Tagarchief: Biennale di Venezia

Politieke kunstcorrectheid


Venetië

Die beroemde Biënnale van Venetië is altijd een kunstfeest van grote tegenstellingen. Levensgezel, kunstliefhebbende buitenstaander, zegt altijd dat driekwart niks is en het resterende kwart echt de moeite waard. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij wel vermelden dat mijn ‘niks’ bij hem een wat scherper 4-letterwoord is. Maar als kunstenaar heb ik toch altijd wat meer schroom om dat zo uit te drukken. Ik houd me dus bij die ‘grote tegenstellingen’.

Wat in ieder geval dit jaar zondermeer onder levensgezels goeie kwart viel was het Nederlandse paviljoen. Eindelijk weer de moeite waard na enkele onpruimbare edities. Er hingen zelfs schilderijen! En dat was echt lang geleden.

Absoluut een interessant geheel dat zelfs aan Mondriaan refereerde. Terwijl ’t ook nog helemaal past in de huidige sociaal gewenste moderne-kunst-context. Zal ik dat maar eens even op een heel persoonlijke manier uitleggen?

Biënnales en andere grote kunstmanifestaties vormen natuurlijk het terrein waarop de bobo’s van de moderne kunst zich helemaal kunnen uitleven in de politiek correcte kunsttrends van nu. Zo MOETEN tegenwoordig kunstenaars in hun werk ‘commentaar’ leveren op de globalisering, de klimaatproblemen, het vluchtelingenvraagstuk, het slavernijverleden van de westerse wereld, de minderhedenvraagstukken, de armoede in de wereld en nog zo wat van die hete hangijzers. Want stel je eens voor dat ik als kunstenaar gewoon alleen maar lekker bezig zou willen zijn in mijn atelier. Gewoon mooie, esthetische dingen creëren. Toos, kom nou toch! Nee, wij MOETEN het voortouw nemen en de wereld de juiste weg wijzen met onze kunst. Vandaar dus de foto hieronder.

In dat slecht onderhouden schip zijn een paar jaar geleden honderden Afrikaanse vluchtelingen verdronken toen de boot op weg naar Italië zonk. Een afschuwelijke gebeurtenis die toen uitgebreid het nieuws haalde. Reden om voor de Biënnale dat schip te lichten en op het terrein van het Arsenale tentoon te stellen. Dat heeft natuurlijk een aardige cent gekost. Had dat geld beter besteed kunnen worden? Heeft dat met kunst te maken? Zeg ’t maar!

Nog iets anders uit het Arsenale.

Prachtig gemaakte en uitgelichte portretten van de armst mogelijke sloebers uit Mumbai. Bij mij plopte direct dat unieke woord ‘dubbeldunk’ op. Ooit bedacht door taal en tekenkunstenaar Marten Toonder voor zijn Bommelstrips. Ik neem aan dat die mensen betaald zijn voor het poseren, maar voor mijn gevoel zit hier een heel diepe dubbele bodem in. De kunstenaar geeft aandacht aan de armsten der armen en probeert te gelijkertijd met die foto’s roem te vergaren om zichzelf op te stoten in de kunstvaart der volkeren. Voor mij dubbeldunk in de ware zin van het woord.

Zo waren er ook diverse, beslist intrigerende en fotogenieke installaties gemaakt plastic. Van zowel nieuw als afvalmateriaal. Suggesties van een soort fantasie koraal en onderwaterwereld.

De plastic soep in de oceanen heeft bij de kunstenaars vast een rol gespeeld. maar ik vroeg me wel gelijk af wat er met al dat plastic gebeurt na de biënnale.

Vanuit de US is een discussie overgewaaid over de weinige aandacht die in de KUNSTwereld tot nu toe werd gegeven aan minderheden. Zoals bijvoorbeeld Afro-Amerikanen. Want die KUNSTwereld is er toch vooral een van witte mannen. Vrouwelijke witte kunstenaars zijn daarin namelijk slecht vertegenwoordigd. Maar dat is een ander verhaal. Het gevolg van die discussie? Ineens veel meer werk van en over onze zwarte medemens.

oh ja, ook zo’n uiting van echte KUNST, een muurtje als statement

In al die sociaal wenselijke trends past voor mij ook het Nederlandse paviljoen. Met twee kunstenaars van Surinaamse roots,  Remy Jungerman (1959) en Iris Kensmil (1970). Waarbij de laatste met haar schilderwerk duidelijk refereert aan het zwarte feminisme. Heel goed, die aandacht. Maar bij de hele biënnale vroeg ik me wel af wat de kwaliteit er van zou worden als de kunstbobo’s nu eens al dat politiek correcte overboord zouden gooien en puur voor de kunst zouden gaan. Zou dat een verschuiving veroorzaken tussen het 3/4 en 1/4 van levensgezel? Hier in ieder geval nog een paar mooie plaatjes.

expositie in zo’n prachtig oud palazzo
een volledig Nederlandse muur met als curator vriend René de Vreugd
expositie van de wereldberoemde Baselitz in de Academia
prachtig lichtspel in het Arsenale
nog een voorbeeld van Groot en Veel (zie vorige week)

Tot volgende week.

TOOS

Maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt ’t KUNST


Weer terug naar Venetië na vorige week als plotsklapse noodzakelijke onderbreking het melden van mijn nominatie voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Nu dus toch die Biennale di Venezia. Elk oneven jaar voor mij als kunstenaar een onverbiddelijke must. Niet omdat alles wat daar onder de noemer kunst wordt gepresenteerd nou zo overweldigend  is.  Maar gewoon om op de hoogte te blijven van zowel het goede en slechte als het ridicule en te genieten van de ambiance van die unieke stad. Want reken maar dat je tegen zogenaamd kunstzinnige uitingen aanloopt  waar ik voor mezelf heel grote vraagtekens bij zet. Wat bijvoorbeeld te denken van die koe hieronder?

Die draait de hele dag rondjes op z’n railtje. Uitgezocht en geautoriseerd door de hoofdcurator van de Biennale die voor dit soort kunstuitingen  twee jaar lang de hele wereld over reist. ‘Wat moet ik hiermee’, denk ik dan.  Zeker als ik het bijbehorende verhaal na twee keer lezen ook nog steeds niet begrijp. Zoals een vriend dat een aantal jaren geleden eens heel mooi uitdrukte, ‘hier ben ik geestelijk nog niet aan toe’. Je kunt ’t natuurlijk ook gewoon ‘kunstkul’ noemen. En reken maar dat je dat veel tegenkomt. Naast echt prachtige zaken. Zoals bijvoorbeeld in het officiële Russische paviljoen op de Giardini, het park en heilige kunstplek waar in 1895 de 1ste Biennale di Venezia startte.

Kom ik daar zomaar ineens een hele installatie tegen gewijd aan Rembrandts beroemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ dat hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. Een in het duister gehuld geheimzinnig en intrigerend geheel waarover ik in de Nederlandse pers niets had gelezen. Ook dat is voor mij dan weer onbegrijpelijk in een jaar waarin je bij ons onmogelijk om alle Rembrandt-manifestaties heen kunt.

Waar je op de biënnale in ieder geval ook niet omheen kunt is het ‘groot en veel’. Levensgezel formuleerde dat lang geleden zo: ‘maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt het vanzelf KUNST’. Kunst met hoofdletters dus. Voorbeeldje. Zet in een grote ruimte een ouwe, lege melkfles neer en iedereen denkt dat iemand die fles is vergeten. Zet er een paar duizend neer, maak er een liefst wat ingewikkeld en onbegrijpelijk verhaal met veel dure woorden bij en ’t is ineens een kunstinstallatie. Of zet een pop van een baby neer en men denkt ‘het zal wel’. Maak diezelfde pop 6 meter hoog en iedereen staat vol bewondering te kijken. Want dan is het indrukwekkend. Van dat mechanisme wordt in de kunst veel gebruik gemaakt. Ook weer op de biënnale nu. Kijk maar.

Zet je een zo’n ding neer, dan is ’t niks. Maar een heleboel in strakke rijen zoals op onze tulpenvelden? Dan kom je in een landenpaviljoen op de Giardini.  Nog een aantal variaties hierop? Vooruit.

Bij de laatste foto, gemaakt in het Arsenale (het tweede grote expositieterrein), probeerde ik even zo’n zwart geval op te rapen en te bekijken. Oeps, foutje! Er was gelijk iemand bij die vertelde dat alles precies zo moest blijven liggen als het lag. Nou, vooruit dan maar, dan maar geen vingerafdruk achterlaten op de Biennale!

Je kunt natuurlijk ook een hoop losse motorpakken in het Arsenale draperen over balken en trappen.

Hier ook nog wat voorbeelden van ‘maak het groot, dan wordt ’t kunst’.

Overigens kan dat heel goed werken en een bijzonder indruk achterlaten zonder geforceerd over te komen. Zoals in de kerk San Giorgio Maggiore waar elke biënnale wel iets bijzonders is te zien.

Of dit op een afgelegen gedeelte van het Arsenale.

Wat dan naar mijn mening weer niet kan worden gezegd van deze installatie in de grote, te restaureren San Lorenzo kerk waar ik 4 jaar geleden exposeerde.

Komende keer nog meer Biennale, met ook echt mooie en intrigerende kunst en een snuf politieke correctheid. Tot volgende week.

TOOS

Is de Biënnale van Venetië 2013 de moeite waard?


Bien01

Nederlands paviljoen
Nederlands paviljoen

 Dat is zo’n gewetensvraag, elke keer weer dat ik er ben geweest. En dat is toch al heel wat keertjes, vier jaar geleden voor ’t laatst. Van te voren weet ik al dat ik flink wat kunstzinnig gedoe en kunstprietpraat tegen ga komen waaraan ik mij erger. Of waarbij ik gewoon mijn schouders ophaal. Zo van “nou, dat zal dan wel”. Maar ook dat ik getroffen ga worden door kunst die me echt iets doet. De vraag is alleen hoe het positieve zich verhoudt tot het negatieve en wat al die curatoren van de verschillende landen nu weer verzonnen hebben. Daarover straks meer. Wel strooi ik al foto’s als sfeerbeelden er tussendoor. Ik ga overigens nog aan een fotoboek beginnen dat ik te zijner tijd mijn blogbezoekers niet onthoud.

Bien03Bien04Bien05Hoe dan ook, het blijft een bijzondere belevenis, die Biënnale. Dagenlang kun je in Venetië ronddwalen van kunstplek naar kunstplek. De Giardini, het officiële en oorspronkelijke expositieterrein met de landenpaviljoens waaronder ook het Nederlandse. Het Arsenale, ’t eeuwenoude, robuuste, geheimzinnige industrieterrein van de stad dat sinds 1999 bij de Biënnale is getrokken. En de vele gebouwen in de stad zelf die worden afgehuurd door landen die geen plek hebben in de Giardini of het Arsenale. Dat worden er gelukkig zelfs steeds meer. Gelukkig, omdat je als bezoeker op die manier op de prachtigste plekken komt die normaal niet toegankelijk zijn. Niet meer gebruikte middeleeuwse kerken, paleizen waarvan plotsklaps de deuren openstaan en waar je zomaar gratis doorheen mag wandelen. Voor nop een prachtige inkijk in de oude grandeur van La Serenissima met ook nog gratis uitkijk op het Canal Grande. Dat alleen al maakt een bezoek de moeite waard.

Bien06

Bien07

Bien08

Bien10 Maar nu de kunst. Veel dus dat voor mij onder de noemer “de kleren van de keizer” valt. Wie kent niet het wereldberoemde sprookje van Hans Christian Andersen. Een naakte keizer die denkt in de prachtigste kleren rond te lopen omdat iedereen tot de keizerlijke kring wil behoren en niemand de moed heeft te zeggen dat die prachtige kleren helemaal niet bestaan. Mijn lief gebruikt hiervoor wel de term “gebakken lucht”. Gebakken lucht dus naast  veel conceptueel blabla waarbij je lappen tekst tot je moet nemen in een vaak tot mislukken gedoemde poging om te begrijpen wat er mee wordt bedoeld. Het Nederlands paviljoen met “onze” Middelburgse curator Lorenzo Benedetti , directeur van museum De Vleeshal, en kunstenaar Mark Manders onttrok zich hieraan. Echt een hoogtepunt naast nog een paar andere.

Bien09

Het ronddwalen door het Arsenale is dat so wie so altijd al. Die langgerekte hallen met hun gigantische pilaren onder de houten daken, het schaarse licht, de geheimzinnige sfeer, in één woord prachtig. En als ik dan af en toe ook nog kunst zie die me optilt, kan die dag niet meer stuk.

Bien11 Opvallend vond ik trouwens het gebrek aan goeie schilderkunst. Vooral veel installaties, foto’s en heel veel  video. En bij dat laatste vind ik nog steeds dat de meeste makers/kunstenaars maar eens naar een echte filmacademie of naar Hollywood moeten gaan om het vak te leren. Alhoewel, op dat gebied beginnen toch wel steeds meer goed gemaakteprojecten te ontstaan. Maar als ’t zogenaamd kunstzinnig vaag, vlekkerig,  schokkerig en onbegrijpelijk moet zijn, haak ik af.

Om uiteindelijk de vraag in de titel te beantwoorden: ja. Al die “kleren van de keizer” zijn nodig om de echte parels eruit te halen. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube http://bit.ly/ij4Pag