Tagarchief: Djoser

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen
Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

Advertenties

Kleur en chaos


In India moest ik natuurlijk wel gelijk mijn hand laten beschilderen

Lang geleden reisde ik rond in Rajasthan en omgeving in het noordoostelijk deel van India. Een reis die me altijd is bijgebleven. Een aantal weken geleden landde ik na flink wat uren vliegtuiggenoegen (of ongenoegen, ’t is maar hoe je dat ervaart) vroeg in de morgen, stram van lijf en leden, op het vliegveld van Chennai . Het vroegere Madras, in het zuidwestelijk deel van India. En al zitten er een paar duizend kilometers tussen die gebieden, want India is echt héééél groot, gelijk was er weer die herkenning van twee elementen. Uitbundige kleuren en heerlijke chaos. Twee Indiase kenmerken die in ons strak georganiseerde landje juist vaak ontbreken. Zie bijvoorbeeld onderstaand filmpje met een paar verkeersshots.

Menig Nederlands chauffeur zou er een stevige hartverzakking aan overhouden, zo niet een eersteklas hartaanval. En toch loopt ’t allemaal. Wel met heel veel getoeter maar zonder van die vreselijke opgestoken Nederlandse middelvingers en chagrijnige hoofden en ook vrijwel zonder stoplichten! Voor ons gevoel gaan ze tot het gaatje, of ook regelmatig tot in het gaatje, maar daar houden ze allemaal gewoon rekening mee. Echt een Hindoeïstisch wonder!

Claxonneren is zelfs verplicht zoals achterop veel vrachtauto’s valt te lezen: sound horn!

De chauffeurs zijn namelijk gewend vooral vooruit te kijken en de zijspiegel is er meer om je haar goed te kunnen kammen. Dus als achteropkomend verkeer geef je gewoon even een zo hard mogelijk toetersignaal dat je eraan komt. Middenin de stad is het dan ook altijd echt een klereherrie. Het zien vergaat je niet, het horen wel. Wettelijke normen voor de geluidsbelasting in decibel van gevels aan de verkeersweg? Ja hallo, dit is India!

Aan dat aantal verkeersdB’s dragen de claxons van de tuktuks, dat ongelooflijk grote leger van gele, heel wendbare wagentjes, substantieel bij. Je weet wel, die drie of vierwielertjes waarmee je voor een luttel bedrag van hot naar haar komt. Ideaal. Als je ten minste van te voren met de chauffeur maar een prijs afspreekt. Want toeristen zijn natuurlijk per definitie een prooi voor afzetterij. Maar is dat in Nederland fundamenteel anders?

Soms ook waant zo’n tuktukchauffeur zich een kloon van James Bond. Dan zit je ineens in een zinderende achtervolging waarbij een paar centimeter afstand van voorliggers ruim voldoende is terwijl een ruime centimeter aan weerszijden zijn tuktuk en de naastrijdende vervoersmiddelen schaafvrij houdt. Wat of wie hij dan achtervolgt? Geen idee! Want heeft hij het ene doelwit achter zich gelaten, dan springt hij wel weer achter een volgend aan. Ik heb mijn hart daarbij regelmatig vastgehouden, net als de hand van levensgezel, maar altijd weer kwam ’t goed.

Dan dat tweede kenmerk. Die uitbundige kleuren. Destijds in Rajasthan had ik daar al volop van genoten. De mensen zelf, de kleurrijke sari’s van de vrouwen, de aardkleuren van de eeuwenoude mogolpaleizen, al die beschilderde muren van de huizen, de chaos aan reclameborden. En met natuurlijk die vele overkleurige Hindoetempels met al hun beelden. Nu was ’t nog steeds niet anders.

Ik ging echt weer kopje onder in een andere cultuur, in een andere wereld. Een wereld die vanwege de in dit jaargetij altijd wel aanwezige zon de hele dag door schittert van de kleur. En iedereen die mijn werk kent, weet dan wat ik bedoel. Dat het daarbij overdag boven de 30 graden komt bij een vaak behoorlijk hoge vochtigheidsgraad? Ach, wie maalt daar om in zo’n sfeer.

Je kunt in India dan ook wel aan het fotograferen blijven. Gelukkig hebben we daarbij niks meer te maken met dat noodgedwongen zuinige gedoe in de ‘oertijd’ fotografie van een paar decennia geleden. Hoeveel rolletjes heb ik nog? Maak ik die foto nou wel of niet? Oeps, mijn rolletjes zijn bijna op! Toch maar niet dan. Kun je je dat nog voorstellen? Nu schiet je maar gewoon, raak of niet raak, weggooien kan altijd nog.

Voor deze aflevering heb ik tamelijk willekeurig even een heel snelle en heel kleine keus gemaakt uit de gigantische hoeveelheid die nu op de harde schijf staat. Hoe levensgezel en ik daar een uitgebreid fotoboek uit gaan brouwen? Dat wordt keuzestress tot en met. Beslist veel erger dan wanneer je tegenwoordig de Mediamarkt binnenloopt om een televisie uit te zoeken. En hoeveel stress roept dat al niet op!

Hoe dan ook, reken maar dat er de komende tijd meer ‘India’ voorbij gaat komen. Tot volgende week.

TOOS