Tagarchief: Centraal Museum

‘Sesam open u’ met de Rembrandtpas


voorkant van de Rembrandtpas 2020

Ali Baba had in het bekende sprookje die toverspreuk ‘Sesam open u’ nodig om de schatkamer van de veertig rovers te openen. Ik heb in werkelijkheid alleen maar een pasje nodig om zomaar heel veel museale kunstschatkamers gratis voor niemandal te ontsluiten. De Rembrandtpas!

Ja maar, hoor ik al zeggen, dat kan ik met mijn Museumkaart ook. Klopt. Toch heeft de Rembrandtpas ideële en financiële voordelen waaraan de Museumkaart niet kan tippen. Maar dat komt straks. Eerst hoe ik hier op kom. Dat is omdat levensgezel en ik onze Rembrandtpassen de laatste tijd veelvuldig gebruikten. Ik had dit stukje namelijk ook als titel kunnen geven ‘Wat ik zag en waarover ik nog niet schreef’. En dat is best veel.

Als ik naarstig naar een expositie heb toegewerkt, zoals mijn ‘The 70-Series and More’ die nu gaande is bij Galerie Persoon in Eersel, moet ik daarna even stevig afkicken. Met veel lezen en met kunst, hoe gek dat laatste dan misschien ook kan lijken. Maar ja, mijn kunstgenen zijn nu eenmaal sterk overheersend. Dus komen dan de tentoonstellingen aan de beurt waaraan ik niet toekwam tijdens mijn verblijf in die zelf verkozen isoleercel, mijn atelier. Zodoende zwaaiden wij de afgelopen tijd uitbundig met onze Rembrandtpassen op allerlei locaties.

het Prinsenhof in Delft

Bijvoorbeeld bij het Haagse Mauritshuis en het Delftse Prinsenhof, heilige grond voor onze 17e eeuwse Republiek met nog de kogelgaten in de muur van de moord op aartsvader Willem van Oranje. Want de tentoonstellingen ‘Pieter de Hooch in Delft, uit de schaduw van Vermeer’ en ‘Nicolaes Maes- Rembrandts veelzijdige leerling’ over tijdgenoten De Hooch (1629-1684) en Maes (1632-1675) moest ik natuurlijk zien. Beide prachtige en interessante exposities.  Waarbij voor mij die in Delft door de hele aanpak toch won. Het Prinsenhof, waar ik al veel te lang niet was geweest,  bleek ook nog eens een zeer aangename, architectonische metamorfose te hebben ondergaan. Heel goed gedaan.

Pieter de Hooch in het Prinsenhof
Nicolaes Maes in het Mauritshuis, Den Haag

Nog een paar van die museumstops? Beelden aan Zee in Scheveningen met ‘Niki de Saint Phalle aan Zee’. Een prachtig in de duinen verstopt museum met dit keer een, naar mijn smaak, heel rommelige tentoonstelling. Niki de Saint Phalle is beter waard. Maar dat is een komend verhaal .

Beelden aan Zee, verscholen liggend aan de Scheveningse boulevard
een deel van de expositie over Niki de Saint Phalle

In Singer Laren daarentegen werd ik blij verrast met twee heel afgewogen exposities: ‘Spiegel van de Ziel, Toorop tot Mondriaan’ en ‘Van Barbizon tot Bergen’. Wat een heerlijk rustgevende lust voor het oog vergeleken met het kermisgedoe in Scheveningen.

een zaal in Singer Laren nu
in het Singer dit schilderij van Mondriaan, de toren van de Catharinakerk in Zoutelande, die moest natuurlijk op de foto vanwege mijn officiële eerste voornaam Catharina

Waar ik trouwens met mijn Rembrandtpas kon zwaaien tot ik een ons woog was bij Museum Voorlinden in Wassenaar. Maar dat wist ik van te voren. Want dit nieuwe museum is een particulier initiatief van de puissant rijke kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh. Gewoon betalen, € 17,50 pp! Niks geen vrije toegang met Rembrandtpas en Museumkaart. Maar absoluut de moeite waard.

Museum Voorlinden met een beeld van Louise Bourgeois
Museum Voorlinden, bij een werk van de door mij zeer bewonderde Anselm Kiefer

En nu dan die ideële en financiële voordelen van de Rembrandtpas, een initiatief van de Vereniging Rembrandt.

Levensgezel en ik hebben er elk één, maar wel aan elkaar gekoppeld. Voor € 110 samen. Tweemaal een Museumkaart? € 140 incl. administratiekosten. Bij Pieter de Hooch in Delft € 5 extra toeslag voor Museumkaart-houders. Met de Rembrandtpas? Niets en niemandal. Bij Niki de Saint Phalle € 3,50 extra met de Museumkaart. Met de Rembrandtpas? Nada, niente.

Bij de Rembrandtpas minimaal twee keer per jaar een speciaal event. Bijvoorbeeld een preview van een komende blockbustertentoonstelling of een speciale avond ergens. Zoals vorig jaar bij ‘Rembrandt en Velàzquez’ in het Rijksmuseum voor alleen leden. Waardoor ik, door handig te zijn, af en toe Rembrandt bijna helemaal alleen voor mezelf had.

‘Rembrandt en Velàzquez’, vorig jaar in het Rijksmuseum

Daarnaast nog driemaal per jaar een speciaal  magazine. En, echt heel belangrijk, de Vereniging Rembrandt steunt regelmatig musea in Nederland bij aankopen voor hun kunstcollecties. Toevallig net de afgelopen weken nog met een belangrijk schilderij van Dirck van Baburen (1595-1624) voor het Centraal Museum in Utrecht.

het aangekochte werk van Utrechter Dirck van Baburen

En voor het Amsterdam Museum een collectie met werk van kunstenaar en uitvinder Jan van der Heyden (1637-1712), ook wel eens de Nederlandse Da Vinci genoemd.

Van der Heyden verbeterde de brandspuit spectaculair

Daaraan mee te kunnen helpen met mijn Rembrandtpas geeft een prettig gevoel. Kijk maar eens bij https://www.verenigingrembrandt.nl/. Tot volgende week.

TOOS

Mannelijk Chauvinisme en Vrouwen in de Kunst


National Museum of Women in the Arts, Washington

In Washington gebeuren ook best wel goeie dingen. Want naast die ‘grab them by the pussy’ president met zijn dikke-vinger-tweets vind je min of meer om de hoek bij het Witte Huis sinds 1987 het National Museum of Women in the Arts. Zo zie je dat God toch best wel een beetje straft. Net dit weekeinde sloot daar  de expositie ‘Women Artists of the Dutch Golden Age’. Over vrouwelijke kunstenaars dus in onze ‘eigen’ Gouden Eeuw. Die overigens in het Amsterdams Museum sinds kort niet meer zo mag heten vanwege doorgeslagen politieke correctheid. Maar dat weten ze dus in Amerika blijkbaar nog niet.

Judith Leyster, zelfportret

Hadden we in de Gouden Eeuw dan ook bekende vrouwelijke kunstenaars buiten Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Vermeer en nog zo wat beroemde schilders? Ja, natuurlijk hadden we die. Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, om er maar een paar te noemen. Maar ja, ze werden in de kunstgeschiedenis heel gewoontjes weggeschreven. Door mannen, om te beginnen in de 19e eeuw. Als gevolg van bijvoorbeeld de Verlichtings-filosoof  Immanuel Kant (1724-1804) die, een beetje voor zich uit filosoferend, stelde dat alleen mannen een genie konden zijn omdat de vrouw te weinig controle zou hebben over haar emoties. En zo wist die andere beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) ook zeker dat vrouwen over te weinig passie zouden beschikken. Laten dat nou net een paar interessante eigenschappen zijn die in de 19e eeuw aan het geromantiseerde, mythische en geniale kunstenaarschap werden toegeschreven.

Clara Peeters, mogelijk een zelfportret
Maria van Oosterwijck, zelfportret

Gevolg? Vrouwen exit in boeken over de kunstwereld. Zoals in twee heel belangrijke 20ste eeuwse kunstbijbels waarin geen vrouw voorkomt. The Story of Art (1950) van kunstpaus en kunsthistoricus Ernst Gombrich. En Janson’s History of Art (1962) dat bij elke academiedocent op het nachtkastje lag. Vrouwen? Nada, niente! Kun je nagaan hoeveel nog steeds in de kunstwereld functionerende leraren en academici zijn opgevoed zonder ook maar enige kennis over vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Maar het tij keert. Vooral omdat in de USA begin jaren 70 vorige eeuw de feministische beweging zich met die kunstgeschiedenis begon te bemoeien. Heel langzaam aan is het besef gegroeid dat er iets goed mis was in die door mannen geschreven historie. Met als gevolg dat er nu de laatste paar jaar ineens de ene na de andere grote expositie over juist die volstrekt genegeerde kunsthoek wordt gelanceerd. Je zou ’t een soort MeToo-beweging kunnen noemen maar dan met vergeten, verwaarloosde en ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars.

Maria van Oosterwijck, stilleven

Ga maar na. Het oude, beroemde Prado Museum in Madrid toont, let wel, al hun tweede expositie over vrouwen. Maar daar hebben ze dan wel tweehonderd jaar voor nodig gehad.  Onderwerp zijn Sofonisba Anguissola en Lavinia Fontana, kunstenaars over wie ik een poosje geleden al eens schreef (lees maar hier). In datzelfde stukje viel ook de naam van Artemisia Gentileschi, mijn eigen rockstar uit de kunstgeschiedenis. Laat die nu in april een grote overzichtstentoonstelling krijgen in The National Gallery in Londen. En wat doet het Centraal Museum in Utrecht binnenkort? Daar komt een tentoonstelling over surrealisme met, quote, ‘voor het eerst veel ruimte voor vrouwelijke surrealisten als Leonora Carrington en Leonor Fini’. Zoals gezegd, het tij keert: de kunstgeschiedenis wordt terecht herschreven.

Artemisia Gentileschi, zelfportret als de heilige Catharina, te zien in Londen
Leonore Fini, La grange batelie, olieverf

Daarom wordt ’t eigenlijk best wel tijd dat het Rijksmuseum of Mauritshuis die tentoonstelling van ver weg in Washington als voorbeeld nemen. ’t Is toch eigenlijk van de gekke dat je in Nederland met een zaklantarentje moet zoeken naar werk van onder anderen die Judith Leijster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck. Alleen als je heel goed oplet, zie je er wel eens wat van hangen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven, uitgeleend door het Mauritshuis aan het Rijksmuseum voor de expositie Rembrandt-Velazquez
Clara Peeters, stilleven gefotografeerd in het Mauritshuis
werk van Judith Leyster, gefotografeerd in het Mauritshuis

Een goeie reden dus om er zelf zo af en toe maar eens wat blogs over die vrouwen tegenaan te gooien. Leve de Gouden Eeuw en de vrouwelijke kunstenaars van toen! Tot volgende week.

TOOS

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Caravaggio, grote schurk en groot kunstenaar


de twee foto’s uit 2015 van De kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus van Caravaggio

Toen ik in oktober 2015 in Rome voor de twee schilderijen van hierboven stond, realiseerde ik me niet, zoals nu wel, dat op precies diezelfde plek in de eerste helft van de 17e eeuw andere Nederlandse kunstenaars hadden gestaan. Welke die in eeuwen onveranderde plek is? De Cerasi-kapel in de kerk van Santa Maria del Popolo. De eerste kerk die kunstenaars uit het Noorden zagen als ze door de stadspoort daar de Eeuwige Stad betraden. En wie die Nederlandse schilders waren? Onder anderen Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen. En waarom ik me dat nu wel realiseer? Omdat aan die drie mannen een prachtige, indrukwekkende expositie is gewijd in het Centraal Museum van Utrecht: ‘Utrecht, Carravagio en Europa’.

drukte bij de expositie

Want Caravaggio was de maker van die twee schilderijen. Of voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610).Daar kwam hij vandaan, van de plaats Caravaggio.  De ideale schoonzoon was die Michelangelo niet. Steengoed in het beledigen van mensen van zowel lage als hoge komaf. Met voortdurend een  zweem om hem heen van homoseksualiteit oftewel sodomie zoals ’t toen heette. Overigens zonder enig concreet  bewijs daarvoor. Als heethoofd ook altijd tuk op een lekkere vechtpartij. Soms met zijn zwaard dat hem goed in de hand lag. Gevolg? In 1606 een dodelijk slachtoffer en een vlucht uit de stad waar hij furore maakte met zijn geheel nieuwe manier van schilderen. Want schilderen kon hij als de beste.

Caravaggio, De mediterende Hiëronymus 1605-06, één van de 2 werken van hem op de expositie

Net zoals Braque en Picasso in het begin van de 20e eeuw samen een heel nieuwe schilderstijl ontwikkelden, het kubisme, deed hij dat in z’n eentje aan het begin van de 17e eeuw. Met wat we nu het Caravaggisme noemen. Een zo boeiende, moderne stijl  dat hij al snel getalenteerde navolgers kreeg. Want Rome was toen de place to be zoals Parijs dat in de 19e eeuw werd. Voor je goeie kunstenaarsfatsoen moest je daarheen wel een studiereis maken. Meestal te voet, maanden lang door weer en wind en door gevaarlijke streken. Een tikje andere manier van reizen dan tegenwoordig, je moest er wel wat voor over hebben. Sommigen bleven en maakten daar carrière. Anderen vertrokken weer als overtuigde Caravaggisten. Zoals dus Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen.

Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus ca. 1617
Dirck van Baburen Christus en de schriftgeleerden ca. 1618
Hendrick ter Bruggen, detail van De bevrijding van Petrus 1624

Onafhankelijk van elkaar vertrokken voor hun kunst-bedevaartstocht en na terugkomst alle drie furore makend in Utrecht met die nieuwe, levendige, vaak dramatische schilderstijl. Vol contrasterende schaduw en lichtpartijen en levensechte mensen die zo van de straat geplukt konden zijn. Met het zogenaamde clair-obscur waardoor later Rembrandt, op zijn geheel eigen manier, ook weer sterk werd beïnvloed.

Gerard van Honthorst, De onthoofding van Johannes de Doper 1617-18
Gerard van Honthorst, De heilige Sebastiaan 1623
Gerard van Honthorst De koppelaarster 1625
Gerard van Honthorst, De liederlijke student 1625
Dirck van Baburen, De graflegging van Christus 1617-18
Hendrick ter Brugghen, De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd 1625
Hendrick ter Brugghen, De annunciatie 1629

Kunstliefhebbers moeten beslist naar Utrecht.  Niet omdat er veel van de maestro zelf is te zien, twee werken slechts. Maar wel vanwege die Utrechtse caravaggisten en nog wat anderen. Uit Italië natuurlijk maar Frankrijk en Spanje zijn ook vertegenwoordigd. Hierdoor kun je hun vakmanschap onderling mooi vergelijken. Voor mij springt dan Gerard van Honthorst er echt uit. Het niveau van maestro Caravaggio haalt hij net niet maar dat is ook vrijwel onmogelijk bij dat schildersgenie. Een soort Italiaanse Rembrandt. Die was trouwens pas een paar jaar oud was toen Caravaggio in 1610 totaal berooid en in de hoop op vergiffenis terugkeerde naar Rome, onderweg ziek werd en veel te vroeg stierf.

de achterkant van het tweede werk van Caravaggio op de tentoonstelling: Het hoofd van Medusa

Maar gelukkig hadden we nog zijn navolgers. Zoals Orazio Gentileschi  (1563-1639) en zijn nog veel talentvollere dochter Artemisia Gentileschi (1593-1653) aan wie ik hier beslist extra aandacht ga geven in het kader van ‘vrouwen in de kunst’.

Orazio Gentileschi, David en Goliath 1605-07
bij een ander werk van Orazio Gentileschi
Simon Vouet, Judith met het hoofd van Holofernes 1620-25

Of Spanjaard Gusepe de Ribera (1591-1652) en Fransman Simon Vouet (1590-1649). Van die laatste vond ik het schilderij hiernaast toch wel heel curieus.

Zie dat afgehakte hoofd rechtsonder. En de dame die haar onderarm er met een vredig gezicht op laat rusten. Met de pink omhoog! Net zoals een keurig opgevoede dame die met een precieus gebaar aan een kopje thee wil gaan nippen met duim en wijsvinger rond het oortje geklemd. Toch heeft ze net zelf dat hoofd afgehakt.  Dat van generaal  Holofernes die volgens het Oudtestamentische verhaal haar stad belegerde. Uit wraak verleid deze Judith hem en hakt zijn hoofd af als hij slaapt. Een populair verhaal dat door heel wat schilders is verbeeld. Mannen én vrouwen. Zoals door Artemisia, maar dan volstrekt anders. Ook iets om nog op terug te komen. Tot volgende week.

TOOS

 

Hoe vrouwen weer terugkeren in de kunstgeschiedenis I


Museum voor Schone Kunsten in Gent

Afgelopen week was ik in Gent. Die roemrijke historische stad in wat ooit de Zuidelijke Nederlanden werd genoemd. Ben je daar wel eens in het Gentse Museum voor Schone Kunsten geweest? Misschien. Nog een paar andere vragen. Ken je het Holland Côte d’Azur Magazine?  Vermoedelijk niet. En de namen Sofonisba Anguissola, Lavinia Fontana, Artemisia Gentileschi? Heel, heel misschien die laatste, maar de eerste twee? Of het 20e eeuwse standaardwerk over kunst ‘Eeuwige schoonheid’ van Gombrich? Laat maar!

in een zaal met linksachter twee werken van Jeroen Bosch
een zaal van ‘De dames van de Barok’

Wat dat alles met elkaar verbindt? De expositie ‘De dames van de Barok’ in dat Gentse museum. Ik moest daar namelijk voor mijn goeie fatsoen absoluut heen vanwege dat Magazine, het 3-maandelijkse tijdschrift van De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur.

Zeven jaar lang schreef ik daarin Kunststukjes. Over kunst dus. Zoals in 2005 over Sofonisba Anguissola(1532-1625), Lavinia Fontana (1552-1614) en Artemisia Gentileschi (1593-1652). Daar heb je die namen.Want met hen en ook andere vrouwen is geschiedkundig heel wat aan de hand. Of beter gezegd, er was kunstgeschiedkundig helemaal niks mee aan de hand. Ze bestonden namelijk stomweg niet meer. In dat standaardwerk van Gombrich, verplichte studiekost in mijn kunstacademietijd, kwam gewoon geen vrouwelijke kunstenaar voor. Geen enkele. Niente, nada, nichts! In geen enkele eeuw. Net zoals ook in een ander standaardwerk. ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van H.W.Janson dat vooral in de USA universitair wordt gebruikt. Hoezo wereldgeschiedenis?

Waren er in al die eeuwen dan helemaal geen bekende  vrouwelijke kunstenaars? Forget it, natuurlijk wel. De Italiaanse Giorgio Vasari, feitelijk de oervader van de kunstgeschiedenis, schreef in 1568 het legendarische ‘Le Vite’. Met levensbeschrijvingen van beroemde kunstenaars  uit zijn tijd. En wie stond daarin? Ene Sofonisba Anguissola.

schilderijen van Sofonisba Anguissola op de expositie
de tekening uit het dagboek van Anthony van Dijck

Tijdens haar kunstenaarsleven als La Grande Donna delle Pittura (de Grote Dame van de Schilderkunst) al zo beroemd dat onze 17e eeuwse Antwerpse schilder Anthony van Dijck haar tijdens een reis door Italië in 1624 nog bezocht. In zijn dagboek van toen heeft hij zelfs een hele pagina aan haar gewijd. Met een tekening erbij! Ook maakte hij nog een olieverfportret van haar.

Maar begin 20e eeuw? Sofonisba had blijkbaar nooit bestaan. Net als andere in de 16e, 17e en 18e eeuw beroemde vrouwen in de kunst. Want door mannen geheel weggeschreven in de loop van de 19de eeuw. Vrouwelijke grote kunstenaars? In hun mannelijke psyche kon dat niet!  Gewoon weg ermee. Klinkt dat misschien gechargeerd? Mogelijk, maar ’t is wel de harde waarheid. Pas in een herziene 5e druk van het universitaire boek van Janson wordt in 1990 voor het eerst weer aandacht aan vrouwelijke kunstenaars gegeven. En nu is er in de kunst en museumwereld gelukkig een duidelijke beweging gaande waarin die ‘vergeten’ vrouwen uit voorgaande eeuwen eindelijk weer de aandacht krijgen die ze verdienen. Zoals in Gent bij die expositie ‘De dames van de Barok’.

Sofonisba Anguissola, Zelfportret met haar twee zuster en een dienster bij het schaakspel
Lavinia Fontana, Zelfportret
Lavinia Fontana, Minerva dressing, het eerst bekende naaktportret geschilderd door een vrouw

Daar hingen nu schilderijen in het echt waarvan ik destijds alleen de plaatjes kende toen ik voor het Magazine mijn Kunststukjes schreef. Geweldig om die nu in werkelijkheid te zien. En geweldig ook dat ze in Gent die werken uit allerlei museale en particuliere verzamelhoeken hebben kunnen lospeuteren. Zoals ook die van Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, Maria Magdalena
Artemisia Gentileschi, De onthoofding van Holofernes door Judith (met zijn hoofd in de mand gedragen door haar dienster)
bij een schilderij van de Gentse caravaggist Jan Janssens (1590-1650)

Echt een kunstheldin van mij en, in mijn ogen, één van de beste caravaggisten. Die navolgers van de onnavolgbare Caravaggio (1573-1610) die tijdens zijn korte leven een geheel nieuwe schildertrend inzette. Een trend die nu heel goed in het Centraal Museum van Utrecht is te bekijken. Bij de tentoonstelling ‘Utrecht, Caravaggio en Europa’. Daar ga ik dus beslist ook heen. Met vast ook een schrijfsel daarover hier. En reken ook maar op meer stukjes over de vrouwen die nu eindelijk aan het terugkeren zijn in de kunstgeschiedenis. Dankzij de inzet van vele onderzoeksters die daar sinds de jaren 70 hun feministische schouders onder hebben gezet.  Mooi toch dat die nu de mannen kunnen helpen de kunstgeschiedenis te herschrijven? Niet dus HIStory maar HERstory. Tot volgende week.

TOOS