Tagarchief: Côte d’Azur

Waarom een cholera-epidemie de Côte d’Azur groot maakte


op een door coronaperikelen hallucinant lege Promenade des Anglais in Nice wordt een wandelaar gecontroleerd of hij daar wel mag lopen

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?

Matisse, Promenade des Anglais, 1917

En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?

deel van het Mamac in Nice

Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z’n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo’n soort opmerking komt als ‘als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?’. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham

Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo’n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.

Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet ’t maar, toen wisten ze er ook al van.

het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes

In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.

Promenade des Anglais in 1886
La Régina, waarvan Queen Victoria de helft in beslag nam als ze ter verpozing in Nice verkeerde

Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.

Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais

Is ’t gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?

uitzicht op het Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle ervoor

Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ….? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.

TOOS 

To Art or not to Art, Kunst in Coronatijden


‘To be or not to be, that is the question’, de overbekende woorden  die Shakespeare Hamlet in de mond legde. In deze door het coronavirus onvoorspelbare tijden heeft die zin ineens een heel nieuwe lading gekregen. Bovenstaande foto vind ik daarvoor heel sprekend . Want wie kent niet dit kunstwerk van de Florentijnse renaissancekunstenaar Sandro Botticelli  (1445-1510)? ‘De geboorte van Venus’. Alleen zijn Venus, godin van de liefde, en haar entourage even weg. Gewoon naar huis, in quarantaine, net als al die andere miljoenen Italianen. En wanneer ze  weer terugkeren naar het nu hermetisch gesloten Uffizi Museum om hun vertrouwde plek opnieuw in te nemen? Daar durven betrokken wetenschappers nog geen zinnig woord over te zeggen in deze surrealistische tijden.

Venus terug in haar volle glorie

Zelf ervoer ik dat surrealisme heel goed toen ik nog maar zo’n anderhalve week geleden voor, dacht ik, een week in Nice zou verkeren. Op zaterdag 14 maart zat ik ’s middags op een steenworp afstand van de beroemde Promenade des Anglais heerlijk in de zon op een terras aan de Cours Saleya. DE plek om een toost uit te brengen op de ook al wereldberoemde schilder Matisse (1869-1954) die vele jaren woonde in het prachtig gelige pand op de achtergrond van onderstaande foto.

 

Maar met nog steeds heerlijk zonnig weer op zondag 15 maart?

Bij mij om de hoek van het Palais Venise, waar ik een atelier heb, barstte ’t van de leegte op het terras dat normaal stampvol zou zitten met marktbezoekers. Van de Marché auf fruits et légumes de Libération. Elke dag, behalve op maandag, vol met kramen en inkopende Niçois. Die inkopen, waarbij een meter een zeer rekkelijke afstand bleek, werden overigens wel gedaan. Maar alle omringende restaurants en terrassen bleven overweldigend leeg. Gesloten vanwege het plotse regeringsbesluit op zaterdagavond.

de markt op zondag 15 maart direct bij mij voor de deur

Toen op zondag ook nog bekend werd dat Duitsland de grens met Frankrijk ging sluiten, begon bij levensgezel en mij enige onrust toe te slaan. Wat was wijsheid? Eerder terugvliegen of blijven tot de geplande donderdag 19 maart? ’t Werd dus ‘eerder terug’. En dat bleek inderdaad wijsheid. Want anders hadden we nog een aantal dagen alleen de straat op gemogen met een staatspapiertje op zak waarop je had aangekruist wat je ging doen. Supermarkt, hond uitlaten, bezoek aan dokter of apotheek of een noodzakelijke gezondheidswandeling. Wist je trouwens dat de Côte d’Azur zoals we die nu kennen te danken is aan een bacterie? Die van de cholera. Maar dat is een ander ziekteverhaal voor een andere keer.

Terug in Nederland op maandagavond 16 maart bleek ook hier de wereld in korte tijd sterk surrealistische trekken te hebben gekregen. Op Eindhoven Airport alle eetzaken dicht. De buschauffeur afgeschermd met rood-wit gevarenlint. En nog nooit zo’n rustige trein meegemaakt. Maar gelukkig hoefden we nog geen briefje op zak te hebben met dat Franse keuzemenu.

Wel kwam gelijk de vraag op ‘wat te doen met de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier’ op 21 maart. Dat was natuurlijk gauw duidelijk, die zat er niet meer in. Terwijl de expositie door galerist Piet Vellekoop al helemaal was ingericht. En nog heel mooi ook, al zeg ik ’t zelf. Eerst was Corona alleen maar een wat slap Mexicaans biertje, nu laat het ons hele leven sterk kantelen.

een deel van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier

Maar kunst laat zich natuurlijk niet zomaar ringeloren door zo’n rottig virus.  Sowieso is de tentoonstelling nu tot eind april of misschien nog wel langer te bekijken op afspraak (06 5328 7567) of via een druk op de galeriebel. Daarnaast plaats ik voorlopig elke dag één van de in De Lier hangende werken uit ‘The 70-Series’ op Facebook en Instagram. Die70 betekent iets, dus voorlopig kan ik vooruit.

een mixed media werk op alu-dibond van 25-25 cm uit ‘The 70-Series’, zoals ik dat al op Facebook en Instagraam publiceerde

Zo komt de expositie stukje bij beetje bij je thuis. In het huis dat noodgedwongen voorlopig een nog centralere rol zal innemen in ons leven dan normaal al het geval is. En dat het virus voorlopig ook een rol zal blijven spelen in dit blog? Het zijn onzekere tijden maar dat lijkt me redelijk zeker. Tot volgende week.

TOOS

Het al eeuwenoude glazen plafond voor de vrouw in de kunst


cover van het nieuwe nummer van het ‘Holland Côte d’Azur Magazine’

De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur floreert al jaren. Niet zo raar want er wonen daar duizenden Nederlanders. Óf omdat ze er hun Fransgetinte euro’s verdienen óf vanwege het azuurblauwe invullen van hun pensionadostatus. Zelf werd ik ergens in de jaren 90 lid van de club. Ik verkeerde toen ten slotte toch al regelmatig in die regio, zeker nadat ik er zelfs een atelier kon verwerven.

Zo’n vijftien jaar geleden werd ik door de redactie van het verenigingsblad ‘Holland Côte d’Azur Magazine’ gevraagd of ik in dat zeer verzorgde kwartaaltijdschrift de kunstpagina’s wilde vullen. Nou, eens in de drie maanden drie pagina’s met tekst en plaatjes, dat moest kunnen. Zeven achtereenvolgende jaren heb ik toen met veel plezier mijn zogenaamde ‘Kunststukjes’ gemaakt. Zowel gericht op de kunst aan de Côte als op algemenere items . Hoewel dus al weer wat jaartjes geleden valt dat alles nog steeds terug te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl.  Onder de knop ‘Publicaties’ en dan ‘Kunststukjes’.

pagina over de ‘Kunststukjes’ op http://www.toosvanholstein.nl

Recht vanuit mijn kunsthart schreef ik daarbij ook over vrouwen in de kunst. Want ik was er, pas na mijn academietijd, achter gekomen dat die vrouw in de kunst in voorgaande eeuwen behoorlijk in het verdomhoekje had gezeten. En dat er in de 20e eeuw naast dat beruchte glazen plafond voor de vrouw ook nog steeds een heel laaghangend kunstplafond voor ons bestond. Niks geen probleem om daar zonder te springen je kop tegen te stoten. Iets dat trouwens nog steeds geldt.

Want ga maar na. Een van de belangrijkste dikke academiepillen die we als student moesten doorploeteren was het standaardwerk ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van de Amerikaan Janson. Geen vrouwelijke kunstenaar in te bekennen! Geen enkele! Echt, Toos? Echt, geen enkele. Pas in de 5e en herziene druk van 1995 mochten ze er, bij de gratie van de mannelijke kunstgoden, mondjesmaat in. In nog zo’n modern standaardwerk, ‘Eeuwige Schoonheid’ van Gombrich, waren vrouwelijke kunstenaars ook de bekende naald in de hooiberg. Hoezo modern standaardwerk!

Ik vond ’t dus heel logisch om als hedendaagse vrouwelijke kunstenaar over dat soort zaken te schrijven in die ‘Kunststukjes’. Met o.a. als inspirerend voorbeeld de Guerrilla Girls. Een in 1985 opgerichte groep van Amerikaanse vrouwelijke kunstenaars. Van hen is onderstaande, onsterfelijke affiche over de naakte waarheid.

Sinds die tijd is er best wel wat gebeurd. Maar of we er al zijn? Ter illustratie het volgende verhaaltje. Kunstgeschiedenisdocente Karin Haanappel groeit in Nederland steeds meer uit tot DE vrouw bij wie je moet zijn voor de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Onlangs gaf ze een lezing voor zo’n 120 kunstvakgenoten. Professoren, kunsthistorici en kunstgeschiedenis studenten. Niet het minst kunstige gezelschap dus. Maar drie aanwezigen bleken bekend met Sofonisba Anguissola, een beroemd vrouwelijk kunstenaar uit de 16e en begin 17e eeuw. Iets minder dan 30 kenden Berthe Morisot, schoonzuster van de wereldberoemde 19e eeuwse impressionist Manet. Maar mee daardoor ondergesneeuwd geraakt terwijl ze zelf een oeuvre bij elkaar schilderde dat kwalitatief niet voor dat van haar echtgenoot onderdoet. En op de vraag van Karin wie Natalja Gontsjarova kende, bleven alle vingertjes omlaag. Nota bene een beroemde Russische avant-gardist uit begin 20e eeuw en later lid van de in de kunstgeschiedenis overbekende Blaue Reiter groep.

zelfportret van Sofonisba Anguissola
Berthe Morisot, Le berceau
Natalja Gontsjarova

Valt er dus nog wat te winnen voor de vrouw in de kunst? Absoluut. Volop reden om daaraan hier zo af een stukje te wijden. Net zoals destijds in dat Magazine.

Oh ja, is ’t de oplettende lezer misschien opgevallen dat ik het woord kunstenares helemaal niet gebruik? Vrouwelijke kunstenaar vind ik een veel betere benaming, zelfs eigenlijk nog het liefst zonder dat vrouwelijke. Hebben we ’t ooit over een timmervrouw, een bakster, een ministeres, een Commissaresse van de Koning of een monteuse? Nou dan! Tot volgende week.

TOOS

Nice aan de Côte d’Azur, absoluut nice


de voorgevel van het Palais de Venise in Nice

Vorige week schreef ik er al even over, ik ben weer voor wat weekjes neergestreken in mijn tweede woonstad. In Nice aan de Côte d’Azur. Hoe verzeilde je daar, Toos? Die vraag heb ik al heel vaak gehoord. Nou, aan dat verzeilen gaat een interessant en vanzelfsprekend ook kunstzinnig getint maar wel ingewikkeld verhaal  vooraf dat ik ooit ook nog wel eens uit de doeken zal doen.

Maar feit is dat ik me hier in 1997 een zogenaamd trois pièces, een 3-kamer appartement, kon veroorloven. In een zeer smakelijk, oud en prestigieus complex uit 1908. Het Palais de Venise. Met prachtig barokke gevels en geschilderd in zo’n heerlijk mediterraan gelige kleur.  Een overduidelijk pluspuntje bij de aankoop was  wel dat de moeder van mijn galerist in Nice, Jean-Paul Areglia van Galerie Quadrige, in de makelaardij zat. Dat scheelde een hoop gedoe voor een buitenlandse  bij de Frans bureaucratische regelarij. Reken maar dat Nederland een luilekkerland is vergeleken daarmee.

dezelfde voorgevel van de andere kant gefotografeerd, met ook weer de markt voor mijn tuinpoort

Nu dus al weer 22 jaren lang verkeer ik hier regelmatig. In die tijd heb ik Nice, en zeer zeker mijn directe woonomgeving, behoorlijk zien veranderen. In heel positieve zin! Konden er destijds nog aan vier kanten auto’s rondom mijn Palais rijden, nu zijn die straten vrijwel geheel voetgangersgebied. Dat er een en ander zou gaan veranderen wist ik al wel. Maar vanwege die bureaucratie en het regelwaterhoofd Parijs, alle wegen leiden ten slotte naar Parijs, weet je hier maar nooit wanneer het sein op groen springt. Zeker niet wanneer ook nog onverkwikkelijke controverses in de nationale en financiële malversaties in de Niçoise politiek gaan opspelen. Maar dat zijn allemaal ook weer andere ingewikkelde, maar wel achter de rug liggende verhalen.

Nu heb ik zelfs 6 dagen in de week een deel van de Niçoise groentemarkt direct bij mijn tuinpoort aan de voorkant. De stinkende vismarkt zit gelukkig een heel eind verder weg. Ik ga daar regelmatig een heel vers visje halen, maar die geur? Al krijg je die er gratis bij, nee, die hoef ik niet.

en als de markt tegen 1 uur afloopt, kun je gelijk aan de lunch
Charles de Gaulle aan de wandel bij de vismarkt
het oude station

En aan de achterkant? Daar stond ooit, ver voor mijn tijd, het Gare du Sûd voor de trein naar het binnenland. Met een prachtige, nog door de beroemde architect Eifel ontworpen stationshal. Inderdaad, die van dat torentje in Parijs. Het station werd verplaatst, de hal bleef staan en de ruimte er omheen werd één grote, meestal veel te volle parkeerplaats. Dat Fransen heel creatief met parkeerruimte kunnen omgaan, heb ik er vaak genoeg mogen ervaren. Met bijbehorende autobeschadiging van dien.  Naast natuurlijk rondzwervende junkies, s’ nachts op de vuist gaande dronken zwervers en meer van dat grote-stad-gedoe. Ook dat is allemaal zeer veranderd.

de latere parkeerplaats
de vervallen toegangshal op de kop van het station
de achtergevel van het Palais de Venise nu

Er kwam een grote ondergrondse parkeergarage en op het oude  stationsterrein staan nu heel dure appartementsgebouwen waarbij de oude Eiffel-hal is omgetoverd tot zo’n moderne eetuiting. Een Food Hall, een Halle Gourmande.

de stationshal van Eifel nu

Ik ben er nog niet goed achter wat je er eigenlijk niet kunt eten. Met daarbuiten ook niet te vergeten zo’n heerlijk nostalgische draaimolen voor de kindertjes. De oude voorkant van de stationshal is gerestaureerd tot een fenomenale suikertaart met daarin de wijkbibliotheek. Pas mal du tout! Oh ja, Pathé bouwde er ook nog een grote bioscoop met 9 zalen.

de draaimolen
de toegangshal nu overdag
en ’s avonds
de poort uit, linksaf en weer rechts en je staat midden in de stad
de poort uit, rechtsaf en links en je ziet dit

Over de nieuwe tramlijnen Ligne 1 en Ligne 2 die me nu voor 1 euro met één overstap van een kleine honderd meter bij mij vandaan tot voor de deur van de vertrekhal van het vliegveld afzetten zal ik ’t dan nog maar niet hebben. Leven als god in Frankrijk? Ik probeer daar af en toe toch iets van mee te krijgen.

op de kop van het Palais de Venise

Tot volgende week.

TOOS

Overpeinzingen aan de Côte d’Azur bij transparantie, duurzaamheid en de verkiezing Kunstenaar van het Jaar


Op een terras, bijna half oktober, en dan met je ogen dicht en je gezicht gekeerd naar een heerlijk warme zon aan een stralend blauwe hemel. Wel in Antibes dus, niet in Nederland! En op zo’n zonnig terras kom ik met gesloten ogen al snel tot zowel zinnige als onzinnige associaties. Met bijbehorende mijmeringen. Waarvan sommige gelijk verschieten en andere blijven hangen. Zoals bijvoorbeeld die over de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020 in combinatie met de begrippen duurzaamheid en transparantie. Juist van die modewoorden waardoor ik vaak spontaan jeuk krijg. Omdat ze tegenwoordig meer te onpas dan te pas overal zomaar opgeplakt schijnen te kunnen worden.

Maar eerst even terug naar Antibes. Of eigenlijk Nice. Want ik was best moe na alle maanden van inspannend schilderen en nerveuze hectiek rond de tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ en mijn nieuwe boek.  Zowel mijn moeie lichaam als m’n flink toeren gedraaid hebbende brein zeiden dat ’t even mooi was geweest. Rust, Toos, rust is goed voor je, signaleerden beide.

op de Cour Saleya in Nice voor het pand waar de grote kunstenaar Matisse een aantal jaren woonde

Nou, effe bijkomen, effe helemaal lekker niks, kan heel goed in m’n stekkie in Nice. Daar kan ik helemaal los komen van Nederland. Behalve natuurlijk van mijn wekelijkse blog. Na vliegschaamte en veel te krappe Transavia-stoelen genegeerd te hebben, zit ik hier dus nu op relaxte manier mijn accu’s weer helemaal op te laden. Daar is geen elektrische laadpaal voor nodig. Gewoon regelmatig zo’n terras, ogen dicht, gezicht in de zon en die opkomende mijmeringen. Dat volstaat. ‘For me art is travelling the mind’ in optima forma.

 Zo kwam dus in me op dat ik sinds juli niets meer had gemeld over die verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar 2020. En dat mag best wel weer een keertje. De stand begin juli: ik zat opnieuw bij de door het kunstpanel van de Stichting Kunstweek genomineerde 90 kunstenaars. Stand half september: door de publieksstemmen was ik doorgedrongen tot de overblijvende groep van 20. Dat voelt altijd weer blij, die waardering door het publiek. Ook bij deze zoveelste keer sinds de start van de verkiezing in 2003. Als ik naga wie er na al die jaren nog steeds bij is, blijft er maar een klein, select kunstenaarsgezelschap over. Zeg nou zelf, is dat duurzaam van mij of niet? Om dat op het terras in Antibes in me opkomende jeukwoord dan nu maar te gebruiken. Maar hoe koppel ik dit aan dat andere modewoord transparantie?

 Dat zit zo. Wat me al een aantal jaren toch wel verbaast, is dat de organiserende Stichting Kunstweek wel altijd keurig de verkozenen doorgeeft, maar nooit het aantal verkregen stemmen per kunstenaar vermeld. De 70 van de 90 die na de publieksronde afvallen, hebben totaal geen weet over het waarom. Net zo min trouwens als de 20 overgeblevenen. Zo moeilijk kan ’t toch niet zijn die aantallen te publiceren. En hoort transparantie niet gewoon bij stemmen?

Maar ’t wordt nog een tikkie ingewikkelder! Het honderd kunstkenners tellende panel voegt via een bepaalde procedure nog vijf zogenaamde wild cards toe aan de 20 overgeblevenen en kan daarna per panellid uit die 25 kunstenaars maximaal 8 persoonlijke voorkeuren aangeven. Dan komen er 8 kunstenaars uit de hoge hoed die de laatste publieksronde ingaan. In november wordt de winnaar daarvan bekend gemaakt. Ben je er nog?

Claudy Jongstra, de Kunstenaar van het Jaar 2019

Maar stemmenaantallen? Ja, waarschijnlijk de vermelding dat er vanaf juli weer ruim 40.000 stemmen zijn uitgebracht. Maar verder? Waarom niet ook meer transparantie over stemmenaantallen in die laatste fasen? Waarom, Stichting Kunstweek, niet meer met de tijd meegaan en transparant worden over dat stemmen? Op TV doen ze niet anders bij de Beste Dit en de Beste Dat waarbij jury en publiek samen het eindresultaat bepalen. Kom op, doen!

Oh ja, de stand van zaken begin oktober? Heel duurzaam bij mij, opnieuw plaats 23, net als vorig jaar. En dat stemt me zeer tevreden. En wie de winnaar gaat worden? Ik heb een idee, maar dat hou ik lekker nog voor me. Kijk zelf maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde4/. Tot volgende week.

TOOS

In september hadden van mij best 40 dagen mogen zitten


lekker aan het tekenen op een terrasje in de oude stad

Bij het verschijnen van dit blog zit ik al weer in Nederland. Eigenlijk had die septembermaand in Nice voor mij best zo’n 40 dagen mogen tellen. Zoals ik vorige week al schreef, ’t is daar voor mij toch een beetje leven als God (die natuurlijk een vrouw is) in Frankrijk. Lekker werken, lekker genieten van het weer, lekker genieten van die prachtige stad en lekker nadenken over mijn kunst.

Maar ja, onze huidige, in 1582 door de Roomse kerk ingevoerde Gregoriaans kalender heeft anders beslist. September mag maar 30 dagen tellen. En daardoor riep de 1ste zondag van de maand oktober mij onverbiddelijk terug voor de Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Met daarbij trouwens ook nog allerlei broodnodige voorbereidingen in verband met mijn deelname aan de Kunst10daagse in het Noord-Hollandse Bergen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het leven van de kunstenaar zoals ik dat gekozen heb.

Over die toekomstige kunstactiviteiten ga ik natuurlijk te zijner tijd op deze plek berichten. Maar voor nu leek ’t me wel leuk om van Nice afscheid te nemen met wat foto’s en bijbehorende tekstjes. Bij deze.

Een aantal jaren geleden ontsierden vieze betonnen gebouwen en busstations de plek waar zich nu een ontzettend groot fonteinoppervlak bevindt met in het verlengde daarvan een park met speelmogelijkheden voor de jeugd. Nu is ’t of dit nooit anders is geweest. Een geweldige aanwinst met hier en daar ook nog de nodige buitenkunst.

Waarom de Côte d’Azur de naam heeft van azuurblauw te zijn? Lijkt me duidelijk!

Bij mij om de hoek. Zeg eerlijk, mooi of mooi?

Ook op het kiezelstrand van Nice, verwacht er geen zand, kun je heerlijk genieten. Zomaar een plaatje van iemand.

De oude stad lever heel wat fotogenieke plekjes op.

 En dan nog net even een laatste terrasje op de kop van mijn Palais de Venise voordat ik richting vliegveld moet. Tot volgende week.

TOOS

How nice to be in Nice


Een aantal jaren huurde ik aan de Côte d’Azur telkens een andere plek om daar zo’n drie maanden te kunnen werken. Tot er in Nice een appartement met ateliermogelijkheid voorbij kwam waaraan ik echt geen weerstand kon bieden. Dat ‘Palais de Venise’ uit 1908 was te aantrekkelijk. Middenin het echte Nice, het bruisende stadshart dat in de 19e eeuw vanuit het middeleeuwse deel sterk werd uitgebouwd. Een soort ‘Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans’ zoals levensgezel dat dan kort en bondig uitdrukt.

links het Palais de Venise met de koepeltjes

Sommigen zoeken voor de rust een klooster, ik heb in Nice mijn retraite oord. Rust om te werken en rust om na te denken. Met voor de grofstoffelijke voeding, heel praktisch, ’s morgens een dagelijkse groente en fruitmarkt voor het Palais. Een beeld dat ’s middags een metamorfose ondergaat tot restaurantterrassen.

En kunstzinnige voeding? Geen probleem in een stad vol kunst en musea. Daarbij nog  heel vaak zon met een heerlijke temperatuur en de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ behoeft geen verdere verklaring.

Dat ik tijdens zo’n verblijf op bezoek ga bij Jean-Paul Aureglia, mijn galerist van Galerie Quadrige, met wie ik al jaren samenwerk, spreekt voor zich. Laat er deze maand nou ook nog een vernissage zijn! Logisch dat ik daar acte de présence gaf.

vernissage bij Galerie Quadrige

Logisch ook dat ik tijdens zo’n retraite af en toe wat kunstige bedevaartstochtjes maak. Zoals naar het MAMAC, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. Ik heb er vanwege mijn appartement in Nice altijd vrij toegang. Dus kan ik zomaar binnenlopen. Bijvoorbeeld om te zien of men ter verandering voor de vaste zaal van echte Niçois en kunsticoon Yves Klein (1928-1962) nog wat heeft gerommeld in de kunstopslag. Vooral van zijn beroemde, prachtig intens vibrerende Yves-Klein-blauw is ’t elke keer weer genieten.

zaal van Yves Klein in het MAMAC
werk van Niki de Saint Phalle in haar zaal

Niki de Saint Phalle (1930-2002) vind ik ook altijd zo’n bedevaartstochtje waard.  Voordat ze wereldberoemd werd door haar grote Nana’s heeft ze nog heel wat andere interessante en gekke dingen gedaan. Ooit gehoord van haar ‘schietschilderijen’? Google maar eens. Uit de grote collectie die ze naliet aan het MAMAC kan de curator nu te kust en te keurkiezen voor de ‘Nikizaal’.

Tijdens mijn MAMAC-rondgang stond ik plotsklaps voor werk van een Nederlander. Marinus Boezem (1934), één van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Dat werk hing  op de tijdelijke expositie ‘Cosmogonies, au Gré des Éléments’. Een onbegrijpelijke titel? Ach, dat strookte dan gelijk met het ‘Wheather Drawing’s, 1969′ van Boezem. Een verzameling foto’s van met de hand getekende weerkaarten. Je moet er maar op komen!

Marinus Boezem, Wheather Drawings 1969

Nee, dan liever “Matisse&Picasso, la comédie du modèle” in het Musée Matisse. Een prachtig gelegen oude villa bij een groot olijfbomenpark en Romeinse ruïnes. Met voor mij opnieuw kostenloze toegang.

Musée Matisse

Dit jaar gaan die twee grote kunstenaars, zowel elkaars bewonderaars als enigszins na-ijverige concurrenten, er een kunstzinnige strijd aan. De al wat oudere maestro Matisse en macho en ego Picasso! Echt een prachtige tentoonstelling die een uitgebreidere beschouwing verdient. Maar voor nu laat ik ’t hieronder bij een paar foto’s, want mijn bedevaartjes voerden ook nog naar het Musée National Marc Chagall.

Matisse en Picasso naast elkaar: wat is van wie?

een imposante reeks steendrukken van Picasso

Dat werd ook wel weer eens tijd. Een mooi museum dat destijds architectonisch om een geschonken verzameling Bijbelse schilderijen van Chagall heen is gebouwd. Boeiend om er na wat jaartjes weer eens rond te lopen. Vooral door de extra expositie over Chagall’s plannen voor een door hem aan te pakken kapel. Die kwam er niet, terwijl zoiets wel lukte aan Matisse, Picasso en Jean Cocteau. Oei, oei, niet goed voor het kunstenaarsego!

voorstudie met knippen en plakken voor glas-in-lood ramen voor de beoogde kapel
een al verder gevorderde voorstudie
genieten op z’n Niçois op Place Garibaldi

Trouwens beslist een verhaal waard, die kapellen. Maar misschien komt dat nog wel eens. Nu eerst bijkomen van al die kunstbedevaarten op mijn favoriete plein Place Garibaldi.

 

Tot volgende week.

TOOS