Categorie archief: Zeeland

Asterix en Cicero, best een interessant duo!


Lang, lang geleden schreef ik op de academie een scriptie over de spotprent in de kunst. Met daarin ook stripheld Asterix verwerkt. Waarom daardoor zeer kort geleden de vraag in me opkwam ‘zou Cicero eigenlijk niet eens een rol moeten spelen in ‘Asterix ‘? Omdat ik de ook daadwerkelijk donk’re dagen rond Kerst in welverdiende rust doorbracht in Romeins/Gallische sferen.

Met het al vast afvinken van wat goede voornemens. Zoals het lezen van de Cicero- trilogie van Robert Harris en het consumeren van ‘Asterix en de Griffioen’. De nieuwste ‘Asterix’, de 39ste, net een paar maanden uit.

Natuurlijk een moetje gezien die scriptie. Net als trouwens alle voorgaande albums. Maar daarover straks meer.

Die trilogie (Imperium, Lustum, Dictator) was een voornemen veroorzaakt door levensgezel’s enthousiasme erover. En gelijk had ie! Echt monumentaal. Net zoals trouwens ook Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) een monument is uit die turbulente tijd van Caesar en de overgang van de Romeinse Republiek naar een keizerrijk.

Cicero: advocaat, consul, senator, politicus en een en al retoricus. Van wie veel toespraken bewaard zijn gebleven. Dankzij z’n secretaris/slaaf Tiro (ca. 103-4 v.Chr.), de man die ook het stenoschrift uitvond. En feitelijk ook de hoofdpersoon van de trilogie die in ik-vorm Cicero’s avontuurlijke en spannende leven beschrijft. Met alle bijbehorende hoogte en dieptepunten, tot aan de moord op Cicero toe. Want een politiek moordje? Of een veldslagje meer of minder? Hoorde er toch gewoon bij toen? Tel je zegeningen van onze democratische tijden. Zelfs bij de formatie van Rutte IV.

Tiro zou destijds zelf al een biografie van Cicero hebben geschreven, maar die is verloren gegaan. Niet echter heel veel andere geschriften. Waardoor Harris, volgens onderstaande leek,  een goed gedocumenteerd verhaal kon schrijven. Met genoeg lacunes tussen alle feiten door om die in te kunnen vullen met zijn grote inlevingsvermogen. Lezen!

Toen ik me daarna op Asterix wierp, zat ik dus nog helemaal in Caesars sferen. Maar nu in gezelschap van zijn twee eeuwige plaaggeesten Asterix en Obelix. Die hem nu zelfs al dwarszitten in het uitgestrekte en ijzig winterse Barbaricum, ver over de oostelijke grens van het Romeinse Rijk. 

Maar hoe zit dat met Asterix en die scriptie van mij? Tijdens mijn kunststudie destijds kwam ik allerlei diepzinnige beschouwingen tegen over de verbanden tussen de Franse geschiedenis, de literatuur en de spotprenten uit de Franse 19e eeuw. Spotprenten van bijvoorbeeld de bekende chroniqueur Daumier (1808-1879,)die op een heerlijke manier de Franse bourgeoisie en politiek op de hak nam, en gravures van Doré (1832-1883) die heel veel boeken illustreerde. En laten nu juist Goscinny en Uderzo,de bedenkers van Asterix en Obelix, voor hun strips rijkelijk hebben geput uit die rijke Franse erfenis! Een paar plaatjes.

Zeg maar eens dat deze prent van Daumier geen voorbeeld is geweest voor de manier waarop Romeinse soldaten in ‘Asterix’ worden weergegeven! En wat te denken van onderstaande vergelijkingen?

Een karikatuur van Louis Philippe, koning van Frankrijk in de periode 1830-48, en Gaius Delirius, gouverneur van Condatum in ‘Asterix en de Helvetiërs’.

Of vergelijk Charles-Louis-Napoléon Bonaparte, eerst president en later als Napoleon III  keizer van Frankrijk, die in 1848 nogal moeizaam op het schild wordt geheven maar eens met het plaatje van stamhoofd Heroïx (ook uit ‘Asterix en de Helvetiërs’).

En waar zou de inspiratie vandaan zijn gekomen voor het altijd laatste plaatje van de gezamenlijke schranspartij in ons dappere Gallische dorpje?

de laatste afbeelding uit Asterix en de Griffioen
detail uit een gravure van Doré (1873) als illustratie bij een boek van Rabelais over het leven van de reuzen Gargantua en Pantagruel.

Maar ook in ‘Asterix en de Griffioen’ staat weer zo’n mooie verwijzing naar het heden.

Lijkt die geograaf Ondeckjeplecjus niet heel erg op Michel Houellebecq, één van de meest omstreden Franse auteurs van de laatste decennia? Waarvan toevallig net vorige week zijn nieuwste roman ‘anéantir’ uitkwam.

Die zogenaamde Romeinse namen, zoals Ondeckjeplecjus (gewoon hardop uitspreken), vind ik altijd hilarisch. Ook nu weer.

Krakatovna, denk aan de Indonesische vulkaan Krakatau, mag er trouwens ook zijn met haar lavarode vlammende haardos. Één van de groep pré-emancipatoire,zelfstandige en krijgslustige Amazones die een grote rol spelen.

Zo zit dit nieuwe album vanzelfsprekend weer vol met allerlei (teken)grappen. Wat voorbeelden.

Het trouwe hondje Idéfix wordt gelinkt aan de bekende speelfilm ‘Dances with wolves’ door met een bende wolven op te trekken.

Een klein linker bovenhoekje in een tekening die je zelf maar moet interpreteren. Net zoals deze.

Ik heb overigens voor alle zekerheid nog uitgezocht of Cicero niet toch ergens een rolletje heeft gekregen in een van de strips. En ja hoor. In ‘Asterix en het ijzeren schild’ komt een citaat van hem voor: O tempora! O mores! Wat een tijden! Wat een zeden!  Maar voor mij mag dat best veel meer worden.

Oh ja, en deze cartoon van onze eigen, grote chroniqueur van de Nederlandse zeden, Peter van Straten (1935-2016), wil ik je toch ook niet onthouden.

Tot volgende week.

TOOS

Met ‘Fuerza’ 2022 tegemoet


Toos van Holstein, Fuerza (bronzen beeld 87 cm hoog)

Fuerza, kracht. Dat bronzen beeld van mij met die bijbehorende titel leek me een goed symbool voor deze nieuwjaarswens. Gehavend als ze is, straalt de vrouw niet alleen kracht uit maar ook moed. Naast fierheid en standvastigheid, naast doorzettingsvermogen en veerkracht.

Eigenschappen die afgelopen jaar zeker en dit komende jaar ongetwijfeld opnieuw nodig zullen zijn. Zowel individueel als maatschappelijk.

Eigenschappen ook die voor mij persoonlijk in 2021 heel goed van pas kwamen gezien onverwachte lichamelijke malheur en de daaruit voortvloeiende ingrepen. Maar ‘Fuerza’, dat ik al een aantal jaren geleden creëerde, is natuurlijk wel de kunstzinnige uiting van een levenshouding.

Ook onze maatschappij als geheel, het sociale weefsel waarin we leven, zal ‘Fuerza ‘ goed kunnen gebruiken. Economie, gezondheidszorg, saamhorigheid en nog zo wat van die zaken hebben ’t zwaar door dat rottige virus, naast nog alle individueel leed dat het veroorzaakt.

Ik hoop van harte dat je in 2022 de ‘Fuerza’, de moed en de wijsheid vindt om er met elkaar een jaar van te maken waarin we onze maatschappij, ondanks vermoedelijk nog steeds hier en daar noodzakelijke beperkingen, een stap verder brengen naar een nog weer betere toekomst.

Met andere woorden, ik wens een ieder een goed, gelukkig en gezond 2022 toe! En tot volgende week.

TOOS

Oh, Oh, Omikron en Neerlands Beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond


Van Middelburg even op en neer naar Assen? Of Enschede? Nee, toch net iets teveel van het verre. Maar als ik levensgezel vraag om beide steden in te passen in een zowel familiale, kunstzakelijke als  logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas weet ik dat ’t wel voor elkaar komt. Maar waarom Assen en Enschede? Natuurlijk vanwege ‘Viva la Frida’ in het Drents Museum en ‘Artemisia, Vrouw & Macht’ in het Rijksmuseum Twenthe.

Dat Rondje Nederland was weer eens even noodzakelijk. Er moest kunst van mij naar kopers in Bergen en Nijmegen. Ook had ik beloofd om een keer in Borne (bij Hengelo)gezellig te komen borrelen bij de enthousiaste bezitters van twee recent bij Galerie Álafran (Diepenheim)aangekochte grote Toos-schilderijen. Verder stond er al een familiebezoek in Friesland in onze agenda’s. Terwijl ook zakelijke kunstafspraken in Emmen en Nijmegen moesten worden geëffectueerd. Net zoals het brengen van flink wat werken naar de galerie van museum Musiom in Amersfoort. Voor een nieuwe solo expositie daar. Maar dat verhaal komt nog wel.

Dat alles combineren in een Tour des Pays-Bas met ook Assen en Enschede er nog bij? Geen probleem voor levensgezel.

Alles dus geregeld, zijn we via Bergen in Friesland aangeland, komen Rutte en De Jonge op nota bene zaterdagavond hun zoveelste coronaconference geven. Lockdown! Musea dicht! Vergeet Frida op maandag maar. En Artemisia op dinsdag? Mooi niet dus!

persconferentie of conference, ik weet ’t eigenlijk niet meer

Bij ‘Viva la Frida’, over schildersicoon Frida Kahlo, valt daarmee voor nu wel te leven. Die expositie loopt nog tot 27 maart. En over haar en haar grote liefde Diego Rivera zag ik deze zomer al een prachtige tentoonstelling in het Amstelveense Cobra Museum. Lees hier maar.

een beroemd zelfportret van Artemisia, 1638-39

Maar bij mijn 17e eeuwse schildersheld en dijk van een wijf Artemisia Gentileschi? Vorig jaar boorde Covid-19 mij nog een grootse expositie over haar in Londen door de neus. Zou ik voor het eerst met de Eurostar naar die stad, was alles met hotel en kaartjes voor de National Gallery geregeld, komen er quarantaineregels op dat Brexit-eiland en rijdt die trein ook niet meer. Daaraan wijdde ik vorig jaar juli al een blog.

zie ook maar dit viseo opwarmertje voor de expositie

Met Artemisia zit ’t dus niet mee. Maar ingedachtig de uitspraak van onze beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond (oh ja, en ook nog onze Beste Voetballer Ooit) ‘elk nadeel hep ze voordeel’ , houd ik op deze manier natuurlijk wel iets over om naar uit te kijken. Nu maar hopen dat als het Orakel van het Haagse Torentje begin volgend jaar nieuwe Omikron-uitspraken doet, ik het Rijksmuseum Twenthe toch nog kan bezoeken voor de sluitingsdag 23 januari van  ‘Artemisia, Vrouw & Macht’. Dan toch maar gewoon even op en neer van Middelburg naar Enschede? Een halfvol glas is ten slotte beter dan een halfleeg.

En of Assen nog wat later aan de beurt kan komen? Dat zou wel fijn zijn. Dan zou mijn glas zomaar meer dan half vol raken. Ook omdat de stad, buiten het museum, volop meedoet met Frida-uitingen, zo zag ik bij onderstaande foto’s.

muurschildering in Assen vanwege Viva la Frida
veel Frida, maar wel dicht natuurlijk

Trouwens, na al die andere afspraken wel te hebben kunnen afhandelen, met  als laatste het in etappe 4 afleveren van mijn schilderijen bij het Amersfoortse Musiom, voelde ik me in finishplaats Middelburg best wel wat moe.

mijn schilderijen aflevern voor een solo expositie in de galerie van het Musiom die hopelijk ergens in januari van start kan gaan

Hoe zou dat zijn geweest met nog die twee expositiebezoeken erbij? Best nog wel een beetje moeier, schat ik zo in. Eigenlijk dus, op z’n Cruijffiaans, nog zo’n voordeel bij een nadeel.

Nu op naar 2022. Maak er ondanks, of misschien juist dankzij de Omikronvariant een mooie, vuurwerkvrije en gedenkwaardige Oud en Nieuwjaarsviering van.  Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

Geen drieluik maar een driebord en meer wereldpremières


Koud tijdens die tien kunstdagen in een niet verwarmde ouwe koeienstal bij de goed bezochte Kunst10Daagse in het Noord-Hollandse Bergen (zie aflevering vorige week)? Hoe kom je erbij! Gewoon een beetje harden. Daardoor was  het inpakken en laden met een ritje terug van twee en een half uur naar Middelburg een zacht eitje.

nog een beeld van de voorbije K10D in Bergen

 Maar na alle succes zelfvoldaan in een makkelijke stoel neerzijgen bij de verwarming om bij te komen en op te warmen? Nee, nog even niet. Want komende zondag 7 november wacht al weer een heel speciale aflevering van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg, de KCM (https://kunstroutemiddelburg.nl/). Zoals altijd op de 1e zondag van de maand van 13-17 uur, nu met het thema Poëzie. En dat wordt niet zomaar een doorsnee zondagmiddagje. Want naast optredende dichters elders word je in mijn pakhuis/atelier (Korendijk 56) getrakteerd op twee ware wereldpremières! Rond een nieuwe poëziebundel en ‘poëtische keramiek’.

Regelmatige lezers van dit blog zal ’t niet zijn ontgaan dat ik in september/oktober een flink aantal weken in het Italiaanse Gubbio doorbracht. Een prachtige middeleeuwse keramiekstad in Umbrië. Dat valt hier na te lezen.

bezig in Gubbio

Van de daar door mij beschilderde borden en vazen ging er een flink aantal mee in de auto naar Middelburg. Goed ingepakt en voorzichtig gestapeld. Allicht, nogal breekbaar spul. Heel gevoelig voor de Italiaanse wegen die, voorzichtig uitgedrukt, niet altijd in optimale staat verkeren! Dus maakte mijn hart een gelukkig huppeltje  toen alles goed bleek te zijn overgekomen. Zelfs geen schrammetje, laat staan breuk, te bekennen. Vandaar die eerste wereldpremière. Want mijn keramiek ga ik nu zondag tonen. Voor de allereerste keer! Niemand heeft er nog een blik op mogen werpen. Behalve dan bij het bord dat ik al op de social media en in zowel mijn blog als mijn recente Nieuwsbrief toonde.

Inferno, keramiek
met ook nog een beschilderde achterkant

Inferno, geïnspireerd door de Divina Commedia van Dante. Maar die Divina is natuurlijk wel opgebouwd uit drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso (Hel, Purgatorium en Paradijs). Dus heb ik er maar gelijk een drieluik van gemaakt. Alhoewel, is driebord niet een veel origineler benaming? Hieronder het Paradiso-bord.

Maar er is veel meer. Zoals bijvoorbeeld deze eenzijdig gefotografeerde vaas.

De andere kanten? Gewoon langskomen om er een pirouette omheen te draaien. En natuurlijk de rest te bekijken. Daarover ga ik je hier niet wijzer maken.

Maar door dat thema Poëzie is er nog meer in de aanbieding. Nog een wereldpremière namelijk! Het uitkomen van de dichtbundel ‘Zeebries’ van de Middelburgse dichter Tanja Harpe.

Tanja Harpe

Hoe dat zit? Nou, zo! Ik ken Tanja al een aantal jaren en mocht in 2017 de voorkant van haar derde dichtbundel ‘Zee-Kracht’ sieren met mijn schilderij ‘Rolling over’.

de poëziebundel Zee-Kracht met mijn ‘Rolling over op de omslag

Dat de presentatie van die bundel toen ook  in mijn atelier plaatsvond? Logisch toch! Het werd destijds zo’n leuke happening dat Tanja vond dat haar vierde bundel ‘Zeebries’ ook weer in mijn atelier ten doop moest worden gehouden. Ik had totaal geen reden dat tegen te spreken.

Om 14 en 16 uur zal ze er een aantal gedichten uit voordragen en kun je Tanja ongetwijfeld een opdracht in die nieuwe bundel laten schrijven, mocht je er een aan willen schaffen. En natuurlijk wordt er een feestje omheen gebouwd.

Eigenlijk is ’t die middag een en al poëzie, zo bedacht ik me. Want vormen die door mij beschilderde keramische voorwerpen niet een soort gedichten in beelden? Ga maar na. Als je mijn olieverfschilderijen beschouwt als  romans, kun je mijn aquarellen zien als novellen en mijn tekeningen als korte verhalen.  Dus onder welke noemer valt dan mijn beschilderde keramiek? Juist ja, gedichten. ‘Poëtische keramiek’ zogezegd. Tot volgende week.

TOOS

Een Kleurrijke Ode met Eugubinese Beelden


Één beeld zegt meer dan duizend woorden. Een bekende variatie op een aan de Chinese wijsgeer Confucius, net als de Bijbel altijd goed voor een nuttig citaat, toegewezen uitspraak: ‘Iets honderdmaal horen zegt niet meer dan het eenmaal zien’.Van die uitdrukking maak ik dit keer maar even gebruik als rechtvaardiging voor een aflevering met weinig praatjes maar wel veel plaatjes. Waarom? Lees maar na al die foto’s.

In vorige afleveringen onthulde ik al dat ik een aantal weken in Gubbio verkeerde vanwege dit.

Maar ook omdat ik 2019 bij mijn eerste kennismaking, samen met levensgezel, verliefd werd. Op die stad dus. Een en al oorspronkelijkheid, die middeleeuwse kern binnen de nog gedeeltelijk staande stadsmuren.

een oude kaart van Gubbio die zo past op de nog bestaande stad

Daarbij ook nog echt levend, heel Italiaans, met oud en jong door elkaar. Nog zonder overdaad aan toerisme. Prachtig om daar tussen te zitten. Hierbij daarom een poging tot een foto-ode aan Gubbio. Met een verrekt moeilijke keus uit vele prachtige beelden. Waarbij ook Alighieri, Dante Alighieri, vanzelfsprekend als Via niet ontbreekt.

de Leugenbank op het plein is er goed voor
jong geleerd, oud gedaan

Net zo min als de middeleeuwse kerken waaraan geen gebrek is natuurlijk. Met ook nog verrassend veel bewaard gebleven fresco’s. Maar dat wordt een ander verhaal.

één van die kerken, die van San Francesco

En met vanzelfsprekend een eigen stadsheilige, San Ubaldo. Die een aantal honderden meters boven de stad in zijn eigen Basilica al eeuwen en eeuwen voor iedereen heilig ligt te zijn. Ook weer een ander verhaal. Waarin zeker en vast de Corsa dei Ceri op 15 mei een belangrijke rol gaat opeisen. Een gebeurtenis waar geen maat op staat.

het uitgedroogde lichaam van San Ubaldo als reliek

Loop gewoon maar even mee door de middeleeuwse straten met hun woonhuizen van die typerende grijzige, ruwe steen die de stad tot een unieke architectonische eenheid maakt.

Een stad waarin ik de afgelopen weken ook flink wat speciale ontmoetingen had.

dit komt vast nog wel eens ter sprake
ontmoeting met een kunstschrijver in het keramiekatelier
op de foto met de directeur van de bekende Biblioteca Spirelliana
op de foto met de burgemeester van Gubbio

Waarna ’t op één van onze stamterrassen in de zon bij een heerlijke temperatuur prima bijkomen was met een Campari-spritz. Ontmoetingen die ook weer bronnen vormen voor verhalen die nog moeten rijpen en hun vorm vinden.

Een toegiftje mag natuurlijk niet ontbreken.

dreigende luchten want heel af en toe regende ’t wel eens
bijna een Walcherse zonsondergang maar wel in een heel andere ambiance

Het beloofde ‘waarom’ van deze weinige praatjes en veel plaatjes? Ik heb me na thuiskomst direct moeten gooien op voorbereidingen voor de K10D van Bergen. Oftewel de bekende en gekende jaarlijkse, alleen vorig jaar even niet, Kunst Tiendaagse van kunstenaarsdorp Bergen in Noord Holland. Van aanstaande 22 t/m 31 oktober. Raad eens waarover de komende aflevering gaat? Tot volgende week.

TOOS

Gubbiaanse Keramiek, Italiaanse Creativiteit en de Corona QR-code


Gubbio in Umbrië (Italië)

Ben je in Italië, doe als de Italianen doen. Een paar weken geleden schreef ik over een lijk in de Ganges en dat ik toch wat moeite had met ‘When in India, do as the Indians do’. Dan is ’t met ‘When in Italy, do as the Italians do’ toch ietwat eigener. Zeker als je, zoals ik nu, al een aantal weken in keramiekstad Gubbio in Umbrië verblijft. Om, niet echt moeilijk te raden, keramiek te beschilderen.Natuurlijk moet je jezelf hier instellen op het beslist sterker ontwikkelde improvisatie dan organisatietalent bij veel Italianen. En zeker moet je ook gewoon het Italiaanse joie de vivre, het la dolce vita, omarmen. Nou, graag!

de afscheids campari-spritz op het terras van ons stamcafé in Gubbio afgelopen dinsdag

Neem bijvoorbeeld de omgang van de Italianen met hun Green Pass, onze Corona QR-code. Hoe relaxed tonen hier de vele halfgemaskerde binnenkomende restaurantbezoekers, vaak hele gezinnen,  hun mobieltje met dat vierkantje erop. Zowel in Gubbio, als op reis hierheen in Arezzo, en laatst tussendoor in Ravenna,heb ik geen wanklank meegemaakt. Niet in hotels, niet in de horeca en niet in musea. Waar je trouwens nog steeds zo’n brilbeslaander moet dragen net als in winkels en supermarkten. Alles  als vanzelfsprekend na de gigantische Covid-catastrofe van vorig jaar in Noord-Italië. Wat een gedoe dan van een aantal Nederlanders. Voor zover ik ’t hier van relativerende afstand ervaar,’do as the Italians do’. Die zich percentagegewijs ook meer hebben laten vaccineren.

in het atelier van meesterkeramist Giampietro Rampini

Maar dat terzijde. Ik ben hier ten slotte voor de keramiek. Net zoals twee jaar geleden. Toen ik hier neerstreek voor een groepstentoonstelling  in een paar prachtige eeuwenoude gewelven. Om daarvan één voor mijn rekening te nemen samen met de mij toen nog onbekende maar in Gubbio en omstreken zeer gekende keramist Giampietro Rampini. Ik werd gelijk verliefd op deze prachtige stad. Een echte middeleeuwse Italiaanse parel! Maar daarover komt nog wel een verhaal.

maar een héééél kleine selectie van al die prachtige plekken in Gubbio

Nu eerst die keramiek. Je kunt rustig stellen, een voor mij nog onbeschreven blad. Na die vier weken in 2019 en na opnieuw vier weken nu, begint dat blad zich beetje bij beetje te vullen. Eigenlijk is ’t net zoals bij het creëren van een steendruk. Daar heb ik als kunstenaar een meestersteendrukker bij nodig met een eigen atelier en drukpers, met kennis van de techniek en een in jaren opgebouwde knowhow. Voor mij is Giampietro nu de meesterkeramist. Met zijn werkruimte, zijn opslagplaats, zijn materiaalkennis en met zijn wetenschap over hoe die voorwerpen van klei schilderklaar te maken. En met zijn ovens en zijn ervaring met stookprogramma’s. Hoe langzaam of snel en tot hoe hoog moet de stooktemperatuur? In hoeveel uren moet de oven weer afkoelen. Allemaal stuurbaar met programma’s, maar dan moet je wel de juiste cijfertjes kennen en invoeren.

overleg met Giampietro
werkend aan een nieuw bord
het schoonmaken vooraf van een nieuw item
het dompelen om een witte laag te krijgen zoals de vazen op de voorgrond
altijd opnieuw spannend, hoe komt die schaal uit de oven
Is ie goed geslaagd? Yes!!

Over de te gebruiken pigmenten bij het beschilderen heb ik ’t dan nog niet eens. Want daar zit  magie achter. Nou ja, in feite natuurlijk chemie. Die kleurpigmenten zijn in eerste instantie veel fletser dan olie en waterverf, maar komen sprankelend en schitterend fel de oven uit.

Vooraf  moet je dus heel goed weten wat je opbrengt. Een soort schaken met kleur waarbij je een paar zetten vooruit moet denken en je geen fouten kunt permitteren want herstellen zit er nauwelijks in. Met hoeveel water leng ik een pigment aan om wat voor kleureffect te krijgen na het stoken?  Of hoe dik of dun breng ik ’t op om na drogen er nog in te kunnen krassen voor bepaalde visuele effecten of op te vullen met een andere kleur. Of als ik een heel dun laagje vloeistof langzaam laat absorberen in de klei, hoe wolkig is dan straks het aanzicht?

een van mijn nieuwe aanwinsten voor straks in het atelier in Middelburg tijdens de Kunst en Cultuurroute

De afgelopen weken heb ik voor mijzelf weer heel wat bijgeleerd, net zoals ook Giampietro die meer van de standaardmethode is. Gewoon omdat ik stomweg en onbevangen allerlei techniekjes en ideetjes uitprobeer, staat hij na het ovenresultaat regelmatig paf van ver en bewondering bij de bereikte effecten. Dat maakt onze samenwerking ook zo mooi. “Toos, dit is voor mij nieuw, dit heb ik nog geen andere kunstenaar zo zien doen”. Mijn probleem is dan dat ik me moet zien te herinneren hoe ik dat ook al weer heb gedaan. Want soms dompel ik me zo onder in het creatieve proces dat mijn brein dat na afloop niet meer volledig kan reconstrueren.

Hoe dan ook, as ’t effe kan volgend jaar weer! Tot volgende week.

TOOS

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt


de kunstroutevlaggen in de Bellinkstraat met aan het eind mijn pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk met vlag

Nee, dat op z’n Italiaans, ‘Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate’ staat niet boven de ingang van mijn atelier, maar is wel de laatste van de negen zinnen die boven de toegang naar de Hel staan. Volgens Alighieri, Dante Alighieri, althans. En hij kon het weten gezien het verslag van zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs in La Divina Commedia.

Wel heb ik die beroemde regels afgelopen zondag even aangehaald bij het voorlezen uit de Goddelijke Komedie. Gezeten voor de openstaande toegangsdeuren van mijn atelier tijdens de Kunst en Cultuurroute Middelburg die eindelijk weer eens kon plaatsvinden. Ik schreef er hier vorige week al over.

toehoorders terwijl ik voorlees uit de Goddelijke Komedie

En als ik de toehoorders uiteindelijk vreesvrij naar binnen had gepraat, konden ze daar onder andere een aantal van mijn ‘Dante-schilderijen’ bekijken.

Toos van Holstein, Le Purgatoire (150-110 cm)

Want zoals ik eerder al schreef, 2021 is een echt Dante-jaar. Onder de noemer ‘Dante700’. Want zeven eeuwen geleden overleed hij. Niet dat ik me nu pas door zijn grootse boek heb laten inspireren, dat is al veel eerder gebeurd. Zoals bijvoorbeeld in 2004 bij mijn speciale expositie ‘De mens op weg’ in de middeleeuwse Martinikerk van Franeker. Uit die tentoonstelling stamt ook de laatste foto van mijn blog vorige week. Met zichtbaar tussen de pilaren door ‘Paradiso’, een schilderij met mijn interpretatie van Dante’s onbereikbare geliefde Beatrice. De jong gestorven vrouw die hij pas weer in het Paradijs tegenkomt.

Toos van Holstein, Paradiso (100-90 cm)

Die tentoonstelling ‘De mens op weg’ ging trouwens niet alleen over de Divina Comedia. Nee, die ging veel breder. Het jaar 2004 was namelijk een zogenaamd Jacobusjaar, een jaar waarin Jezus’  apostel Jacobus de Meerdere door de Paus in Rome extra in het zonnetje werd gezet. Dat gebeurt altijd als 25 juli, zijn naamdag, op een zondag valt. De apostel ook die volgens de legende begraven zou liggen in het Spaanse Santiago de Compostela. Waarom daar? Tja, dat is natuurlijk weer een van die heerlijke kerkelijke sprookjes over heiligen. Hoe dan ook, in de middeleeuwen gingen daarom gigantische aantallen pelgrims op bedevaart naar Santiago. Via een zich steeds verder ontwikkelend netwerk van pelgrimswegen. De Camino, de Sintjacobs routes. Met daarlangs overal nieuwe pleisterplaatsen, herbergen, kloosters, kerken, kapellen en overnachtingsplaatsen. Eigenlijk de eerste toeristische routes in Europa met overal Airbnb’s avant la lettre. En met zelfs een speciale toeristische gids waarin al werd gewaarschuwd voor de gevaren onderweg en de oplichtingsmethoden van vuige veermannen.

het hele routestelsel van de Camino de Santiago

Die route, nu al weer jaren bezig aan een populariteitsopmars, is niet te onderschatten voor de ontwikkeling van ons continent in de middeleeuwen. Kun je je voorstellen dat er jaren waren met zo’n half miljoen pelgrims die Santiago bezochten? En dat in die tijd! Ongeveer 1% van de toenmalige bevolking! Allemaal te voet, de speciale pelgrimsstaf met de Sint Jacobsschelp in de hand. Maar waarom vertel ik dit?

Allereerst omdat de Martinikerk in Franeker één van de speciale pleisterplaatsen was langs de route vanuit het noorden van Friesland naar het duizenden kilometers verder liggende Santiago. Maar ook omdat in de kerk nog prachtige, eeuwenoude grafstenen ingemetseld liggen in de vloeren.

de Martinikerk tijdens ‘De mens op weg’
een indruk van de grafstenen in de kerkvloer

En daar ging ik eens lekker op rubben met vetkrijt en schildersdoek! Want de gebeitelde teksten en emblemen van de stenen werden voor mij het denkbeeldige kantelpunt tussen de reis tijdens het leven (de pelgrimage naar Santiago de Compostela) en de reis na de dood (de reis van Dante door Hel, Louteringsberg en Paradijs). Zie daar het concept van die expositie ´De mens op weg´. Een heel succesvolle tentoonstelling die in de zomer van 2004 zo´n 12 tot 13.000 bezoekers kreeg.

een indruk van de kerk en mijn tentoonstelling ‘De mens op weg’

Nog even over dat rubben. Daarbij legde ik het losse, nog niet opgespannen en lege doek op een grafsteen en wreef er overheen met oilsticks van diverse kleuren. Gevolg? De onderliggende delen kwamen tevoorschijn. Als ik soms wel eens last heb van een knie beweert levensgezel dat ik daar in de kerk boete gedaan heb voor ik weet niet hoeveel jaar zonde. Uren liggend op mijn knieën op die stenen vloer zonder kussentje eronder en maar wrijven. Beetje dom? Ach, noem het enthousiasme!

bezig met rubben

Daarna liet ik die doeken opspannen en begon ik er op door te schilderen zodat een combinatie van tekst en afbeelding ontstond. Als ik af en toe nog weer eens zo’n gerubde ondergrond nodig heb, is een telefoontje naar de koster van de kerk voldoende. ‘Ja natuurlijk Toos, kom maar!’

Dat ik hierdoor met Dante, en natuurlijk ook met Santiago de Compostela, een paar jaar later zou terechtkomen in de Dutch Church in Londen voor ‘Man on his way’ kon ik toen nog niet bevroeden. Met andere woorden, mijn Dante-avonturen in dit blog en in dit Dante700 jaar zijn zeker nog niet voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Dante en de Magie van Epoxy


atelier ‘Holstein’ aan de Korendijk 56 in Middelburg

Wil je een wereldpremière meemaken? Helemaal gratis? Voor ’t eerst in mijn leven ga ik publiekelijk voordragen uit de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri. Op zondag 2 mei.

Hoe dat zit? Nou, de landelijk bekende grote boekenmarkt die voor die dag was gepland in Middelburg gaat niet door. Reden voor een aantal deelnemers  aan de Kunst en Cultuurroute om dan zelf maar het boek centraal te stellen. Zelfs ook nog oraal.

affiche met daarop vermeld de ateliers waar wordt voorgelezen

We starten namelijk weer. Een half jaar lang hield ik de twee grote glazen toegangsdeuren naar mijn atelier potjedicht. Coronagedwongen. Vorig jaar 6 december stonden ze voor het laatst open tijdens de maandelijkse kunstroute in Middelburg. En nu ‘gooi’ ik ze weer open. Eindelijk, eindelijk! Op 2 mei dus, de 1e zondag van de nieuwe maand, van 1 tot 5 uur. Wel voorwaardelijk, want er gelden natuurlijk nog steeds die niet altijd even makkelijk te doorgronden coronaregels. Want waarom mocht er eind vorig jaar in winkels nog één bezoeker binnen per 10m2 en is dat nu 25m2 geworden? Ra ra! En waarom wordt van regeringswege een nieuwe broek veel belangrijker geacht dan het geestelijk voedsel dat te verkrijgen is in de nog steeds gedwongen gesloten bibliotheken en musea? Zeg ’t maar.

bibliotheken dicht, maar hier zijn de plaatsen waar aandacht aan boeken en grafiek wordt gegeven

Oké, de kunstroute. Hoe is dat gezegde ook al weer? ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet’. Nou, ik heb in de maanden hiervoor al vast maar wat eieren gelegd. Kunsteien. En daar mag nu best iets van worden getoond. Samen met Dante en zijn Divina Commedia. Voor mij een logische combinatie gezien dat boeken-thema bij de route. En gezien mijn blogs van 8 en van 15 april. Over Dante700 en mijn persoonlijke mijmeringen bij en kunstuitingen naar aanleiding van dit al zeven eeuwen lang beroemdste boek uit de Italiaanse literatuur. Daar kan onze eigenste Vondel in de verste verte niet aan tippen. Maar eerst die nieuwe kunsteien.

één van die nieuwe kunsteien

Trouwe lezers van TOOS&ART weten wat ik bedoel met de actie ‘Kunstbezorgd.nl’. Weet je ’t niet, dan kun je hier je achterstallig onderhoud bijspijkeren. Het leek me best interessant om voort te borduren op dat idee van die reeks mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat. Een reeks die ik uiteindelijk mijn ‘XX-XX Serie’ doopte en waarvan ik nu een prachtige, 32 pagina’s dikke brochure in mijn atelier beschikbaar heb voor liefhebbers.

voorkant van die brochure

Waarom zou ik me niet eens buiten die beperking van A4 begeven? Dus heb ik enkele werken uit die ‘XX-XX Serie’ door het mij zo vertrouwde ZWF in Bolsward laten aanbrengen op platen van alu dibond van 70 bij 100 cm. En daar ben ik toen weer verder op gaan doorschilderen. Zelf vind ik ze heel geslaagd geworden. Maar ja, hoe objectief ben ik hierbij in te schatten? Ook bedacht ik me dat het laten aanbrengen van een epoxylaag op zo’n kunstwerk best het experiment waard kon zijn. Epoxy, een uit twee componenten gemaakte doorzichtige en keiharde hars, zorgt namelijk voor een magisch lichteffect. Kleuren komen ineens nog helderder en sprankelender over terwijl er ook een groot diepte-effect ontstaat. Ik kan dat nu wel zo beschrijven, maar je moet die magie echt in werkelijkheid zien om te begrijpen wat ik bedoel. Dus hangen er nu diverse van die nieuwe mixed media schilderijen op alu dibond, met en zonder epoxy, in mijn atelier. Tezamen met mijn Divina Commedia olieverven en zeefdrukken. En met natuurlijk op tafel een dik volume van De  Goddelijke Komedie zelf. Weet je wel,die wereldpremière?

een paar van mijn ‘Dante-schilderijen’

Kijk maar eens op https://kunstroutemiddelburg.nl/activiteiten/33-middelburg-boekenstad. Daar vind je alle extra boekactiviteiten die plaatsvinden bij de deelnemers. Zelf geef ik om 2, 3 en 4 uur bij mij voor die grote glazen toegangsdeuren acte de présence met dat voorlezen uit De Goddelijke Komedie. Ten minste, als ik niet alleen voor mijzelf hoef te gaan staan oreren.

En binnen? Die nieuwe mixed media’s met en zonder epoxy naast nieuwe olieverfschilderijen en mijn Dante-werken. Verder natuurlijk ook de zeefdrukken die ik maakte voor de Franstalige La Divine Comédie in samenwerking met Galerie Quadrige in Nice en uitgeverij La Diane Française.  

Oh ja, ik ben je ook nog de verklaring schuldig van deze foto waarmee ik twee weken geleden eindigde.

Nou, komende keer dan maar. Tot volgende week.

TOOS

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

Mijn schatplichtigheid aan Alighieri, Dante Alighieri, nog springlevend 700 jaar na zijn dood


Alighieri, Dante Alighieri! Bond, James Bond stelt de verschijning van zijn nieuwe film telkens maar weer opnieuw uit, maar Alighieri, Dante Alighieri heeft in 2021 première na première. Schrijvend aan mijn blog van vorige week dacht ik ineens aan hem bij het tikken van ‘scriptorium’. De mallemolen onder mijn hersenpan ging direct in de vierde versnelling met allerlei persoonlijke Dante pop-ups. Dante700, scriptorium, klooster in de Marche, Gubbio, zeefdrukken, Carros, galerie Quadrige, kunstroute Middelburg, mijn expo De Mens op Weg, the Dutch Church in Londen. Oh ja, en ook nog Perugia. Dat alles draaiend rond Dante’s ultieme La Divina Commedia, De goddelijke komedie, het belangrijkste werk uit de Italiaanse literatuur. Dante’s virtuele reis via Hel en Louteringsberg naar het Paradijs waar hij zijn vroeg gestorven liefde Beatrice zou ontmoeten. Daar ging ik over schrijven!Bij deze.

het dodenmasker van Dante met het officiële certificaat van echtheid erbij

Dante, de beroemdste dichter van Italië (Florence 1265-Ravenna 1321). De man van wie gezegd wordt dat hij aan de basis stond van wat de officiële Italiaanse taal is geworden. Want zijn beroemdste boek, La Divina Commedia, schreef hij niet in het toen gebruikelijke Latijn, Nee, dat deed hij in het Toscaanse dialect. Zijn eigen volkstaal, die van Florence en omstreken. Razend populair werd dat boek. Door alle stadstaatjes en onafhankelijke streken van de Italiaanse laars heen. Met al hun verschillende dialecten. En met al hun elkaar altijd maar weer bestrijdende machthebbers. Wilde je dus die middeleeuwse bestseller kunnen lezen of aanhoren, dan moest je dat Toscaanse dialect beheersen. De taal die nu het Italiaanse woordenboek vult.

Nog één van de gevolgen? Een heel jaar Dante700. Eén grote Dantemanifestatie gewijd aan zijn sterfdag op 14 september 700 jaar geleden. Dat mag ik niet zomaar voorbij laten gaan gezien mijn schatplichtigheid aan hem. Die begon in 2002 in Carros, een plaats even ten noorden van Nice.

bezig in het zeefdrukatelier in Carros (Frankrijk)

Of beter gezegd, het begon met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Want Jean-Paul had het plan opgevat een nieuwe uitgave te maken van La Divine Comédie. Een speciale Franstalige kunstuitgave van de Divina Commedia in beperkte oplage. Met illustraties  van de hand van kunstenaars uit zijn ‘stal’. Of ik mee wilde doen? Ja, natuurlijk! En bij welk onderdeel  ik dan afbeeldingen wilde maken? Bij De Hel, De Louteringsberg of Het Paradijs? Dat werd de Louteringsberg, het Purgatorium. En bij welke van de 33 Canto’s, de 33 Verzen, daarin?  Ik koos voor de nummer 25 t/m 29. Die spraken mij wel aan. Toen was de uiteindelijke vraag wat voor soort multiples ik dan wel wilde gaan maken. Steendrukken, gravures, zeefdrukken, houtsneden, etsen? Laat nou in dat Carros dicht bij Nice en dus makkelijk aan te rijden een zeefdrukatelier zitten. Keus gemaakt! Net zoals dus uiteindelijk een aantal zeefdrukken. Dat was trouwens makkelijker gezegd dan gedaan. Want de laatste keer dat ik er een maakte was in 1987.

die zeefdruk ‘Kloof’ uit 1987

Dat was voor een speciaal kunstproject bij Elegance. Destijds de eerste glossy in Nederland,HET maandelijks magazine over lifestyle. Een geselecteerde groep van 99 kunstenaars maakte in samenwerking met het zeefdrukatelier van Wout van der Vet voor het decembernummer van 1987 honderdduizend zeefdrukken. Die los werden bijgesloten in de Elegance oplage van 100.000. Op die manier zijn er aardig wat exemplaren van mijn ‘Kloof’ verspreid geraakt. Af en toe zie ik er nog wel eens eentje voorbij komen op internet kunstveilingen. Allemaal natuurlijk handgesigneerd, gewoon zoals ’t hoort. Dat hele project staat trouwens ook vermeld bij het Guinness Book of Records.

Maar nu wachtte er een nieuwe zeefdrukklus die technisch ook wat anders in elkaar stak. Met zeefdrukrasters die elke keer apart belicht moesten worden voor elke aparte kleurdrukgang.

weer dat zeefdrukatelier in Carros

1 van mijn 4 zeefdrukken bij la Divine Comédie

Vier zeefdrukken maakte ik voor Jean-Paul en zijn nieuwe Divine Comédie. Kunstwerken die nu ook deel uitmaken van een regelmatig rondreizende expositie. Eigenlijk lag ’t wel voor de hand dat die dit jaar in Italië zou neerstrijken. Dante700 tenslotte. En ja hoor, laatst vernam ik van Jean-Paul dat het Perugia gaat worden. Corona volente natuurlijk. Ik veerde echt even op toen hij dat vertelde. Perugia? Daar liep ik zomer 2019 nog rond! In die prachtige oude hoofdstad van Umbrië.

Perugia 2019

Ik werkte toen voor een maand in Gubbio, nog zo’n eeuwenoude stad in die streek. De streek ook waar ik dankzij mijn gastheer en keramist Giampietro Rampini een persoonlijke rondleiding kreeg van de abt in een middeleeuws klooster waar ook Alighieri, Dante Alighieri, had verbleven. Het Monastero di Fonte Avellana, midden in de bergen op de grens van Umbrië en de Marche. Daar stond ik dan, in het scriptorium waar Dante rond 1318 ongetwijfeld ook had gezeten.

met Giampietro en de abt in het scriptorium van het Monastero di Fonte Avellana

Echt goud, dat moment. Je merkt, over mijn ‘persoonlijke’ Dante ben ik nog niet uitgeschreven. Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier II


de foto waarmee ik vorige week eindigde

Een week geleden kondigde ik dit al aan, het vervolg van ‘De Mythe van het Kunstenaarsatelier’. Want met die mythe ben ik nog even niet klaar.

Mee door mijn gesprek met collega-kunstenaar Michael Parkes (lees vorige week) besloot ik begin jaren 90 om voor de stilte en beslotenheid van het atelier te gaan. Moest kunnen, schatte ik zo in. Als kind al kon ik me lekker stiekem verstoppen. Dacht ik althans, mijn moeder zal dat anders hebben ervaren. Dan zat ik uren lang in mijn eigen intieme hoekje op de zolder van ons al heel lang geleden afgebroken huisje bij de Oude Toren in Eindhoven. Helemaal in mijn eigen fantasiewereld. Dus die allenigheid in mijn atelier en lekker schilderen? Geen probleem. Maar door toenemend succes groeide ik die atelierkamer in  mijn Eindhovense flat echt uit. Dus werd voor gebiedsuitbreiding de grotere woonkamer geannexeerd. Gevolg? De slaapkamer werd woonkamer, de kleinere logeerkamer mijn nachtverblijf en een nog kleiner hok was opeens  kunstopslagruimte. Alles draaide dus om dat atelier. Dat op den duur gevoelsmatig toch krimpneigingen leek te vertonen. Om een lang zoekverhaal kort te maken, uiteindelijk verhuisde ik in 2001 naar Middelburg. Naar mijn prachtig verbouwde pakhuis uit 1738. Dat twee jaar daarvoor  nog een ongelooflijke klerezooi was.

Voor de goeie orde, in de grote pakhuisruimte op de begane grond lag de rotzooi overal tot aan het plafond opgestapeld.  Het atelier van Francis Bacon (1909-1992) was daarbij vergeleken als prettig geordend en bijna leeg te bestempelen. Want aan hem behoorde dat Heilige der Heiligen waar ik vorige week mee eindigde en nu mee begon.

Francis Bacon in zijn atelier

 Een beroemd en berucht atelier van een beroemd en berucht kunstenaar. Wiens schilderijen nu onbetaalbaar zijn. Tenzij je deel uitmaakt van dat van de echte wereld losgezongen gezelschap waarvoor geld een volstrekt abstract begrip is. Prachtig en intrigerend werk trouwens. Bacon hoort bij mijn toppers.

schilderijen van Bacon

Dat atelier van hem is nu én museum én bedevaartplaats. Het is zelfs verplaatst van de Londense wijk Kensington naar zijn geboortestad Dublin in Ierland. Hoe? Een team van archeologen, ja, je leest ’t goed, inventariseerde het geheel en brak het af om ’t propje voor propje, verfblik voor verfblik, penseel voor penseel en verfvlek voor verfvlek opnieuw op te bouwen in Dublin. Daar is het nu als een soort museumstuk te bezichtigen. Met alle 570 boeken en catalogi, 1500 foto’s, 100 versneden doeken, 1300 uit boeken gescheurde pagina’s, 2000 stuks schildermateriaal, tekeningen, stapels brieven, tijdschriften, kranten en lp’s er weer in op de juiste plek.Net zoals vanzelfsprekend alle gecatalogiseerde verfspatten.

kun je je dat atelier van Bacon voorstellen in deze statige Dublin City Gallery?

Bacon zelf zei hierover ooit ‘Ik voel me thuis hier in deze chaos omdat chaos bij mij beelden doet opkomen’. En daarin kan ik meegaan. Ook ik heb ’t liefst wat chaos om me heen als ik aan het creëren ben. Dat lukt me in een nettere ruimte beslist minder goed. Maar de puinhoop van Bacon? Nee zeg, dat gaat me toch wel iets te ver!

een momentopname van mijn atelier

Wat me trouwens ook weer veel te ver gaat, is het andere uiterste. Een uiterste waar de geordendheid, de reinheid en regelmaat helemaal vanaf spat. Figuurlijk dan!

Het New Yorkse atelier van ons aller Piet Mondriaan dus. Gefotografeerd vlak na zijn overlijden in 1944. Met op de ezel nog zijn laatste en niet voltooide werk Victory Boogie Woogie. Het schilderij dat in 1998 na veel onderhandelen door het Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag, werd aangekocht voor een slordige 80 miljoen. Guldens! Eigenlijk best een koopje. Want alle er op geplakte stukjes papier en tape die Mondriaan nodig had bij zijn scheppingsproces waren bij die prijs inbegrepen. De publieke opiniehel barstte los. ’t Was dat Twiiter nog lang niet bestond anders was het Haagse Verversingskanaal naar de Noordzee door alle bagger volstrekt verstopt geraakt. Waren ze daar nou echt helemaal bezopen, tachtig miljoen!! Wat je noemt boogie woogie ten top. Nu hoor je daar helemaal niemand meer over. Den Haag heeft er sinds een paar weken zelfs een nieuwe verkeerstunnel bij gekregen met de naam Victory Boogie Woogie. Vraag me niet naar de prijs!

Wat dat dan weer te maken heeft met deze monnikencel?

Tot volgende week.

TOOS

Covid-19 en iets positiefs? Ja hoor, dat kan!


Als dat coronavirus met die neutrale wetenschappelijke naam Covid-19 vorig jaar niet was begonnen om onze wereld volledig op z’n kop te zetten, was bovenstaande foto er nooit geweest. Dus ook niet mijn nieuwe brochure ‘De XX-XX Serie’. Veertig pagina’s dik en eind december van de drukpers gerold. Hoe dat zit? Hier komt ie.

Maart 2020. Onze intelligente lockdown. Alles ligt op z’n gat. Stille winkelstraten, lege autowegen, volle ziekenhuizen, levenloze scholen, nutteloze kantoren. Met andere woorden, de anderhalve meter samenleving. En voor mij persoonlijk het niet doorgaan van de opening van een nieuwe expositie. Maar toen was daar ineens dat initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Zeeland. De actie Kunstbezorgd.nl. Wat die inhield heb ik hier al eerder verteld. ’t Werd een groot succes voor het CBK en deelnemende kunstenaars. Ook voor mij. Mijn mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat, ze moesten ten slotte in het doorsnee brievenbusgat passen, vlogen weg. Niet alleen richting Zeeuwse brievenbussen. Ook in Brabant, Noord- en Zuid-Holland, Gelderland, Groningen en Frankrijk klepperden die.

titelblad van de brochure met links bij elkaar 20 van de 40 kunstwerken in de XX-XX Serie

In al die tijd dat we intelligent op slot bleven, kon ik me in mijn atelier helemaal uitleven. Want elke keer dat ik nieuwe werken aanleverde, waren die binnen de kortste keren verkocht. Veertig werden ’t er uiteindelijk. Tot Nederland weer van het slot ging en de Kunstbezorgd.nl site daardoor bewust op slot. Maar wacht even! Een serie van 40 werken en dat in het jaar 2020? Een prachtig toeval toch?

Vandaar het idee om er een brochure aan te wijden. Met 40 pagina’s, dat lag natuurlijk voor de hand. Toen nog een naam.  Nee, ‘De Corona-Serie’, dat was ‘m eigenlijk niet. Maar op z’n Romeins ‘De XX-XX Serie’, dat leek me wel wat.

enkele van de kunstwerken bladvullend op 2 pagina’s naast elkaar

En toen? Zo’n idee is een heel korte één, het uitvoeren ervan een veel langere twee. Teksten erbij maken, volgorde uitzoeken en, zo was een plotse oprisping, ook kopers erbij betrekken. Om dan daarna mijn vaste vormgeefster Martien Versteegh erbij te betrekken. Want Martien, met haar eigen creatief bureau en uitgeverij Donkigotte, heeft al bij heel wat kunstuitgaven van me een belangrijke vormgevingsrol gespeeld. Maar uiteindelijk is ie er dus, die brochure.

Alle bezitters van een kunstwerk uit ‘De XX-XX Serie’  hebben vanzelfsprekend al een exemplaar gekregen. Een aantal heeft er ook hun eigenste bijdrage in teruggevonden. Met eigen foto en eigen verhaal. Dat was namelijk die plotse oprisping. Hoe leuk zou ’t zijn om bezitters een foto te laten maken van hoe het kunstwerk bij hen thuis hangt en te laten beschrijven waarom ze juist dat specifieke werk hebben gekocht. En aldus geschiedde. Ook ben ik blij met de inleiding die directeur Kathrin Ginsberg van het CBK Zeeland schreef.

links zo’n foto met tekst van de bezitter, rechts het werk bladvullend
nog zo’n foto en tekst van de bezitter
nog een paar bladvullende afbeeldingen

Mocht je het leuk vinden zelf een exemplaar van die brochure in je bezit te krijgen, geen probleem. Als de Middelburgse Kunst en Cultuurroute weer begint, ben je van harte welkom. Ik heb er genoeg liggen in mijn atelier. Maar dat wordt vast niet de eerstvolgende 1e zondag van de maand, 7 februari dus. Iets met een Britse variant en nog wat weken langer lockdowntje spelen met z’n allen! Is dat gelazer met de Brexit eindelijk voorbij, krijg je nog een leuk extra cadeautje van over het Kanaal. Zondag 7 maart dan maar? Dan hoop ik de poort van mijn pakhuis Holstein aan de Korendijk toch wel weer te mogen ontgrendelen.

Trouwens, de site van Kunstbezorgd.nl is sinds de minder intelligente lockdown in december ook weer ontgrendeld. Voor een tweede ronde. Met weer allerlei nieuwe bijdragen. Ook van mijn kant. Kijk maar eens. Of er van mij dan nog wat te koop staat? Garantie tot de knop van de voordeur heet ’t dan. Want ook nu verkopen ze weer als een tierelier.

aan het werk in mijn atelier voor die nieuwe serie

Tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

De kunstzinnige keerzijden van corona


Daar sta ik zomaar met mijn naam en bovenstaande atelierfoto tussen wereldwijd bekende kunstenaars als Ai Wei Wei, Paul McCarthy, Andres Serrano en David Lynch. En staat er ook zomaar een video met mijn Venetië-schilderijen op YouTube. Waardoor? Gewoon,door dat Covid-19 pluizebolletje.

Riva, één van mijn ‘Venetië-schilderijen’

’t Is natuurlijk overduidelijk dat corona ziek maakt en soms heel erg, dat corona dodelijk kan zijn en dat corona onze maatschappij ontwricht op een ongekende manier. Maar juist daardoor boort ons menselijk brein nieuwe mogelijkheden aan. Het borrelt overal van inventiviteit, oorspronkelijke ideeën en out of the box denken. Met allerlei onvoorspelbare ontwikkelingen tot gevolg. Zeker ook in de zwaar getroffen culturele sector. Of, beter gezegd, juist in de culturele sector. Als iets daar belangrijk is dan is ’t wel creativiteit. Een paar voorbeelden maakte ik de afgelopen weken zelf mee. Zoals dus dat met mijn naam in combinatie met die atelierfoto en dat met Venetië. Mijn lievelingsstad. Maar ook die van Han de Kluijver. Wie? Dat leg ik uit.

’t Begon met een onverwacht mailtje. Van die mij bekende Han de Kluijver. Niet alleen de bezitter van een ‘Toos’, maar daarnaast beroepsmatig bezig als architect en als kunstkompaan met prachtig grote glasobjecten.

glasobject van Han de Kluijver

Wat bleek uit de mail? Han was ook nog van de muziek. En die hobby had hij weer wat uitgebreider opgepakt in deze coronatijd. Hij kon nu toch niet naar Tsjechië of naar Venetië, de plekken waar hij regelmatig verkeert om zijn glasobjecten te laten gieten. Dat betekende dus meer vrije tijd! Tijd om met een aantal vrienden weer eens muziek te maken. Zo waren ze bezig met de opname van een nieuw nummer, ‘Mijn Stad’. En dat nummer wilde Han graag ondersteund zien met een video gebaseerd op mijn Venetië-schilderijen. Zo kwam dus van ’t een ’t ander met onderstaand resultaat.

Je kunt, denk ik, rustig stellen dat zonder de corona-lockdowns dit niet nu gebeurd zou zijn. Net zoals bij die atelierfoto. Ook het gevolg van een mailtje van enkele weken geleden. Maar nu van een mij geheel onbekende André Smits. Of hij van mij een foto mocht maken in mijn atelier. Met mijn rug naar hem toegekeerd. Want dat deed hij als project al sinds 2008 over de hele wereld. Beeldend kunstenaars, galeristen, museumdirecteuren en meer kunstbetrokken mensen van allerlei pluimage op die manier fotograferen in hun eigen kunstomgeving.  Op zijn site www.artistintheworld.com kon ik de resultaten bekijken.

willekeurig voorbeeld van zo’n atelierfoto in New York

En daar trof ik ze dus, die al genoemde beroemdheden. Ai Wei Wei, waar kom je hem tegenwoordig niet tegen. Paul McCarthy, die van het beruchte beeld in Rotterdam dat in de volksmond de naam Kabouter Buttplug kreeg. Andres Serrano, nogal controversieel door zijn crucifix foto’s en erotisch getinte ensceneringen. En David Lynch, regisseur van o.a. de tv-cultserie Twin Peaks maar ook beeldend kunstenaar.

foto gemaakt in 2017 op een wijndomein in Zuid Frankrijk, met een symbolische installatie van Ai Wei Wei (een Romeinse heirbaan)
Kabouter Buttplug in Rotterdam, gemaakt door Paul McCarthy
atelier van Andres Serrano, uit de serie van André Smits
voorbeeld van de kunst van David Lynch

Niet onaardig toch om daar tussen te staan? Nadat André zijn fotoshoot had gedaan, zaten we natuurlijk nog wat na te kletsen. ’t Bleek dat hij, ook al weer door al die  lockdowns, noodgedwongen tijdelijk in Zeeuws-Vlaanderen was neergestreken. In een kraakvrij pand. Even niks geen hop-hop naar overal. Nee, gewoon Zeeland en omstreken als habitat. Maar hoe kom je daar dan aan te fotograferen kunstenaars? Nou, dan blader je door het in september verschenen eindnummer van het Zeeuwse kunstblad Decreet, neemt contact op met de redacteur en verkrijgt zo emailadressen van de kunstenaars daarin. Over Decreet schreef ik al eens omdat ik er ook van mij een kunstwerk in staat. Lees en kijk hier maar.

Toos van Holstein,’ In afwachting’ (mixed media op aluminiumplaat), gepubliceerd in Decreet

Daardoor komt er nu onverwacht een aantal Zeeuwse kunstenaars, waaronder ene Toos van Holstein, voor onder de duizenden andere namen die André sinds 2008 al ‘verzamelde’. Want daar moet ik natuurlijk wel eerlijk in zijn. Ik sta dan nu wel tussen diverse beroemdheden, maar ook bij ontiegelijk veel onberoemdheden. Hoe dan ook, leuk blijft ‘t, die onverwacht positieve gevolgen van Covid-19. Zoals ook Kunstbezorgd.nl, dat initiatief van CBK Zeeland waarover ik al eerder schreef. Tot volgende week.

TOOS

Mijn atelier en het tv-programma ‘Vier Handen op Eén Buik’


atelier Toos van Holstein in Middelburg

Afgelopen maandag kreeg ik een telefoontje. ‘Die’ specifieke uitzending van ‘Vier handen op Eén Buik’ gaat op dinsdagavond 15 december worden uitgezonden. Wat dan dat ‘die’ inhoudt?

’t Is al weer wat maanden geleden dat een televisieploeg neerstreek in mijn Middelburgse atelier.

die televisie ploeg in mijn atelier

Een paar weken ervoor had ik een mailtje gekregen met het verzoek of die ruimte mocht worden gebruikt voor opnamen van een aflevering van de nieuwe serie van ‘Vier handen op Eén Buik’. Het bekende programma waarin een vrouwelijke BN’er, zelf moeder, een poos lang als klankbord en praatpaal een vaak nog heel jonge, zwangere vrouw begeleidt. Jonge vrouwen die in hun nog korte bestaan al meer schrijnende en gecompliceerde ervaringen hebben meegemaakt dan de meesten van ons in hun hele leven zullen doen.

Via via was de organisatie bij mij terecht gekomen: ‘jouw fotogenieke atelier lijkt ons heel geschikt voor bepaalde opnamen’. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken! Karin Bloemen was in die aflevering de BN’er. Ook leuk natuurlijk. In Op1 vertelde ze een paar weken geleden: “Ik vind het heel mooi om te laten zien dat alle foute aannames die je hebt over jonge vrouwen die zwanger zijn, niet altijd kloppen. Ze staan heel bewust in het leven”. Kijk hier maar voor dat interview (hieronder een foto daarvan).

Bij het telefonisch voorgesprek bleek dat Karin’s zus,een beeldend kunstenaar, in kunstzinnig opzicht een rol speelde bij de begeleiding van de jonge hoofdpersoon en dat daarvoor mijn atelier nodig was.. Nou, dacht ik, laat het allemaal maar over me komen, ik zie wel hoe ’t uitwerkt.

Uiteindelijk streek er op een zomerse dag in juli een achtkoppig gezelschap neer in mijn atelier. Hoofdpersoon en tienermoeder Nikita met haar baby, Karin Bloemen en haar zus, de regisseur en de opperregelaar, de filmer en de belichtings/geluidsman.

met Karin Bloemen en Nikita voor mijn oude pakhuis uit 1738
overleg over de inrichting van het atelier

de kleinste van het gezelschap in het centrum van de belangstelling

Logisch natuurlijk dat ik met iedereen wel een praatje heb gemaakt. Maar verder ben ik bij die opnames niet betrokken geweest en heb ik me bescheiden terug getrokken in mijn woongedeelte. Tot de vraag kwam van ‘Toos, die verdiept liggende tuin direct achter dat platje bij jou, kunnen we daar ook filmen?’. Die zou namelijk mooi gebruikt kunnen worden voor de bijbehorende en te filmen nabespreking met Nikita. Maar daarvoor moest ik mijn buren vragen. Want al lijkt die tuin bij mijn pakhuis te behoren, de praktijk is anders. Ik kan er heerlijk op uit kijken en van genieten, maar hoef er totaal geen onderhoud aan te plegen. Dat moeten die buren als eigenaar doen. Best wel ideaal!

Uiteindelijk hebben zij dus ook nog hun aandeel geleverd aan deze aflevering. Te zien aanstaande dinsdag 15 december om 20.25 uur op NPO3. Hoe die tuin daarin gaat voorkomen? En hoe mijn atelier in beeld komt? En of nog ergens vermeld wordt dat dit het atelier van ene Toos van Holstein in Middelburg is? Driemaal geen idee! Wel is zeker dat ik ga kijken. Dat ’t na afloop van de opnames nog heel gezellig was met Karin Bloemen is ook een ding dat zeker is. Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas, zijn wonderen en geschenken, maar dan net even anders


de verklaring van deze foto lees je helemaal onderaan

Die hele Sint Nicolaas is eigenlijk maar een wonderbaarlijk figuur. Want moeten we nou echt geloven dat hij zijn schimmel als een pré-Anky (van Grunsven) zo heeft gedresseerd dat ie op daken kan lopen en balanceren? En dat hij pakjes door een schoorsteen precies in schoentjes weet te mikken die niet eens direct onder die schoorsteen staan? Trouwens, schoorsteen? Hoe zit dat bij cv-verwarming? Maar ja, een wondertje hier en daar en de broodnodige verwarring is hij nooit uit de weg gegaan. Bij het Sinterklaasjournaal lust Dieuwertje Blok er wel pap van. Trouwens, niet alleen het journaal van nu maar ook dat van eeuwen geleden. Een Sinterklaasjournaal eeuwen geleden? Ja, natuurlijk! Want wat is zo’n middeleeuws veelluik als hieronder anders dan dat?

veelluik met de wonderen van Sint Nikolaas

Gewoon een geschilderd journaal om het volk kond te doen van Sint zijn wonderen. Zoals linksonder die wonderbaarlijke vermenigvuldiging van graanzakken in een schip toen er hongersnood dreigde in Myra, de Turkse stad waar hij bisschop was. Hé, kennen we ook niet zo’n wonderverhaal over vermenigvuldiging van brood en wijn uit een andere bron? Goed voorbeeld doet goed volgen!

Sint Nicolaas vermenigvuldigt de zakken graan in het schip op wonderbaarlijke wijze

En wat te denken van de afbeelding linksboven waar onze goedheiligman met stiekeme geldschenkingen de drie dochters van een zieke vader redt van de prostitutie. Voor arme ongetrouwde vrouwen vaak de laatste reddingsboei destijds. Zou hij toen al geleerd hebben om goed te mikken met cadeautjes?

de redding van de drie maagden

Rechtsboven staat ook nog een mooie. Daar heeft hij drie kinderen die door een kwaadwillige slager in stukken waren gehakt weer keurig in elkaar gezet en tot leven gebracht. Het monster van Frankenstein is er niks bij.

de redding van de drie in stukken gesneden kinderen

Welk wonder er mogelijk op het missende paneel rechtsonder heeft gestaan? Misschien wel die redding van de door een heidense koning  gevangen genomen edelmanszoon die deze snode heerser vertelde over de wonderen van Sint Nicolaas. ’s Konings hoon dat die heilige hem toch maar mooi in de steek liet, kon Nicolaas natuurlijk niet op zich laten zitten. Hij verscheen subiet, gezeten op een wolk. Logisch dus dat die jongeman vrijkwam.

Prachtige sprookjes natuurlijk. Maar of onze Sint er toen ook uit zag als op dat schilderij? Daarover heerst toch wat onzekerheid. Kijk maar.

links onze kindervriend in Zwitserland, midden Oekraïne en rechts Tsjechië

En die mijter? Op de oude icoon hieronder (links in de foto) is daarvan geen sprake. Wel interessant overigens dat zijn uiterlijk daar wel wat lijkt op het hoofd van Nicolaas dat een aantal jaren geleden is gereconstrueerd  na wetenschappelijk onderzoek van resten van zijn geraamte.

Daarbij dan wel aangenomen natuurlijk dat het ook echt de botten van die bisschop van Myra betreft. De tombe met zijn overblijfselen valt te aanbidden in de Sint-Nicolaas basiliek van Bari aan de zuidoost- kust van Italië. Een druk bezocht graf, zo kon ik in 2016 zelf constateren.

de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de crypte met het graf van Sint Nicolaas

Hoe zijn beenderen daar terecht kwamen? Na een rooftocht van kooplieden in 1087 die ’t maar niks vonden dat hun heilige begraven lag in een toen islamitisch geworden gebied. Daardoor pronkt Bari nu ook jaarlijks met een processie waarin het beeld van Sint Nicolaas wordt rond gesjouwd door de oude stad. Als je goed kijkt zie je dat zijn gezicht behoorlijk bruin getint is. Interessant en humoristisch toch? Leuk ook voor een pikante bijdrage aan onze Pietendiscussie.

Nog leuker is dat Turkije die relieken van Nicolaas graag terug wil hebben. Gestolen erfgoed ten slotte! Een Turkse professor in de archeologie staat daar helemaal achter. Nicolaas zelf zou destijds in de 4e eeuw namelijk nooit hebben verklaard dat hij in Italië wilde worden begraven. Echt een ijzersterk argument. Ik moest even denken aan Rudy Giuliani, zijn geweldige Trumpteam en hun grootse resultaten bij het aanvechten van de Amerikaanse verkiezingsuitslag.

steendruk de drie maagden van hierboven

Maar goed, wij hebben op 5 december ons eigen Sinterklaasfeest. Zij het dit jaar onder beperkende corona-omstandigheden. ’t Blijft wel gek dat we dat op 5 december vieren terwijl officieel de sterf en naamdag van Sint Nicolaas op 6 december valt. Laat dat nou toevallig dit jaar de 1e zondag van de maand zijn! De dag van de Kunst en Cultuurroute Middelburg (13-17 uur). Iedereen welkom in mijn atelier aan de Korendijk 56. En logisch natuurlijk dat ik zorg voor aantrekkelijke kunstcadeautjes. Zoals bijvoorbeeld mijn bijdrage met vier steendrukken aan de levensbeschrijving van Saint Nicolas in de middeleeuwse ‘La Légende Dorée’ van monnik Jacques de Voragine (foto helemaal bovenaan). Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor in je brievenbus en zou Hugo de Jonge misschien stiekem Rolling Stones fan zijn?


Wat deze foto hier doet? verklaring verderop.

Sinds vorige week is in Zeeland een nieuw lichtpuntje te ontwaren in het diepe duister waarin de Nederlandse cultuursector zich al tijden bevindt. Maar daarover straks.

Eerst nog wat extra licht op dat diepe duister. Dat ging twee weken geleden toch echt wel lijken op een zwart gat. Geen toneellampen meer aan in de theaters. Concertzalen als donkere, holle ruimten. Geen oplichtende schermen in de bioscopen. Zelfs musea moesten minimaal twee weken de uitlichting van hun kunst staken. Reden onder andere? Het aantal verkeersbewegingen terugbrengen Maar Ikea? Die filialen mochten open blijven. Een absolute gotspe! Stel dat alle auto’s richting musea links zouden moeten voorsorteren en die voor Ikea rechts. Gokkie leggen dat je rechts één grote, urenlange file had gekregen en dat de museumbezoekers links gewoon konden doorrijden? Bezoekers, doordeweeks voornamelijk ‘grijze koppen’, die zich keurig voor zo’n tijdslot hadden aangemeld waarin maar een minimaal aantal mensen was toegestaan. Bezoekers die zich, zo weet ik uit ervaring, keurig aan alle afstandsregels houden. Want zijn zij niet de begerenswaardigste doelgroep voor dat pluizige coronabolletje met die gretige grijparmpjes? Bezoekers ook die de regelmatig beslagen brillenglazen op de koop toenemen bij hun net niet goed zittende gezichtsmaskers.

drie weken geleden bij Kasteel Het Nijenhuis ten oosten van Zwolle, ongelooflijk toch, die drukte, met alle bijbehorende verkeersbewegingen?

Maar nee, dicht moesten ze, die musea, absoluut dicht! En nog geen week later? Minister Hugo de Jonge op tv. Met droge ogen en zonder enige schaamte weet ie te melden dat ze zeer waarschijnlijk snel weer open mogen. Gewoon nog wat nachtjes rustig slapen en ’t is zo ver. Wat is er daar achter de schermen gebeurd? Welk visioen, welk voortschrijdend inzicht had zich binnen zeven dagen zo plotseling aan hem geopenbaard? Maar goed, met zijn Bijbelse achtergrond zal de spreuk ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ hem niet onbekend zijn.

De bioscopen, theaters en ook musea mogen dus nu toch eind deze week ineens weer open. Wel natuurlijk met alle bijbehorende en beperkende corona-voorwaarden. Zwalkende cultuur-lichtpuntjes zogezegd. Met in Zeeland zelfs nog die al genoemde extra lichtbron. De herintroductie van Kunstbezord.nl.

Hé, zullen sommige lezers mogelijk denken. Ken ik dat niet? Jazekers ken je dat. In april en mei schreef ik daarover al. Nog even kort samengevat. Alles wat kunst betrof lag op z’n gat. Reden voor het Centrum Beeldende Kunst Zeeland om te beginnen met die actie Kunstbezorgd.nl. Alle bij het CBK ingeschreven professionele kunstenaars konden foto’s aanleveren van opstuurbare, brievenbusveilige kunstwerken met maximaal A4-formaat. Alles te koop voor de vaste prijs van €100 per kunstwerk. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Het idee vond ik zo sympathiek dat ik me over mijn bezwaar tegen die toch wel lage prijs heen zette.

Ik ging aan de slag met een stapel dunne, makkelijk snijdbare aluminiumplaten die al jaren in mijn atelier lag. En met succes. Veertig maakte ik er in die lockdown-maanden, allemaal verkocht. Een heerlijk gevoel dat ik in die sombere tijd best wel kon gebruiken. Zo’n heerlijk gevoel dat ik er ook nog een brochure van 40 pagina’s aan ga wijden. Maar dat wordt een ander verhaal.

afbeelding op de omslag van die komende brochure over de XX-XX Serie

Toen galerieën en musea weer opengingen sloot het CBK de site af. Tot ik twee weken geleden bericht kreeg dat in deze opnieuw duistere tijden de Kunstbezord site weer internetleven wordt ingeblazen. Oh,had ik nog wat van die aluminiumplaten liggen? Ja! Vandaar onderstaande foto van vorige week.

bezig in mijn atelier aan nieuwe kunstwerken voor Kunstbezorgd.nl

Kunstbezorgd.nl is intussen actief in de cyberspace en in de shop staan ook alweer heel wat werken te koop van heel wat kunstenaars. Zoals van mij. Ten minste, op dit moment van schrijven. Want zoals dat door de bancaire wereld tegenwoordig heet ‘resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst’. Je hoeft trouwens niet door alles heen te scrollen, je kunt ook op naam zoeken.

een screenshot van vorige week van de verkoopsite van Kunstbezorgd.nl met daarin het kunstwerk dat je al zag staan, helemaal bovenaan
een nieuw kunstwerk dat er nu op staat

En wat Hugo de Jonge betreft? Ik vroeg me ineens af of hij niet stiekem een fan is van de Rolling Stones. Want op vrijdag 20 november mogen de musea weer open. Komt dat even goed uit voor het Groninger Museum met de opening van de nieuwe blockbuster expositie ‘Unzipped’ over dat fameuze stel jonge ouwe mannen. Waarbij Mick Jagger de officiële opener is op donderdag 19 november om 17.00 uur. Dat gebeurt online via rollingstonesgroningen.nl. Door iedereen te volgen. Toeval? Bij Hugo de Jonge gebeuren wel meer rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Reddersmonument en van toen het Veerse Meer nog het Veerse Gat was


Wat dit hierboven is? Mijn Reddersmonument in Veere. Op de hoek van Markt en Kaai. Op de muur van wat ooit het katholieke kerkje O.L. Vrouwe ter Snee was, schuin tegenover dat prachtige middeleeuwse stadhuis. Onthuld op 29 mei 2010. Een paar weken geleden was ik er weer  eens even  om te controleren of dat reddersmonument er nog steeds goed bij hangt. Dat maakte ook gelijk heel wat herinneringen los. Zoals dat het al onthuld had moeten worden op 11 januari 2008 en ook nog op een heel andere plek.

bij de ingang van de haven

Daar dus waar nu die kanonnen staan. En dan zo’n 5 meter hoog. Je begrijpt vast al dat dit een stukje recente Veerse  geschiedenis vormt in de lange historie van deze ooit zo rijke havenstad. Van toen het Veerse Gat, de directe verbinding met de Noordzee, nog lang geen afgesloten Veerse Meer was. En er op drukke dagen in de 16e en 17e eeuw tientallen handelsschepen voor anker gingen.

Schepen die bij heftige stormen op zee wel eens in nood kwamen en ook vergingen. Waarbij zeelui verdronken of op het nippertje werden gered.

Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een soort reddingswezen op gang. Met als gangmaker de in Veere geboren Frans Naerebout (1748-1818). Voorganger van de velen die zich daarna inzetten voor dat reddingswezen. Zoals bijvoorbeeld nog op 11 januari 1958 kapitein Jan Minneboo en matroos Boete Minneboo. Die met hun reddingsboot en gevaar voor eigen leven op bijna miraculeuze manier de bemanning van de zinkende sleepboot Ebro veilig aan wal wisten te krijgen. Toen al beloofde de burgemeester dat daar een eremonument voor moest komen. Niet dus.

Frans Minneboo

En dat kon Frans Minneboo, zoon van Jan, niet laten gebeuren. Dat monument, een eerbetoon aan al die redders van eeuwen her, moest en zou er komen. Het liefst exact 50 jaar na die heldendaad in 1958. De laatste trouwens. Want een paar jaar later werd het Veerse Gat afgesloten. Dat is zelfs nog bezongen door de bekende troubadour Jaap Fischer. Luister maar.

Frans Minneboo richtte dus een stichting op. De Stichting Reddersmonument Veere, de SRM Veere. Vijf  Zeeuwse kunstenaars werden geselecteerd om een ontwerp te maken voor het monument. En, kort samengevat, mijn ontwerp werd ‘t.

maquette voor mijn Reddersmonument

Vanwege de figuratief vormgegeven symboliek. Met de vervaarlijke zeebodem en het opengewerkte lichaam van de drenkeling, bijna al een lege huls. En met de reddingsboot als windvaan bovenop de dubbel gelaagde golven. Voor zowel het visueel dramatisch effect als de gelaagdheid van het redden lang geleden. Want leverde een vergaan schip niet ook heel veel aangespoelde, te jutten en te verkopen goederen op?

Waar dit geheel moest komen wist ik gelijk. Op de kop van de haven waar vroeger al die schepen in en uit voeren. Recht tegenover de stoere 15e eeuwse Campveerse Toren, ooit onderdeel van de Veerse stadsmuur. Zo ongeveer moest ’t er ongeveer uit komen te zien.

gezien vanaf de hoek van Kaai en Markt

Maar toen kwamen de nimby’s in opstand. De lui van ‘ik ben wel voor, maar not in my back yard‘, niet in mijn achtertuin. Of eigenlijk dus nimfy’s. Not in my front yard, niet in mijn voortuin. Want, zoals dat werd verwoord in hun bezwaarschriften, ‘het past niet in onze vestingstad en bovendien zou bij plaatsing op de beschermde stadswallen het aloude silhouet van de stad worden aangetast’. Een heel curieus argument trouwens, dat van het silhouet. Want exact op de plaats waar het reddersmonument zou komen, stond eeuwen geleden een andere toren van de vestingwal. Zoals deze oude gravure van Veere laat zien. Maar ja, historisch besef is een rekbaar begrip.

links de gravure, rechts een uitsnede ervan, met links die toren tegenover de Campveerse Toren

Die toren schijnt ooit bij een zeer lage waterstand de haven in te zijn gegleden en is nooit meer opgebouwd. De tegenstanders liepen zelfs in de zomer op de Kaai toeristen te ronselen om hun bezwaar mee te ondertekenen. Ik heb me destijds ver gehouden van al dat gedoe, dat was aan de SRM Veere. Met pijn in het hart natuurlijk. Maar ik had van insiders wel begrepen dat Veere een politiek wespennest was en er mogelijk ook nog andere,meer persoonlijke belangen speelden. Uiteindelijk ging de oorspronkelijke opzet dus niet door, B en W haalden bakzeil. Maar geen haar op Frans Minneboo’s hoofd die er aan dacht zich schaakmat te laten zetten. De particuliere geldgiften waren overigens ook al binnen. Dus maakte ik een nieuwe, veel kleinere opzet voor die hoek bij Markt en Kaai. ’t Was toch ook mijn eer te na dat die redders niet geëerd zouden worden.

Het resultaat? Een groot feest op 29 mei 2010. Met redder Boete Minneboo en oud-Ebro-kapitein  Jan Bruins, beiden 85, als eregasten.

onthulling door Boete Minneboo en Jaap Bruins
en ondergetekende deed natuurlijk ook nog een woordje
een shanty-koor mocht natuurlijk ook niet ontbreken

Eind goed, al goed. Met dat nog steeds prachtig hangende reddersmonument. Tot volgende week.

TOOS