Tagarchief: École de Nice

!! Heb ik in Nice zomaar een Werelderfgoed-atelier !!


Dat onderste raam midden tussen die twee palmbomen op bovenstaande foto is niet zomaar een raam. Nee, dat is sinds 27 juli een zeer bijzonder raam. Een Werelderfgoed-raam! Maar daar had ik nog geen flauwe notie van toen ik begin juli dit plaatje schoot van het Palais Venise met daarop mijn atelier/appartement. Toen was ’t nog maar gewoon een raam van mijn woonkamer.

Want wist ik veel dat het stadsbestuur van Nice bij de Unesco het verzoek had lopen om delen van de stad tot Werelderfgoed te betitelen! Onder het motto ‘Nice, de stad van het winterresort aan de Rivièra’ vanwege de roemrijke en lange toeristische historie.  Nu geef ik ze natuurlijk helemaal gelijk, zeker ook omdat ‘mijn’ Palais Venise’ nog net binnen de grens van dit nieuwe World Heritage valt.

Kijk maar op de kaart bij pijl 1. Daar ligt de Rue Clement Roassal met mijn appartementencomplex uit 1910. Nog net binnen de grens. Net zoals trouwens Place Charles de Gaulle, dat naar links uitstekende kopje erboven, waar ik deze foto maakte.

Met op de achtergrond nog de zogenaamde Belle Epoque gevel van Palais Venise. Eigenlijk best frappant dat ik twee weken geleden hier in dit blog uitgebreid aandacht gaf aan dat prachtige Nice. Met daarin ook een foto van het uit 1897 stammende Regina. Het gigantisch grote hotel waar Queen Victoria regelmatig logeerde als één van die 150.000 wintergasten die destijds jaarlijks de Rivièra frequenteerden vanwege het heerlijke klimaat. En laat nu dat Régina ook binnen de grenzen vallen! Bij pijl 2, op de nu behoorlijk volgebouwde heuvelrug van de Cimier.

Nog steeds een zeer prestigieus deel van Nice met in die Belle Époque alleenhier en daar verspreid liggende, gigantische villa’s. Waaronder het huidige Musée Matisse, nu dus ook Werelderfgoed.

bij Musée Matisse

Dat doet mijn kunsthart heel erg goed. Juist omdat de stad Nice ook zoveel aan kunst doet. Dat werd me nog eens bevestigd toen ik ging kijken bij het eindpunt van de gloednieuwe Ligne 2. De tramlijn die, beginnend bij het vliegveld, vanuit een tunnel opduikt bij de Vieux Port, de Oude Haven (pijl 3 op de kaart). Want Nice zou Nice niet zijn als bij dat eindpunt niet ook een groot kunstwerk zou opduiken.

Le Vieux Port in Nice
waar een terrasje niet te versmaden is om in de zon lekker te lezen

Want zo werkt dat daar. In Frankrijk, en zeker in Nice, is men niet bang voor grote kunstzinnige gebaren. Waar je ’t dan wel of niet mee eens kunt zijn. In Nederland krijgen we door allerlei gedoe in commissietjes vaak van die niksige dingetjes in de openbare ruimte. Maar in Frankrijk mag ’t indrukwekkend worden. Zoals dus bij Le Vieux Port. En niet alleen daar. Want bij het voorlaatste ondergrondse tramstation zie je dit als je bovenkomt.

Want dat daar het bijbehorende park met het aangrenzende bibliotheekgebouw te gelijkertijd met de bouw van Ligne 2 zouden worden opgeknapt, lag op Niçoise denkwijze natuurlijk helemaal voor de hand.

Die sculptuur is van Claude Gilly, één van de oprichters van de zogeheten École de Nice. Een groep kunstenaars die zich eind jaren 50 manifesteerde met uiteenlopende soorten kunst. Sommigen schopten ’t zelfs tot internationale faam. Zoals Arman, Yves Klein, Bernar Venet en César. Logisch dat die École de Nice geëerd wordt! Zoals met dit, letterlijke, hoofdgebouw van Sosno waarin zich een deel van de Centrale Bibliotheek bevindt.

Nog wat voorbeelden?

Arman die vooral bekend is geworden met zijn doorgezaagde muziekinstrumenten.

César die auto’s verfrommelde en van wie overal ter wereld zijn duimen zijn te vinden. Dus zeker in Nice bij de ingang van het stadhuis.

En Venet, over wie ik in 2019 hier al eens schreef. Hij kon 2x breed uitpakken aan de Promenade des Anglais.

 En bovenop de Paillon, de nu onzichtbare rivier die langs de middeleeuwse stad stroomt. Op onderstaande foto sta ik er zelf ook bovenop bij een kopie van Michelangelo’s beroemdste beeldhouwwerk, de David.

Zie je ook die toren daar? Nou, zoek die ook maar even op in deze oude foto waar vrouwen nog de was doen in de nog niet overdekte Paillon.

Nog meer indrukwekkende kunst in de openbare ruimte?

Deze figuren op de Place Massena zijn van Jaume Plensa. Hé, Plensa? Die naam zou je kunnen kennen. Want hij mocht in 2018, toen Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was, een prachtig groot werk plaatsen voor het station daar.

Nog een toetje? Vooruit! Niki de Saint Phalle bij het Mamac, het museum voor moderne kunst. Ook al bovenop die Paillon gebouwd.

Begrijp je dat ik nu lekker trots zit te werken in mijn Niçoise Werelderfgoed-atelier?

En dat ik, toen dat bekend werd, met levensgezel bij een temperatuur van rond de 30 graden daarop  ben gaan proosten met een heerlijk koud pilsje op het terras aan de kop van Palais Venise? Wel in de schaduw dan!

Tot volgende week.

TOOS

Én een dijk van een wijf én one of the boys, Niki de Saint Phalle


Vrijdag de 13e een ongeluksdag? Hoezo! Donderdag 12 maart kom ik aan in Nice, vrijdag 13 maart loop ik daar met mijn Nicoise vrijkaart gratis het Mamac binnen, het museum voor de moderne kunst, en zaterdag 14 maart sluit dat plotsklaps voor onbepaalde tijd. Parijse corona-beslissing! Ik had dus gewoon dikke mazzel op die vrijdag de dertiende. Want ik wilde in de week dat ik in Nice zou zitten hoe dan ook absoluut beslist per se naar dat Mamac. Dat zit zo.

in het Mamac bij een werk van Niki de Saint Phalle

Niki de Saint Phalle

Als ik in Nice ben, ga ik sowieso altijd wel een keer. Voor de speciale tijdelijke tentoonstelling én zeker ook voor de zalen gereserveerd voor de ruime collectie van het museum zelf. Met meestal werk van kunstenaars uit de zogenaamde École de Nice.  Maar die zogenaamde School van Nice komt nog wel eens. Dit keer ging ik gericht voor Niki de Saint Phalle (1930-2002), een vrouwelijke kunstenaar die ik steeds meer ben gaan waarderen. En dan niet zozeer vanwege al haar kleurige, rondborstige, dijïge, reuzengrote en ook kleine Nana’s die je over de hele wereld kunt vinden. Nee, veel meer vanwege de kunst die ze maakte in aanloop naar die aaibare, vrolijke Nana’s. Kunst die ik leerde kennen juist in het Mamac. Want uit die periode waarin ze zich ontwikkelde als feministe, als een vrouw die zich niet weg liet blazen in de kunstwereld van de mannen, als iemand die duidelijk succes wilde hebben, als een dijk van een wijf dus, heeft het Mamac een grote verzameling. Honderd en negentig kunstwerken. Door Niki, Française van geboorte, in 2001 aan het museum geschonken bij een grote overzichtsexpositie van haar.

een kunstwerk uit haar schenking

Maar waarom wilde ik hoe dan ook absoluut beslist per se gaan kijken in die week in maart? Omdat ik niet lang daarvoor een grote tentoonstelling van haar werk had gezien in het Scheveningse ´Beelden aan Zee´. Een prachtig aan de boulevard gelegen en toch verscholen in de duinen gebouwd museum. Met een teleurstellende expositie. In mijn ogen dan. Want heel veel andere bezoekers vermaakten zich uitstekend met al die vrolijke Nana´s en met de gekleurde fantasiekatten, slangen en andersoortige fabeldieren. Die zelfs op carrouselachtige platforms alsmaar aan het ronddraaien waren.

een paar foto’s van de expositie in Beelden aan Zee

een oer-nana, uitgeleend door het Mamac

Juist dat irriteerde me. Net zoals het feit dat ’t vooral om die welbekende Nana´s draaide, letterlijk dus, en veel te weinig over de aangrijpende, intrigerende kunst die ze eerder maakte. Zoals de oer-nana’s en haar schietschilderijen uit de jaren 60/70 waar juist in het Mamac de nadruk op ligt. Zonder kermistoestanden er omheen. Kunst ook met een achtergrond.

in de Niki de Saint Phalle zaal van het Mamac

Geboren in Frankrijk, opgegroeid in de USA, als kind misbruikt door haar vader, van een katholieke school weggestuurd, een paar jaar in een meisjesinternaat, daar het feminisme ontdekt, fotomodel, op 19-jarige leeftijd getrouwd, twee kinderen, naar Frankrijk om daar al snel te scheiden waarbij de kinderen aan de vader worden toegewezen, zonder opleiding met kunst begonnen en juist in de kunstwereld je levenspartner, de opkomende ster Jean Tinguely, tegengekomen. Zoiets vormt natuurlijk je karakter. Ze werd daardoor ook, zoals ik dat interpreteer, one of the boys. Kijk alleen maar naar onderstaande foto’s. Gemaakt toen ze meedeed met een expositie in het Amsterdamse Stedelijk Museum, nog onder leiding van de legendarische directeur Sandberg. Die beelden spreken voor zich.

in Amsterdam, met links van Niki haar levenspartner Jean Tinguely

ook in Amsterdam, met Sandberg zittend op de trap

Of haar oer-nana’s mogelijk uit dat misbruik in haar jeugd voortkomen? Zou heel goed kunnen. Maar zoiets duiden laat ik liever aan de Freuds in onze wereld over. In ieder geval zijn ze uniek.

twee van de oer-nana’s in het Mamac met rechts die uitgeleende van een foto hierboven

Net zoals haar schietschilderijen, de zogenaamde Tirs. Kijk maar eens naar dit filmpje.

Sommigen zullen ’t niks vinden, ik geniet ervan. In het Mamac hangt onderstaande. En op internet kwam ik nog een foto tegen dat ze juist op dit werk aan het schieten is.

Aaibaar zoals de latere Nana’s? Nou nee, niet direct! Dat geldt trouwens ook voor een reeks altaren die ze maakte. Misschien iets vanwege haar niet in dank afgenomen katholieke opvoeding?

zo’n altaar in Beelden aan Zee

een veel groter altaar in het Mamac, met lekker veel pistolen erop

Maar uiteindelijk stroomde door het wereldwijde succes van haar Nana’s de bankrekening zodanig over dat ze in Toscane een droom kon realiseren. Haar nu beroemde Giardino dei Tarocchi, gebaseerd op figuren van Tarotkaarten. Twintig jaar werk zit daarin. Hier vind je een uitgebreide documentaire over die tuin die ooit op NPO2 werd uitgezonden.

Ik moet er nog trouwens steeds heen, echt een lacune in mijn kunstontwikkeling. Maar wie weet lukt dat in het jaar 1 n.C. van onze nieuwe jaartelling. Het jaar 1 na Corona. Tot volgende week.

TOOS

École de Nice en de luiheid van kunstrecensenten


MAMAC met een sculptuur van Niki de Saint Phalle ervoor

Je hebt de Haagse School, de Larense School, de goeie ouwe lagere school en in België de Latemse School. Of in Frankrijk de School van Barbizon en de École de Paris. Overal Scholen met een hoofdletter. Afgezien dan van die vertrouwde lagere school allemaal verzinsels van schrijvers over kunst. Die gedachte kwam in me op toen ik kort geleden in Nice in het MAMAC, het museum voor de moderne kunst, een overzichtsexpositie bezocht van de École de Nice.

Want ’t is natuurlijk lekker makkelijk als je een stelletje heel diverse kunstenaars die uit een bepaalde streek komen en heel soms ook nog in een overeenkomstige stijl werken allemaal in een achteraf verzonnen hokje te plaatsen. Onze chaotische wereld toch maar overzichtelijke ingedeeld in rubriekjes en tabelletjes is ten slotte wel zo prettig. Zo bestaat die School van Barbizon uit kunstenaars die voor het eerst  echt buiten gingen schilderen. In de buurt van Barbizon dus, niet al te ver van Parijs. Dat werd mogelijk door de uitvinding van de zinken tube in 1841. Eindelijk konden ze olieverf  langdurig bewaren. Een revolutionaire vinding die de kunstwereld definitief veranderde. Want zonder verftube geen impressionisten! Maar dat is een ander verhaal.

installatie van Martial Raysse op de tentoonstelling

Zo is ooit ook achteraf de École de Nice, de School van Nice, verzonnen voor een zeer diverse groep kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars die allemaal wel wat met Nice en omgeving hadden te maken. Omdat ik daar regelmatig verkeer, kan ik moeilijk om ze heen. Daar zorgt dat MAMAC wel voor. Dat is ’t aan zijn Niçoise stand natuurlijk verplicht die kunstenaars voortdurend in een mediterraan zonnetje te zetten.

Nana’s van Niki de Saint Phalle

Zelf heb ik dat al eens gedaan met Yves Klein (1928-1962) en zijn speciaal door hem ontworpen en gepatenteerde Yves Klein blauw. Ook kwam Niki de Saint Phalle (1930-2002) al wel ter sprake. Overgewaaid vanuit Amerika en door de liefde en de kunst aan de Côte d’Azur verbonden geraakt. Maar er zijn ook nog de beroemd geworden Ben (1935), Arman (1928-2005) en César (1921-1998). Naast diverse anderen die ’t niet wereldwijd hebben gemaakt. Het grootste deel ervan is trouwens al overleden. Maar sommigen van die nu ouwe knakkers schuurden al op jonge leeftijd tegen die École de Nice-groep aan  en houden zich nog steeds min of meer op de been. Dat weet ik omdat ik hun broze verschijningen nog wel eens meemaak bij vernissages van  Galerie Quadrige. De galerie waarmee ik al sinds de jaren 90 samenwerk. Maar wie hier in Nederland ooit heeft gehoord van Aloco, Monticelli of Viallat mag nu een vinger opsteken. Dat worden er vast niet veel.

Dit jaar zijn voor een aantal maanden twee verdiepingen van het MAMAC gewijd aan een overzichtstentoonstelling van de hogere en de lagere goden van de groep. Altijd is er van die hogere wel ’t nodige te zien in de vaste collectie. Maar nu heeft men de magazijnen eens heel goed doorgeplozen op meer. Interessant om te zien dat veel van die toen nog jonge kunstenaars vaak werkten met goedkoop afvalmateriaal om hun kunstdrang te kunnen uiten. Een soort recycling avant la lettre.

assemblages van diverse kunstenaars met restmateriaal

Zo begon Arman bijvoorbeeld meubels en oude muziekinstrumenten door te zagen en de losse stukken weer esthetisch met elkaar te verbinden. Dat werd zo gewaardeerd dat ’t uitgroeide tot zijn core-business.

de core-business van Arman

César had waarschijnlijk ooit in een grote pers een autowrak zien verfrommelen tot een groot metalen blok en bedacht dat dit ook kon met andere afvalmaterialen van metaal. En zie daar, César werd er bekend mee.

werk van César

Ben Vautier, maar zijn achternaam laat hij weg, zocht ’t in de jaren 60 meer in de meest maffe performances in de straten van Nice (https://vimeo.com/64392276)

Ook begon hij allerlei zelf verzonnen korte teksten op papier te zetten. En zie, nu sieren die de tramhaltes in Nice.

installatie van Ben

teksten van Ben bij de tramhaltes in Nice

En Yves Klein was behalve met zijn blauw ook al bezig met photoshoppen ver voordat de computer op onze bureaus terecht kwam.

Hoezo dus een School? Van Arman zag ik trouwens nog een installatie waarvoor hij in 1975 in New York zijn slaapkamer enigszins had verruïneerd met een bijl. Er zijn dronken popsterren onder de dope die ’t hem niet nadoen.

Best grappig, je moet ’t maar durven dat als kunst te tonen. Maar het interessante was dat ik gelijk moest denken aan onderstaande foto.

Een installatie uit 1998 van de nu wereldberoemde Engelse Tracey Emin. Ooit verkocht voor ongeveer een miljoen Engelse ponden. Duur bedje dus. Maar ja, bij de prijs inbegrepen waren wel een aantal gebruikte condooms. Toeval, die gelijkenis? Geen idee! Overigens wel een intrigerende gedachte. Tot volgende week.

TOOS

Gitareske kunst


Kunsthandelaar Ferrero heeft een deel van zijn grote collectie geschonken aan zijn stad Nice. Nou, dat is dan leuk voor Nice zul je misschien denken,maar  moet ik daar verder iets mee? Niet persé natuurlijk. Maar het leuke is wel dat ik daardoor vorige week onverwacht naar een werk met doorgezaagde gitaren stond te kijken .

ferrero1a

Kirke
Kirke

Een kunstwerk van de best redelijk wereldberoemde Niçoise kunstenaar  Arman (1928-2005.) In een nieuw museum in Nice dat aan die collectie van Ferrero is gewijd. En dat terwijl er op dit moment in Venetië ook een kunstwerk met gitaren is te vinden, maar dan van mij. Mijn Kirke die met haar rok van doorgezaagde gitaren en gitaarstukken gewoon lekker staat te staan in de Sala del Portale aan de Campo San Lorenzo.

Toeval? Zeker weten! Maar toch wel een heel frappant toeval waaruit opnieuw blijkt dat in de kunst alles al wel eens een keer is gebeurd. Ook met doorgezaagde gitaren dus. Het is eigenlijk net als kok spelen. Bij voedsel staat je een beperkt aantal ingrediënten ter beschikking, maar daarmee is een ongelooflijk aantal variaties te bedenken.

Nu zit er bij die gitaren van mij wel een verhaal. Zoals eigenlijk altijd bij mijn schilderijen en beelden. Een verhaal dat ik meestal voor mijzelf bewaar. Want kijkers, vind ik, moeten gewoon zonder verhaalbezwangering van mijn kant hun eigen ideeën kunnen vormen. Maar voor die gitaren maak ik hier nu even een uitzondering vanwege dat toeval.

Kirke, ook wel als Circe geschreven, is een tovenares uit de Odyssee van Homerus en woont op het eiland Aeaea. Ze vindt het wel spannend om mannen in beesten te veranderen. Letterlijk dus! Dat gebeurt ook met de scheepsbemanning van onze grote held Odysseus als hun schip na veel omzwervingen bij Aeaea aankomt. Zijn mannen worden veranderd in varkens, overigens wel met behoud van hun verstand. Om een lang verhaal verder kort te maken, onze moedige en slimme Odysseus weet, met een beetje hulp van de god Hermes,  Kirke die betovering ongedaan te laten maken. Maar daarvoor moet hij wel al zijn mannelijke charmes in de strijd gooien. Hij weet haar zo te  bespelen dat ze verliefd op hem wordt en hem zelfs nog kinderen baart. Vandaar dus die rok van doorgezaagde gitaren. Een metafoor voor dat bespelen van Kirke door Odysseus.

Kon ik ook zo’n verhaal bedenken bij die gitaren van Arman toen ik daarvoor stond? Nee, eigenlijk niet. Hij heeft destijds, als kunstenaar in de stroming van het Nouveau Réalisme, gewoon een compositie gemaakt van al die verzaagde gitaaronderdelen en dat was het dan. In die tijd, de jaren 60 en later, hebben heel wat van dit soort werken zijn atelier verlaten om verspreid te raken over de wereld. In zowel musea als particuliere verzamelingen. En zeker dus in die collectie van galerie eigenaar Ferrero die hem vertegenwoordigde. Op weg naar de Promenade des Anglais aan het strand ben ik heel wat keertjes bij Galerie Ferrero langs en soms ook binnengelopen. Met in de etalage en binnenin altijd wel werk van Arman. Of van Yves Klein, César of Niki de Saint Phalle, ook wereldberoemde Franse kunsticonen.

Espace Ferrero
Espace Ferrero

ferrero4 Maar nu is er dan sinds kort de Espace Ferrero met daarin werk van al die kunstenaars. Een gebouw grenzend aan de Cours Saleya. Dat zal veel toeristen weinig zeggen. Maar bij de naam Marché des Fleurs, de Bloemenmarkt, zullen vele ogen wellicht oplichten. Oh, daar! Ja, inderdaad, daar. In een groot pand waar destijds, zoals ik bij een bezoek wel eens heb ervaren, altijd ijverig stadsplanningambtenaren met mapjes onder de arm heen en weer liepen. Nu heerst er de serenere museumsfeer. Al weer een museum erbij dus! Nice begint als culturele hoofdstad van de Côte d’Azur ook een echte museumstad te worden. Naast alle andere aantrekkelijkheden die de stad al heeft.

still uit de Taiwanese video
still uit de Taiwanese video

Dat ervaar ik telkens weer als ik er voor een poosje in mijn atelier neerstrijk. Zoals nu. Even bijkomen van de Venetiaanse vermoeienissen voordat ik over een paar weken opnieuw richting Dogenstad ga. Voor het einde van mijn expositie daar en voor de Biënnale. Want daar heb ik nog maar een klein stukje van kunnen zien. Wel zag ik al de landenbijdrage  van Taiwan. Een video waarin een bepaald muziekinstrument een belangrijke rol speelt. Je mag één keer raden welk. Heel goed, een gitaar! Een opvouwbare nog wel. Toch wel frappant, al die kunstige gitaren. Tot volgende week.

TOOS