Tagarchief: Airbnb

Hot Spot Cuba


Voor de komende weken heb ik wat speciale blogs op het oog. Vakantietijd, nietwaar? En dan ook nog bij zulk prachtig weer. Code oranje en het Nationaal Hitteplan zijn zelfs van stal gehaald. Nederland puft en zucht! Vandaar! ’t Worden praatjes bij plaatjes. Gewoon een verhaaltje bij een schilderij van me.

Toos van Holstein, Atrio, olieverf 100-70 cm

Begin 2015, winter in Nederland maar heerlijk weer op Cuba. Een aantal weken trok ik toen over dat eiland. Van oost naar west. En dan blijkt dat Cuba behoorlijk lang is, meer dan 1200 km. Maar niet alleen dat. Hier wat losse notities over andere Cubaanse zaken.

’t Is een heerlijk land met een vriendelijke bevolking die onder het heersend communistisch systeem een bijzonder intrigerende samenleving heeft opgebouwd. Voorbeeldje. Op een terras kost een cola ongeveer een CUC, de munteenheid voor toeristen met een waarde van 1 dollar. De Cubanen betalen dat, in hun eigen munteenheid, ook. Voor toch heel wat Cubanen blijkbaar geen probleem gezien hun aanwezigheid op die terrassen. Terwijl de officiële inkomens bij veel banen toch echt niet meer dan zo’n dollar of dertig bedragen. Per maand! Per dag één cola dus.

Hoe dat kan? Onder het zichtbare maatschappelijke oppervlak stikt ’t van de netwerkjes en netwerken. Zonder netwerk ben je nergens, je netwerk zorgt dat je kunt leven. Het zorgt voor extra inkomsten en ruilhandel in goederen en diensten. Ik doe wat voor jou, jij doet wat voor mij.

Onderwijs is gratis, net zoals veel van de medische zorg die als kundig bekend staat. Maar de apotheken vertonen vaak vervaarlijk lege schappen. Ra, ra!

Zoals bekend rijden er nog veel ouwe ‘Amerikanen’ rond. Auto’s dus. Maar schijn bedriegt. Zeer waarschijnlijk zit er nauwelijks nog één oorspronkelijk onderdeel in. Misschien zelfs wel een Russische motor van ook al weer heel lang geleden. Alles eraan is in de loop van de tijd vervangen. Best een goeie metafoor voor het land zelf. Je ziet van buiten iets heel anders dan erin zit.

Toen, in 2015, kon ik als toerist hier en daar in een hotel of op een postkantoor wel internetten tegen een relatief hoge betaling. Wel je paspoort laten zien natuurlijk! Toch liepen er al aardig wat Cubanen met een smartphone rond. Vooral voor bellen en muziek en veel minder voor internet. Best knap met zo’n salaris van dertig dollar! Maar wel heel nuttig natuurlijk voor dat netwerk. Nu laat de regering op internetgebied de teugels wat vieren. Het wordt langzaam aan toegankelijk gemaakt. Wel tegen, voor Cubanen, behoorlijk hoge kosten. Dus wie kan dat gaan betalen?

Je kunt op Cuba tegenwoordig via internet ook voor Airbnb en casas particulares, particuliere huur van kamers, terecht. Maar hoe zit ’t dan met dat internetcontact? Dat zit niet op Cuba. Degene met wie je contact hebt woont buiten Cuba. Maar regelt wel alles voor je. Cubaans netwerken.

Havana! Een prachtig vergane stad die in het centrum wel langzaam aan wordt gerestaureerd. Heel langzaam, dat wel. Want er is weinig geld. Dus kom je er gigantisch veel oude, afgebladderde en zelfs ingestorte glorie tegen. Grote, oude panden met heel veel deurbellen en heel grote openstaande deuren. Met daarachter een donker, gapend gat. Waarin soms nog net een ooit luxe maar nu gammele trap met veel historisch besef zichtbaar is. En waarin ook de onvermijdelijke bundels van losse elektriciteitsdraden verdwijnen die naar overal en nergens leiden. Klussers? Niet nodig, er is toch geen geld. Maar hoe dan ook, Cuba leeft en is blijmoedig ondanks alle tegenslagen uit het verleden. Een moedige bevolking, die Cubanen. Ik zal er graag nog een keer naar terug gaan.

Het bovenstaande schilderij is dan ook ontstaan als een ode aan Havana en aan de Cubanen. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

De venetianisering van Venetië


Je leest er tegenwoordig regelmatig over, Amsterdam is aan het venetianiseren. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een paar maanden geleden was ik voor de tigste keer weer eens een week in dat Venetië, het grootste en mooiste openlucht museum ter wereld. Dus een beetje ervaringsdeskundige mag ik mijzelf wel noemen.

Het is beslist een feit dat steeds grotere massa’s toeristen de Amsterdamse binnenstad als een soort tsunami overstromen. Met, naar verluid, de bijbehorende geluidstsunami  van dag en nacht voort denderende rolkoffers en brallende, niet meer zo sobere toeristen. Met een toenemend aantal Airbnb kamers en appartementen die de eigenaar menige euro doen toevloeien. Met plaatselijke stanktsunami’s  in de openbare ruimte van soms minder en soms meer verteerde vloeistof en voedselresten die juist van toeristen afvloeien. En met, niet te vergeten, de fietstsunami  van grote groepen die hun leenfiets als een oneigenlijk voorwerp onder hun achterste ervaren en al zwalkend moeten anticiperen op het nogal gehaaste, agressieve fietsgedrag van de autochtonen. Gevolg? Fietsfiles, menige fietsbotsing en bijbehorende Babylonische taal en vloekverwarringen.

Hoe zit dat dan in La Serenissima Repubblica Venezia, de allerdoorluchtigste Republiek Venetië, zoals de naam ooit luidde?  Maar even een paar  foto’s.

bij het Dogenpaleis
‘rustige’ vaporetto, ’t kan veel en veel voller
fotootje maken op de Rialtobrug
om de hoek bij het San Marcoplein

Één ding ontbreekt in ieder geval op die plaatjes. Fietsers. Want in Venetië zult gij lopen of varen. Alleen kindertjes mogen op hun fietsjes over de pleinen heen en weer scheuren. Meestal onder het toeziend oog van moeder. Als die ten minste dat oog niet even heeft afgewend vanwege de niet te versmaden gesprekken met andere toeziende moeders. Met natuurlijk de laatste Venetiaanse roddels. Want in dat opzicht is Venetië echt een dorp. Al lopend komt iedereen altijd iedereen tegen. Maar ‘iedereen’ wordt snel kleiner. Het aantal inwoners is al gezakt tot ergens rond de 50.000. Terwijl het aantal toeristen exponentieel is gestegen. Zo’n 30 miljoen nu per jaar.  Gemiddeld dus meer dan 80.000 per dag. Let wel, gemiddeld! Er zijn dus dagen met een veel groter aantal. En die persen zich dan met z’n allen op de vaporetto’s, de waterbussen, en door de smalle straten. Maar godzijdank vooral door de Kalverstraat die zich vanaf het station langs de Rialtobrug naar het San Marcoplein wringt. Want juist die plekken, daar moeten we als lemmingen heen met z’n allen. Die Kalverstraat overigens is meer een netwerk van zich aaneenrijgende, vaak haaks op elkaar staande straten met allerlei vernauwingen, verbredingen en heel veel bruggetjes.

de rolkofferbrigade op stap

filevorming op het water

Daar moet je dus ook niet willen zijn. Mijd de diersoort die zich daar in kudden voortbeweegt: de dagjesmens. Een asociale diersoort die het blokkeren van straten voor anderen als vanzelfsprekend beschouwt. Militaire wegblokkades zijn er niets bij is. Als het dan ook nog gaat regenen en de paraplu’s te voorschijn komen, moet je, al maaiend met armen en handen, echt een gevecht leveren voor het behoud van je ogen. Je ziet dan ook gelijk wie de echte Venetianen zijn. Die hebben een superieur paraplugebruik ontwikkeld waardoor ze vrijwel niemand tot last zijn. Maar goed, dat is dus  in die Kalverstraat. Als ’t ook maar even kan, mijd ik die dus.

het Canal Grande kent ook rustige tijden

Sla zoveel mogelijk de zijstraatjes in, neem gewoon het risico dat je doodloopt tegen een kanaal of toch de kaart erbij moet pakken om te zien hoe je verdwaald bent. Hoewel? Echt verdwalen kun je nooit. Je zit ten slotte op een stelsel van eilandjes met maar één verbindingsweg naar de kust. Dan ervaar je wat La Serenissma echt is en hoe rustig grote delen zijn. Dan snap je dat geboren Venetianen niets liever willen dan in hun prachtige stad blijven wonen. Maar ja, als je moet huren, is dat nauwelijks meer op te brengen. Veel te duur. Huiseigenaren verhuren liever aan toeristen, dan vangen ze heel veel meer.

Toen wij ‘ons’ appartementje, midden tussen Rialtobrug en San Marcoplein in, jaren geleden ontdekten, waren er volgens de eigenaar zo’n tweehonderd van dat soort verhuurappartementen. Nu, met de vlucht die Airbnb heeft genomen, zo’n tweeduizend. Afgezien nog van de groei van het aantal hotels.

ergens daar achteraan zit ik op een heerlijk terras

Dus is Venetië gevenetianiseerd? Ja en nee! Lallende, bezopen toeristen? Nauwelijks. Prachtige plekken waar de dagtoeristen niet komen? Vele. Terrassen waar je in alle rust kunt zitten met een koele spritz in de hand? Zoekt en gij zult vinden. Als je daar dan zit met een zonnetje erbij kan Venetië niet kapot. Nooit niet! Loop je in de schemering door de stad als de lemmingen zijn verdwenen? Een ervaring die je nooit vergeet. En doe je dat ’s avonds laat? Één grote museale ervaring. Venetië is voor mij altijd een feest.

Venetië ’s nachts

Maar één ding moet absoluut gebeuren. Die joekels van cruiseschepen moeten uit de stad worden verbannen. Een absolute schande dat die ooit zijn toegestaan. Dat vinden de bewoners ook. Maar ja, overheid, geld en corruptie? De doorsnee Venetiaan kan daar heel veel over verhalen.

een absolute schande, die cruiseschepen in Venetië

Tot volgende week.

TOOS

Madrid en Toledo in foto’s


Een fotoboek maak je om bij doorbladeren te kunnen herbeleven. Om aan herinneringen herinnerd te worden. Om luikjes in je hersenen te openen die al weer een poos gesloten waren. Maar bij het maken van zo’n fotoboek speelt dat ook al een rol. “Oh ja, dat is waar ook”. Tjé, ’t was toch wel heel lekker weer daar”. “Ja natuurlijk, dat hebben we toen ook nog gezien”.  Dat kwam dus allemaal weer naar boven bij het selecteren van foto’s voor mijn boek over Madrid en Toledo. Een reis van zo’n vier maanden geleden. Het werd dus echt wel tijd iets te doen met de vele plaatjes. Plaatjes die ik dan via mijn blog ook weer van harte deel met belangstellenden. Hierbij dus! Met de link

http://bit.ly/1UZtNDy.

Maar niet alles staat in dat fotoboek. Hierbij dus nog een extra selectie bij dat “oh ja”, “tjé” en “ja natuurlijk”.

MT01

Want in het Prado hing natuurlijk “De hooiwagen” van Jeroen Bosch (rechts op de foto). Het schilderij dat nu nog heel even hangt in het Rotterdamse Museum Boymans van Beuningen bij een speciale expositie en vanaf 13 februari in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Bij de grote tentoonstelling daar vanwege het feit dat El Bosco, zoals hij in Spanje heet, 500 jaar geleden stierf.

MT02

Ook een “tjé” omdat ik in het Museo Thyssen-Bornemisza ineens stond voor ons eigen Binnenhof. geschilderd door Berckheyde (1638-1698) rond 1690. Toch mooi, daar in Madrid, tachtig jaar lang onze erfvijand van 1568 tot 1648. Maar we eren hem nog steeds, die koning. In ons volkslied!

MT03

En dan die twee strenge meesteressen aan weerszijden van Picasso’s Guernica in het Museo Reina Sofia waarvan er op de foto maar eentje zichtbaar is.  Een icoon van de weerzin tegen oorlogsgeweld dat blijkbaar toch stevig bewaakt dient te worden tegen de grote massa’s die er voor staan. Je mocht er zelfs niet fotograferen. Maar ja, levensgezel denkt dan “ze kunnen me wat”.

Madrid is natuurlijk veel meer dan alleen museale kunst. Naast de heerlijk protserige bouw uit de 19de eeuw kun je er ook genieten van prachtige moderne architectuur. Vaak in een heel esthetische combinatie met de oudere gebouwen.

MT04 MT05 MT05a MT06 MT07 MT08

Of wat te denken van de grote levendigheid. Veel pleinen vol met leven. Een gigantische hoeveelheid terrassen die bij mooi weer volop bezet zijn.

MT09 MT09a

Met daarbij een ruime keus aan restaurants. Zoals het familierestaurant in de buurt van ons Airbnb-appartement. Waar kun je in Nederland met z’n tweeën een eenvoudig en goed 3-gangen menu nuttigen voor in totaal maar € 18? Met wijn inbegrepen natuurlijk. De fles huiswijn komt automatisch op tafel. Leven als god in Spanje!

MT10

Wat in Madrid wel ontbreekt is een echte middeleeuwse binnenstad. Maar met de hogesnelheidstrein zit je in een half uur in Toledo. De vroegere Spaanse hoofdstad voordat het koninklijk hof van Philips II naar Madrid verhuisde. En daar vind je een prachtige oude stadskern. Met een overweldigende kathedraal. Naast ook nog de nodige Moorse invloed in gebouwen.

MT11 MT12 MT13 MT14

Al met al een perfecte combinatie voor een stedenvakantie, Madrid en Toledo. Tot volgende week.

TOOS

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid


het Plaza Mayor in Madrid
het Plaza Mayor in Madrid

Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.

Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven.

het bruisende pleinleven in Madrid
het bruisende pleinleven in Madrid

Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo’n ander verhaal.

Museo Thyssen-Bornemisza
Museo Thyssen-Bornemisza

Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto’s ervan door deze blogaflevering.

zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt’s.

Maar bij zo’n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen “Tita” Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum.

de zalmroze vleugel van Tita
de zalmroze vleugel van Tita
Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden

Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto’s spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.

Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina!

De heilige Catharina van Caravaggio
De heilige Catharina van Caravaggio

Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale “Christus aan het kruis” van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten.

 

Christus aan het kruis, van Anton van Dyck
Christus aan het kruis, van Anton van Dyck

Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh’s (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.

een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
Salvador Dali
Salvador Dali
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten

Echt ongelooflijk, zo’n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya’s, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS