Tagarchief: Dante

We mogen weer los, zelfs van de niet zo cultuurminnende Hugo de Jonge


Op een of andere manier is er vanmorgen vermoedelijk iets fout gegaan bij het verzenden van dit blog waardoor ik denk dat een deel van mijn lezers deze aflevering niet in hun IN-vak heeft zien ploffen. De enige oplossing die ik hiervoor kan verzinnen is om alles nog een keer te versturen. Niet echt elegant, maar ’t is niet anders. Dus sorry als je dit vandaag al eerder hebt gekregen. TOOS

Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur

Stel nou eens dat ik in 1994 niet zomaar spontaan voor drie maanden in het Zuid-Franse kunststadje Sint-Paul-de-Vence was neergestreken. Zou ik dan nu hebben meegedaan aan de groepsexpositie ‘Homerus-Ilias & Odyssee’ bij Galerie WiekXX in het Groningse Bad Nieuweschans.

Bad Nieuweschans

Bad Nieuweschans

Zoals de Romeinen dachten dat Homerus er uit zou zien

Ik hoor gelijk al weer levensgezel met zijn gevleugelde woorden ‘Toos, als ik nog een broer had gehad, zou die dan bruine bonen hebben gelust?’. Met in dit geval nog als extraatje ‘Toos, we weten helemaal niet of die Homerus van jou wel echt heeft bestaan!’. In dat laatste heeft hij trouwens helemaal gelijk. Want ‘de geleerden’ zijn het daar met elkaar beslist niet over eens. Heeft er wel een Homerus geleefd? En zo ja, heeft hij dan de Ilias en Odyssee zelf geschreven of heeft hij alleen allerlei verhalen verzameld? En zo ja, kon hij ze wel opschrijven want misschien was hij wel blind. En zo ja …, nou ga maar door. Vroeg-Griekse dichte mist tot en met.

Maar in die beginzin van hierboven zitten wel degelijk oorzaak en gevolg. Want door mijn verblijf in Saint-Paul ontstond het contact met Jean-Paul  Aureglia, nog steeds mijn galerist van Galerie Quadrige in Nice. En door Jean-Paul  ging ik de Ilias en de Odyssee lezen. Van voor naar achter en weer terug. Want hij had zichzelf een heilig levensdoel opgelegd. Namelijk het uitgeven van nieuwe drukken, geïllustreerd door ‘zijn’ kunstenaars, van wat hij als de fundamenten van onze Westerse beschaving beschouwt. Die werken van Homerus en de Divina Commedia van Dante. Maar ook de Legenda Aurea, op z’n Frans La Légende Dorée, van Jacques de Voragine (1228-1298). In het calvinistische Noorden minder bekend dan in het katholieke Zuid-Europa. Een heel persoonlijke keus natuurlijk, maar wel een die mij heeft beïnvloed. Want nu doe ik dus mee met die groepsexpositie over Homerus in dat noordelijk gebied van Nederland bij de Waddenzee. Waarvoor een reclamebureau ooit de toeristische leus ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht.

Of de soldaten bij de Slag van Heiligerlee dat op 23 mei 1568 ook beseften, betwijfel ik ten zeerste.

de slag bij Heiligerlee

Maar op weg naar Nieuweschans vorige week om mijn werk voor de expositie te brengen, had ik toch even die absurde associatie. Want begon daar, zo’n dikke tien kilometer ten westen van Nieuweschans, volgens de geschiedenisboekjes niet officieel onze Tachtigjarige Oorlog? Met een overwinning van het Staatse leger, vooral bestaand uit huurlingen,op die vuige katholieke Spanjaarden? Dat daarvoor al wel wat nederlagen waren geleden tellen we voor onze eigen Hollands Glorie natuurlijk niet mee. Die tachtig jaar kun je beter beginnen met een overwinning en die bij Heiligerlee was de eerste. Historisch gebied dus, daar op dat Groningse platteland. Net zoals de oude vestingplaats Nieuweschans zelf.

eerst ingeladen in Middelburg en weer uitladen in Bad Nieuweschans

Een plek vol geschiedenis dus waarbij zowel  Homerus als zijn Ilias, met het 10-jarig beleg van Troje en dat bekende paard, als zijn Odyssee, met de avonturen en heldendaden van Odysseus, heel goed aansluiten. Net zoals dus mijn Homerus-kunstwerken en die van andere bekende kunstgenoten als Sam Drukker, Annemarie de Groot, Candace Charlton, Dick Aerts, Clary Mastenbroek en Jannes Koetsier. En ook net zoals mijn steendruk over de Ilias die ik na de opening van de expositie op 6 juni mocht overhandigen aan opener Jacqueline Klooster, docent aan de Faculteit der Letteren van de Groningse Universiteit.

die steendruk over de Ilias

Want het leuke van het maken van zo’n steendruk als voor de Iliade bij Jean-Paul is dat je als kunstenaar ook zelf altijd een klein aantal zogenaamde EA’s in bezit krijgt. Dat staat voor épreuve d’artiste en daarmee mag je doen wat je wilt. Zoals dus cadeau geven als blijk van waardering aan iemand die heel duidelijk veel wist van die óf werkelijk bestaand hebbende óf mogelijk imaginaire Homerus.

enkele van mijn ‘Homerus-schilderijen

geïnteresseerden in de Franse uitgaven van de Ilias en de Odyssee

Toos van Holstein, Sirène (n.a.v. een van de verhalen uit de Odyssee)

de beeldentuin van WiekXX

Op dus allemaal naar Nieuweschans, naar WiekXX. De galerie die al snel na de start in 1977 er één van faam werd in heel Nederland en die naam nog steeds heeft. Nu gesitueerd in de woonboerderij met beeldentuin van Henriëtte Mulder en Frans Boersma.

Neem bij je bezoek ook gelijk nog even Boertange mee. Ook al zo’n vestingdorp dat we te danken hebben aan die Tachtigjarige Oorlog.

Boertange

Of waarom niet het Groninger Museum? Dat mocht ten slotte na zes maanden sluiting afgelopen weekeinde ook weer open van minister Hugo de Jonge. Je weet wel, die man van ‘je hoeft niet naar het theater, je kunt thuis ook een mooie DVD opzetten’. Als kunstenaar vind ik dat die volkomen belachelijke, bizarre, çultuuranalfabetische en schrijnende uitspraak van hem niet vaak genoeg kan worden herhaald. Bij deze dus. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Dante Alighieri in z’n dooie eentje de Giro d’Italia 2021 infietst


Met wielrennen heb ik niet zo veel. Heel weinig is nog beter uitgedrukt. Dus de Giro d’Italia die nu gaande is? ’t Zal wel. Maar vorige week schoof levensgezel mij een krantenartikel over die drie weken durende wielerwedstrijd onder de neus met de opmerking ‘dit zul je vast interessant vinden’. En hij bleek helemaal gelijk te hebben. Want wie kwam daar zomaar in voor? Alighieri, Dante Alighieri! Dat die voor mij ooit nog eens een connectie met wielrennen zou leggen? Nee, zelfs niet in mijn stoutste dromen. Maar daarmee is ’t dus wel een mooi voorbeeld  van waar mijn Dante-verhalen van de laatste tijd me via de meest onverwachte en bergachtige kronkelwegen brengen.

het dodenmasker van Dante Alighieri

Wat er ook allemaal, terecht of onterecht, over Italië en de Italianen wordt beweerd, één ding staat als een heel lange, dikke paal boven water. Ze eren hun cultuur. Daar hebben ze geen minister Hugo de Jonge die onlangs met droge ogen in de Tweede Kamer bij een coronadebat met veel aplomb stond te beweren ”Je hoeft niet naar het theater. Je kunt ook thuis een mooie DVD opzetten”.  Figuurlijke pek en veren, dat is wat hij verdient hij voor zo’n ongelooflijk schrijnende en domme opmerking. Hoe krijg je ’t uit je mond als je ziet hoe de hele cultuursector lijdt onder het huidige coronabeleid. Een beleid waarin sekswerkers voorrang krijgen boven het openen van musea en theaters. Ach, zo weet je in ieder geval wel waar cultuur staat in de mentale pikorde van deze minister.

Nee, dan Italië en het Dante700 jaar. Ik schreef er de laatste tijd enkele keren over vanwege mijn al heel wat jaartjes durende kunstzinnige band met Dante’s Divina Commedia. Een eigenlijk ongepland steeds verder uitdijende cyclus waarin ik van tevoren zeker geen plekje had ingeruimd voor de Giro.  Tot nu dus door die actie van levensgezel. Want bekijk onderstaande foto maar eens.

maglia rosa 2021

Een plaatje van de maglia rosa, de roze leiderstrui in 2021. Binnenin de halsboord staan daar de woorden ‘ Disposto a salire alle stelle‘. ‘Gereed om naar de sterren op te stijgen.’ De laatste regel van het laatste Canto 33 van De Louteringsberg, deel 2 van de Goddelijke Komedie. Vlak voordat Dante het Paradijs gaat betreden. Ik heb er geen idee van of de drager van de leiderstrui zich door deze woorden gaat laten inspireren, maar de gedachte alleen al om die zin in het Dante700 jaar in de trui te printen zegt iets over Italië. Net zoals het feit dat etappe 13 vertrekt in Ravenna en eindigt in Verona. Ravenna, de stad waar Dante in 1321 stierf en waar zijn gebeente bewaard wordt in een eigen kapel die speciaal dit jaar roze wordt aangelicht.

de dit jaar speciaal in het roze aangelichte Dante-kapel in Ravenna

En Verona, niet alleen de stad van Romeo en Julia, maar ook de stad waar Dante twee keer een aantal jaren verbleef na in 1302 verbannen te zijn uit zijn geboortestad Florence. Feit dat geëerd wordt met een groot standbeeld van hem. Noem dat maar eens geen symboliek, zo’n Dante-etappe!

het beeld van Dante in Verona

En ze konden ’t daar in Verona natuurlijk ook niet nalaten om dat beroemde balkon van Julia in het roze aan te stralen.

het dit jaar roze verlichte balkon van Julia in Verona

Eerder in de Giro wordt trouwens ook nog Foligno aangedaan. Toen ik daar in 2019 op een heerlijk terras aan de spritz zat, met Campari natuurlijk en niet dat te zoete Aperol, had ik er echt geen idee van dat hier in 1472 het allereerste gedrukte exemplaar van de Divina Commedia verscheen. Een mens is nooit te oud om te leren, zo blijkt maar weer.

een toost op Dante in Foligno
beginpagina van die aller, allereerste druk van de Divina Commedia

Nog even terug naar dat gebeente van Dante. Dat ligt dus in Ravenna. Maar o jee, wat zouden ze in Florence toch graag een ietsiepietsie daarvan willen hebben. Zijn geboortestad heeft er zelfs begin 19e eeuw al een mausoleum voor laten bouwen in de Basilica di Santa Croce. Maar Ravenna weigert. Geen splinter van een botje krijgen ze daar in Florence, zelfs niet in de uitleen. Hadden ze Dante meer dan zeven eeuwen geleden maar niet moeten verbannen. Want zo vindt de huidige burgemeester, het uitlenen van beenderen zou leiden tot ‘zeer complexe ethische en juridische problemen’ en ‘grote onenigheid’. En dat kunnen we natuurlijk niet hebben.

de nog steeds heel erg lege tombe voor Dante in Florence

Nu had ik een paar weken geleden beloofd in dit blog een aan Dante gerelateerde trip te maken naar de First Dutch Church in de City van Londen en mijn expositie ‘Man on his way’ daar destijds. Maar ja, zo’n actualiteit van zeven eeuwen geleden in combinatie met de Giro van nu kon ik niet laten liggen. Dikke schuld van levensgezel. Dus die Dante-etappe naar Londen komt nog. Tot volgende week.

TOOS

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt


de kunstroutevlaggen in de Bellinkstraat met aan het eind mijn pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk met vlag

Nee, dat op z’n Italiaans, ‘Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate’ staat niet boven de ingang van mijn atelier, maar is wel de laatste van de negen zinnen die boven de toegang naar de Hel staan. Volgens Alighieri, Dante Alighieri, althans. En hij kon het weten gezien het verslag van zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs in La Divina Commedia.

Wel heb ik die beroemde regels afgelopen zondag even aangehaald bij het voorlezen uit de Goddelijke Komedie. Gezeten voor de openstaande toegangsdeuren van mijn atelier tijdens de Kunst en Cultuurroute Middelburg die eindelijk weer eens kon plaatsvinden. Ik schreef er hier vorige week al over.

toehoorders terwijl ik voorlees uit de Goddelijke Komedie

En als ik de toehoorders uiteindelijk vreesvrij naar binnen had gepraat, konden ze daar onder andere een aantal van mijn ‘Dante-schilderijen’ bekijken.

Toos van Holstein, Le Purgatoire (150-110 cm)

Want zoals ik eerder al schreef, 2021 is een echt Dante-jaar. Onder de noemer ‘Dante700’. Want zeven eeuwen geleden overleed hij. Niet dat ik me nu pas door zijn grootse boek heb laten inspireren, dat is al veel eerder gebeurd. Zoals bijvoorbeeld in 2004 bij mijn speciale expositie ‘De mens op weg’ in de middeleeuwse Martinikerk van Franeker. Uit die tentoonstelling stamt ook de laatste foto van mijn blog vorige week. Met zichtbaar tussen de pilaren door ‘Paradiso’, een schilderij met mijn interpretatie van Dante’s onbereikbare geliefde Beatrice. De jong gestorven vrouw die hij pas weer in het Paradijs tegenkomt.

Toos van Holstein, Paradiso (100-90 cm)

Die tentoonstelling ‘De mens op weg’ ging trouwens niet alleen over de Divina Comedia. Nee, die ging veel breder. Het jaar 2004 was namelijk een zogenaamd Jacobusjaar, een jaar waarin Jezus’  apostel Jacobus de Meerdere door de Paus in Rome extra in het zonnetje werd gezet. Dat gebeurt altijd als 25 juli, zijn naamdag, op een zondag valt. De apostel ook die volgens de legende begraven zou liggen in het Spaanse Santiago de Compostela. Waarom daar? Tja, dat is natuurlijk weer een van die heerlijke kerkelijke sprookjes over heiligen. Hoe dan ook, in de middeleeuwen gingen daarom gigantische aantallen pelgrims op bedevaart naar Santiago. Via een zich steeds verder ontwikkelend netwerk van pelgrimswegen. De Camino, de Sintjacobs routes. Met daarlangs overal nieuwe pleisterplaatsen, herbergen, kloosters, kerken, kapellen en overnachtingsplaatsen. Eigenlijk de eerste toeristische routes in Europa met overal Airbnb’s avant la lettre. En met zelfs een speciale toeristische gids waarin al werd gewaarschuwd voor de gevaren onderweg en de oplichtingsmethoden van vuige veermannen.

het hele routestelsel van de Camino de Santiago

Die route, nu al weer jaren bezig aan een populariteitsopmars, is niet te onderschatten voor de ontwikkeling van ons continent in de middeleeuwen. Kun je je voorstellen dat er jaren waren met zo’n half miljoen pelgrims die Santiago bezochten? En dat in die tijd! Ongeveer 1% van de toenmalige bevolking! Allemaal te voet, de speciale pelgrimsstaf met de Sint Jacobsschelp in de hand. Maar waarom vertel ik dit?

Allereerst omdat de Martinikerk in Franeker één van de speciale pleisterplaatsen was langs de route vanuit het noorden van Friesland naar het duizenden kilometers verder liggende Santiago. Maar ook omdat in de kerk nog prachtige, eeuwenoude grafstenen ingemetseld liggen in de vloeren.

de Martinikerk tijdens ‘De mens op weg’
een indruk van de grafstenen in de kerkvloer

En daar ging ik eens lekker op rubben met vetkrijt en schildersdoek! Want de gebeitelde teksten en emblemen van de stenen werden voor mij het denkbeeldige kantelpunt tussen de reis tijdens het leven (de pelgrimage naar Santiago de Compostela) en de reis na de dood (de reis van Dante door Hel, Louteringsberg en Paradijs). Zie daar het concept van die expositie ´De mens op weg´. Een heel succesvolle tentoonstelling die in de zomer van 2004 zo´n 12 tot 13.000 bezoekers kreeg.

een indruk van de kerk en mijn tentoonstelling ‘De mens op weg’

Nog even over dat rubben. Daarbij legde ik het losse, nog niet opgespannen en lege doek op een grafsteen en wreef er overheen met oilsticks van diverse kleuren. Gevolg? De onderliggende delen kwamen tevoorschijn. Als ik soms wel eens last heb van een knie beweert levensgezel dat ik daar in de kerk boete gedaan heb voor ik weet niet hoeveel jaar zonde. Uren liggend op mijn knieën op die stenen vloer zonder kussentje eronder en maar wrijven. Beetje dom? Ach, noem het enthousiasme!

bezig met rubben

Daarna liet ik die doeken opspannen en begon ik er op door te schilderen zodat een combinatie van tekst en afbeelding ontstond. Als ik af en toe nog weer eens zo’n gerubde ondergrond nodig heb, is een telefoontje naar de koster van de kerk voldoende. ‘Ja natuurlijk Toos, kom maar!’

Dat ik hierdoor met Dante, en natuurlijk ook met Santiago de Compostela, een paar jaar later zou terechtkomen in de Dutch Church in Londen voor ‘Man on his way’ kon ik toen nog niet bevroeden. Met andere woorden, mijn Dante-avonturen in dit blog en in dit Dante700 jaar zijn zeker nog niet voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Dante en de Magie van Epoxy


atelier ‘Holstein’ aan de Korendijk 56 in Middelburg

Wil je een wereldpremière meemaken? Helemaal gratis? Voor ’t eerst in mijn leven ga ik publiekelijk voordragen uit de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri. Op zondag 2 mei.

Hoe dat zit? Nou, de landelijk bekende grote boekenmarkt die voor die dag was gepland in Middelburg gaat niet door. Reden voor een aantal deelnemers  aan de Kunst en Cultuurroute om dan zelf maar het boek centraal te stellen. Zelfs ook nog oraal.

affiche met daarop vermeld de ateliers waar wordt voorgelezen

We starten namelijk weer. Een half jaar lang hield ik de twee grote glazen toegangsdeuren naar mijn atelier potjedicht. Coronagedwongen. Vorig jaar 6 december stonden ze voor het laatst open tijdens de maandelijkse kunstroute in Middelburg. En nu ‘gooi’ ik ze weer open. Eindelijk, eindelijk! Op 2 mei dus, de 1e zondag van de nieuwe maand, van 1 tot 5 uur. Wel voorwaardelijk, want er gelden natuurlijk nog steeds die niet altijd even makkelijk te doorgronden coronaregels. Want waarom mocht er eind vorig jaar in winkels nog één bezoeker binnen per 10m2 en is dat nu 25m2 geworden? Ra ra! En waarom wordt van regeringswege een nieuwe broek veel belangrijker geacht dan het geestelijk voedsel dat te verkrijgen is in de nog steeds gedwongen gesloten bibliotheken en musea? Zeg ’t maar.

bibliotheken dicht, maar hier zijn de plaatsen waar aandacht aan boeken en grafiek wordt gegeven

Oké, de kunstroute. Hoe is dat gezegde ook al weer? ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet’. Nou, ik heb in de maanden hiervoor al vast maar wat eieren gelegd. Kunsteien. En daar mag nu best iets van worden getoond. Samen met Dante en zijn Divina Commedia. Voor mij een logische combinatie gezien dat boeken-thema bij de route. En gezien mijn blogs van 8 en van 15 april. Over Dante700 en mijn persoonlijke mijmeringen bij en kunstuitingen naar aanleiding van dit al zeven eeuwen lang beroemdste boek uit de Italiaanse literatuur. Daar kan onze eigenste Vondel in de verste verte niet aan tippen. Maar eerst die nieuwe kunsteien.

één van die nieuwe kunsteien

Trouwe lezers van TOOS&ART weten wat ik bedoel met de actie ‘Kunstbezorgd.nl’. Weet je ’t niet, dan kun je hier je achterstallig onderhoud bijspijkeren. Het leek me best interessant om voort te borduren op dat idee van die reeks mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat. Een reeks die ik uiteindelijk mijn ‘XX-XX Serie’ doopte en waarvan ik nu een prachtige, 32 pagina’s dikke brochure in mijn atelier beschikbaar heb voor liefhebbers.

voorkant van die brochure

Waarom zou ik me niet eens buiten die beperking van A4 begeven? Dus heb ik enkele werken uit die ‘XX-XX Serie’ door het mij zo vertrouwde ZWF in Bolsward laten aanbrengen op platen van alu dibond van 70 bij 100 cm. En daar ben ik toen weer verder op gaan doorschilderen. Zelf vind ik ze heel geslaagd geworden. Maar ja, hoe objectief ben ik hierbij in te schatten? Ook bedacht ik me dat het laten aanbrengen van een epoxylaag op zo’n kunstwerk best het experiment waard kon zijn. Epoxy, een uit twee componenten gemaakte doorzichtige en keiharde hars, zorgt namelijk voor een magisch lichteffect. Kleuren komen ineens nog helderder en sprankelender over terwijl er ook een groot diepte-effect ontstaat. Ik kan dat nu wel zo beschrijven, maar je moet die magie echt in werkelijkheid zien om te begrijpen wat ik bedoel. Dus hangen er nu diverse van die nieuwe mixed media schilderijen op alu dibond, met en zonder epoxy, in mijn atelier. Tezamen met mijn Divina Commedia olieverven en zeefdrukken. En met natuurlijk op tafel een dik volume van De  Goddelijke Komedie zelf. Weet je wel,die wereldpremière?

een paar van mijn ‘Dante-schilderijen’

Kijk maar eens op https://kunstroutemiddelburg.nl/activiteiten/33-middelburg-boekenstad. Daar vind je alle extra boekactiviteiten die plaatsvinden bij de deelnemers. Zelf geef ik om 2, 3 en 4 uur bij mij voor die grote glazen toegangsdeuren acte de présence met dat voorlezen uit De Goddelijke Komedie. Ten minste, als ik niet alleen voor mijzelf hoef te gaan staan oreren.

En binnen? Die nieuwe mixed media’s met en zonder epoxy naast nieuwe olieverfschilderijen en mijn Dante-werken. Verder natuurlijk ook de zeefdrukken die ik maakte voor de Franstalige La Divine Comédie in samenwerking met Galerie Quadrige in Nice en uitgeverij La Diane Française.  

Oh ja, ik ben je ook nog de verklaring schuldig van deze foto waarmee ik twee weken geleden eindigde.

Nou, komende keer dan maar. Tot volgende week.

TOOS

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Schatplichtige Dante700 Kunstmijmeringen (II)


Zou Dante dik 700 jaar geleden, net als ik op deze foto, ook hebben zitten genieten van de Italiaanse zon tegen die muur van het duizend jaar oude Monastero di Fonte Avellana. Gekke vraag? Nee, zekers niet. Want zoals ik vorige week al beschreef , bezocht hij ooit ook dit afgelegen Benedictijner klooster waar ik in september 2019 de eer had een persoonlijke rondleiding van de abt te krijgen. Dat hij hier was, laten ze ook graag weten.  Zie de gedenksteen in de kloostermuur. Ik vermoed zomaar dat die eer mij niet te beurt gaat vallen.

Het bewijs van zijn bezoek? Dat levert Dante zelf. In de regels 106-111 van Canto XXI uit ‘Paradiso’, het laatste deel van zijn La Divina Commedia.

“Daar waar de bergen hoge kammen dragen,

Niet ver verwijderd van uw vaderstad,

Hoog boven het geweld der donderslagen

Ligt bij de Catria een klooster dat

Bewoond wordt door een aantal metgezellen

Dat er als kluizenaars de Heer aanbad.”

(vertaling Ike Cialoni en Peter Verstegen)

Het Monastero is nu met de auto goed bereikbaar via een omhoog  slingerende, geasfalteerde weg. Maar Dante, die heeft op zijn reis vast veel meer moeten afzien dan ik bij de mijne. Te voet, te paard, smalle, steile en stenige bergpaden? Zo zat ik daar tegen die muur van alles te bemijmeren, in volledige rust en stilte, met alleen wat bladergeruis om me heen. Mijmeringen als ‘zal ik die abt bij een volgend bezoek ‘mijn’ Divina Commedia katern uit het Purgatorium met die vier zeefdrukken cadeau doen voor hun bibliotheek?’

met abt en mijn gastheer Giampietro Rampini in de bibliotheek

Want ook die bibliotheek mocht ik bezoeken. Ooit stonden daar de prachtigste door monnikshanden geschreven middeleeuwse folianten. Nu jammer genoeg niet meer. Ze staan opgeslagen in de gigantische bibliotheek van het Vaticaan. Misschien maar goed ook. Want zo kunnen te grijpgrage handjes dat soort zeldzame boeken zich niet onrechtmatig toe eigenen in een niet zo geweldig beveiligd klooster. Nog meer mijmeringen? Mijn eigenste Dante-exposities. Zoals bijvoorbeeld die in Nice, in 2004. In Galerie Quadrige.

uitnodiging voor de expositie

Dat was namelijk de afspraak. Elke kunstenaar die meedeed aan de nieuwe Franstalige uitgave van La Divine Comédie (lees vorige week) maakte rond die bijdrage ook nog een tentoonstelling in de galerie. Gericht op Dante natuurlijk. En aldus geschiedde.

Zo maakte ik een hele reeks Dante-schilderijen, vooral gebaseerd op de Louteringsberg, ook wel betiteld als Vagevuur of Purgatorium. Het gebied waar je alsnog je toegang naar het Paradijs kon verdienen als ’t je lukte je te louteren voor nog niet uitgeboete zonden. Ook het gebied trouwens waar voor-christelijke zielen mochten verkeren. Want tja, hoe kon de kerk die kwijt? Die hadden hun zonden niet vergeven kunnen krijgen omdat Jezus pas na hen op aarde kwam. Voor het Paradijs konden ze dus niet in aanmerking komen, dat was echt alleen voor christenen bedoeld.

nog wat foto’s van de opening van die expositie in Galerie Quadrige in Nice

Dante had daardoor eigenlijk best mazzel. Want op die manier kon de grote Romeinse dichter Vergilius (70-19 v.C.), van wie Dante een grote fan was, zijn begeleider worden door Hel en Louteringsberg. Gebieden die Vergilius op zijn duimpje kende omdat hij er al eeuwen vrij rond kon dwalen. Wie beweert er hier nog dat logica ver te zoeken in is de leer van de Rooms-Katholieke kerk?

galerie eigenaar Jean-Paul Aureglia in gesprek met een bezoekster

Toch heb ik mij destijds ook nog wel schilderkundig bezondigd aan het Paradiso. Met een schilderij van die naam waarop ik mijn interpretatie weergaf van Beatrice. De voor Dante onbereikbare jonge vrouw, eigenlijk meisje nog, waarop hij verliefd werd en die jong stierf. Zij huisde vanzelfsprekend in het Paradijs en werd daar ook zijn begeleidster nadat hij aan het eind van zijn tocht over de Louteringsberg afscheid had moeten nemen van Vergilius. Die mocht natuurlijk geen stap zetten over de hemelse drempel.

mijn schilderij ‘Paradiso’

Maar dit schilderij ‘Paradiso’ hing duidelijk niet in galerie Quadrige. Nee, deze foto is, ook in 2004, genomen in de Martinikerk in Franeker. Waar toen mijn expositie ‘De Mens op Weg’ werd tentoongesteld. Met daarin een heel duidelijke Dante-exponent. Alweer zo’n persoonlijke Dante-link! Hoe dat zit? Ach, Dante700 duurt het hele jaar zodat ik ook nog wel wat tijd heb. Tot volgende week.

TOOS

Mijn schatplichtigheid aan Alighieri, Dante Alighieri, nog springlevend 700 jaar na zijn dood


Alighieri, Dante Alighieri! Bond, James Bond stelt de verschijning van zijn nieuwe film telkens maar weer opnieuw uit, maar Alighieri, Dante Alighieri heeft in 2021 première na première. Schrijvend aan mijn blog van vorige week dacht ik ineens aan hem bij het tikken van ‘scriptorium’. De mallemolen onder mijn hersenpan ging direct in de vierde versnelling met allerlei persoonlijke Dante pop-ups. Dante700, scriptorium, klooster in de Marche, Gubbio, zeefdrukken, Carros, galerie Quadrige, kunstroute Middelburg, mijn expo De Mens op Weg, the Dutch Church in Londen. Oh ja, en ook nog Perugia. Dat alles draaiend rond Dante’s ultieme La Divina Commedia, De goddelijke komedie, het belangrijkste werk uit de Italiaanse literatuur. Dante’s virtuele reis via Hel en Louteringsberg naar het Paradijs waar hij zijn vroeg gestorven liefde Beatrice zou ontmoeten. Daar ging ik over schrijven!Bij deze.

het dodenmasker van Dante met het officiële certificaat van echtheid erbij

Dante, de beroemdste dichter van Italië (Florence 1265-Ravenna 1321). De man van wie gezegd wordt dat hij aan de basis stond van wat de officiële Italiaanse taal is geworden. Want zijn beroemdste boek, La Divina Commedia, schreef hij niet in het toen gebruikelijke Latijn, Nee, dat deed hij in het Toscaanse dialect. Zijn eigen volkstaal, die van Florence en omstreken. Razend populair werd dat boek. Door alle stadstaatjes en onafhankelijke streken van de Italiaanse laars heen. Met al hun verschillende dialecten. En met al hun elkaar altijd maar weer bestrijdende machthebbers. Wilde je dus die middeleeuwse bestseller kunnen lezen of aanhoren, dan moest je dat Toscaanse dialect beheersen. De taal die nu het Italiaanse woordenboek vult.

Nog één van de gevolgen? Een heel jaar Dante700. Eén grote Dantemanifestatie gewijd aan zijn sterfdag op 14 september 700 jaar geleden. Dat mag ik niet zomaar voorbij laten gaan gezien mijn schatplichtigheid aan hem. Die begon in 2002 in Carros, een plaats even ten noorden van Nice.

bezig in het zeefdrukatelier in Carros (Frankrijk)

Of beter gezegd, het begon met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Want Jean-Paul had het plan opgevat een nieuwe uitgave te maken van La Divine Comédie. Een speciale Franstalige kunstuitgave van de Divina Commedia in beperkte oplage. Met illustraties  van de hand van kunstenaars uit zijn ‘stal’. Of ik mee wilde doen? Ja, natuurlijk! En bij welk onderdeel  ik dan afbeeldingen wilde maken? Bij De Hel, De Louteringsberg of Het Paradijs? Dat werd de Louteringsberg, het Purgatorium. En bij welke van de 33 Canto’s, de 33 Verzen, daarin?  Ik koos voor de nummer 25 t/m 29. Die spraken mij wel aan. Toen was de uiteindelijke vraag wat voor soort multiples ik dan wel wilde gaan maken. Steendrukken, gravures, zeefdrukken, houtsneden, etsen? Laat nou in dat Carros dicht bij Nice en dus makkelijk aan te rijden een zeefdrukatelier zitten. Keus gemaakt! Net zoals dus uiteindelijk een aantal zeefdrukken. Dat was trouwens makkelijker gezegd dan gedaan. Want de laatste keer dat ik er een maakte was in 1987.

die zeefdruk ‘Kloof’ uit 1987

Dat was voor een speciaal kunstproject bij Elegance. Destijds de eerste glossy in Nederland,HET maandelijks magazine over lifestyle. Een geselecteerde groep van 99 kunstenaars maakte in samenwerking met het zeefdrukatelier van Wout van der Vet voor het decembernummer van 1987 honderdduizend zeefdrukken. Die los werden bijgesloten in de Elegance oplage van 100.000. Op die manier zijn er aardig wat exemplaren van mijn ‘Kloof’ verspreid geraakt. Af en toe zie ik er nog wel eens eentje voorbij komen op internet kunstveilingen. Allemaal natuurlijk handgesigneerd, gewoon zoals ’t hoort. Dat hele project staat trouwens ook vermeld bij het Guinness Book of Records.

Maar nu wachtte er een nieuwe zeefdrukklus die technisch ook wat anders in elkaar stak. Met zeefdrukrasters die elke keer apart belicht moesten worden voor elke aparte kleurdrukgang.

weer dat zeefdrukatelier in Carros

1 van mijn 4 zeefdrukken bij la Divine Comédie

Vier zeefdrukken maakte ik voor Jean-Paul en zijn nieuwe Divine Comédie. Kunstwerken die nu ook deel uitmaken van een regelmatig rondreizende expositie. Eigenlijk lag ’t wel voor de hand dat die dit jaar in Italië zou neerstrijken. Dante700 tenslotte. En ja hoor, laatst vernam ik van Jean-Paul dat het Perugia gaat worden. Corona volente natuurlijk. Ik veerde echt even op toen hij dat vertelde. Perugia? Daar liep ik zomer 2019 nog rond! In die prachtige oude hoofdstad van Umbrië.

Perugia 2019

Ik werkte toen voor een maand in Gubbio, nog zo’n eeuwenoude stad in die streek. De streek ook waar ik dankzij mijn gastheer en keramist Giampietro Rampini een persoonlijke rondleiding kreeg van de abt in een middeleeuws klooster waar ook Alighieri, Dante Alighieri, had verbleven. Het Monastero di Fonte Avellana, midden in de bergen op de grens van Umbrië en de Marche. Daar stond ik dan, in het scriptorium waar Dante rond 1318 ongetwijfeld ook had gezeten.

met Giampietro en de abt in het scriptorium van het Monastero di Fonte Avellana

Echt goud, dat moment. Je merkt, over mijn ‘persoonlijke’ Dante ben ik nog niet uitgeschreven. Tot volgende week.

TOOS

Homerus en Dante bij mij te gast op Bevrijdingsdag 5 mei


mijn atelier aan de Korendijk 56

Of ’t echt waar is weet ik niet, maar het verhaal klinkt goed. Namelijk dat, toen in 1999 de maandelijkse KCRM (Kunst&Cultuurroute Middelburg) ontstond, een aantal winkeliers en de gemeente op het idee kwamen dit te combineren met ook een maandelijkse koopzondag. Die bestond nog niet in de Zeeuwse hoofdstad waardoor het op de Dag des Heeren meestal stervensrustig was in de stad. En dan wordt er door bepaalde lieden nog beweerd dat kunst weinig toevoegt aan de maatschappij, die zelfs ondergraaft en dat kunstenaars alleen maar hun hand ophouden voor subsidie. Over uilskuikens gesproken!

Maar of dat koopzondagverhaal klopt? Daarover kunnen de oprichters van de kunstroute vast wel meer vertellen. Ik kon pas mee gaan doen in 2002. Wat in ieder geval wel klopt is dat ‘onze’ kunstroute nog veel meer heeft veroorzaakt. Wat te denken van ‘VÓLkoren’ in het eerste weekeinde van juni?

VÓLkoren vorig jaar op het Abdijplein

Ooit een thema dat werd opgezet door het routebestuur, nu een grote zelfstandige organisatie die dit jaar op 1 en 2 juni zo’n 170 koren kan laten optreden. Reken maar dat het muziekplezier er weer vanaf gaat spatten op al die 27 verschillende locaties  in de stad.

Of wat te denken van ‘MIDDELBURG BOEKENSTAD’? Altijd op de 1e zondag van mei. Nu dus op Bevrijdingsdag 5 mei.

de boekenmarkt op de Markt voor het stadhuis

Ook zo’n onderdeel van de kunstroute dat al jaren zelfstandig draait. Het marktplein voor het prachtige gotische stadhuis is dan omgetoverd tot één gigantische boekenstal. Maar niet alleen daar.

Want diverse deelnemers aan de kunstroute gaan graag mee in dat boekengeweld omdat ze zelf ook ‘iets hebben met boeken’. Onder anderen mijn persoontje.

affiche van de routedeelnemers aan ‘Middelburg Boekenstad’

Dus is zondag 5 mei voor mij reden een aantal zeer gerenommeerde schrijvers uit te nodigen. Zoals de oude Griek Homerus. Niet de minste toch om uit zijn graf te laten opstaan? Of de Italiaan Dante Alighieri. Ook niet uit te vlakken in de wereldliteratuur vanwege zijn brede kennis over Hel, Vagevuur en Hemel. Over een paar Germaanse goden en wat katholieke heiligen heb ik ’t dan nog niet eens. Waarlijk een boeiend gezelschap dat ik graag laat praten via hun teksten en de steendrukken die ik maakte bij hun boeken en verhalen. Nieuwe boekuitgaven die ik maakte in samenwerking met uitgeverij La Diane Française in Nice.

stapel met ‘mijn’ boeken

Dat ik daarbij graag uitleg geef over de boeiende steendruktechniek spreekt voor zich. Eigenlijk heel jammer dat die meer dan twee eeuwen oude techniek in de kunst langzaam aan het verdwijnen is. Maar ja, werken in een grote pers ten koste van je rug, in samenwerking met een echte meester steendrukker, is natuurlijk wel iets anders dan in je uppie in een makkelijke bureaustoel gaan zitten photoshoppen.

aan het werk in de grote steendrukpers in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard

Toos van Holstein, steendruk Entrada

Misschien had de oplettende lezer bij dat jaartal 1999 als start van de kunstroute wel de associatie  ‘hé, da’s 20 jaar geleden’. Klopt dus helemaal! En reken maar dat we dit gaan vieren. Met een extra feestje.  Een speciale kunstmanifestatie in augustus in de eeuwenoude Abdijgangen en de geheimzinnige crypten onder het Abdijplein. In het echte hart van de oude stad met het mooiste plein van Nederland. Oké, misschien ben ik daarin enigszins bevooroordeeld maar kom dat idee dan zelf maar eens toetsen in augustus . Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Tot volgende week.

TOOS

Dante en Homerus te gast bij TOOS als Middelburg op 6 mei Boekenstad is


affiche van dit jaar

Eens per jaar op de eerste zondag in mei is Middelburg een echte Boekenstad. Vanuit verre streken, zelfs uit Vlaanderen, komen zo’n 130 handelaren in allerlei soorten en maten naar de Markt. Daar waar zich ook al heel lang één van de mooiste en grootste boekhandels van Nederland bevindt. De Drukkerij. Nog nooit bezocht? Dan mis je wat. ’t Is maar dat je ’t weet! Maar dat terzijde.

Zelf voeg ik ook het nodige toe. Maar dan wel in mijn atelier aan de Korendijk. Met als gasten onder anderen de Griek Homerus, de Italiaan Dante Alighieri, de goden uit de IJslandse Edda en heiligen als Sint Nicolaas en Catharina van Alexandrië? Best een interessant gezelschap, nietwaar?

embleem van de kunstroute

Die boekenmarkt is een spin-off van onze maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Ooit een thema, dat uiteindelijk zoveel succes had dat de organisatie ervan na een aantal jaren op eigen benen kon staan. Maar die boeken zitten natuurlijk nog wel steeds in de genen van de kunstroute. Vandaar dat een aantal ateliers en galerieën zich zondag 6 mei ook werpt op het boek. Maar vanzelfsprekend wel kunstzinnig. Kijk maar op de website https://www.kunstroutemiddelburg.nl/.

Daar zul je dus ook mijn atelier aantreffen. Want naast schilderijen heb ik ook wel een en ander in huis op boeken in combinatie met kunst. Van de oude Grieken via de middeleeuwen tot aan vandaag de dag. En dat allemaal dankzij mijn Galerie Quadrige in Nice. Eigenaar Jean-Paul Aureglia blies er nieuw leven in uitgeverij La Diane Française die ooit al samenwerkte met nu dooie maar nog steeds beroemde kunstenaars als Salvador Dali, Leonor Fini en André Masson.

Hij stelde zich als levensdoel om naast nieuwe teksten ook eeuwenoude literaire pijlers onder onze hedendaagse Westerse beschaving uit te geven.  In de vorm van het livre d’art. Een in la douce France veel meer dan in Nederland voorkomend soort kunstboek. Uitgaven in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met multiples. Originele kunstwerken zoals etsen, houtsneden, gravures, steendrukken en zeefdrukken. Allemaal losliggend en daardoor met het handje uitneembaar.

mijn ‘verzamelde werken’ in de boekenvitrine in mijn atelier

Bij dat levensdoel van Jean-Paul ben ik als kunstenaar nu al een flink aantal jaren betrokken. En daardoor kan ik dus mooi meespelen met Middelburg Boekenstad. Met zeefdrukken bij hoofdstukken uit de 14de eeuwse Divina Commedia van Dante. Met steendrukken bij de duizenden jaren oude verzen in de Ilias en Odyssee van bard Homerus. Met steendrukken bij de ook al heel oude Scandinavische sagen en legenden uit de Edda. Ooit in de 12de eeuw opgetekend in IJsland. En met steendrukken bij een paar heiligenlevens uit de Legenda Aurea.

zeefdruk bij de Divina Commedia

een steendruk bij de Edda

De Legenda Aurea? Ja! Een boek dat in Nederland niet zo bekend is, maar in de middeleeuwen het meest gelezen boek was na de Bijbel. Met uitgebreide levensbeschrijvingen van het gigantische aantal heiligen dat de Roomse Kerk in de loop der eeuwen had verzameld. Zoals onze eigenste Sint Nicolaas. Toen nog zonder zijn Piet. Verwacht in mijn afbeeldingen dus geen zwarte of in wat voor kleur dan ook geveegde of gestreepte helpers van hem.

Ook Santa Catharina, die zorgde voor mijn eerste voornaam, heb ik kunstzinnig onder handen genomen. Maar dan wel die van Alexandrië. Want het Toscaanse Siena heeft ook een 14de eeuwse heilige van die naam. Eveneens heel sterk vereerd, maar mij een te kwezelachtig typje. Nee, dan mijn naamgenoot Catharina van Alexandrië van rond het jaar 300!

een steendruk bij de levensbeschrijving van Sainte Catharina d’ Alexandria

Een zeer wijze, onafhankelijke, standvastige en gelovige vrouw die met haar heldere verstand zelfs mannen wist te overtuigen. Ga er maar aan staan! Maar ja, ze moest ’t wel met de marteldood bekopen. Volgens de legende dan natuurlijk. Kijk, dat zijn vrouwen die me inspiratie opleveren.

Benieuwd? Kom dan 6 mei naar de Korendijk 56. Daar krijg je niet alleen uitleg over die prachtige steendrukkunst maar kun je ook de bijbehorende livres d’art bekijken. Allemaal nog ouderwets met losse loden lettertjes met de hand gezet door Jean-Paul en pagina voor pagina op de handpers gedraaid. Wel in de Franse taal. Maar zoals gezegd, alle apart genummerde en gesigneerde bijbehorende multiples liggen er los in. En is kunst niet een soort universele taal? Tot volgende week.

bezig in het atelier van meestersteendrukker Rudolf Broulim bij Antwerpen

TOOS

Een ZeBra met ZG


 Die ZeBra uit de titel ben ik natuurlijk. Een afkorting die staat voor Zeeuwse Brabander. Aan mijn g is namelijk duidelijk te horen dat ik niet uit het Zeeuwse kom maar uit die aangrenzende provincie. Maar ZG? Is dat een of ander gevaarlijk virus? Nou, wel een soort van. Het waart nu al een aantal achtereenvolgende winterseizoenen in februari door Middelburg. Maar gevaarlijk is het niet, wel leuk. Het nieuwe jaar van de Kunst en Cultuurroute Middelburg start namelijk, al weer voor de derde keer, met het thema Zeeuwse Gasten.

Die kunstroute in Middelburg (zie ook de website https://www.kunstroutemiddelburg.nl/ ) is zo langzamerhand best wel een fenomeentje. Al jaren lang elke 1ste zondag van de maand behalve in januari. Hoeveel van dat soort routes zouden er zijn in Nederland? Met ook elke maand weer de ‘Uitloper’. Een evenementenfolder over alles wat er in die maand gebeurt in Middelburg met een kaart van de route en een beschrijving van de deelnemende ateliers en galerieën.

Ook nu staan weer zo’n 30 deelnemers fris in de startblokken om de vele bezoekers een aangename kunstmiddag te bezorgen in ons onvolprezen Middelburg. De stad waarover ik al heel wat keren heb horen zeggen door bezoekers die er voor de eerste keer kwamen ‘ik wist niet dat Middelburg zo leuk was’. En zo is dat toevallig ook nog eens een keer. Om alles nog leuker te maken is er nu dus voor de derde keer dat thema ‘Zeeuwse Gasten’ bij de kunstroute.

Een aantal ateliers heeft een Zeeuwse kunstgenoot gevraagd als gastexposant op die 1ste zondag van februari. Of te wel op zondag 4 februari van 12-17 uur. Bij mij is dat Anneke Coppoolse met haar uitgebalanceerde keramische werken. Kunst die heel mooi aansluit bij een serie schilderijen van mij die ik maakte rond het thema ‘De mens op weg’. Schilderijen geïnspireerd op de middeleeuwse pelgrimage naar Santiago de Compostela en de, ook al middeleeuwse, Divina Commedia van Dante Alighieri.

Anneke Coppoolse, Beweging, keramiek

Anneke Coppoolse, keramiek

Toos van Holstein, Paradiso, olieverf 100 cm-90 cm

Toos van Holstein, El camino, olieverf 160 cm-110 cm

de catalogus

 Speciaal vanwege deze Zeeuwse Gasten editie heb ik ook voor iedere bezoeker op 4 februari  een cadeautje klaar liggen. Helemaal gratis en voor niks een 32 pagina’s dikke kleurencatalogus over die reeks werken rond ‘De mens op weg’. Wees erbij, die uitgave is over een aantal jaren een verzamelaarsitem. Vast en zeker. Of voor de Vlaamse bezoekers, zeker en vast.

Dat thema Zeeuwse Gasten is overigens niet het enige thema bij de route in 2018. Even op een rij: 4 maart ‘Van Klassiek tot Populair’, 6 mei ‘Middelburg Boekenstad’, 2/3 juni ‘Middelburg VÓL-Koren’, 5 augustus ‘Kunstmarkt’ en 4 november ‘Poëzie’. En wie weet wat er allemaal nog meer komt! ’t Is duidelijk, Zeeland bruist het hele jaar en Middelburg levert de bubbels!

Wie weet tot 4 februari en anders tot volgende week.

TOOS

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia

bij mijn eigen werk

in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice

gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland

fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

Niet te versmaden, de Kunst en Cultuurroute en ’t 800-jarige Middelburg


 800 Jaar geleden kreeg Middelburg stadsrechten. Best reden tot een feestje! En aan die 800 jaar stadsgeschiedenis doet de Middelburgse Kunst en Cultuurroute toch maar mooi al voor bijna het 1/40ste deel mee. Wij, d.w.z. bestuur, vrijwilligers, deelnemende kunstenaars en galerieën worden dit jaar namelijk 18. Wettelijk volwassen zogezegd. Ook de moeite waard toch?  Dus Toos, zo zei laatst iemand tegen me, moet jij als Middelburgse Brabander niet eens iets in je blog vermelden over die 18 en 800 jaar en al die 1ste zondagen van de maand? Ja, eigenlijk wel. Bij deze dus.

Daar zijn trouwens best nog een paar redenen meer voor op te noemen. De eerste? Komende zondag 2 april is er een muzikaal extraatje bij de Kunst en Cultuurroute. Het jaarlijks terugkerende thema “Van Klassiek tot Populair”.

Normaal is er dan op allerlei routelocaties allerhande muziek te beluisteren van opkomende en al gevestigde muzikanten. Ook bij mij. Door organisatorische wisselingen kon het thema dit jaar echter niet zo uit de muzikale verf komen als gewoonlijk het geval is. Vandaar een kleiner aanbod aan optredens. Met wel weer een in mijn atelier. De hele middag door.  Van een duo dat twee jaar geleden ook al optrad en graag terug wilde komen. “Die akoestiek is zo lekker en ’t was zo gezellig” volgens zangeres Anoushka Koppelaar en gitarist Huibert-Jan Vader.

Anoushka Koppelaar en Huibert-Jan Vader in 2015 in mijn atelier

Dat hadden diverse muziekgroepen voor hen ook al geconstateerd. Ik heb er heel wat gehad in de loop der jaren(zie foto’s). Zoals de frêle zangeres met harp en speeldoosje als instrumenten, de jazzy groep, de nu landelijk bekende klezmerband, het klassiek ensemble met die expressieve saxofoniste .

En niet te vergeten een band met een gigantische hoeveelheid geluidsapparatuur waarvan ze uiteindelijk maar een derde konden installeren omdat ze anders zelf buiten moesten blijven staan. Mijn atelier is best groot maar ’t is natuurlijk geen Ziggo Dome. Hoe dan ook, ’t spetterde die middag wel, luid hoorbaar tot ver op de Korendijk.

Meer weten over dit thema “Van Klassiek tot Populair”? Dan naar site van de kunstroute www.kunstroutemiddelburg.nl.

Maar ik had ’t over een paar redenen. De tweede dus. Op 7 mei is Middelburg weer Boekenstad. Ooit begonnen als een van de thema’s van de kunstroute en nu uitgegroeid tot de grootste boekenmarkt van Zuid-West Nederland. Met naast de openluchtmarkt heel veel routedeelnemers die “iets met boeken” doen. Ook ik. Want maakte ik afgelopen jaar voor elke laureaat van de bekende “Four Freedoms Awards” niet een uniek boek als toevoeging aan hun medaille? Een Engelstalig boek met uitspraken van vorige winnaars zoals Nelson Mandela, alle geïllustreerd met originele tekeningen. Nu onder anderen in bezit bij Angela Merkel en onze eigen Willem-Alexander.

aan het werk voor de Four Freedoms Awards

En heb ik ook niet nieuwe Franstalige uitgaven van de Ilias en de Odyssee van Homerus voorzien van steendrukken? Om ’t nog maar niet te hebben over litho’s bij de levensbeschrijvingen van onze eigen Sint Nicolaas en degene die zorgde voor mijn eerste voornaam, de heilige Catharina van Alexandrië. Vergeet daarbij ook niet de IJslandse sagen in de Edda en de Italiaanse Divina Commedia van Dante. Genoeg dus om op 7 mei in mijn atelier flink aandacht te geven aan al die kunstboeken. Met de bijbehorende steendrukken, zeefdrukken en tekeningen.

aan het werk in de steendrukpers

diverse van de boekuitgaven met steendrukken

Oh ja, en dan nog die 800 jaar stadsrechten van Middelburg. Bij de zogenaamde city marketing heet ’t “Rotterdam Bruist”, “Er gaat niets boven Groningen”, “Den Haag mooie stad achter de duinen”, maar reken maar dat we in Middelburg ook van wanten weten. Kijk maar op https://middelburg800.com/agenda. Je kunt je dit jaar helemaal te pletter amuseren met alle festiviteiten. Zodra die met kunst hebben te maken is er een heel dikke kans dat ik daar op terugkom. Tot volgende week.

TOOS

Annie M.G. Schmidt, Toos en Bas+Mar de Jager


Laat in Zeeland de namen Bas en Mar de Jager vallen in een gesprek en de kans is heel groot dat je blikken van herkenning krijgt. Nog veel groter is natuurlijk die kans als je de naam Annie M.G.Schmidt gebruikt. Maar wat hebben die verschillende namen en ik met elkaar te maken.

Vorig jaar had ik een tentoonstelling bij Veldhoven Interieurs in Bilthoven. Een gerenommeerde interieurspecialist in het hoge segment van de markt. En ook lid van een zeer select Nederlands gezelschap van interieurspecialisten. Een gezelschap opgezet door Henri de Jager, zoon van Bas en Mar de Jager, en de tweede generatie die leiding geeft aan Bas+Mar de Jager. Kijk, daar is al een verband. Let overigens op dat +je. Want zo wordt de in 1962 opgerichte zaak officieel genoemd. Een zaak die, zoals gezegd, zeer gekend is in Zeeland, maar ook in aanpalende provincies en tot ver in Vlaanderen. Want vanuit al die verre streken komen de klanten aangereden naar het Kerkplein in Kapelle waar je te kust en te keur kunt op meubel, verlichtings en designgebied.

Bas+Mar de Jager in Kapelle met links het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt
Bas+Mar de Jager in Kapelle met links het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt

Henri wist door zijn contacten natuurlijk van mijn expositie destijds in Bilthoven. En ik wist van Henri gezien de bekendheid van Bas+ enz. Dus toen hij contact met mij opnam en vroeg of ik oren had naar een tentoonstelling bij hem was dat snel beklonken. Maar wat ik nog niet wist, was dat het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt (1911-1995) in zijn showruimte is geïntegreerd.

Beatrice
Beatrice

De klassieke witte gevel links op de foto hierboven is de voorkant van dat geboortehuis. Ooit de woning van Johannes Daniël Schmidt, vanaf 1909 predikant in Kapelle. Nu staat alleen die gevel er nog en is de rest showroom. Maar hoe dan ook is hier de basis gelegd voor al die bekende boekenkarakters die Annie aan Nederland schonk. Jip en Janneke, Abeltje, Minoes, Pluk van de Petteflet, Floddertje, beertje Pippeloentje. Of die tv-karakters uit beroemde en beruchte tv-series destijds als Pension Hommeles en Ja zuster, nee zuster.

Prachtig voor mij om dan te beseffen dat daar, in die ruimte, nu bijvoorbeeld mijn interpretatie hangt van het wereldberoemde middeleeuwse karakter Beatrice uit de Divina Commedia van Dante. Naast nog heel veel ander werk. Olieverfschilderijen, aquarellen, mixed media werken op alu-dibond en beelden.

bas3 bas4 bas5

Meer dan 40 in totaal. Ik heb er in Zeeland dus eigenlijk voor een half jaar een heel grote en prachtige tentoonstellingsruimte bij. Want die expositie duurt tot 1 april komend jaar. Niet gek dus. Als bezoekers van mijn atelier tijdens de maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg op de 1ste zondag van de maand meer zouden willen zien, kan ik ze mooi verwijzen naar Kapelle. Naar het Kerkplein 57 waar ze op dinsdag t/m vrijdag terecht kunnen van 9-18 uur en op zaterdag van 9-17 uur.

bas6 bas7

bas8 Komende week keer ik in dit blog weer terug naar Spanje. Maar dit Zeeuwse tussendoortje moest ik toch ook even kwijt. Tot volgende week.

TOOS

Waarom Dan Brown mij irriteerde in Laos


Toeval? Geen toeval? Hoe dan ook, bij mijn terugkomst uit Zuidoost Azië las ik dat Dan Brown op bezoek was in Nederland. Je weet wel, die Dan Brown van “De Da Vinci Code” en het recente “Inferno”, het meest verkochte boek in Nederland in 2013. En toevallig of niet, in Laos had ik dus net dat “Inferno” gelezen.

La Mappa dell'Inferno, Botticelli
La Mappa dell’Inferno, Botticelli

Op zo’n reis neem ik namelijk altijd flink wat leesvoer mee. ’t Is heerlijk om me bij alle nieuwe indrukken in een nog onbekend land af en toe met een boek even terug te trekken in mijn eigen wereld. Daarbij was “Inferno” eigenlijk wel verplichte kost. Want De Hel uit de Divina Commedia van Dante ligt aan de basis van Brown’s nieuwste boek. En trouwe lezers van dit blog weten dat ik via Galerie Qvadrige in Nice betrokken was bij de illustratie van een nieuwe Franstalige uitgave van Dantes middeleeuwse meesterwerk. Om “Inferno” kon ik dus niet heen. Ook al omdat Brown vaak beeldende kunst een grote rol geeft in zijn avontuurlijke verhalen.  Denk maar aan de schilderijen van Leonardo da Vinci in de “Da Vinci Code”. In “Inferno” is dat het geval met een werk van de beroemde Sandro Botticelli (1445-1510). “Kaart van de Hel”, één van de illustraties die Botticelli destijds maakte bij de Divina Commedia (zie boven en hieronder).

detail Mappa dell'Infernol
detail Mappa dell’Infernol 

Maar waarom dan die irritatie over “Inferno” in dat verre Laos?  Omdat Dan Brown een deel van het verhaal zich laat afspelen in Venetië en omdat hij daarbij een volstrekt onwaarachtig beeld van die stad geeft. Van “mijn” Venetië nog wel, van die stad waarop ik verliefd ben en waar ik al heel wat keertjes ben geweest!  Even tegengas geven dus.

Venetië, Canal Grande
Venetië, Canal Grande

Zo schrijft hij, als zijn hoofdpersoon Robert Langdon het station uitkomt,  “tientallen schippers zwaaiden met hun armen en riepen naar de toeristen, in de hoop passagiers te lokken voor hun watertaxi, gondel, vaporetto of speedboot”. Dat beeld heb ik daar dus nog nooit gezien. En schippers van de vaporetto, de openbare waterbus van Venetië, die naar toeristen zwaaien? Kom nou toch. Wat te denken van de “drijvende verkeersopstopping” en “op de een of andere manier was een filevorming die hem in Boston tot wanhoop zou drijven in Venetië schilderachtig”. Tja, alles in Venetië is schilderachtig, maar filevorming? Ik verbaas me er juist altijd over dat al dat verkeer op het water zo soepel langs elkaar heen glijdt. Ondanks die drukte op sommige plaatsen. Het wemelt van dat soort beschrijvingen die echt voor geen meter kloppen.

cruiseboot bij de Riva San Biaggio, Venetië
cruiseboot bij de Riva San Biaggio, Venetië

Zo heb ik zelf ervaren dat er af en toe zo’n groot cruiseschip met ik weet niet hoeveel dekken boven elkaar bij het San Marco plein langs vaart. Echt geen gezicht! Dan lijkt Venetië ineens een soort Madurodam dat in het niet valt bij zo’n gigant met enkele duizenden passagiers die zich op de bovenste dekken verdringen om letterlijk over de stad uit te kijken. Maar dat er “dag en nacht een eindeloze reeks cruiseschepen voorbij voer”? Dat slaat helemaal, maar dan ook echt helemaal nergens op. Overigens wordt er al wel heftig geprotesteerd tegen dit gedoe met cruiseschepen. Volkomen terecht.

cruiseboot in de Bacino di San Marco, Venetië
cruiseboot in de Bacino di San Marco, Venetië

Interessant in het boek is ook dat onze Harry Langdon van het een op het andere moment van het San Marco plein de San Marco basiliek instapt. Als je ooit de rijen bezoekers buiten die basiliek hebt ervaren, weet je dat een uur wachttijd heel normaal is. Maar ja, “Inferno” speelt zich af binnen 48 uur. Een uurtje wachten gaat dan vanzelfsprekend niet.

Jammer van dat soort missers. Dat doet af aan het verhaal, voor zover dit al geloofwaardig is. Want geloofwaardig is natuurlijk iets anders dan spannend. Dat laatste is het zeker, ’t leest als een trein.  En met alle culturele en kunstzinnige info die het boek geeft, zij het Dan Brown dan maar vergeven dat hij “mijn” Venetië onrecht aandoet. Tot volgende week.

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Zacht als steen


01 steendruk

02 steendruk Senefelder wist wel wat ie deed, zo rond 1800, toen hij bezig was zijn uitvinding van het steendrukken te ontwikkelen. Graniet, dat was ’t niet, te hard. Had hij even mazzel dat bij hem in Beieren de Solnhofer kalksteen ruim voorradig was.  Daarop kon je met inkt tekenen en het oppervlak was makkelijk weg te schuren. Zacht als steen dus. En daarvan maak ik op het moment gebruik. In het steendrukatelier van Rudolf Broulim in Ekeren bij Antwerpen. Daar ga ik een paar duizend jaar terug in de tijd om een paar jaar vooruit te kunnen werken. Cryptisch taalgebruik? Oké, ik leg ’t uit.

Rudolf is van een uitstervend soort.  De soort “meestersteendrukker”. Binnen die soort zijn alle kneepjes en geheimen van het steendrukvak bekend. Maar steendrukken is uit, zodat de op leeftijd komende meesters er de brui aan geven en er nauwelijks nieuwe voor in de plaats komen. Zo gaat Rudolf eindelijk met pensioen en bij wie moet ik dan mijn litho’s gaan maken? Om dat probleem voor te zijn, ben ik al vast aan de gang gegaan met een serie die waarschijnlijk pas in de openbaarheid zal komen in 2015. Vandaar dus dat vooruit werken voor een paar jaar. Overigens, ik ben nu pas aan de gang met de eerste stappen voor de eerste drukgang.  Er zullen nog heel wat volgen.

03 steendruk

En die paar duizend jaar terug? Dat is de schuld van Jean Paul Aureglia, eigenaar van galerie Qvadrige/drukkerij La Diane Française in Nice. Geen onbekende voor de lezers van dit blog, net zo min als Rudolf Broulim trouwens. Met Jean Paul heb ik al aan diverse van zijn bijzondere projecten meegedaan. Gelimiteerde oplagen van iconen uit de wereldliteratuur als de Divina Commedia van Dante en de Ilias van Homerus. Geïllustreerd met originele kunst in de vorm van steendrukken, zeefdrukken, etsen en houtsneden.

Nu heeft Jean Paul een nieuw project op stapel staan. De Odyssee van Homerus. In feite het vervolg op de Ilias. Verhaalt die alles rond de strijd om Troje, in de Odyssee worden de avonturen van Odysseus beschreven als hij probeert na de verovering van Troje weer op huis aan te gaan. Daarbij wordt hij door sommige goden heftig tegengewerkt, door andere juist geholpen. Kijk, die Grieken houden nu dan wel hun handje op, maar in het verleden hebben ze ons ook heel wat nagelaten waaraan we nog steeds inspiratie ontlenen. Ik wel in ieder geval, omdat Jean Paul me heeft gevraagd ook weer aan deze nieuwe uitgave deel te nemen. Een editie dus die pas over een paar jaar het licht zal zien. Maar in de tussentijd zal ik er vast nog wel eens over berichten. Zoals nu. Tot volgende week.

04 steendruk

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

“De mens op weg” weer op weg


“De mens op weg” stond al een poos stilletjes te staan, opgeslagen in mijn atelier. Dus werd het weer eens tijd dat die thematentoonstelling van mij opnieuw op pad ging. Want in feite is die serie schilderijen bedoeld als een soort reizende expositie.

Na 2004, het jaar van ontstaan in de Martinikerk te Franeker, daar waar nu dus mijn tentoonstelling “Helden” is te zien, zijn er al diverse tussenstops geweest. Zoals bijvoorbeeld de City van Londen, op een steenworp afstand van de Bank of England, en Middelburg. Nu kan het particuliere Museum Art-Land in het Noord-Hollandse Nibbixwoud, iets boven Hoorn gelegen, aan die rij stops worden toegevoegd.

 01 museum Art-Land

Maar laat ik eens uitleggen wat “De mens op weg” inhoudt. Voor die tentoonstelling in 2004 gebruikte ik rubbings van de eeuwenoude grafstenen in de Martinikerk als een symbolisch scharnierpunt tussen twee soorten reizen. De reis tijdens het leven en de reis na de dood. Als metafoor voor de levensreis gebruikte ik de beroemde middeleeuwse pelgrimage naar het Spaanse Santiago de Compostela. Hier zou volgens overlevering het lichaam van de apostel Jacobus, één van de discipelen van Jezus, begraven liggen.  Het verhaal dat zijn lichaam, nadat hij in Palestina was onthoofd, in een stenen boot vanzelf de Galicische kust bereikte, zegt natuurlijk genoeg over het waarheidsgehalte ervan. Maar in de hoogtijeeuwen van de pelgrimage reisden er per jaar zo’n miljoen Europeanen naar Santiago. Dat is natuurlijk gigantisch als je totale bevolking van Europa in die periode van 13-15de eeuw in aanmerking neemt in combinatie met de reisomstandigheden. Ongelooflijk intrigerend vond ik dat! En nog steeds trouwens. Er ontstond in feite de eerste Europese toeristische infrastructuur met bijbehorend B&B in kloosters, herbergen en speciale pelgrimsoverblijfplaatsen.

02 Art-Land

Voor de reis na de dood liet ik mij natuurlijk inspireren door de 14de eeuwse Divina Commedia van Dante Alighieri. Dat verhaal van zijn denkbeeldige reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs, op zoek naar zijn geliefde Beatrice, is na al die eeuwen nog steeds een parel van de wereldliteratuur.

03 Art-Land

Toen de leiding van Museum Art-Land (www.art-land.nl) mij vroeg of ik een bijdrage kon leveren aan hun zomerexpositie was de keus snel gemaakt. “De mens op weg” zou weer op reis gaan. Afgelopen zondag 2 juni was de opening. Zelf kon ik er jammer genoeg niet bij zijn want de Middelburgse Kunst en Cultuurroute vroeg om mijn aanwezigheid. Tja, een mens kan niet altijd alles. Maar de tentoonstelling is tijdens de weekeinden nog te bezichtigen tot 24 augustus. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

TOOS op stap met Dante in zijn Divina Commedia


Dante1 In de kunst beweeg  ik mij nogal eens op onverwacht kronkelige paden waarvan het eind soms  plots weer blijkt aan te sluiten op het begin. Een soort cirkel dus, maar op z’n Toosiaans verre van rond. Ik kwam op dit beeld door de opening afgelopen week van een expositie met o.a. werk van mij in het Italiaans Consulaat in Nice. Maar dit soort vaagpraat verdient natuurlijk verduidelijking.

Alweer een aantal jaren geleden zette Jean Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Qvadrige in Nice, mij op de weg van Italiaanse middeleeuwer Dante Alighieri. Daardoor zwierf ik met Dante in zijn Divina Commedia achtereenvolgens door Hel, Voorgeborchte en   Dante2Hemel.  Niet letterlijk natuurlijk, maar wel geestelijk.  Dat 13de eeuwse meesterwerk kende ik vanzelfsprekend al uit de kunstgeschiedenis. Maar Jean Paul wilde mij er kunstwerken bij laten maken. Voor een nieuwe uitgave, een livre d’art in zeer gelimiteerde oplage, geïllustreerd door een beperkt aantal kunstenaars. Later heb ik dat vaker gedaan, bij andere beroemde literaire werken uit het verleden. Maar voor alles in het leven is er een eerste keer. Zo ook hier. Dus verdiepte ik mij meer dan ik ooit gedaan had in die Goddelijke Komedie. Het eerste resultaat bestond uit vier zeefdrukken. Gemaakt in een atelier in de binnenlanden achter Nice. Zeefdrukken vol met symboliek. Bekijk de bijgevoegde foto’s maar eens. Die symboliek ga ik hier nu verder niet uitleggen. Want dan wordt dit stukje een stuk, een héééél lang stuk. Maar dat kronkelpad, hoe zit dat nou eigenlijk?

Allereerst gaf Dante mij voor die zeefdrukken veel  inspiratie. Maar een schilderijententoonstelling in Nice, daar waar het begon, kon natuurlijk niet uitblijven. Verder speelde hij een rol in mijn expositie “De Mens op Weg” in 2004 in de Martinikerk in Franeker en voor “Men on his Way” in 2006 in hartje Londen. Er kwam een speciale tentoonstelling  in het prachtige Musée Goya in Castres (Frankrijk) met alle kunstillustraties van alle kunstenaars die meewerkten aan dat project rond de Divina Commedia. Illustraties die zich nu trouwens ook in de grote bibliotheek van Alexandrië in Egypte bevinden.

Dante3

En afgelopen week is dus die tentoonstelling uit het Musée Goya als een soort reizend kunstcircus neergestreken in het Italiaanse Consulaat in Nice.  Met natuurlijk alle bijbehorende openingsplechtigheden. En met Dante dus weer terug in Nice! Maar dan heb ik Nibbixwoud in Noord-Holland nog niet genoemd. Nibbixwoud? Ja, dat gaat deze zomer voor mij nog een Dante-rol spelen. Terwijl hij ook nog sporen zal nalaten bij mijn grote solo “Helden” in Franeker.

Dante4

Dante5 Nice, Franeker, Londen, Castres, Alexandrië, Nibbixwoud, Nice. Zeg maar eens dat dit geen kronkelpad is! Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag