Tagarchief: Djoser

De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal


De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal

‘Het is weer grijze-koppen-tijd.’ Aldus levensgezel een paar dagen geleden toen hij onderweg de nodige campers en caravans was gepasseerd. Met daarin voornamelijk pensionado’s. ‘Hé’, dacht ik, ‘misschien ook weer eens tijd voor een nieuw ReisKunst-verhaal’. Want dat past wel bij die jaarlijkse lentetrek van grijzende pensioentrekkers. Meestal richting zon en hogere temperaturen. In de periode waarbij voor de slagbomen van vakantie enclaves nog geen files staan.

Vorig jaar startte ik met die ReisKunst-verhalen. Verhalen over het hoe, wat, waarom en de inspiratie bij het ontstaan van sommige van mijn schilderijen. Lees en kijk die van vorig jaar er nog maar eens op na: ‘Mijn genderneutrale Maya Indiaantje’, ‘Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur’ en ‘Het Lijk in de Ganges’.

Toos van Holstein, Egyptian Night (olieverf)

Dit keer een ReisKunstverhaal over bovenstaand schilderij. Geïnspireerd door mijn eerste bezoek aan Egypte. Een reis trouwens die de rest van mijn leven sterk heeft bepaald. Sowieso was ’t al mijn eerste vakantie buiten Europa en dan ook nog naar een Arabisch land, naar een heel andere cultuur. En ook nog in m’n uppie, zij ‘t in een reisgezelschap. Met Djoser, toen de echte specialist voor Egypte. Maar, zo bleek, het werd ook de reis waarop ik toen-nog-niet-levensgezel ontmoette. Nou, als je daar geen inspiratie aan ontleent, waaraan dan wel?

Maar wat hebben die foto hierboven en dat schilderij met elkaar te maken? Één van de reisonderdelen was een riviertocht van twee dagen met ons gezelschap op drie van die typische Nijl zeilboten. De feluka. Behoorlijk grote houten boten met dat karakteristieke, prachtig vormgegeven zeil. Heel fotogeniek. Duizenden daarvan bevaren die mythische Nijl. Inspiratie te over dus voor een paar grote aquarellen die later thuis ontstonden. Zoals onderstaande.

een typische feluka op de Nijl
Toos van Holstein, Assuan (aquarel 85 cm-65 cm)

Aan het eind van de eerste vaardag werden de feluka’s aan de oever vast gelegd. Er ging eten bereid worden door de bootbemanning. En er moest ook geslapen worden, op dek onder de prachtige sterrenhemel. Wel op dunne matrasjes op een harde houten vloer. Niet echt comfortabel voor verwende, weke Westerlingen. Maar wie haalde er als enige van het gezelschap onderuit zijn reistas een luchtbed tevoorschijn? Toen-nog-niet-levensgezel! Menige jaloerse blik is hem ten deel gevallen toen hij bezig was met opblazen.

Intussen verzamelden zich op de licht glooiende oever de nodige Egyptenaren. Vooral mannen en kinderen. Waar ze allemaal plotseling vandaan kwamen? Geen idee. Maar ja, de vruchtbare Nijlstrook is heel wat dichter bevolkt dan ons platteland. Ze kwamen gezellig aapjes kijken en gingen daar op hun gemak voor zitten en liggen. Uur na uur. Van schemering naar donker naar nacht, ’t bleef er lekker druk. Ook toen de aapjes onder de open sterrenhemel onder zeil gingen.

Het beeld van die mannen en kinderen in hun onder het heldere maanlicht zacht opgloeiende witte, lange gewaden, die daar midden in de warme nacht nog steeds zaten te kijken, is me altijd bijgebleven. Met als gevolg diverse schilderijen. Zoals dus dat hierboven. En zoals ook onderstaande foto waarin we ’s morgens op ons gemak weer wakker liggen te worden.

’s morgens vroeg op de Nijl

Tot volgende week.

TOOS    

Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur, ReisKunst deel II


Sanaä, Jemen

Vorige week kondigde ik ’t al aan, Jemen. Waar ik een van mijn meest fascinerende reizen maakte. Zowel vanwege landschap, bewoners, cultuur als architectuur. Uiteindelijk ook een inspiratiebron voor flink wat schilderijen. Allemaal ontstaan natuurlijk vanuit mijn kunstenaarsslogan ‘For me art is travelling the mind’.

Toos van Holstein, Jibla (olieverfschilderij)

Het zogenaamd democratische Noord-Jemen, in feite nog een middeleeuwse stammenmaatschappij, en het min of meer communistische Zuid-Jemen waren een paar jaar eerder een door Noord-Jemen afgedwongen samenwerking aangegaan. Toerisme begon zich zeer mondjesmaat te ontwikkelen. En Djoser bleek de aangewezen reisorganisatie om mee op stap te gaan. Want daar in je uppie rondreizen? Zekers niet. Ook omdat ons Arabisch als een volstrekt onontgonnen terrein kon worden beschouwd.  Maar levensgezel wilde altijd al de oude hoofdstad Sanaä bezoeken vanwege de bijzondere architectuur en dit was dus de uitgelezen kans.

Sanaä, Jemen

Wat er nu nog van dat wonderbare oude Sanaä overeind staat? Geen flauwe notie. Maar dat land en bevolking door opnieuw onderlinge strijd, nu ontaard in een regionaal Arabische oorlog , volledig in de vernieling liggen is duidelijk. Overigens wel een goudmijn voor wapenfabrikanten, waaronder heel wat Westerse. Of is dat te cynisch gedacht?

De Jemenieten zelf, en dan vanzelfsprekend de mannen want vrouwen vormen er vooral een natuurlijk en nuttig bijproduct , zijn trouwens ook geen lieverdjes. Dat werd me destijds wel duidelijk. Geweld en wapengebruik zitten stevig in de nationale cultuur ingebakken. En daar komt dus dat pistool van onze Jemenitische chauffeur op de proppen.

We reden al een aantal dagen met onze reisgroep in vaste zetelverdeling in vier forse landrovers door berg en dal van Noord-Jemen. Op een dag zouden we overnachten in een op ruim 2500 meter hoog gelegen bergdorp. Ten minste, als er op dat moment geen wapengekletter was tussen plaatselijke stammen. Voorgaande reizen waren daar om die reden niet doorgegaan. We hadden zowaar mazzel, ’t was al even rustig.

Maar wat bleek beneden bij de steenslagweg omhoog? Georganiseerde blokkade. En we mochten alleen verder met pick-up trucks van de plaatselijke stam. Ze hadden zogezegd hun eigen toeristische verdienmodel uitgedokterd. Over de prijs viel natuurlijk wel te onderhandelen, geheel conform de nationale gewoonte. Onze Arabisch sprekende Nederlandse gids hield zich wijselijk afzijdig, onze chauffeurs waren aan zet. En zeker die van onze four wheel-drive, de oudste en kalmste. Wij moesten als tamme konijntjes in onze hokken blijven zitten. Wat zich bij de vanzelfsprekend woordrijke en verhitte onderhandelingen afspeelde? Dat kan ik hooguit raden. Maar op zeker moment komt onze chauffeur rustig terug wandelen, doet een vakje in het dashboard open en haalt daar tot onze stomme verbazing een overmaats pistool uit. Dat hij voor het verzamelde volk omzichtig ergens in zijn lange jurk verborg. Met wel de geruststellende opmerking dat we ons nergens zorgen over hoefden te maken, dit had niets met ons te maken.

Blijkbaar leidde deze onderhandelingstactiek tot een tevredenstellende overeenkomst. Wij dus met onze bagage, staand in de achterbakken van de trucks, ingewanden en hersensschuddend naar boven. Over een hobbelig geitenpad met diepe afgronden ernaast. De lekke band onderweg laat ik buiten beschouwing. Net zoals het ingestorte wegdeel met bijbehorend geklauter met bagage eroverheen en het bestijgen van al klaarstaande nieuwe trucks aan de andere kant van die instorting.

Dat we uiteindelijk hortend en stotend over een grote trap met uitgehouwen treden het dorp binnenreden heeft wel tot onderstaand schilderij geleid.

Toos van Holstein, Shihara (olieverfschilderij)

’t Werd een memorabel nachtje in het plaatselijke ‘paleis’. Wij vrouwen moesten gescheiden slapen van de mannen. Die natuurlijk een grotere en mooiere slaapzaal kregen. Met ook dikkere op de grond liggende matrassen. Wij kregen een bewaakster voor de zaaldeur, de mannen vanzelfsprekend niet. Maar wel hadden beide seksen in een zaalhoek een gat in de vloer waardoor je direct naar beneden keek op de binnenplaats. De WC! Precies zoals vroeger in onze middeleeuwse kastelen. Met dan vaak een slotgracht eronder. Zullen we ’t maar plaatselijke charme noemen? Het dorp was overigens weer van zo’n Jemenitische organische bouw die elke westerse architect verplicht zou moeten bestuderen.

Die fascinerende Jemenreis is er een om nooit te vergeten. En dan heb ik ’t nog niet eens gehad over dat in colonne rijden door de woestijn van de Marib. Met voor en achter ons door soldaten bemande jeeps met mitrailleurs erop. Standaardprocedure voor onze veiligheid. Er werden daar namelijk nog wel eens toeristen ontvoerd door stammen. Ook een standaardprocedure. Voor het vangen van losgeld. Tot volgende week.

TOOS

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen

Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

Kleur en chaos


In India moest ik natuurlijk wel gelijk mijn hand laten beschilderen

Lang geleden reisde ik rond in Rajasthan en omgeving in het noordoostelijk deel van India. Een reis die me altijd is bijgebleven. Een aantal weken geleden landde ik na flink wat uren vliegtuiggenoegen (of ongenoegen, ’t is maar hoe je dat ervaart) vroeg in de morgen, stram van lijf en leden, op het vliegveld van Chennai . Het vroegere Madras, in het zuidwestelijk deel van India. En al zitten er een paar duizend kilometers tussen die gebieden, want India is echt héééél groot, gelijk was er weer die herkenning van twee elementen. Uitbundige kleuren en heerlijke chaos. Twee Indiase kenmerken die in ons strak georganiseerde landje juist vaak ontbreken. Zie bijvoorbeeld onderstaand filmpje met een paar verkeersshots.

Menig Nederlands chauffeur zou er een stevige hartverzakking aan overhouden, zo niet een eersteklas hartaanval. En toch loopt ’t allemaal. Wel met heel veel getoeter maar zonder van die vreselijke opgestoken Nederlandse middelvingers en chagrijnige hoofden en ook vrijwel zonder stoplichten! Voor ons gevoel gaan ze tot het gaatje, of ook regelmatig tot in het gaatje, maar daar houden ze allemaal gewoon rekening mee. Echt een Hindoeïstisch wonder!

Claxonneren is zelfs verplicht zoals achterop veel vrachtauto’s valt te lezen: sound horn!

De chauffeurs zijn namelijk gewend vooral vooruit te kijken en de zijspiegel is er meer om je haar goed te kunnen kammen. Dus als achteropkomend verkeer geef je gewoon even een zo hard mogelijk toetersignaal dat je eraan komt. Middenin de stad is het dan ook altijd echt een klereherrie. Het zien vergaat je niet, het horen wel. Wettelijke normen voor de geluidsbelasting in decibel van gevels aan de verkeersweg? Ja hallo, dit is India!

Aan dat aantal verkeersdB’s dragen de claxons van de tuktuks, dat ongelooflijk grote leger van gele, heel wendbare wagentjes, substantieel bij. Je weet wel, die drie of vierwielertjes waarmee je voor een luttel bedrag van hot naar haar komt. Ideaal. Als je ten minste van te voren met de chauffeur maar een prijs afspreekt. Want toeristen zijn natuurlijk per definitie een prooi voor afzetterij. Maar is dat in Nederland fundamenteel anders?

Soms ook waant zo’n tuktukchauffeur zich een kloon van James Bond. Dan zit je ineens in een zinderende achtervolging waarbij een paar centimeter afstand van voorliggers ruim voldoende is terwijl een ruime centimeter aan weerszijden zijn tuktuk en de naastrijdende vervoersmiddelen schaafvrij houdt. Wat of wie hij dan achtervolgt? Geen idee! Want heeft hij het ene doelwit achter zich gelaten, dan springt hij wel weer achter een volgend aan. Ik heb mijn hart daarbij regelmatig vastgehouden, net als de hand van levensgezel, maar altijd weer kwam ’t goed.

Dan dat tweede kenmerk. Die uitbundige kleuren. Destijds in Rajasthan had ik daar al volop van genoten. De mensen zelf, de kleurrijke sari’s van de vrouwen, de aardkleuren van de eeuwenoude mogolpaleizen, al die beschilderde muren van de huizen, de chaos aan reclameborden. En met natuurlijk die vele overkleurige Hindoetempels met al hun beelden. Nu was ’t nog steeds niet anders.

Ik ging echt weer kopje onder in een andere cultuur, in een andere wereld. Een wereld die vanwege de in dit jaargetij altijd wel aanwezige zon de hele dag door schittert van de kleur. En iedereen die mijn werk kent, weet dan wat ik bedoel. Dat het daarbij overdag boven de 30 graden komt bij een vaak behoorlijk hoge vochtigheidsgraad? Ach, wie maalt daar om in zo’n sfeer.

Je kunt in India dan ook wel aan het fotograferen blijven. Gelukkig hebben we daarbij niks meer te maken met dat noodgedwongen zuinige gedoe in de ‘oertijd’ fotografie van een paar decennia geleden. Hoeveel rolletjes heb ik nog? Maak ik die foto nou wel of niet? Oeps, mijn rolletjes zijn bijna op! Toch maar niet dan. Kun je je dat nog voorstellen? Nu schiet je maar gewoon, raak of niet raak, weggooien kan altijd nog.

Voor deze aflevering heb ik tamelijk willekeurig even een heel snelle en heel kleine keus gemaakt uit de gigantische hoeveelheid die nu op de harde schijf staat. Hoe levensgezel en ik daar een uitgebreid fotoboek uit gaan brouwen? Dat wordt keuzestress tot en met. Beslist veel erger dan wanneer je tegenwoordig de Mediamarkt binnenloopt om een televisie uit te zoeken. En hoeveel stress roept dat al niet op!

Hoe dan ook, reken maar dat er de komende tijd meer ‘India’ voorbij gaat komen. Tot volgende week.

TOOS