Tagarchief: Arabisch

Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur, ReisKunst deel II


Sanaä, Jemen

Vorige week kondigde ik ’t al aan, Jemen. Waar ik een van mijn meest fascinerende reizen maakte. Zowel vanwege landschap, bewoners, cultuur als architectuur. Uiteindelijk ook een inspiratiebron voor flink wat schilderijen. Allemaal ontstaan natuurlijk vanuit mijn kunstenaarsslogan ‘For me art is travelling the mind’.

Toos van Holstein, Jibla (olieverfschilderij)

Het zogenaamd democratische Noord-Jemen, in feite nog een middeleeuwse stammenmaatschappij, en het min of meer communistische Zuid-Jemen waren een paar jaar eerder een door Noord-Jemen afgedwongen samenwerking aangegaan. Toerisme begon zich zeer mondjesmaat te ontwikkelen. En Djoser bleek de aangewezen reisorganisatie om mee op stap te gaan. Want daar in je uppie rondreizen? Zekers niet. Ook omdat ons Arabisch als een volstrekt onontgonnen terrein kon worden beschouwd.  Maar levensgezel wilde altijd al de oude hoofdstad Sanaä bezoeken vanwege de bijzondere architectuur en dit was dus de uitgelezen kans.

Sanaä, Jemen

Wat er nu nog van dat wonderbare oude Sanaä overeind staat? Geen flauwe notie. Maar dat land en bevolking door opnieuw onderlinge strijd, nu ontaard in een regionaal Arabische oorlog , volledig in de vernieling liggen is duidelijk. Overigens wel een goudmijn voor wapenfabrikanten, waaronder heel wat Westerse. Of is dat te cynisch gedacht?

De Jemenieten zelf, en dan vanzelfsprekend de mannen want vrouwen vormen er vooral een natuurlijk en nuttig bijproduct , zijn trouwens ook geen lieverdjes. Dat werd me destijds wel duidelijk. Geweld en wapengebruik zitten stevig in de nationale cultuur ingebakken. En daar komt dus dat pistool van onze Jemenitische chauffeur op de proppen.

We reden al een aantal dagen met onze reisgroep in vaste zetelverdeling in vier forse landrovers door berg en dal van Noord-Jemen. Op een dag zouden we overnachten in een op ruim 2500 meter hoog gelegen bergdorp. Ten minste, als er op dat moment geen wapengekletter was tussen plaatselijke stammen. Voorgaande reizen waren daar om die reden niet doorgegaan. We hadden zowaar mazzel, ’t was al even rustig.

Maar wat bleek beneden bij de steenslagweg omhoog? Georganiseerde blokkade. En we mochten alleen verder met pick-up trucks van de plaatselijke stam. Ze hadden zogezegd hun eigen toeristische verdienmodel uitgedokterd. Over de prijs viel natuurlijk wel te onderhandelen, geheel conform de nationale gewoonte. Onze Arabisch sprekende Nederlandse gids hield zich wijselijk afzijdig, onze chauffeurs waren aan zet. En zeker die van onze four wheel-drive, de oudste en kalmste. Wij moesten als tamme konijntjes in onze hokken blijven zitten. Wat zich bij de vanzelfsprekend woordrijke en verhitte onderhandelingen afspeelde? Dat kan ik hooguit raden. Maar op zeker moment komt onze chauffeur rustig terug wandelen, doet een vakje in het dashboard open en haalt daar tot onze stomme verbazing een overmaats pistool uit. Dat hij voor het verzamelde volk omzichtig ergens in zijn lange jurk verborg. Met wel de geruststellende opmerking dat we ons nergens zorgen over hoefden te maken, dit had niets met ons te maken.

Blijkbaar leidde deze onderhandelingstactiek tot een tevredenstellende overeenkomst. Wij dus met onze bagage, staand in de achterbakken van de trucks, ingewanden en hersensschuddend naar boven. Over een hobbelig geitenpad met diepe afgronden ernaast. De lekke band onderweg laat ik buiten beschouwing. Net zoals het ingestorte wegdeel met bijbehorend geklauter met bagage eroverheen en het bestijgen van al klaarstaande nieuwe trucks aan de andere kant van die instorting.

Dat we uiteindelijk hortend en stotend over een grote trap met uitgehouwen treden het dorp binnenreden heeft wel tot onderstaand schilderij geleid.

Toos van Holstein, Shihara (olieverfschilderij)

’t Werd een memorabel nachtje in het plaatselijke ‘paleis’. Wij vrouwen moesten gescheiden slapen van de mannen. Die natuurlijk een grotere en mooiere slaapzaal kregen. Met ook dikkere op de grond liggende matrassen. Wij kregen een bewaakster voor de zaaldeur, de mannen vanzelfsprekend niet. Maar wel hadden beide seksen in een zaalhoek een gat in de vloer waardoor je direct naar beneden keek op de binnenplaats. De WC! Precies zoals vroeger in onze middeleeuwse kastelen. Met dan vaak een slotgracht eronder. Zullen we ’t maar plaatselijke charme noemen? Het dorp was overigens weer van zo’n Jemenitische organische bouw die elke westerse architect verplicht zou moeten bestuderen.

Die fascinerende Jemenreis is er een om nooit te vergeten. En dan heb ik ’t nog niet eens gehad over dat in colonne rijden door de woestijn van de Marib. Met voor en achter ons door soldaten bemande jeeps met mitrailleurs erop. Standaardprocedure voor onze veiligheid. Er werden daar namelijk nog wel eens toeristen ontvoerd door stammen. Ook een standaardprocedure. Voor het vangen van losgeld. Tot volgende week.

TOOS

Marius Bauer, de Oriënt en ik zei de gek


Bauer, Kooplieden

‘Jouw werk heeft wel wat weg van Bauer’. Opmerkingen in die trant kreeg ik jaren geleden meermaals te horen toen mijn schilderijen landelijk bekender begonnen te worden. Ik keek dan een beetje wazig want die naam Bauer zei me echt niets. En even snel opzoeken op internet? Hoezo? Het werkwoord googelen moest nog worden uitgevonden, laat staan dat Wikipedia er al was. Ik had zelfs nog niet eens een pc. Hoe hebben we kunnen overleven in dat soort primitieve tijden? Maar na weer eens zo’n Bauer-vergelijking heb ik me toch maar losgerukt uit mijn atelier om de bibliotheek in te duiken. Bleek dat ie van voren Marius heette, als Nederlands grootste Oriëntalist werd beschouwd en met zijn etsen, aquarellen en schilderijen dus sterk op het Midden- en Verre Oosten was georiënteerd. Net zoals een deel van mijn werk toen ook. Alleen bleek hij al een poosje dood te zijn. Gestorven in 1932.

 Dat ik nu terugkom op die opmerkingen van destijds, heeft echter te maken met zijn geboortejaar: 1867. Een beetje hoofdrekenaar zegt dan gelijk ‘oh,150 jaar geleden’. Nou mag 2017 in China dan wel het Jaar van de Haan zijn en heeft de VN 2017 uitgeroepen tot het Internationale Jaar van Duurzaam Toerisme, bij de Nederlandse Bauer Documentatie Stichting hadden ze een nog beter idee. Dit moest het Bauer Jaar worden! Met een reeks tentoonstellingen over zijn leven en werk. De laatste en grootste daarvan is nu te zien in Bauers geboortestad Den Haag. In de statige expositiezalen van Pulchri Studio aan het Lange Voorhout. De mooiste laan van Europa. Ten minste, zo zeggen ze dat zelf bij dit Haags schilderkunstig genootschap, opgericht in 1847. Met ooit illustere leden als Weissenbruch, Bosboom, Israëls, Mesdag en dus ook Marius Bauer. Die expositie mocht ik natuurlijk niet missen.

Pulchri Studio aan de Lange Voorhout. Den Haag

zalen met de Bauer expositie

Want sinds die Bauer-opmerkingen ben ik vanzelfsprekend gaan letten op zijn werk. Ik kwam ’t tegen op kunstbeurzen als de Tefaf in Maastricht en de PAN in Amsterdam, soms in vaste collecties van musea zoals het Drents Museum en tegenwoordig ook regelmatig op internetveilingsites als Kunstveiling en Catawiki met vooral grafiek.

Bauer in het Drents Museum

grafiek van Bauer

Dus dwaalde ik vorige week nieuwsgierig rond door de altijd gratis toegankelijke Pulchrizalen. Bij het voor mij tot nu toe grootste overzicht van Bauers werk.  Drie zalen vol. Opnieuw begreep ik die vergelijking tussen zijn Oriëntalistische werk en mijn vroegere schilderijen. Kijk zelf maar.

Natuurlijk zijn er duidelijke verschillen. Kleur, oud tegen nieuw, verschil in techniek. Ook schetste hij bij zijn lange reizen door het Midden-Oosten en ook India heel wat notitieboekjes vol. Schetsen die hij dan later in Nederland uitwerkte. Ik doe dat niet. Bij mij ontstaat alles op de ezel vanuit opgedane impressies in combinatie met mijn fantasie. Maar ons beider fascinatie voor die Arabische cultuur? Die spat natuurlijk van het doek. Of van de vele etsen die Bauer heeft gemaakt en die in menige Nederlandse huiskamer hingen.

detail van een grote gravure van Bauer

kleine ets van Bauer

Bij mij is die fascinatie, zo vermoed ik, al vroeg ontstaan door de illustraties van Gustave Doré in de bijbel bij ons thuis. Die openden voor mij als kind een mysterieuze wereld waarin ik helemaal kon wegdromen.

Bijbel illustratie van Doré

In mijn academiejaren en daarna kwam dat allemaal terug op papier en doek. Helemaal toen ik in 1989 voor het eerst naar dat Midden-Oosten afreisde. Egypte om precies te zijn. Vol inspiratie, en dat echt niet alleen omdat ik daar levensgezel ontmoette, kwam ik terug. Met aardig wat oriëntalistische schilderijen als gevolg. Ook omdat daarna nog diverse reizen volgden. Met de rugzak of georganiseerd, en natuurlijk met levensgezel. Tunesië, Syrië, Jordanië, Marokko, Yemen. Vooral dat laatste land met zijn lemen steden maakte veel indruk. Echt heel droef en beschamend dat Yemen nu met Westerse wapens helemaal aan gruzelementen wordt gebombardeerd door de Saoud’s en hun vriendjes.

Toos van Holstein, Shira’a, geïnspireerd op de leembouw in Yemen

Maar langzaam aan is, om allerlei redenen met bijbehorende verhalen,  mijn inspiratie van het oriëntalistische verschoven naar andere culturen. India en Midden-Amerika kwamen erbij. Ook Zuid-Europa ging een rol spelen. En nu is het voor mijn gevoel veel meer een unieke mix geworden. Met ook de moderne stad erbij.

Maar als werk van mij nog af en toe met dat van Bauer wordt vergeleken, vind ik dat best een eer. Vergeleken worden met iemand die o.a. in 1901 de Grand Prix kreeg bij de Wereldtentoonstelling in Parijs, de Grand Prix d’Honneur in 1905 bij de World Exposition in St.Louis (USA) ontving, in 1910 tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau werd benoemd, in België in 1911 de versierselen van Officier in de Orde van de Kroon kreeg opgespeld en die over de hele wereld exposeerde? Niet onaardig toch? Tot volgende week.

TOOS