Tagarchief: beeldhouwen

Er is niet aan te ontkomen, aan die Grieken en Italianen


In deze globaliserende tijden heerst toch nog wel eens het gevoel dat we die Grieken en Italianen beter kwijt dan rijk kunnen zijn. Hoe kort is ´t nog maar geleden dat Grexit ineens een nieuw woord werd voor de dictionaire? Terwijl een paar weken geleden vanwege Italiaans politieke toestanden het begrip Quitalia in de media verscheen. Raar eigenlijk als je bedenkt dat we in onze Westerse beschaving behoorlijk wat te danken hebben aan de oude Grieken en Romeinen. Om van iets recentere Italianen als schrijver Dante Alighieri (1265-1321) en beroemde Renaissance kunstenaars als Leonardo da Vinci en Michelangelo maar niet eens te spreken. “Het kan verkeren”, zoals de lijfspreuk luidde van onze 17de eeuwse Nederlandse dichter en toneelschrijver Bredero. En dat vind ik in dit geval toch eigenlijk een geval van jammer.

Dante op een fresco in de kathedraal van Orvieto

Want, ´t zal niet onbekend zijn, ik heb ten slotte goeie banden met de oude Homerus en zijn Ilias en Odyssee. Net zoals met Dante en z´n Divina Commedia. Boeken die ik, samen met andere kunstenaars, heb helpen illustreren. En schrijvers die heel veel anderen hebben geïnspireerd waardoor je ze om de haverklap tegenkomt in de kunst. Zeker in een land als Italië. Daar waar je bij wijze van spreken op elke straathoek wordt geconfronteerd met hun cultuur uit het middeleeuwse en nog veel verdere verleden. Zoals ik recent weer eens opnieuw ervoer. Want wie figureerde er in de fresco´s in de kathedraal van Orvieto die ik een paar weken geleden beschreef? Dante natuurlijk!

Nogmaals Dante in de kathedraal, nu op zijn tocht door de Hel in de Divina Commedia

En van wie zag ik enkele dagen daarvoor de invloed op eeuwenoude Etruskische urnen? Van Homerus!

het Etruskisch museum in Volterra

Ik liep toen rond in het Museo Etrusco Guarnacci in Volterra. Eén van de oudste steden van Italië, midden in het gebied waar de Etrusken heersten voordat de Romeinen er de macht overnamen. Echt prachtig, dat museum. De Etruskische urnen vliegen je er bijkans om de oren. Allemaal van die kleine sarcofagen voor asresten, uitbundig versierd met prachtig gebeeldhouwde tableaus. Van bijvoorbeeld, zo werd me totaal onverwacht duidelijk, scènes uit de Odyssee. Zoals die waarbij Odysseus zich aan de mast van zijn schip heeft laten vastbinden.

Hij wil namelijk wel het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen horen terwijl zijn bemanningsleden uit veiligheid hun oren met was hebben dicht gestopt. Zelf heb ik daarover en ook over Homerus wel schilderijen gemaakt.

Toos van Holstein, Sirène, olieverf
Toos van Holstein, Homère, olieverf

Echt machtig om te zien hoe die Etrusken in hun eigen cultuur die van de Grieken verwerkten. Het gevolg van, natuurlijk, de globaliserende handel in die tijd. Nou ja, Mediterrane handel dan.

Homerus was trouwens niet weg te slaan uit mijn Italiaanse belevingen. Want in Orvieto in de middeleeuwse Palazzi Papali, de Pauselijke Paleizen, kwam ik hem opnieuw tegen. In wat ooit een uitgebreide bibliotheek was geweest.

de oude bibliotheek in de Palazzi Papali in Orvieto
Homerus en Vergilius boven mijn hoofd

En dat nog wel samen met de bekende Romeinse dichter Vergilius. Niet zo vreemd overigens want Vergilius zag zich zelf graag als de evenknie van Homerus. Toen was mijn cirkel ineens helemaal rond. Want is ´t niet Vergilius die Dante begeleidt op zijn tocht door Hel en Vagevuur in de Divina Commedia? Ook al weer iets waarover ik ooit zeefdrukken en schilderijen maakte.

Toos van Holstein, zeefdruk uit de serie bij de Divina Commedia
Toos van Holstein, Divina Commedia, olieverf

Waarom Vergilius niet mee mocht de Hemel in op Dante’s naarstige zoektocht naar zijn zo vurig aanbeden, vroegtijdig overleden Beatrice? Tja, een beetje orde moet er natuurlijk wel zijn. Vergilius (70 v.C-19 v.C.) kon per definitie geen christen zijn. Zie zijn sterfjaar maar. Dikke pech voor hem. Want zulke zielen konden nu eenmaal onder geen voorwaarde tot de christelijke Hemel worden toegelaten. Nee, hij moest ´t doen met Hel en Vagevuur. Die kende hij dan ook op z´n duimpje. Daar had ie geen TomTom voor nodig. Een prachtige truc dus van Dante om hem tot gids op zijn reis te maken.

Al dit soort business hebben we toch maar mooi te danken aan die Grieken en Italianen. Dus als je ´t aan mij vraagt? Geen Grexit, geen Quitalia. Tot volgende week.

TOOS

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel
Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel
Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld
Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps
Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS