Tagarchief: Antwerpen

Kunst binnen gemaakt voor buiten


Fort Rammekens nu

We schrijven het jaar 10vC, tien voor Corona. In de oude jaartelling dus 2010. Ik loop in februari rond in de donkere krochten van Fort Rammekens bij Ritthem, bij de monding van de Westerschelde. Voor het eerst van m’n leven trouwens. Want als import-Brabander zei Fort Rammekens me toen nog niet zoveel. Helemaal fout natuurlijk, weet ik nu.

mijn Buitenkunst in de ‘etalage’ van mijn atelier aan de Korendijk 56

Dat beeld van destijds kwam weer boven toen het bestuur van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg enige maanden geleden voorstelde om te beginnen met een project ‘Van binnen naar buiten’. Want coronatijden. Galerieën en ateliers voornamelijk dicht. Ook op de 1e zondagen van de maand, onze gebruikelijke routedag. Het idee: hang toch de routevlag uit, doe wat met je etalage, zet kunst voor je ramen, zet gewoon toch wat buiten. Op die manier kon een kunstige zondagmiddagwandeling door Middelburg langs gesloten deelnemersdeuren best aangenaam verrassend gemaakt worden. Dat gebeurde dus ook want we vormen met z’n allen een enthousiaste club.

Voor mij was ’t gelijk duidelijk, dat wordt dus mijn Buitenkunst. En daarvoor moet ik weer terug naar de historische grond van Fort Rammekens. Want historisch is die, voor mij nu ook. Gebouwd rond 1550 in opdracht van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en zuster van Karel V, keizer van het gigantische Habsburgse Rijk. Want de wereldhaven Antwerpen moest worden beschermd tegen vijandige machten.  En de beslist niet onbelangrijke haven van Middelburg werd daardoor ook direct meegenomen. Waar kon dat beter gebeuren dan aan de monding van de Westerschelde.

Fort Rammekens eeuwen geleden met schepen wachtend op goede wind. Naar boven de directe toegang naar Middelburg, naar recht de Westerschelde richting Antwerpen
Willem Hermansz. van Diest, Zicht op de rede van Fort Rammekens bij Vlissingen

Op die historisch heilige grond liep ik dus in 10vC voor het eerst rond. Want de directie van het Vlissingse MuZEEum had me gevraagd of ik er mogelijk voor voelde een grote expositie op te zetten in het fort. Een aantrekkelijk idee. Maar zoals altijd, eerst de locatie bekijken.

Prachtig vond ik ‘t. Duistere krochten, lange donkere gangen, heerlijk verweerde oude muren. Daar kon ik wel wat mee.

een paar foto’s van die gangen en krochten

Maar één dingetje was voor mij gelijk duidelijk, met mijn olieverfschilderijen kon ik ’t daar wel schudden. Kort samengevat: te koud, te vochtig en te zout. Wat wil je ook, een meer open dan dicht fort direct aan het zoute water van de Westerschelde. ’s Avonds gingen dan wel de krochtdeuren en de grote poort dicht, maar verwarming? Niet functioneel. En die expositie zou een half jaar gaan duren. Nou,dan kon je er vergif op innemen dat daarna alle olieverfschilderijen naar de sloop hadden kunnen worden gebracht. Dat soort omstandigheden konden ze echt niet aan. Dus gelijk als bij Tom Poes, kwam het er op neer ‘Toos, verzin een list’. Of eigenlijk heel veel listen. Want ik wilde ’t liefst het hele fort zoveel mogelijk gaan gebruiken. Het moest groots worden.

nog een paar van die foto’s

Al denkende en zoekende kwam ik een techniek tegen die net in opkomst was. Die van het drukken op een voor mij toen nog onbekend materiaal. Alu-dibond. Een plaat van kunststof aan beide zijden bedekt met een laag aluminium waarbij op een van die zijden op het aluminium digitaal een afbeelding kon worden aangebracht. Dat was ‘t! Op die manier kon ik op hoge resolutie ingescande dia’s van mijn schilderijen op het alu-dibond laten overbrengen. Maar in Nederland waren er nog nauwelijks bedrijven die dat én goed én op allerlei grootten konden. Nu doet elke fotozaak ’t voor je, maar 10vC was een andere tijd. Zoekend op internet kwam ik terecht bij het bedrijf ZWF in Bolsward. Die hadden net een nieuwe grote flatbed printer waarmee heel veel mogelijk was. En ach, Bolsward is in ons kleine landje ten slotte niet het eind van de wereld. Het gevolg? Ik werk nog steeds naar volle tevredenheid met ze samen.

ik hang een van de aludibonds op in het fort
vorig jaar in Bolsward, overleg met eigenaar Geoffrey Schippers
van ZWF over een opdracht

Daar dus, in Bolsward, en vooraf in mijn fantasie vond mijn Buitenkunst vorm. In 9vC uitgebreid te aanschouwen in Fort Rammekens en vandaag de dag dus in mijn atelieretalage in het kader van die actie ‘Van binnen naar buiten’. Zolang de coronasluiting duurt. Want ook op de eerste zondag van juni houd ik toch nog maar even mijn deuren dicht. Misschien weer in juli. Maar wel is zeker dat er over die Buitenkunst, dat fort en met kunst versierde tuinen nog veel meer te vertellen is? Daaraan ga ik me de volgende keer opnieuw te buiten.

nog zo’n kunstwerk op alu-dibond

Tot volgende week.

TOOS

Hoe vrouwen weer terugkeren in de kunstgeschiedenis I


Museum voor Schone Kunsten in Gent

Afgelopen week was ik in Gent. Die roemrijke historische stad in wat ooit de Zuidelijke Nederlanden werd genoemd. Ben je daar wel eens in het Gentse Museum voor Schone Kunsten geweest? Misschien. Nog een paar andere vragen. Ken je het Holland Côte d’Azur Magazine?  Vermoedelijk niet. En de namen Sofonisba Anguissola, Lavinia Fontana, Artemisia Gentileschi? Heel, heel misschien die laatste, maar de eerste twee? Of het 20e eeuwse standaardwerk over kunst ‘Eeuwige schoonheid’ van Gombrich? Laat maar!

in een zaal met linksachter twee werken van Jeroen Bosch
een zaal van ‘De dames van de Barok’

Wat dat alles met elkaar verbindt? De expositie ‘De dames van de Barok’ in dat Gentse museum. Ik moest daar namelijk voor mijn goeie fatsoen absoluut heen vanwege dat Magazine, het 3-maandelijkse tijdschrift van De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur.

Zeven jaar lang schreef ik daarin Kunststukjes. Over kunst dus. Zoals in 2005 over Sofonisba Anguissola(1532-1625), Lavinia Fontana (1552-1614) en Artemisia Gentileschi (1593-1652). Daar heb je die namen.Want met hen en ook andere vrouwen is geschiedkundig heel wat aan de hand. Of beter gezegd, er was kunstgeschiedkundig helemaal niks mee aan de hand. Ze bestonden namelijk stomweg niet meer. In dat standaardwerk van Gombrich, verplichte studiekost in mijn kunstacademietijd, kwam gewoon geen vrouwelijke kunstenaar voor. Geen enkele. Niente, nada, nichts! In geen enkele eeuw. Net zoals ook in een ander standaardwerk. ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van H.W.Janson dat vooral in de USA universitair wordt gebruikt. Hoezo wereldgeschiedenis?

Waren er in al die eeuwen dan helemaal geen bekende  vrouwelijke kunstenaars? Forget it, natuurlijk wel. De Italiaanse Giorgio Vasari, feitelijk de oervader van de kunstgeschiedenis, schreef in 1568 het legendarische ‘Le Vite’. Met levensbeschrijvingen van beroemde kunstenaars  uit zijn tijd. En wie stond daarin? Ene Sofonisba Anguissola.

schilderijen van Sofonisba Anguissola op de expositie
de tekening uit het dagboek van Anthony van Dijck

Tijdens haar kunstenaarsleven als La Grande Donna delle Pittura (de Grote Dame van de Schilderkunst) al zo beroemd dat onze 17e eeuwse Antwerpse schilder Anthony van Dijck haar tijdens een reis door Italië in 1624 nog bezocht. In zijn dagboek van toen heeft hij zelfs een hele pagina aan haar gewijd. Met een tekening erbij! Ook maakte hij nog een olieverfportret van haar.

Maar begin 20e eeuw? Sofonisba had blijkbaar nooit bestaan. Net als andere in de 16e, 17e en 18e eeuw beroemde vrouwen in de kunst. Want door mannen geheel weggeschreven in de loop van de 19de eeuw. Vrouwelijke grote kunstenaars? In hun mannelijke psyche kon dat niet!  Gewoon weg ermee. Klinkt dat misschien gechargeerd? Mogelijk, maar ’t is wel de harde waarheid. Pas in een herziene 5e druk van het universitaire boek van Janson wordt in 1990 voor het eerst weer aandacht aan vrouwelijke kunstenaars gegeven. En nu is er in de kunst en museumwereld gelukkig een duidelijke beweging gaande waarin die ‘vergeten’ vrouwen uit voorgaande eeuwen eindelijk weer de aandacht krijgen die ze verdienen. Zoals in Gent bij die expositie ‘De dames van de Barok’.

Sofonisba Anguissola, Zelfportret met haar twee zuster en een dienster bij het schaakspel
Lavinia Fontana, Zelfportret
Lavinia Fontana, Minerva dressing, het eerst bekende naaktportret geschilderd door een vrouw

Daar hingen nu schilderijen in het echt waarvan ik destijds alleen de plaatjes kende toen ik voor het Magazine mijn Kunststukjes schreef. Geweldig om die nu in werkelijkheid te zien. En geweldig ook dat ze in Gent die werken uit allerlei museale en particuliere verzamelhoeken hebben kunnen lospeuteren. Zoals ook die van Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, Maria Magdalena
Artemisia Gentileschi, De onthoofding van Holofernes door Judith (met zijn hoofd in de mand gedragen door haar dienster)
bij een schilderij van de Gentse caravaggist Jan Janssens (1590-1650)

Echt een kunstheldin van mij en, in mijn ogen, één van de beste caravaggisten. Die navolgers van de onnavolgbare Caravaggio (1573-1610) die tijdens zijn korte leven een geheel nieuwe schildertrend inzette. Een trend die nu heel goed in het Centraal Museum van Utrecht is te bekijken. Bij de tentoonstelling ‘Utrecht, Caravaggio en Europa’. Daar ga ik dus beslist ook heen. Met vast ook een schrijfsel daarover hier. En reken ook maar op meer stukjes over de vrouwen die nu eindelijk aan het terugkeren zijn in de kunstgeschiedenis. Dankzij de inzet van vele onderzoeksters die daar sinds de jaren 70 hun feministische schouders onder hebben gezet.  Mooi toch dat die nu de mannen kunnen helpen de kunstgeschiedenis te herschrijven? Niet dus HIStory maar HERstory. Tot volgende week.

TOOS

Barocker Rubens centraal in Antwerpen


aanzicht van Antwerpen in de tijd van Rubens met heel wat kerktorens meer dan tegenwoordig
standbeeld van Rubens bij de kathedraal

Stel dat Antwerpen in 1585 niet was heroverd door het Spaanse regime en daardoor onderdeel zou zijn gebleven van de Noordelijke Nederlanden. Van de calvinistische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dus. Zou die stad dan dit jaar de manifestatie ‘Antwerpen Barok 2018. Rubens inspireert’ hebben kunnen organiseren? Een intrigerende vraag die in me opkwam na een huizenruil met vrienden. Zij voor een paar dagen in mijn Middelburgse pakhuis en wij in hun appartement in het centrum van Antwerpen. Om daar op ’t gemakkie dat groots aangepakte evenement te kunnen bewandelen. Met barok, heel veel swingende barok. Het kunstige paradepaardje van de roomse Contrareformatie in de 17e eeuw. Dat die kunststroming ’t in ons landje van Reformatie en protestante ketters nooit echt heeft kunnen maken is natuurlijk wel duidelijk.

Wij hebben natuurlijk wel ‘ons’ schildergenie Rembrandt (1606-1669) en het woord Rembrandtesk. Maar de Antwerpenaren hebben als antwoord daarop ‘hun’ barokke ster Rubens (1577-1640) en zijn voluptueuze Rubensiaanse vrouwen. Rembrandt en Rubens, beiden dus min of meer tijdgenoten en beiden heel succesvol. Alhoewel bij Rubens de florijnen zijn leven lang in grote golven bleven binnenstromen terwijl dat bij Rembrandt uiteindelijk nog hooguit golfjes waren. Maar zou de roomse Rubens zonder die Spaanse overwinning in een calvinistisch Antwerpen zijn internationale kunstcarrière wel hebben kunnen ontplooien? Met al die opdrachten uit o.a. Frankrijk, Spanje en van de katholieke kerk? Of zou hij dan verhuisd zijn? En had Antwerpen dan niet, zoals nu, met hem kunnen uitpakken? Want dat doen ze, uitpakken!

interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

Ben je ooit in Antwerpen in de Sint-Carolus Borromeuskerk, de Sint-Jacobskerk of de Sint-Pauluskerk geweest? Ik tot onlangs in ieder geval niet. Ja, wel natuurlijk in de overal bovenuit torenende Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Dat grote kerkse museum met prachtige kunst in een middeleeuwse ambiance van hooggotiek.

kathedraal: Rubens, De kruisoprichting 1609-10
Rubens, De kruisafname 1611-14
Rubens, Tenhemelopneming van Maria 1626

Maar in die andere, wat meer verscholen liggende eeuwenoude kerken? Nee dus. En nu? Gaan, zeg ik enthousiast! Zoals naar die Sint-Jacobskerk. Rubens eigen parochiekerk waar zich ook zijn graf bevindt. Met natuurlijk een altaarstuk van zijn hand.

de Sint-Jacobskerk
de graftombe van Rubens met zijn altaarschilderij geheimzinnig verlicht via een glas-in-lood-raam

Mooi ook dat er in die kerken heel enthousiaste gidsen rondlopen. Vrijwilligers met mappen vol informatie in hun hand die ongelooflijk veel weten van de kerken, van de Antwerpse geschiedenis en van de kunst. Je kunt ze zomaar in het wild aanspreken en anders doen ze dat jou wel. Vrouwen en mannen met heel veel plezier in hun vrijwilligerstaak. Zo spraken we minstens een half uur lang in die Jacobskerk met een gids die een uitstekende bron van informatie bleek.

Datzelfde gebeurde trouwens ook nog eens in de dominicaner Sint-Pauluskerk met weer een enthousiaste verteller.

in de Sint-Pauluskerk bij een altaarstuk van Rubens
nog meer werk van Rubens daar

En als je ’t over barok hebt? Nou, dan daar wel. Met vanzelfsprekend weer  Rubens. Maar ook met beroemdheden als Anthony van Dijck (1599-1641) en Jacob Jordaens (1593-1678), beiden Antwerpenaren van geboorte. Opnieuw zo’n gratis museum waar je overal je ogen de kunstkost kunt geven.

Het mooie van deze kerkenzoektocht is dat je straatjes en pleintjes ontdekt waar je anders nooit komt. En dan te beseffen dat er in al die eeuwen ook heel wat kerken zijn verdwenen. Door vernielingen tijdens de Reformatorische beeldenstormen in 1566. Door rigoureuze afbraak onder het zeer antiklerikale, revolutionaire regiem van de Fransen, zo tegen 1800. Of gewoonweg door brand en verval. Maar de Sint-Carolus Boromeuskerk staat er nog.

de Sint-Carolus Boromeuskerk
Rubens, De terugkeer van de Heilige Familie 1620

Met ook weer barok in een overdadig en toch groots interieur. En van wie is er daar natuurlijk weer kunst te zien? Inderdaad, Rubens! Ten minste, zijn handtekening staat eronder. En niet die van één van zijn vele medewerkers. Want zou hij al die vele joekels van doeken in zijn eentje hebben vol geschilderd? Reken maar van niet. Dat komt wel tot uiting in het Rubenshuis.

het oorspronkelijke atelier van Rubens en zijn medewerkers in het Rubenshuis
in de achtertuin van het Rubenshuis

Nu een museum, destijds zijn woonhuis annex atelier. Niet onaardig toch, zo’n verblijfplaats?

In Nederland gaan we nu trouwens ook een flink Rubensgraantje meepikken. Met een net geopende en alom al bejubelde expositie in Museum Boymans. Barocker Rubens swingt hier dus vast nog wel weer een keertje voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds
schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld
de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

Nog even Venetië, maar dan heel anders in het Vlaamse Edegem


Toos van Holstein, Venezia, olieverf 130 cm-100 cm
Toos van Holstein, Venezia, olieverf 130 cm-100 cm

Nog even en ik kom weer langzaam boven de internethorizon. Maar nu nog niet. Vandaar ook deze keer nog  een al weken geleden klaar gezet blog. Een soortement vervolg op de Venetië-aflevering van vorige week.

koor-2

Kunst veroorzaakt kronkelwegen die volstrekt onverwacht kunnen zijn. Want ik had nooit kunnen bedenken dat ik eind vorig jaar op een zondag in de Sint-Antoniuskerk in Edegem zou zitten. Een plaats iets ten Zuidoosten van Antwerpen waar die zondagmiddag het koor Sin’al Fine en het muziekensemble Tamburini vocale en instrumentale renaissancemuziek ten gehore brachten. Met boven hen hoog hangend in het kerkkoor de print van mijn schilderij “Venezia”.

koor-3

Een aantal maanden voor hun concert kreeg ik een mailtje van Sin’al Fine. Op mijn website www.toosvanholstein.nl hadden ze dat “Venezia” ontdekt. En of ze die afbeelding mochten gebruiken bij hun 20-jarig jubileumconcert. Venetië was in de baroktijd ten slotte een heel belangrijke stad met bijvoorbeeld componist Vivaldi bovenaan de toenmalige hitlijsten. Nou, dat mocht. Maar dan wilde ik wel graag een paar toegangskaarten voor hun concert ontvangen. Geen probleem.

koor-4

En zo zat ik daar die zondagmiddag als eregast. Met een toegangsbewijs in handen waarop dat “Venezia”, met een programmaboekje waarop dat “Venezia”, vlak bij een grote poster met daarop “Venezia” en met die grote print op alu-dibond hoog voor mij in de kerk. En met een heerlijk concert van een voor amateurs heel hoog niveau. Zijn dat geen heerlijk kunstige kronkelwegen? Tot volgende week.

TOOS

En zo is ’t gekomen!


Als de vader van mijn levensgezel niet een gezin had gekend waarvan een zoon woonde in de Adelheidstraat in Den Haag had dit stukje er heel anders uitgezien. Want dan was Poen de Wijs niet de buurman geworden van levensgezel toen die zich in die Adelheidstraat vestigde. Poen was een zeer getalenteerde fijnschilder, één van de beste van Nederland. Was! Want vorig jaar overleed hij, veel te vroeg. Door dat buurmanschap leerde ik Poen kennen als vriend en kunstgenoot die altijd bereid was om zijn kennis te delen. Met uiteindelijk als gevolg het steendrukje hieronder.

feeststeendruk 1
feeststeendruk 1

Want toen ik op zoek was naar een goeie steendrukker kwam Poen met de suggestie “ga naar Ernst Hanke in Zwitserland”. Ik had in 1995 al eens een steendruk gemaakt in het atelier van de bekende Piet Clement in Amsterdam. Daar waar bijvoorbeeld  Jan Cremer en Lucebert kind aan huis waren. Maar mijn manier van werken paste daar niet. Een 5-kleurensteendruk maken op vijf verschillende stenen? No way, veel te onnauwkeurig! Dus toen Poen me vertelde dat Ernst Hanke dat allemaal op één steen kon, was een afspraak met Ernst snel gemaakt. De treinreis naar zijn atelier in Ringenberg zal ik niet licht vergeten. Van de ene vertraging in de andere, dus onverwachte overstappen, en pas midden in de nacht op de eindbestemming. Maar de samenwerking met Ernst was perfect. In de jaren daarna volgden nog meer steendrukken, zowel opdrachten als litho’s die ik voor mijzelf maakte. Wel ging ik dan met de auto! Heen zonder en terug met steendrukken. Over de Zwitserse douane, Zwitserland is ten slotte geen EU-land, zal ik ’t nu maar niet hebben. Dat is een heel ander verhaal.

samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers
samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers

Maar Hanke ging er mee stoppen. Het was mooi geweest. En de populariteit van de steendruk was duidelijk over zijn hoogtepunt heen. Erger nog, de verkoop stortte jammer genoeg helemaal in door de opkomst van digitale kunstreproductietechnieken. Ook weer een verhaal apart. Dus hoe ging Toos nu nog litho’s maken? Heer Bommel had dan Tom Poes als listverzinner. Maar dit was werkelijkheid en geen stripverhaal. Via via kwam ik ten slotte uit bij een andere meestersteendrukker, Rudolf Broulim. Oorspronkelijk afkomstig uit, toen nog, Tsjecho-Slowakije, al jaren leraar aan de kunstacademie in België, met een eigen steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en ook werkend met die éénsteentechniek.  Een geheel andere persoonlijkheid dan Ernst. Maar ook met hem kon ik het heel goed vinden. Dus volgde er weer een jarenlange samenwerking met als voordeel dat de afstand Middelburg-Ekeren ietsje korter is dan die van Middelburg naar Zwitserland.

vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
de steendrukken staan te drogen
de steendrukken staan te drogen

En toen wilde ook Rudolf er mee gaan stoppen. Het pensioen lonkte. Maar niet zonder mij nog een mooi afscheidscadeau te geven. Vorig jaar september, tijdens een groot feest dat levensgezel en ik hadden georganiseerd vanwege allerlei mooie leeftijdsgetallen. Ik mocht bij hem nog een laatste litho maken. Bedoeld als herinnering voor alle 140 feestgangers aan een onvergetelijke avond. Dat hebben we tijdens dat feest dus ook luid en duidelijk aan een ieder verkondigd. Zo duidelijk zelfs dat ik kort geleden nog een mailtje kreeg van een toen aanwezige die heel nieuwsgierig was naar de stand van zaken rond die feeststeendruk. Het heeft inderdaad ook even moeten duren.  Want Rudolf was druk bezig allerlei pensioenzaken rond zijn atelier af te wikkelen. Zoals bijvoorbeeld het verkopen van zijn grote pers naar China. Want de Chinezen kopen niet alleen wereldwijd grote bedrijven op, maar ook mooie, oude, grote steendrukpersen. Zij hebben daar voor de steendruktechniek nu veel meer belangstelling dan wij hier in Europa.

feestgangers op de tweede etage achter de balustraden
feestgangers op de tweede etage achter de balustraden

Het duurde dus even voor Rudolf voor mij een steen kon prepareren. Een steen zelfs, zo bleek, waarop ik twee litho’s van A4-formaat kon maken. Altijd makkelijk nietwaar, als zo’n kunstwerk over de post moet worden verstuurd. Want natuurlijk is ’t heel leuk om de feestgangers persoonlijk een exemplaar te overhandigen als dat logistiek goed uitkomt. Maar ja, ze wonen verspreid over het hele land. Dus ik zal toch hier en daar de ouderwetse post moeten gebruiken.

feeststeendruk 2
feeststeendruk 2

Resten nog twee vragen. Eén. Wie wordt mijn volgende meestersteendrukker? Want dat steendrukken is toch veel te leuk om niet meer te doen, na  al die ervaringen met een paar van de echte grote Europese meesters. De tijd gaat het leren. En twee. Stel nu eens dat levensgezel niet in die Adelheidstraat terecht was gekomen en ik Poen de Wijs niet had leren kennen. Zouden dan ooit twee feeststeendrukken zijn ontstaan in het atelier van Rudolf Broulim? Van het een komt het ander, maar of daar logica in zit? Tot volgende week.

TOOS

Terug naar Ekeren


“Nou, dat was dan de laatste keer”, zo dacht ik, toen ik vorig jaar naar buiten stapte en de deur in de Pastoor Goedschalkxstraat in Ekeren bij Antwerpen achter mij in het slot viel. De laatste keer dat ik die licht schuifelende tred van Rudolf had gehoord bij die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. En met het uitzicht op de groene binnentuin, zittend op die bekende stoel aan die bekende tafel met een dikke, platte, rechthoekige Solnhofener kalksteen voor me met een potje speciale tusche ernaast. Want, zo meldde ik destijds, mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim ging er mee stoppen. Het was mooi geweest, hij ging met pensioen en zijn steendrukatelier ontmantelen. Gewoon nog even een paar kleine klusjes en dan was ’t gedaan.

Maar toen was hij vorig jaar september met zijn Marie te gast op het grote feest dat mijn levensgezel en ik gaven voor zo’n 140 mensen in mijn Middelburgse pakhuis.

nog een paar impressies van dat feest
nog een paar impressies van dat feest

feeststeendruk 2

Een feest waarvoor we nog steeds complimenten krijgen als we feestgangers van toen weer spreken. Een van de mooiste complimenten kregen we al op die avond zelf. Van Rudolf. “Toos”, zo sprak hij met zijn licht Vlaamse accent, “deze avond verdient een cadeau. Jij komt bij mij helemaal gratis en voor niks nog één keer een steendruk maken die je dan aan alle gasten van deze grandioze avond kunt toesturen als speciale herinnering. We moeten alleen nog even bekijken wanneer dat kan gaan gebeuren vanwege dat uitruimen van mijn atelier.”

Dat uitruimen is dus nog niet afgerond. Eigenlijk staat het wel vast dat een aantal van de steendrukpersen naar een academie in China gaan. Daar willen ze graag de steendruktraditie voortzetten die in Europa, net zoals Rudolfs atelier, aan onttakeling onderhevig is. Maar de bureaucratische molens in China draaien traag. Regeltje hier, stempeltje daar, vergunningkjes, nog meer belangrijke ambtenaren, ach, eigenlijk de bekende riedel.

vooroverleg met Rudolf over de steendruk
vooroverleg met Rudolf over de steendruk
met tusche tekenen op de steen
met tusche tekenen op de steen

feeststeendruk 5a Dus zat ik een dikke week geleden toch nog weer aan die tafel op die stoel in Ekeren. Met die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. Met de vertrouwde licht schuifelende tred van Rudolf op de ateliervloer. En met uitzicht op een nog kale binnentuin want de lente liet wat langer op zich wachten dan ons verlangen daarnaar. Overigens wel met vlak voor mijn neus de musjes en de vinkjes die zich tegoed deden aan van die voedselbolletjes in netjes in de boom. Want Marie en Rudolf zorgen goed voor die gevederde vriendjes. Net zoals Rudolf ook altijd goed zorgt voor mij. Met koffie, met zo’n dikke Solnhofener kalksteen weer voor mijn neus en een potje van zijn zo speciale tusche ernaast. Plus natuurlijk de penselen en de speciale lithopotloden. Ik was weer helemaal blij.

En die steendruk? Dat worden twee verschillende afbeeldingen. Het onderwerp ervan? Natuurlijk dat feest waaruit deze geste van Rudolf voortkwam. Een kleine video impressie staat hierboven.

Wanneer ze klaar zijn, hoor ik vragen. Tja, dat zal mee worden bepaald door die Chinese bureaucratie en de ambtenaren van Ekeren. Want voor de ontruiming van het atelier moet de Pastoor Goedschalkxstraat worden afgesloten, moet er een grote hijskraan komen en moeten die grote steendrukpersen vanuit het atelier aan de achterkant van het huis over die binnentuin en het voorhuis heen op een grote vrachtwagen worden getakeld.  Ook nog Vlaamse bureaucratie dus. Maar ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

4 Van Gogh’s en 1 van Holstein


Afgelopen zaterdag vierde ik het Sinterklaasfeest in Friesland en dan is een omweggetje naar galerie Kesk in Workum een voor de hand liggende actie. Eigenaren Sophie en Klaas Elzinga vertegenwoordigen mij al een paar jaar met hun galerie in het Noorden des lands en dan is ’t altijd goed even bij te praten. Bij Friese koffie en Fries gebak. Dat bijpraten was nu zeker de moeite waard want er hangen ten slotte tegenwoordig een viertal Van Gogh’s in hun galerieruimte. In combinatie dus met mijn werk. Nou, dat overkomt je als kunstenaar niet vaak. Hangen naast Vincent van Gogh. Niet onaardig toch? Overigens moet ik wel zeggen dat die werken in de galerie kopieën zijn van de echte die ergens in een kluis staan. Want ga er maar aanstaan, echte Van Gogh’s verzekeren!  Alhoewel, echt?

Samen met Sophie Elzinga bij de 4 Van Gogh's en die Van Holstein
Samen met Sophie Elzinga bij de 4 Van Gogh’s en die Van Holstein

Daar zit nu net het grote pijnpunt voor Sophie en Klaas. Want alleen als het Amsterdamse Van Gogh Museum een Van Gogh label wil plakken op een vermeend werk van Van Gogh, dan pas is ’t een echte Van Gogh. Wereldwijd. En dat wil het Van Gogh Museum dus niet. Ondanks heel veel feiten die er voor pleiten.  Daar zit natuurlijk een onverkwikkelijk verhaal achter.

De Aardappeleters van Van Gogh
De Aardappeleters van Van Gogh

In 1884 woont Vincent in Nuenen. In deze periode, waarin het beroemde “De aardappeleters” ontstaat, trekt hij veel op met amateurschilder Anton Kerssemakers. In een brief uit die tijd van Vincent aan zijn broer Theo schrijft hij “Heb nog een schilderijtje gemaakt zo groot als de knollenpluksters in de sneeuw, van de korenoogst. Een maaier en een vrouw die opbindt”. Laat nu net zo’n schilderijtje, niet gesigneerd trouwens, bij Kerssemakers achterblijven als Van Gogh in 1885 vertrekt naar Antwerpen. Samen met nog drie andere, ook niet gesigneerde werken van vrijwel dezelfde afmetingen.

"Een maaier en een vrouw die opbindt" uit de brief van Van Gogh
“Een maaier en een vrouw die opbindt” uit de brief van Van Gogh

Dat alles is feitelijk geheel onomstreden. Via de familie Kerssemakers komen de schilderijen ten slotte in bezit bij een familie Keunen. Die probeert in de jaren 90 van de vorige eeuw de schilderijtjes door het Van Gogh Museum als echt te laten erkennen. Volstrekt achteloos wordt hun verzoek terzijde geschoven.

Anderen, zoals de conservator van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, raken wel overtuigd van de echtheid. Met dat soort belangrijke mensen in zijn vaarwater wil Senior Researcher Van Tilborgh dan uiteindelijk de schilderijen wel onderzoeken. Intussen heeft de familie Keunen al aan Sophie en Klaas gevraagd of die hun belangen willen behandelen. Ze zijn al dat jaren durende en vertragende gedoe helemaal spuugzat.

Modern technisch materiaalonderzoek wijst één ding uit. Alles, doek, ondergrond en pigmenten wijst naar één persoon, Vincent Van Gogh. Eitje dus! Ja, dat had je gedacht. De Senior Researcher acht in 2006, na twee jaar onderzoek, de variatie in de penseelstreek te weinig, vindt die niet bijzonder trefzeker en weinig spontaan terwijl er ook te weinig contrast en durf in kleurgebruik is. Wat is hier subjectief, wat objectief? Weer wat jaartjes later weet hij echter te melden dat Van Gogh in zijn Nuenense tijd nog geen eigen stijl had en experimenteerde met verschillende stijlen. Tja, wat moet je daar dan weer mee?

Nog een foto van Sophie en mij bij die schilderijen
Nog een foto van Sophie en mij bij die schilderijen

Het televisieprogramma Pauw raakt geïnteresseerd. Afgelopen oktober zou de directeur van het Van Gogh Museum daar in discussie gaan met Sophie en Klaas. Maar wat doet deze directeur? Vlak voor de uitzending weigert hij om met hen aan één tafel te zitten. In de uitzending zelf mag Sophie nu nog een paar opmerkingen vanuit het publiek plaatsen. Doet de directeur dat vanuit sterkte of juist zwakte? In ieder geval is duidelijk dat de leiding van het museum de hakken in het zand zet. Eerlijk of oneerlijk? Ik ben gezien de feiten geneigd tot het laatste. Maar die Van Gogh’s zijn intussen dus nog steeds niet erkend.

Ik ga er voorlopig toch maar vanuit dat ik hang bij een paar echte Van Gogh’s. Gemaakt in de omgeving van Nuenen, het dorp waar ik een flink deel van mijn jeugd heb gewoond. En dat is een leuke gedachte. Nietwaar? Tot volgende week.

TOOS

Een eindigende traditie?


Broulim1 Nee, natuurlijk niet die van Sinterklaas en Zwarte Piet. Die zit zo diep geworteld in onze cultuur, die blijft nog heel lang. Ook met Zwarte Piet erbij. Daarin geloof ik heilig. Ik bedoel hier de traditie van de nieuwjaarssteendruk van Rudolf Broulim. Die is een ietsje minder bekend dan die van onze Sint Nicolaas, maar toch óók heel leuk. Zeker voor degenen die er mee te maken hebben. Waaronder ik dus.

Regelmatige lezers van dit blog “TOOS&ART” weten ‘t, ik werk al een aantal jaren samen met Rudolf Broulim in zijn steendrukatelier te Ekeren aan de noordkant van Antwerpen. Heel wat steendrukken heb ik daar gemaakt in samenwerking met deze zeer ervaren meestersteendrukker van de oude garde. Niet alleen litho’s voor mijzelf maar ook voor zeer gelimiteerde Franse uitgaven van de Ilias en Odyssee van Homerus en de Légende dorée. En ook dat nieuwjaarssteendrukje dus. Dat is een mooi gebaar van Rudolf voor “zijn kunstenaars”. Waarbonder bijvoorbeeld Jan Decleir. Bij ons vooral bekend als acteur in films als Mira, Karakter en Kruistocht in spijkerbroek. Maar in België ook als beeldend kunstenaar. Wij krijgen dan ieder een stukje ter grootte van een ansichtkaart ter beschikking op een grote steen om daar een eigen ontwerp op te maken. In de loop van december  wordt dat in ’t zwart 100x doorgedraaid op de steendrukpers. Zo krijg ik dan honderd originele kunstwerkjes van eigen hand cadeau waarmee ik aan het begin van het nieuwe jaar vrienden en goeie relaties blij kan maken.

Ik heb hier voor de nieuwsgierigen nog een filmpje ingebouwd over het ontstaan van zo’n steendruk  (ook te zien op YouTube met de link http://youtu.be/FllnbULjCqY).

Maar aan alles komt een eind. Want Rudolf gaat er mee stoppen. Op zijn leeftijd, met een lang werkzaam leven achter zich, heeft hij dat ook beslist verdiend. Maar jammer genoeg heeft hij geen opvolger. Steeds minder kunstenaars werken met die prachtige lithotechniek, waardoor er met het steendrukken hooguit nog droog brood is te verdienen. Veel steendrukpersen worden nu zelfs verkocht aan kunstacademies in China, waar de lithografie juist in opkomst is. Natuurlijk blijven er, verspreid over Europa, nog wel wat ateliers over met nieuwe bevlogen steendrukkers aan het hoofd. Maar de oude garde die het vak werkelijk tot in de vingertoppen beheerst, sterft langzaam aan uit.

Broulim3

Overigens, we hebben in ons land in Valkenswaard  nog wel het zeer interessante Nederlands Steendrukmuseum. Onder de bezielende leiding van directeur Frank van Oortmersen en zijn team wordt daar met speciale exposities en demonstraties “de steendruk” in al zijn facetten meer dan levend gehouden. Echt de moeite waard (www.steendrukmuseum.nl).

Broulim5

Een paar dagen geleden zat ik in Ekeren dus waarschijnlijk voor het laatst gebogen over een steen om daar op mijn eigen stukje mijn nieuwjaarsafbeelding te maken. Hoe die eruit ziet? Dat blijft nog geheim. En wie ‘m gaan krijgen? Ook dat blijft natuurlijk nog geheim tot ergens in januari. Wel kan ik al vast verraden dat ie dit keer een heel speciaal doel heeft. Maar welk doel? Inderdaad, ook dat blijft nog geheim. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Zacht als steen


01 steendruk

02 steendruk Senefelder wist wel wat ie deed, zo rond 1800, toen hij bezig was zijn uitvinding van het steendrukken te ontwikkelen. Graniet, dat was ’t niet, te hard. Had hij even mazzel dat bij hem in Beieren de Solnhofer kalksteen ruim voorradig was.  Daarop kon je met inkt tekenen en het oppervlak was makkelijk weg te schuren. Zacht als steen dus. En daarvan maak ik op het moment gebruik. In het steendrukatelier van Rudolf Broulim in Ekeren bij Antwerpen. Daar ga ik een paar duizend jaar terug in de tijd om een paar jaar vooruit te kunnen werken. Cryptisch taalgebruik? Oké, ik leg ’t uit.

Rudolf is van een uitstervend soort.  De soort “meestersteendrukker”. Binnen die soort zijn alle kneepjes en geheimen van het steendrukvak bekend. Maar steendrukken is uit, zodat de op leeftijd komende meesters er de brui aan geven en er nauwelijks nieuwe voor in de plaats komen. Zo gaat Rudolf eindelijk met pensioen en bij wie moet ik dan mijn litho’s gaan maken? Om dat probleem voor te zijn, ben ik al vast aan de gang gegaan met een serie die waarschijnlijk pas in de openbaarheid zal komen in 2015. Vandaar dus dat vooruit werken voor een paar jaar. Overigens, ik ben nu pas aan de gang met de eerste stappen voor de eerste drukgang.  Er zullen nog heel wat volgen.

03 steendruk

En die paar duizend jaar terug? Dat is de schuld van Jean Paul Aureglia, eigenaar van galerie Qvadrige/drukkerij La Diane Française in Nice. Geen onbekende voor de lezers van dit blog, net zo min als Rudolf Broulim trouwens. Met Jean Paul heb ik al aan diverse van zijn bijzondere projecten meegedaan. Gelimiteerde oplagen van iconen uit de wereldliteratuur als de Divina Commedia van Dante en de Ilias van Homerus. Geïllustreerd met originele kunst in de vorm van steendrukken, zeefdrukken, etsen en houtsneden.

Nu heeft Jean Paul een nieuw project op stapel staan. De Odyssee van Homerus. In feite het vervolg op de Ilias. Verhaalt die alles rond de strijd om Troje, in de Odyssee worden de avonturen van Odysseus beschreven als hij probeert na de verovering van Troje weer op huis aan te gaan. Daarbij wordt hij door sommige goden heftig tegengewerkt, door andere juist geholpen. Kijk, die Grieken houden nu dan wel hun handje op, maar in het verleden hebben ze ons ook heel wat nagelaten waaraan we nog steeds inspiratie ontlenen. Ik wel in ieder geval, omdat Jean Paul me heeft gevraagd ook weer aan deze nieuwe uitgave deel te nemen. Een editie dus die pas over een paar jaar het licht zal zien. Maar in de tussentijd zal ik er vast nog wel eens over berichten. Zoals nu. Tot volgende week.

04 steendruk

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Tweeduizendendertien?


We zitten in het jaar 2013. Alhoewel? De Chinese en Joodse jaartelling vertellen heel iets anders. Zo’n getal is dus maar betrekkelijk. Maar ach, van goeie tradities moet je niet afstappen. Vandaar ook het steendrukje dat ik als nieuwjaarswens naar bijna 100 adressen stuurde. Ik schreef er al over in een vorige aflevering. Nu kan ik wel onthullen wat voor afbeelding het is. Samen met de bijbehorende tekst staat de afbeelding dus hieronder  ook in “TOOS&ART”.

steendruk blog

“Het kunstgen is nog niet gevonden, maar het bestaat vast wel. Want kunst zit in ons allemaal. Kunst verbroedert. Kunst roept heftige discussies op. Kunst reikt van het pure conceptuele tot het “zigeunerjongetje met de traan”. Kunst wordt in de politiek wel eens onderschat. Kunst wordt op de veiling wel eens overschat. Een wereld zonder kunst is een arme wereld. Kunst in al haar facetten verrijkt ons leven. Laten we met z’n allen dat vooral zo houden.

In 2013 zal ik weer proberen daaraan mijn steentje bij te dragen. Dat begint dan met dit steendrukje. Een uniek kunstwerkje, gemaakt met een techniek die dreigt te verdwijnen. Honderd drukte ik er in samenwerking met meestersteendrukker Rudolf Broulim uit Antwerpen. Eén houd ik er zelf. Deze hier hoort bij de resterende 99. Een verzamelaarsitem dus.

Wij wensen een ieder hiermee een heel goed, gezond en kunstzinnig 2013 toe.”

En direct een steengoed begin!

HOF_3378

Op de kerst/nieuwjaarsborrel  bij galerie Peter Leen XL in Breukelen (www.galeriepeterleen.nl) werd ik volstrekt onverwacht verrast met een prijs. Elk jaar reikt Peter Leen de zogenaamde Brooklyn Gallery Award uit aan één van “zijn kunstenaars”. En dit jaar was ik dat dus! Een bekroning van een al jaren durende vriendschappelijke en zakelijke relatie met een bevlogen kunstliefhebber die van kunst zijn business heeft gemaakt. Als ik over een poosje weer eens in New York ben ga ik in Brooklyn beslist  goede sier maken met die prijs. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Een gelimiteerde nieuwjaarswens


Betekent die titel dat ik slechts een beperkt aantal mensen in het nieuwe jaar alle goeds toewens? Absoluut niet. Maar  ik kan er gewoon niks aan doen dat ik maar een beperkte groep over een paar weken een heel speciale nieuwjaarswens kan toesturen. En dat is de schuld van Rudolf Broulim. Wacht even, dat is helemaal fout uitgedrukt. Het is juist dankzij Rudolf dat ik bijna 100 vrienden, klanten en bewonderaars van mijn werk kan verblijden met een speciale kaart. Voor de meeste lezers spreek/schrijf ik nu waarschijnlijk in raadsels. De verklaring dus!

P1040079

Die naam Rudolf Broulim zal trouwe  TOOS&ART-volgers met een goed geheugen misschien niet helemaal onbekend voorkomen. Hij is de meesterdrukker in Antwerpen zonder wie ik de afgelopen jaren niet mijn steendrukken zou hebben kunnen maken. De steendrukken bij bijvoorbeeld de Griekse  Ilias van Homerus of de Germaanse sagen uit  de IJslandse Edda of de heiligenlevens uit de middeleeuwse  Légende Dorée. Lees oude afleveringen van dit blog er nog maar eens op na. En kijk maar eens naar mijn YouTube video over het maken van een steendruk.

 

P1040082Rudolf houdt er een prachtige traditie op na. Zo tegen het einde van het jaar geeft hij de kunstenaars die hem na aan het hart liggen de gelegenheid een unieke eenkleurige steendruk te maken. Gewoon met z’n allen op een eigen stukje van een grote steen. Hoe die van mij eruit komt te zien? Ik hoop dat bijgaande foto’s niet te veel onthullen maar wel nieuwsgierig maken.

Rudolf  drukt dat mozaïek aan kunstwerken dan in een oplage van 100 op zijn grote lithopers. Zo is dus die  100 uit het begin verklaard. Maar mij zet hij zo voor een probleem. Wie ga ik zo’n origineel steendrukje sturen? Begin volgend jaar wordt dat duidelijk. Zo kan ik gelijk ook PostNL een beetje helpen in haar huidige, moeilijke bestaan.  Want kan er een wereld bestaan zonder Tante Post? Tot volgende week.

P1040092 TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

GLOW


Afgelopen week moest ik voor een kunstklus in Antwerpen zijn. Op zo’n dag dat ik toch niet meer aan  schilderen toekom, probeer ik meestal een aantal buitenhuiselijke zaken met elkaar te combineren. Het liefst natuurlijk het nuttige  met het aangename. Tegelijkertijd krijgen mijn olieverfschilderijen  dan ook nog eens hun benodigde droogtijd voor ik er weer verder mee kan gaan.

Het aangename bevond zich dit keer in Eindhoven. Want als je toch in Antwerpen bent, is Eindhoven eigenlijk niet meer zo ver. Ooit gehoord van  “Glow”? Nee? Dat kan. Maar toch bestaat het al een aantal jaren. Alleen had ik zelf ook nog steeds niet de mogelijkheid gehad deze manifestatie te bekijken. Licht, licht en nog eens licht, daar draait ’t om. Eindhoven is ten slotte dank zij Philips niet voor niets al heel lang de Lichtstad van Nederland. Vanuit dat imago is “Glow” ontstaan. Een week lang wordt de binnenstad uitgelicht met allerlei prachtige, grootse en ingewikkelde lichtprojecties. Het is echt ongelooflijk wat met licht tegenwoordig mogelijk is. Zowel in het groot als in het kleinschalige.  Knappe bèta-koppen  ontwikkelen de technieken. Kunstenaars zien de mogelijkheden. En tijdens “Glow” komen honderdduizenden de resultaten bewonderen. Jong en oud, kinderwagens en rolstoelen, alle lagen van de bevolking, alles beweegt zich in een grote stroom langs de kilometers lange  route waar de straatverlichting uit of gedempt is. Dan merk je ook dat er overal heel veel paaltjes staan die je in het donker maar moeilijk ziet terwijl je geboeid om je heen kijkt. Ik voel mijn scheenbeen af en toe nog!

En vind je die route nog niet genoeg, dan gaat er een pendelbus naar Strijp-S. Het oude Philipsterrein dat zich uitstrekt achter het PSV-stadion. Daar zijn de oude fabrieksgebouwen omgebouwd tot lofts en kantoren. Daar klopt ook het designhart van Eindhoven. Ik schreef er laatst al iets over in verband met de Dutch Design Week. Waar vroeger het NatLab zat, het natuurkundig laboratorium van Philips, konden nu de lichtkunstenaars zich uitleven met hun ontwerpen. ’t Was er een stuk minder druk, maar het was er niet minder interessant om. Hou ’t maar eens in de gaten voor volgend jaar rond deze tijd. “Glow”, absoluut de moeite waard voor iedereen. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Genua, een onverwachte verrassing


Genua? Hoezo? Nou, ik verbleef toch voor een langere periode in mijn atelier in Nice vanwege mijn expositie daar. En in het verleden was ik op de autostrada altijd de afslag Genua voorbij gereden als ik vanuit Nice naar “ergens” in Italië ging. Genua, dat was zo’n drukke havenstad die je hoog vanaf de kustweg daar ergens in de diepte zag liggen met van die opvallend grote hijskranen. Wat zou je daar nu moeten doen?

Tot ik me eens wat meer in de geschiedenis van die stad ging verdiepen. Toen werd al heel snel duidelijk dat ik daar wel wat moest doen. Als stadskern de grote middeleeuwse stad, één van de grootste van Europa. Een indrukwekkende oude kathedraal, zoals je ze ook vindt in Milaan of Siena. Prachtige 17de en 18de eeuwse paleizen, daar neergezet door zo’n honderd gigantisch rijke families die al eeuwen de macht in Genua verdeelden.

Vanaf de 12de eeuw hadden ze daar hun geld al verdiend met handel op en rond de Middellandse Zee, Venetië hadden ze zelfs overschaduwd. Later hadden ze ook nog allerlei trucs bedacht om met alleen geld nog veel meer geld te verdienen. Een soort voorlopers van de huidige bankgraaiers dus. Al met al een heel interessante geschiedenis dus, die zich heeft vertaald in een zeer levendige stad vol culturele verrassingen. Die paleizen zijn inderdaad prachtig. Zelfs één met een spiegelzaal die het kleine broertje is van die in Versailles. En ze hangen en staan ook nog eens een keer vol met grote collecties kunst. Onze 17de eeuwse Antwerpse portretschilder Anthony van Dijck heeft er aardig wat beleg op zijn boterham verdiend. Overigens hingen er nog meer Vlamingen naast natuurlijk heel veel Italianen. Niet de absolute top maar wel indrukwekkend.

Genua bruist en biedt veel. We hebben er drie dagen doorgebracht en dat was te kort. Maar wel konden we nog een bezoek brengen aan zeer bijzondere plek, de Cimitero Staglieno. Sinds de 19de eeuw een gigantisch grote begraafplaats die vol staat met allerlei tombes, versierd met levensgrote beelden die eeuwigdurende smart moeten uitbeelden. Een prachtige trekpleister en nog heerlijk rustig ook.

Als ik tijd heb, ga ik beslist een fotoboek van Genua maken met daarin flink wat pagina’s van die begraafplaatsbeelden. Ik geef wel een seintje als het klaar is en op internet staat. Tot volgende week

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Een steengoeie Nieuwjaarswens


Meer dan 200 jaar geleden ontwikkelde Arnold Senefelder de lithografie of steendruktechniek (litho=steen in het Grieks). Een paar weken geleden gebruikte ik die techniek om een nieuwjaarskaart te maken.

Destijds veroorzaakte Senefelders vinding een revolutie in de reproductie van o.a. muziekbladen, advertenties, sigarenbandjes en kunstwerken. Nu is er nog maar een selecte groep van maffe kunstenaars die het heerlijk vindt om litho’s te maken.

Destijds stikte het overal van de steendrukateliers, ’t was een grote industrietak. Nu zijn er per land nog maar een paar over waar een maffe meestersteendrukker die maffe kunstenaars bijstaat. 

Eén van die meesterdrukkers is Rudolph Broulim in Antwerpen  en één van die kunstenaars ben ik dus. Maar waarom gaan we niet gewoon met Photoshop aan de gang? Dat is toch veel moderner! Klopt. En ook dat doe ik graag, zoals op www.toos.biz  is te zien. Maar die steendruk, dat is moeilijk uit te leggen, dat is een gevoel. Op zo’n speciale steen in een aantal drukgangen met meerdere kleuren een litho maken in kleine oplage is gewoon heel spannend. Elke keer weer dat avontuur met onverwachte wendingen omdat de technische mogelijkheden en moeilijkheden legio zijn.

 Bekijk hier op YouTube maar eens, om een indruk te krijgen, het ontstaansproces van één van mijn litho’s in Rudolph Broulims atelier via de link http://youtu.be/FllnbULjCqY.

Nieuwsgierig geworden? Nog meer informatie is te lezen op http://www.toosvanholstein.nl/lithoned.html .

 Rudolph heeft een  mooie, jaarlijkse traditie geïntroduceerd. Hij vraagt zijn vaste kunstenaars dan een nieuwjaarssteendrukje in één kleur te maken. Iedereen  krijgt daarbij een ansichtkaartformaat op een grote steen ter beschikking om een ontwerp te maken. Ook dit jaar kreeg ik van hem weer die gelegenheid. Echt heel leuk, op die manier je eigen unieke Nieuwjaarskunstwerk maken in een oplage van 100. Daarmee hoop ik dan 99 mensen te verrassen, want één hou ik er natuurlijk zelf. Bepalen wie die kaarten gaan krijgen, is daarbij vaak een moeilijker proces dan het creëren van de litho zelf.

Tot volgende week,

TOOS.

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Photoshoppen versus steendrukken


 Nog maar even (t/m 9 oktober) en dan is “TOOS” in fort Rammekens voorbij. Daarom leek het mij wel interessant nog wat aandacht te geven aan de steendruk “Renaissance” die ik speciaal voor deze expositie maakte. Want uit allerlei reacties merk ik dat velen niet meer goed weten wat een steendruk is. Je kunt je nu niet meer voorstellen dat lang geleden zonder de steendruktechniek geen reclame met afbeeldingen mogelijk was en dat sommige kunstenaars er wereldberoemd mee werden. Daarom heb ik een paar affiches bijgevoegd van enkele van die kunstenaars, Toulouse Lautrec en Alphonse Mucha. Wie kent die afbeeldingen eigenlijk niet? Hoeveel kamers zijn vroeger niet versierd geweest met dit soort posters?

 

 

 

 

 

 

 

 

Zelfs tot voor zo’n 20 jaar maakten beroemde kunstenaars nog regelmatig steendrukken die dan in oplagen van enkele 10-tallen tot 100-tallen door speciale uitgeverijen op de markt werden gebracht. De steendruk als kunstvorm bloeide nog. Maar door de komst van de computer en bijbehorende digitalisering, ook in de kunst, is dat snel veranderd. Het echte handwerk van de steendruk is vervangen door het bedienen van het toetsenbord bij het photoshoppen. Daarmee is op zich niks mis, maar ik vind het wel jammer dat het een het ander verdrijft. Zelf vind ik juist het werken met beide kunstvormen heel aantrekkelijk, beide hebben hun eigen soort magie. Niet voor niets is er in het fort werk van mij te zien waaraan de computer te pas is gekomen. Maar ook hangt daar dus “Renaissance”, met de poort van fort Rammekens als onderwerp. Want het blijft heel aantrekkelijk met speciale krijtjes en inkten een kunstwerk op een steen tevoorschijn te toveren in een atelier waar het nog ruikt naar verf en waar indrukwekkende persen staan. Op YouTube http://youtu.be/FllnbULjCqY , maar ook in onderstaand venster staat de video waarmee het onstaan van die steendruk wordt weergegeven.

 Overigens zijn er van de door mij gesigneerde oplage van 50 nog exemplaren beschikbaar tegen de, voor een steendruk, zeer lage prijs van € 100. Die prijs is ook alleen maar mogelijk omdat  meestersteendrukker Rudolf Broulim uit Antwerpen, met wie ik al meer heb samengewerkt,  zo vriendelijk was om het maken van “Renaissance” te sponsoren.

 Nieuwsgierig geworden en meer weten over het maken van een steendruk? Kijk dan maar eens bij http://www.toosvanholstein.nl/lithoned.html. op mijn website www.toosvanholstein.nl . Daar staat heel veel over deze kunstvorm.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

e-mail toos@toosvanholstein.nl