Categorie archief: YouTube

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS

Middelburg één grote Façade


Met kunst kun je een stad goed op de kaart zetten. Dat is al vaak genoeg bewezen. Denk maar aan Kassel en de wereldwijd bekende Documenta. Elke 5 jaar met nu de 14de editie. De hele stad doordesemd van de modernste kunstuitingen. Of Münster, met sinds 1977 om de 10 jaar de Skulptur Projekte. Het volk stroomt weer toe voor editie 5 van de actuele stand van kunst in de openbare ruimte. En Venetië natuurlijk. In alle oneven jaren haar beroemde Biennale di Venezia. Dit jaar voor de tigstigste maal. Een moderne kunst vakantie? Geen probleem als je houdt van kilometers vreten.

Maar ’t kan ook veel dichterbij. Want in Middelburg hebben we nu eens in de 5 jaar ook zoiets. Ten minste, daar begint ’t op te lijken. In 2012 vond de eerste editie plaats van Façade. Met nu in 2017 de tweede. Onder het motto ‘Face your Freedom’. Kunst op allerlei openbare en vaak verrassende locaties. Locaties door de vijftien geselecteerde en internationaal werkende kunstenaars zelf uitgezocht  en bekunst met speciaal voor die plek gecreëerde objecten. Prima georganiseerd door het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. Overal gratis en voor niemandal  te bekijken tot begin november.  Doen, zou ik zeggen.

Via de uitgestippelde wandelroute bezoek je namelijk allerlei interessante plekken in Middelburg. Of de kunstwerken je wel of niet aanspreken is natuurlijk helemaal persoonlijk. In je smaak kun je trouwens nog wat sturing krijgen met de heel verzorgde Façade krant/brochure die voor een paar euro te koop is. Goeie foto’s, maar de begeleidende teksten? Waarom nou weer van die oeverloze kunstklets, een net woord voor conceptueel ….. (op elk stipje kan een letter worden ingevuld). Een irritant verschijnsel waar de moderne kunstwereld blijkbaar maar niet zonder kan en wil. Waarom niet een goede journalist daar iets van laten maken dat voor iedereen begrijpelijk is?

Eén van de hoogtepunten voor mij is het prachtige beeld dat Henk Visch maakte voor een klein, verdiept liggend pleintje naast de eeuwenoude Nieuwe Kerk. ’t Is net of die androgyne, bijna geheel geabstraheerde menselijke figuur er al jaren zit. As ’t effe kan gewoon nooit meer weghalen, die hoort daar! Nu ben ik al heel lang een fan van het werk van Visch dus zo verwonderlijk is mijn voorkeur ook weer niet. Levensgezel maakte ooit zelfs nog een foto van mij bij een beeld van hem voor het Brabants Museum.

Nog zo’n persoonlijke voorkeur? De koppen van Folkert de Jong van drie al heel lang dooie dominees op het pleintje bij de majestueuze Oostkerk. In de 17de eeuw gebouwd als een van de eerste echt protestante kerken in Nederland. Want kerken van voor de Reformatie waren natuurlijk per definitie Rooms.

De jeugd moest er wel even aan wennen dat hun voetbalpleintje ineens drie extra hindernissen telde die hun balbehandeling enigszins compliceerde. Daar had de organisatie niet over nagedacht. Gevolg? Scheefstaande palen voor de domineeskoppen. Maar die problemen schijnen nu te zijn opgelost. Of die koppen er daardoor zo boos en woest uitzien? Vermoedelijk niet. Zou Folkert de Jong ’t misschien niet helemaal eens zijn met de boodschap die deze drie voorgangers Smytegelt, Pottey en Teellinck destijds voorhielden aan de kerkgangers? Ook hier is ’t wel frappant dat ik al enkele jaren geleden een beeldeninstallatie  van De Jong fotografeerde op de Art Cologne, een van de bekendste kunstbeurzen van Duitsland.

Folkert de Jong op de Art Cologne

Dan nog eentje, niet omdat ik die zo geweldig vind, maar meer omdat je van te voren al voelde aankomen dat er de nodige verontwaardiging over zou ontstaan.

Toen we die auto en dat bord daar voor de eerste keer zagen staan, ruim voor de officiële opening van Façade, zeiden we al tegen elkaar ‘daar komt gedoe van’ . En ja hoor! Steekwoorden? Weggegooid belastinggeld, troep, onzin! Bij deze ‘Dystopie’ van de Berlijnse Birgit Brenner kun je dan ook eigenlijk niet zonder de bijbehorende pagina kunstklets in de brochure. Wat zou er eigenlijk gebeuren als ik mijn auto naast die andere zou parkeren? Zou ik dan een boete krijgen?

Tot slot de boze boom, ‘Face Freedom’ van Anne de Vries. Toen ik die voor ’t eerst zag, moest ik gelijk denken aan het tweede deel van de filmtrilogie van ‘In de ban van de ring’. Aan de zo prachtig vormgegeven Enten. De oeroude, gigantisch grote wandelende woudreuzen die uiteindelijk het gevecht aangaan met de slechte tovenaar Saruman omdat hij hun leefwereld vernietigt. Zou De Vries die film misschien ook hebben gezien? ’t Is maar een vraag.

nog een aantal objecten
installatie van de Belgische Berlinde de Bruyckere op een wat geheime locatie

Alle reden dus om rond te gaan wandelen in Middelburg. En waarom dan niet op Monumentendag zaterdag 9 september? Twee vliegen in één klap! Je passeert daarbij via de officiële Façaderoute ook nog mijn monumentenpand aan de Korendijk 56.

Korendijk 56, en als je goed zoekt zie je Alice en Little Cerby achter het raam op de uitkijk staan

De deur staat open, de koffie staat klaar en misschien, afhankelijk van de tijd, ook nog iets anders. Wie weet tot 9 september en anders tot volgende week.

TOOS

École de Nice en de luiheid van kunstrecensenten


MAMAC met een sculptuur van Niki de Saint Phalle ervoor

Je hebt de Haagse School, de Larense School, de goeie ouwe lagere school en in België de Latemse School. Of in Frankrijk de School van Barbizon en de École de Paris. Overal Scholen met een hoofdletter. Afgezien dan van die vertrouwde lagere school allemaal verzinsels van schrijvers over kunst. Die gedachte kwam in me op toen ik kort geleden in Nice in het MAMAC, het museum voor de moderne kunst, een overzichtsexpositie bezocht van de École de Nice.

Want ’t is natuurlijk lekker makkelijk als je een stelletje heel diverse kunstenaars die uit een bepaalde streek komen en heel soms ook nog in een overeenkomstige stijl werken allemaal in een achteraf verzonnen hokje te plaatsen. Onze chaotische wereld toch maar overzichtelijke ingedeeld in rubriekjes en tabelletjes is ten slotte wel zo prettig. Zo bestaat die School van Barbizon uit kunstenaars die voor het eerst  echt buiten gingen schilderen. In de buurt van Barbizon dus, niet al te ver van Parijs. Dat werd mogelijk door de uitvinding van de zinken tube in 1841. Eindelijk konden ze olieverf  langdurig bewaren. Een revolutionaire vinding die de kunstwereld definitief veranderde. Want zonder verftube geen impressionisten! Maar dat is een ander verhaal.

installatie van Martial Raysse op de tentoonstelling

Zo is ooit ook achteraf de École de Nice, de School van Nice, verzonnen voor een zeer diverse groep kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars die allemaal wel wat met Nice en omgeving hadden te maken. Omdat ik daar regelmatig verkeer, kan ik moeilijk om ze heen. Daar zorgt dat MAMAC wel voor. Dat is ’t aan zijn Niçoise stand natuurlijk verplicht die kunstenaars voortdurend in een mediterraan zonnetje te zetten.

Nana’s van Niki de Saint Phalle

Zelf heb ik dat al eens gedaan met Yves Klein (1928-1962) en zijn speciaal door hem ontworpen en gepatenteerde Yves Klein blauw. Ook kwam Niki de Saint Phalle (1930-2002) al wel ter sprake. Overgewaaid vanuit Amerika en door de liefde en de kunst aan de Côte d’Azur verbonden geraakt. Maar er zijn ook nog de beroemd geworden Ben (1935), Arman (1928-2005) en César (1921-1998). Naast diverse anderen die ’t niet wereldwijd hebben gemaakt. Het grootste deel ervan is trouwens al overleden. Maar sommigen van die nu ouwe knakkers schuurden al op jonge leeftijd tegen die École de Nice-groep aan  en houden zich nog steeds min of meer op de been. Dat weet ik omdat ik hun broze verschijningen nog wel eens meemaak bij vernissages van  Galerie Quadrige. De galerie waarmee ik al sinds de jaren 90 samenwerk. Maar wie hier in Nederland ooit heeft gehoord van Aloco, Monticelli of Viallat mag nu een vinger opsteken. Dat worden er vast niet veel.

Dit jaar zijn voor een aantal maanden twee verdiepingen van het MAMAC gewijd aan een overzichtstentoonstelling van de hogere en de lagere goden van de groep. Altijd is er van die hogere wel ’t nodige te zien in de vaste collectie. Maar nu heeft men de magazijnen eens heel goed doorgeplozen op meer. Interessant om te zien dat veel van die toen nog jonge kunstenaars vaak werkten met goedkoop afvalmateriaal om hun kunstdrang te kunnen uiten. Een soort recycling avant la lettre.

assemblages van diverse kunstenaars met restmateriaal

Zo begon Arman bijvoorbeeld meubels en oude muziekinstrumenten door te zagen en de losse stukken weer esthetisch met elkaar te verbinden. Dat werd zo gewaardeerd dat ’t uitgroeide tot zijn core-business.

de core-business van Arman

César had waarschijnlijk ooit in een grote pers een autowrak zien verfrommelen tot een groot metalen blok en bedacht dat dit ook kon met andere afvalmaterialen van metaal. En zie daar, César werd er bekend mee.

werk van César

Ben Vautier, maar zijn achternaam laat hij weg, zocht ’t in de jaren 60 meer in de meest maffe performances in de straten van Nice (https://vimeo.com/64392276)

Ook begon hij allerlei zelf verzonnen korte teksten op papier te zetten. En zie, nu sieren die de tramhaltes in Nice.

installatie van Ben
teksten van Ben bij de tramhaltes in Nice

En Yves Klein was behalve met zijn blauw ook al bezig met photoshoppen ver voordat de computer op onze bureaus terecht kwam.

Hoezo dus een School? Van Arman zag ik trouwens nog een installatie waarvoor hij in 1975 in New York zijn slaapkamer enigszins had verruïneerd met een bijl. Er zijn dronken popsterren onder de dope die ’t hem niet nadoen.

Best grappig, je moet ’t maar durven dat als kunst te tonen. Maar het interessante was dat ik gelijk moest denken aan onderstaande foto.

Een installatie uit 1998 van de nu wereldberoemde Engelse Tracey Emin. Ooit verkocht voor ongeveer een miljoen Engelse ponden. Duur bedje dus. Maar ja, bij de prijs inbegrepen waren wel een aantal gebruikte condooms. Toeval, die gelijkenis? Geen idee! Overigens wel een intrigerende gedachte. Tot volgende week.

TOOS

Venetiaanse sferen in Middelburg op 1 en 2 juli


Zomer in Zeeland, het hele jaar Middelburg800 (jaar stadsrechten) en daardoor komend weekeinde Voga Veneta, roeien op z’n Venetiaans in de Middelburgse grachten. Met als extraatje Venetiaanse kunst in de Abdij en in mijn atelier aan de Korendijk 56. Zeg maar eens dat ’t op Walcheren, afgezien van de branding aan de kust, niet bruist.

Maar hoe komen die Venetiaanse roeiers en hun boten in Middelburg terecht? Nou niet slim zijn en zeggen ‘met de auto natuurlijk!’. Want over water zou het inderdaad langer duren. Nee, het goede antwoord is Helen Verwijs. Toevallig ook nog mijn zakelijke accountant. Misschien herinneren lezers zich nog enkele blogafleveringen van twee jaar geleden. Toen exposeerde ik in Venetië tijdens de beroemde kunstbiënnale daar. En regelde Helen voor mij goedkoop boottransport van mijn kunst over de Venetiaanse kanalen naar de Iglesia de San Lorenzo, de expositieplek. Want Helen en man en dochter verkeren regelmatig in de Dogenstad. Voor hen geen inburgeringscursus, die hebben ze echt niet meer nodig.

in 2015 in de transportboot met Helen (rechts)

 Vandaar ook hun contact met de roeivereniging daar. Waarbij je dan niet moet denken aan de overbekende en overbetaalde toeristische  gondeliers. Je kent ze wel van de foto’s. Van die stoere Italiaanse mannen in horizontaal rood-wit of blauw-wit gestreepte shirts en zwarte broek. Achterop hun prachtig versierde en glimmend opgepoetste gondels staand met vooral Japanse, Chinese of Koreaanse toeristen als lading. En as ’t vanwege de dollars effe kan ook nog een Italiaanse aria’s voortbrengende sopraan erbij in. Nee, dan moet je denken aan de liefhebber die het fijn vindt om op de speciale Venetiaanse manier te roeien in een het meer industriële type gondel.  Het type dat eeuwenlang zorgde voor het transport van goederen in de stad. Een soort pakjesbezorger als DHL avant la lettre. Maar dan over water.

Die roeiers komen nu op initiatief van Helen in het kader van Middelburg800 met hun boten helemaal naar Middelburg. Om daar demonstraties te geven en wedstrijden te houden op zaterdag en zondag 1 en 2 juli. Juist ook als op die 1ste zondag van de maand de Middelburgse Kunst en Cultuurroute plaatsvindt. Kijk voor het hele Voga Veneta programma maar onder https://middelburg800.com/agenda/30-juni-tm-2-juli-voga-veneta .

En met hun komt ook Maurizio Molin mee. Een Venetiaans kunstenaar en ontwerper die een aantal van die stoere roeiers van vroeger en nu heeft vereeuwigd in schilderijen.

Maurizio Molin, portret van Igor
Maurizio Molin, portret van Sustin

Die komen te hangen in de kloostergangen van het Abdijcomplex aan het mooiste plein van Nederland, het Abdijplein. En ook in mijn atelier. In combinatie met mijn eigen werk. Want dat leek me interessant. Ik ben tenslotte al jaren verliefd op La Serenissima, de allerdoorluchtigste, al eeuwen de bijnaam van de lagunestad, en heb er diverse keren geëxposeerd. Daaruit zijn heel wat ‘Venetiëschilderijen’ onstaan. Kijk maar eens op mijn website bij http://www.toosvanholstein.nl/venetiemozaiek1.html  .

Toos van Holstein, La dolce far niente

Zo’n speciale eenmalige combinatie, met kunstwerken van een echte Venetiaan en van een Zeeuwse Venetiëliefhebster, vraagt natuurlijk ook om speciale openingstijden. Vandaar dat mijn atelier het hele weekeinde van 1 en 2 juli open is van 13-17 uur. En dus niet alleen op de zondag van de kunstroute.

Op naar een bruisend Venetiaans weekeinde in de 800 jaar oude stad Middelburg. Tot dan of tot volgende week.

TOOS

‘The Great Liao’ in het Drents Museum


in een graftombe op ‘The Great Liao’

Als ik van Middelburg met de auto richting Bayonne aan de Frans-Spaanse grens ga, ben ik zo’n 1150 km onderweg. Diezelfde afstand geldt ook voor Bayonne naar Gibraltar aan het zuidelijke puntje van Spanje. Als een Liao-steppekrijger op zijn paard rond het jaar 1100 van de ene kant naar de andere kant van het Liao-rijk zou rijden was hij er dan nog lang niet. Want daarvoor zou hij 4000 km moeten afleggen. Ga je vanaf Gibraltar die afstand noordwaarts, dan kom je enkele honderden kilometers noordelijk boven Oslo uit. Dit om maar even aan te geven hoe groot het Liao-rijk in zijn hoogtijdagen was.

Nog nooit gehoord van die Liao? Dan moet je spoorslags naar het Drents Museum in Assen.  Daar wordt de 10de en 11de eeuwse geschiedenis onthuld van dit door veroveringen en allianties groot geworden Oost- Aziatische imperium van de Khitan-nomaden. Op een prachtige manier.

in het geel het Liao-imperium

Dat rijk? Het kaartje hierboven zegt heel veel. Delen van Rusland en zelfs hoofdstad Peking van het huidige China vielen toen binnen de grenzen ervan. Dat er heel lang weinig over dit nomadenland  bekend was, ligt aan het feit dat de geschiedenis meestal geschreven wordt door de overwinnaar. En die overwinning lag uiteindelijk toch bij de meerderheid van de Han-Chinezen in het zuidelijk deel van het imperium. Hoogontwikkelde, beschaafde Chinezen, volgens henzelf dan wel. En dan zijn nomaden en steppekrijgers natuurlijk al heel snel weg te schrijven als minderwaardig en onontwikkeld. Dat gebeurde dus en dat bleef ook eeuwenlang het beeld van hen.

Tot zo’n 40 jaar geleden bij toeval een aantal graftombes van de Khitan werden ontdekt. Wat daaruit naar boven kwam veranderde als bij donderslag hun historie. Grafgiften van goud en zilver terwijl  de Chinezen dat toen nauwelijks gebruikten. En prachtige wandschilderingen die blijk geven van een hoogontwikkelde cultuur. Iets dat we eigenlijk ook wel hadden kunnen weten als je kijkt naar de Boeddhistische pagodes die de Liao hebben nagelaten en die nog steeds het landschap sieren. Ook geven archeologische vondsten aan dat er enorme ommuurde Liao-steden hebben bestaan.

de graftombe met nagemaakte muurschilderingen
de Witte Pagode van Qingzhou
aardewerken drakenkop als versiering van een pagode

In het Drents Museum wordt heel sterk de nadruk gelegd op de grafvondsten en op versieringen van en voorwerpen uit de pagodes. Maar hoe doe je dat met heel veel kleinere voorwerpen die in vitrines moeten liggen? Door een bijna hallucinerende, gigantisch grote vloerbedekking te leggen die de steppegrond imiteert. Met rondom doorlopende foto’s van de steppe op de wanden. Door een paar van die graftombes na te bouwen met nageschilderde de bijbehorende wandversieringen erin. Een op de normale manier, een door met oplichtende contouren ervan te werken. Ook door de totale opstelling zo neer te zetten dat je heel makkelijk je oriëntatie in de expositiezaal kwijtraakt. Echt knap gedaan. En mooi dat in Assen de geschiedenis van die paar eeuwen Liao-rijk  wordt herschreven.

deel van de grote tentoonstellingsruimte
de speciaal vormgegeven graftombe
verguld zilveren kroon uit een tombe

Een rijk dat begin 12de eeuw uit elkaar viel door onderling getwist. Maar dat vacuüm werd snel opgevuld. Want vanuit het oosten rukten de opstandige Jürchen op, een Mongoolse stam. De Jürchen? Gaat er bij de naam Gengis Khan (1162-1227) of Dzjengis Khan wellicht wel een lampje branden? Alweer een steppekrijger wiens dynastie door zeer gewelddadige veroveringen het grootste aaneengesloten imperium stichtte dat er ooit heeft bestaan. Het Mongools Keizerrijk dat zelfs doorliep tot in Oost-Europa en angst en vrees in heel Europa veroorzaakte. Tja, geschiedenis en oorlog, twee onverbrekelijk met elkaar verbonden begrippen.

gouden dodenmasker van een prinses uit een tombe
de gouden laarzen die ze aan had

Daarom miste ik eigenlijk iets bij die tentoonstelling ‘The Great Liao’. Een grote landkaart van ons Europa met daarop geprojecteerd het Liao-rijk. Ik denk dat de huidige EU en dat oude rijk elkaar dan in grootte ongeveer bedekken. Als je bedenkt dat de EU pas zo’n 50 jaar bezig is zich op vreedzame wijze te vormen en dus nog zo’n 150 jaar te gaan heeft om de twee eeuwen van de Liao vol te krijgen, zouden er dan niet allerlei interessante bespiegelingen op gang kunnen komen? Tot volgende week.

TOOS

Vergankelijkheid van zowel kunst als kunstenaar


Dat een kunstenaar vergankelijk is, dat moge duidelijk zijn. We eindigen allemaal, dus zelfs ook kunstenaars, als een stel botjes in een kist of als een hoopje as in een urn. Maar kunst vergankelijk? Nou reken maar! Dan hoef je alleen maar te denken aan ‘onze eigen’ Johannes Vermeer (1632-1675). Na de 17de eeuw helemaal weggezakt in het kunstgeheugen van de Lage Landen. Tot de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger in 1842 Vermeers ‘Gezicht op Delft’ zag in het Haagse Mauritshuis. Ja, toen hing ’t er ook al. Daarna pas begon Vermeers opmars naar zijn huidige status. Maar daar was dus wel een Fransman voor nodig.

Vermeer, Gezicht op Delft

Of denk aan, ook al weer ‘onze’, Laurens  Alma Tadema (1836-1912). Wereldberoemd in Engeland en Amerika, na zijn dood snel vergeten, een schilderij van hem rond 1950 bij de vuilnis gezet omdat ’t de koper ging om de lijst ervan, en nu laatst geëerd door een grote expositie in Leeuwarden. Met ook schilderijen die voor miljoenen weggaan op de veiling. Maar hoeveel weggezakte dooie kunstenaars zouden zo’n revival meemaken? Heel erg weinig.

Poen de Wijs

Ik kwam tot deze weemoedige overpeinzing vanwege een heel goede kunstvriend van me die een warm plekje heeft in mijn hart. Poen de Wijs (1948-2014, http://poendewijs.nl/), een paar jaar geleden veel te vroeg overleden en één van de beste realistische schilders kunstenaars van zijn generatie.

Poen de Wijs? Moet je die dan kennen? Dat zou best wel eens kunnen. Want hoevelen kennen er niet de eerste platenhoezen en affiches van die unieke muziekgroep Flairck. In 1978 in Nederland en later wereldwijd doorgebroken met LP en theatershow ‘Variaties op een Dame’. Meerdere gigantisch goed verkopende platen volgden. Met op de hoezen aquarellen van Poen. Hoe zijn werk daarop kwam? Dat is weer een ander verhaal.

hoes van “variaties op een dame” met aquarel van Poen de Wijs
meer hoezen van Flairck met werk van Poen de Wijs

Net als bij Flairck ontwikkelde Poen’s kunstcarrière zich voorspoedig. Met eerst die aquarellen, daarna olieverven en ten slotte acrylschilderijen. Aan kopers en exposities geen gebrek. Tot hij een aantal jaren geleden hoorde dat zijn levenshorizon ineens veel dichterbij lag dan vermoed. Een ernstige vorm van prostaatkanker met hooguit nog een paar jaar te gaan. Over vergankelijkheid gesproken!

Poen is toen heel intens aan de gang gegaan met zijn kunstzinnige nalatenschap. Onder andere door met filmer en fotograaf John Vijlbrief een reeks bijzonder interessante, Engelstalige iBooks te maken. Over zijn schildertechnieken,zijn tekeningen en steendrukken, zijn experimenten daarmee, zijn vindingen en zijn ideeën. Nu allemaal te koop voor een paar euro per stuk bij iTunes van Apple. Een absolute aanrader voor de schilderliefhebber! Zie hier het introductiefilmpje of https://youtu.be/JNVLYw2ozlk .

Maar hoe nu verder? Want hoe ging dat bij Vermeer? Bekend in Delft in een beperkte kring van klanten met een beperkt aantal schilderijen. Poen heeft heel wat meer werk nagelaten, vooral in Nederland. Bij ook een relatief kleine schare van particuliere bewonderaars. Hij werkte met maar een paar galerieën, zijn werk verkocht toch wel. Tegen behoorlijk hoge prijzen.

Alle Vermeer-elementen zijn dus aanwezig om Poen langzaam aan weg te laten zakken in de kunstvergetelheid. Want hoeveel kunstenaars telt de wereld tegenwoordig wel niet? En hoeveel daarvan zullen uiteindelijk eeuwige roem bereiken? Dat is natuurlijk maar voor een beperkt aantal weggelegd. Waarbij toeval ook een grote rol speelt. Staat er, zoals bij Vermeer, iemand op die een goed woordje voor je doet?

schilderij van Poen de Wijs

Daar heeft Poen de Wijs dan in ieder geval filmer John Vijlbrief voor. Die heeft zich heel gedreven ten doel gesteld Poen’s nalatenschap wijd en zijd zo groot mogelijke bekendheid te geven. Met een site, met die iBooks en ook met, zeer recent, een Nederlandstalige documentaire over Poen op YouTube: ‘De Schilder van het Realisme’ https://youtu.be/o7m9TY3cdL4. Kijken!

Verder moet een Engelstalige, van opzet andere versie de komende jaren op internationale documentairefestivals terecht komen. John wil Poen met zijn schilderijen meer op de wereldkaart zetten dan ooit het geval is geweest. En terecht. Poen was een fabuleus schilder.

In oktober komt er nog een expositie met nagelaten schilderijen en tekeningen van Poen bij galerie De Twee Pauwen in Den Haag. Voorlopig dus nog geen vergankelijkheid.

schilderij van Poen de Wijs

Ook niet voor Flairck trouwens, die groep treedt weer op in de theaters. Eigenlijk door de dood van Poen. Hij had namelijk een groep behoorlijke getalenteerde leerlingen die jarenlang wekelijks bij hem op zijn atelier kwamen. Toen zij van Poen’s naderende einde hoorden, organiseerden ze voor hem een grote, eenmalige theatervoorstelling. Met daarin artiesten waarmee hij in zijn carrière had samengewerkt. Met Mini&Maxi, Sjaak Bral, Fred Delfgauw en vele anderen. En dus ook met het uit elkaar gevallen Flairck. Laten die nu in de kleedkamer bij de voorstelling besluiten om weer samen te gaan optrekken! Goed gedaan, Poen. Tot volgende week.

TOOS