Tagarchief: Arena

2x Frank Gehry en 1x Beatrix Ruf op 1 dag in 2 plaatsen in de Provence


Je hebt heel rijke mensen en dan nog die van de hors category. Zeg maar die 1% de nu al meer bezit dan de resterende 99% van de wereldbevolking zoals berekeningen laatst aantoonden. Het type dus dat geld als een volledig abstract begrip kan zien en waarschijnlijk al in geen jaren hun handen aan een geldbiljet, laat staan een munt, vuil heeft gemaakt. Ik stel me zo voor dat er altijd wel iemand is die hun diamanten en platina creditcards in een bundeltje voor ze meedraagt. Want een Dagobert Duck-achtig zwembad tot de rand gevuld met geld is natuurlijk niet meer van deze tijd.

Zoals bekend probeert van die 1% een deel alleen nog maar meer te krijgen. Stel je eens slechte tijden voor!Dan moet je toch wel wat extra’s achter de hand hebben. Maar sommigen willen met hun kapitaal wel iets constructievers doen. Onder andere op kunstgebied. En dan bedoel ik niet de lui die ‘van kijk mij eens’  op kunstveilingen tientallen, zo niet honderden miljoenen neerleggen voor een schilderij. Want dat slaat echt helemaal nergens meer op. Nee, dan doel ik op twee initiatieven in de Franse Provence. In Arles en op het wijnchateau La Coste bij Aix-en-Provence.

de oude Romeinse arena in Arles

Hoe ik daar zo op kom? Ik zit alweer een poosje in Nice om daar te werken aan een speciaal project. Een heel ander verhaal trouwens dat nog wel eens komt. Af en toe even mijn atelier uit is dan geen slecht idee. Vandaar onlangs Arles. Voor Franse begrippen niet echt ver van Nice. Gewoon twee uurtjes doorrijden en je zit er. Een aangename pleisterplaats die de oude Romeinen al op hun landkaarten intekenden. En natuurlijk ook de stad waar onze eigenste Vincent van Gogh heel wat eeuwen later inspiratie opdeed voor een reeks prachtige schilderijen.

Van Gogh, Arles onder de sterrenhemel
Van Gogh, het bekende café in Arles

Maar daarvoor kwam ik niet. Ik wilde iets anders zien. Het nieuwe kunstinitiatief waar door een superrijke familie meer dan 100 miljoen euro tegenaan wordt gegooid.  De familie Hoffman van de Zwitserse farmaceutische gigant Hoffmann-La Roche. Zo’n tak van industrie waarin miljarden worden verdiend. Miljarden die, voorzichtig uitgedrukt, regelmatig ter discussie staan. En terecht!

Ooit werd Luc Hoffmann (1923-2016)verliefd op de Camargue streek waarin Arles ligt. Met als gevolg dat, heel kort door de bocht geformuleerd, zijn dochter Maja Hoffmann nu de Luma Foundation beheert. Een kunststichting die een aantal jaren geleden een uitgebreid en oud en vervallen complex van de SNCF, de Franse NS, in Arles kocht. Om er iets kunstigs mee te gaan doen.

het oude SNCF complex in de overgang naar kunstcentrum

En bij dat iets hoorde een soort toren van Babel, te ontwerpen door Frank Gehry. De wereldberoemde architect die, al weer wat jaartjes geleden, de in vergetelheid weggezonken Spaanse provinciestad Bilbao opnieuw op de kaart zette met een iconische museum voor moderne kunst.

het beroemde gebouw van Gehry in Bilbao

Voor Arles is dat niet persé noodzakelijk maar die nog niet affe nieuwe kunstkathedraal van Gehry wilde ik wel eens met eigen ogen komen aanschouwen.

Nou, modern is ie absoluut. Zeker voor dat ouwe Arles. Hoe zou Van Gogh dit hebben gevonden, vroeg ik me af. Zou hij er een schilderij aan hebben gewaagd? Geen idee! Maar persoonlijk vind ik het niet echt erg dat het bouwsel behoorlijk buiten de stadskern ligt. Stel je voor dat die toren naast het Romeinse amfitheater was komen te liggen! Geen echt lekkere combinatie. Overigens doet dat niets af aan het feit dat het een geweldig multidisciplinair kunstcentrum gaat worden waar beeldende kunst, architectuur, design en kunstonderzoek gecombineerd gaan worden. Nu al is de gigantisch grote, prachtig gerenoveerde treinreparatiehal open. Net als een aantal opgeknapte remises. Als alles echt helemaal officieel klaar is in 2019 ga ik zeker weer.

de tot grote kunsthal omgebouwde treinwerkplaats

Op z’n minst ook interessant was dat ik de naam Beatrix Ruf tegenkwam in het begeleidend kunstteam voor de stichting. Je weet wel, de ex-directeur van het Amsterdams Stedelijk Museum. Smadelijk vertrokken vanwege ondergrondse schnabbelpraktijken. Maar ja, als je rond moet komen van zo’n armzalig directeurssalarisje? Da’s geen echte vetpot. Overigens past dat dan wel weer aardig in het beeld dat Hoffmann-La Roche ooit door de Europese Commissie een boete van € 462 miljoen opgelegd kreeg. Iets met geheime kartelvorming in de farmaceutische wereld. Dus die 100 miljoen voor dit nieuwe kunstcentrum? Er zijn ergere zaken om je druk over te maken. Toch?

En waar dat 2x Frank Gehry op 1 dag uit de titel op slaat? Op het al genoemde Chateau La Coste zo’n 20 km boven Aix-en-Provence. Lees maar over 7 dagen. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Juli geen hooimaand meer maar KvhJ maand


Nee, ik liep echt niet ‘eureka’ roepend de straat op zoals volgens de overlevering ooit Archimedes deed toen hij in bad zittend de natuurkundige wet van de opwaartse kracht ontdekte. En ik liep ook niet dansend door mijn atelier zodat voorbijgangers door de grote glazen deuren aan de voorkant vol verbazing hadden kunnen staan blijven kijken (tjé, zomaar vijf werkwoorden achter elkaar, de Nederlandse taal kan best ingewikkeld zijn) naar een of andere maffe kunstenaar. Maar ik was er best wel weer blij mee. Met weer opnieuw de nominatie voor de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar 2018. Kijk maar bij http://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2018/ronde2/

Want ’t was inderdaad weer zover. Bij de start van de, volgens een oude benaming, hooimaand juli tovert de Stichting Kunstweek al heel wat jaartjes negentig namen van kunstenaars uit een hoge hoed. Een hoge hoed gevuld met de namen die daar in zijn gedeponeerd door zo’n honderd leden van een breed opgezet kunstpanel. Maximaal 20 namen per lid. En dan gaan ze tellen bij die Stichting Kunstweek. Hoe vaak wordt een kunstenaar genoemd? De 90 meest genoemden komen uiteindelijk op de nominatielijst.

om te worden genomineerd moet er natuurlijk ook wel worden gewerkt

Die genomineerden krijgen altijd een dag voor de officiële publicatie op 1 juli al een mail over hun uitverkiezing. Een routine die ik, en dat is beslist niet blasé bedoeld, zo langzamerhand wel ken. Want een dergelijke mail mocht ik telkens weer tot mijn vreugde al heel wat keertjes ontvangen. Ook nu. Ondanks een vijftiental  nieuwe namen dat opdook, bleek Toos van Holstein nog steeds alfabetisch onder de H te staan . Maar geen schreeuwend eureka dus en geen woeste danspartij. Wel dat heel prettige gevoel van ‘Ik zit er toch maar mooi weer bij!’. Want zo’n erkenning blijft hoe dan ook altijd weer zeer aangenaam voor mijn kunstenaarsego. Kunstenaarsego? Ja, natuurlijk! En kom je een kunstenaar tegen die ontkent dat ie dat niet heeft? Nooit geloven!

Nu begint dus het verkiezingscircus. Nederlands kunstminnend publiek is aan zet. Kunstliefhebbers kunnen nu tot 15 september via het internet zorgen voor 20 overblijvers. Die twintig gaan dan met nog wat wild cards, zoals dat tegenwoordig heet, opnieuw de hoge hoed voor het kunstpanel in. Hun laatste kunstje is dan het omhoog toveren van de laatste acht namen waarover het publiek weer een uitspraak mag doen. Gelukkig niet zoals destijds bij de gladiatoren in de Romeinse arena’s met de duim van de toeschouwers omhoog of omlaag. Dat gaat opnieuw heel geciviliseerd via het internet. Maar voor dat zover is, zijn we al een paar maanden verder.

Nu gaat ’t dus om die laatste 20. De hele lijst van 90 staat dus op http://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2018/ronde2/. En weet je, ik zou ’t helemaal niet erg vinden opnieuw bij die 20 te zitten. Dat kunstenaarsego nietwaar! Tot volgende week.

TOOS

Bordeauxrood monnikenwerk


Vanuit Nederland sijpelt er natuurlijk altijd wel een en ander door naar mijn kunstcocon in Nice. ’t Is maar net of en wanneer ik de deur van dat cocon op een kier zet. Het oranje van de schaatssupporters ligt natuurlijk al een poos in de klerenkast maar is recentelijk, zo begreep ik, in de vorm van voetbalsupporters oranje weer opgedoken. In Bulgarije en in de Amsterdam Arena. Niet dat ik een schaats of voetbalsupporter ben, maar ik vind die kleur oranje altijd zo mooi. Of ie nou wel of niet moreel gedeukt uit de strijd tevoorschijn komt. Daar heeft onze Vader des Vaderlands in de 16de eeuw toch maar mooi voor gezorgd door op jonge leeftijd via vererving prins van de Franse stad Orange te worden. Die Franse invloed draagt nu dus toch maar mooi bij aan onze zo vaak bediscussieerde Nederlandse identiteit.

Door dat Nederlandse oranje moest ik ineens ook denken aan het Thaise, Laotiaanse en Cambodjaanse oranje. Ook in die streken een heel populaire kleur. Maar dan voor de kleding van Boeddhistische monniken. Dus had ik me er eigenlijk automatisch op ingesteld dat tijdens mijn recente reis door Myanmar ’t oranje heel vaak op mijn netvlies zou vallen. Ga maar na. Het aantal monniken daar, jong of oud, mannelijk of vrouwelijk, tijdelijk of permanent, wordt tussen de 300duizend en een half miljoen geschat. Moeilijk te missen dus. Zeker als een groot deel  ’s morgens op hun blote pootjes op stap gaat om naar Boeddhistische traditie in de straten hun etenskom te laten vullen door gulle gevers.

meisjesmonniken in hun roze habijt

Maar wat bleek?Hebben de manmonniken in Myanmar dat oranje ingeruild voor hoofdzakelijk bordeauxrood! Tja, ’s lands wijs, ’s lands eer zogezegd. Waar ik gelijk aan wil toevoegen dat bordeauxrood ook een heel aangename kleur is. En dat echt niet alleen vanwege de dieprode wijn uit de Bordeaux streek. Want je kunt er ook prima mee schilderen. Of schilderachtige, kleurrijke monnikenfoto’s van maken. Toevallig ben ik hier in Nice de laatste tijd ook bezig met het sorteren van foto’s voor mijn Birma boek. Best een monnikenwerk trouwens  gezien de gigantische hoeveelheid door te spitten plaatjes. Maar ook een goeie reden om al vast een bordeauxrood monnikenvoorproefje  te geven. Met hier en daar toch nog een toefje mannelijk oranje of vrouwelijk roze.

Monnik kun je al heel jong zijn. Zo bleek uit het verhaal van een ruim 20-jarige gids met wie we een dag op stap waren. Samen zittend in een boot en wandelend door dorp en land kom je natuurlijk wel tot een gesprek. Hij was al twee keer monnik geweest. Zij ’t elke keer maar voor enkele weken.

jong geleerd, oud gedaan

Want dat kan dus, monnik worden voor korte tijd. Het hoort bij de traditie, geeft aanzien en staat goed op je cv. Kost trouwens wel een behoorlijke grijpstuiver als je het goed wilt doen bij die eerste keer. Feest in de tempel, speciale kleren voor de hele familie, uitgebreide maaltijd, enz.

inwijdingsritueel voor jonge kinderen tot monnik in de tempel

Dus is ’t ook weer niet voor iedereen weggelegd. Hele dorpen organiseren daarom wel eens een centrale ceremonie voor veel kinderen te gelijkertijd. Iedereen draagt een steentje bij en het drukt de kosten. Onze gids wilde na zijn trouwen met toestemming van zijn vrouw misschien nog wel een derde en laatste keer voor een tijdje het klooster in.

George Orwell schreef ’t in 1954 al in zijn beroemde Animal Farm: alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker

Vaker dan drie keer in je leven mag namelijk niet. En ben je getrouwd, dan moet je vrouw dat ook goed vinden. Alles dus een tikje anders dan bij het katholieke kloosterleven. Tot volgende week.

TOOS