Tagarchief: Arizona

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat ’t om een toen net uitgebracht apparaat. “Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou”. Dus in zijn ruim bemeten auto, ’t is natuurlijk wel Amerika, op naar zo’n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo’n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.

de handtekening van Hockney

Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award “Lorenzo il Magnifico”for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen.

Hockney in Florence 2003
China Diary

Dus had ik zijn ‘China Diary’ van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

 

En nu is er dan de tentoonstelling ‘Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te ‘plat’. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo’n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. ’t Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.

iPad schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn ‘echte’ schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.

Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.

Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn ‘China Diary’ waard zijn? Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Geërfde natuur


Voor de komende weken heb ik wat korte blogs op het oog. Vakantietijd, nietwaar? En dan ook nog bij zulk prachtig weer. Vandaar! ’t Worden praatjes bij plaatjes. Wat achtergrondinformatie bij schilderijen van me. Vandaag dus de eerste uit de komende, korte reeks.

Toos van Holstein, Inheritance, olieverf 35-90 cm

Een aantal jaren geleden reden levensgezel en ik rond in het Wilde Westen. In Arizona. De woestijnstaat waar je het beroemde Monument Valley vindt. Het overbekende natuurpark dat vroeger in geen western mocht ontbreken. Dorre, roodbruine vlaktes met stekelige struiken waar ongelooflijk imponerende, supersteile rotspieken met ook die kleuren de helblauwe hemel in steken. Echt overweldigend, maar ook behoorlijk toeristisch.

Een dag later, nog steeds in die streek maar dan in de aangrenzende staat Utah, zagen we ineens vanaf de asfaltweg een stoffige steenslagweg die de een paar meter lager liggende woestijn indook. Met daarbij een nauwelijks zichtbaar, klein handbeschilderd bordje waarop de tekst ‘The valley of the Gods’.  Geen idee wat dat was. Wij dus die weg op met een uitbundige bruingele stofwolk achter ons aan. Kilometer na kilometer. Geen toerist te bekennen, maar wel diezelfde indringende, rauwe natuur zoals in Monument Valley. Dus hebben we ergens de auto langs de kant van de weg gezet. Let wel, langs de kant! Want er zou onverhoeds toch nog zomaar eens een achter of tegenligger aan kunnen komen. Toen de klapstoelen uit de achterbak gehaald en daarop plaats genomen zoals filmregisseurs dat plegen te doen. Midden tussen al die filmgenieke, geërodeerde en kasteel-achtige pieken. Verder niets en niemand, alleen wij tweeën. Met alleen het ruisen van de wind. En hééél soms een autostofwolk op een andere dust road kilometers ver weg. Een unieke ervaring. Dat licht, die kleuren, de rotsformaties, de rust, de wind, die eenzaamheid.

Uit die ervaring is dus dat schilderij ‘Inheritance’ ontstaan. Met natuurlijk mijn eigen kleurenpalet en ook nog een paar sjamaanachtige figuren erin. Want in mijn schilderijen moeten toch altijd wel ergens mensen opduiken. En zeg nou zelf, in zo’n omgeving horen toch Indiaanse sjamanen! Tot volgende week.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

Saatchi heeft de grootste


Saatchi? Wie? Dat leg ik zo uit. Maar door hem moest ik denken aan het groot, groter, grootst van de  Verenigde Staten. Alles is daar altijd groter en meer. Die ervaring deed ik lang geleden al op bij mijn eerste bezoek aan dat land. En de Amerikanen waren het helemaal met mij eens. Dat straalden ze ook aan alle kanten uit.  Of dat nog steeds zo is? Dat is weer een heel ander verhaal.

Hoe dan ook, in New York vond je toen absoluut de meeste en de hoogste wolkenkrabbers. En op mijn tocht door het Wilde Westen kwam ik de prachtigste natuur tegen met de meest fascinerende kleuren. Utah, Arizona, Colorado, Californië, in mijn kleurgevoelige kunstenaarsogen kan daar nog steeds niks tegenop. De Grand Canyon, nog steeds is die de diepste en de breedste. Dus geef die Amerikanen maar eens ongelijk. Denk alleen ook maar aan hun eten. Bestel nooit een menu in een typisch Amerikaans restaurant. Wil je, goed opgevoed, je bordje netjes leeg eten, dan loop je het gevaar dat bij de uitgang onze Europese maag al op ontploffen staat. Veel, veel, te veel!

Saatchi 1

Dat alles kwam in me op toen ik kortgeleden een schilderij verkocht via het Amerikaanse Saatchi Art. Naar eigen zeggen de grootste online galerie ter wereld met curators die het werk beoordelen. Ik heb die bewering niet onderzocht, maar ik geloof ’t gelijk. Want bij Saatchi, die “wie” van hierboven, is ook alles groot. Ik zie de peinzende frons bij sommigen al op het voorhoofd verschijnen. Hé, ken ik die niet? Nou, dat zou best wel eens kunnen. Ooit in de jaren 90 de commotie meegekregen over dat kunstwerk met de haai op sterk water van de Britse kunstenaar Damien Hirst?

de beroemde haai op sterk water van Damien Hirst
de beroemde haai op sterk water van Damien Hirst
de ook beroemde schedel van Hirst
de ook beroemde schedel van Hirst

Aangekocht door de Brit Saatchi. Toen een wereldwijd bekende public relations goeroe met een gigantisch groot reclamebureau. En daarbij een kunstverzamelaar die heel veel jonge Britse kunstenaars uit die negentiger jaren groot heeft gemaakt. Onder anderen dus die Damien Hirst, nu zeer waarschijnlijk de rijkste levende kunstenaar ter wereld. Dezelfde die, ook alweer een aantal jaren geleden, rijen bezoekers naar het Rijksmuseum trok voor een helemaal met diamanten ingelegde schedel.

Saatchi begon destijds in Amerika een eigen online galerie toen het verkopen van kunst via internet in opkomst was. Nu dus de grootste online galerie ter wereld. Hebben ze alweer gelijk, die Amerikanen!

Een aantal jaren geleden had ik al eens schilderijen van mij op die site Saatchi Art gezet. Zo van “je weet nooit” en “nooit geschoten, altijd mis”. Af en toe haalde ik er ook wel weer eens een werk af of zette ik er een nieuwe bij op mijn pagina http://www.saatchiart.com/ToosvanHolstein.

Soms kwamen er volgers en “likes” bij die schilderijen, maar dat was het dan ook. Tot ineens een maand geleden een mailtje binnenkwam. Mijn schilderij “Room with a view” was verkocht. Aan een Amerikaan in Californië, zo bleek.

Room with a view, olieverfschilderij, 100 cm-130 cm
Room with a view, olieverfschilderij, 100 cm-130 cm

Leuk natuurlijk. Maar dan begint het. Papiergedoe, bankgedoe, heel veel gedoe. Want daarvan hebben die Amerikanen, net zoals bij hun eten, graag ook heel veel. En zorg ervoor dat je naam en die van je bedrijf goed met elkaar overeenstemmen. Lettertje verkeerd? Alles opnieuw doen. Wie weet ben je een terrorist!

En dan het opsturen van je schilderij van 100 bij 130 cm naar de USA. Twee pagina’s met verpakkingsvoorschriften. Zoveel lagen plastic, vochtwerend verpakkingsmateriaal, houten kist met voorgeschreven diktes en zorg ervoor dat het schilderij daar aan die kant uit de kist kan worden getrokken. Maar dat lukte allemaal keurig op tijd. Want als je aangeeft dat de kist op die dag vanaf die tijd klaarstaat, staat de vrachtauto van DHL ook mooi op tijd voor het atelier. Prima organisatie, zonder meer! Ook de betaling werd uitstekend geregeld toen alle papieren in orde waren en het kunstwerk in Californië in ontvangst was genomen.

inpakken van het schilderij
inpakken van het schilderij
Building the future, olieverfschilderij, 60 cm-60 cm
Building the future, olieverfschilderij, 60 cm-60 cm

Toen werd ik ook ineens kort geleden  nog  Artist of the Day bij Saatchi Art.  Dat zijn er dan natuurlijk, behalve in een schrikkeljaar, altijd nog wel 365 in een jaar, maar er zijn ook duizenden kunstenaar die het nooit worden. Op zich dus best aangenaam. Als gevolg daarvan werd mijn schilderij “Building the future” ineens via Saatchi’s kanalen op Twitter, Facebook en Pinterest wereldwijd zichtbaar gemaakt. Mooi meegenomen toch? Tot volgende week.

TOOS

Ongegeneerd lijken kijken


anatomie 1

Klinkt dat niet wat onaangenaam? Ongegeneerd lijken kijken? Vast wel, want dat past toch niet echt bij de etiquette van onze huidige maatschappij. Waar in voorgaande eeuwen door slechte en onhygiënische leefomstandigheden de dood vaak heel dichtbij was, wordt die nu in mijn ogen wel eens wat te veel weggestopt. Ik herinner me nog een voorval van een paar jaar geleden in Phoenix in de Amerikaanse staat Arizona. Wij bezochten daar, net zoals ook een aantal schoolklassen, een grote kas hartstikke vol rondfladderende Monarch vlinders. Een van de grootste soorten ter wereld. Allemaal heel erg levend, nergens een dooie vlinder te bekennen. Tot we op een plekje achteraf ineens een doos zagen vol met niet meer vlinderende vlindertjes. Een dienstdoende vrijwilliger wilde ons na enig aandringen wel vertellen dat dooie vlinders zo snel mogelijk werden verwijderd. Want je kon die kinderen toch niet met een zielig vlinderlijkje confronteren. Denk eens aan de trauma’s die daar uit voort konden komen! Vreemd? Vind ik wel. Echt Amerikaans? Zou kunnen . Maar wordt niet altijd beweerd dat wat in Amerika gebeurt na verloop van tijd ook naar Europa komt?

Ik weet wel  zeker dat die Amerikaanse klasjes het Haags Gemeentemuseum de afgelopen maanden gemeden zouden hebben. Want bij de expositie “De anatomische les, van Rembrandt tot Damien Hirst” kon je er ongegeneerd naar lijken kijken. Wel 17de eeuwse lijken trouwens en dan alleen nog in het platte schildersvlak. Want in die tijd was de dood, ondanks onze Gouden Eeuw,nooit ver weg. Toeschouwers betaalden er zelfs voor om een anatomische les van chirurgijnen bij te kunnen wonen in een zogenaamd Theater Anatomicum. Daarbij werd een lichaam, vaak van een terechtgestelde misdadiger, gedurende een paar dagen wetenschappelijk ontleed. Wel in de winter trouwens. Want koelcellen bestonden natuurlijk nog niet. En ja, wat er in de zomer dan met de geur van de lucht in zo’n theater kon gebeuren?

De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp
De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp

Wie kent niet dat beroemde schilderij van Rembrandt “De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp”? Dat hangt dan ook in het Gemeentemuseum. Samen met de negen andere gelijksoortige werken die we uit de 17de eeuw kennen van ook andere kunstenaars. Daarbij is nog een tweede werk van Rembrandt. Een wel heel curieus schilderij omdat het grootste deel ervan begin 18de eeuw bij een brand is verwoest. Het centrale deel van “De anatomische les van Dr. Deijman” is echter gespaard gebleven. Daarin zie je de dokter uitleg geven bij de structuur van de opengelegde hersenen.

De anatomische les van Dr. Deijman
De anatomische les van Dr. Deijman

Een bijzondere tentoonstelling dus. Vooral ook omdat deze 10 schilderijen nog nooit gezamenlijk tentoongesteld waren geweest. Interessant was ook de toevoeging van een aantal hedendaagse kunstwerken. Vaak wat macaber. Want bijvoorbeeld Francis Bacon, één van de duurste kunstenaars van de laatste jaren, maar wel dood en één van mijn favoriete kunstenaars , staat nu niet direct bekend om zijn aangename mensbeeld. En ook Marc Quinn kan er wel wat van. Van Folkert de Jong, een internationaal doorgebroken Nederlandse kunstenaar, stond er zelfs een heel intrigerende, speciaal voor het Gemeentemuseum gemaakte installatie.

anatomie 4

installatie van Folkert de Jong
installatie van Folkert de Jong

Jammer vond ik dat de oude en nieuwe kunst echt van elkaar gescheiden waren in aparte zalen. Waarom  bijvoorbeeld Rembrandt niet naast Bacon. Dat zou echt heel apart zijn geweest. Maar hoe dan ook, ’t was de moeite waard. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube http://bit.ly/ij4Pag