Tagarchief: Candace Charlton

We mogen weer los, zelfs van de niet zo cultuurminnende Hugo de Jonge


Op een of andere manier is er vanmorgen vermoedelijk iets fout gegaan bij het verzenden van dit blog waardoor ik denk dat een deel van mijn lezers deze aflevering niet in hun IN-vak heeft zien ploffen. De enige oplossing die ik hiervoor kan verzinnen is om alles nog een keer te versturen. Niet echt elegant, maar ’t is niet anders. Dus sorry als je dit vandaag al eerder hebt gekregen. TOOS

Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur

Stel nou eens dat ik in 1994 niet zomaar spontaan voor drie maanden in het Zuid-Franse kunststadje Sint-Paul-de-Vence was neergestreken. Zou ik dan nu hebben meegedaan aan de groepsexpositie ‘Homerus-Ilias & Odyssee’ bij Galerie WiekXX in het Groningse Bad Nieuweschans.

Bad Nieuweschans

Bad Nieuweschans

Zoals de Romeinen dachten dat Homerus er uit zou zien

Ik hoor gelijk al weer levensgezel met zijn gevleugelde woorden ‘Toos, als ik nog een broer had gehad, zou die dan bruine bonen hebben gelust?’. Met in dit geval nog als extraatje ‘Toos, we weten helemaal niet of die Homerus van jou wel echt heeft bestaan!’. In dat laatste heeft hij trouwens helemaal gelijk. Want ‘de geleerden’ zijn het daar met elkaar beslist niet over eens. Heeft er wel een Homerus geleefd? En zo ja, heeft hij dan de Ilias en Odyssee zelf geschreven of heeft hij alleen allerlei verhalen verzameld? En zo ja, kon hij ze wel opschrijven want misschien was hij wel blind. En zo ja …, nou ga maar door. Vroeg-Griekse dichte mist tot en met.

Maar in die beginzin van hierboven zitten wel degelijk oorzaak en gevolg. Want door mijn verblijf in Saint-Paul ontstond het contact met Jean-Paul  Aureglia, nog steeds mijn galerist van Galerie Quadrige in Nice. En door Jean-Paul  ging ik de Ilias en de Odyssee lezen. Van voor naar achter en weer terug. Want hij had zichzelf een heilig levensdoel opgelegd. Namelijk het uitgeven van nieuwe drukken, geïllustreerd door ‘zijn’ kunstenaars, van wat hij als de fundamenten van onze Westerse beschaving beschouwt. Die werken van Homerus en de Divina Commedia van Dante. Maar ook de Legenda Aurea, op z’n Frans La Légende Dorée, van Jacques de Voragine (1228-1298). In het calvinistische Noorden minder bekend dan in het katholieke Zuid-Europa. Een heel persoonlijke keus natuurlijk, maar wel een die mij heeft beïnvloed. Want nu doe ik dus mee met die groepsexpositie over Homerus in dat noordelijk gebied van Nederland bij de Waddenzee. Waarvoor een reclamebureau ooit de toeristische leus ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht.

Of de soldaten bij de Slag van Heiligerlee dat op 23 mei 1568 ook beseften, betwijfel ik ten zeerste.

de slag bij Heiligerlee

Maar op weg naar Nieuweschans vorige week om mijn werk voor de expositie te brengen, had ik toch even die absurde associatie. Want begon daar, zo’n dikke tien kilometer ten westen van Nieuweschans, volgens de geschiedenisboekjes niet officieel onze Tachtigjarige Oorlog? Met een overwinning van het Staatse leger, vooral bestaand uit huurlingen,op die vuige katholieke Spanjaarden? Dat daarvoor al wel wat nederlagen waren geleden tellen we voor onze eigen Hollands Glorie natuurlijk niet mee. Die tachtig jaar kun je beter beginnen met een overwinning en die bij Heiligerlee was de eerste. Historisch gebied dus, daar op dat Groningse platteland. Net zoals de oude vestingplaats Nieuweschans zelf.

eerst ingeladen in Middelburg en weer uitladen in Bad Nieuweschans

Een plek vol geschiedenis dus waarbij zowel  Homerus als zijn Ilias, met het 10-jarig beleg van Troje en dat bekende paard, als zijn Odyssee, met de avonturen en heldendaden van Odysseus, heel goed aansluiten. Net zoals dus mijn Homerus-kunstwerken en die van andere bekende kunstgenoten als Sam Drukker, Annemarie de Groot, Candace Charlton, Dick Aerts, Clary Mastenbroek en Jannes Koetsier. En ook net zoals mijn steendruk over de Ilias die ik na de opening van de expositie op 6 juni mocht overhandigen aan opener Jacqueline Klooster, docent aan de Faculteit der Letteren van de Groningse Universiteit.

die steendruk over de Ilias

Want het leuke van het maken van zo’n steendruk als voor de Iliade bij Jean-Paul is dat je als kunstenaar ook zelf altijd een klein aantal zogenaamde EA’s in bezit krijgt. Dat staat voor épreuve d’artiste en daarmee mag je doen wat je wilt. Zoals dus cadeau geven als blijk van waardering aan iemand die heel duidelijk veel wist van die óf werkelijk bestaand hebbende óf mogelijk imaginaire Homerus.

enkele van mijn ‘Homerus-schilderijen

geïnteresseerden in de Franse uitgaven van de Ilias en de Odyssee

Toos van Holstein, Sirène (n.a.v. een van de verhalen uit de Odyssee)

de beeldentuin van WiekXX

Op dus allemaal naar Nieuweschans, naar WiekXX. De galerie die al snel na de start in 1977 er één van faam werd in heel Nederland en die naam nog steeds heeft. Nu gesitueerd in de woonboerderij met beeldentuin van Henriëtte Mulder en Frans Boersma.

Neem bij je bezoek ook gelijk nog even Boertange mee. Ook al zo’n vestingdorp dat we te danken hebben aan die Tachtigjarige Oorlog.

Boertange

Of waarom niet het Groninger Museum? Dat mocht ten slotte na zes maanden sluiting afgelopen weekeinde ook weer open van minister Hugo de Jonge. Je weet wel, die man van ‘je hoeft niet naar het theater, je kunt thuis ook een mooie DVD opzetten’. Als kunstenaar vind ik dat die volkomen belachelijke, bizarre, çultuuranalfabetische en schrijnende uitspraak van hem niet vaak genoeg kan worden herhaald. Bij deze dus. Tot volgende week.

TOOS

Wiek XX draait weer en Toos draait mee


Ooit vond er in 1568 de Slag bij Heiligerlee plaats. Met de eerste overwinning van de opstandelingen tegen het Spaanse leger. Heus, Oranje wint ook wel eens. Vandaar trouwens ook de naam Tachtigjarige Oorlog omdat de uiteindelijke vrede in 1648 gesloten werd. En ooit, in 1628, werd er het vestingstadje Nieuweschans gebouwd. Als grensverdediging tegen die nog steeds vervelende Spanjaarden. Waar dan wel? In het oosten van Groningen. Daar waar de horizon heel ver weg ligt in een laag en leeg landschap. Daar ook waar de slogan “Er gaat niets boven Groningen” je duidelijk wordt. En daar waar ook lang geleden Galerie Wiek XX neerstreek.

Nieuweschans in roeriger tijden (17de eeuw)

Galerie Wiek XX, een gerenommeerde naam in de Nederlandse kunstwereld. De galerie die vanaf 1977 de zogenaamde Noordelijke Realisten een podium gaf. Met als gevolg dat de namen van o.a. Wout Muller, Matthijs Röling, Sam Drukker, Douwe Elias en Pieter Pander niet meer zijn weg te denken uit het galerie en museum circuit. En ook de galerie waarmee ik een aantal jaren succesvol samenwerkte. Tot Henriëtte Mulder en Frans Boersma ’t in 2008 ’t eigenlijk wel mooi vonden.

met Henriëtte en Frans voor hun woonboerderij

Maar ja, hoe gaat dat als je bloed is besmet met het kunstvirus? Zulk bloed blijft kriebelig en zoekt stiekem die plaatsen waar ’t dan misschien niet kan gaan maar wel kan kruipen. Tot het uiteindelijk overwint. Dus verrees eind vorig jaar de galerie weer. Als een Phoenix met wiekende vleugels. Niet meer op de oorspronkelijke locatie in Nieuweschans, maar als huisgalerie in de woonboerderij van Henriëtte en Frans (https://www.wiekxx.nl/) .

Vandaar dat ik mij kort geleden onverwacht weer eens richting Nieuweschans begaf. Of beter gezegd richting Bad Nieuweschans. Want dat is sinds enkele jaren de officiële nieuwe naam. De reden daarvoor? Als ik dat een beetje kan inschatten vanwege het eerste echte Nederlandse kuuroord dat er ooit verrees. Het Fontana Resort. Op een steenworp afstand van de grens trek je vermoedelijk meer Duitse gasten als er Bad in je plaatsnaam voorkomt. Kijk maar eens naar de hoeveelheid Bad Zus of Zo kuurplaatsen op de landkaart van onze oosterburen.

Tijdens zo’n rit merk je toch ook weer dat Nederland helemaal niet zo klein is. Daar kwam ik lang geleden achter na een vochtrijke tentoonstellingsopening en idem dito maaltijd bij Wiek XX. De afstand van het noordoostelijke Nieuweschans naar het zuidwestelijke Middelburg bleek 390 km. En dat is zogezegd best een klere end midden in de nacht. Gelukkig reed levensgezel. Die stelt zich bij een ver-weg opening op voorhand altijd in op soberheid.

‘En ville’ en ‘Nocturno’, enkele van de schilderijen op de expositie

‘Riflettere’, schilderij op de expositie

Nu zat ik dus opnieuw in de huiskamer bij Henriëtte en Frans. In een weidse omgeving die in niets meer doet denken aan die van rond 1600. Want van de oorspronkelijke vestingplaats is weinig meer over. Net zo min als van het oude landschap. Je kunt je absoluut niet meer voorstellen dat Nieuweschans toen aan het nu heel ver weg gelegen open water van de Dollard lag. En dat ’t zich op een militair zeer strategische positie bevond te midden van water, van uitgestrekte ontoegankelijke moerassen en van veengebieden. Maar dat heeft dan wel weer als voordeel dat je er nu zoevend heenrijdt over een vierbaans snelweg. Niks geen moeilijk begaanbaar modderig pad meer als enige toegangsweg.

de Voorstraat in Nieuweschans, ooit het exercitieterrein voor de militairen

een herinnering aan vroeger tijden

Een eitje dus, zo’n bezoek aan de expositie “Met een knipoog” op nummer 50 van de Voorstraat. Er staat je letterlijk niets meer in de weg voor de vrij, zater en zondagen van 13 tot 17 uur in de periode van 14 april tot 16 juli. Met niet alleen mijn werk maar ook dat van andere gerenommeerde kunstenaars als Candace Charlton en  Caius Spronken. Tot volgende week.

TOOS