Tagarchief: galerie Quadrige

To steendruk or not to steendruk, that’s the question


in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard

 Een paar weken geleden zat ik in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard te praten met de directeur Maarten Kentgens. Om twee vliegen in één klap te slaan. Want al een hele poos loop ik rond met het idee om weer eens een paar steendrukken te maken op de grote pers in het museum, waarover straks meer. En er loopt nu een prachtige expositie over een van de bekendste steendrukkunstenaars ter wereld, Alfonse Mucha (1860-1939). Wie kent ze niet? De affiches die de grondslag legden voor de Art Nouveau in Parijs.

Heel wat kamers werden ermee versierd toen in de jaren 1960/70 het Nederlandse bedrijf Verkerke Reproducties begon met de verkoop van goedkope kunstposters. Over de hele wereld vond je ze, de Verkerke-posters. Zo herinnerde levensgezel zich direct dat hij op zijn Leidse studentenkamer een paar Mucha’s had hangen en dat die mogelijk nog ergens op zolder stonden. En ja hoor, daar vond hij ze! Verstopt in een hoekje. Destijds zelf opgeplakt op spaanplaat, nu behoorlijk verbleekt en ook niet echt meer geweldig toonbaar. Kijk maar.

Dan hangen de oorspronkelijke litho’s van Mucha er in het Steendrukmuseum heel wat frisser bij (nog tot 27 september met misschien een verlenging). Indrukwekkend zijn ze, en groot, heel groot! Ik zag gelijk mezelf al voorover gebogen staan tekenen op zo’n grote, in de pers liggende steen. Om spontaan rugpijn van te krijgen. Maar als je weet hoe de rond 1800 door Alois Senefelder ontwikkelde techniek van het steendrukken in elkaar zit, zie je ook direct het meesterschap van Mucha. Niet voor niets werd hij al heel snel beroemd met zijn eerste litho’s.

Met de Franse Sarah Bernhardt (1862-1923) als onderwerp. De beroemdste toneelspeelster van haar tijd, de femme fatale met vele minnaars, de vrouw die altijd opnieuw meer uitgaf dan ze aan francs verdiende en de doorzetster die op oudere leeftijd nog een aantal jaren doorspeelde nadat er bij haar een been had moeten worden afgezet.

Een aantal van Mucha’s steendrukken met daarop Bernhardt in diverse van haar vele hoofdrollen, zelfs ook als man, hangen in Valkenswaard. Wereldiconen van de steendruktechniek zijn dat. Sarah hield er zelf ook altijd een aantal achter om ze later aan verzamelaars te verkopen. Een leuk spaarpotje  als ze weer eens in geldnood zat.

een aantal steendrukken met Sarah Bernhardt als onderwerp
Sarah in de mannelijke hoofdrol van Lorenzo de Medici in het stuk Lorenzaccio (1896)

Maar er hangt veel meer van Mucha. Echte reclameposters bijvoorbeeld. Want vooral daarvoor werden die steendrukken gebruikt. Hoe moest je namelijk anders reproduceren op grote schaal en op groot formaat? Daarom golfde in het begin van de 19e eeuw de steendruktechniek als een revolutie over Europa. Eindelijk een manier om muziekbladen vol noten te reproduceren in plaats van ze altijd maar weer met de hand te moeten schrijven! Eindelijk een manier om in grotere oplage kranten van tekeningen te voorzien! En ook een manier waarmee kunstenaars uit de voeten konden om de prachtigste kleurenlitho’s te creëren. Zoals die beroemde afbeeldingen van Toulouse-Lautrec en ook Mucha. Maar ook een techniek die spijtig genoeg wat in het verdomhoekje van de kunst terecht is gekomen. Voor velen te ingewikkeld, te moeilijk! Maar ik hou ervan!

dav
dav

Op de academie had ik wel wat ervaring opgedaan met het steendrukken, maar dat was niet echt om over naar huis te schrijven. Veel te zwaar om te sjouwen, die stenen. Meer iets voor échte mannen. Maar later ben ik er verslingerd aan geraakt. Door mijn ervaringen bij meestersteendrukker Ernst Hanke in Zwitserland. Waar ik weer terecht kwam door mijn kunstbroeder Poen de Wijs waarover ik hier vorige week nog schreef (vergeet je niet om hem te tippen voor de Galerie der Onsterfelijken?).

Sindsdien heb ik er al aardig wat gecreëerd. Eerst bij Ernst, later in Rudolf Broulim’s steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en een paar jaar geleden met Gertjan Forrer op die gigantische lithopers in het Steendrukmuseum.

peinzend bij die grote pers in het Steendrukmuseum
enkele jaren geleden voorovergebogen aan het werk in die pers
meestersteendrukker Gertjan Forrer legt mijn steen in de pers voor de 1e drukgang van een nieuwe litho

Dat laatste wil ik graag nog eens herhalen. Want bij mijn galerie Quadrige in Nice heb ik nog een afspraak lopen voor een expositie waar een paar speciale, nog te maken steendrukken aan zijn gekoppeld. Vandaar dus mijn afspraak met directeur Maarten Kentgens. Dit steendrukverhaal krijgt dus beslist een vervolg. Oh ja, dat mijn litho’ in de collectie van het Steendrukmuseum zijn opgenomen, ligt natuurlijk voor de hand. Tot volgende week.

TOOS

Nice aan de Côte d’Azur, absoluut nice


de voorgevel van het Palais de Venise in Nice

Vorige week schreef ik er al even over, ik ben weer voor wat weekjes neergestreken in mijn tweede woonstad. In Nice aan de Côte d’Azur. Hoe verzeilde je daar, Toos? Die vraag heb ik al heel vaak gehoord. Nou, aan dat verzeilen gaat een interessant en vanzelfsprekend ook kunstzinnig getint maar wel ingewikkeld verhaal  vooraf dat ik ooit ook nog wel eens uit de doeken zal doen.

Maar feit is dat ik me hier in 1997 een zogenaamd trois pièces, een 3-kamer appartement, kon veroorloven. In een zeer smakelijk, oud en prestigieus complex uit 1908. Het Palais de Venise. Met prachtig barokke gevels en geschilderd in zo’n heerlijk mediterraan gelige kleur.  Een overduidelijk pluspuntje bij de aankoop was  wel dat de moeder van mijn galerist in Nice, Jean-Paul Areglia van Galerie Quadrige, in de makelaardij zat. Dat scheelde een hoop gedoe voor een buitenlandse  bij de Frans bureaucratische regelarij. Reken maar dat Nederland een luilekkerland is vergeleken daarmee.

dezelfde voorgevel van de andere kant gefotografeerd, met ook weer de markt voor mijn tuinpoort

Nu dus al weer 22 jaren lang verkeer ik hier regelmatig. In die tijd heb ik Nice, en zeer zeker mijn directe woonomgeving, behoorlijk zien veranderen. In heel positieve zin! Konden er destijds nog aan vier kanten auto’s rondom mijn Palais rijden, nu zijn die straten vrijwel geheel voetgangersgebied. Dat er een en ander zou gaan veranderen wist ik al wel. Maar vanwege die bureaucratie en het regelwaterhoofd Parijs, alle wegen leiden ten slotte naar Parijs, weet je hier maar nooit wanneer het sein op groen springt. Zeker niet wanneer ook nog onverkwikkelijke controverses in de nationale en financiële malversaties in de Niçoise politiek gaan opspelen. Maar dat zijn allemaal ook weer andere ingewikkelde, maar wel achter de rug liggende verhalen.

Nu heb ik zelfs 6 dagen in de week een deel van de Niçoise groentemarkt direct bij mijn tuinpoort aan de voorkant. De stinkende vismarkt zit gelukkig een heel eind verder weg. Ik ga daar regelmatig een heel vers visje halen, maar die geur? Al krijg je die er gratis bij, nee, die hoef ik niet.

en als de markt tegen 1 uur afloopt, kun je gelijk aan de lunch
Charles de Gaulle aan de wandel bij de vismarkt
het oude station

En aan de achterkant? Daar stond ooit, ver voor mijn tijd, het Gare du Sûd voor de trein naar het binnenland. Met een prachtige, nog door de beroemde architect Eifel ontworpen stationshal. Inderdaad, die van dat torentje in Parijs. Het station werd verplaatst, de hal bleef staan en de ruimte er omheen werd één grote, meestal veel te volle parkeerplaats. Dat Fransen heel creatief met parkeerruimte kunnen omgaan, heb ik er vaak genoeg mogen ervaren. Met bijbehorende autobeschadiging van dien.  Naast natuurlijk rondzwervende junkies, s’ nachts op de vuist gaande dronken zwervers en meer van dat grote-stad-gedoe. Ook dat is allemaal zeer veranderd.

de latere parkeerplaats
de vervallen toegangshal op de kop van het station
de achtergevel van het Palais de Venise nu

Er kwam een grote ondergrondse parkeergarage en op het oude  stationsterrein staan nu heel dure appartementsgebouwen waarbij de oude Eiffel-hal is omgetoverd tot zo’n moderne eetuiting. Een Food Hall, een Halle Gourmande.

de stationshal van Eifel nu

Ik ben er nog niet goed achter wat je er eigenlijk niet kunt eten. Met daarbuiten ook niet te vergeten zo’n heerlijk nostalgische draaimolen voor de kindertjes. De oude voorkant van de stationshal is gerestaureerd tot een fenomenale suikertaart met daarin de wijkbibliotheek. Pas mal du tout! Oh ja, Pathé bouwde er ook nog een grote bioscoop met 9 zalen.

de draaimolen
de toegangshal nu overdag
en ’s avonds
de poort uit, linksaf en weer rechts en je staat midden in de stad
de poort uit, rechtsaf en links en je ziet dit

Over de nieuwe tramlijnen Ligne 1 en Ligne 2 die me nu voor 1 euro met één overstap van een kleine honderd meter bij mij vandaan tot voor de deur van de vertrekhal van het vliegveld afzetten zal ik ’t dan nog maar niet hebben. Leven als god in Frankrijk? Ik probeer daar af en toe toch iets van mee te krijgen.

op de kop van het Palais de Venise

Tot volgende week.

TOOS

Kunst die een verkeersfile veroorzaakt? Het bestaat!


Dit verhaal begint in juli in de Franse Var en eindigt vorige week bij het Waalse Wanlin. Of nee, eigenlijk begint ’t al in Nice. In het Mamac, het museum voor de moderne kunst daar. Een aantal jaren geleden alweer liep ik daar tegen een expositie aan van ene Bernar Venet. Nog nooit van gehoord, maar wel afkomstig uit het gebied boven Nice. Ik was direct geïntrigeerd door zijn monumentale, abstracte sculpturen. Heel eenvoudig, heel afgewogen, heel esthetisch. Weer wat jaren later ontdekte ik een enigszins verstopt, huizenhoog werk van hem dat sinds kort een nieuwe, veel prominentere plek heeft aan de bekende Promenade des Anglais in Nice.

de sculptuur van Venet in Nice

Steeds meer drong ’t tot me door dat hij eigenlijk behoorlijk beroemd was en in diverse landen grote sculpturen had staan in de openbare ruimte.

Een paar jaar geleden pas las ik een piepklein berichtje over de Venet Foundation, opgericht in 2014. Best curieus. Een in New York gevestigde stichting met een kunstpark bij Le Muy in de Var. Het gebied dat je vanuit het westen doorkruist voordat je via het Massif de l’Esterel afdaalt naar Cannes en Nice. Daar moest ik natuurlijk heen, naar dat kunstpark. Maar ja, ’t was slechts open in de zomermaanden op donderdag en vrijdag. En dan mocht je ’t ook nog alleen met een gids groepsgewijs betreden als je alles van te voren via internet had geregeld. Oh ja, ook heel merkwaardig, de toegangsprijs was in dollars. Iets belastingtechnisch? Vast wel!

Een vriendin, woonachtig in de Var, was ook heel nieuwsgierig naar die toch behoorlijk verstopte Foundation. Zij zorgde dus voor kaartjes op een vrijdagmiddag in juli. We waren toen toch onderweg vanuit Nederland naar Nice om van daaruit richting Gubbio te trekken (zie vorige afleveringen). Gewoon even een klein ommetje, meer niet. Maar wel een geweldige ervaring.

bij de parkeerplaats van het complex

Een prachtig onderhouden groot park aan een riviertje waar die grote sculpturen van Venet optimaal uitkomen. Een grote hal waar de cortenstaal elementen die hij gebruikt geheel esthetisch verantwoord liggen opgestapeld. Grote galerieruimten waar zijn eigen 2-dimensionale werk hangt en waar ook tijdelijke exposities van kunstvrienden van hem worden georganiseerd. Zoals nu van Claude Viallat, een oude kunstenaar waarmee mijn galerie Quadrige in Nice ook samenwerkt. En in dat alles liepen we in alle rust rond met een steeds weer uitzwermend groepje van maar zes personen.

elementen in de opslagplaats

expositie van Clauude Viallat op het terrein

Over smaak valt te twisten, dus ’t kan heel goed zijn dat Venet’s kunst niet jouw piece of cake blijkt te zijn. Maar dan nog kan de ambiance van het geheel je overdonderen.

Overigens hoef je binnenkort helemaal niet meer zo ver te rijden om werk van hem te kunnen aanschouwen. Want nu komt het Waalse Wanlin in beeld. Enkele weken geleden stuurde die vriendin uit de Var een mailtje over iets dat gaat gebeuren bij de E411. Die saaie, vrijwel recht toe recht aan weg tussen Brussel en Luxemburg. Die gaat nu wat minder saai worden met een kunstwerk van 250 ton staal en 60 meter hoog bij Wanlin. Al zichtbaar van kilometers afstand. En wie maakt dat? Bernar Venet! Wij natuurlijk nieuwsgierig naar waar dat dan wel zou zijn.

Afgelopen week, op de terugweg uit Gubbio in Wallonië aangeland, hadden we elkaar al aangekeken. Waar oh waar? Opeens reden we een volstrekt onverwachte file in. Eentje van anderhalve kilometer, zo werd aangegeven. Wegwerkzaamheden zeker. Het enige wat je dan kunt doen, is je aan dat frustrerende fileleed overgeven. Tot we plots ver vooruit een bruin getint, gebogen stuk staal de lucht in zagen pieken. ’t Zou toch niet dat … Ja, dat zou dus wel.

bezig met plaatsing van Arc Majeure

Ze waren al bezig om Venet’s Arc Majeur te verankeren in de benodigde 1000 ton cement. Daarvoor was één rijbaan afgezet. Een file dus voor en door de kunst. Daar konden we wel vrede mee hebben. Een animatiefoto laat zien hoe je straks van ver die Arc Majeur al kunt ervaren. Nu maar hopen dat nieuwsgierige en daardoor afremmende automobilisten er niet een permanente kunstfile gaan veroorzaken.

zoals ’t er uit moet komen te zien

’t Kan bijna niet anders, dit gaat een icoon worden. Hoger dan het Jezusbeeld in Rio de Janeiro, hoger dan het Vrijheidsbeeld van New York. Hier kan het noodlijdende Wallonië mee scoren. En dat voor ‘maar’ 2,5 miljoen. Ook nog geschonken door een Belgische industriebedrijf. Tot volgende week.

TOOS

De gemeenschappelijke deler van Alexandrië, Cambridge, Den Haag, Parijs en Nice


Wat kunnen die steden uit het rijtje in de titel nu met elkaar gemeen hebben? Nou, bijvoorbeeld dat er allemaal grote bibliotheken staan met daarin veel, héééél veel boeken. Zoals bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. En overal groeit dat aantal boeken. Ook in de KB van ‘s-Gravenhage. Ik weet dat zeker want heel onlangs hebben ze er in ieder geval twee bij gekregen. Van mij namelijk. Twee speciale kunstboeken die, en dat is nou echt de gemeenschappelijke deler, ook in die andere steden aanwezig zijn.  

KB in Den Haag

De oorzaak bij de KB zit ‘m in de zogenaamde Collectie Koopman. Nog nooit van gehoord? Ik tot voor kort ook niet. Tot ik een berichtje las in ‘BK-informatie’, het vakblad voor beeldende kunstenaars. Daarin stond een piepkleine aankondiging voor een bijeenkomst met uitleg over die Collectie Koopman. Wat bleek? Dat is een grote verzameling Franse kunstboeken, originele brieven, foto’s en handschriften. Ooit aangelegd door Louis Koopman (1887-1968). Met de nadruk op bijzondere uitgaven van Franse auteurs, geïllustreerd door kunstenaars. En daaronder niet de minsten! Picasso, Braque, Chagall, Degas, Miró, ‘onze’ Kees van Dongen, Matisse, Max Ernst. Louis Koopman liet zijn hele verzameling na aan de KB, samen met een flinke pot dukaten om de collectie te kunnen blijven updaten. Er zijn zelfs tentoonstellingen van geweest in bijvoorbeeld Brussel en New York.

Die bijeenkomst leek me dus wel wat, zeker gezien het feit dat ik als kunstenaar ook betrokken ben bij dat soort uitgaven via mijn Galerie Quadrige in Nice. Daarover heb wel vaker eens iets geschreven in dit blog.

bijeenkomst in de KB

Op dus naar de Koninklijke Bibliotheek op de juiste dag. Daar heb ik geen spijt van gekregen. Paul van Capelleveen, de beheerder van deze zo’n 10.000 items omvattende collectie, bleek een heerlijk bevlogen verteller die ons uiteindelijk heel veel wijzer de KB weer liet verlaten.

kunstboeken en boekjes in allerlei formaten
dav

Maar ik bleek hem ook nog wat wijzer te kunnen maken. Want hoewel hij dus een legaat ter beschikking heeft om de Collectie Koopman nog steeds verder uit te breiden met hedendaagse kunstboekuitingen, bleek hij nog nooit te hebben gehoord van ‘mijn’ galerie Quadrige en de bijbehorende uitgeverij La Diane Française.  Het gevolg daarvan?

 Een paar weken geleden zaten levensgezel en ik op de KB-kamer van Paul geanimeerd te praten over Franse kunstboeken, de Franse kunstwereld en mijn eigen bijdragen daaraan. En daar weer het gevolg van? Dat wat ik in mijn inleiding al schreef. De Collectie Koopman is nu uitgebreid met twee uitgaven die ik heb geïllustreerd met steendrukken. De ‘Edda ou Monuments de la Mythologie& de la Poësie des anciens du Nord ‘ uitgegeven in 2007,en La Légende Dorée, Sainte Catherine (25 novembre) uit 2010. Ik voel me daarbij best een beetje trots!

bij Paul van Capelleveen op zijn kamer in de KB

Want zo zitten mijn bijdragen aan het Franse livre d’art nu toch maar mooi in die prachtige nieuwe, gigantisch grote bibliotheek van Alexandrië, het eeuwenoude Trinity College in Cambridge waar je in de hal tegen een beeld van de grote natuurkundige Newton aanloopt, de Nationale Bibliotheek van Frankrijk in Parijs, bijna vanzelfsprekend in de Bibliothèque Louis Nucéra van Nice en nu ook in de Koninklijke Bibliotheek van onze Hofstad. Pas mal!

deel van de bibliotheek in Nice

Tot volgende week.

TOOS

How nice to be in Nice


Een aantal jaren huurde ik aan de Côte d’Azur telkens een andere plek om daar zo’n drie maanden te kunnen werken. Tot er in Nice een appartement met ateliermogelijkheid voorbij kwam waaraan ik echt geen weerstand kon bieden. Dat ‘Palais de Venise’ uit 1908 was te aantrekkelijk. Middenin het echte Nice, het bruisende stadshart dat in de 19e eeuw vanuit het middeleeuwse deel sterk werd uitgebouwd. Een soort ‘Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans’ zoals levensgezel dat dan kort en bondig uitdrukt.

links het Palais de Venise met de koepeltjes

Sommigen zoeken voor de rust een klooster, ik heb in Nice mijn retraite oord. Rust om te werken en rust om na te denken. Met voor de grofstoffelijke voeding, heel praktisch, ’s morgens een dagelijkse groente en fruitmarkt voor het Palais. Een beeld dat ’s middags een metamorfose ondergaat tot restaurantterrassen.

En kunstzinnige voeding? Geen probleem in een stad vol kunst en musea. Daarbij nog  heel vaak zon met een heerlijke temperatuur en de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ behoeft geen verdere verklaring.

Dat ik tijdens zo’n verblijf op bezoek ga bij Jean-Paul Aureglia, mijn galerist van Galerie Quadrige, met wie ik al jaren samenwerk, spreekt voor zich. Laat er deze maand nou ook nog een vernissage zijn! Logisch dat ik daar acte de présence gaf.

vernissage bij Galerie Quadrige

Logisch ook dat ik tijdens zo’n retraite af en toe wat kunstige bedevaartstochtjes maak. Zoals naar het MAMAC, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. Ik heb er vanwege mijn appartement in Nice altijd vrij toegang. Dus kan ik zomaar binnenlopen. Bijvoorbeeld om te zien of men ter verandering voor de vaste zaal van echte Niçois en kunsticoon Yves Klein (1928-1962) nog wat heeft gerommeld in de kunstopslag. Vooral van zijn beroemde, prachtig intens vibrerende Yves-Klein-blauw is ’t elke keer weer genieten.

zaal van Yves Klein in het MAMAC

werk van Niki de Saint Phalle in haar zaal

Niki de Saint Phalle (1930-2002) vind ik ook altijd zo’n bedevaartstochtje waard.  Voordat ze wereldberoemd werd door haar grote Nana’s heeft ze nog heel wat andere interessante en gekke dingen gedaan. Ooit gehoord van haar ‘schietschilderijen’? Google maar eens. Uit de grote collectie die ze naliet aan het MAMAC kan de curator nu te kust en te keurkiezen voor de ‘Nikizaal’.

Tijdens mijn MAMAC-rondgang stond ik plotsklaps voor werk van een Nederlander. Marinus Boezem (1934), één van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Dat werk hing  op de tijdelijke expositie ‘Cosmogonies, au Gré des Éléments’. Een onbegrijpelijke titel? Ach, dat strookte dan gelijk met het ‘Wheather Drawing’s, 1969′ van Boezem. Een verzameling foto’s van met de hand getekende weerkaarten. Je moet er maar op komen!

Marinus Boezem, Wheather Drawings 1969

Nee, dan liever “Matisse&Picasso, la comédie du modèle” in het Musée Matisse. Een prachtig gelegen oude villa bij een groot olijfbomenpark en Romeinse ruïnes. Met voor mij opnieuw kostenloze toegang.

Musée Matisse

Dit jaar gaan die twee grote kunstenaars, zowel elkaars bewonderaars als enigszins na-ijverige concurrenten, er een kunstzinnige strijd aan. De al wat oudere maestro Matisse en macho en ego Picasso! Echt een prachtige tentoonstelling die een uitgebreidere beschouwing verdient. Maar voor nu laat ik ’t hieronder bij een paar foto’s, want mijn bedevaartjes voerden ook nog naar het Musée National Marc Chagall.

Matisse en Picasso naast elkaar: wat is van wie?

een imposante reeks steendrukken van Picasso

Dat werd ook wel weer eens tijd. Een mooi museum dat destijds architectonisch om een geschonken verzameling Bijbelse schilderijen van Chagall heen is gebouwd. Boeiend om er na wat jaartjes weer eens rond te lopen. Vooral door de extra expositie over Chagall’s plannen voor een door hem aan te pakken kapel. Die kwam er niet, terwijl zoiets wel lukte aan Matisse, Picasso en Jean Cocteau. Oei, oei, niet goed voor het kunstenaarsego!

voorstudie met knippen en plakken voor glas-in-lood ramen voor de beoogde kapel

een al verder gevorderde voorstudie

genieten op z’n Niçois op Place Garibaldi

Trouwens beslist een verhaal waard, die kapellen. Maar misschien komt dat nog wel eens. Nu eerst bijkomen van al die kunstbedevaarten op mijn favoriete plein Place Garibaldi.

 

Tot volgende week.

TOOS

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds

schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld

de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

Inspiratie II


Ik heb even een pauzestop ingelast van een paar weken, waarbij internet achter de horizon is verdwenen. Maar van te voren heb ik wel een enkele korte afleveringen neergezet. Met schilderijen van mij waarvoor ik inspiratie opdeed uit de wereldliteratuur. Literatuur van en voor alle tijden.

Daarin mag dan natuurlijk de aloude Griek Homerus niet ontbreken. Ten slotte heb ik in Frankrijk met een aantal steendrukken mijn deel geleverd aan het illustreren van een nieuwe uitgave in beperkte oplage van zijn Ilias en Odyssee. Uitgegeven bij mijn galerie/uitgeverij in Nice, Galerie Quadrige/La Diane Française.

Homerus, olieverf, 180 cm-80 cm

Homerus 

Bezing, godin, de wrok van Peleus’ zoon Achilles,

die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde

en veel krachtige levens voorwierp aan Hades

van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden

en alle vogels- zo ging Zeus’ wil in vervulling-

vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen

de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilles.

 

(uit de Ilias van Homerus)

 

Tot volgende week.

TOOS

École de Nice en de luiheid van kunstrecensenten


MAMAC met een sculptuur van Niki de Saint Phalle ervoor

Je hebt de Haagse School, de Larense School, de goeie ouwe lagere school en in België de Latemse School. Of in Frankrijk de School van Barbizon en de École de Paris. Overal Scholen met een hoofdletter. Afgezien dan van die vertrouwde lagere school allemaal verzinsels van schrijvers over kunst. Die gedachte kwam in me op toen ik kort geleden in Nice in het MAMAC, het museum voor de moderne kunst, een overzichtsexpositie bezocht van de École de Nice.

Want ’t is natuurlijk lekker makkelijk als je een stelletje heel diverse kunstenaars die uit een bepaalde streek komen en heel soms ook nog in een overeenkomstige stijl werken allemaal in een achteraf verzonnen hokje te plaatsen. Onze chaotische wereld toch maar overzichtelijke ingedeeld in rubriekjes en tabelletjes is ten slotte wel zo prettig. Zo bestaat die School van Barbizon uit kunstenaars die voor het eerst  echt buiten gingen schilderen. In de buurt van Barbizon dus, niet al te ver van Parijs. Dat werd mogelijk door de uitvinding van de zinken tube in 1841. Eindelijk konden ze olieverf  langdurig bewaren. Een revolutionaire vinding die de kunstwereld definitief veranderde. Want zonder verftube geen impressionisten! Maar dat is een ander verhaal.

installatie van Martial Raysse op de tentoonstelling

Zo is ooit ook achteraf de École de Nice, de School van Nice, verzonnen voor een zeer diverse groep kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars die allemaal wel wat met Nice en omgeving hadden te maken. Omdat ik daar regelmatig verkeer, kan ik moeilijk om ze heen. Daar zorgt dat MAMAC wel voor. Dat is ’t aan zijn Niçoise stand natuurlijk verplicht die kunstenaars voortdurend in een mediterraan zonnetje te zetten.

Nana’s van Niki de Saint Phalle

Zelf heb ik dat al eens gedaan met Yves Klein (1928-1962) en zijn speciaal door hem ontworpen en gepatenteerde Yves Klein blauw. Ook kwam Niki de Saint Phalle (1930-2002) al wel ter sprake. Overgewaaid vanuit Amerika en door de liefde en de kunst aan de Côte d’Azur verbonden geraakt. Maar er zijn ook nog de beroemd geworden Ben (1935), Arman (1928-2005) en César (1921-1998). Naast diverse anderen die ’t niet wereldwijd hebben gemaakt. Het grootste deel ervan is trouwens al overleden. Maar sommigen van die nu ouwe knakkers schuurden al op jonge leeftijd tegen die École de Nice-groep aan  en houden zich nog steeds min of meer op de been. Dat weet ik omdat ik hun broze verschijningen nog wel eens meemaak bij vernissages van  Galerie Quadrige. De galerie waarmee ik al sinds de jaren 90 samenwerk. Maar wie hier in Nederland ooit heeft gehoord van Aloco, Monticelli of Viallat mag nu een vinger opsteken. Dat worden er vast niet veel.

Dit jaar zijn voor een aantal maanden twee verdiepingen van het MAMAC gewijd aan een overzichtstentoonstelling van de hogere en de lagere goden van de groep. Altijd is er van die hogere wel ’t nodige te zien in de vaste collectie. Maar nu heeft men de magazijnen eens heel goed doorgeplozen op meer. Interessant om te zien dat veel van die toen nog jonge kunstenaars vaak werkten met goedkoop afvalmateriaal om hun kunstdrang te kunnen uiten. Een soort recycling avant la lettre.

assemblages van diverse kunstenaars met restmateriaal

Zo begon Arman bijvoorbeeld meubels en oude muziekinstrumenten door te zagen en de losse stukken weer esthetisch met elkaar te verbinden. Dat werd zo gewaardeerd dat ’t uitgroeide tot zijn core-business.

de core-business van Arman

César had waarschijnlijk ooit in een grote pers een autowrak zien verfrommelen tot een groot metalen blok en bedacht dat dit ook kon met andere afvalmaterialen van metaal. En zie daar, César werd er bekend mee.

werk van César

Ben Vautier, maar zijn achternaam laat hij weg, zocht ’t in de jaren 60 meer in de meest maffe performances in de straten van Nice (https://vimeo.com/64392276)

Ook begon hij allerlei zelf verzonnen korte teksten op papier te zetten. En zie, nu sieren die de tramhaltes in Nice.

installatie van Ben

teksten van Ben bij de tramhaltes in Nice

En Yves Klein was behalve met zijn blauw ook al bezig met photoshoppen ver voordat de computer op onze bureaus terecht kwam.

Hoezo dus een School? Van Arman zag ik trouwens nog een installatie waarvoor hij in 1975 in New York zijn slaapkamer enigszins had verruïneerd met een bijl. Er zijn dronken popsterren onder de dope die ’t hem niet nadoen.

Best grappig, je moet ’t maar durven dat als kunst te tonen. Maar het interessante was dat ik gelijk moest denken aan onderstaande foto.

Een installatie uit 1998 van de nu wereldberoemde Engelse Tracey Emin. Ooit verkocht voor ongeveer een miljoen Engelse ponden. Duur bedje dus. Maar ja, bij de prijs inbegrepen waren wel een aantal gebruikte condooms. Toeval, die gelijkenis? Geen idee! Overigens wel een intrigerende gedachte. Tot volgende week.

TOOS

De lange arm van Homerus


de Ilias en Odyssee in de vitrine in mijn atelier

Had die goeie ouwe, rondtrekkende en verhalen vertellende bard Homerus ’t ruim 28 eeuwen geleden ooit kunnen bevroeden? Dat beeldend kunstenaars, filmregisseurs en toneelmakers zich nu nog steeds laten inspireren door wat hij toen op schrift stelde? De Ilias en de Odyssee. In ritmische zangen en verzen gegoten geschiedenissen, mondeling van bard op bard doorgegeven. Avonturenverhalen die toen ook al eeuwenoud waren. En had hij kunnen bedenken dat ik daar komende zondag 4 juni aandacht aan geef in mijn atelier bij de Middelburgse Kunst en Cultuurroute?

Nee, vast niet! Want hadden wij, om maar wat te noemen, 28 jaren in plaats van 28 eeuwen geleden ook maar het flauwste vermoeden van het ritueel dat zich nu veelvuldig voor onze ogen afspeelt? Een ritueel waar hele volksstammen zich op straat, in trein, bus of bioscoop om de haverklap aan overgeven. Volledig gebiologeerd en zonder oog voor de omgeving met hun vingertjes over oplichtende schermpjes vegen. Zowel lopend, staand als zittend. Daarbij ook nog vaak luidop in zichzelf pratend met geluidgevende dopjes in hun oren. Geluid dat, zo schat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in, vast niets met de verzen van Homerus heeft te maken. Nee, dat vermoeden hadden we vast niet. Dus valt die goeie, ouwe bard in dat opzicht helemaal niets kwalijk te nemen.

paar steendrukken uit de Ilias

Hoe ik voor die kunstroute op 4 juni ineens op Homerus kom? Ten eerste, en trouwe lezers weten dat, omdat ik een stevige band met hem heb via mijn galerie in Nice. Waarmee ik heb samengewerkt aan nieuwe, geïllustreerde uitgaven van de Ilias en Odyssee. Maar er is nog een belangrijk ten tweede. Een dikke week geleden bevond ik mij op Malta. In de begin 19de eeuw gebouwde Nationale Bibliotheek van hoofdstad Valetta. Daar bleken ze een ruime collectie heel oude drukken van de Odyssee en de Ilias te bezitten . Waaronder zelfs een kostbare en zeldzame vroege Venetiaanse uitgave uit 1499. Maar ook ontdekte ik dat ze er op Malta behoorlijk trots op zijn dat de grote Griekse held Odysseus een aantal jaren doorgebracht zou hebben op Gozo. Het tweede eiland van de archipel van de Repubblika ta”Malta. Ja, ik heb ook nog wat Maltees opgestoken.

Nationale Bibliotheek in Valetta, Malta

Op dat Gozo, of Ogygia zoals het in de Odyssee heet, werd hij jaren gevangen gehouden door tovenares Calypso. Die was hopeloos verliefd op hem geworden nadat hij op haar eiland aanspoelde na een schipbreuk. Gevangen is daarbij overigens een nogal betrekkelijk begrip. Want Odysseus zou, niet geheel onvrijwillig, een paar kinderen bij haar verwekken. Maar uiteindelijk beschikten de goden op de top van hun Olympus toch maar dat hij weer naar zijn paleis op Ithaka mocht. Waar zijn eigen Penelope al jaren smachtend op hem zat te wachten.

Komt bij dit alles mogelijk de vraag op waarom ik op dat verre Malta verkeerde? Dat is weer een heel ander verhaal.

paar steendrukken uit de Odyssee

Hoe ik op 4 juni aandacht ga geven aan Homerus? Ik heb vier dikke volumes van die Ilias en Odyssee met daarbij door mij gemaakte steendrukken. En natuurlijk schilderijen die erop zijn gebaseerd. Schilderijen die voor zich spreken. Maar ik wil daar best wel wat aan toevoegen. Overigens niet in de vorm van verzen en zangen zoals Homerus dat deed. Lijkt me echt beter van niet. Maar als je die dag Middelburg ingaat, heb je best nog wel kans een aantal woeste zeemansgezangen op te vangen. Want het is Middelburg VÓLkoren. Zo’n spin off van de kunstroute die een eigen leven is gaan leiden. Met overal zangkoren van overal vandaan. Daarbij zitten vast ook shantykoren. Van die groepen mannen die uit volle borst zeemansliederen ten gehore brengen. Soms al honderden jaren oud. Je zou je er de bemanning van het schip van Odysseus zo bij kunnen voorstellen. Ruige, moedige zeevaarders voor geen kleintje vervaard. Waarbij ik wel ’t lichte vermoeden heb dat de meeste van die shantykoorleden de zee nog nooit voor ’t echie hebben meegemaakt.

Sirene, olieverfschilderij gebaseerd op de Odyssee

En wat mijn eigen Odyssee betreft? Die duurt nog wel even. Want ik heb in overleg met Jean-Paul Aureglia van die galerie Quadrige in Nice besloten om samen met hem nog twee unieke exemplaren van, op z’n Frans, L’Odysée te maken. Twee boeken in groot formaat, elk geïllustreerd met 25 originele aquarellen. Voor de Ilias deed ik dat al eerder. De lange arm van Homerus reikt dus nog steeds over de eeuwen heen, zeker ook naar mij. Wie weet tot 4 juni en in ieder geval tot volgende week.

TOOS

Surrealistische realiteit in Boijmans


Salvador Dali, Mae West lippensofa, op “Gek van surrealisme” in Museum Boymans

 

 

Kun je ’t eigenlijk nog wel surrealisme noemen als je een surrealistisch moment hebt tijdens het rondlopen op de grote tentoonstelling “Gek van surrealisme” in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen?  Want is zo’n surrealistisch moment daar dan eigenlijk niet normaal?  Ik had ’t toen ik Leonor Fini en André Masson er tegenkwam. Niet in levende lijve trouwens.  Ze zijn al weer wat jaartjes dood en daaruit opstaan is maar weinigen gegeven. Zelfs bij surrealisten. Maar dode kunstenaars leven wel voort in hun schilderijen. En die hingen er wel.

Leonor Fini, Due Donne, 1939

André Masson, Massacre, 1931

Maar waarom had ik nu juist bij die twee dat surrealistische moment? Er hangt ten slotte volop werk van wereldwijd bekende grote kunstkanonnen als Max Ernst, Salvador Dali, Yves Tanguy en René Magritte. Dat komt omdat er voor mij een persoonlijk lijntje loopt naar Fini (1907-1996) en Masson (1896-1987) van wie de namen regelmatig vallen in gesprekken met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Die galerie, waarmee ik al weer heel wat jaartjes samenwerk, werkte namelijk ooit  onder de naam La Diane Française ook met hen beiden. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.

Max Ernst, Le couple, 1923

Yves tanguy, les survenants II, 1942

Dali, Impressions of Africa (detail), 1938

René Magritte, The red model. 1935

Toen richtte Pierre Cottalorda zich met zijn uitgeverij La Diane Française op literaire kunstboeken in kleine oplage, aangekleed met steendrukken of etsen van bekende kunstenaars. Zoals de toen al wereldberoemde Matisse en Dali. En met, daar zijn ze, Leonor Fini en André Masson.

Gaat hier misschien een belletje rinkelen bij regelmatige lezers van dit blog? Want geeft galerie Quadrige ook niet nog steeds zulke boeken uit onder die naam van La Diane Française? En lever ik daaraan niet ook regelmatig mijn bijdrage? Ziehier het lijntje.

 Begin jaren 90 werden de oude Pierre Cottalorda en de veel jongere Jean-Paul Aureglia compagnons in de nieuwe galerie Quadrige waar uitgeverij La Diane Française onderdeel van ging uitmaken. Samen met de inboedel daarvan. Zoals een door Masson zelf geschreven en geïllustreerd boek “Le PLAISIR  de PEINDRE”. Nu een bibliofiele uitgave. En zoals een kunstuitgave van het beruchte en beroemde erotische “L’histoire d’O” waarbij die 50 tinten grijs volstrekt verbleken. Berucht vooral omdat het onder pseudoniem geschreven was door een toen nog onbekende vrouw. Een vrouw die porno schreef? Kon dat zomaar? Opschudding alom! Maar ja, ’t kon dus.

Net zo goed als dat een andere vrouw voor die kunstuitgave nogal erotisch getinte steendrukken maakte. Leonor Fini dus.

????????????????????????????????????

Een behoorlijk onafhankelijk ingesteld typje dat beslist niet bang was voor een opschuddinkje hier en daar. In Frankrijk en Amerika zeer gekend maar in Nederland nooit echt doorgebroken. Toch hangt ze nu maar mooi in Museum Boijmans. De Leonor Fini waarvan ik via galerie Quadrige nog zo’n L’histoire d’O steendruk heb kunnen verwerven. De Leonor ook die regelmatig verkeerde in het gezelschap van Dali en andere surrealistische tijdgenoten. Wat eveneens gold voor André Masson.

Dali bij de paal, Fini rechts van hem

Snap je nu mijn surrealistisch moment? In 1994, toen ik door toeval betrokken raakte bij Quadrige in Nice, had ik toch nooit kunnen bedenken dat een schakel van gebeurtenissen mij in 2017 in Rotterdam blij verrast voor schilderijen van Fini en Masson zou laten stilstaan?

Leonor Fini, The alcove, met Leonora Carrington (zie hieronder) op de voorgrond

Dat stilstaan gebeurde natuurlijk bij meer werken. Want aan Max Ernst kan ik nooit voorbij lopen. Die heeft zo’n intrigerende wereld geschapen dat ik er elke keer weer naar toe wordt getrokken. En  Salvador Dali blijft natuurlijk een trekker van jewelste met zijn iconische gesmolten horloges en olifanten op dunne pootjes. Maar dat naast die mannen ook de vaak wat weggestopte vrouwelijke surrealisten, zoals Leonora Carrington, in de tentoonstelling aan bod komen, vind ik een groot pluspunt . Als lid van het vrouwelijk geslacht mag ik ten slotte best vinden dat vrouwen in de kunst zowel in het verleden als ook nu nog veel te vaak worden ondergewaardeerd en weggeschreven. Daar valt nog een wereld te winnen.

Leonora Carrington, Are you really serious, 1953

Fini links, Carrington rechts

Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas verricht geen wonderen meer


Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

 

Sinterklaastijd, druk, druk, druk, dus tot mijn spijt

Is er voor een normaal blog dit keer geen tijd.

Ik vroeg Sint Nicolaas nog een wonder te verrichten

Door onze dagen tot 36 uur te verplichten,

Maar de heilige bleek zijn vroeger wondergedoe zat

Hoe langdurig ik hem ook smeekte en bad.

Vandaar dus nu alleen deze rijmelarij

En de volgende keer weer meer van mij.

Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

Tot volgende week.

TOOS

TOOS op audiëntie bij Sint Nicolaas


Een paar maanden geleden was ik op audiëntie bij Sint Nicolaas. Was ik dan in Spanje, zul je vragen? Nee, natuurlijk niet. Wel in Italië. In Bari om precies te zijn. Waarom wij hier in Nederland allemaal denken dat de Sint uit Spanje komt, is me echt een raadsel. Zal wel liggen aan dat liedje van “Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan”. Echt een volstrekt misverstand. Want sinds het jaar 1087, om precies te zijn vanaf de 9de mei, resideert de heilige in dat Bari, de hoofdstad van Apulië, de hak van Italië.

de residentie van Sint Nicolaas
de residentie van Sint Nicolaas

steendruk, Sint Nicolaas en de drie geredde maagden
steendruk, Sint Nicolaas en de drie geredde maagden

Dus toen ik daar toch was, leek me een bezoek aan hem in zijn residentie in de Basilica di San Nicola wel op zijn plaats. Ik heb namelijk een speciale band met die man. In de eerste plaats omdat hij ’t ver heeft geschopt. Want ga er maar aan staan. Als katholiek heilige (270-343 n.C.) in de van oorsprong zeer protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden een nationaal  vereerd figuur worden. Dat is niet niks. En in de tweede plaats omdat ik over hem een viertal steendrukken heb gemaakt. Als illustraties bij zijn leven en de door hem verrichte wonderen. Speciaal voor een nieuwe, Franse  uitgave van “La Légende dorée”, het beroemde middeleeuwse  boek met beschrijvingen van heel, heel veel heiligenlevens. Destijds naast de bijbel het meest gelezen boek in Europa. Een nieuwe uitgave dus, verzorgd door galerie Quadrige/ La Diane Française, mijn galerie in Nice.

steendruk, Sint Nicolaas redt een schip en wekt een uit de mast gevallen zeeman op uit de dood
steendruk, Sint Nicolaas redt een schip en wekt een uit de mast gevallen zeeman op uit de dood

Maar goed, daar lag hij dan, de goede Sint. In alle rust. In de crypte van zijn eigenste basiliek, in een mooi versierde kist. Want al komt hij dan nog steeds elk jaar naar Nederland, hij ligt daar in Bari toch echt dood te zijn. Die rust zij hem overigens gegund. Want wat die man niet allemaal aan wonderen heeft verricht! Ga maar na. Drie jongens worden vermoord door een slager, in stukken in vaten gestopt om ze als ham voor de verkoop te bestemmen, maar worden daarna door de gebeden van de toen nog niet heilige bisschop Nicolaas weer tot leven gewekt. Waarna ze nog lang en gelukkig leefden.

Gentile da Fabriano, foto vorig jaar gemaakt in het Vaticaan, Nicolaas redt de drie jongens uit het pekelvat
Gentile da Fabriano, foto vorig jaar gemaakt in het Vaticaan, Nicolaas redt de drie jongens uit het pekelvat

Of wat te denken van de drie maagdelijke meisjes wier opvoeding door de vader niet meer was te bekostigen. Tja, dan restte in die tijd alleen nog een leven als prostituee. Maar onze bisschop van Myra, het huidige Demre in Turkije, gooide anoniem voor elk meisje een buidel met gouden munten door het raam. Met dat geld als bruidschat werden ze gered van het moeten leven van de zonde.

Fra Angelico, 1437, geboorte van Nicolaas, zijn prediking en het redden van de drie maagden
Fra Angelico, 1437, geboorte van Nicolaas, zijn prediking en het redden van de drie maagden

En dan die pelgrimage van hem per schip naar het Heilige Land. Door opnieuw stevig bidden weet hij niet alleen een hevige, levensbedreigende storm tot bedaren te brengen om zo het schip te redden, maar wekt hij ook nog een uit de mast gevallen bemanningslid weer uit de dood op. Over de vermenigvuldiging van graan om een hongersnood te voorkomen, zal ik ’t dan nog maar niet hebben.

Gentile da Fabriano, ook weer in het Vaticaan, het geredde schip
Gentile da Fabriano, ook weer in het Vaticaan, het geredde schip

o.a. de vermenigvuldiging van het graan en het geredde schip in de verte
o.a. de vermenigvuldiging van het graan en het geredde schip in de verte

Kijk, zo iemand verdient een pluim, die moet heilige worden. Een heel belangrijke en veel aanbeden heilige zelfs in de middeleeuwen. En zo iemand heb je natuurlijk graag in je kerk want dat trekt pelgrims aan en daarmee welvaart. Om dat te begrijpen hoef je geen economie gestudeerd te hebben. Dus toen Myra, en daarmee het graf van de Sint, in de 11de eeuw even in handen van de Turken viel, hebben zeelui zijn bottige resten bij een inval gestolen en meegenomen naar Bari. Waar ze in de crypte van de basiliek een welverdiende rust genieten onder het oog van de vele bezoekers die hij daar dagelijks trekt. Want reken maar dat hij nog steeds flink wordt aanbeden.

In mei is er zelfs een dagen durend feest. Daarbij wordt een groot beeld van Nicolaas in een processie vanaf de basiliek gedragen naar de kathedraal van Bari, de Cattedrale di San Sabino.

het beeld van St. Nicolaas in de kathedraal
het beeld van St. Nicolaas in de kathedraal

Maar hij moet ook weer terug. Dat maakte ik live mee. Prachtig om te zien. Dat beeld schommelend en dansend boven de hoofden van toegestroomde bevolking en natuurlijk omring door  allerlei kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders. Met letterlijk veel toeters en bellen erbij.

de processie
de processie

Maar hoe Sint Nicolaas nu elk jaar weer in Nederland verzeild raakt, is me toch nog steeds een raadsel. Maar ach, hij heeft zoveel wonderen verricht tijdens zijn leven dat zo’n jaarlijkse opstanding voor hem waarschijnlijk een peulenschil is. Daarbij moet hij trouwens nog wel elke keer een klein logistiek probleempje oplossen. Want toen zijn resten snel vanuit Myra werden meegepikt, waren de rovers in hun haast enigszins slordig. Er bleven nog flink wat kleine botjes achter. Die zijn een poosje later door Venetianen  bij elkaar geveegd en worden nu aanbeden  in de Chiesa di San Nicoló op het Lido(Venetië).  Probeer dan maar eens netjes als één geheel op die stoomboot uit Spanje aan te komen! Tot volgende week.

TOOS

De Odysseaanse omzwervingen van de Niçoise Odysseus van Toos


q01

Odysseus, Griekse held van top tot teen, beleefde tijdens zijn omzwervingen avonturen op vele plekken rond en in de Middellandse Zee. Maar in Nice was hij nooit. Dat ging ook moeilijk. Want de stad werd pas in de 4de eeuw voor Christus door de Grieken gesticht. En toen verkeerde Odysseus al eeuwen lang, naar ik aanneem, in de Elysese velden, de verblijfplaats voor gelukzalige Griekse helden. Toch is hij nu in Nice. Zelfs een heel jaar lang. In de vorm van een aantal tentoonstellingen. Dat alles vanwege een nieuwe, kunstzinnige uitgave van de Odyssee van Homerus door galerie Quadrige en uitgeverij  La Diane Française. Gecombineerd met exposities van zes kunstenaars die met steendrukken, zeefdrukken, houtsneden en gravures aan dit nieuwe kunstboek hebben meegewerkt. En mijn expositie, want ik ben één van die zes, is nu gaande.

Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein
Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein

Maar voordat het zover was, zijn er heel omzwervingen en onverwachte kunstavonturen aan vooraf gegaan. Net dus zoals bij Odysseus zelf. Twintig jaar lang werd hij als speelbal voortgedreven door onenigheid tussen een paar Griekse goden. Toen pas mocht hij van hen bij thuiskomst op Ithaka zijn trouw wachtende Penelope weer in de armen sluiten. Zo erg was dat bij mijn expositie gelukkig niet. Maar toch!

Als illustraties voor de Odyssee maakte ik in 2014 al vier steendrukken. Mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren ging namelijk met welverdiend pensioen. En voor die tijd wilde ik toch graag nog een keer van zijn uitgebreide ervaring gebruik maken. Vier litho’s van de vereiste afmetingen creëerde ik nog bij hem, op papier van Quadrige en net passend op één steen.

bij Broulim werkend aan de steendrukken
bij Broulim werkend aan de steendrukken

Maar voor die Odysseus uitgave had ik er wel vijf beloofd aan galerie-eigenaar Jean Paul Aureglia. Hoe nu? Daarvoor deed zich in 2015 een elegante oplossing voor. Bij het Nederlands Steendrukmuseum in het Brabantse Valkenswaard. De directie daar vroeg of ik hun jaarlijkse relatielitho wilde maken. Kon ik toch mooi die vereiste vijfde steendruk maken in combinatie met dat relatiegeschenk, ook weer op één steen.

werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard
werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard

Dat was dus keurig allemaal klaar voor de in 2016 in Nice geplande expositie. Maar voor zo’n tentoonstelling is nog wel iets meer nodig dan vijf litho’s.

de 5 litho's op rij bij de expositie
de 5 litho’s op rij bij de expositie

Nu maak ik voor een steendruk altijd eerst wat ontwerpen in de vorm van niet al te grote tekeningen en aquarellen. Die had ik dus al begin 2014. Waarom daar niet iets mee gedaan? Zo gezegd zo gedaan. Een aantal van die voorstudies scande ik in hoge resolutie in om ze bij mijn vertrouwde adres van ZWF in Bolsward op hoogwaardig schildersdoek in kleur te laten afdrukken. In een veel groter formaat, namelijk 100-90 cm. Maar daarbij bleef op mijn verzoek aan de zijkant telkens een strook van 10 cm breed onbedrukt. Toen met die losse doeken op naar de Martinikerk in Franeker. Om daar te knielen bij de oude grafstenen in de kerkvloer. Niet vanwege boetedoening. Maar wel om met oliekrijt en rubben delen van oude teksten en gebeeldhouwde fragmenten van die stenen over te brengen op die onbedrukte,witte stukken.

rubben in de Martinikerk van Franeker
rubben in de Martinikerk van Franeker

Vervolgens heb ik die losse doeken op laten spannen op aluminium frames bij ook al weer zo’n vertrouwd adres, Artel in Rucphen. Dus voordat ik er in mijn atelier in Middelburg mee verder kon, hadden die werken al een hele reis en geschiedenis achter de rug.

En toen ineens kwam in 2014 “O die zee”, georganiseerd door Trudi Warns van Theater de Wegwijzer in Nw.- en St. Joosland, op mijn pad. Een muziekspektakel gebaseerd op de Odyssee en plaatsvindend bij Fort Rammekens in Ritthem. Logisch natuurlijk dat die serie schilderijen waaraan ik toch al werkte, daar een aantal maanden konden komen te hangen.

de expositie in fort Rammekens
de expositie in fort Rammekens

Maar daarmee was hun reis nog niet afgelopen. Want daarna kwam de uitnodiging om mee te doen met een kunstmanifestatie tijdens de Biënnale in Venetië in 2015. Waarom dan niet ook in Venetië die serie integreren in mijn deel van de expositie?

de expositie in Venetië
de expositie in Venetië

Maar na al die kunstomzwervingen kwam de eindbestemming van mijn Niçoise Odyssee dan toch in zicht. De opening in galerie Quadrige in de loop van mei 2016. Een zeer geanimeerde vernissage met natuurlijk een uitgebreide Niçoise specialiteitenmaaltijd ’s avonds laat er achteraan.

q09
foto’s van de opening

q10 q11 q12

de Niçoise maaltijd na de vernissage
de Niçoise maaltijd na de vernissage

Toen ik uiteindelijk mijn moeie hoofd op mijn kussen kon leggen, wist ik één ding zeker: Odysseus was thuisgekomen in Nice. En daar hangt ie nu. In de vorm van de steendrukken, die mixed media werken met o.a. rubbings en olieverfschilderijen die ik speciaal voor deze expositie maakte. Ook hij mag nu tot rust komen. Net zoals ik trouwens. In mijn atelier in Nice. Tot volgende week.

TOOS

De Var ver? Valt wel mee!


Sculptures Fayence
Sculptures Fayence

Alles begint met een begin. Als je heel ver terug gaat hoe dan ook met Adam en Eva. Of zelfs nog eerder. Want volgens de bijbel werd de mens ten slotte pas op de zesde dag geschapen en gingen er nog vijf dagen aan vooraf waarop ook een en ander gebeurde. Of we die verslaggeving in de bijbel kunnen vertrouwen, dat is natuurlijk maar de vraag. Voor dit verhaal, gedeeltelijk geschreven in de Var en gedeeltelijk in Nice, hoef ik gelukkig niet zo ver terug te gaan. En het is uit de eerste hand dus daarmee toch beslist betrouwbaarder dan dat bijbelse begin.

Het begin voor mijn aanwezigheid, nu in mei 2016, in de buurt van Fayence, een oud stadje in de Var, begint eigenlijk met een mail in de herfst van 2012. Met een verzoek van het bestuur van de ANM, de Nederlandse club in het deel van de Provence dat tegen de westkant van de Côte d’Azur aanschuurt, met nog de bergen van de Estérel er tussenin. Of ik eind november bij hun jaarlijkse ledenvergadering in Les Adrets een lezing wil houden. Over Marseille, Culturele Hoofdstad van Europa 2013. Nou, dat leek me wel leuk. Dus zogezegd, zo gedaan. Alles was prima geregeld. De vlucht naar Nice, autovervoer heen en terug en een aller plezierigste ontvangst door o.a. Marianne Lapidaire, de organisatrice.

Fay 01

het inrichten
het inrichten

Nu het vervolg van het begin. Begin dit jaar kreeg ik van diezelfde Marianne Lapidaire weer een mailtje. Of ik mee wilde doen met een buitententoonstelling in haar Sculptures Fayence http://www.sculptures-fayence.fr/. Zij en haar man Maarten, toen in 2012 mijn “privéchauffeur”, hadden de tuin bij hun huis kunnen vergroten en dat leek hun een mooie gelegenheid daar een expositie te organiseren. En ze had heel goed onthouden dat ik naast beelden ook digicompo’s op alu-dibond maakte. Een combinatie van schilderen en printen op aluminium, geschikt voor zowel binnen als buiten. Zo hangen er een aantal van deze kunstwerken in tuinen en op veranda’s in Zeeland en Brabant. Al een aantal jaren lang, in weer en wind, in zomer en winter,zonder enig probleem. Het leek Marianne een goed idee die te combineren met het beeldhouwwerk van enkele andere kunstenaars. Zowel Nederlandse als Franse. Nou, ook nu leek me dat wel weer leuk.

Fay 03 Fay 04

Het toeval wilde namelijk dat er al een tentoonstellingsopening van mij gepland stond in Nice op 12 mei. Bij Galerie Quadrige, de galerie waarmee ik al jaren samenwerk. Dus wat was er op tegen mijn Citroën Jumpy nog wat voller te laden met kunst en samen met levensgezel iets eerder richting Nice af te reizen. Niets eigenlijk. Kwestie van een half uur eerder de autoroute af op zoek naar de 141 Impasse du Terme bij Fayence. Om daar een drietal kunststofbeelden en een aantal werken op alu-dibond uit te laden, mijn expositiedeel in te richten en al vast te beginnen met genieten van het goede Franse leven.

alles hangt en staat
alles hangt en staat

Fay 06 Fay 07 Fay 08 Fay 09

Dat alles in combinatie met de grote gastvrijheid van Marianne en Maarten en een zeer geanimeerde vernissage op zaterdag 7 mei. In het gemengde gezelschap van Franse en Nederlandse bezoekers. Want dat vind ik altijd het verrassende van een opening ergens aan de Côte d’Azur en omgeving. Er wonen daar naast, hoe bestaat ‘t, heel veel Fransen ook veel meer Nederlanders dan je eigenlijk verwacht. Landgenoten die er ooit voor hun werk of de rust zijn neergestreken, die houden van het Provençaalse leven en ook nog geïnteresseerd zijn in kunst. Wat wil je eigenlijk nog meer. De uitdrukking “leven als god in Frankrijk” is beslist niet van enige achtergrond ontbloot.

de vernissage
de vernissage

Fay 11 Fay 12 Fay 13

En nu op naar mijn volgende vernissage op 12 mei. In Nice, bij Galerie Quadrige http://www.galerie-quadrige.com/. Heel snel daarna verdwijn ik voor een paar weken onder de internetradarhorizon. Maar in de tussentijd staan hier dan wel een paar wat kortere, van te voren ingeprogrammeerde stukjes over “The Four Freedoms“. Mijn art book dat nu tentoongesteld ligt in de Bibliotheca Alexandrina in Egypte en ook in bezit is gekomen van o.a. Angela Merkel en ons aller Willem-Alexander. Trouwe lezers weten waarover ik ’t heb. Tot over een paar weken.

TOOS

De Four Freedoms Awards vervolgd


Nee, ik bedoel met die titel niet dat er een vervolging plaatsvindt van de de Four Freedoms Awards.  Alhoewel vorige week in Brussel opnieuw bleek dat er voldoende gekken rondlopen die heel weinig boodschap hebben aan de Four Freedoms zoals die in 1941 geformuleerd werden door de toenmalige Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945). De Vrijheid van meningsuiting, de Vrijheid van godsdienst, de Vrijwaring van gebrek en de Vrijwaring van vrees. Die gevaarlijke idioten laat ik in dit blog verder voor wat ze zijn, namelijk idioten. Dit blog is voor de kunst. Eén van de middelen in onze cultuur waarmee we juist vrijheid kunnen uitdrukken.

Wat ik wel bedoel is dat ik in januari al eens schreef over die Four Freedoms Awards. En over het unieke kunstboek van mij dat nu aanwezig is in die prachtige Bibliotheca Alexandrina in het Egyptische Alexandrië. Een door mij gekalligrafeerd boek met 10 tekeningen bij 10 uitspraken over die Four Freedoms.

omslag van het artist book voor de Bibliotheca Alexandrina
omslag van het artist book voor de Bibliotheca Alexandrina

hand gekalligrafeerd citaat van Nelson Mandela met bijbehorende tekening
hand gekalligrafeerd citaat van Nelson Mandela met bijbehorende tekening

Een artist book dat op zondag 24 april voor het eerst getoond wordt bij de opening van The Bibliotheca Alexandrina International Biennale for the Artist’s Book. Een opening waarbij ik ook persoonlijk aanwezig zal zijn. Maar bijzonder is dat ik een paar dagen daarvoor, op 21 april, ook aanwezig mag zijn bij de uitreiking van de Four Freedoms Awards aan o.a. Angela Merkel in de Nieuwe Kerk in Middelburg.

Dat het een te maken heeft met het ander ligt voor de hand. In januari vertelde ik dus al over het hoe, het waarom en het eurekamoment dat leidde tot dat artist book voor de Bibliotheca Alexandrina. Maar waarom, bedacht ik me wat later, alleen voor Alexandrië en niet voor Middelburg? Daar zou namelijk in april de uitreiking plaatsvinden van de Four Freedom Awards aan de voor 2016 daartoe uitverkoren laureaten. Een wel heel speciaal evenement dit keer omdat Roosevelt zijn Four Freedoms 75 jaar geleden voor het eerst uitsprak. Ik zag me echter niet die tien uitspraken over onze democratische vrijheden opnieuw een aantal keren gaan kalligraferen. Dan zou ik helemaal simpel zijn geworden.

Maar omdat mijn eurekamoment plaatsvond in Nice kon ik gelijk gaan overleggen met Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder daar. Hij drukt namelijk van die artist’s books, of op z’n Frans het livre d’art. Op een oude handpers waarbij hij zelf nog handmatig de teksten zet met losse loden lettertjes .

met Jean-Paul in zijn galerie in Nice
met Jean-Paul in zijn galerie in Nice

deel van de voorraad loden lettertjes en zetregels van Jean-Paul
deel van de voorraad loden lettertjes en zetregels van Jean-Paul

bezig met de tekeningen
bezig met de tekeningen

Stel nou eens, zo dacht ik, dat hij die door mij uitgezochte citaten zou willen drukken in een heel kleine oplage. Dan zou ik daar alsnog opnieuw originele tekeningen bij kunnen maken. Want tekenen doe ik toch liever dan kalligraferen. Dat zag Jean-Paul wel zitten. En datzelfde gold voor de Roosevelt Stichting in Middelburg. De stichting die verantwoordelijk is voor alles dat met die Four Freedoms Awards heeft te maken. Het gevolg? Als op 21 april de uitverkoren laureaten hun medaille uitgereikt krijgen, ontvangen ze die dag ook mijn livre d’art met de titel “Citations de lauréats des Four Freedoms Awards 1982-2016”. Met Engelstalige citaten van voorgangers van hen, met die gedeeltelijk Franstalige titel en met die bijbehorende tekeningen.

Jean-Paul dus aan het lettertjes zetten, ik een paar weken geleden naar Nice omdat ik er toch moest zijn vanwege voorbereidingen voor exposities daar in mei, de gedrukte oplage van het boek  opgehaald in de galerie , al vast begonnen te tekenen,  en nu terug in Middelburg daar nog steeds mee bezig.

freedoms 7

citaat van Mandela in drukvorm met bijbehorende originele tekening
citaat van Mandela in drukvorm met bijbehorende originele tekening

Want er zijn zeven laureaten waaronder dus Angela Merkel en Human Rights Watch. Maar Han Polman, Commissaris van de Koning in Zeeland en voorzitter van de uitreikingsceremonie, vond het beslist heel fijn om ook een exemplaar te ontvangen. En wie ben ik om dan de Roosevelt Stichting zelf over te slaan? Tja, en er is ook altijd een vertegenwoordiging van het Koninklijk Huis aanwezig. Nu zelfs Willem Alexander zelf. Dus wat is wijsheid? Daarbij nog wat exemplaren voor de galerie in Nice en een aantal voor mijzelf. Volgens mij heb ik een klus op me genomen die grof berekend zo’n 300 tekeningen omvat. De Four Freedoms Awards zullen in dit blog dus vast nog wel weer eens een keer worden vervolgd. Tot volgende week.

TOOS

Het Eureka-gevoel en de Four Freedoms Awards


de Bibliotheca Alexandrina in Alexandrië, Egypte
de Bibliotheca Alexandrina in Alexandrië, Egypte

Mijn atelier in Nice is zo’n plek waar ik me graag van tijd tot tijd terugtrek. Heerlijk, even een poosje los van de afleidende omgevingsruis in Nederland. Tot rust komen en nieuwe ideeën ontwikkelen.

Zo zat ik daar in december te denken aan de Bibliotheca Alexandrina, de gigantisch grote wereldbibliotheek die in het Egyptische Alexandrië is verrezen. Als moderne versie van de in de Oudheid wereldberoemde bibliotheek in die stad.

ingang van de Bibliotheca Alexandrina
ingang van de Bibliotheca Alexandrina

In die nieuwe variant, in 2002 tot stand gekomen met hulp van o.a. de Unesco, grote financiële giften uit het Midden-Oosten en uitgebreide schenkingen door Westerse bibliotheken, worden heel veel tentoonstellingen gehouden. Met natuurlijk het boek als uitgangspunt. Zo kreeg ik afgelopen november een persoonlijke uitnodiging om deel te nemen aan The Bibliotheca Alexandria Biennale of the Artist’s Book.  En dat leek me eigenlijk wel wat. Dat verzoek kwam natuurlijk niet zomaar uit de Egyptische lucht vallen. Er is daar namelijk al werk van mij aanwezig. In de vorm van zeefdrukken en steendrukken in kunstboeken gemaakt door galerie en uitgeverij Quadrige/La Diane Française in Nice.  Daar waar ik dus zat toen ik mijn Eureka moment kreeg.

Want het kon me dan wel wat lijken, meedoen aan die Biennale, maar hoe? Met een kunstboek, allicht! Maar daar moet ook nog wat in. Zo moet het originele kunst bevatten. Niks geen gedoe met kopietjes, digitale prints en offset. Absoluut verboden. Wat dus wel? Een paar ideetjes had ik al verworpen. Tot het juiste ineens opborrelde uit mijn hersenmoeras. Eureka! Dat is ‘t! Ik ben toen overigens niet gelijk in m’n nakie de straat opgerend. Zoals, volgens de anekdote, Archimedes in de 3de eeuw v.C. in Syracuse wel deed,in opperste staat van opwinding eureka roepend. Hij zat trouwens in bad, zonder kleren aan vermoed ik, toen hij zijn wet voor de opwaartse kracht op voorwerpen in vloeistoffen bedacht. En ik zat gewoon gekleed aan mijn werktafel. Wel leuk natuurlijk dat er van de oude Archimedes teksten op papyrusrollen lagen in die oude Bibliotheek van Alexandrië en dat er in die van nu werk aanwezig is van mij.

hoe de oude bibliotheek er uit zou hebben kunnen zien
hoe de oude bibliotheek er uit zou hebben kunnen zien

Eureka dus. Het idee? Mijn artist book zou gaan over The Four Freedom Awards! De vier vrijheden zoals die in 1941 door Franklin D.Roosevelt, de toenmalige president van de VS, werden geformuleerd. En die later in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties zijn opgenomen. Want spelen die vier vrijheden niet om de twee jaar een heel belangrijke rol in mijn eigenste Middelburg? Als in de Nieuwe Kerk in het bijzijn van een lid van het koninklijk huis de verkozen laureaten hun Four Freedoms Award krijgen uitgereikt. Op het gebied van de  Vrijheid van meningsuiting, Vrijheid van godsdienst, Vrijwaring van gebrek en Vrijwaring van vrees.

En de uitwerking van dat idee? Ik ging een aantal citaten uitzoeken van beroemde wereldburgers die al eerder een Award hadden gekregen. Want Angela Merkel mag er, zoals recent bekend werd, nu op 21 april één uitgereikt krijgen,  bekenden als Nelson Mandela, Kofi Annan en de Dalai Laima gingen haar voor. Die citaten zou ik met de hand kalligraferen en vergezeld doen gaan van daarop gebaseerde originele tekeningen. Met ook een uitspraak van Roosevelt zelf en van zijn vrouw Eleonor. Want zij mochten vanzelfsprekend niet ontbreken.

pagina gewijd aan Franklin D.Roosevelt
pagina gewijd aan Franklin D.Roosevelt

Zo kwam het dus dat ik de afgelopen weken stijve vingers kreeg van het kalligraferen. Ooit geleerd op de academie. Met concentratie tot en met. Foutjes niet toegestaan, dan moest ik opnieuw beginnen. Tekenen en aquarelleren is eigenlijk een stuk makkelijker. Nu is de klus geklaard en gaat mijn kunstboek op weg naar Alexandrië. Net zoals ik trouwens. Maar voor mij is dat pas eind april, als die Biennale of the Artist’s Book wordt geopend. Want daar wil ik wel bij zijn! Dichtbij de plek waar ooit die oude, zo wereldberoemde bibliotheek heeft gestaan. De plek waar die ooit in vlammen is opgegaan.

impressie van de brand in de oude bibliotheek
impressie van de brand in de oude bibliotheek

Maar dat is weer een heel ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Odysseus here, Odysseus there, Odysseus everywhere


toegang van hoofdbastion naar tentoonstelling "Odyssee"
toegang van hoofdbastion naar tentoonstelling “Odyssee”

Hebben we in fort Rammekens “O die zee” en mijn expositie “Odyssee”, hebben ze in Scheveningen in augustus ineens “Oh die zee”. Een audiowandeling door Scheveningen, ook gebaseerd op dat epos van Homerus. Krijg je tijdens die wandeling op je koptelefoon drie van Odysseus’ avonturen te horen. Zeg maar eens dat Homerus niet populair is!

Mijn galeriehouder in Nice, Jean Paul Aureglia van Galerie Quadrige, heeft dat dus haarfijn aangevoeld toen hij begon met een nieuwe uitgave van de Odyssee en mij daar ook bij betrok. Om een vijftal steendrukken te maken als illustratie bij enkele van de vele avonturen van Odysseus. Vier daarvan heb ik al klaar. Gemaakt in het atelier van Rudolf Broulim bij Antwerpen. Ik schreef daarover al eens in dit blog. Maar Rudolf vond dat hij met zijn 68 jaar zijn persen wel eens mocht laten stoppen. Dus stond er, zogezegd, nog één steendruk in de wacht.

met Rudolph Broulim aan het werk in zijn atelier bij Antwerpen
met Rudolph Broulim aan het werk in zijn atelier bij Antwerpen

Nu heb ik goede contacten met het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. Ik draag dat museum een heel warm hart toe. Want onder de inspirerende leiding van directeur Frank van Oortmersen en technische man Cees van Rooij houdt het de steendruktechniek levend  voor een breed publiek. Niet voor niets heb ik een collectie van mijn steendrukken aan het museum geschonken. Ook wordt hun grote steendrukpers nog regelmatig gebruikt om nieuwe litho’s te maken. Daarvoor komt dan steendrukker Gertjan Forrer over uit Amsterdam.

overleg met Gertjan Forrer, Cees van Rooij en Frank van Oortmersen
overleg met Gertjan Forrer, Cees van Rooij en Frank van Oortmersen

Dus toen ik kwam met het voorstel die vijfde Odyssee litho in het museum te drukken, was men gelijk enthousiast. Zeker toen ter sprake kwam dat ik dan gelijk ook mooi een relatiegeschenk voor het museum kon maken. Want met een beetje goeie wil kan dat namelijk op dezelfde steen. Als die steen en bijbehorende soort papier maar groot genoeg zijn.

allemaal blij
allemaal blij

We hebben dus direct een afspraak gemaakt. Voor zaterdag en zondag 27/28 september. Want dan is net op vrijdag 26 september een nieuwe expositie geopend. “DE EERSTE WERELDOORLOG in steendruk”. Wat is nu mooier dan de museumbezoekers in dat eerste openingsweekeinde live het steendrukken mee te laten maken? Met Gertjan Forrer en Toos van Holstein aan het werk.

de grote steendrukmachine in het Steendrukmuseum
de grote steendrukmachine in het Steendrukmuseum

Ik verheug me er op. Alhoewel ’t natuurlijk wel spannend is als er zoveel mensen mee kunnen kijken. Gelukkig ken ik die gigantische steendrukmachine wel aardig. Want in Zwitserland heb ik diverse keren op net zo’n machine kunnen werken. Overigens is dat al weer wat jaartjes geleden. Want ook Ernst Hanke, één van de beste meestersteendrukkers in Europa, heeft zijn machine stopgezet. Digitale technieken nemen de macht over. Maar in Nederland hebben we gelukkig nog dat Steendrukmuseum (http://www.steendrukmuseum.nl) . Zet het weekeinde van 27/28 september maar in je agenda. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Daar waar het allemaal begon


terras in Saint Paul de Vence
terras in Saint Paul de Vence

Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.

Saint Paul de Vence
Saint Paul de Vence

Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.

Rue Grande
Rue Grande

Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf Chagall
graf Chagall

schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond

 

Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall. Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

 

La Traviata in La Fenice in La Serenissima


En waarom een héééél klein ietsiepietserig stukje van het beroemde operagebouw Teatro  La Fenice in Venetië eigenlijk van mij is. Dat zou namelijk ook boven deze aflevering kunnen staan. Maar voor een titel is dat toch wat lang. Overigens, zowel de lange als de korte titel verdienen natuurlijk wel enige uitleg.

Fenice1

Uit voorgaande stukjes is wel duidelijk dat ik kort geleden een week in Venetië doorbracht. Eén van de mooiste steden ter wereld en ook een lievelingsstad van mij. Die speciale binding begon ergens in de tweede helft van de jaren 90. La Fenice was weer eens afgebrand, niet voor de eerste keer dus in haar bestaan sinds 1792. Zoiets gaat natuurlijk geld kosten, heel veel geld voor restauratie en herbouw. Vanuit mijn Niçoise galerie Qvadrige ontstond het idee om met een aantal kunstenaars een benefiettentoonstelling te organiseren in Venetië in samenwerking met een bevriende galerie daar. De verkoopopbrengsten zouden voor het opbouwfonds van La Fenice zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Vandaar dat er ineens werk van mij in Venetië hing en ik daar vanzelfsprekend ook was. Daar begon mijn liefde voor La Serenissima, een liefde die nog steeds voortduurt.

fenice2

Er hangt overigens nog steeds werk van mij. Vanuit verkoop aan particulieren maar ook in een restaurant. Aciugheta, vlak bij de Piazza San Marco, een naam die met ansjovis heeft te maken. Door de connecties van onze Venetiaanse galeriehouder Antonio konden we daar toen voor een inboorlingprijs eten. En dat scheelt behoorlijk met de toeristenprijs, neem dat maar van mij aan. Als tegenprestatie hebben wij, de kunstenaars, destijds elk een klein kunstwerkje gemaakt. Ik een tekening met oprukkende ansjovisjes. Een paar weken geleden ben ik even op controle geweest, en ja hoor, het hangt er nog steeds (zie links boven op de foto).

fenice3 Door die benefietactie kan ik dus met recht beweren dat een heel klein restauratiestukje van La Fenice  door mij is bekostigd. Maar van het bijwonen van een voorstelling daar was ’t tijdens al mijn Venetiaanse bezoeken nog nooit gekomen. Nou kost je dat ook echt een rib uit je lijf. Maar voor alles in het leven is er een eerste keer. Ook dus voor zo’n opera in La Fenice. Zeker toen ik op internet zag dat La traviata van Verdi werd opgevoerd. Dat beroemde werk beleefde er ten slotte zijn wereldpremière in 1853 en was ook de eerste productie bij de heropening in 2004. Mooier kon gewoonweg niet!

 

Ik heb ontzettend genoten. Wat wil je ook bij zo’n operadrama  met bijna alleen maar klassieke tophits en een prachtige bezetting. Maar dat laatste zijn ze daar aan hun stand wel verplicht. Het blijft natuurlijk een draak van een verhaal met alle bijbehorende liefde, zieligheid, leed, ziekte, opofferingsgezindheid en dood. Maar die muziek! Kippenvelmomenten zoals goeie muziek die kan veroorzaken. Bij een volgende keer in Venetië, en die komt allicht, misschien toch maar weer die rib uit mijn lijf?

fenice4

Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag