, er zijn nog steeds litholiefhebbers. Dus worden er ook nog steeds nieuwe gemaakt.

Als je met een voor jou nieuwe meestersteendrukker in zee gaat, is er een goeie gewoonte. Je gaat eerst samen een proef maken, om aan elkaar te wennen. Want de kunstenaar heeft natuurlijk eigen ideeën maar ook de steendrukker heeft eigen technieken en eigen gewoonten ontwikkeld. Vooraf wat aan elkaar snuiven kan daarom geen kwaad. Wordt ’t wel wat, die samenwerking? Om daarachter te komen is het maken van zo’n proefsteendruk in kleine oplage een prima manier. Vandaar onlangs die eerste keer afslag 3 Borgerhout.

overleg met Hans bij de nog lege steen voor de proefsteendruk

De proefsteendruk gaat er eentje worden in twee kleuren, in twee drukgangen dus. Over de teken en schildertechnieken op de steen en bijbehorende chemische druk-geheimen ga ik ’t nu niet hebben, dat komt een andere keer wel. Maar een foto van de eerste opzet om nieuwsgierig te maken, kan natuurlijk geen kwaad.

de eerste aanzet voor de nieuwe steendruk, het uiteindelijke resultaat wordt eind augustus wereldkundig gemaakt

Eind augustus onthul ik het definitieve resultaat. Want op zondag 4 september staat onze onvolprezen Kunst-& Cultuurroute Middelburg in het teken van de grafiek. Een mooie gelegenheid toch om juist dan die nieuwe steendruk ten doop te houden en te koop aan te bieden? Maar voor ’t zover is, heb ik die afslag 3 al wat vaker genomen.

En die steendrukprojecten met Galerie Quadrige in Nice? Dat worden natuurlijk andere verhalen. Tot volgende week.

TOOS

Video van mijn ‘the UOVO Project’: 4 intense Italiaanse weken in 8 krachtige minuten samengebald


met Giampietro Rampini in zijn atelier met een van de objecten uit ‘the UOVO Project’

Rond half mei meldde ik hier voor ’t eerst dat ik me bevond in Gubbio. Die prachtige middeleeuwse stad in Umbrië waar ik een paar weken eerder was neergestreken. Maar dat moest toen nog even geheim blijven, ik moest namelijk eerst stevig broeden op een collectie héééél grote eieren. Uit mijn zogenaamde ‘Ei-project’. Dat ik nu, kwestie van voortschrijdend woordgebruik, heb omgedoopt in ‘the UOVO Project’. Klinkt veel leuker toch, met ’t Italiaanse ‘uovo’ voor ei? En daarbij, een internationale titel oogt natuurlijk ook stukken beter.  Zeker nu mijn video over dat project op YouTube net ‘in première’ is gegaan. Op mijn al een aantal jaren bestaand eigen YouTube-kanaal. Waar dus ook filmpjes staan van eerder plaatsgevonden kunstige zaken van mij. Maar dat terzijde.

Zogezegd  een zeer vers gelegd ei. ’t Was even flink persen maar met het resultaat ben ik heel tevreden. Wat ook geldt voor mijn eieren-draaier Daniele Minelli, de man met de gouden handjes, en Maestro Giampietro Rampini, de man zonder wiens technische kennis en keramiekovens ik dit project nooit had kunnen voltooien.

met Daniele bij mijn ‘the UOVO Project’ in wording

Met Daniele heb ik nu, net als met Giampietro, drie keer samengewerkt. En elke keer krijg ik meer bewondering voor wat hij doet en wat hij kan. Kijk gewoon maar eens alleen naar zijn handen in de video, of naar zijn intens gefocuste blik, naar zijn gemoedelijkheid, de vriendelijkheid die hij uitstraalt en zelfs dat gebruik van zijn kin bij het draaien! Pure klasse. Niet voor niets krijgt hij tegenwoordig opdrachten vanuit allerlei streken. Zoals bijvoorbeeld uit Parijs en zelfs Australië. En Middelburg dus.

nogmaals Daniele

En dan Giampietro! Italiaanser kan in mijn ogen bijna niet. Geen geweldige organisator maar een improvisator in optima forma. Als je zijn atelier ziet, zie je gelijk hoe hij is. Beetje chaotisch!

links achterin ben ik aan het werk op ‘mijn plek’
deel van het magazijn

En toch komt altijd alles prima voor elkaar. Met een nimmer aflatend enthousiasme, altijd bereid zijn kennis met me te delen, altijd openstaand voor allerlei ‘onmogelijke’ ideeën die opborrelen in dat associatieve brein van mij. Waarbij we dan na uitvoering ervan samen blij verrast zijn met de resultaten. Hij heeft in het verleden met bekende keramisten uit Engeland, Australië, Turkije en Iran samengewerkt. Maar de combinatie van mijn onbevangenheid en leergierigheid op keramiekgebied heeft tot een heerlijk speciale samenwerking geleid.

met Giampietro het resultaat bekijken na de eerste keer bakken in de oven

En nu dus maar afwachten of kunstliefhebbers ook zo blij verrast zijn met de uitkomsten van ‘the UOVO Project’. Bij de opening van mijn grote, nog tot 17 juli durende expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo (zie deze aflevering) ging de kop er in ieder geval gelijk al af.

‘Uovo Unico’, te bekijken bij galerie Drentsche Aa

En aanstaande zondag 3 juli, bij de maandelijkse editie van onze onvolprezen Middelburgse Kunst en Cultuurroute, toon ik een aantal andere ‘eieren’ voor de eerste keer. Een Zeeuwse première dus. Komt dat zien! Ik zal er dan ook graag over vertellen. Van 1 tot 5 uur aan de Korendijk 56.

links ‘Uovo Toscana’en rechts ‘Uovo di Luce’, te bekijken in mijn atelier aan de Korendijk 56

Tot volgende week.

TOOS  

Een ESPERIENZA SUPERBA in Gubbio


Tegenwoordig is een gebeurtenis al heel snel een ‘experience’, een ‘once in a liftetime’, een ‘super event’. Want én in het Engels én met ‘super’ ervoor ben je natuurlijk helemaal up to date in je spraakgebruik. Nou, een paar dagen geleden, op 15 mei, heb ik een echte ’ESPERIENZA SUPERBA’ meegemaakt. Het Festa dei Ceri, in het Italiaanse Gubbio. Vorige week gaf ik al even een voorzetje, maar ’t echt meemaken? Daar kan beslist niets tegenop.

Toen ik in juli/augustus 2019 door de kunst in het unieke Gubbio verzeild raakte, werd ’t me er door iedereen daar al heel snel op mijn hart gedrukt: ‘Toos, die Ceri moet je assoluto mee gaan maken’. En omdat ik toen het levendige, middeleeuwse Gubbio al in datzelfde hart had gesloten, was mijn voornemen snel gemaakt.

Maar ja, er kwam iets met corona tussen! Mensenmassa’s werden verboden dus het Festa dei Ceri ook. Dat heeft hier in 2020 en 21 ontzettend veel pijn gedaan, dat merk ik aan alles. Dus hoe groot was de opluchting dat het dit jaar weer werd toegestaan door ‘Rome’. Ze mogen, met enige beperkingen, weer bijna helemaal los! Want dat Festa ligt niet alleen al eeuwenlang volledig verankerd in de geschiedenis en cultuur van Gubbio  maar ook in het DNA van de Eugubino, de bewoners. Het word  je van baby af aan met volle paplepels, wapperende vanen, kleurige kledij, denderend tromgeroffel en spetterende voorfeesten al spelenderwijs ingeprent.

overal vanen in de stad met de bijbehorende kleuren van de heiligen
ook in de kledij van de kinderen
en af en toe een trommelfeestje
de drie heiligen waarom alles draait bij het Festa dei Ceri: in het midden Sant’Ubaldo (geel), links San Giorgio (basiskleur blauw) en rechts Sant’Antonio (zwart) met een vlam in zijn hand

Die drie beelden van stadsbeschermheilige Sant’Ubaldo, van drakendoder San Giorgio en van asceet Sant’Antonio moeten en zullen op hun ceri, hun pilaren, eens per jaar al hollend door de oude stad en tegen de berg op naar de Basilica di Sant’Ubaldo gebracht worden. Om dan ’s avonds laat in processie de berg weer af te dalen.

helemaal boven op de berg de Basilica di Sant’Ubaldo
de drie ceri die daar het grootste deel van het jaar staan

De drie ceri blijven dan wel achter in de basiliek. Die mogen pas het jaar daarop, op 1 mei, in een andere processie weer naar beneden.

in de processie naar beneden

Best logisch, toch? Of is dat een volstrekt verkeerde vraag? Ja, natuurlijk! Want zulke eeuwenoude tradities zijn ooit een keer met een idee begonnen, om daarna verder uitgebouwd te worden. Maar de eventuele logica erachter, zo die er al was, is natuurlijk lang geleden al in een dikke historische mist verdwenen. Nu is ’t gewoon zoals ’t is. En terecht. Waar zou onze cultuur zijn zonder mooie tradities? Vormen die er geen onverbrekelijk geheel mee?

Zo ook dus de happening op het Piazza Grande waar de ceri op 1 mei aankomen om daar ceremonieel het Palazzo dei Consoli te worden binnengedragen. Hoewel, ceremonieel? Bekijk het gigantische gekrioel en geduw maar eens waar levensgezel zich met levensgevaar in stortte.

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/300150018980854/

Maar deze ceremonie is slechts een voorproefje voor die 15e mei. Dan pas gaan de Eugubino, na zich vooraf al een paar dagen ingefeest te hebben, echt hélemaal uit hun dak. Met een programma dat ’s morgens om half zes begint en ’s avonds onbepaald laat pas eindigt. Met daarbij de ceraioli in de hoofdrol. De drie groepen van stevige mannen (hoezo emancipatie, traditie is traditie!) die dat jaar uitverkoren zijn om de ceri te dragen. Een grote eer maar ook een volstrekte uitputtingsslag. Wat ze er overigens niet van weerhoudt om, samen met de andere Eugubini, Gubbio tot in de vroege uurtjes nog lang onrustig maar ook veilig te laten blijven. Ondanks alle gewring in de drukte heb ik geen wanklank meegemaakt. Echt een ongelooflijk mooi volksfeest! Hier wat foto’s.

ongelooflijke drukte in de straten

en op de Piazza Grande met allemaal belangrijke deelnemers op het bordes van het Palazzo dei Consoli
Piazza Grande
jong geleerd, oud gedaan

En een paar video’s. Eerst een korte eigen film die ook op Facebook staat en dan een paar prachtige professionele. Die moet je echt zien!!!

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/389241303216003

Mijn keramist Giampietro brak ooit een keer een knieschijf toen hij als ceraiolo viel. Einde ceraioli-carrière! En mijn pottendraaier Daniele (lees vorige week) heeft er na een aantal jaren een punt achter gezet. Hij voelde dat zijn lijf het niet meer aan kan. Reken maar dat hij daarvan baalt.

de ceri tijdens een rustpauze op weg naar de berg
met de bijbehorende ceraioli, de dragers

En reken er ook maar op dat ik nog wel eens ga terugkomen op dit Festa dei Ceri.

Oh ja, en op 16 mei wordt dan nog de sterfdag van Sant’Ubaldo herdacht. Kun je ’s morgens bij de mis in de Basilica boven op de berg devoot en in alle rust bijkomen.

het lichaam van Sant’Ubaldo in zijn eigen basiliek

Tot volgende week.

TOOS

It giet oan, maar dan wel in Zeeland + andere kunst en seks gerelateerde zaken


It giet oan! Die legendarische Friese woorden hebben al 25 jaar lang niet meer geklonken. Behalve dan op tv als er weer eens nostalgisch wordt teruggeblikt op de laatste Tocht der Tochten. Daarom voel ik me wel gerechtigd ‘it giet oan’ nu te gebruiken voor een Zeeuws gekleurde vooruitblik. Voor de zo langzamerhand ook best wel legendarische Kunst en Cultuurroute Middelburg. Want begon de eerste editie ervan pas twee jaar na die laatste Elfstedentocht, daarna is ie zonder enige onderbreking wel elk jaar opnieuw doorgegaan! Weer of geen weer, altijd vanaf februari elke maand op de 1e zondag. Elf keer per jaar dus. Zij ’t in 2020 en 2021 met enige van regeringswege opgelegde haperingen. Iets met een virus!

openingspagina van de website van de kunstroute in Middelburg

Maar nu mogen we, ook weer van regeringswege en met in achtneming van een paar niet al te moeilijke coronaregels, lekker weer helemaal los. Met het traditionele februari-thema ‘Zeeuwse Gasten’. Daarbij nodigen routedeelnemers een Zeeuwse kunstenaar uit als mede-exposant in hun atelier of galerie. En dan bij wijze van uitzondering naast de zondag ook op de zaterdag. Dit jaar dus op 5 en 6 februari (van 13-17 uur). Ik ga dit keer voor keramist Marion Kamper uit Wissenkerke.

keramniek van Marion Kamper, kan ’t Zeeuwser?

Dat leek me wel interessant omdat ik met haar erbij twee heel verschillende keramieksferen in mijn atelier kan creëren. Met mijn eigen handbeschilderde keramische borden en vazen die ik maakte in het Italiaanse Gubbio en met de strak geometrische 3-dimensionale keramische objecten van Marion die uitnodigen tot spelen. Want je mag er gewoon aan draaien en schuiven. Je mag er eigenlijk zonder enig probleem een nieuwe vorm aan geven. Echt bijzonder. Kom ’t maar proberen in dat weekeinde van 5/6 februari.

links keramiek van Marion Kamper, rechts van Toos van Holstein
verdraaibaar keramisch object van Marion Kamper
routekaart van de kunstroute, met de vele te bezoeken adressen, te downloaden op de site van de kunstroute

Deze week ben ik met levensgezel al bezig geweest met de absoluut noodzakelijke klus van het grondig kuisen van mijn atelier -om dat prachtige Vlaamse woord maar eens te gebruiken- en het gedeeltelijk inrichten ervan. Opdat de objecten van Marion goed gaan uitkomen.

het al vast ingerichte deel van mijn atelier

En mocht je van plan zijn om onze kunstroute te komen bezoeken, het prachtige Zeeuws Museum is gelukkig ook weer open. Net zoals alle andere musea in Nederland.

welkom in het atelier van mijn 18e eeuwse monumentenpakhuis

’t Moet me toch echt even van het hart dat ik behoorlijk pissig ben geweest over dat regeringsbesluit van enkele weken geleden. Zogenaamde doorstroomlocaties als IKEA en de Bijenkorf mochten wel open en musea, ooit ook als doorstroomlocaties aangemerkt, niet. On-be-grij-pe-lijk!!! Dat zou volgens minister Kuipers te maken hebben met het zoveel mogelijk inperken van verkeersbewegingen. Mijn god! Heb je ooit de elke dag volle parkeerplaatsen gezien bij welke IKEA-vestiging dan ook? Een absolute gotspe! Volkomen terecht dat onze cultuursector eindelijk,eindelijk in opstand kwam. Met tot nagelstudio’s en kapsalons omgetoverde theaters en musea waar je zowel lichamelijke als hersengymnastiek kon doen of een kunstmarathon kon lopen. Wat me wel opviel was dat er, voor zover ik weet,  nergens bordelen in de musea werden ingericht om de deuren open te kunnen gooien. Want de sekswerkers mochten er officieel ook weer op los gaan. Gewoon 10 m2 vrijmaken, uitgaande van 5 m2 per persoon bij een duo. Daar waren toch beslist wel interessante variaties op te bedenken geweest. Maar dan blijkt dat de cultuursector toch best een heel nette sector is die de afgelopen tijd veel te weinig een echte vuist heeft gemaakt. Een les voor de toekomst? Misschien toch maar een grotere mond in een wereld waarin de hardste schreeuwers vooraan staan?

Maar goed, het culturele en kunstzinnige leven wordt godzijdank weer wat vrijer. Toch wil ik je tot leringhe ende vermaeck nog deze vlijmscherpe video van de bekende cabaretier Pieter Derks  voorschotelen. Echt tot het einde uitkijken en luisteren!

Oh ja, en dan nog iets betreffende dat thema ‘Zeeuwse Gasten’. ’t Ziet er naar uit dat we dat thema volgend jaar breder gaan trekken. Waardoor het mogelijk wordt ook kunstenaars van buiten Zeeland als gast uit te nodigen. Dus mocht iemand denken ‘hé, dat lijkt me wel wat’, aarzel niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en kunstavonturen. Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

K10D Bergen (NH), here I come!


In 2020 kon ’t allemaal niet doorgaan. Iets met een virusje en een pandemietje. Maar nu wel. Dankzij de inventiviteit, denkkracht en doorzettingsvermogen bij fundamenteel onderzoek van een groep slimme wetenschappers.  Daardoor lag de kennis voor een nieuw vaccin voor het grijpen en klinken de fileberichten ’s morgens weer bijna als vanouds. Ook kan nu wel de 10e en dus jubileumeditie van StalKunst9 bij de 28e editie van de K10D van Bergen doorgaan. Van vrijdag 22 tot zondag 31 oktober.

Toch even voor de duidelijkheid, dat K10D staat voor de Kunst Tien Daagse die sinds 1993 jaarlijks in dat bekende kunst en kunstenaarsdorp Bergen in Noord-Holland wordt georganiseerd. Op allerlei locaties binnen en buiten het dorp en ook in Bergen aan Zee. Alleen vorig jaar dus even niet. Maar nu is er dan toch voor de tiende keer die manifestatie Stalkunst9. In een oude koeienstal aan de Voert 9 in het buitengebied van Bergen. Een koeienstal? Toos, wat doe jij in godsnaam in een koeienstal?

een gedeeltelijk overzicht van alle locaties, met midden onder de plek van Voert 9 bij die dichte verzameling vierkantjes

Dat was inderdaad ook de vraag die ik mezelf stelde toen Elisabeth Leyen begin 2018 vroeg of ik aan de door haar georganiseerde  expositie Stalkunst9 wilde meedoen. Hoe ik Elisabeth had leren kennen is een verhaal dat ik hier al eens vertelde. Mogelijk belandt daardoor misschien nog eens een kunstbijdrage van mij in het Rijksmuseum.

samen met Elisabeth in de stal, een paar dagen geleden

Maar om een lang verhaal kort te maken, ik ging met Elisabeth kijken aan de Voert 9, ging door haar enthousiasme en de , zeg maar, uitdagende ruimte overstag en deed in 2018 mee aan de 8e editie van StalKunst9. Naar alle tevredenheid, zowel vanwege de sfeer als het succes. Dus toen ze na afloop te kennen gaf mij er heel graag weer bij te hebben voor haar jubileumeditie wist ik ’t wel. Ja, leuk, doen! 2020 stond in de agenda genoteerd. Dat bleek uiteindelijk typisch een jaar om te deleten. Waardoor ik dus pas een paar dagen geleden opnieuw met mijn bus vorstelijk de stal binnenreed. Naar het achterste deel waar jaren geleden de koeien naar buiten liepen via de grote staldeuren.

mijn bus achterin de stal

Want dat achterste deel is weer ‘mijn’ ruimte. Waar ik kan doen en laten wat ik wil. En waar levensgezel gelijk na het uitladen zijn trapvaardigheid kon tonen. Om die staldeuren te behangen met een aantal blauwbeschilderde banners. Allereerst natuurlijk een prima eyecatcher voor de bezoeker die aan de voorkant binnenkomt. Maar ook een mooie achtergrond voor het grote drieluik dat we er nu op hebben hangen.

’t Was wel wat uren doorpezen om de inrichting voor het overgrote deel op een middag voor elkaar te krijgen, maar ’t lukte. Op openingsdag 22 oktober nog even wat herordeningen en aanvullingen en het volk mag toestromen. De organisatie van de K10D schermt met zo’n 40.000 bezoekers in die 10 dagen. Of die ook allemaal naar StalKunst9 komen? Dat zou wel heel bijzonder zijn. De locatie is in ieder geval elke dag open van 11-17 uur. Waarbij ik ga proberen om ook zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Want dat is nou juist een van de leuke aspecten daar. De geïnteresseerde bezoeker persoonlijk te woord kunnen staan. Maar ik wil toch ook graag zelf bezoekertje spelen op de andere plekken. Hoezo nieuwsgierig!

overzicht van de deelnemende kunstenaars aan StalKunst9 met links 2e van boven een van mijn mixed media uit ‘The 70-Series’

Intussen is de publiciteit al wel losgebarsten. In bijvoorbeeld de bij museum en galeriebezoekers ongetwijfeld bekende en altijd gratis verkrijgbare Kunst-&Museumkrant. De Noord-Hollandse uitgave is in een speciaal dik K10D nummer verschenen. Met daarin natuurlijk aandacht voor StalKunst9 en ene Toos van Holstein. Ook op internet kun je jezelf volledig verdiepen in dekunst10daagse.nl . Dat ik daarnaast de komende tijd mee in de bus ga blazen van de social media? Allicht! En let maar op mijn komende blogaflevering.

hier al vast een klein stukje van mijn expositiebijdrage, volgende week meer

Tot volgende week.

TOOS

Twee Kunsticonen en één Mexicaans Magisch Realistisch Koppel: Frida Kahlo en Diego Rivera


Ronddwalend in het Cobra Museum op de top-expositie ‘Frida Kahlo & Diego Rivera: A Love Revolution’ werd ik al snel 30 jaar teruggezet in de tijd. Toen levensgezel en ik rugbezakt rondtrokken in Mexico. De magisch realistische sfeer die ik daar toen regelmatig ervoer kwam weer helemaal boven bij het zien van dit werk van Rivera.

Diego Rivera, De genezer

‘De genezer’ , maar voor mij had ’t ook ‘De sjamaan’ mogen heten. Of ‘Shaman’ zoals de titel luidt van dit olieverfschilderij van mij.

Toos van Holstein, Shaman, olieverfschilderij

Met als inspiratiebron een kerkje in Chamula. Zo’n 900 km van Mexico-Stad, dicht tegen Guatemala aan, nog een echte Maja-streek. ’t Was puur magisch realisme in die in naam katholieke Iglesia de San Juan Chamula. Uren hebben we er stil in een hoekje gezeten, tussen de brandende kaarsen op de kale grond, banken en stoelen waren er niet te vinden. Alleen maar kijken, ervaren, voelen. Foto’s maken? Dat deed je gewoon niet, dan kwam je te dicht op de huid van de mensen daar, op de heel bijzondere en serene sfeer.

deze foto heb ik van internet geplukt

In kasten langs de muren stonden heel veel heiligenbeelden met Spaanse namen. Maar je wist gewoon dat de Maja’s er nog steeds hun oude goden van eeuwen her in zagen. Die voor de vorm waren omgedoopt in katholieke heiligen. Op de grond zat hier en daar een dokter. Nou ja, dokter? Zo’n heler van Rivera. Met eieren naast zich en colaflesjes waar echt geen cola meer in zat. Wat wel? Ik zou ’t niet weten. En met kippen. Een moeder legde een duidelijk ziek kind in de schoot van zo’n heler. Een ei werd heen en weer gestreken over dat lichaampje, er werd gemompeld en er werd wat gegoocheld met de flesjes. Sjamanisme uit de tijden van voor Columbus, van voor de Spanjaarden. Dit gebouw was in naam dan wel een katholieke kerk, maar echt ook alleen in naam.

de Iglesia de San Juan Chamula , wel zelf gefotografeerd

Zo had ik tijdens onze reis meer van die magisch realistische ervaringen. Bijvoorbeeld bovenop een oude Majatempel met al die voor onze Europese ogen zo vervreemdende en soms angstaanjagende versieringen . Urenlang zag ik onder mij groepjes Amerikanen suf achter hun vlaggetjesgids aansjokken. Maar ik voelde na verloop van tijd, echt niet gelogen, de schimmen uit het verleden en zag het bloed van de vele mensenoffers langs de trappen naar beneden lopen. Tja, rijke fantasie? Mogelijk iets voor een ander verhaal.

deel van de tentoonstelling

Terug naar Amstelveen waar het nog tot 3 oktober draait om Frida en Diego. Diego de vrouwenveroveraar (1886-1957) en Frida (1907-1954) die beide seksen zag zitten.

Diego en Frida links van hem

Beiden overtuigd communist en beiden tweemaal getrouwd. Maar dan wel met elkaar. Want Frida pikte het niet dat Diego ‘het’ tijdens hun eerste huwelijk ook deed met haar zus. Maar zonder elkaar konden ze uiteindelijk toch ook weer niet. Frida werd langzaam aan bekend, Diego was al beroemd door zijn gigantische muurschilderingen. Gebaseerd op de strijd van de arbeider tegen het kapitalisme, op de wereldrevolutie. Geheel passend in het strijdbare Mexico van toen.

een van de muurschilderingen, op ware grootte op foto overgebracht
detail
nog zo’n muurschildering

detail

Diego Rivera, De calla lelies verkopers (1943)

Dat Frida’s carrière zich langzaam ontwikkelde kwam ook omdat ze soms tijden lang niet kon schilderen. Vanwege een vreselijke trolleybusongeluk op jonge leeftijd waarbij  een stalen stang haar lichaam had doorboord. Dat, in combinatie met haar door kinderverlamming getroffen rechterbeen, verruïneerde niet alleen haar lijf maar ook haar leven. Abortus en miskraam waren haar deel. Maar met ongelooflijke wilskracht probeerde ze te blijven schilderen. Vooral zichzelf, want dat had ze het dichtst bij zich. Met heel vaak magisch realistische elementen erin. Maar zoals ik zelf dus meemaakte, dat is eigen aan de cultuur van Mexico.

een aantal zelfportretten van Frida Kahlo

zelfportret met Diego op haar voorhoofd geschilderd
Rivera die toekijkt terwijl Frida bezig is aan bovenstaand schilderij

Maar dat verminkte lichaam en die voortdurende strijd tegen pijn, dat unieke kunstoeuvre en die heel speciale band met Rivera, hun gezamenlijke communistische strijd waarin zowel Stalin als zijn in Mexico vermoorde tegenhanger Trotsky een rol speelden, dat alles heeft Frida Kahlo gemaakt tot een groot vrouwelijke kunsticoon. De vrouw met die wereldwijd bekende kenmerkende zware, zwarte, bijna doorlopende wenkbrauwen. De vrouw die uiteindelijk haar eerst veel beroemdere Diego heeft overstegen.

Frida Kahlo, De miskraam, steendruk 1e proefdruk

Logisch dus dat ik die tentoonstelling in het Cobra Museum wilde zien. Logisch ook dat ik een aantal jaren geleden al de boeiende speelfilm ‘Frida’ zag. En voor de hand liggend dat ik ga proberen de documentaire ‘Frida, Viva la Vida’ te gaan zien die nu in de bioscoop draait.

Dat ik verder nieuwsgierig ben naar de tentoonstelling ‘Viva la Frida!- Life and art of Frida Kahlo’ die op 10 oktober start in het Drents Museum?  Hoezo! Tot volgende week.

TOOS

Mediterranée, zo blauw, zo blauw, zelfs in Covid-19 tijden


Nice en de Mediterranée, zo blauw, zo blauw, gefotografeerd van de Colline du Chateau

Lang geleden zong onze onvergetelijke Toon Hermans ‘Mediterranée, zo blauw, zo blauw’. Hoewel, onvergetelijk?  Ook bij jongere generaties? Dus toch maar even deze link die ik van YouTube plukte.

Ik moest aan Toon’s liedje denken nu ik alweer enkele weken verkeer in Nice. Aan de Côte d’Azur, die natuurlijk niet zomaar de kleur ‘azur’ toegemeten kreeg. Hierbij een paar recente foto’s om dat te bewijzen.

En dat azuurblauw geldt niet alleen voor de kust, maar ook voor de hemel. Daarbij moet ik dan weer denken aan de regels in het lijflied van de ook onvergetelijke Ramses Shaffy: “Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want daar is de blauwe lucht”. Ramses Shaffy? Oh ja, wacht even! Voor de jeugdigen onder ons toch maar deze video.

Indachtig Ramses zijn woorden heb ik hier in Nice de laatste weken ook flink omhoog gekeken. Want speur je hier de gevels af, dan zie je heel goed waarom levensgezel Nice altijd definieert als ‘Parijs in ’t klein, maar dan op z’n Italiaans’. Dat is ook waarom ik zo verknocht ben aan deze stad. De architectuur, de kleuren,het klimaat, het blauw van de hemel, de joie de vivre, de terrassen en vanzelfsprekend de kunst. Eerst maar die architectuur.

L’ Opéra met een klein Vrijheidsbeeldje ervoor, ten slotte ooit door Frankrijk geschonken aan de VS
Place Massena
deel van het Régina waar de Engelse Queen Victoria wel logeerde
ook een soort gevels waarbij de hemel een rol speelt

Je komt echt de prachtigste, pronkerigste, barokke, gekleurde gevels tegen die Nice zo’n eigen sfeer geven. Ontstaan in de loop van de 19e en begin 20e eeuw toen de stad een geweldige bouwdrift meemaakte  met als kern het oude havenstadje.  Al eeuwen ingeklemd tussen die blauwe Mediterranée van Toon Hermans, de nu overdekte rivier Le Paillon en de Colline du Chateau. De Heuvel van het Kasteel, waar trouwens sinds 1706 geen kasteel meer te bekennen valt. Maar dat is te wijten aan Zonnekoning Lodewijk XIV en daarmee een ander verhaal.

Die oude stad is overigens zeer de moeite waard. Gewoon de drukke en op zich ook aantrekkelijke smalle toeristenstraten laten voor wat ze zijn en de beschaduwde zijstraten inslaan die om en tegen de Colline liggen aangebouwd.

Straatjes waar nog veel echte Niçois-families wonen, trots op hun afkomst van de oude vissers en handelaarsfamilies . Nog vanuit de tijd voor 1860 toen het Comté de Nice deel uitmaakte van het hertogdom Savoye met Turijn als hoofdstad. Uit de tijd dat Nice de enige haven was van dat hertogdom. De tijd dat Nice ook de aanvoerhaven was voor al het zout dat door de bergen naar Turijn ging. Zout? Ja, maar dat (kunst)verhaal komt nog wel eens.  De tijd ook dat de kleine Garibaldi (1807-1882) er als geboren Niçois rondstapte, nog niet wetend dat hij aan de basis zou komen te staan van de nieuwe staat Italië. Logisch dus dat er nu een Place Garibaldi in Nice ligt. Een prachtig plein met zo’n verheerlijkend stoer beeld van de grote strijder en met terrassen, veel terrassen.  Ook mijn lievelingsplein sinds het verkeersluw is gemaakt en het stinkende, ronkende verkeer er grotendeels is verbannen.

gevels aan de Place Garibaldi
Garibaldi himself, in steen gehouwen

En daar zit gemeentebeleid achter! De beroemde kustboulevard, de Promenade des Anglais, heb ik zien veranderen van een overdrukke 6-baans fileverkeersroute via vier en twee naar nu zelfs gedeeltelijk een éénbaansweg. En de ruimte die daarmee vrij is gekomen? Allemaal flaneer, fiets en skateruimte. Top!

deel van de nu zo verkeersluwe Promenade des Anglais

Net zoals sinds enkele jaren de uitstekende en heel frequente lijnen 1 en 2 van le Tramway die waarvan dagelijks tienduizenden gebruik maken. Één euro per rit. Bij mij, bijna voor de deur, is de eens zo drukke doorgaande Avenue Malaussena alleen nog trambaan. Met op de tramhalte deze tekst van Ben Vautier, beroemd onder zijn kunstenaarsnaam Ben, die vooral met taal speelt.

geen auto meer te bekennen op deze ooit drukke Avenue Malaussena
regarder le ciel, kijk naar de hemel

En weet je dat ik dit pas ontdekte toen ik me had voorgenomen om als Sammy wat meer omhoog te kijken? En weet je dat ’t helemaal direct voor mijn deur nu voetgangersgebied is met ’s morgens een deel van de dagelijkse markt  en ’s avonds  het terras van restaurant L’instant?

’s morgens
’s avonds

Leven als god in Nice? Pas de problème! Tot volgende week.

TOOS

Een niet meer bestaand Wereldwonder in Frankrijk


een van de gigantisch grote Boeddhabeelden in Afghanistan, voor en na de vernieling door de Taliban

Toen de Taliban in 2001 in Afghanistan een paar gigantische Boeddhabeelden aan flarden schoot, was de wereld te klein. Idem dito toen IS in 2015 met dynamiet de ruïnes van de oude Syrische oase-stad Palmyra, waar ik lang geleden bewonderend rondliep, nog flink verder verruïneerde. Toen vorig jaar in de VS en GB allerlei plots in ongenade gevallen beelden omver werden getrokken, was er hier en daar wel enig begrip. Kwestie van dubbeldenken?

vernietiging van delen van Palmyra door IS
in de USA vorig jaar

Want gaat ’t hier in feite niet steeds over hetzelfde? Het moedwillig vernietigen van onwelgevallige culturele uitingen? Die gedachte ging door me heen toen ik in de Romaanse kerk in het Franse Tournus wat voor me heen zat te filosoferen. Lees mijn blog van vorige week maar.

Een kerk die er voor 1562 van binnen beslist anders uitzag. Want in dat jaar raasde er vanwege de godsdienstoorlogen een beeldenstorm door delen van Frankrijk. Iets dat onze Lage Landen in 1566 ook overkwam.

impressie van de Beeldenstorm in 1566 in de Lage Landen
Dirck van Delen, Beeldenstorm in een kerk (Rijksmuseum)

De protestanten in Frankrijk, de Hugenoten, gingen dus al eerder helemaal los op de interieurs van Rooms-katholieke kerken. Ook in Tournus. En na 1789 werd dat alles nog eens lekker dik overgedaan tijdens de Franse Revolutie onder het motto liberté, égalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). ’t Is natuurlijk maar hoe je dat interpreteert. Vandaar de nu naakte muren, geen schildering meer te zien. Bij de restauraties heeft men dat bewust zo gelaten.

Tournus

Denk ook maar eens aan die prachtig ruimtelijk geschilderde  17e eeuwse Nederlandse kerkinterieurs van bijvoorbeeld Pieter Saenredam.  Wit moesten ze worden, de protestantse muren. Weg met de Bijbelse fresco’s, veelluiken,schilderijen, katholieke afgodsbeelden en relieken! Hoeveel er destijds aan kunstschatten is vernield! Ongelooflijk heel veel! Begrijp je mijn overpeinzing van hierboven?

Saenredam, Interieur van de Sint Catharinakerk in Utrecht

Wat zuidelijker van Tournus, in het stadje Cluny, kon ik die nog even in een versnelling hoger laten draaien. Vorige week liet ik al onderstaande foto zien van een maquette van de gigantische Benedictijnse Abbaye de Cluny zoals die er in de hoogtijdagen van de 12/13e eeuw uit moet hebben gezien. Toen een centrum met kerkelijke en wereldse macht in christelijk West Europa. Waar het dagelijks leven op een voor ons nu ondenkbare manier doordrenkt was van het geloof.

En wat rest nu nog aan oorspronkelijks? Dit!

Twee torens en wat ruimten er omheen. Ook hier raasde die beeldenstorm in 1562 doorheen. En ook nog eens in 1572. Want Frankrijk kende in de tweede helft van de 16e eeuw zes godsdienstoorlogen, les Guerres de Religion, voordat uiteindelijk de Roomse Kerk het geloofsleven weer kon overheersen. Maar toen was wel de bibliotheek van Cluny, een van de beste en rijkste in Europa sinds de oprichting van de abdij rond 900, voor het grootste deel verscheurd en verbrand. In naam van God natuurlijk. En restanten die heimelijk verstopt waren, kwamen dus nog eens aan de beurt tijdens de Franse Revolutie. Wat er daarna uiteindelijk nog overbleef, vind je nu in de Nationale Bibliotheek van Frankrijk en het British Museum. Maar ja, wat vind je daar in Londen eigenlijk niet!

Zo’n 45 jaar geleden bezocht ik voor het eerst de overblijfselen van dat ooit zo machtige complex. Waar ooit, voordat in de 17eeuw de nieuwe Sint Pieter in Rome voltooid raakte, de grootste kerk van het christendom stond. Een Romaanse kathedraal van dik 170 meter lang met een middenschip van 30 meter hoog.

zoals de kerk op het hoogtepunt er uit zou hebben gezien

Bij dat bezoek moest ik me dit allemaal zelf voorstellen, te midden van vooral ruïnes. Maar met mijn rijke fantasie lukte dat wel. Nu staat er een museum, is er een soort plattegrond in de bodem verwerkt, zijn er allemaal visuele hulpmiddelen aangerukt zoals digitale 3D-beelden en ligt alles er keurig aangeharkt bij. Prima natuurlijk, maar voor mijn fantasie minder uitdagend.

reconstructie van een toegangspoort met de overgebleven ‘schaarse’ middelen
digitale 3D reconstructie van de kerk

Bekijk ook maar eens dit filmpje op YouTube. Vergeet de Franse tekst, bekijk gewoon de beelden.

Wel raak ik nog steeds verbijsterd bij het idee dat de oorspronkelijke gebouwen tijdens de Revolutie en onder Napoleons regime als een soort stenenmijn werden gebruikt. Afbreken die muren, schoonbikken die stenen en hergebruiken, dat was het motto rond 1800. Eigenlijk bestaat het huidige stadje Cluny deels uit de hergebruikte abdijstenen. Circulaire economie iets moderns? Hoezo?

een weergave uit ergens tussen 1810-1820 toen er dus nog veel meer stond
zoals nu, de gebouwen er omheen zijn er veel later bij gekomen, zie ook de stukken zuil van de oorspronkelijke kerk

Maar als je je nou eens indenkt dat er geen vandalistische geloofsterreur was geweest, dat de Franse Revolutie geen culturele kaalslag had veroorzaakt en dat er eerbied was geweest voor die eeuwenoude gebouwen? Tja, als! Dan zou Cluny nu een wereldwonder zijn geweest. Dan zou de Eiffeltoren zich van schaamte  een nietig bouwpakketje voelen. Oh ja, en stel je nu ook nog eens voor dat de Taliban, de IS en die beeldenschenners van vorig jaar er ook zo over zouden hebben gedacht. Ach, ik denk dat ik een dromer ben. Tot volgende week.

TOOS

Ego en hebzucht in Het Nijenhuis


Kasteel Het Nijenhuis in Heino

Een paar weken geleden werd ik door ‘De Achterkant van het Gelijk’ ineens geestelijk geteleporteerd naar Kasteel Het Nijenhuis in Heino en bedacht ik me ook dat ik al vééél te lang geen bioscoop van binnen heb gezien. De menselijke geest maakt dus soms, op het eerste gezicht, rare sprongen. Zoals die naar Het Nijenhuis. Maar die naar de bioscoop ligt meer voor de hand. Want daar hebben vermoedelijk meer mensen last van. Eerst ‘De Achterkant van het Gelijk’.

Dat legendarische tv-programma is namelijk na jaren weer van zolder gehaald en afgestoft. Nu met Alexander Pechtold als advocaat van de duivel, destijds met Marcel van Dam. Marcel dreef toen, in mijn herinnering dan, de deelnemers uit allerlei maatschappelijke sectoren toch scherper naar de rand van de door hen zelf gegraven ethische valkuilen dan Pechtold nu. Maar de formule blijft spannend. Zo ook de aflevering die ik zag met daarin museumdirecteuren die openheid moesten geven over de grenzen van hun besturen en handelen.

de uitzending van ‘De achterkant van het Gelijk’ met de museumdirecteuren

affiche van ‘The last Vermeer’

Eén van de thema’s ging over kunstvervalsingen en één van de directeuren was die van Museum de Fundatie/Kasteel Het Nijenhuis. En laat nu juist in dat kasteel een aantal niet-meer-Vermeers hangen. En laat nu ook net eind vorig jaar een nieuwe film over Vermeer-vervalser Han van Meegeren zijn uitgekomen!Die niet-meer-Vermeers zag ik nog net, met voorgeschreven mombakkes, voor de musea eind 2020 werden gelockdowned. Die film ‘The last Vermeer’ ging spijtig genoeg aan de ook gelockdownde bioscopen voorbij. Daarvoor moet je nu  vanaf je bank online naar de betaalsite Pathé Thuis. Iets dat mij niet zo ligt. Want bij zo’n speelfilm hoort voor mij toch de belevingsmagie van het grote witte doek.

Terug naar Kasteel Het Nijenhuis. Nu een museum, tot aan zijn overlijden het optrekje van Dirk Hannema (1894-1984). Ooit directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Een egorijke man die eerst werd geroemd en daarna verguisd. Geroemd vanwege de slimme en snelle aanschaf in 1937 van ‘De Emmaüsgangers’ van Vermeer. Een koopje, slechts 540.000 gulden. En na de oorlog verguisd toen duidelijk werd dat hij een ongelooflijk dikke kat in de zak had gekocht.

Hannema op de voorgrond, in bewondering voor zijn fameuze aankoop

Het beruchte verhaal over vervalser Han van Meegeren (1889-1947) is wereldwijd bekend. Over hem en over zijn laatste levensfase gaat die film ‘The last Vermeer’ met daarvan hier de trailer.

In Het Nijenhuis vind je ‘De Emmaüsgangers’ trouwens niet, dat schilderij is nog steeds in bezit van Boijmans. Nee, er hangen een aantal andere ‘Vermeers. Want expert Hannema klopte zichzelf regelmatig op de borst bij weer de ontdekking van een onbekende Vermeer. Ik telde er in de gauwigheid vier. Nu zijn ze getooid met een tekstbordje ‘maker onbekend, toeschrijving door Dirk Hannema aan Johannes Vermeer’. Dit zijn dan trouwens geen vervalsingen maar authentieke werken uit de 17e en 18e eeuw. Door Hannema  in zijn hebzucht aan Vermeer verbonden.

een van de zalen in Kasteel Het Nijenhuis
het schilderij behorend bij bovenstaand bordje
enkele ‘niet-meer-Vermeers’ in het kasteel

Kijken we met de ogen en de kennis van nu, dan vraag je je echt af ‘hoe in godsnaam kun je die werken aan Vermeer toeschrijven?’. Maar diverse museumdirecteuren en kenners van toen wilden koste wat kost Vermeers in huis halen. Want er bestonden al zo weinig werken van Delftse meesterschilder en daarvan hing er ook nog maar een klein aantal in Nederland. Dat moest absoluut veranderen. Niet alleen liefde maakt blind,maar ook de combinatie van ego en hebzucht. Het Rijksmuseum bood Hannema zelfs aan om hun ‘De Liefdesbrief’ van Vermeer in te ruilen voor dat geweldige vroege meesterwerk ‘De Emmaüsgangers’. Wat zullen ze jaren later hebben staan juichen dat Hannema niet op hun aanbod wilde ingaan .

Vermeer, De liefdesbrief (nog steeds in het Rijksmuseum)

In de tussentijd hadden ze trouwens ook zelf nog een Van Meegerense ‘Vermeer’ aangeschaft: ‘De voetwassing’. Voor de soepele prijs van 1, 1 miljoen guldens. ’t Was namelijk zo’n prachtige link tussen het vroege en het oudere werk van Vermeer. Ook typisch weer zo’n geval van blinde hebzucht en ‘wij willen ook’.

De voetwassing, een van de door Van Meegeren vervalste ‘Vermeers’

Nog even weer Kasteel Het Nijenhuis. Dirk Hannema had dat dan in eerste instantie testamentair wel aan zijn hond nagelaten(???????), maar uiteindelijk kreeg de provincie Overijssel het in bezit. Daardoor is het nu een prachtige, te verborgen museumparel met ook nog eens een geweldige beeldentuin erbij.

hier op de brug kon ik mij even kasteelvrouwe wanen
een zaal met werk van Jan Cremer
nog meer moderne kunst in het kasteel
rondom het kasteel in het water en de beeldentuin

Echt een levensgrote aanrader daar in Heino, even zuidwestelijk van Zwolle. Heengaan als ’t weer kan! En wil je nog wat meer achtergrond over Van Meegeren’s vervalsingen? Kijk hier dan maar eens.

Tot volgende week.

TOOS

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

Mythe, Magie en Mystiek, het Kunstenaarsatelier leent zich er wel voor (III)


Van de Rijksmuseumse Eregalerij vorige keer terug naar mijn belofte over die eenzame monnik aan zijn lessenaar in de week daarvoor. Want die plotsklapse actualiteit van de Gouden Eeuwse vrouwelijke kunstenaars die eindelijk, eindelijk hun eigen plek kregen in de Eregalerij drong zich er even tussen.  Nu verder met mijn schrijfsels over de plek waar toch ook die vrouwen hun schilderijen maakten: het kunstenaarsatelier. Met bijbehorende geschiedenissen en persoonlijke ervaringen. Met de mythen, de magie en de legenden die er vaak aan de haren bij worden gesleept. En met ook mijn eigen werkplekken. In zowel Middelburg als Nice.

bezig in mijn atelier in Nice
het Palais Venise in Nice met op de 1e etage achter de witte balustrade en de draaimolen mijn atelier

Zeg nou zelf, is dat atelier in Nice zoiets speciaals? Een doodgewone kamer in een trois pièces, een driekamer appartement. Maar dan wel in het heerlijk barokke Palais Venise. Alleen de naam al! ’t Is een plek waar ik me heel goed thuis voel. Waar ik me als een monnik kan terugtrekken in mijn cel en me kan afsluiten van de drukte in Nederland. Waar ik de Mediterrané en de beroemde Promenade des Anglais heel dichtbij weet en waar ik helemaal tot rust kan komen. Maar waar ik dus door dat rottige virus nu al een heel jaar niet heen heb gekund. Lees hier maar eens terug hoe ik er vorig jaar maart weg moest vluchten.

illustratie uit de 11e eeuw, gemaakt in de abdij van Echternach
monnik in het scriptorium

Goed, die plaatjes met monniken. Die doen daar wat ik in Nice ook zo graag in alle rust en stilte doe. Gewoon lekker bezig zijn. Zij vooral met het nijver overschrijven en kalligraferen van teksten. Want de boekdrukkunst?  Die liet in die periode van de Middeleeuwen nog honderden jaren op zich wachten. Waar komt, dacht je, de uitdrukking ‘dat is monnikenwerk’ vandaan? Juist, ja! Maar al die ter ere van God beschreven perkamenten bladen werden ook regelmatig verluchtigd met miniaturen. Van heel eenvoudig tot meer kunstzinnig.

al veel mooier, een afbeelding vermoedelijk gemaakt door de beroemde Jan van Eyck rond 1420

Een twee-eenheid tussen tekst en verklarend plaatje. Op die manier werd het scriptorium mee ook een atelier. Simpel weliswaar, maar wel een voorloper van de veel latere schildersateliers.

Maar hoe zat ’t nu eigenlijk ver voor de Middeleeuwen? In de Griekse Oudheid en het Romeinse rijk. Want die hadden toch ook hun kunstenaars. En wat voor! Kijk maar.

Weten we ook iets van hun ateliers? Zoals van de legendarische schilder Apelles of de befaamde beeldhouwer Phidias. Het korte antwoord is, voor zover ik weet, nee. Wel kennen we het prachtige verhaal van de mythische Pygmalion. Die beeldhouwde een zo perfect marmeren beeld van het vrouwelijk lichaam dat hij er zelfs heimelijk verliefd op werd. Gelukkig was daar Aphrodite, de godin van de liefde. Met haar hulp kon hij het beeld tot leven brengen door het zacht op de lippen te kussen. Een moment dat Jean-Léon Gérôme (1824-1904) prachtig verbeeldde.

Maar of hij het beeldhouwatelier historisch een beetje correct heeft weergegeven? Slechte vraag natuurlijk bij deze zeer persoonlijke, romantische 19e eeuwse interpretatie. Pygmalion en zijn Galatea leefden in ieder geval nog lang en gelukkig. Maar dat dit verhaal in de middeleeuwen aanleiding was om dan maar te veronderstellen dat de perfecte vrouwelijkheid alleen kon bestaan dankzij de mannelijke scheppingskracht? Vast eenzijdig denkende mannen die dit idee kregen.

Ook die legendarische Apelles (370-306 v.C.) heeft heel wat kunstzinnige inspiratie op zijn geweten. Maar ja, hij werd in het Romeinse rijk dan ook gezien als de grootste schilder aller tijden. Dankzij beschrijvingen van Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia weten we het nodige over hem en zijn schilderijen. Waarvan niets is overgebleven. Wel zou onderstaande muurschildering uit Pompeï gebaseerd zijn op zijn schilderij ‘Venus Anadyomene’ (Venus oprijzend uit de zee) dat ooit in bezit was geraakt van keizer Augustus.

Een geweldig verhaal over Apelles heeft veel en veel later trouwens nog heel wat kunstwerken door anderen opgeleverd.

Jan Wierix, Apelles en Alexander de Grote

Zo zou Alexander de Grote hem opdracht hebben gegeven om een naaktportret te maken van Campasne, een belangrijke minnares van onze wereldveroveraar. Maar wat gebeurt er? Tijdens het poseren wordt Apelles straalverliefd op Campasne. Als Alexander dit te weten komt en weer op bezoek gaat in het atelier is hij zo sterk onder de indruk van het portret dat hij subiet zijn minnares schenkt aan Apelles als tegenprestatie voor dat schilderij. Of Campasne hierover iets te zeggen had? Goeie vraag! En of het geschetste atelier hier wel klopt? Kleine kans, schat ik zo in. Maar ’t kan nog veel erger.

Willem van Haecht (II), Alexander de Grote bezoekt het atelier van Apelles, in bezit van het Mauritshuis

Ja, ook hier wordt Apelles’ atelier verbeeld.  Kijk maar linksonder waar hij een in dit geval min of meer keurig gekleed poserende Campasne op het doek zet terwijl Alexander in extase toekijkt.

Volgende keer meer over dit curieuze schilderij en andersoortige atelierverhalen. Of? Nee, toch eerst maar Dante700. Tot volgende week.

TOOS

“Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw vermag” deel 2


zoals Artemisia haar naam schreef

Bovenstaande woorden schreef Artemisia Gentileschi  in 1649 aan de Siciliaanse kunstverzamelaar Antonio Ruffo vanwege de prijs die ze vroeg voor een schilderij van haar. Woorden die ze in haar leven daarvoor al helemaal had waargemaakt. En ook de woorden waarmee ik vorige week mijn blog begon als start voor een virtuele landen- hink-stap-sprong. Waarbij ik toen overigens alleen aan de Italiaanse hink toekwam(lees hier maar). Met wel de belofte die toch altijd wat vreemd aandoende atletiekuiting met een Nederlandse stap en een  Londense sprong af te maken.

 Goed, op naar de stap via MeToo. Want in 1612 was de toen 18-jarige Artemisia te gelijker tijd hoofdpersoon en slachtoffer in haar eigen verkrachtingsproces. Waar ze toen al liet zien ‘wat een vrouw vermag’.

beeld uit de Italiaanse speelfilm ‘Artemisia’

De kerkelijke rechtbank van  pausenstad Rome vond het namelijk heel normaal en christelijk verantwoord haar te vragen zich vrijwillig te laten martelen met een zogenaamde sibile om haar beschuldiging kracht bij te zetten. Want als ze die onder marteling volhield, dan pas kon het waar zijn. Maar ook met de door de beul steeds strakker aangetrokken bundel touw rond haar vingers hield ze vol dat Agostino Tassi haar verkracht had. Moet je je voorstellen, je vingers, je ultieme schildersgereedschap, staan op het punt om blijvend verminkt te worden. Toch schreeuw je volgens het bewaard gebleven rechtbankverslag ‘E vero, E vero, E vero’, ‘het is waar, het is waar, het is waar’. Wat een MeToo-vrouw avant la lettre vermag!

rechterhand van Artemisia, in 1625 getekend door Pierre Dumonstier

Ik ben benieuwd hoe dat hier in Nederland zal gaan in de ‘zaak Julian Andeweg’. Een moderne MeToo-affaire die veel stof doet opwaaien in onze beeldende kunstwereld. Eigenlijk kon je er op wachten. De nationale film en toneelwereld was al opgeschud door MeToo-beschuldigingen, dus waarom zou dit aan de beeldende kunst voorbijgaan? Eind oktober vorig jaar was ’t zover. Met een uitgebreid artikel in de NRC. Over een aanstormend talent met een blijkbaar niet te beteugelen stormachtig en ook charismatisch karakter.

werk van Julian Andeweg

Deze Julian vertoonde, zo bleek, al een aantal jaren volstrekt grensoverschrijdend gedrag. Maar ja, belangen en de bijbehorende bedekkende mantel! Omarmd door academies, kunststichtingen, de commerciële kunstwereld, musea en het bekende Mondriaan Fonds. Terwijl er al vanaf 2013 aanklachten tegen hem lagen bij de politie. Aanklachten over aanranding, verkrachting en geweld waarmee al die jaren niets werd gedaan. Aanklachten van vrouwen die uit angst voor hem anoniem willen blijven in het NRC-artikel. Nu is uiteindelijk het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek begonnen. Nu pas trekken de diverse kunstinstanties hun handen van deze kunstenaar af. Nu heeft de directeur van een Haags kunstinstituut ontslag genomen, zijn er leraren aan de Academie in Den Haag geschorst, wil een galerie-eigenaar ineens niet meer met hem werken, toont het Bonnefanten Museum in Maastricht zijn werk niet meer, maar heeft het Mondriaan Fonds in de afgelopen jaren hem wel met € 85.000 subsidie gespekt. Ik ben benieuwd hoe dit alles afloopt.

werk van Julian Andeweg

Eén ding is trouwens wel zeker. De vrouwen die een aanklacht tegen de kunstenaar hebben ingediend zullen niet meer met de sibile te maken krijgen. Zeg maar eens dat we de laatste eeuwen geen vooruitgang hebben geboekt!

Artemisia kon in ieder geval haar ellende achter zich laten. Onder dat motto van ‘wat een vrouw vermag’ bouwde ze een illustere carrière op. In Florence werd ze als eerste vrouw opgenomen in de roemrijke Academia dell’Arte del Disegno. Terug in Rome zat haar huis vol ‘… met kardinalen en prinsen die een portret van mijn hand willen’, zoals ze schrijft in een brief. In zowel Venetië als Napels maakt ze furore. Ook verkeert ze in de tussentijd op uitnodiging nog een poos in Londen. Waar haar vader Orazio dan al een aantal jaren hofschilder is. Daaraan hebben we ook een getekend portret van hem te danken. Gemaakt door ‘onze eigenste’  beroemde portretschilder Antoon van Dijck die ’t In Londen zelfs tot de persoonlijke hofschilder van koning Charles I had gebracht.

portret van Orazio Gentileschi door Antoon van Dijck
schilderij ‘The finding of Moses’ van Orazio, geschilderd in opdracht van Charles I en in bezit van The National Gallery

Na jaren waren vader en dochter weer even herenigd en hebben ze daar in 1638 nog samengewerkt aan plafondschilderingen in het Queen’s House in Greenwich.

Orazio Gentileschi, plafondschildering in Queen’s House
Artemisia, plafondschildering ‘Allegory of peace’ in Queen’s House

Daarom is ’t ook zo mooi dat Artemisia nu een grootse expositie heeft in The National Gallery in Londen. Want daar is ie dan eindelijk, die ‘sprong’ van mijn drietraps hink-stap-sprong. Alleen is ’t zeer frustrerend dat het coronavirus de grote toegangsdeuren van het museum al heel lang gesloten houdt. De officiële einddatum van de expositie is zelfs al voorbij. Dus of we al dat moois van Artemisia ooit nog eens zo te zien zullen krijgen als daar?

in de expositie te bekijken, recent ontdekt zelfportret van Artemisia als Catharina van Alexandrië, voor en na de restauratie
een foto uit 2012 toen ik in Parijs in het wat minder bekende Musée Maillol een expositie over Artemisia bezocht, of dit schilderij nu in Londen hangt, geen idee

In ieder geval zijn er deze videos.

En mijn laatste woorden over Artemisia en Orazio heb ik beslist nog niet gesproken. Tot volgende week.

TOOS

Zou de beroemde schilder John Constable (1776-1837) een Brexit voorstander zijn geweest?


Wat hebben we er toch lekker veel natuurfanaten bij gekregen in deze coronatijd! Zo bleek een dikke week geleden wel. Want zeg nou zelf,dat moet je toch wel zijn als je met z’n allen uitgebreid in de file gaat staan om een flinterdun laagje sneeuw op het Drielandenpunt bij Vaals te gaan bewonderen. Hoezo het aantal verkeersbewegingen terugschroeven tijdens de lockdown? Bij zoveel overenthousiasme hadden ze eigenlijk ook nog even moeten doorrijden naar Madrid om daar op de veel dikkere sneeuwlaag te gaan langlaufen. Maar goed, door hun idolate gedrag moest ik ineens denken aan nog zo’n grote natuurliefhebber. Aan John Constable (1776-1837) en de expositie over hem in het prachtige Haarlemse  Teylers Museum. Die kon ik nog net bezoeken toen het flipperkastenbeleid  voor musea dat weer even toestond.

Bovenstaande foto met het Teylers Museum op de achtergrond maakte levensgezel deze zomer. Toen we met vrienden in hun sloep op de Spaarne in Haarlem voorbij dat gebouw voeren. Met de wind in de haren en natuurlijk een glas witte wijn in de hand. Helemaal dus zoals ’t heurt volgens het Amsterdamse grachtengordel-sloep-reglement. Dat oudste museum van Nederland (1784) is ook absoluut een toost waard. Sowieso vanwege het oude gebouw zelf, met die magnifieke Ovale Zaal middenin. Maar ook vanwege de wetenschappelijke verzameling fossielen, mineralen en oude natuurkundige instrumenten. Waar levensgezel, met zijn achtergrond, altijd even likkebaardend moet ronddwalen.  En natuurlijk door de voor Nederland unieke kunstexposities die er regelmatig te bewonderen zijn.

de Ovale Zaal

Zoals nu die  overzichtstentoonstelling van John Constable. Zelfs de eerste in Nederland. Eigenlijk heel raar. Want in Engeland heeft hij een sterrenstatus. Daar is hij voor zijn bewonderaars nog steeds een van de beste landschapsschilders ooit. Niet zomaar wordt Suffolk, het gebied waar Constable zijn beroemdste schilderijen maakte, Constable Country genoemd. Er wordt zelfs geprobeerd om plekken die hij ooit schilderde terug te transformeren naar de toestand van zo’n twee eeuwen geleden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is con-06.jpg
bomen worden omgehakt om het landschap, met de kerktoren op de achtergrond, er weer Constable-like uit te laten zien

’t Moet er weer zoveel mogelijk uit gaan zien als op zijn schilderijen. In feite een vorm van omgekeerd photoshoppen. Idolatrie en idiotie? Hoezo! Zou onze goede vriend Obelix dan toch gelijk hebben met zijn uitspraak in de strip ‘Asterix bij de Britten’: Ils sont fous, ces Anglais, ze zijn gek, die Engelsen?

Maar waarom Constable zo speciaal is voor Engeland en voor de schilderkunst wordt heel prettig en kundig uitgelegd in onderstaande video over de expositie in Haarlem.

Persoonlijk vind ik de olieverfschilderijen die hij in zijn atelier maakte nogal braaf.

De Hooiwagen, Constable’s beroemdste schilderij, niet te zien op de expositie
wel op de expositie
tekening van Constable, in het bezit van Teylers Museum

Maar de olieverfschetsen waarop in de tentoonstelling terecht veel nadruk ligt, zijn toch heel bijzonder. Want wie ging er in die tijd buiten zitten schilderen met olieverf? Waarom kennen we niet dergelijke olieverfschetsen van Rembrandt? Waarom maakte die buiten alleen snelle schetsen en mogelijk enkele  etsen om ze later in zijn atelier verder uit te werken? Heel simpel, Rembrandt en Constable kenden de verftube nog niet. Die o zo handige tinnen tube stamt namelijk pas van 1841. Daarna werd het buiten schilderen ineens  veel makkelijker. Met als gevolg de nu zo beroemde School van Barbizon, het impressionisme van bijvoorbeeld Monet en het expressionisme van ons aller Vincent. Maar dat zijn andere verhalen.

zo’n olieverfschets van Constable op de expositie, zie ook de volgende foto’s

Wat nu dus een fluitje van een cent is, was in Constable’s tijd een ware expeditie waarin hij als een echte pionier bepakt en bezakt op stap moest. Met bijvoorbeeld dichtgebonden varkensblazen waarin zijn thuis gefabriceerde olieverven niet uitdroogden. Naast ook nog de nodige glazen flesjes met medium en pigmenten. En dan moest hij met deze primitieve middelen maar even snel die prachtige momentane luchten met hun ingewikkelde lichte en donkere wolkenpartijen neerzetten.

Vooral door die olieverfschetsen in Teylers ben ik hem meer gaan waarderen.

Want zoals hierboven al gezegd, ik vond hem altijd wat braaf. Altijd maar diezelfde soort olieverfschilderijen van diezelfde plaatsen, ’t liefst in zijn geboortestreek Suffolk. Zelfs toen hij op latere leeftijd bekender werd en in Frankrijk zowaar meer schilderijen verkocht dan in eigen land weigerde hij het Kanaal over te steken. Liever arm in eigen land dan rijk daarbuiten, zo zei hij eens. Vandaar dus de titel van dit stukje. Een volstrekt irrelevante vraag natuurlijk. Maar, zo vond ik, wel een leuke opener.

nog een paar foto’s van de tentoonstelling

Nu maar hopen dat de musea weer open kunnen voor 28 februari. Want tot dan staat de noodgedwongen al verlengde tentoonstelling gepland. As ’t effe kan gewoon nog gaan. Tot volgende week.

TOOS

De Beentjes van Sint-Hildegard


Dit frappante, persoonlijke verhaal had ik nog even opgespaard tot de donk’re dagen rond Kerst. Een verhaal met daarin de heilige middeleeuwse Hildegard von Bingen in de hoofdrol. Want in deze periode kijken we niet op een paar heiligen meer of minder. Met natuurlijk hun bijbehorende wonderbare levensverhalen. Denk maar aan het kerstverhaal met Maria, Jozef en Jezus. En Balthasar, Caspar en Melchior, de drie wijze koningen uit het oosten, die er nog aan zitten te komen. Maar ze halen 6 januari vast wel. Allemaal heilig verklaard. Net zoals Saint Silvestre die ons van het oude naar het nieuwe jaar begeleidt op Sylvesterabend. Zoals Oudejaarsavond op z’n Duits heet.

Jeroen Bosch, De aanbidding door de Drie Koningen

Als kind groeide ik op met al die Bijbelse vertellingen. Juist in deze periode pakte pappa dan zijn doosje met heiligenplaatjes, nam er eentje uit en begon te vertellen. Daar komt vast mijn fascinatie vandaan voor die vaak wonderlijke, bizarre en soms ook gruwelijke verhalen over al die  Roomse heiligen. Want heilig werd je echt niet zomaar. Onthoofding, opkoken in een grote pot, vel afstropen, gespietst worden, de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn er niks bij. Maar het kon ook anders. Zoals bij Hildegard von Bingen (1098-1179).

het balkon in Gubbio zomer 2019

Maar nu moet ik eerst  terug naar een zonnig balkon in de zomer van vorig jaar. In het Italiaanse Gubbio. Ik verkeerde een maand lang in die prachtige middeleeuwse stad vanwege een expositie en om keramiek te beschilderen. Dat valt hier en in daarop volgende blogafleveringen terug te lezen.

Daarnaast was ik ook bezig mijn ‘The 70-Series’, die in Nederland geëxposeerd zou gaan worden, voor te bereiden. Op dat balkon dus.

nogmaals dat balkon

En in mijn ‘vrije tijd’ zat ik een beetje te vegen op mijn iPad. Ongetwijfeld weet je hoe dat gaat. Je begint ergens, verdwaald en komt bij iets volstrekts onverwachts uit zonder te weg daarheen nog te kunnen reproduceren. Zo zat ik plots in een middeleeuwse tekst over het vrouw-zijn en over haar seksuele gevoelens. Hè, in de middeleeuwen! Ja, en ook nog geschreven door een vrouw. Die combinatie inspireerde me. Daardoor ontstonden op dat balkon van het appartement waar levensgezel en ik verbleven een paar nieuwe kunstwerken voor ‘The 70-Series’.

een van die twee werken voor ‘The 70-Series’
de tweede

De letterlijke tekst en de naam van de schrijfster? Oeps! Die was ik al snel daarna weer vergeten. Drukte of grijze-haren-gaatjes in de zeef van mijn geheugen? Ach, daar ga ik me maar niet druk om maken.

Nu door naar oktober van dit jaar. In het Twentse Diepenheim ging op zondag 4 oktober de 4e editie los van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Galerie Àlafran. Met daarin nu ook opgenomen de twee kunstwerken van hierboven. Die zondag kwam toevallig ook heel mooi uit omdat ik vanwege een al veel eerder gemaakte familie afspraak op 2 en 3 oktober toch in de buurt van Diepenheim moest zijn. Ter familie-leering ende vermaeck werd toen ook de film ‘De Beentjes van Sint-Hildegard’ getoond. Wel over gelezen en gehoord, maar nog niet gezien. Waar kun je die film van cabaretier Herman Finkers trouwens beter bekijken dan in zijn eigen regio Twente. Een aanrader trouwens, die Beentjes enz. Een prachtige mix van humor, tragiek en levenswijsheid.

Ik leerde er twee dingen van. Eén: met die beentjes worden de botten van Sint Hildegard von Bingen bedoeld die bewaard worden in een gouden reliekschrijn in de kerk van Eibingen (Duitsland).

de reliekschrijn met beenderen van Hildegard von Bingen
Hildegard noteert haar visioen op een wastablet en een secretaris neemt dit over op perkament

Twee: maar natuurlijk, dat was de non van de tekst die me inspireerde! Een absoluut bijzondere vrouw, die Hildegard. Geboren in een adellijke familie, behept met het krijgen van visioenen, stichtster van  twee eigen kloosters voor vrouwen, componiste, schrijfster over theologie, natuur, kosmologie en geneeskunde, corresponderend met allerlei hoge gezagsdragers en daarbij lekker recalcitrant. Hoezo zouden vrouwen geen homo universalis kunnen zijn?

En nu de pointe van dit verhaal. Weet je welke werken van mij de eerste waren die bij de opening op 4 oktober werden verkocht aan twee verschillende kopers? Die twee gebaseerd op haar tekst.

met de koper van een van de twee ‘Hildegard’ werken op de foto bij de opening

Waarvan ik nu ook weer weet dat die begint met “als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein. Dat brengt een zinnelijke verrukking teweeg …..  “. Enzovoorts. Niet slecht toch, voor een non? Tot in het nieuwe jaar, tot volgende week.

TOOS

De kunstzinnige keerzijden van corona


Daar sta ik zomaar met mijn naam en bovenstaande atelierfoto tussen wereldwijd bekende kunstenaars als Ai Wei Wei, Paul McCarthy, Andres Serrano en David Lynch. En staat er ook zomaar een video met mijn Venetië-schilderijen op YouTube. Waardoor? Gewoon,door dat Covid-19 pluizebolletje.

Riva, één van mijn ‘Venetië-schilderijen’

’t Is natuurlijk overduidelijk dat corona ziek maakt en soms heel erg, dat corona dodelijk kan zijn en dat corona onze maatschappij ontwricht op een ongekende manier. Maar juist daardoor boort ons menselijk brein nieuwe mogelijkheden aan. Het borrelt overal van inventiviteit, oorspronkelijke ideeën en out of the box denken. Met allerlei onvoorspelbare ontwikkelingen tot gevolg. Zeker ook in de zwaar getroffen culturele sector. Of, beter gezegd, juist in de culturele sector. Als iets daar belangrijk is dan is ’t wel creativiteit. Een paar voorbeelden maakte ik de afgelopen weken zelf mee. Zoals dus dat met mijn naam in combinatie met die atelierfoto en dat met Venetië. Mijn lievelingsstad. Maar ook die van Han de Kluijver. Wie? Dat leg ik uit.

’t Begon met een onverwacht mailtje. Van die mij bekende Han de Kluijver. Niet alleen de bezitter van een ‘Toos’, maar daarnaast beroepsmatig bezig als architect en als kunstkompaan met prachtig grote glasobjecten.

glasobject van Han de Kluijver

Wat bleek uit de mail? Han was ook nog van de muziek. En die hobby had hij weer wat uitgebreider opgepakt in deze coronatijd. Hij kon nu toch niet naar Tsjechië of naar Venetië, de plekken waar hij regelmatig verkeert om zijn glasobjecten te laten gieten. Dat betekende dus meer vrije tijd! Tijd om met een aantal vrienden weer eens muziek te maken. Zo waren ze bezig met de opname van een nieuw nummer, ‘Mijn Stad’. En dat nummer wilde Han graag ondersteund zien met een video gebaseerd op mijn Venetië-schilderijen. Zo kwam dus van ’t een ’t ander met onderstaand resultaat.

Je kunt, denk ik, rustig stellen dat zonder de corona-lockdowns dit niet nu gebeurd zou zijn. Net zoals bij die atelierfoto. Ook het gevolg van een mailtje van enkele weken geleden. Maar nu van een mij geheel onbekende André Smits. Of hij van mij een foto mocht maken in mijn atelier. Met mijn rug naar hem toegekeerd. Want dat deed hij als project al sinds 2008 over de hele wereld. Beeldend kunstenaars, galeristen, museumdirecteuren en meer kunstbetrokken mensen van allerlei pluimage op die manier fotograferen in hun eigen kunstomgeving.  Op zijn site www.artistintheworld.com kon ik de resultaten bekijken.

willekeurig voorbeeld van zo’n atelierfoto in New York

En daar trof ik ze dus, die al genoemde beroemdheden. Ai Wei Wei, waar kom je hem tegenwoordig niet tegen. Paul McCarthy, die van het beruchte beeld in Rotterdam dat in de volksmond de naam Kabouter Buttplug kreeg. Andres Serrano, nogal controversieel door zijn crucifix foto’s en erotisch getinte ensceneringen. En David Lynch, regisseur van o.a. de tv-cultserie Twin Peaks maar ook beeldend kunstenaar.

foto gemaakt in 2017 op een wijndomein in Zuid Frankrijk, met een symbolische installatie van Ai Wei Wei (een Romeinse heirbaan)
Kabouter Buttplug in Rotterdam, gemaakt door Paul McCarthy
atelier van Andres Serrano, uit de serie van André Smits
voorbeeld van de kunst van David Lynch

Niet onaardig toch om daar tussen te staan? Nadat André zijn fotoshoot had gedaan, zaten we natuurlijk nog wat na te kletsen. ’t Bleek dat hij, ook al weer door al die  lockdowns, noodgedwongen tijdelijk in Zeeuws-Vlaanderen was neergestreken. In een kraakvrij pand. Even niks geen hop-hop naar overal. Nee, gewoon Zeeland en omstreken als habitat. Maar hoe kom je daar dan aan te fotograferen kunstenaars? Nou, dan blader je door het in september verschenen eindnummer van het Zeeuwse kunstblad Decreet, neemt contact op met de redacteur en verkrijgt zo emailadressen van de kunstenaars daarin. Over Decreet schreef ik al eens omdat ik er ook van mij een kunstwerk in staat. Lees en kijk hier maar.

Toos van Holstein,’ In afwachting’ (mixed media op aluminiumplaat), gepubliceerd in Decreet

Daardoor komt er nu onverwacht een aantal Zeeuwse kunstenaars, waaronder ene Toos van Holstein, voor onder de duizenden andere namen die André sinds 2008 al ‘verzamelde’. Want daar moet ik natuurlijk wel eerlijk in zijn. Ik sta dan nu wel tussen diverse beroemdheden, maar ook bij ontiegelijk veel onberoemdheden. Hoe dan ook, leuk blijft ‘t, die onverwacht positieve gevolgen van Covid-19. Zoals ook Kunstbezorgd.nl, dat initiatief van CBK Zeeland waarover ik al eerder schreef. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Reddersmonument en van toen het Veerse Meer nog het Veerse Gat was


Wat dit hierboven is? Mijn Reddersmonument in Veere. Op de hoek van Markt en Kaai. Op de muur van wat ooit het katholieke kerkje O.L. Vrouwe ter Snee was, schuin tegenover dat prachtige middeleeuwse stadhuis. Onthuld op 29 mei 2010. Een paar weken geleden was ik er weer  eens even  om te controleren of dat reddersmonument er nog steeds goed bij hangt. Dat maakte ook gelijk heel wat herinneringen los. Zoals dat het al onthuld had moeten worden op 11 januari 2008 en ook nog op een heel andere plek.

bij de ingang van de haven

Daar dus waar nu die kanonnen staan. En dan zo’n 5 meter hoog. Je begrijpt vast al dat dit een stukje recente Veerse  geschiedenis vormt in de lange historie van deze ooit zo rijke havenstad. Van toen het Veerse Gat, de directe verbinding met de Noordzee, nog lang geen afgesloten Veerse Meer was. En er op drukke dagen in de 16e en 17e eeuw tientallen handelsschepen voor anker gingen.

Schepen die bij heftige stormen op zee wel eens in nood kwamen en ook vergingen. Waarbij zeelui verdronken of op het nippertje werden gered.

Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een soort reddingswezen op gang. Met als gangmaker de in Veere geboren Frans Naerebout (1748-1818). Voorganger van de velen die zich daarna inzetten voor dat reddingswezen. Zoals bijvoorbeeld nog op 11 januari 1958 kapitein Jan Minneboo en matroos Boete Minneboo. Die met hun reddingsboot en gevaar voor eigen leven op bijna miraculeuze manier de bemanning van de zinkende sleepboot Ebro veilig aan wal wisten te krijgen. Toen al beloofde de burgemeester dat daar een eremonument voor moest komen. Niet dus.

Frans Minneboo

En dat kon Frans Minneboo, zoon van Jan, niet laten gebeuren. Dat monument, een eerbetoon aan al die redders van eeuwen her, moest en zou er komen. Het liefst exact 50 jaar na die heldendaad in 1958. De laatste trouwens. Want een paar jaar later werd het Veerse Gat afgesloten. Dat is zelfs nog bezongen door de bekende troubadour Jaap Fischer. Luister maar.

Frans Minneboo richtte dus een stichting op. De Stichting Reddersmonument Veere, de SRM Veere. Vijf  Zeeuwse kunstenaars werden geselecteerd om een ontwerp te maken voor het monument. En, kort samengevat, mijn ontwerp werd ‘t.

maquette voor mijn Reddersmonument

Vanwege de figuratief vormgegeven symboliek. Met de vervaarlijke zeebodem en het opengewerkte lichaam van de drenkeling, bijna al een lege huls. En met de reddingsboot als windvaan bovenop de dubbel gelaagde golven. Voor zowel het visueel dramatisch effect als de gelaagdheid van het redden lang geleden. Want leverde een vergaan schip niet ook heel veel aangespoelde, te jutten en te verkopen goederen op?

Waar dit geheel moest komen wist ik gelijk. Op de kop van de haven waar vroeger al die schepen in en uit voeren. Recht tegenover de stoere 15e eeuwse Campveerse Toren, ooit onderdeel van de Veerse stadsmuur. Zo ongeveer moest ’t er ongeveer uit komen te zien.

gezien vanaf de hoek van Kaai en Markt

Maar toen kwamen de nimby’s in opstand. De lui van ‘ik ben wel voor, maar not in my back yard‘, niet in mijn achtertuin. Of eigenlijk dus nimfy’s. Not in my front yard, niet in mijn voortuin. Want, zoals dat werd verwoord in hun bezwaarschriften, ‘het past niet in onze vestingstad en bovendien zou bij plaatsing op de beschermde stadswallen het aloude silhouet van de stad worden aangetast’. Een heel curieus argument trouwens, dat van het silhouet. Want exact op de plaats waar het reddersmonument zou komen, stond eeuwen geleden een andere toren van de vestingwal. Zoals deze oude gravure van Veere laat zien. Maar ja, historisch besef is een rekbaar begrip.

links de gravure, rechts een uitsnede ervan, met links die toren tegenover de Campveerse Toren

Die toren schijnt ooit bij een zeer lage waterstand de haven in te zijn gegleden en is nooit meer opgebouwd. De tegenstanders liepen zelfs in de zomer op de Kaai toeristen te ronselen om hun bezwaar mee te ondertekenen. Ik heb me destijds ver gehouden van al dat gedoe, dat was aan de SRM Veere. Met pijn in het hart natuurlijk. Maar ik had van insiders wel begrepen dat Veere een politiek wespennest was en er mogelijk ook nog andere,meer persoonlijke belangen speelden. Uiteindelijk ging de oorspronkelijke opzet dus niet door, B en W haalden bakzeil. Maar geen haar op Frans Minneboo’s hoofd die er aan dacht zich schaakmat te laten zetten. De particuliere geldgiften waren overigens ook al binnen. Dus maakte ik een nieuwe, veel kleinere opzet voor die hoek bij Markt en Kaai. ’t Was toch ook mijn eer te na dat die redders niet geëerd zouden worden.

Het resultaat? Een groot feest op 29 mei 2010. Met redder Boete Minneboo en oud-Ebro-kapitein  Jan Bruins, beiden 85, als eregasten.

onthulling door Boete Minneboo en Jaap Bruins
en ondergetekende deed natuurlijk ook nog een woordje
een shanty-koor mocht natuurlijk ook niet ontbreken

Eind goed, al goed. Met dat nog steeds prachtig hangende reddersmonument. Tot volgende week.

TOOS