Tagarchief: Florence

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat ’t om een toen net uitgebracht apparaat. “Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou”. Dus in zijn ruim bemeten auto, ’t is natuurlijk wel Amerika, op naar zo’n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo’n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.

de handtekening van Hockney

Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award “Lorenzo il Magnifico”for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen.

Hockney in Florence 2003
China Diary

Dus had ik zijn ‘China Diary’ van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

 

En nu is er dan de tentoonstelling ‘Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te ‘plat’. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo’n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. ’t Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.

iPad schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn ‘echte’ schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.

Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.

Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn ‘China Diary’ waard zijn? Tot volgende week.

TOOS

Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is ’t eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet ‘Rome’. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.

het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt

Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z’n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.

Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. ’t Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. “Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?” Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.

de binnenplaats van het complex voor de Biennale

Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of ’t nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? ’t Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z’n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.

de hoek
de deur van het restaurant
de kelder

Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe ’t stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was ‘t! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.

GoogleMap foto met middenin die kubus op het dak en links het station

Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.

TOOS

Een Haarlemse Leonardo da Vinci: groots in klein en groot


het Teylers Museum in Haarlem aan de Spaarne

Tegenwoordig schijn je zonder bucket list geen noemenswaardig bestaan meer te kunnen hebben. Zo van ‘wat heb jij nog op je bucket list staan?’ Een raar woord, dat bucket list. Hoezo bucket? Dat is toch een emmer? Een emmerlijst! Nou, gooi maar in mijn emmer!Dan blijf ik toch liever bij dat goeie Nederlandse verlanglijstje. En op mijn lijstje staat al heel lang ‘Milaan’. Toch komt ’t er op de een of andere manier maar niet van. Van een bezoek aan de wereldberoemde kathedraal daar. Of aan de musea met kunstschatten uit de roemrijke renaissancetijd. Een tijd waarin Milaan en Florence elkaar letterlijk en figuurlijk de tent uitvochten op kunst en oorlogsgebied .

kaart van Milaan in de Renaissancetijd

Óf, en dat staat echt bovenaan, Leonardo da Vinci’s muurschildering van Het Laatste Avondmaal. In het Santa Maria delle Grazie klooster. Gelijk bij het ontstaan in de jaren 1495 tot 1498 al beschouwd als een  kunstwonder van de bovenste orde. De expressiviteit in gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen die Leonardo in Jezus en zijn apostelen aanbracht, was volstrekt revolutionair. Toen al moest iedereen het zien en ook nu nog is het een trekpleister van jewelste. Ondanks de, achteraf gezien, verkeerde materialen die de experimenteel ingestelde Leonardo gebruikte waardoor al heel snel verval optrad. En ondanks alle vele en foute restauraties die er daarna overheen zijn gegaan.

Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci in het Santa Maria delle Grazie

Gelukkig heb ik nu die Milaanschade op mijn verlanglijst ietwat kunnen bijwerken. Nog wel heel dichtbij ook. In Haarlem namelijk. In het Teylers Museum. Want daar hangt nu in een aparte zaal een waarheidsgetrouwe replica van dat Laatste Avondmaal op de ware grootte van 4,40 bij 8,80 meter.

kopie van Het Laatste Avondmaal in Teylers Museum
detail

 Wel in combinatie met, in andere zalen, veel tekeningen van Leonardo die soms het formaat van een beetje overmaatse postzegel nauwelijks te boven gaan. De naam van die expositie? ‘Leonardo da Vinci’. Daar is vast heel heftig over gebreinstormd. Maar dat doet niets af aan een voor Nederland absoluut unieke tentoonstelling. Zoveel werk van die wereldberoemde homo universalis is er volgens mij nog nooit in ons land te zien geweest.

Leonardo da Vinci: kunstenaar, wetenschapper, ingenieur, lopende encyclopedie en al eeuwenlang een onuitputtelijke bron voor speculatief nieuws en mysteries. Is die ‘Salvator Mundi’ die vorig jaar voor $450.000.000 naar Abu Dhabi verdween nou echt wel door hem zelf geschilderd? Eigenlijk best grappig dat zo’n volstrekt christelijk schilderij nu goede sier moet maken in een nieuw museum in een islamitisch land. En heeft Leonardo zelf nog meegeschilderd aan een kopie van Het Laatste Avondmaal die na wat rondzwervingen rond 1545 terecht kwam in de abdij van het Belgische Tongerlo? Een behoorlijk exacte kopie waarvan nu een fotografische kopie in Haarlem hangt tegenover die kopie van het werkelijke werk uit Milaan. Het copyright is hopelijk allemaal goed geregeld.

kopie in Haarlem van de kopie van Het Laatste Avondmaal in de abdij van Tongerlo

Da Vinci hoeft in de kunstenaarshemel blijkbaar maar met zijn ogen te knipperen of ’t wordt in de aardse pers breed uitgemeten. Zijn Mona Lisa? Er wordt nog steeds wat nieuws bij bedacht. Of zijn verloren gewaande fresco ‘De Slag van  van Anghiari’? Heeft ie dat nou echt wel gemaakt?  Of zit het in het Palazzo Vecchio van Florence verborgen achter een muur met daarop een fresco van Giorgio Vasari (1511-1574)?Allemaal prachtige, andere verhalen.

zaaloverzicht van de tekeningen van Leonardo in het Teylers

Ik zou maar gewoon naar het Teylers Museum gaan. Voor reële ‘da Vinci’s’. Met als kern de vele tekeningen die hij maakte van krijgerskoppen, volkse types, misvormde tronies en mooie vrouwen. Levensechte gezichten naast karikaturen die in de Muppetshow niet zouden hebben misstaan.

Koppen die, zo blijkt in Haarlem, ook inspiratie opleverden voor talloze andere kunstenaars. Zowel nog tijdens als na da Vinci’s leven. En terecht. Want zoals hij kon tekenen? Hoe hij met maar een paar harde of zachte pen en krijtlijntjes ogenschijnlijk achteloos geweldige accenten kon creëren? Een heel groot kunstenaar die niet voor niets nog steeds fascineert. Tot volgende week.

de wetenschapszaal van het Teylers vroeger en nu

TOOS

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Madonna’s met Kind, heilige borsten en een import-Amerikaan


Artemisia Gentileschi, zelfportret op jonge leeftijd,1615
Artemisia Gentileschi, zelfportret op jonge leeftijd,1615

Madonna’s con Bambino, Madonna’s met Kind. Vorige week zag ik mij door een artikel over Artemisia Gentileschi (1593-1652) ineens weer, zij ’t jaren geleden, door de zalen van het museum van Siena in Toscane lopen.  Door zalen vol met middeleeuwse Madonna’s met kind. Een associatie natuurlijk helemaal passend in deze tijd rond Kerst. Zeker als je katholiek bent opgevoed.

Die Artemisia is een van mijn grote schilderheldinnen. Uit de tijd waarin het voor vrouwen abnormaal was kunstenaar te worden en daarmee ook nog je geld te verdienen. Over haar en haar bijzondere leven schreef ik al wel eens eerder. Ga er maar aan staan: als jonge vrouw verkracht worden, een vreselijk proces daarover moeten doorstaan waarbij je vingers, je gereedschap in feite, worden gemarteld, toch je leven als schilder weer oppakken, beroemd worden en als eerste vrouw worden toegelaten tot de beroemde Accademia dell’Arte del Disegno in Renaissancestad Florence. En ook nog een levenslange vriendschap met de grote geleerde Galileo Galilei. Een geweldige en krachtige vrouw dus.

Wat mij in dat artikel speciaal triggerde, waren de Madonna’s met Kind van Artemisia. Ik wist niet dat zij die ook had gemaakt.

Artemisia, Maria met slapende Jezus
Artemisia, Maria met slapende Jezus

Terwijl ik er in de loop der jaren toch vele, vele honderden in dat genre heb gezien. Van vele, vele kunstenaars uit de Middeleeuwen en daarna. Zeker dus daar in Siena. In het beroemde Uffizi museum van Florence was ik er daarvoor ook al flink wat tegengekomen.  Maar de Pinacoteca Nazionale van Siena sloeg alles met nog een paar honderd meer. Dertiende en veertiende eeuws  nog primitief plat of vijftiende eeuws al met perspectief. Met baby Jezus liggend of staand op Maria’s schoot, onbevlekt klein ontvangen of al onnatuurlijk groot uit de kluiten gewassen. In Maria’s linker of rechterarm, met of zonder zichtbaar piemeltje. Of zelfs zogend aan een van Maria’s heilige borsten. Madonnamoe komt als woord waarschijnlijk niet voor in de Grote Van Dale, maar daar in Toscane kun je dat heel goed worden. ’t Was in de Middeleeuwen natuurlijk ook een schildersindustrie van jewelste. Elke kerk, elke kapel, elk klooster, elke hoogwaardigheidsbekleder had er wel een paar hangen. En Artemisia heeft ze dus blijkbaar ook gemaakt. Mooie natuurlijk. Want voor slecht schilderen had ze geen aanleg, daar zou ze echt moeite voor hebben moeten doen. Dat blijkt wel uit onderstaand werk met Madonna dat ze al voor haar 18de maakte. Later maakte ze er nog zo een. Kijk eens naar de verschillen.

Artemisia, madonna met kind, rond 1610
Artemisia, madonna met kind, rond 1610
Artemisia, werk een aantal jaren later
Artemisia, werk een aantal jaren later

Ik kwam door dat artikel dus gelijk al in de kerstsfeer. Geen kerstboom nodig. Die kwam er trouwens in ons ouderlijk huis op vaderlijk gezag niet eens in. Een heidens symbool, dat was ‘t. Onderdeel van heidense Germaanse riten rond de Midwinterfeesten wanneer de langste nacht voorbij was. Al ver voor Christus. Dat hoorde niet bij de Rooms-Katholieke kerk. Nu geldt dat niet meer. Maar kun je je voorstellen dat dit wereldwijde kerstsymbool pas in 1982 op het grondgebied van het Vaticaan werd toegelaten? Overigens, zeg nu maar eens dat de kerk niet voor verandering vatbaar is!

Als ze nu maar niet zo ver gaan om Santa Claus heilig te verklaren. Want met die dikbuikige, raar gemutste en zogenaamd lollige Amerikaanse afgeleide van onze statige eigen Sint Nicolaas met mijter heb ik helemaal niks. Zeilt ie ook nog eens op volstrekt onnatuurlijke wijze in een arrenslee met rendier ervoor door de lucht omdat ie zonodig onze Sinterklaas met z’n op het dak lopende schimmel op Amerikaans superieure wijze wil verslaan! Nee, voor mij hoeft die import-Amerikaan niet. Dan heb ik toch liever, al ben ik niet meer gelovig, de esthetiek van de Madonna met Kind. En zeker die van Artemisia. Maar in de kunstzinnige esthetiek van de kersboom op de Markt in Brussel kan ik mij ook wel vinden. Een voordeel ook dat ie geen naalden kan verliezen. Wat zou het Vaticaan daarvan vinden?

kerstboom op de Markt in Brussel
kerstboom op de Markt in Brussel

Tot volgende week in 2017.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen
schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

Boeddha’s, nog meer Boeddha’s en dan nog veel meer


Boeddhabeelden
Boeddhabeelden

Boeddha 2 In het Frans hebben ze er twee mooie woorden voor om het verschil aan te geven: artiste en artisan. Kunstenaar en ambachtsman/maker. Is bijvoorbeeld een architect of ontwerper nu een artiste of een artisan? Er lopen heel wat beroemde architecten en designersego’s rond die zichzelf graag onder de eerste categorie geschaard zien, maar ik neig toch meer naar die tweede.  Omdat voor mij kunst en emotie sterk met elkaar verbonden moeten zijn en de artisan veel meer bezig is met gebruiksfuncties. Maar ja, de scheidslijn is soms dun.

Bij mijn reis door Laos en Cambodja werd ik weer eens met dat dilemma van “is het kunst of is het prachtig vakwerk” geconfronteerd. Want je komt daar natuurlijk heel veel Boeddhistische tempels tegen met daarin dus heel veel beelden van Boeddha. En niet alleen in die tempels, vanzelfsprekend ook daarbuiten. Je kunt er zelfs wel eens een beetje Boeddha-moe van worden. Hoeveel honderden miljoenen Boeddhabeelden zouden er in de loop van de eeuwen niet zijn geproduceerd? Allemaal in een beperkt aantal voorgeschreven houdingen. Toch is er dan af en toe ineens weer een beeld dat er uitspringt, dat je door uitvoering en kleur raakt. Het over-overgrote deel is alleen maar artisan-werk, maar is dat af-en-toe beeld dat je raakt dan kunst?

Boeddha 3Boeddha 4Boeddha 5Boeddha 6Boeddha 7Boeddha 8

Boeddha 9 Ik ben er voor mijzelf niet uit omdat de scheppers van die beelden zo sterk aan voorschriften zijn gebonden. Heb je voor het maken van kunst niet veel meer vrijheid nodig? Waarom maakten in de 15de eeuw in Vlaanderen de zogenaamde Vlaamse Primitieven als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memling de prachtigste werken? Kort door de bocht geformuleerd omdat ze voor een rijke burgerij konden werken en als kunstenaar niet meer alleen van opdrachten van de kerk afhankelijk waren. En geldt datzelfde niet ook voor de opkomst van de Renaissance in  Florence? Ook in die 15de eeuw.

 

Hoe dan ook, ik kwam op mijn tocht in Zuidoost Azië heel veel Boeddha’s tegen en heb daar dus ook heel veel foto’s van. Oordeel zelf maar aan de hand van de selectie hier. Is het werk van een artiste of van een artisan?

Boeddha 10

Boeddha 11Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein