Categorie archief: YouTube

Aan de binnenkant van mijn Buitenkunst


voorbeeld van mijn Buitenkunst, Music II (tweeluik op aludibond, 160-240 cm)

Van het een komt meestal het ander. Ook in de kunst. Een waarheid natuurlijk als alle koeien samen in een megastal. Want dat ‘het ander’, de kunst op alu-dibond uit mijn ‘The 70-Series’ van 2019 was er mogelijk helemaal niet geweest als dat ‘het een’, mijn Buitenkunst, niet in 2011 was ontstaan. Als onderdeel van mijn grote expositie ‘TOOS-de ontdekkende mens’ in Fort Rammekens bij Vlissingen. Twee weken geleden schreef ik er hier al over. Met de belofte er nog op terug te komen. Want achter de voorkant van die Buitenkunst, eigenlijk dus aan de achter- of binnenkant, zitten heel veel verhalen verborgen. Met parallellen voor de huidige financiële corona-problemen.  Zoals bijvoorbeeld dat ene ‘dingetje’ volgens de leiding van het Vlissingse maritiem muZEEum. Dat moest ik toch nog even weten voordat ik ‘ja’ zou zeggen tegen hun voorstel voor die expositie.

Fort Rammekens in woestere tijden (linksboven de toegang naar Middelburg)
Fort Rammekens nu
Toos van Holstein, steendruk Renaissance, met de grote toegangspoort naar het fort

Dat ‘dingetje’? Het muZEEum zat zelf volop in de financiële problemen en had geen rooie cent beschikbaar voor die tentoonstelling. Die ook geen verkoopexpositie mocht worden. Wel konden ze mij met hun facilitaire dienst gratis bijstaan. Nogal ‘een dingetje’ dus! Maar toch wilde ik dat fort dolgraag met kunstzinnige ideeën naar mijn hand gaan zetten. En ik had geen wonderlamp zoals Aladin waarbij ik even een behulpzame geest kon oproepen. Dus hoe kwam ik aan harde euro’s? Alleen door een stichting op te zetten. Want die was persé nodig om subsidiefondsen aan te kunnen schrijven. Let wel, ’t was 2010/11, die wankele periode van omgevallen banken. Financieel verwarrende tijden zogezegd, net als nu. Maar om heel veel correspondentie van de Stichting “Expo Fort Rammekens” ontzettend kort samen te vatten, het lukte. Het VSB Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Rabobank Walcheren, het Familiefonds Hurgronje, Stichting Moerman Promotie Vlissingen, Donkigotte en De Zeeuwse Alliantie, allemaal droegen ze een financiële steen bij.

Voor steigerbouw, voor film en fotoprojectoren, voor de film ‘TOOS- the movie’ over mijn werk (zie hier), voor houtconstructies, voor het aludibond met daarop mijn Buitenkunst, voor grote vellen handgeschept papier met inlijstingsmateriaal, voor in kunststof gegoten beelden, voor bouwlampen die alles moesten uitlichten, voor ………… Nou ja, ga maar door.

bezig in het fort bij de net opgebouwde steigers
opname in het fort voor ‘TOOS-the movie’, met de stand-in voor de jonge TOOS
filmopname voor Omroep Zeeland

Maar of alles wat ik voor ogen had was gelukt zonder mijn af en toe reddende engel Jacob?

overleg met Jacob

Tja, Gouwe Ouwe wijlen Jacob. Werkend voor het muZEEum en, zoals hij dat zelf voelde, de Heer van Rammekens. Het prototype van de ruwe bolster met de blanke pit, een man wiens gezicht veel over zijn avontuurlijke leven vertelde, een man die ik in mijn hart sloot. Net zoals hij mij ook. Terwijl ik dit zit te tikken, krijg ik weer dat warme, speciale Jacobgevoel. Hij had zijn eigen werkplaats in het fort waar zijn gouden handjes alles konden maken wat ik voorstelde. En als Heer van Rammekens wist hij ook nog allerlei regels bij dat Rijksmonument blijmoedig op eigen wijze te interpreteren. Zat er ergens geen ophangmateriaal op de juiste plaats in zo’n eeuwenoude muur waar dat toch wel heel erg handig zou zijn? Spijkeren en boren mocht niet volgens die regels. ‘Wijffie’, zei Jacob dan, ‘maak je geen zorgen, ik vind wel een oplossing’. Op maandag was het fort altijd officieel gesloten. Als ik dan op de dinsdag weer kwam kijken, zaten er plotseling toch oude, roestige spijkers en haken in zo’n streng gereguleerde muur die ik er eerst echt niet had gezien. Zonder Jacob had ‘TOOS-de ontdekkende mens’ er anders uitgezien. En dat hij zich voor mij op een speciale ontvangstdag in mijn pand in Middelburg in een echt pak had gehesen? Ik haal me dat zo weer voor de geest in combinatie met dat Jacobgevoel. Maar die Gouwe Ouwe is niet meer, hij is gaan hemelen. Naar een plek met, hoop ik, speciaal voor hem een bruine stamkroeg.

foto’s van de opening en van de kunst in de diverse ruimtes van het fort

de filmzaal met ‘TOOS-the movie’

Wat nog wel is? Mijn Buitenkunst natuurlijk. Die in de jaren na 2011 diverse tuinen in Nederland is gaan opsieren. Want bestand tegen weer, wind en zon. Ik denk dat ik er de komende Kunst en Cultuurroute Middelburg op zondag 5 juli maar wat extra aandacht aan ga geven.

En wat ook nog is? Diverse films op mijn YouTube-kanaal. Zoals een video over de expositie en eentje met die basisschoolklas uit Koudekerke en hun Geheime Tekens.

de klas bezig met hun Geheime Tekens

Oh ja, en natuurlijk dit blog. Want dat is ontstaan in 2011 juist vanwege die tentoonstelling. Maar dat is weer een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Vrijetijds Kunstprofeten, Kunst als fundamentele Levensbehoefte en ‘The 70-Series and More’


expositie ‘The 70-Series and More’ in Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel, De Lier

Als ik me weer de beelden van afgelopen Hemelvaartsdag voor de geest haal, zou ik bijna gaan wensen dat ’t in het Pinksterweekeinde af en toe even lekker doorgiet. Want wie kunnen zich nou eigenlijk in deze coronatijden bij hun volle verstand als kuddes lemmingen op de boulevards en stranden willen storten? Een aantal verfrissende buien zouden dat ‘volle verstand’ dan misschien wel goed doen.  Net zoals het besef dat 1,5 meter toch echt niet zo’n  rekbaar begrip is dat je die behoorlijk kunt laten inkrimpen. Zou er nou echt niks anders te verzinnen zijn voor die vrije tijdsbesteding?

Zelf zal ik daar in het Pinksterweekeinde niet zoveel problemen mee hebben. Want juist dan gaat toch nog, na een paar maanden uitstel, mijn nieuwe editie van ‘The 70-Series and More’ echt van start. Bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier, Pastoor van Rooijplein 3. Dus mocht je nog wat vrije tijd over hebben? Van harte welkom. Maar daarover straks meer.

een paar maanden geleden toen het werk voor de expositie werd gebracht

Want over vrije tijd gesproken! De geschiedkundige schellen zijn me onlangs eindelijk van de ogen gevallen. Dankzij het nieuwe college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Mogelijk heb je er over gelezen. VVD, CDA en iets provinciaals hebben met Forum voor Democratie een nieuw college in elkaar geflanst. Gaande dat flansen deden ze een geweldige ontdekking. Namelijk dat kunst en cultuur eigenlijk niks anders voorstellen dan iets dat  wel kon  vallen onder een nieuw te benoemen gedeputeerde voor Vrije Tijd. Wel een bezuinigingsgezinde natuurlijk. Geniaal toch?

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat cultuur en kunst intrinsiek waren aan de menselijke geest. Dat ze een onmisbaar onderdeel vormen van ons mens-zijn. Maar volgens dit Brabantse college is ’t  eigenlijk allemaal alleen maar vrijetijdsgedoe. Die tienduizenden jaren oude brokstukken van wat zeer waarschijnlijk een primitieve fluit is geweest? Gewoon een stukje huisvlijt van iemand die toen al teveel vrije tijd had. Een fundamentele behoefte tot het maken en genieten van ritme en muziek? Kom op zeg! Je moet toch iets doen met die overvloed aan vrije tijd tussen jagen en verzamelen door. En die oude grotschilderingen? Waarschijnlijk meer zoiets van ‘wat zal ik vandaag eens gaan doen, oh ja, mijn grot een beetje opleuken’. En die prachtige gotische kathedralen uit de Middeleeuwen? Een uit de hand gelopen vrijetijdshobby natuurlijk. Of Rembrandt? Een typische zondagsschilder. Vergeet trouwens Vincent van Gogh niet. Dankzij de financiële steun van zijn broer Theo had ie natuurlijk veel te veel vrije tijd. Kon ie gelijk lekker een beetje kwasten. Dat ik nou FvD, VVD, CDA en dat iets provinciaals nodig had om dat te ontdekken! Zo zie je maar, als mens en als kunstenaar ben je nooit te oud is om nog wat  te leren van zo’n groep diepe doordenkers. Nu weet ik ten minste weer waar ik als kunstenaar sta in deze maatschappij.

in de galerie

Maar goed, terug naar De Lier (https://www.vellekoopkunsthandel.nl/ ). De opening van mijn ‘The 70-Series and More’ stond gepland op 21 maart. In mijn blog van 12 maart schreef ik daarover. Maar ja, corona. Galerie eigenaar Piet Vellekoop had er zelfs al een film over laten maken die vertoond werd op de WOS, de regionale omroep van het Westland.

filmopname

Dat had natuurlijk niet meer zoveel zin bij een feitelijk gesloten galerie. Piet en ik besloten toen alles maar te laten hangen tot we een duidelijker kijk kregen op de loop der gebeurtenissen. Nu de corona-mist wat aan het optrekken is, wisten we het. De officiële vernissage gaat plaatsvinden in het Pinksterweekeinde. Ooit daalde volgens het Nieuwe Testament met Pinksteren de Heilige Geest neer. Mocht nu, naast af en toe die al genoemde plensbui van hierboven, de kunstgeest dat ook gaan doen over ons als vrije-tijds-mens, dan zou ik dat helemaal niet erg vinden. De expositie hangt, al zeg ik ’t zelf, prachtig. Die anderhalve meter zal geen probleem zijn. En die film draait alweer op de WOS. Net zoals trouwens hieronder via een link met mijn YouTube-kanaal.

overleg met Piet over de inrichting van de expositie

Op mijn Facebook en Instagram pagina’s heb ik de laatste maanden ook de nodige aandacht gegeven aan de 70 kunstwerken uit mijn ‘The 70-Series’. Met als gevolg dat er nu ook al werken op heel andere adressen hangen. Maar 70 moest natuurlijk wel 70 blijven. Kom maar tellen .

De expositie loopt voorlopig van zaterdag 30 mei tot zondag  14 juni elke dag van 1 tot 5 uur. Zelf ben ik op Pinksterzondag en maandag aanwezig. Om bijvoorbeeld kopers van mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’ te plezieren met een opdracht erin. Maar ook om het glas te heffen op een goede afloop van alle corona-misère. Tot volgende week.

TOOS

Kunstinitiatieven contra de corona crisis


We leven op dit moment toch maar in bizarre tijden! Want stel nou dat je na een aantal alcoholrijke Brabantse of Limburgse carnavalsdagen eind februari had gehallucineerd dat half mei kapperszaken met wel of niet met mondkapjes bekapte kappers zouden worden overstroomd door langharig tuig. Dan was de kans op een aantal dagen thuisquarantaine beslist groot geweest. Zelf kan ik er trouwens weken over dubben of ik nou wel of niet naar de kapper zal gaan. Dus in deze situatie nog een paar weken langer twijfelen? Voor mij geen probleem.

bezig in mijn atelier, met mijn uitgegroeide haardos

Of stel dat je eind februari na je gebruikelijke skivakantie in Noord-Italië een bezoekje aan je nagelstudio nog maar even liet zitten. Oeps, kardinale fout! Nu blijkt uit de met afspraken vol stromende agenda’s dat in onze welvaartswereld de nagelstudio een eerste levensbehoefte vormt voor velen. Onze grootouders zouden wel heel erg magisch realistisch hebben moeten kunnen dromen om zich dat voor te kunnen stellen. Ik trouwens ook. Want mijn nagels zijn onderdeel van mijn schildersgereedschap. Er lekker mee krassen in de verf of zelfs verf ermee wegkrabben, ik hoef er echt geen kleurpatroontjes op te laten smeren. En het schilderslinnen manicuurt ze vanzelf.

hier is mijn duimnagel er goed voor

Maar de laatste paar weken gebeurt dat toch iets minder. In feite is dat de dikke schuld van het CBK Zeeland, het Centrum Beeldende Kunst in Middelburg. Daar werd in april het initiatief genomen tot de website Kunstbezorgd.nl. Toen schreef ik er al over. Lees maar. Naar aanleiding daarvan startte ik met wat ik maar mijn ‘Corona Serie’ ben gaan noemen. Hieronder een kort filmpje met daarin  voorbeelden ervan. Best makkelijk, zo’n iPad Pro die dat bijna helemaal uit zichzelf even voor je uitzoekt.

Allemaal kunstwerken ter grootte van een in de brievenbus passend A4’tje. Maximaal dus 21,0 bij 29,7 cm. Want dat was één van de voorwaarden bij deze actie. Zoals ook dat je ingeschreven moest zijn als professioneel Zeeuws kunstenaar. En je moest akkoord gaan met de standaardprijs van €100 voor alle kunstwerken. Ongeacht je status als kunstenaar. Ongeacht wel of geen provinciale, landelijke of internationale bekendheid. Ongeacht het kunstcircuit waarin je verkeerde. Ongeacht lage of hoge verkoopprijzen in atelier of galerie en ongeacht het type kunstwerk. Gewoon gelijke kunstenaars, gelijke kunstkappen. Een sympathiek initiatief. Levensgezel en ik hebben daarbij onderling nog wel even over die prijs gediscussieerd. Want €100 was toch eigenlijk wel rijkelijk laag gezien de prijsopbouw van mijn kunst in de loop van mijn kunstcarrière. Maar het regionaal Zeeuwse aspect en de hele opzet gaven de doorslag. Gewoon doen. Maar dan met wat?

werkend aan een kunstwerk uit de ‘Corona Serie’

Nou, om ideeën zit ik meestal niet verlegen. Struinend door de materiaalvoorraad in mijn atelier kwam ik ineens weer die stapel lekker dunne aluminiumplaten tegen. Een aantal jaren geleden gekregen van een vriendelijke drukker. Een ideale ondergrond om op te werken. En ook zodanig groot dat ik er met een scherp mes makkelijk twee keer een A4 uit kon snijden.

Nu zijn er dus al zo’n twintig van die Corona Serie verkocht op Kunstbezorgd.nl. Ik lever de foto’s aan bij het CBK, ze worden geplaatst en binnen de kortste keren zijn ze weg. Veren zat dus in mijn achterwerk. Zittend werken gaat nauwelijks meer.

een van de verkochte mixed media werken uit de ‘Corona Serie’

Daardoor ben ik de laatste weken voornamelijk met die mixed media Corona Serie bezig en kan ik mijn nagels even wat minder manicuren aan mijn olieverven. Wat die mixed media techniek dan wel inhoudt? Tja, dat blijft lekker het geheim van deze kunstenaar. Sommige technieken houd ik gewoon binnen de muren van het atelier ‘Holstein’.

afgelopen maandagmorgen geplaatst op Kunstbezorgd.nl, een paar minuten later verkocht

Zo wellen er in Middelburg meer kunstinitiatieven op ter bestrijding van de beperkende corona omstandigheden. Want ’t is natuurlijk heel jammer dat de april en mei edities van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute niet konden doorgaan. Daarom hebben we nu de actie ‘Kunst van binnen naar buiten’. Lees op https://www.kunstroutemiddelburg.nl/ maar eens wat dat inhoudt. De stad stikt tegenwoordig zowat van de bijbehorende affiches die achter vele ramen zijn geplakt.

in de etalage van mijn atelier

Zelf doe ik er aan mee met mijn ‘BUITENKUNST/KUNST VOOR BUITEN’. Daar schrijf ik vast nog wel een keer iets over. Voor nu moet een foto maar genoeg zijn.

 

Tot volgende week.

TOOS

Gekkenwerk in een gekkenhuis


Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Kijk eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik ’t heb.

 

Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, ’t spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.

deel van de oude stad van Gubbio

Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.

overleg met Giampietro in zijn atelier

Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van ‘jede Konsequenz führt zum Teufel’.

winkel met erachter het atelier van Ceramiche Giampietro, met op de 2e etage mijn tijdelijke verblijf en op de 1e de woonetage van ‘mama’

Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die ‘ceri’ met daarop de heiligen Sant’Ubaldo, San Giorgio en Sant’Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo’n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.

aan het werk in het atelier

Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de ‘ceri’ oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is ’t hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ……. Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.

een hoek in het museum met enkele van de kruiken waarover ik hierboven schrijf

Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.

de uitreiking van dat bord op de Piazza Grande
op datzelfde plein bezig met ‘la dolce far niente’

In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de ‘Ceri’. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!

Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.

TOOS

Én een dijk van een wijf én one of the boys, Niki de Saint Phalle


Vrijdag de 13e een ongeluksdag? Hoezo! Donderdag 12 maart kom ik aan in Nice, vrijdag 13 maart loop ik daar met mijn Nicoise vrijkaart gratis het Mamac binnen, het museum voor de moderne kunst, en zaterdag 14 maart sluit dat plotsklaps voor onbepaalde tijd. Parijse corona-beslissing! Ik had dus gewoon dikke mazzel op die vrijdag de dertiende. Want ik wilde in de week dat ik in Nice zou zitten hoe dan ook absoluut beslist per se naar dat Mamac. Dat zit zo.

in het Mamac bij een werk van Niki de Saint Phalle
Niki de Saint Phalle

Als ik in Nice ben, ga ik sowieso altijd wel een keer. Voor de speciale tijdelijke tentoonstelling én zeker ook voor de zalen gereserveerd voor de ruime collectie van het museum zelf. Met meestal werk van kunstenaars uit de zogenaamde École de Nice.  Maar die zogenaamde School van Nice komt nog wel eens. Dit keer ging ik gericht voor Niki de Saint Phalle (1930-2002), een vrouwelijke kunstenaar die ik steeds meer ben gaan waarderen. En dan niet zozeer vanwege al haar kleurige, rondborstige, dijïge, reuzengrote en ook kleine Nana’s die je over de hele wereld kunt vinden. Nee, veel meer vanwege de kunst die ze maakte in aanloop naar die aaibare, vrolijke Nana’s. Kunst die ik leerde kennen juist in het Mamac. Want uit die periode waarin ze zich ontwikkelde als feministe, als een vrouw die zich niet weg liet blazen in de kunstwereld van de mannen, als iemand die duidelijk succes wilde hebben, als een dijk van een wijf dus, heeft het Mamac een grote verzameling. Honderd en negentig kunstwerken. Door Niki, Française van geboorte, in 2001 aan het museum geschonken bij een grote overzichtsexpositie van haar.

een kunstwerk uit haar schenking

Maar waarom wilde ik hoe dan ook absoluut beslist per se gaan kijken in die week in maart? Omdat ik niet lang daarvoor een grote tentoonstelling van haar werk had gezien in het Scheveningse ´Beelden aan Zee´. Een prachtig aan de boulevard gelegen en toch verscholen in de duinen gebouwd museum. Met een teleurstellende expositie. In mijn ogen dan. Want heel veel andere bezoekers vermaakten zich uitstekend met al die vrolijke Nana´s en met de gekleurde fantasiekatten, slangen en andersoortige fabeldieren. Die zelfs op carrouselachtige platforms alsmaar aan het ronddraaien waren.

een paar foto’s van de expositie in Beelden aan Zee

een oer-nana, uitgeleend door het Mamac

Juist dat irriteerde me. Net zoals het feit dat ’t vooral om die welbekende Nana´s draaide, letterlijk dus, en veel te weinig over de aangrijpende, intrigerende kunst die ze eerder maakte. Zoals de oer-nana’s en haar schietschilderijen uit de jaren 60/70 waar juist in het Mamac de nadruk op ligt. Zonder kermistoestanden er omheen. Kunst ook met een achtergrond.

in de Niki de Saint Phalle zaal van het Mamac

Geboren in Frankrijk, opgegroeid in de USA, als kind misbruikt door haar vader, van een katholieke school weggestuurd, een paar jaar in een meisjesinternaat, daar het feminisme ontdekt, fotomodel, op 19-jarige leeftijd getrouwd, twee kinderen, naar Frankrijk om daar al snel te scheiden waarbij de kinderen aan de vader worden toegewezen, zonder opleiding met kunst begonnen en juist in de kunstwereld je levenspartner, de opkomende ster Jean Tinguely, tegengekomen. Zoiets vormt natuurlijk je karakter. Ze werd daardoor ook, zoals ik dat interpreteer, one of the boys. Kijk alleen maar naar onderstaande foto’s. Gemaakt toen ze meedeed met een expositie in het Amsterdamse Stedelijk Museum, nog onder leiding van de legendarische directeur Sandberg. Die beelden spreken voor zich.

in Amsterdam, met links van Niki haar levenspartner Jean Tinguely
ook in Amsterdam, met Sandberg zittend op de trap

Of haar oer-nana’s mogelijk uit dat misbruik in haar jeugd voortkomen? Zou heel goed kunnen. Maar zoiets duiden laat ik liever aan de Freuds in onze wereld over. In ieder geval zijn ze uniek.

twee van de oer-nana’s in het Mamac met rechts die uitgeleende van een foto hierboven

Net zoals haar schietschilderijen, de zogenaamde Tirs. Kijk maar eens naar dit filmpje.

Sommigen zullen ’t niks vinden, ik geniet ervan. In het Mamac hangt onderstaande. En op internet kwam ik nog een foto tegen dat ze juist op dit werk aan het schieten is.

Aaibaar zoals de latere Nana’s? Nou nee, niet direct! Dat geldt trouwens ook voor een reeks altaren die ze maakte. Misschien iets vanwege haar niet in dank afgenomen katholieke opvoeding?

zo’n altaar in Beelden aan Zee
een veel groter altaar in het Mamac, met lekker veel pistolen erop

Maar uiteindelijk stroomde door het wereldwijde succes van haar Nana’s de bankrekening zodanig over dat ze in Toscane een droom kon realiseren. Haar nu beroemde Giardino dei Tarocchi, gebaseerd op figuren van Tarotkaarten. Twintig jaar werk zit daarin. Hier vind je een uitgebreide documentaire over die tuin die ooit op NPO2 werd uitgezonden.

Ik moet er nog trouwens steeds heen, echt een lacune in mijn kunstontwikkeling. Maar wie weet lukt dat in het jaar 1 n.C. van onze nieuwe jaartelling. Het jaar 1 na Corona. Tot volgende week.

TOOS

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci


zelfportret van Leonardo da Vinci

Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt ’t gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.

Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z’n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent ‘m niet. Vandaar dan ook die toevoeging ‘beruchte’ hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo’n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.

Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.

de abdij in Tongerlo
de zaal daar met ‘Het Laatste Avondmaal’

Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo’s atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo’s eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire ‘The Search for the Last Supper’. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI

Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo’s beroemde muurschildering ‘De slag bij Anghiari’. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo’n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.

studieschets van Da Vinci voor ‘De Slag bij Anghiari’

Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z’n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.

Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo’n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.

Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.

Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.

TOOS

Was Jan van Eyck bijziend en andere afleidingen voor corona-dips


Man met rode tulband, vermoedelijk een zelfportret van Jan van Eyck, 1433

Soms zit ’t mee en soms zit ’t tegen. Was je één van die 70.000 die van te voren al een kaartje had gekocht voor de ‘once in a lifetime’ expositie in Rome over kunstenaarsgenie Rafaël (1483-1520)? Dan had je dus dikke pech. Op 4 maart geopend, drie dagen later weer dicht. Coronavirus! Had je een ticket op 13 maart of later voor de ook ‘once in a lifetime’ tentoonstelling over Jan van Eyck (1390?-1441) in Gent? Idem dito! Maar voor mij zat ’t mee. Levensgezel en ik hadden toegangsbewijzen met datum 2 maart. Voor toen de wereld, nog maar vijf weken geleden, er radicaal anders bij lag. Niks dicht, alles open. Hoe lang geleden lijkt dat al.

Ik had er naar uitgekeken, naar die tentoonstelling ‘Van Eyck, een optische revolutie’. Daarbij, ik was ’t eigenlijk ook wel moreel verplicht er heen te gaan. Want had ik niet diverse keren in de jaren 90 geëxposeerd onder het toeziend oog van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck? Nou ja, van hun standbeeld dan, op het grote marktplein van hun vermoedelijke geboorteplaats Maaseik.

Met op de hoek de prachtige Galerie Den Peroun. Dat waren schone exposities, al zeg ik ’t zelf op z’n Vlaams. Maar ja, galerieën komen en galerieën gaan terwijl kunstenaars blijven bestaan. Den Peroun is niet meer. Maar hun Maaseikse beeld en de schilderijen van de Van Eyck’s, vooral van Jan, bestaan nog steeds.

uitsnede met de aartsengel Gabriël van een van de delen van het grote veelluik Het Lam Gods

Een twintigtal werken zijn dat maar, verspreid over de hele wereld. Met voor het eerst de helft daarvan ingevlogen vanuit alle windstreken naar dat nu gesloten Museum voor Schone Kunsten in Gent. Om daar volgens schema tot 30 april getoond te worden in samenhang met acht recent gerestaureerde zijpanelen van ‘Het Lam Gods´. Het grootse, wereldberoemde veelluik dat al eeuwenlang alleen maar te zien was in de Gentse Sint Baafskathedraal. Nu kon je er bijna met je neus op gaan staan. En toen kwam die vraag bij me op. Was Jan van Eyck mogelijk bijziend­? Die vraag lijkt me best relevant als je ziet hoe ongelooflijk gedetailleerd Van Eyck op de vierkante centimeter schilderde. Even een voorbeeld.

links het grote scherm, rechts het gerestaureerde deel van Het Lam Gods

In de entreezaal van de expositie staat een metershoog scherm met daarop een deel van één van die gerestaureerde zijpanelen (middelste rij, 2e van links). Heel sterk uitvergroot dus. En die gigantische uitvergroting staat nog als een huis. Ongelooflijk!

Ik moest gelijk denken aan vriend, collega en fijnschilder Poen de Wijs. Die kon je best behoorlijk kippig noemen met zijn brillenglazen van min zeven. Als hij die bril omhoog schoof op zijn voorhoofd kon ie letterlijk met zijn neus op het doek de fijnste details schilderen. Zou dat bij Van Eyck ook hebben kunnen spelen? Maar dan rijst natuurlijk de vraag hoe ’t dan in zijn tijd met brillen zat. Geen Specsavers of EyeWish om de hoek. Vergeet ’t maar. En waarom wordt Van Eyck juist ook geroemd om zijn waarnemingsvermogen van de omgeving? Hij was de eerste in zijn tijd die gedetailleerde stadsgezichten als achtergrond voor zijn schilderijen gebruikte. Als Poen zijn sterke bijziendheidsbril niet op had, was de buitenwereld voor hem niet veel meer dan een vage brei aan beelden.

Nog een ander voorbeeldje. Van Eyck’s formidabele Annunciatie, ook hangend op de expositie. Een werk van 90 bij 34 cm.

links de Annunciatie, rechts een tip van de op de vloer hangende mantel van aartsengel Gabriël (speur maar eens daar dat stukje)

Kijk eens hoe ongelooflijk gedetailleerd en goed geschilderd zelfs zo’n klein stukje uit de mantel van de engel nog is. Dus hoe zat dat nou eigenlijk met die ogen van Van Eyck? Waren dat uitzonderlijke haviksogen of was hij stevig bijziend? En zo ja, hoe zat ’t dan met de rudimentaire brillen in zijn tijd? En hoe kon hij dan scherp zien in de verte? Zou daar ooit wetenschappelijk onderzoek naar zijn gedaan? In mijn ogen best een interessante vraag.

Ook nog even de Heilige Barbara, mijn lievelingswerk van hem. Maar 32 bij 18 cm groot!! Zelfde verhaal dus.

het paneel van de Heilige Barbara links, een detail ervan rechts

Al met al een prachtige expositie, verspreid over vele zalen met heel veel werk van tijdgenoten van Jan van Eyck. Maar helaas, dicht, dicht, dicht! En of ’t daar voor 30 april nog weer open gaat?

grote zaal met daarin een videoprojectie over Het Lam Gods
 een paar persfoto’s zonder de grote groepen bezoekers

Toch is er nog een lichtpuntje. Want op 24 september staat in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de opening gepland van ´Facing van Eyck-The Miracle of the Detail’. Daar sluit dan mooi een prachtige en heel informatieve nieuwe website bij aan http://closertovaneyck.kikirpa.be/. Met daarop alle werken van de gebroeders in een ongelooflijk hoge resolutie.

En dan nu op naar een vreemde Pasen. Zie bijvoorbeeld deze overbekende frescoschildering. Daar is iets mee.

Wat dan wel? Na Pasen de oplossing. En mocht je tijdens de Paasdagen nog wat losse uurtjes over hebben en de Hermitage, dat overweldigende museum in Sint Petersburg, nog nooit hebben gezien?

Neem dan de tijd voor deze meer dan vijf uur durende, in één take opgenomen video. Heel bijzonder! Tot volgende week.

TOOS

De Wondere Wereld van Verknoopte Levenslijnen in de Kunst


In mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’, is een aantal pagina’s gewijd aan de steendrukken die ik in de loop der jaren heb gemaakt. Zo staat op pagina 194 van dat bijna anderhalve kilo zware kunstboek een verhaal waarin Ernst Hanke een belangrijke rol speelt. De door kunstenaars alom geroemde Zwitserse meestersteendrukker met wie ik diverse keren samenwerkte om litho’s te creëren.

die p.194 in mijn boek met rechts de steendruk ‘Amparo’, gemaakt bij Ernst Hanke
het uitzicht bij het atelier van Ernst Hanke in Zwitserland

Hanke mag dan alweer een paar jaar zijn welverdiende Zwitserleven gevoel  ondergaan, toch kom ik zijn naam nog regelmatig tegen. Heel recent nog. Daarbij kwam toen plots de associatie in me op van zo’n plastic zak waarin je een aantal snoertjes bewaart. Van die absoluut noodzakelijke snoertjes waarzonder  het moderne leven niet geleefd kan worden. Bij laptop, muis, tablet, mobiel, fototoestel en dat hele scala aan bijbehorende oplaadapparaten. Je snapt vast wat ik bedoel. En als je dan zo’n snoer nodig hebt, blijkt zich in die zak geheel spontaan een nog net niet Gordiaanse knoop te hebben gevormd. Eigenlijk zoals in het echte leven diverse levenslijnen zich ook onverwacht met elkaar kunnen verknopen. Recent dus met Ernst Hanke als zo’n knooppunt. Ik ga dit even voor je ontwarren.

Levenslijn één. Toen ik levensgezel leerde kennen, maakte ik ook kennis met zijn goeie vriend en beeldend kunstenaar Poen de Wijs. Na mijn eerste, niet geheel tot tevredenheid verlopen steendrukervaringen in Nederland zei Poen ‘jij moet naar Ernst Hanke in Zwitserland, die is pas goed’. Poen werkte toen al een aantal jaren met hem samen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik naar Zwitserland. De uitkomst? Meer dan tevreden! Dus ben ik nog een paar keer terug geweest.

samen met Ernst bezig in zijn steendrukpers
met Ernst en zijn vrouw Erika bezig een drukgang van een steendruk door de pers te halen

Maar Hanke ging stoppen na jaren keihard gewerkt te hebben met vele beroemde kunstenaars. En heel droef, Poen is vijf jaar geleden veel te vroeg overleden.

Levenslijn twee. Toen ik levensgezel leerde kennen, leerde ik ook zijn goede vriend en collega Martin Impelmans kennen. En Martin was door de schuld van levensgezel heftig besmet geraakt met het kunstvirus. Dat is dan wel niet levensbedreigend en je hoeft er ook niet voor in quarantaine, maar reken maar dat het voor de rest van je leven blijft doorwoekeren. Uiteindelijk bestieren daardoor Martin en zijn vrouw Wilma nu hun expositieruimte Studio Imspa in Ridderkerk en de Stichting Grenze(n)loze Kunst. Dat ook zij Poen leerden kennen en werk van hem kochten spreekt eigenlijk voor zich.

Levenslijn drie. Na Poen’s dood  liggen jammer genoeg heel veel van zijn steendrukken lichtelijk te verstoffen. Want ooit waren steendrukken in, nu zijn ze uit. Foto’s, reproducties, zeefdrukken, giclees, goedkoop spul bij Ikea, dat heeft de overhand gekregen. En die prachtige steendruktechniek? Nu een kleine niche in de kunstwereld. Maar daar hoef je je natuurlijk niet persé bij neer te leggen. Dus is er nu in Studio Imspa de expositie ‘Poen de Wijs and Friends’.

op de tentoonstelling ‘Poen de Wijs and Friends’ bij een portret van Poen door zijn succesvolle leerling Meg den Hartog
enkele van de prachtige steendrukken van Poen op de tentoonstelling

Een expositie met als kern een aantal prachtige steendrukken van Poen zelf met daar omheen die van een aantal bevriende kunstenaars . Vanzelfsprekend van zijn vrouw Marion van Nieuwpoort, ook beeldend kunstenaar. Maar ook van de wereldberoemde magisch realist Michael Parkes. En van mij. En van Ernst Hanke zelf. Want in zijn vrije tijd leefde ook hij zich kunstzinnig uit op zijn eigen stenen en zijn eigen pers. Zo kan ik mezelf de trotse bezitter van een paar van zijn litho’s noemen.

mijn steendruk ‘Entrada’
een steendruk van Ernst Hanke zelf
een steendruk van Ernst die bij mij thuis hangt

Al die oorspronkelijk losse levenslijnen hebben zich nu dus in een expositie met elkaar verknoopt. Geen vervelende Gordiaanse maar een aangename verknoping. Met Ernst Hanke als de meesterverknoper van kunstenaars. Zoals op onderstaande foto met Poen, Ernst en mij.

Een foto gemaakt in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard in 2013. Waar Poen en Ernst toen een steendruk maakten op de gigantisch grote pers daar. Een heel korte impressie daarvan zie je op onderstaand YouTube-filmpje.

Een absolute must trouwens voor de kunstliefhebber, dat museum waar ik op diezelfde pers  ook al eens  litho’s maakte. En wie weet in de toekomst ook nog weer. Want ik blijf de steendruk trouw. Tot volgende week.

TOOS

De A(RT)poheose van de heARTseats


De apotheose nadert! Nog een paar nachtjes slapen en op vrijdag 8 november ’t is zover. De veiling van de heARTseats in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Ik heb er hier al een paar keer iets over vermeld. Maar voor alle zekerheid toch nog even in het kort waar die heARTseats mee te maken hebben.

in mijn atelier met mijn heARTseat, genaamd Reflection

Per week worden er alleen al in Nederland gemiddeld 2 à 3 kinderen geboren met de energiestofwisselingsziekte. Een vreselijke ziekte die kinderen heel erg in hun ontwikkeling beperkt waardoor de meesten veel te jong sterven . Aan de universiteit van Nijmegen heeft een arts het tot zijn levenswerk gemaakt een medicijn tegen deze ziekte te ontwikkelen. Grote farmaceutische industrieën zijn hierin totaal niet geïnteresseerd. Een zogenaamd zeldzame ziekte waaraan voor die kapitalistische bedrijven geen stuiver te verdienen valt! Daarom organiseert de Stichting Energy4All al jaren allerlei soorten acties om het razend dure proces van de medicijnontwikkeling financieel mee te ondersteunen.

zoontje Noa van organisator Mike Zeelen

Een van die acties is de heARTparade, op touw gezet door Mike Zeelen. Mike is niet alleen een bekende van mij maar ook moeder van zoontje Noa  die aan die energiestofwisselingsziekte lijdt. Zij benaderde bekende Nederlandse kunstenaars om een heel speciale, hartvormige bank te beschilderen. Een aantal jaren geleden deed ik ook al mee met haar Dogparade waarvoor ik een 1,80 meter hoge hond van kunststof beschilderde. Nu is er dus die heARTseat, een prachtig ontwerp van Johan Leemkuil. Kijk maar eens naar dit filmpje op mijn YouTube-kanaal over mijn bank.

Dertig heARTseats hebben dit jaar via allerlei kunst en lifestyle beurzen een reis door Nederland gemaakt om aandacht te krijgen voor de slotmanifestatie. Die al genoemde veiling. Zo heeft mijn bank, naast natuurlijk de andere, staan te pronken op bijvoorbeeld de Masters of LXRY, de oude Miljonairsfair, bij Art Laren en tijdens de Kunstbeurs van Noord-Brabant. Op https://www.heartparade.nl/ kun je alle dertig banken op je gemak bekijken.

Vorige week gaven mijn bank en ik nog acte de présence bij de prestigieuze Bergarde Galleries in Heerjansdam. Daar werd het nodige verteld over de Stichting Energy4All en de komende veiling. Een prima gelegenheid om samen met ontwerper Johan Leemkuil mijn bank nog eens extra in het kunstlicht te zetten.

life music bij het toelichtende filmpje in de Bergarde Galleries met nog mijn hoofd daarop zichtbaar
met ontwerper Johan Leemkuil bij mijn Reflection
in gesprek met een van de conservatrices van Bergarde Galleries

Nu op naar het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Vanaf vrijdag 19 uur begint daar aan Blokhoeve 1 de veilingmanifestatie die helemaal gratis door dat congrescentrum wordt gesponsord. Voor €40 pp, ook allemaal natuurlijk voor de heARTparade, wordt je daar geëntertaind door onder anderen Jochem van Gelder. De BN’er en tv-presentator die al jaren optreedt als ambassadeur voor Energy4All. Met het bijbehorende walking dinner in de hand kun je uitgebreid tussen alle banken doorlopen om een keus te maken voordat de veiling losbarst. Reken maar dat tegen die tijd mijn zenuwen overuren gaan draaien. Want hoeveel gaat mijn ‘Reflexion’ opbrengen? Tot volgende week.

TOOS

heARTseat


Zo zat er anderhalve week geleden nog iemand op tijdens Art Laren, de jaarlijkse openlucht kunstbeurs op De Brink aldaar .

En zo stond ik er zelf afgelopen weekeinde bij op het terrein van Galerie Sous-Terre in het Brabantse Lithoyen. Tijden de daar jaarlijks georganiseerde Kunstbeurs van Noord-Brabant. Direct al bij de ingang liep je er tegenaan. Mijn eigenste heARTseat. Die moest gewoon aan het begin vond de organisatie. Maar even verderop vond je er nog een aantal. Ook beschilderd of bekleed door bekende Nederlandse kunstenaars. Steeds in combinatie met kunstwerken van de betrokkenen.

heARTseat van Marianne Naerebout
heARTseat van Ans Markus
samen met ontwerper Johan Leemkuil bij mijn heARTseat

Hoe zat dat ook al weer met die door Johan Leemkuil ontworpen hartvormige bank? Vorig jaar kwam hij maagdelijk binnen in mijn Middelburgse atelier. Om uiteindelijk beschilderd het pand  weer te verlaten. Voor een lange promotiereis door Nederland die het prachtige heARTseat-project onder de publieke aandacht moet brengen en daarmee het goede doel dient. Ik schreef er al eens over. Mijn heARTseat, en ik ook, werden er zelfs ook nog officieel voor gefilmd. Kijk maar naar dit filmpje op mijn YouTube-kanaal   (https://youtu.be/S1QPWt88iA4) .

Al die banken moeten dus geld gaan opbrengen voor de verdere ontwikkeling van een medicijn dat aan de universiteit van Nijmegen wordt ontwikkeld. Een medicijn dat kinderen met de zogenaamde energiestofwisselingsziekte een beter leven kan gaan geven. Want nu sterven ze vaak veel te vroeg, hebben ze een grote kans geremd te worden in hun lichamelijke of geestelijke ontwikkeling en kunnen ze geen normaal leven leiden. Daarom is er de stichting Energy4All (https://energy4all.nl/ ) en is, naast heel veel andere acties, dit heARTseat-project opgezet. Door Mike Zeelen, moeder van zoontje Noa die met die ernstige ziekte is geboren.

Noa

In de tussentijd hebben de heARTseats, dus ook mijn ‘Reflection’, want zo heb ik ‘m genoemd, al aardig wat afgereisd.

voorzitter Raoul Locht van de Kunstweek en oud-minister Winnie Sorgdrager op mijn heARTseat
luxe bezoek in Amsterdam bij wat ooit de Miljonairs Fair heette en nu The Masters of Luxury
‘koninklijk’ bezoek bij mijn bank in Halsteren

En dan hebben Eindhoven, Rosmalen en Lelystad er ook nog tussendoor gezeten. Wie weet wat er allemaal nog bij gaat komen aan reisdoelen.

Uiteindelijk verzamelen alle banken zich op vrijdag 8 november in het NBC Congrescentrum van Nieuwegein. Voor de apotheose. Voor de uiteindelijke veiling! Reken maar dat ik dat jullie tegen die tijd nog wel even laat weten. Tot volgende week.

TOOS

Kunstgedoe en fakenews


zelfportret van de jonge Rembrandt, 1629

Een poosje geleden bracht ik een min of meer verplicht bezoek aan het Mauritshuis in Den Haag. Je weet wel, Rembrandt 350 jaar geleden overleden en dat moet gevierd worden. Ik schreef er al eerder over. In het Rijksmuseum was ik al geweest, maar ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ moest nog afgevinkt worden. Dat klinkt dan misschien als een moetje, maar dat is ’t beslist niet. Want het Mauritshuis is altijd de moeite waard en als ze dan ook nog eens al hun ‘eigen’ Rembrandts bij elkaar hangen,wordt ’t helemaal leuk. Dus als je kunt, gewoon gaan. Nog tot 15 september.

Waar het me nu om gaat is het iconische schilderij ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’. Rembrandts eerste grote groepsportret waarmee hij in 1632 doorbrak.

Een werk waarin je je helemaal kunt verliezen als je er aandachtig naar kijkt. Maar alleen kijken is tegenwoordig niet meer genoeg. Er moet van alles bij. Toeters, bellen, experience dit en dat, brood en spelen, apps. Vooral dat laatste is heel erg in, ook omdat de mobiele telefoon voor velen een soort lichamelijk verlengstuk is geworden. Dat heeft absoluut allerlei voordelen. Maar elk voordeel hep ze nadeel, zoals een beroemd Nederlands filosoof jaren geleden al wist. Nu is er dus ook een app waarmee je die anatomische les in het Mauritshuis driedimensionaal kunt binnentreden. Kijk maar bij dit promotiefilmpje van het Mauritshuis en sponsor Nationale Nederlanden (https://youtu.be/uYUKT6moER4 ).

still uit de video

Toen in het Mauritshuis dacht ik al ‘wat voegt dit nu eigenlijk toe?’. ’t Is leuk, maar hooguit dat, en dan? Is kijken naar het echte schilderij niet veel interessanter dan zo’n namaakgedoe? Maar ja, ik kijk natuurlijk wel als kunstenaar en het schilderij is voor mij ‘experience’ genoeg.

Die gedachte kwam opnieuw in me op toen ik een paar weken geleden het bericht las over de pratende Mona Lisa. Ook al zo’n iconisch schilderij van Leonardo da Vinci en dan nog veel wereldberoemder dan die anatomische les. Probeer er in het Louvre in Parijs maar eens bij te komen. Een aantal jaren geleden maakte ik er deze foto.

En dat gaat daar dus de hele dag zo door. Eigenlijk complete waanzin! Nu heeft een Russische expert aan de hand van één foto van de Mona Lisa haar aan de praat gekregen. Met een ingewikkeld computerprogramma dat blijkbaar gebaseerd is op AI, artificial intelligence (https://youtu.be/P2uZF-5F1wI ).

Ze praat daarin wel, maar maakt nog geen geluid. Een soort ‘talking head’  zonder stem. Gaat dit nu ook een gimmick worden in musea (sorry voor al die Engelse termen, hoe kun je nog zonder)? Ik hoop eigenlijk van niet. Maar ongetwijfeld gaan we door dit soort technieken interessante tijden tegemoet met 100% fakenews.  Gewoon één foto van president Macron en op een volstrekt betrouwbaar medium als Facebook verschijnt een video waarin hij heel natuurlijk in z’n mooiste Frans vertelt dat hij Franse wijn al jaren niet om te drinken vindt. Zoals gezegd, dat worden interessante tijden. Maar laten we in de kunst toch gewoon lekker blijven kijken. Tot volgende week.

TOOS

Alice, mijn eigen Fearless Girl


Alice bewaakt mijn pakhuis/atelier in gezelschap van haar vriendje Little Cerby

Soms vallen er zaken ineens samen op een gezamenlijk plekje. Mijn eigenste nieuwsgierige en voor de duvel niet bange kleine meisje Alice, dat bij mij wel zonder haar Wonderland kan, was nodig aan een nieuwe editie toe. Daarvoor moest ik naar Tenax. Maar dat leg ik zo wel uit.  Vlak daarvoor kreeg ik een e-mail van een vriend.  Over het beeld ‘Fearless Girl’. Dat meisje staat sinds 2017 in New York de bekende ‘Wall Street Bull’  uit te dagen vlak voor het beroemde en beruchte beursgebouw daar, Maar ze had nu blijkbaar ook in Londen een plekje gekregen. Zijn opmerking daarbij deed mij veel deugd: “Eigenlijk zou dat jouw Alice moeten zijn want die vind ik veel beter”. En wie ben ik om dat tegen te spreken. Eerst maar eens die beelden van ‘Fearless Girl’ in New York en Londen.

Fearless Girl en de Stier vlak voor de New York Stock Exchange
Fearless Girl in Londen

Een aantal jaren geleden maakte ik mijn eerste Alice. Het meisje dat onbevangen maar wel met een tikje gezonde achterdocht de wereld aanschouwt en niet van plan is om over zich heen te laten lopen. Dat ze niet voor één gat was te vangen, bleek wel toen ik haar in aluminium wilde laten gieten. In de mal bleek namelijk een klein gaatje te zitten en bij het gieten met het vloeibaar aluminium stroomde dat er net zo hard uit als dat ’t erin kwam. Met spectaculaire gevolgen! Zie onderstaand filmpje maar dat ook op mijn YouTube-kanaal staat (https://youtu.be/LxzksZxi4oY) en waarin met foto’s en video het onstaansproces van Alice wordt weergegeven.

’t Kwam overigens allemaal wel weer goed met haar.

Later kwam ik erachter dat bij het bedrijf Tenax in Veghel beelden in kunststof met allerlei kleuren werden gegoten. Een methode die aanzienlijk goedkoper was dan het gieten in brons of aluminium. Dus heb ik Alice toen maar haar stoute schoentjes uitgetrokken en voor de verandering laarsjes aangedaan. Elke vrouw wil ten slotte wel eens ander schoeisel. Bij Tenax heeft ze er toen de nodige zusjes bij gekregen. Wel telkens in een andere zogenaamde RAL-kleur. Geen zusje is hetzelfde, dat heb ik mijn eerste Alice met de hand op het hart beloofd.

Nu siert ze diverse huizen en houdt ze ook de wacht bij o.a. Galerie Peter Leen XL in Breukelen.

Alice houdt de boel in de gaten ergens in Groningen
Alice links voor het raam bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Maar vanwege de verschillende adressen waar ze nu huist, krijgt ze er af en toe weer een nieuw zusje bij. Vandaar dus mijn tocht naar Tenax. Om daar met eigenaar Ronnie van Grunsven overleg te plegen over het gieten zelf en de kleuren van Alice haar nieuwe zusjes. Want bij Tenax kunnen ze nu ook hol gieten. Waardoor Alice makkelijker draagbaar wordt als ze in een koppige bui even niet mee op reis wil naar een nieuw adres. Maar voor dat nieuwe gietproces moest wel de mal wat worden aangepast. En het uitzoeken van een nieuwe kleur jurkje luister natuurlijk ook nauwkeurig voor eigenwijze meisjes.

overleg met Ronnie over Alice
welke kleur gaan we haar geven?

Over een poosje gaan ze hun ‘nursery’ in Veghel verlaten. Waar ze dan terechtkomen? In eerste instantie in Breukelen. Bij mijn grote expositie ‘The 70-Series and More’ waarover ik al eerder berichtte. Vanaf zondag 6 oktober kan iedereen daar met hen kennismaken. Tot volgende week.

TOOS

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat ’t om een toen net uitgebracht apparaat. “Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou”. Dus in zijn ruim bemeten auto, ’t is natuurlijk wel Amerika, op naar zo’n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo’n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.

de handtekening van Hockney

Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award “Lorenzo il Magnifico”for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen.

Hockney in Florence 2003
China Diary

Dus had ik zijn ‘China Diary’ van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

 

En nu is er dan de tentoonstelling ‘Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te ‘plat’. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo’n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. ’t Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.

iPad schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn ‘echte’ schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.

Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.

Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn ‘China Diary’ waard zijn? Tot volgende week.

TOOS

Nieuwjaarswens


Een nieuw jaar met een per definitie onbekende toekomst. Een nog lege ruimte die we met z’n allen moeten gaan vullen. Met idealen, met voornemens, met gedachten, met vrienden, met gezamenlijkheid. Waarbij dat laatste onontbeerlijk is om een samenleving als de onze op een goeie manier draaiende te houden. Een nog lege ruimte met daarbij een poort om te gaan ontdekken wat er aan de andere kant op ons wacht. Vrede, onvrede, blijdschap, verdriet, vriendschap, liefde? Zoals gezegd, de toekomst is per definitie onbekend.

Maar één ding is wel zeker. Namelijk dat ik, samen met levensgezel, ieder een mooi en vanzelfsprekend kunstig 2019 toewens met veel inspiratie, gezondheid, vriendschap en liefde.

TOOS

PS De TOOS-doodle die hierbij als illustratie dient, heb ik gemaakt op mijn iPad. Hoe dat werkt? Op mijn YouTube kanaal staat een filmpje hierover. Kijk maar eens bij https://youtu.be/6p-vqugh4L8 of klik gelijk op onderstaand video.

Mijn heARTseat voor de heARTparade


Op welk kunstvoorwerp die handtekening van mij op bovenstaande foto staat?

Een aantal maanden geleden alweer schreef ik over de heARTparade van de stichting Energy4All. Een actie waarbij kunstenaars voor een heel goed doel een hartvormige bank, de heARTseat, beschilderen.

Enkele jaren geleden deed ik al mee aan de DOGPARADE door een 1,80 meter hoge hond te beschilderen. Om bij dierenliefhebbers een mogelijk misverstand weg te nemen, hij was wel van kunststof. Doel van die DOGPARADE? Met tentoonstellingen en een grote veiling geld genereren voor een te ontwikkelen medicijn voor kinderen die aan de energiestofwisselingsziekte lijden. Het vaak veel te korte leven van die kinderen wordt namelijk helemaal beheerst door die ziekte. En niet alleen het leven van die kinderen. Ook dat van ouders en eventuele broertjes en zusjes. Maar aan de universiteit in Nijmegen is gelukkig een medicijn in ontwikkeling. Een ontwikkeling die heel veel geld kost. Vandaar dus die stichting Energy4All en allerlei acties. Zoals nu de heARTparade.

de collectie nog wit gespoten heARTseats bij de leverancier
mijn heARTseat in beschilderde toestand

Het exemplaar van bovenstaande verzameling witte banken dat eind vorig jaar bij mij binnen werd gebracht, heeft in beschilderde staat een poos geleden mijn atelier al weer verlaten. Maar voordat dit gebeurde, kwam professioneel cameraman Jaap van Willigen in de maand maart opnamen maken van het schilderproces en een interview met mij houden. De film die hij daarvan monteerde, is sinds kort klaar en nu te zien op Vimeo. De professionele tegenhanger van YouTube waar alleen kwaliteitsvideo’s worden toegelaten. Een heel leuke video. Vind ik zelf ten minste. Maar of ik daarbij geheel objectief ben? Oordeel zelf maar (https://vimeo.com/294111095 ).

Zo heeft Jaap, als vrijwilliger van de stichting Energy4All, er een aantal gemaakt bij diverse deelnemende kunstenaars. Kijk maar eens op  https://www.heartparade.nl/heartseats.

De nu aangeleverde heARTseats zijn onlangs allemaal met een stevig beschermende, doorzichtige laklaag bespoten en klaar om een rondreizend bestaan te gaan leiden. Zo ook mijn bank.

mijn met een beschermende, doorzichtige laklaag bespoten heARTseat in volle glorie

Ze gaan op allerlei plekken geëxposeerd worden. Logisch dus dat zo’n kunstwerk goed beschermd moet worden.  Ook natuurlijk omdat die hartvormige bank mee bedoeld is om op te zitten. Met een geliefde bijvoorbeeld.

Uiteindelijk komt er in de loop van 2019 een grote veiling waar de heARTseats geld moeten gaan opbrengen voor die medicijnontwikkeling. Dit verhaal zal dus ongetwijfeld vervolgd worden. Tot volgende week.

TOOS

Over fonteinen, de Oortwolk en de Heilige Martinus


één van de elf nieuwe fonteinen in Friesland

Een wat warrige titel? Klopt! En dat zit zo. Ruim een maand geleden, oftewel zo’n vijf blogs terug, verkeerde ik in onze Europese Culturele Hoofdstad van 2018. Leeuwarden dus. Om er de Reuzen-manifestatie uit Frankrijk te aanschouwen. De reis erheen verliep via de Afsluitdijk en tussenstops inHarlingen en Franeker. Twee van die bekende Elf Friese Steden. Maar waarom die tussenstops? De verklaring zit ‘m in fonteinen.

Kijk, die winterse Elfstedentocht kunnen we vanwege de warmere toekomst waarschijnlijk wel op onze buik schrijven, maar die steden willen natuurlijk toch wel een beetje in de toeristische running blijven. En vrijwilligers om die hele tocht elk jaar op heroïsche wijze zwemmend af te leggen zullen na Maarten van der Weijden waarschijnlijk dun gezaaid zijn. Maar daar hebben ze in Friesland iets op gevonden. Een Elffonteinentocht. In het kader van dat culturele hoofdstad zijn van Leeuwarden mochten de andere steden en stadjes ook meedoen. Ze kregen elk een fontein, ontworpen door een bekende, meestal buitenlandse kunstenaar. Over dat hele proces zijn op NPO zelfs drie documentaires vertoond (nog steeds terug te zien). Heel interessant op diverse manieren. Maar dat is een ander verhaal.

de walvis-fontein in Harlingen

Voor mij was dit een reden om onderweg al vast twee van de elf te bezoeken. Eerst die, op z’n Fries, in Harns en daarna die van Frentsjer. Die van Harlingen (zie foto hierboven) vind ik echt een sof. Een heel af en toe wat magertjes spuitende walvis in de Waddenzeehaven, veel te ver weg om te belopen en nog slecht zichtbaar ook. Jammer. Maar in Franeker wachtte een verrassing.

de fontein in Franeker waarover ik de uitleg sta te lezenWant waar stond daar die fontein? Precies op de plek waar ik in het verleden wel de auto parkeerde om schilderijen uit te laden voor mijn grote exposities in de Martinikerk. Zie daar dus die Heilige Martinus uit de titel. De Romeinse soldaat die bij een stadspoort van Amiens met zijn zwaard de helft van zijn Romeinse soldatenmantel afsneed om die aan een bedelaar te geven die het stervenskoud had. Heel wat middeleeuwse kerken, ook die in Franeker, benoemden hem tot schutspatroon.
de Martinikerk in volle glorie, nog zonder de fontein

In die prachtige 14e eeuwse pseudobasiliek had ik in 1996, 2004 en 2013 grote solotentoonstellingen in samenwerking met Anita van Os van galerie De Roos van Tudor. En dan moet je toch werk kunnen uitladen. ’t Liefst vlak bij de ingang. Nu dus de plek die defontein zich heeft toegeëigend. Op het verklarende bordje las ik waardoor de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel zich voor zijn kunstwerk had laten inspireren. Namelijk door de in Franeker geboren wereldberoemde Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort (1900-1992) en zijn hypothese van de Oortwolk (klik maar hier voor meer astronomische informatie). Levensgezel, nog druk aan het fotograferen, bleek blij verrast bij mijn mededeling hierover. Goh, wat leuk, een fontein met wetenschappelijke inspiratie. En ja, met zijn natuurkundige achtergrond kende hij natuurlijk zowel Oort als de Oortwolk. Maar dat Oort in Franeker was geboren? Dat was nieuw voor hem.

Die Martinikerk heeft een dierbaar plekje in mijn hart. Vanwege die exposities en de vele uurtjes die ik er op mijn knieën doorbracht. Nee, niet om boete te doen. Maar wel om er op nog maagdelijk witte doeken delen van eeuwenoude grafstenen over te nemen met de rubbing techniek. Doek op de steen leggen en er dan met een oilstick overheen te wrijven. Zie onderstaande foto’s uit de verschillende jaren maar.

1996
2004
groot door mij beschilderd blauw zeildoek met de Heilige Christoffel (2004)
2013

Zo zie je ook gelijk mijn eigen verschillende jaargangen voorbij komen. Ik heb ’t altijd heerlijk gevonden er in de zomermaanden te kunnen werken en exposeren. Hierbij nog een paar foto’s van mijn expositie ‘Helden’ daar in 2013.

Prachtig toch, die kerk? En elke keer zo’n tienduizend bezoekers. Ook niet onaardig. Over die laatste expositie staat trouwens ook nog een filmpje op YouTube https://youtu.be/H3JmKOUojZQ. (als de video geblokkeerd blijkt deze link gebruiken)

En die resterende negen fonteinen? Die komen hier vast nog wel een keer voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Zeeuwse Zomer aan Zee


Jan Toorop, Zee en duin bij Westkapelle 1907

De zomervakanties zijn voorbij. Ten minste die van de scholen. Wat niet wil zeggen dat de drukte aan de Walcherse kust dan ook voorbij is. Nu wordt ‘t, zoals levensgezel dat uitdrukt, grijze-koppen-tijd. Een paar jaar geleden zagen we dat begin september op een zaterdag levendig geïllustreerd. Zeeland  binnenrijdend vanaf Bergen op Zoom constateerden we dat het tegemoet komend verkeer substantieel bestond uit met gezinnen gevulde campers en gezinsauto’s met fietsen en fietsjes achterop of met de bekende sleurhut er achter. En Zeeland in? Ook zoiets, maar dan met een vulling van veelal ‘grijze koppen’. Een Zeeuwse Zomer aan Zee bestrijkt tegenwoordig dan ook flink wat maanden. Was die periode begin 20ste eeuw absoluut korter en rustiger, ze was er niet echt minder zomers door. Kijk maar.

Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op het dorp Zoutelande 1912

Dit schilderij maakt deel uit van ‘Aan Zee’, een heerlijk zomerse tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum helemaal gewijd aan Walcheren. De rust die Zoutelande hier nog uitstraalt is deze stralende zomer trouwens wel anders geweest. Zou de hit ‘Zoutelande’ van het Zeeuwse Bløf hier ook een aandeel hebben gehad? ’t Is maar een vermoeden! Grappig dat in de bijbehorende video ook een soortgelijk vogelvluchtoverzicht van het dorp wordt gegevens als op het schilderij.

Maar waarom nu juist Walcheren in het Gemeentemuseum? Gewoon omdat ze er de grootste verzameling Mondriaans ter wereld bezitten. En daar willen ze af en toe natuurlijk wat mee. In dit geval in samenhang met werken van Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en dus Ferdinand Hart Nibbrig. Want al die kunstenaars kwamen rond 1910 een aantal zomers lang samen in Domburg. Destijds the place to be voor de adel en de rijken van Europa. En daardoor dus ook voor kunstenaars. Een kwestie van follow the money. Maar dat is weer een ander verhaal.

Het viertal kwam er trouwens niet alleen om te schilderen bij het beroemde Zeeuwse licht maar ook om te discussiëren en filosoferen over kunst in het algemeen in samenhang met hun eigen werk.

Jan Toorop (1858-1928), al behoorlijk beroemd tijdens zijn leven, was daarvan de aanstichter. Hij maakte de anderen enthousiast voor Domburg en omstreken en introduceerde bij hen ook het zogenaamde pointillisme. Een manier van schilderen met kleine kleurige puntjes die hij meenam vanuit zijn verblijf in Brussel waar dat weer was komen aanwaaien vanuit Parijs. Destijds het magisch en episch kunstcentrum van de wereld. Maar ook dat zijn weer andere kunstverhalen.

Jan Toorop, Zee en duinen te Domburg 1908
Jan Toorop, Dijkweg bij Westkapelle 1910
Ferdinand Hart Nibbrig, Zeeuws meisje 1914

Hart Nibbrig (1866-1915) bleef daarna zijn leven lang dat pointillisme trouw. Ook was hij zo enthousiast over Zoutelande dat hij er maar gelijk Huize Santvlught liet bouwen. Een nog steeds bestaande villa. Hij zal vast wel een paar losse familiekapitaalcenten hebben gehad want met zijn schilderen heeft ie ’t vermoedelijk

niet verdiend.

Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag uiteindelijk meer in het kubisme en de Duitse Expressionisten.

Jacoba van Heemskerk, Twee bomen 1908-1910
Jacoba van Heemskerk, Kasteel van Westhove 1913
overzicht van contributies voor het chique Badpalviljoen van Domburg

Maar ze bleef Domburg wel trouw. Niet zo moeilijk trouwens. Want haar rijke vriendin Marie Tak van Poortvliet, de eerste Nederlandse verzamelaar van moderne kunst, hoefde daar geen villa meer te laten bouwen, die bezat ze namelijk al. Villa Loverendale, een huis van zoete inval voor kunstenaars, kunstcritici en verzamelaars. Een grotendeels niet onbemiddeld gezelschap. Want ga maar na. Het boven op de duinen gelegen oude Badpaviljoen, een prachtig cultureel trefcentrum voor de toenmalige jetset, was alleen voor leden en introducees toegankelijk via een contributie van 10 gulden voor 4 maanden (zie foto). Beslist een hoop geld meer dan een eeuw geleden. Maar daarvoor had je dan ook wat met vanzelfsprekend een speciale herenzaal en aparte leesruimte voor de dames.

Badpaviljoen linksboven op het duin

En Mondriaan? Voor hem waren die Walcherse zomers en de schilderijen die hij er maakte van kerktorens en duinlandschappen vooral de opmaat naar zijn nu wereldberoemde abstractie met vlakverdeling door verticale en horizontale lijnen.

Mondriaan, Duin IV 1909
Mondriaan, Duinlandschap 1911
Mondriaan, Kerk te Domburg 1911
Mondriaan, Kerkgevel I-kerk te Domburg 1914

Hij is duidelijk de meest zoekende en vernieuwende van de vier kunstenaars, zo blijkt wel uit de expositie. Echt een aanradertje (nog tot 18 november). Je houdt er gewoon een heel blij en zomers gevoel aan over. Zie ook nog maar de officiële video van het museum.

Tot volgende week.

TOOS

MCE, Leeuwarden en het oneindige zoeken


De Reuzen hebben Europese Culturele Hoofdstad Leeuwarden al een paar weken verlaten. Een ander interessant evenement daar, een tentoonstelling in het Fries Museum, duurt echter nog wel even. Absoluut de moeite waard en vandaar dit stukje.

Fries Museum: een wat overmaatse affiche met mij rechtsmidden

Eerst even een rijtje namen: Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan. Die altijd opduikende rij als ’t gaat over Nederlandse kunstenaars die echt over de hele wereld gekend zijn. Maar stel nou dat je de vraag krijgt om er een vijfde kunstenaar aan toe te voegen. Dus ook iemand die in alle werelddelen herkenning oproept. Dan kom ik zelf direct uit op Maurits Cornelius Escher (1898-1972). Oftewel MCE, de ondertekening die je op al zijn werk vindt. Want wie kent niet die befaamde houtsneden en steendrukken van zijn realistische en toch onmogelijke bouwwerken waarin het spel met onder en boven je hersenen op zijn kop zetten? Constructies die niet kunnen maar in Eschers verwerking toch weer wel.

En wat te denken van die serie razend knappe Metamorfosen waarin verschuivende plant, dier of mensvormen heel ‘normaal’ in elkaar veranderen en verglijden?

Zou je je nu nog kunnen voorstellen dat een plafond van hem van 15 bij 15 meter met daarin insectenfiguren bij een verbouwing zonder aandacht van wie dan ook verwijderd wordt? Afgezien van één oplettende geest aan wie we ’t danken dat het nu nog bestaat? Lijkt me van niet! Toch gebeurde dat met een in 1951 door Escher gemaakt plafond voor het nieuwe Philips laboratorium in Eindhoven. Bij de opening daarvan werd zijn naam niet eens genoemd, laat staan bij die verbouwing 15 jaar later toen men er even niets mee kon.

Tientallen miljoenen Escher-posters later, die kamers over de hele wereld hebben gesierd, lijkt zoiets een onmogelijke gotspe. Best bijzonder voor iemand die ooit tegenover muzikant Graham Nash ( ja, die van de wereldberoemde groep ‘Crosby, Stills and Nash’) opmerkte dat hij eigenlijk geen kunstenaar maar een wiskundige was. Zie onderstaande trailer maar van de zeer recente documentaire ‘Escher: het oneindig zoeken’. Ik zag die vorige week in de bioscoop. Conclusie: indien mogelijk, gaan!!

Je kunt overigens ook naar Ljouwert, naar dat al genoemde Fries Museum. Voor de tentoonstelling ‘Escher op reis’. Zeg dus maar eens dat Escher niet in de belangstelling staat. Pure mazzel in feite voor Leeuwarden dat hij daar geboren is. Konden ze er als Culturele Hoofdstad toch maar mooi mee uitpakken. En dat doen ze ook.

een stiekem gemaakte foto, fotograferen op de expositie mag officieel namelijk niet
leuk om te doen: links een selfie in die bekende bol van Escher, rechts de oorspronkelijke houtsnede met daarin Escher zelf
officiële foto waarin je goed kunt zien hoe klein in feite de houtsneden van Escher in werkelijkheid zijn

Op heel informatieve en logische wijze wordt je daar door zijn leven geleidt. Via de prachtig verfijnde houtsneden die hij tijdens zijn langdurig verblijf in Italië maakte. Met de schetsen van zijn bezoek aan het Alhambra in Granada waar de abstracte Moorse herhalingsmotieven als een mokerslag bij hem binnenkwamen. En met al die bekende afbeeldingen waarmee hij in de jaren 60 uiteindelijk pas echt beroemd werd via de hippiecultuur die vanuit Californië de hele wereld overwaaide. Dol waren de hippies op zijn voor hen psychedelische afbeeldingen.

vroeg werk van Escher waarin al duidelijk is waarop hij heel veel later uitkomt
houtsnede gemaakt in Italië
schets van Escher, gemaakt in het Alhambra in 1936

Dat laatste komt in Leeuwarden jammer genoeg niet echt goed tot uiting. Maar daar is die documentaire dan weer goed voor. Expositie en film vullen elkaar in dat opzicht heel mooi aan. Zo wist ik niet dat Mick Jagger van de Stones ooit aan Escher gevraagd had een ontwerp voor een platenhoes te maken. Maar dat MCE daar door tijdgebrek geen zin in had. Hij begreep, curieus genoeg, trouwens helemaal niets van die hippietoestanden. Liever had hij contact met bètawetenschappers. Die begrepen ten minste waarmee hij bezig was in zijn zoektocht naar het weergeven van het begrip oneindigheid.

Eschers weergave van oneindigheid met een verdwijnpunt in het midden
kijkend door een grote loep naar zo’n verfijnde houtsnede

Die weigering bij Mick Jagger kon hij zich destijds financieel ook wel permitteren. In de jaren 50 zou dat wel een tikje anders zijn geweest. Door artikelen in 1951 in de Amerikaanse tijdschriften Time en Life brak hij daar wel door, maar met een verdienste van zo’n 2200 dollar bij de verkoop van 150 door Escher zelf gedrukte houtsneden in 5 jaar tijd kun je niet echt over een vetpot spreken. Vergelijk dat eens met de tienduizenden euro’s die nu voor sommige van zijn originele prenten worden neergeteld. ’t Kan verkeren. Maar het is wel terecht. Dus zullen we dat rijtje namen in het vervolg maar houden op Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan en Escher? En wil je in 4 minuten tijd nog wat meer over hem opsteken? Kijk dan eens naar de volgende BBC minidocumentaire.

Tot volgende week.

TOOS

De Duiker, het Meisje en de Hond


Op doorreis van Friesland naar huis maakte ik afgelopen zaterdag een tussenstop in Breukelen. Bij Galerie Peter Leen. En toen ik daar mijn aluminium meisje zag staan op haar trapje (foto hierboven) dacht ik ineens ‘stom, stom, zet ik mijn meisje wel op een trapje en vergeet ik zelf zo’n ding mee te nemen’. Want dat zou daar in het Noorden verrekte handig zijn geweest. Waarom? Nou, ik was vrijdag in Ljouwert. Of op z’n Nederlands, Leeuwarden. Voor de manifestatie daar met de Reuzen van het Franse straattheatergezelschap Royal de Luxe. Verkeren in grote mensenmassa’s is niet echt mijn ding, maar dit mocht ik toch niet missen. Ljouwert is ten slotte niet voor niks dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa en daar had ik tot nu toe nog niks aan gedaan. Iets waarin beslist verandering moest komen

Dus wilde ik het optreden van drie van Royal de Luxe’s gigantisch uit de kluiten gewassen marionetten, de Duiker, het Meisje en de Hond, live meemaken.

de Duiker nog in het water
het Kleine Reuzenmeisje en de Hond in ruste

Die 11 meter lange duiker zou om 11 uur vrijdagmorgen uit het water omhoog komen. Maar al tegen tienen bleken er ter plekke dichte en dikke rijen aan de waterkant te staan. Aanschuiven was het enig mogelijke in een daarna alsmaar uitgroeiende en steeds meer dichtslibbende mensenmassa. Vandaar dus in Breukelen dat veel te late idee van een trapje! Nu was ’t moeizaam om toch nog iets te kunnen zien, te fotograferen en te filmen. Daarmee vergeleken viel ’t op andere plekken langs de route in de loop van de dag dan weer mee. Hieronder vind je het resultaat van die filmerij dat nu ook op mijn YouTube kanaal staat (https://youtu.be/1aZU_knBRF4).

Ik heb er trouwens wel enkele videootjes van anderen in verwerkt. Met die bijna 100.000 bezoekers op vrijdag kon je ten slotte niet zomaar overal gaan en staan en tussendoor kruipen. Maar het was alleszins de moeite waard. De magie van zo’n mega-gebeurtenis kun je alleen maar voelen door er zelf ook te zijn. Dat is zoiets als die vibraties waar schilder Terpen Tijn, dat bekende karakter uit de Tom Poes strips, het altijd over had. “Eh … dinges!Vat je makker”. Zo’n magie die je af en toe ook overvalt bij toneelvoorstellingen, popconcerten of opera’s. Je moet er bij zijn om ’t te kunnen voelen.

het Meisje ’s morgens nog in slaap voor het station in Leeuwarden
de Duiker op stap in de stad
Lilliputters helpen de Duiker een handje

Nou, die vibraties, die magie waren volop aanwezig. Hoe al die op en rond de reuzenmarionetten heen en weer springende Lilliputters ze in beweging en tot leven brengen is echt fantastisch. Vooral hondje Xolo is daarbij heel speciaal. Nou ja, ….hondje? Kijk maar naar de scene in de video waarin Xolo en een echte hond elkaar besnuffelen. Overigens een video van een ander die dat toevallig meemaakte langs de route.

de Duiker in middagslaap

het meisje onderweg naar haar slaapplaats voor vrijdagnacht
de Hond vergezeld haar
overal een gigantische Reuzendrukte

Het heeft een lieve duit gekost om Royal de Luxe naar Leeuwarden te krijgen, zo’n 3,5 miljoen euro. Maar daarvoor heb je duidelijk ook wat. Die miljoenen zijn overigens al weer dik terug verdiend. Als je zag hoe alleen al op die vrijdag, de minst drukke van de drie Reuzendagen, de horeca draaide als een tierelierend orgel en las welke extreme prijzen werden betaald voor de laatste vrije hotelkamers, dan heeft Leeuwarden een gouden greep gedaan. En daarbij heb ik ’t nog niet eens gehad over die expositie van Escher in het Fries Museum. Want daar was ik natuurlijk ook. Daarover echter later. Tot volgende week.

TOOS

Een mooi verjaardagsfeest voor de virtueel 80-jarige Mathilde Willink


 Voor sommigen zal ’t best wel een soort ver-van-mijn-bed show zijn, dat Terneuzen in het verre Zeeuws-Vlaanderen. Voor Maria Theodora Mathilde de Doelder, de latere Mathilde Willink, was ’t dat zeker. Ondanks, of misschien dankzij, het feit dat ze er was geboren. Ze liet haar geboortestadje zo snel mogelijk achter zich nadat ze het gymnasium had afgerond. Maar voor de huidige Terneuzenaars geldt dat natuurlijk niet. Een aantal vond zelfs dat er op 7 juli maar eens een flink feest tegenaan moest worden gegooid omdat Mathilde er op die dag tachtig jaar geleden haar onstuimige levenslicht aanschouwde. Daarover schreef ik al eerder.

Afgelopen zaterdag was ’t dus zover. De grote Mathildemanifestatie ging van start.

drukte bij de officiële opening door de burgemeester in galerie Lokaal 54
het grote 3-luik dat kunstenaar Roeland van der Kleij maakte als middelpunt voor de exposities

Een paar dagen eerder moest ik met mijn aandeel daarin natuurlijk eerst nog wel door die lange Westerscheldetunnel van 6,6 km naar ‘de andere kant’. Om ’t daar te installeren en op te hangen in respectievelijk het voormalige postkantoor en galerie Lokaal 54.

voor het oude postkantoor
bezig met mijn installatie ‘Reflecting on Mathilde’
mijn 3-luik “Extravaganza’ hangt

Twee locaties zelfs meer op kruip dan op loopafstand van elkaar. Met op steenworpafstand daarvan dan nog weer het Scheldetheater. Waar in de grote foyer, na de officiële opening door de burgemeester in Lokaal 54, nog een Mathilde-monoloog werd gebracht door de Vlaamse actrice Nadia Waumans, een ballet performance plaatsvond en een modeshow rond Mathilde was te zien.

actrice Nadia Wauters als Mathilde
het ballet
een paar foto’s van de uitgebreide modeshow

Beslist vermeldenswaard vind ik zelf de twee onbekende foto’s van Mathilde die in Lokaal 54 hangen.

In feite een wereldpremière. Waarin een belangrijke rol was weggelegd voor levensgezel. Dat zit zo. Een vriend van hem, fotograaf en filmer John Vijlbrief, maakte lang, lang geleden een grote fotoreportage over  Anton Heyboer. Op zowel Heyboer’s boerderij als ook bij een opening in diens eigen galerie in Amsterdam. En wie dook daar plotsklaps op? DE society koningin van Amsterdam. In natuurlijk een van die uitdagende Fong Leng gewaden. John maakte, met toestemming van haar, een paar foto’s waarmee hij verder nooit iets deed. Tot levensgezel van het bestaan ervan vernam door John over de Mathildemanifestatie te vertellen. En nu zijn die foto’s dus voor het eerst in het openbaar te aanschouwen. Want natuurlijk wilden de organisatoren die maar wat graag hebben.

De Nieuwstraat en het Arsenaalplein bruisten dus op 7 juli onder een stralende hemel.

in gesprek met burgemeester Jan Lonink na de opening
de benedenruimte van galerie Lokaal 54
in gesprek met bezoekers bij mijn installatie

Daarbij moet ik ineens denken aan een Nederlandse speelfilm die ik eind vorig jaar zag. ‘Weg van jou’, een heel vermakelijke film die zich voor het grootste deel afspeelt in Zeeuws-Vlaanderen. De plek waar een jonge Rotterdamse carrièrevrouw nog niet dood wil worden gevonden, maar waar ze voor haar werk noodgedwongen wel terecht komt. Prachtig zoals die donkere tunnel naar Terneuzen daarin als een soort hellevaart wordt weergegeven. Om over de bewoners in die rare onderbuik van Nederland nog maar niet te spreken! Bekijk hieronder de trailer maar eens. Echt hilarisch.

Maar uiteindelijk wil ze er niet meer weg. De liefde natuurlijk. Of ik hier promotie zit te maken voor Zeeuws-Vlaanderen? Hoe kom je d’r bij!

 

Die Mathildedag zelf is nu voorbij, de exposities duren nog wel een poosje. Alle informatie daarover is te vinden op de website https://mathildefestival.nl/. Tot volgende week.

TOOS