Tagarchief: Amsterdam

Hoe ik onbewust een kunstei legde in Rotterdam


“Ah, u bent dus mevrouw van Holstein. Wat leuk dat u er bent”. Zo werd ik enkele maanden geleden op een doordeweekse avond door een jongedame heel prettig begroet in het Rotterdamse Robeco-hoofdkantoor. Dat vanwege een groepsrondleiding langs de kunst in het gebouw (waarvan hier tussendoor foto’s).  Leuke ontvangst natuurlijk, maar dat tussenvoegsel ‘dus’ intrigeerde me direct. Dus vroeg ik even door naar de oorzaak ervan. Die was zeer verrassend. Ik bleek namelijk, zonder ook maar de flauwste notie daarvan, in hoogst eigen persoon de oorzaak van die rondleiding te zijn. Absoluut een complete verrassing en ook een verhaal met een clou. Want hoe dat kwam? Daarvoor moet ik nog weer een paar maanden verder terug in de tijd. Naar juli, naar de serie Robeco SummerNights 2018 concerten in het Amsterdamse Concertgebouw.

zicht vanuit het Robecogebouw op het Centraal Station van Rotterdam

Daar verkeerden levensgezel en ik toen op uitnodiging bij een operaconcert. Als de grote sponsor van  de SummerNights concerten nodigt beleggingsmaatschappij Robeco al jarenlang regelmatig rekeninghouders daarvoor  uit. In het kader van ‘je klanten af en toe eens in de watten leggen’.

Omdat wij beiden er elk een rekening hebben, kwam er vaak ook voor elk van ons apart zo’n uitnodiging binnen. Konden we toch maar mooi twee keer gaan. Want je partner mag mee. Maar de laatste jaren kreeg ik niks meer binnen en levensgezel nog wel. Jaloersmakend en natuurlijk ook helemaal niet eerlijk. Vandaar dat ik me stellig had voorgenomen daar dit keer wat van te zeggen, mocht de mogelijkheid zich voordoen.

werk van Daniel van Straalen in een werkkamer

evenwichtskunstwerk als symbool voor het evenwicht dat een beleggingsmaatschappij altijd moet zoeken

En dat deed ie. Want we werden na het concert ook nog verwacht in het Robeco-Zomercafé voor een after party. Een borrel dus. Maar ja, dat klinkt wel erg eenvoudig. Nou, geen probleem! Er liepen daar tussen de genodigden keurig verpakte Robeco medewerkers rond die duidelijk als taak hadden iedereen even aan te schieten. Public relations in volle actie. Toen er zo’n keurig verpakte en beslist ook aardige jongeman bij ons aanschoof, heb ik hem gelijk maar verteld hoe schromelijk verwaarloosd ik me voelde. Daar kon hij natuurlijk helemaal inkomen. Hij had trouwens eens wat anders moeten durven zeggen!! Maar het jonkie kwam, heel knap, ook gelijk met een idee. Stel nou eens dat we ter compensatie werden uitgenodigd voor een rondleiding langs de kunst in hun nieuwe hoofdkantoor in Rotterdam? Moest ie eerst nog wel even voorleggen aan een hogere baas, maar voelde ik daar eventueel iets voor? Allicht!

bij een lichtsculptuur, met licht voortdurend veranderend op het tijdsritme van de beurs
nog een ander lichtsculptuur

Vandaar dat we op die doordeweekse avond in het Robecogebouw op de hierboven aangehaalde manier werden begroet. Maar nu komt de al aangekondigde clou! Die keurige jongeman had zijn voorstel ter plekke bij die borrel instantaan verzonnen. Er bestonden bij Robeco namelijk nog helemaal geen publieke kunstrondleidingen. Wel hadden ze dit al eens gedaan voor personeel. Maar nog helemaal nooit en te nimmer voor klanten. Met andere woorden, ik was de trigger geweest om dit te gaan organiseren. En vandaar dat ‘dus’ in de begroeting. Mijn naam had al rondgezongen. Kun je je voorstellen dat ik me een zeer welkome gast voelde en dat ’t bij de borrel achteraf aan de kantoorbar nog heel gezellig werd?

Kunstwerk van David Jablonowski. Lees voor de uitleg ervan maar de Engelse tekst  op onderstaande foto. Heel begrijpelijk! Daarom zet ik die teksten maar niet meer bij de daarop volgende foto’s.

werk van Nick van Oort
design trap waarop de zetels naar elkaar toe of van elkaar af kunnen worden geschoven

Ga ik dan nu wel weer worden uitgenodigd voor de Robeco SummerNights 2019? Nee! Want stom toevallig stopt Robeco dit jaar met de sponsoring. Ze gaan zich, zo leerde ik die avond, met dat sponsorgeld op andere, jongere doelgroepen richten. Veel te veel ‘grijze koppen’ in het huidige  klantenbestand. Om op den duur als beleggingsmaatschappij geen knekelhuis te worden, moeten andere kleuren haar aan de klantencollectie worden toegevoegd. Toch een typisch geval van jammer. Maar ja, het leven kan hard zijn. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Het Stadse Leven


Voor de komende paar weken heb ik wat speciale blogs op het oog. Vakantietijd, nietwaar? En dan ook nog bij al zo’n lange periode van onnederlands weer. Even een versnelling lager dus. Met wat praatjes bij plaatjes. Gewoon een verhaaltje bij een schilderij van mij.

Toos van Holstein, Modern life, olieverf 110-100 cm

De natuur kan mooi en heel aantrekkelijk zijn. Maar ’t is toch de stad waar ik wil leven. Want sinds de burgerij in de oude middeleeuwse steden langzaam aan steeds meer macht kreeg, is ’t toch daar waar HET gebeurt. In de hectische stedelijke gebieden ontstaan makkelijker cultuurveranderingen en vindt ook de meeste innovatie plaats. Al eeuwen lang. Al eeuwen worden die steden ook alleen maar groter en machtiger. Woont niet nu al meer dan de helft van de wereldbevolking in die alsmaar uitdijende stadsagglomeraties? Hoeveel steden met 10 miljoen of meer inwoners zijn er al niet, verspreid over onze aardkloot. Daarbij vergeleken is ons eigen Amsterdam met maar zo’n 860.000 inwoners niet meer dan kleinsteeds. Vloeken in de kerk natuurlijk voor een echte Amsterdammer, die laatste opmerking!

Steden fascineren me dus! Of ze oud zijn of nieuw maakt me daarbij niet eens zoveel uit. Oude, vervallen en afbladderende lemen steden in Yemen, waar ik ooit was, zijn me net zo lief als de verzamelingen aan hightech glazen wolkenkrabbers in New York, Hongkong of Sjanghai. In die oude steden heb ik trouwens heel wat inspiratie opgedaan. Maar pijnlijk brandende voeten van het vele lopen in bruisende, moderne straten en kramp in mijn nek van het omhoog kijken in de skyscrapersteden hebben daarin ook beslist hun aandeel geleverd.

’t Mag duidelijk zijn dat bovenstaand schilderij ‘Modern life’ het gevolg is van die stadsliefde. Een werk uit een hele reeks zogenaamde cityscapes die het laatste jaar in mijn atelier is ontstaan. Tot volgende week.

TOOS

M-Day is coming!


 M-Day nadert met rasse schreden. Want zaterdag 7 juli is het zover. Dan staat het centrum van Terneuzen helemaal in het teken van Maria Theodora Mathilde de Doelder. Wie? Bij de naam Mathilde Willink (1938-1977) gaan vast heel veel meer lichtjes branden. Zeker bij de babyboomers. Want was ze tijdens haar leven, en eigenlijk ook nog daarna, niet een icoon in ons land? De naam Mathilde was vaak al voldoende om te weten over wie je ’t had. En waarom ze daar in Terneuzen iets mee gaan doen? Omdat ze daar 80 jaar geleden is geboren. Op 7 juli!

In februari schreef ik al eens over Mathilde, die komende Mathildedag en de bijbehorende exposities die de weken daarop te bezoeken zijn. Ik was namelijk gevraagd door het organiserend comité om daar een kunstzinnige bijdrage aan te leveren. Nou, geen probleem! Als je uit Mathilde geen inspiratie kunt putten, is er iets niet helemaal in orde met je.

Ga maar na. Een slimme meid die graag opviel, gymnasiumopleiding, daar een verhouding met een leraar die haar naast andere zaken ook inwijdt in de kunst en literatuur.

de jonge Mathilde

Op haar 19de naar Amsterdam om er een rijke vent aan de haak te slaan. Met als gevolg dat ze uiteindelijk een verhouding krijgt met de bijna 40 jaar oudere en carrière makende magisch realistische schilder Carel Willink. Vanaf dan begint haar glorietijd als extravagant opgemaakte en aangeklede societyster en stoeipoes. Onze eigenste Nederlandse Lady Gaga avant la lettre in vooral kleding van ontwerpster Fong Leng.

jurken van Fong Leng, gedragen door Mathilde en tentoongesteld in het nieuwe museum Kasteel Ruurlo, geheel gewijd aan Carel Willink

Die had ze ontdekt in de PC Hooftstraat in Amsterdam.Ttoen ook al dat chique koopparadijs waar ’t geen probleem was om wat geld stuk te slaan met diamanten en platina creditcards. Telegraaf en society journalist Henk van der Meijden ontdekt haar. Of misschien is het beter te zeggen dat zij er wel voor zorgde dat hij haar ontdekte.

Getrouwd en dus door het leven gaand als Mathilde Willink wordt ze wereldberoemd in Nederland  en is ze niet weg te slaan uit roddel en andersoortige bladen. Daarnaast schittert ze regelmatig op Willinks schilderijen.

schilderij van Willink met daarin Mathilde als model
de foto van Mathilde, gebruikt voor dat schilderij

Helemaal in stijl is haar vroegtijdig levenseinde nog steeds door mysterie omgeven. Na de door Carel Willink geforceerde scheiding raakt ze enigszins van het padje. Een poging om in New York onderdeel van het gevolg van de wereldberoemde schilder Salvador Dali te worden, mislukt. Terug in Nederland zijn criminele contacten haar niet vreemd. Als ze op haar 39ste dood op bed wordt aangetroffen met een kogel in haar hoofd en een pistool in de hand concludeert de politie zelfmoord. Anderen twijfelen echter sterk en vermoeden moord. Thrillerschrijver Thomas Ross wijdt er in 2003 nog een roman aan. Moord of zelfmoord? De uitslag is nog steeds onbekend.

Logisch dus dat ik, als in Zeeland woonachtige kunstenaar, van harte meedoe met die Mathilde manifestatie. Veel meer daarover vind je op de site https://mathildefestival.nl/ en op de Facebook-pagina daarover https://www.facebook.com/Mathildedag/. Op die site vind je ook al een foto van mijn installatie ‘Reflecting on Mathilde’ die komt te staan en hangen in het oude postkantoor.

Toos van Holstein, Reflecting on Mathilde
het oude postkantoor in Terneuzen
galerie Lokaal 54

Dat al een poosje leegstaande gebouw vormt samen met de nabijgelegen galerie Lokaal 54 het kunstzinnig hart van de manifestatie. Daarnaast ben ik nog druk bezig met een 3-luik dat de hele maand juli in die galerie te bezichtigen is, samen met werk van andere kunstenaars. Maar op die 7de juli zelf is er nog heel veel meer te doen. Zoals in het Scheldetheater, waar onder andere een grootse modeshow is geprogrammeerd. Zou daar nog een nieuwe Mathilde kunnen opstaan?

Zelf ben ik reuze benieuwd wat ’t allemaal gaat worden. Over zichzelf zei Mathilde eens “Ik ben als de maan. Ik wordt pas zichtbaar als ik door de zon van anderen word beschenen. Ik ben een illusie, opgeroepen door de mensen om mij heen.” Gezien alle reuring nu in Terneuzen, zo’n 40 jaar na haar dood, valt dat eigenlijk best wel mee. Tot volgende week.

TOOS

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen
Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

Toos, Terneuzen en Mathilde Willink


Mathilde Willink
Carel Willink en zijn muze

Wat ik met Mathilde Willink heb? Nou, tot voor kort niet veel meer dan de meeste Nederlanders. Oké, ze was een aantal jaren lang de extravagant opgemaakte muze en Amsterdamse societykoningin van de veel oudere magisch-realistische schilder Carel Willink (1900-1983), ze verscheen in de prachtig barokke en ook al extravagante kleding van mode-ontwerpster Fong Leng, ze maakte Willink bekender, hij maakte een groot, iconisch portret van haar en ze stierf veel te jong. Zelfmoord of moord? Dat is nooit opgelost. Maar dat was dan wel zo’n beetje wat ik wist.

Zo moet ik tot mijn grote schande toegeven dat ’t mij volstrekt onbekend was dat ze uit Terneuzen kwam. Die stad op ‘de andere kant’, zoals Zeeuws-Vlaanderen hier op Walcheren wordt betiteld. De Westerschelde, zo klinkt daarin door, vormt dus niet alleen een geografische scheiding.

Maar in Terneuzen zelf wisten ze dondersgoed dat Mathilde daar op 7 juli 1938 was geboren. Dit jaar dus op de kop af 80 jaar geleden. Reden voor een groep enthousiastelingen om daar een uitgebreide manifestatie omheen te gaan bouwen die in juli moet gaan plaatsvinden. Een manifestatie die verder moest reiken dan alleen Zeeuws-Vlaanderen. Meer noordwaarts dus, via Zeeland de rest van Nederland in. Naar hun ‘die andere kant’. Want dat sentiment is tweekantig.

Vandaar dat de organisatie ook graag kunstenaars uit bijvoorbeeld Walcheren bij hun evenement wilde betrekken. Op hun uitnodiging heb ik heel spontaan en enthousiast ja gezegd. Leuk leek me dat. Alhoewel, leuk? Tegenwoordig moet je dan, geloof ik, zeggen dat je ’t een uitdaging vindt. Schijnt beter te klinken. Op dus naar die andere kant, naar Terneuzen, voor een bespreking en een rondgang langs de verschillende beoogde manifestatielocaties.

Het gevolg? Dat ik nu heel druk aan het ‘mathilden’ ben.

bezig met de installatie

Met een installatie die, zoals ’t er naar uitziet, in de Grote Kerk komt. Met een met groot drieluik dat in galerie Lokaal 54 komt te hangen. En met nog iets anders dat toch al op mijn verlanglijst stond maar nu helemaal een verplicht nummer werd. Een bezoek aan het uit de middeleeuwen stammende kasteel Ruurlo in de Achterhoek. Daar waar kunstverzamelaar en mecenas Hans Melchers sinds juni vorig jaar het grootste deel van zijn Willink-collectie heeft ondergebracht. Het kleinere deel bleef achter in zijn tweede museum, ’t prachtige MORE in Gorssel, niet ver van Ruurlo.

ingang van kasteel Ruurlo
achterzijde

Was mijn verlangen destijds gewoon ’t zien van dat gerestaureerde kasteel en de Willinks, na die Terneuzense uitnodiging was ik nu natuurlijk extra gefocust  op Mathilde. Hoe werd zij er gepresenteerd? Wat kon ik daar nog van opsteken?

Dat museum is echt een must!Prachtig zoals dat kasteel is gerestaureerd. Prachtig zoals er nieuwe zowel oud als modern aandoende houten vloeren zijn gelegd. Prachtig zoals met modern design en moderne materialen de muren zijn behangen op een manier die doet lijken of het al eeuwen zo is geweest. En prachtig ook de nieuwe brug en glazen ingang die perfect zijn geïntegreerd. Chapeau! Voor zowel de miljoenen van Melchers als de architecten.

enkele van de Willink-zalen

Carel Willink laat ik maar even zitten, ’t gaat nu om Mathilde. Aan haar werd ook ruim aandacht besteed. Met centraal een aantal Fong Leng gewaden die ze ooit heeft gedragen en natuurlijk dat iconische portret met jurk. Met in een vitrinekast een bijna gelijkend exemplaar van dat glinstergewaad. De ‘echte’ kan namelijk niet meer worden getoond. Over haar turbulente laatste paar levensjaren na de scheiding van Willink werd ik echter niet veel wijzer gemaakt. Maar ja, het museum is ten slotte ook gewijd aan Carel.

een paar van de jurken die Mathilde droeg
HET schilderij en DE jurk

Dat Mathilde als icoon nog steeds aanspreekt blijkt wel uit allerlei boeken over haar leven en de misdaadroman die Thomas Ross over haar dood schreef. Net zoals uit de vele filmpjes die er over haar op YouTube staan. Zoals bijvoorbeeld een interview met haar door die enge roddelkoning Henk Van der Meyden, de man waaraan je als societyfiguur destijds niet voorbij kon.

Nu op naar 7 juli. Ik ga in ieder geval mijn bijdrage leveren, inspiratie genoeg. Dit wordt vervolgd, da’s duidelijk. Tot volgende week.

TOOS

De venetianisering van Venetië


Je leest er tegenwoordig regelmatig over, Amsterdam is aan het venetianiseren. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een paar maanden geleden was ik voor de tigste keer weer eens een week in dat Venetië, het grootste en mooiste openlucht museum ter wereld. Dus een beetje ervaringsdeskundige mag ik mijzelf wel noemen.

Het is beslist een feit dat steeds grotere massa’s toeristen de Amsterdamse binnenstad als een soort tsunami overstromen. Met, naar verluid, de bijbehorende geluidstsunami  van dag en nacht voort denderende rolkoffers en brallende, niet meer zo sobere toeristen. Met een toenemend aantal Airbnb kamers en appartementen die de eigenaar menige euro doen toevloeien. Met plaatselijke stanktsunami’s  in de openbare ruimte van soms minder en soms meer verteerde vloeistof en voedselresten die juist van toeristen afvloeien. En met, niet te vergeten, de fietstsunami  van grote groepen die hun leenfiets als een oneigenlijk voorwerp onder hun achterste ervaren en al zwalkend moeten anticiperen op het nogal gehaaste, agressieve fietsgedrag van de autochtonen. Gevolg? Fietsfiles, menige fietsbotsing en bijbehorende Babylonische taal en vloekverwarringen.

Hoe zit dat dan in La Serenissima Repubblica Venezia, de allerdoorluchtigste Republiek Venetië, zoals de naam ooit luidde?  Maar even een paar  foto’s.

bij het Dogenpaleis
‘rustige’ vaporetto, ’t kan veel en veel voller
fotootje maken op de Rialtobrug
om de hoek bij het San Marcoplein

Één ding ontbreekt in ieder geval op die plaatjes. Fietsers. Want in Venetië zult gij lopen of varen. Alleen kindertjes mogen op hun fietsjes over de pleinen heen en weer scheuren. Meestal onder het toeziend oog van moeder. Als die ten minste dat oog niet even heeft afgewend vanwege de niet te versmaden gesprekken met andere toeziende moeders. Met natuurlijk de laatste Venetiaanse roddels. Want in dat opzicht is Venetië echt een dorp. Al lopend komt iedereen altijd iedereen tegen. Maar ‘iedereen’ wordt snel kleiner. Het aantal inwoners is al gezakt tot ergens rond de 50.000. Terwijl het aantal toeristen exponentieel is gestegen. Zo’n 30 miljoen nu per jaar.  Gemiddeld dus meer dan 80.000 per dag. Let wel, gemiddeld! Er zijn dus dagen met een veel groter aantal. En die persen zich dan met z’n allen op de vaporetto’s, de waterbussen, en door de smalle straten. Maar godzijdank vooral door de Kalverstraat die zich vanaf het station langs de Rialtobrug naar het San Marcoplein wringt. Want juist die plekken, daar moeten we als lemmingen heen met z’n allen. Die Kalverstraat overigens is meer een netwerk van zich aaneenrijgende, vaak haaks op elkaar staande straten met allerlei vernauwingen, verbredingen en heel veel bruggetjes.

de rolkofferbrigade op stap

filevorming op het water

Daar moet je dus ook niet willen zijn. Mijd de diersoort die zich daar in kudden voortbeweegt: de dagjesmens. Een asociale diersoort die het blokkeren van straten voor anderen als vanzelfsprekend beschouwt. Militaire wegblokkades zijn er niets bij is. Als het dan ook nog gaat regenen en de paraplu’s te voorschijn komen, moet je, al maaiend met armen en handen, echt een gevecht leveren voor het behoud van je ogen. Je ziet dan ook gelijk wie de echte Venetianen zijn. Die hebben een superieur paraplugebruik ontwikkeld waardoor ze vrijwel niemand tot last zijn. Maar goed, dat is dus  in die Kalverstraat. Als ’t ook maar even kan, mijd ik die dus.

het Canal Grande kent ook rustige tijden

Sla zoveel mogelijk de zijstraatjes in, neem gewoon het risico dat je doodloopt tegen een kanaal of toch de kaart erbij moet pakken om te zien hoe je verdwaald bent. Hoewel? Echt verdwalen kun je nooit. Je zit ten slotte op een stelsel van eilandjes met maar één verbindingsweg naar de kust. Dan ervaar je wat La Serenissma echt is en hoe rustig grote delen zijn. Dan snap je dat geboren Venetianen niets liever willen dan in hun prachtige stad blijven wonen. Maar ja, als je moet huren, is dat nauwelijks meer op te brengen. Veel te duur. Huiseigenaren verhuren liever aan toeristen, dan vangen ze heel veel meer.

Toen wij ‘ons’ appartementje, midden tussen Rialtobrug en San Marcoplein in, jaren geleden ontdekten, waren er volgens de eigenaar zo’n tweehonderd van dat soort verhuurappartementen. Nu, met de vlucht die Airbnb heeft genomen, zo’n tweeduizend. Afgezien nog van de groei van het aantal hotels.

ergens daar achteraan zit ik op een heerlijk terras

Dus is Venetië gevenetianiseerd? Ja en nee! Lallende, bezopen toeristen? Nauwelijks. Prachtige plekken waar de dagtoeristen niet komen? Vele. Terrassen waar je in alle rust kunt zitten met een koele spritz in de hand? Zoekt en gij zult vinden. Als je daar dan zit met een zonnetje erbij kan Venetië niet kapot. Nooit niet! Loop je in de schemering door de stad als de lemmingen zijn verdwenen? Een ervaring die je nooit vergeet. En doe je dat ’s avonds laat? Één grote museale ervaring. Venetië is voor mij altijd een feest.

Venetië ’s nachts

Maar één ding moet absoluut gebeuren. Die joekels van cruiseschepen moeten uit de stad worden verbannen. Een absolute schande dat die ooit zijn toegestaan. Dat vinden de bewoners ook. Maar ja, overheid, geld en corruptie? De doorsnee Venetiaan kan daar heel veel over verhalen.

een absolute schande, die cruiseschepen in Venetië

Tot volgende week.

TOOS

Van Bob Dylan tot Giuseppe Verdi


Bob Dylan in de AFAS Live, voorheen Heineken Music Hall, Amsterdam

Stel dat die toen al zou hebben bestaan, zou operagrootmeester Giuseppe Verdi (1813-1901)dan mogelijk de Nobelprijs voor literatuur hebben kunnen krijgen? Ik denk van niet. Want de libretto’s voor zijn opera’s werden toch vooral door anderen geschreven. Maar ja, wie had ooit gedacht dat Bob Dylan (1941) die literatuurprijs nog eens zou krijgen? Zeker niet diegenen uit het literaire wereldje die daarover vorig jaar moord en brand schreeuwden.

Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Roberto Accurso (Marullo), Koor van de Nationale Opera

Ik zie al weer die verbaasde gezichten voor me met daarop duidelijk zichtbaar de vraag ‘hoe kom je nu in godsnaam op de link tussen Verdi en Dylan’. Nou, eigenlijk heel simpel. Omdat ik in een kort tijdsbestek zowel een concert van Dylan meemaakte als de opera  Rigoletto van Verdi bijwoonde. Een wonderlijke combinatie? Nee hoor, totaal niet. Ik kan ten slotte ook genieten van zowel realistische schilderkunst als van abstracte. Zeg maar van Vermeer tot Willem de Kooning. Of bij beelden van Michelangelo tot Henry Moore. Als ’t maar kwaliteit is. En daar heb je bij Verdi en Dylan beslist niet over te klagen.

Oké, Dylans stem is behoorlijk gruizig geworden. En zijn bewegingen op het podium zijn beslist houterig te noemen. Hing er daarom misschien geen groot projectiescherm voor detailopnamen van het podium? Niet dat dit iets uitmaakte want zelfs vanaf het balkon in de immense Heineken Music Hall, die nu ineens AFAS Live heet, kon zijn ingeperkte bewegingsritmiek  je echt niet ontgaan. Maar het blijft natuurlijk wel Bob Dylan, een van de grootste iconen uit de popwereld. Een man die onsterfelijke liedjes heeft gemaakt met maatschappelijk tegendraadse en poëtische teksten. En die nu toch maar mooi de Nobel literatuurprijs heeft gekregen. Dat die teksten met die gruizige, af en toe wat mompelende stem niet altijd goed waren te verstaan? Ach, so what! ’t Was gewoon genieten.

nog een scene uit Rigoletto,

Bij zo’n opera van Verdi versta ik de Italiaanse tekst ten slotte ook niet, hoe duidelijk en gearticuleerd die ook wordt gezongen. Maar daarvoor hebben ze in de Stopera boven het toneel dan juist wel een scherm hangen waarop de vertaling voorbij komt. Kun je, terwijl ’t zich voor je ogen afspeelt, in ieder geval ook nog lezen dat er iemand heftig verliefd geworden is of mogelijk zelfs aan het doodgaan is. Want daar gaat ’t bij Italiaanse opera toch om: drama, liefde, verraad en emotie, een en al emotie. Met prachtige muziek en prachtige stemmen. Toch een tikje anders dan die stem van Dylan.

La donna è mobile, de vrouw is grillig, beroemde aria uit Rigoletto zoals gezongen in de Stopera

Ik weet nog goed dat ik heel wat jaartjes geleden als volstrekt groentje en plaatsvervangster met mijn zus mee mocht naar een concert van de wereldberoemde sopraan Jessye  Norman in het Concertgebouw. En eigenlijk is het heel gênant wat ik nu vertel. Maar ach, ’t is ook erg lang geleden. Na de pauze, let wel ná, vroeg ik ineens ‘Zingt ze nou zonder versterking?’. De blik van zuslief omschrijven gaat me niet lukken. Zogezegd een leermomentje.

Maar je kunt je ook nauwelijks voorstellen wat voor geluidsvolume zo’n operakeel kan produceren. Dat maakte ik een paar jaar geleden nog mee bij een uitvoering van Mozarts ‘Die Zauberflöte’. Ook weer van de Nederlandse Opera in de Amsterdamse Stopera. We zaten op rij twee en de regisseur had, zo bleek,  besloten dat tijdens de voorstelling één van de zangers het toneel zou aflopen en zich al zingend langs de benen van de toehoorders op juist die rij twee moest wurmen. Op zich al een kunststukje. Maar het geluidsvolume dat me toen passeerde? Echt ongelooflijk! Wat een klankkast kwam daar voorbij! Dat zal ik nooit meer vergeten.

andere scene in Rigoletto

Datzelfde geldt trouwens ook voor die voorstelling van Rigoletto. Het verhaal op zich is, zoals bij veel opera’s, zonder meer krankjorum te noemen. Volstrekt naïeve dochter van mismaakte  hofnar Rigoletto wordt zeer heftig verliefd op rokkenjagende hertog van Mantua en wordt doodgestoken  door een door haar vader ingehuurde kille moordenaar die eigenlijk de vuige hertog moet vermoorden. Drama tot de laatste snik. Misschien dat de regisseur hierdoor op het idee kwam ’t geheel zich te laten afspelen in een ouderwets krankzinnigengesticht. Met Rigoletto als geestelijk wrak. Geen kasteel van Mantua dus. Ach, moet kunnen. Zeker als ’t zo inventief en beeldend wordt uitgewerkt als nu het geval was. Zogezegd een frisse kijk, of moderner geformuleerd, out of the box denken. Maar in welke enscenering dan ook, die muziek blijft prachtig. Net zoals bij Dylan.

nogmaals Dylan in de AFAS Live

Bij hem ontdek je ook ineens dat ie het intro van een eigen nummer zo heeft veranderd dat je ’t in eerste instantie helemaal niet herkent. Ook heel knap, zo out of the box spelen. Tot volgende week.

TOOS