Tagarchief: Giacometti

Je in Scheveningen laten teleporteren naar het Franse Antibes? Geen probleem!


Begin maart ‘ontvluchtte’ ik mijn atelier in Nice om te voorkomen dat ik tegen plots gesloten grenzen zou aanbotsen. Achteraf gezien keurig op tijd. Ik heb daaraan destijds ook nog een blog gewijd. Lees maar. Alhoewel ik er nu graag weer heen zou gaan, laat ik toch het verstand nog maar even prevaleren boven die wens. Een voornemen waarin ik me door de buitenlandse corona-berichtgeving van de laatste tijd niet geheel en al onbevestigd voel.  Maar een paar weken geleden werd ik vanuit Scheveningen toch ineens geteleporteerd naar de Côte d’Azur. Naar Antibes om wat preciezer te zijn. Of, om ’t nog wat verder te preciseren, naar het Musée Picasso daar, op de dag van 13 oktober 2019. Hoe dat zit?

uitzicht vanuit Museum Beelden aan Zee op het Scheveningse strand met in de verte voor anker liggende, lege cruiseschepen

Om de paar jaar kom ik wel in dat Musée Picasso. Niet echt meer voor de vaste Picasso-collectie want die ken ik nu wel, maar vooral voor de speciale exposities. Ik laat dan nooit na ook het grote terras te betreden met een prachtige uitzicht op de baai van Antibes. En met een paar intrigerende beelden op de balustrade.

Bronzen die daar al decennia lang  in alle rust de terrasbezoekers staan te bekijken. Gecreëerd door ene Germaine Richier (1902-1959).  Rauwe mensfiguren waarvan de lichaamsverhoudingen nou niet direct kloppen maar te gelijkertijd toch harmoniëren. Om dat te bereiken moet je als kunstenaar echt weten wat je doet. Zorgen dat ’t klopt als ’t niet klopt.

Aan zoiets kunnen kunstcritici kleinletterig heel grote pagina’s wijden waarbij je dan, zo is mijn ervaring, aan het eind vaak niet goed meer weet wat je nu eigenlijk hebt gelezen. Best een gave trouwens, zulke ingewikkelde en niet grijpbare  kunstbeschrijverij kunnen produceren. Eén die ik echt niet bezit. Daarom houd ik ’t maar bij die kort door de bocht formulering:  je ziet dat ’t niet klopt en toch klopt ‘t. Dat is alleen de echte grote kunstenaars gegeven. Zoals Giacometti met zijn veel te lang uitgerekte figuren en Botero met zijn bolle rolmopmensen.

links werk van Giacometti, rechts van Botero

Germaine Richier hoort daar voor mij ook bij. Toen er vorig jaar een uitgebreide expositie met haar werkwas in dat Musée Picasso moest ik er uit nieuwsgierigheid dus wel heen. Op die 13e oktober van hierboven.

op 13 oktober 2019 op dat terras tussen twee grote beelden van Richier

Daarbij kom ik in dat museum al jaren steeds hetzelfde probleem tegen. Je mag bij de vaste collectie zoveel fotograferen als je maar wilt, maar bij de tijdelijke? Pas maar op! De blik van de er rond warende cerberussen is zodanig dat je de camera zo ver mogelijk wegstopt in een heel diepe zak of tas. Ze stralen uit dat je subiet in de boeien wordt geslagen bij overtreding. Om daarna de rest van je leven op water en brood te slijten ergens in een diepe kerker van dat middeleeuwse kasteel waarin het museum is gehuisvest. Heel jammer natuurlijk, zeker omdat ik door de tentoonstelling blij werd verrast.

Dus toen ik las dat het Schevenings museum Beelden aan Zee in samenwerking met dat Musée Picasso van Antibes een tentoonstelling over Germaine Richier in elkaar had gezet, was ’t duidelijk. Op naar Scheveningen, naar ‘Mensbeeld-Mensbeest’.

Aldus geschiedde een paar weken geleden. En daar mag altijd wel uitgebreid worden gefotografeerd. Zodat levensgezel er onderstaande foto van mij kon nemen.

in Scheveningen staand voor een grote foto van dat terras in Antibes

Begrijp je nu die opmerking over de teleportatie? Daar stond ik in Scheveningen toch zomaar op dat terras in Antibes. Zoiets als ‘beam me up, Scotty’, de bekende kreet uit de sf tv-serie Star Trek. En ook kon hij me opnieuw op de foto zetten tussen de twee grote beelden die vorig jaar tijdelijk op dat Antibens terras stonden en nu in die grote ruimte van ‘Beelden aan Zee’.

Bevreemdend eigenlijk, dat je dezelfde kunst in het ene museum niet mag fotograferen en in het andere wel. Daarom nu maar een selectie uit Scheveningen. Waar de tentoonstelling ook duidelijk uitgebreider is dan die in Antibes.

Met beelden waaraan je kunt aflezen hoe Richier heeft geworsteld en gevochten met, gehamerd en gebeiteld op, getrokken en geduwd heeft aan haar materiaal. Om een bevreemdend, fascinerend en geheel eigen oevre te creëren van mensfiguren en ook een soort dierlijke aliens, afkomstig uit een horror-achtige wereld. Waarbij ze dus heel goed wist wat ze deed en liet kloppen wat niet klopte. Nog te zien tot 6 september. Gaan, wat mij betreft. Bekijk ook maar eens deze video over haar.

Tot volgende week.

TOOS

Honderd miljoen dollar voor dat beeldje? Oké, pak maar in!


Giacometti in Galerie Lympia, Nice

Ik heb in twijfel gestaan. Wel of niet voor een korte trip naar Londen. Want in kunstbladen en op kunstsites valt  ’t maar met moeite over het hoofd te zien, de grote overzichtstentoonstelling van Giacometti in het Tate Modern in Londen. En die heerlijk vreemde kunstvogel Alberto Giacometti  (1901-1966) is een lievelingsartiest van me. Zeker sinds ik in 1994 zijn werk voor het eerst ‘live’ zag bij de Fondation Maeght, een prachtig museum in Saint-Paul-de-Vence even boven Nice.  Daar staan permanent een aantal beelden van hem. Die beslissing over Londen had ik overigens toch nog maar even voor me uitgeschoven. En dat kwam plots ook heel goed uit.

Giacometti bij zijn beelden in Fondation Maeght

Want zo lees ik tijdens mijn recente verblijf in Nice ineens dat daar bijna bij mij om de hoek, nou ja, heel veel bijna dan, ook een expositie van Giacometti is geopend. En niets daarvan dus in die kunstbladen en op die kunstsites. Een Angelsaksisch staaltje van Brexit-kunstdiscriminatie! Dan is de PZC van de Côte d’Azur, de Nice Matin, toch maar weer een nuttige informatiebron. Even terzijde voor de niet-Zeeuwen, die aloude PZC is de Provinciale Zeeuwse Courant die met een viertal verschillende edities de nog steeds heersende eilandengeest van Zeeland voortreffelijk weet te benadrukken.

Wat bleek in de Nice Matin? Er was bij de oude haven pas een nieuw museum geopend. De Galerie Lympia. Twee honderden jaren oude gebouwen die in hun bestaan al hadden gediend als pakhuis, gevangenis of badhuis waren omgetoverd tot een kunstcentrum. Jammer genoeg niet door de stad Nice zelf, maar door het Département. Waardoor ik er niet gratis naar binnen kon.  Alle Niçoise gemeentemusea zijn namelijk gratis toegankelijk voor inwoners mits in bezit van het juiste pasje. Maar het Département des Alpes-Maritimes doet daar niet aan mee. De begroting zal wel net zo krap zijn als die van de provincie Zeeland.

de haven lang geleden, met het gebouw met de klok en de lange muur rechts ervan, nu samen Galerie Lympia
zoals nu, met Galerie Lympia

Maar dat betalen had ik er wel voor over. Geheel terecht, zo bleek. Het Tate Modern? Hoeft niet meer. In samenwerking met de Fondation Giacometti uit Parijs was een heel mooi overzicht gemaakt van werk uit Giacomett’s laatste vijf levensjaren. Hoe groot de verzekeringssom is die ze daarvoor hebben moeten betalen? Geen idee! Maar goedkoop zal ’t niet zijn geweest. Ga maar na, in de top-tien van duurste beelden ooit komt Giacometti veelvuldig voor. Met zelfs plaats 1 en 2 noteringen door rammelende geldbuideltjes gevuld met respectievelijk zo’n 140 miljoen en 100 miljoen US dollars. Volstrekte waanzin natuurlijk, zulke bedragen voor kunst. Maar ja, je hebt dan wel een beeld van Giacometti. Best interessant om aan je vriendjes te laten zien. Toch?

Alberto zelf zal dit nooit hebben kunnen bevroeden. Hij werd tijdens zijn leven wel steeds bekender, maar zat eigenlijk ’t liefst in zijn maar 25 vierkante meter grote, rommelige Parijse atelier. Tekenend, schilderend  en eindeloos werkend in gips en klei aan zijn uiterst langgerekte menselijke figuren en gezichten.  Later een inspiratiebron voor heel veel kunstenaars.

Giacometti in zijn atelier
schets door Giacometti van zijn atelier

Uren moesten zijn modellen in dat vaak koude atelier poseren. Niet, naar zijn eigen zeggen, om ze te boetseren zoals je ze zag maar om weer te geven hoe ze als persoon waren. In eerste instantie gaven vooral zijn broer Diego en zijn vrouw Annette zich over aan die onvermijdelijke procedure. In zijn laatste levensjaren kwamen daar vriend Eli Lotar en een nieuwe vlam, de 20-jarige Caroline, bij. Zogezegd de oude bok en het groene blaadje. Maar zij verleidde hem er in ieder geval ook toe om veel meer uit dat donkere atelierhok te komen. Samen lekker toeren door Parijs. In die mooie sportwagen die hij voor haar had gekocht. Dat dan weer wel. Misschien zelfs nog wel een kostenpost voor de Franse belasting. Want vanuit die auto maakte hij ook nog schetsen van de stad.

foto’s van de expositie in de twee gebouwen

Wat ik altijd heel knap vind van Giacometti is dat de koppen van zijn modellen die hij al deformerend heel langgerekt zat te creëren direct herkenbaar zijn. Daarin toont zich de grote kunstenaar. Want probeer een sterk overdreven lichamelijke deformatie maar eens esthetisch aanvaardbaar en daarnaast ook nog realistisch te laten overkomen. Dat is razend moeilijk.

afbeeldingen van Annette, de vrouw van Giacometti

afbeeldingen van vriend Eli Lotar

Echt een museumaanwinst voor Nice, die Galerie Lympia. Sowieso vanwege de bijzondere Giacometti-expositie. Want hoe vaak zal ’t voorkomen dat te gelijkertijd zijn langste beeld en zijn kleinste samen worden geëxposeerd? Dat laatste van maar een paar centimeter hoog kun je eigenlijk niet eens goed kunt bekijken, zo petieterig. En dan te bedenken dat hij er eindeloos mee bezig is geweest.

kleinste beeldje van Giacometti
hoogste beeld van Giacometti

Maar ook gebouw en ligging zijn heel aantrekkelijk. Je loopt het museum uit en kunt gelijk neerstrijken op een van de terrasjes aan die levendige, mediterraan gekleurde haven. Met ook nog het dagelijks af en aan varen van de veerboten naar Corsica en Sardinië vlak voor je neus. Tot volgende week.

TOOS

Calder, Maeght en Saint Paul: een logische combinatie


Tijdens Pasen bezocht ik, met mijn vriendenpas van het Haags Gemeentemuseum, de expositie daar over Alexander Calder (1898-1976), bekend om zijn abstracte en ook beweegbare beeldhouwwerken  (zie foto’s). Maar omdat die kunstenaarshersenen van mij de hele dag door alsmaar associatief bezig zijn, voelde ik me ineens teruggeplaatst naar de tuinen van de Fondation Maeght in St. Paul de Vence aan de Côte d’Azur.

Daar heb ik namelijk in 1994, toen als vriend van dat museum, heel wat aangename uurtjes doorgebracht. Hoe ik daar in St. Paul terecht kwam? Dat is weer zo’n verhaal apart dat in dit blog vast nog wel eens ter sprake zal komen. Maar, heel kort samengevat, leidde een volstrekt spontane opwelling tot een verblijf van 3 maanden in dat middeleeuwse stadje. Pas toen ik er zat, begreep ik dat vele kunstenaars mij waren voorgegaan. En dat St. Paul na Parijs en Mont Saint Michel de derde toeristische trekpleister van Frankrijk is. Een niet onaardige bijkomstigheid van die opwelling werd trouwens nog dat ik het jaar daarop, als enige Nederlandse kunstenaar ooit, een tentoonstelling kreeg in het Musée de St.Paul.

 Maar buiten de stadswallen staat nog een ander, internationaal heel bekend museum. Dat van de Fondation Maeght. Met dus die tuinen. En met daarin een aantal beelden van Alexander Calder. Vandaar mijn associatie. Hoe die beelden daar terecht kwamen? Tja, ook dat is weer een lang verhaal. Opnieuw kort door de bocht geformuleerd komt ’t er op neer dat de bekende Parijse kunsthandelaar Aimé Maeght in 1964 één van de eerste particuliere musea in Europa liet bouwen. Want hij wilde toch wel erg graag zijn uitgebreide verzameling moderne kunst kunnen tonen. Met werk van wereldberoemde kunstenaars als Giacometti, Chagall, Braque, Léger en Miro, kunstenaars die ook allemaal hun sporen in St. Paul de Vence hebben achter gelaten. Chagall ligt er zelfs begraven.

 

Als ik, destijds in 1994, moe was van het schilderen op mijn zolderkamertjes middenin St.Paul zocht ik vaak afleiding en rust in die tuinen van de Fondation. Of in de bibliotheek daar. Waar ik dan kunstenaars ontdekte die wereldberoemd waren in Frankrijk en omstreken, maar niet in Nederland. Ooit gehoord van, bijvoorbeeld, Leonor Fini? Nu voor mij, als vrouwelijk kunstenaar, een icoon. Maar ik ontdekte ze dus pas daar in de Fondation. Een aanrader, dat museum, als je aan de Côte d’Azur bent. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag