Tagarchief: Delden

Nederlandse Dagobert Duck’s en het Grote Kunstgeheim van Delden


Dat geheim van Delden komt zo. Eerst een raadseltje. Wat is de overeenkomst tussen Ruurlo, Wassenaar en Gorssel? Een makkie natuurlijk, het antwoord. Dat zijn Nederlandse Dagobert Duck’s. Niet dat ze zoals de enige echte en oorspronkelijke Dagobert letterlijk zwemmen in hun geld. Nee, dat gebeurt meer figuurlijk. Maar vrijwel letterlijk kunnen ze dat wel tussen alle kunst in hun pakhuizen.  Zo groot en zo vol met kunst dat er nieuw te bouwen musea aan te pas moesten te komen om ruimte te scheppen. Ze bleven namelijk maar kopen. Want als je lekker ruim in de slappe was zit en heftig besmet raakt met het kunstvirus is het hek snel van de dam. Dan wil je gewoon steeds meer, die drang wordt onbeheersbaar. Maar aan die verslaving danken we nu wel Museum Voorlinden in Wassenaar,  Museum MORE in Gorssel en Kasteel Ruurlo.

museum Voorlinden in Wassenaar
museum MORE in Gorssel
in museum MORE

Want  Joop van Caldenborgh en Hans Melchers konden niet op hun geld en hun kunst blijven zitten. Zij lieten deze nieuwe particuliere musea bouwen. Met wat kort door de bocht geformuleerd de focus op de internationale moderne kunst en op het Nederlandse Realisme.

Voor MORE werd die basis overigens wel gelegd door een uiteindelijk behoorlijk mislukte Dagobert Duck. Dirk Scheringa, de selfmade man op, letterlijk, altijd geitenwollen sokken. Die zag zijn bank in een diepe financiële put afzinken en moest zijn in aanbouw zijnde museum als een mislukt monument van macht leeg achterlaten in het weidse Westfriese landschap.

En zag daarbij ook nog het grootste gedeelte van zijn kunstverzameling, met vele Carel Willink’s als kern, overgaan in de handen van chemiemagnaat Hans Melchers. Die toen in het Achterhoekse Gorssel  het oude gemeentehuis liet uitbouwen en gelijk ook maar kasteel Ruurlo prachtig liet renoveren om daar Willink te laten schitteren.

Kasteel Ruurlo

Best interessant, die ontwikkeling. Ooit waren pausen, kardinalen en adellijke families  de kunstmecenassen. ’t Mocht best een losse florijn kosten om kathedralen, pauselijke verblijven,kastelen en paleizen op te laten fleuren. Erfgoed waar we nu nog steeds van genieten. Maar tegenwoordig, met het cultureel steeds armlastiger gedrag van onze overheid, gaat dat kunststokje over in handen van die nieuwe groep mecenassen. Rijke, zo niet gigantisch rijke zakenmensen met een leuk plekje in de Quote-500. En zo kom ik dan bij dat Grote Kunstgeheim van Delden.

museum No Hero in Delden

Goeie vriend Frank van Oortmersen, oud-directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard, wees me erop. ‘Toos, daar moet je heen, een verborgen kunstparel’. Dat bleek  museum No Hero te zijn. Op het landgoed Twickel in het Twentse Delden. Bestaand sinds 2018 en opgericht door ook weer zo’n kunstgevoelige Dagobert Duck: Geert Steinmeijer.

de prachtige achtertuin, met beelden

Nou, ik was door de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More, editie 4’ op 4 oktober bij Galerie Àlafran in Diepenheim (zie vorige blogaflevering) toch in de buurt. Want de afstand Diepenheim-Delden stelt heel weinig voor. En Frank had helemaal gelijk! Een nog veel te weinig bekende kunstparel, dat No Hero. Met een heel brede, eigenwijze kijk op de kunst. Van middeleeuwse panelen en beelden via de 19e eeuw naar Jan Sluijters  met tijdgenoten om dan bij de huidige moderne kunst aan te landen.

Zoals ook bij de Nederlandse Michael Raedecker die met stiksels in zijn schilderijen een glansrijke carrière opbouwde vanuit Londen en dit jaar is beland bij de laatste 8 van de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. Hij maakt weer deel uit van de tijdelijke expositie over de Young British Artists. Een groep die in de jaren 90 de kunstwereld veroverde met aan het hoofd Damien Hirst, nu de rijkste artiest van het land. Ik schreef hier al eens over hem. Ook van hem hangt er werk. Net zoals van onze eigen grote Twentse schilderbarbaar Jan Cremer. Dat dan weer in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe waardoor er ook nog een vroege Mondriaan hangt.

werk van Michael Raedecker
werk van Damien Hirst
een heel vroege Mondriaan
werk van Jan Cremer

De net overleden Designer des Vaderlands en kunstverzamelaar Jan des Bouvrie, ‘zijn creatieve peetvader’ zoals Steinmeijer zegt, heeft ook nog een groot steentje bijgedragen aan de inrichting van museum en museumcafé. En dat kun je zien. Net zoals hij dat jaren geleden deed in hotel/restaurant  Domaine Cocagne in Cagnes sûr Mer aan de Côte d’Azur. Waar ik ’t diverse keren met hem aan de bar heel gezellig over kunst had. Net zoals trouwens met  Alex Mulder, een andere Dagobert Duck met een heel groot cultureel hart. Die recent Het Hem, oorspronkelijk een grote munitiefabriek in Zaandam, heeft omgetoverd in een gigantisch groot nieuw huis voor eigentijdse cultuur.

Het Hem in Zaandam

Maar dat staat nog op mijn te-bezoeken-lijstje en wordt misschien nog wel een ander verhaal. Laten we hopen dat er nog vele nieuwe kunstbehepte Dagobert Duck’s opstaan in Nederland. Tot volgende week.

TOOS  

Coronabestendig en kunstproof: ‘The 70-series’ in het Stedeke Diepenheim bij Galerie Àlafran


vorig jaar 5 oktober in Galerie Peter Leen XL

Op 5 oktober vorig jaar onthulde ik samen met levensgezel mijn ‘The 70-Series’ tijdens een groot feest in Galerie Peter Leen XL in Breukelen (lees hier maar). Het ei was gelegd, de 1e editie van ‘The 70-Series and More’. Nu, vrijwel op de kop af één jaar later, vond op 4 oktober de opening plaats van editie 4 van deze zich door Nederland verplaatsende expositie. Bij Galerie Àlafran. In Diepenheim. Het kleinste stadje van Twente, maar wel het Stedeke van Kunst, Cultuur en Natuur.

dit jaar 4 oktober bij Galerie Àlafran

Dat klopt helemaal, dat zich afficheren als Stedeke van Kunst, Cultuur en Natuur. Want die stadsrechten waren er al in de middeleeuwen. Overigens zonder dat er ooit gebruik werd gemaakt van het bijbehorend recht tot bouwen van stadsmuren. En wat betreft die Cultuur en Natuur? Rond Diepenheim liggen niet minder dan zes kastelen en de nodige kunstzinnige tuinprojecten, te bekijken via speciaal daarvoor uitgestippelde routes. En de Kunst? Elk jaar in de herfstvakantie stroomt het Stedeke over van op kunst beluste bezoekers. Vanwege het Kunstmoment Diepenheim. Tien dagen, duizenden kunstliefhebbers, tientallen met kunst ingerichte locaties in Diepenheim zelf en de omgeving. Al jaren lang een heel speciaal gebeuren. Alleen dit jaar dus effe niet. Je kunt zelf wel bedenken waarom.

klein deel van ‘The 70-Series’ in Galerie Àlafran

Is dat ‘t? Nee. Wat dacht je van de grote expositiezalen van Kunstvereniging Diepenheim en het van het internationaal georiënteerde Drawing Centre. Maar bovenal is daar natuurlijk Galerie Àlafran. Eén van de mooiste galerieën in de wijde Twentse omgeving. Vind ik ten minste. Maar ja, ik ben natuurlijk niet geheel onbevooroordeeld na de al jarenlange samenwerking met galeristen Irma en Hugo Blank. Nu uitmondend in de 4e editie van mijn ‘The 70-Series and More’. Een editie die er opnieuw heel anders uitziet dan die eerste in Breukelen, dan de tweede in Galerie Persoon (Eersel) en dan de derde in Kunsthandel Vellekoop (De Lier).

aan de gang in mijn atelier voor editie 4 van ‘The 70-Series’

Telkens na afloop van een editie moest ik weer flink aan de slag. Ze vlogen namelijk weg, die werken van ‘The 70-Series’: 35 olieverfschilderijen van 20 bij 20 cm en 35 mixed media kunstwerken op alu-dibond van 25 bij 25 cm. En de afspraak was dat ’t er bij elke expositie weer 70 zouden zijn. Geen straf overigens, dat doorpezen. Want bij mijn geboorte stroomde er al verf door mijn aderen.  Beslist een pré in deze coronatijden. Want veel binnen blijven in mijn atelier en er lekker mijn fantasie laten gaan? Dat vond Toos helemaal niet erg.

de uitnodiging voor de expositie

Ten slotte moest ik wel de woorden waar maken die Irma Blank schreef in de uitnodiging bij deze expositie. Even twee citaten.

– ‘De semi-abstracte stadslandschappen van Toos van Holstein spreken al tot de verbeelding sinds haar afstuderen aan de kunstacademie in Tilburg.. Zij is nu 70 geworden en maakt een tournee langs haar vaste galeries, waarbij ze steeds 70 kleine schilderijen tentoonstelt naast een aantal grote.’

– En ‘een geoefend oog als dat van de Franse kunstcriticus Thierry Tessier ontdekt een ongekende reeks verwantschappen in haar werk. Zoals met Venetië door de kleuren. Op toga’s lijkende kleding van personages verwijzen naar de oudheid. Andere, meer specifieke motieven naar uitheemse culturen: een symbool doet denken aan China, een vis zou een christelijke metafoor kunnen zijn. Nooit zijn die referenties direct te herleiden of te dateren, het blijft altijd bij vage suggesties. Haar werk is een fusie van herinneringen, emoties, geuren en kleuren.’

Kan ik daar nog iets aan toevoegen? Dat ga ik niet eens proberen. Kom dat alles zelf maar controleren tot 29 november in galerie Àlafran aan de Grotestraat 45 (donderdag t/m zondag 13-17 uur). ’t Hangt echt prachtig!

beelden van de opening op 4 oktober

Oh ja, en als je dan toch in die buurten bent, vergeet een bezoek aan Museum No Hero niet. In Delden, gewoon een paar flinke steenworpen verder. Een nog te onbekende, verborgen kunstparel. Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS