Tagarchief: Gouden Eeuw

Om Rembrandt heen willen in 2019? Gaat niet lukken!


Zelfportret van Rembrandt als de apostel Paulus, olieverf 1661, detail

Er omheen, er overheen, er onderdoor of er dwars doorheen? Dat gaat je dit jaar bij Rembrandt, ons nationale 17e eeuwse schildersicoon, echt niet lukken. Want in 1669, nu dus  350 jaar geleden, stierf hij. En dat zullen we weten ook. Typisch eigenlijk, dat je de sterfdag van iemand heel uitgebreid gaat vieren. Maar ja, ook een overleden Rembrandt speelt natuurlijk nog wel steeds in de Eredivisie van BN’ers .

In zijn geval heb je in Amsterdam op dit moment alleen al drie feestjes. ‘Rembrandt Privé’ in het Stadsarchief, ‘Rembrandt’s Social Network’ in het Rembrandthuis en ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. En dan moet ik ‘Rembrandt & de Gouden Eeuw’ in het Haagse Mauritshuis en ‘Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ In het Fries Museum van Leeuwarden natuurlijk ook niet vergeten. Is dat dan alles? Nee hoor. In de loop van 2019 volgen er op allerlei plekken in Nederland nog andere, indirect aan Rembrandt en direct aan de Gouden Eeuw gekoppelde tentoonstellingen. Ook in mijn eigen Middelburg. Gevalletje van overkill? Zou kunnen. Maar je kunstzinnig vervelen is dus beslist niet nodig.

een paar van de vele zelfportretten van Rembrandt op de expositie

Een paar weken geleden was ik al in het Rijksmuseum. Zelfs voordat die tentoonstelling met ‘Alle Rembrandts’  officieel opende. Dat dankzij mijn Rembrandtpas. Bezitters daarvan en ook Vrienden van het Rijksmuseum hadden namelijk een dag eerder al toegang bij een voorbezichtiging. Best wel leuk dus, zo’n Rembrandtpas. Maar daar schrijf ik binnenkort nog wel eens over. Want die pas heeft, vind ik, allerlei voordelen boven de bekende Museumkaart.

zoals je het dus niet te zien zult krijgen (persfoto)

Kwam ik even bedrogen uit bij mijn gedachte dat het waarschijnlijk niet al te druk zou zijn!

Die gedachte was heel duidelijk bij meer pashouders en museumvrienden opgekomen. Maar dat mocht mijn kunstpret niet drukken. Want die ‘Alle Rembrandts’ is een absolute must. Grandioos! Alles wat ze in het Rijksmuseum aan prenten, tekeningen en schilderijen van ons icoon bezitten, hebben ze uit de temperatuur gecontroleerde depots en ladekasten gehaald en van de muren gehaakt om ze bij elkaar te brengen. Nou ja, één schilderij dan niet. De Nachtwacht. Die mocht blijven waar hij was. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen.

Maarten en Oopjen, olieverf 1634
Oopjen, detail
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, olieverf 1630 en Musicerend gezelschap 1626, vroeg werk van Rembrandt
Johannes Wtenbogaert, olieverf 1633, voorvechter van religieuze tolerantie die een grote rol speelde bij de Synode van Dordrecht, weer een ander verhaal
Gezicht op Amsterdam vanaf de Kadijk, ets ca, 1641
Daniël in de leeuwenkuil, tekening ca. 1650
Drie vrouwen en een kind bij een huisdeur, tekening ca 1645

Maar de overige 22 schilderijen, 60 tekeningen en honderden etsen zijn te vinden in de vleugel voor tijdelijke exposities. Thematisch onderverdeeld. Zoals bijvoorbeeld Rembrandts vele selfies En dan natuurlijk heel wat beter en mooier dan bij al dat moderne gedoe voor de social media met selfiestick en  tandpastalachjes. Ook ‘Landschappen’, ‘Wandelen in en rond Amsterdam’, ‘Verhalen uit de Bijbel’, ‘Intimiteit’ en nog zo wat. Daardoor hangt klein en groot helemaal door elkaar. Van kleine etsjes waar je eigenlijk met je neus bovenop moet staan tot grote schilderijen waar je afstand van moet kunnen nemen. En dat veroorzaakt dan naar mijn mening gelijk een groot logistiek probleem bij deze megahappening. Ik vroeg me gelijk af hoe dat zal gaan als ’t echt druk wordt.

Heel veel bezoekers lopen namelijk rond met zo’n audio-ding aan hun oor. Die audiotoer kun je trouwens ook nog met een app van te voren gratis downloaden op je mobiel. Bij een lang verhaal schuifelen ze al luisterend steeds dichter op het kunstwerk. Moet je je even voorstellen dat er dan, zoals ik meemaakte, een paar bezoekers met hun neuzen op nog net gepaste sociale afstand van elkaar zowat staan te ruiken aan een heel klein etsje.

Voor hun niks mee mis natuurlijk. Maar voor al die anderen? Stel dat die ook allemaal de gratis app aan hun oor hebben en ook willen ruiken? Ik ben benieuwd hoeveel ongepaste sociale irritatie dat gaat oproepen.

Het monnikje in het korenveld, ets ca. 1646, best wel actueel gezien de recente bijeenkomst van de kerkprelaten in het Vaticaan
Jupiter en Antiope, ets 1659
De kruisafname ets 1633, detail
Presentatie van Jezus in de tempel, ets ca. 1640
Stilleven met pauwen, olieverf ca 1639
Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje, olieverf 1665-69, detail, één van mijn lievelingsschilderij van Rembrandt

Maar hoe dan ook, gewoon gaan! ’t Duurt weer een hele poos voordat Rembrandt opnieuw een mooi aantal jaren dood is. Wel van te voren online kaartjes regelen met een tijdslot. Anders loop je bij de kassa misschien wel aan tegen ‘voor vandaag uitverkocht’. Voor mij gold dat gelukkig niet die dag vanwege mijn Rembrandtpas. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Kunstkilometers vreten


Hoezo zou Nederland klein zijn? Ben je wel eens van het zuidwestelijk gelegen Middelburg naar het noordoostelijke Bad Nieuweschans in Groningen bij de Duitse grens gereden? Meer dan 380 km schoon aan de haak! Van Middelburg naar Parijs is korter.

Hoe ik dat weet? Omdat ik die rit in de loop der jaren een aantal malen vice versa heb gemaakt. Ook de afgelopen twee weekeinden weer. Vanwege een nieuwe expositie bij Galerie Wiek XX in dat Bad Nieuweschans. Eerst zo’n ritje om schilderijen te brengen, een week later voor de officiële opening. Heel veel kunstkilometers vreten dus. Maar levensgezel en ik maken dat dan met kunstavonturen zo aangenaam en nuttig mogelijk. Hoe? Lees maar!

Toevallig had ik kort geleden een schilderij verkocht via een in Parijs gevestigde online-kunstorganisatie. Aan een liefhebber van mijn werk in Berlijn. Maar dat schilderij was nog in consignatie bij Galerie Drentsche Aa in Balloo, even ten oosten van Assen. Kwam dat even goed uit! Kon ik ’t op zaterdag 16 februari gelijk ophalen als ik dat weekeinde toch noordwaarts ging. En kon ik ook te gelijkertijd met galerist Jan Wekema wat zomerse toekomstplannen doornemen die hier ongetwijfeld nog ter sprake gaan komen.

met Jan bij zijn Toos van Holstein wand

Zo dicht bij Assen konden we natuurlijk niet de expositie ‘Nubië: Land van de Zwarte Farao’s’ in het Drents Museum links laten liggen. Levensgezel en ik hebben elkaar ten slotte voor ’t eerst in Caïro ontmoet vanwege onze belangstelling voor het oude Egypte en het zuidelijk daarvan gelegen Nubië. ’t Bleek een heel interessante weekendtoevoeging.

Maar er wachtte ons in het Drents Museum nog een extra kunstverrassing. Een prachtige tentoonstelling van Carolijn Smit. Een keramist van wie we werk al vaak tegen kwamen op kunstbeurzen en dat ons elke keer opnieuw aansprak. Bleek ze daar zomaar ineens een heel grote tentoonstelling te hebben. Sommigen gruwen misschien van haar beelden maar ik vind het ongelooflijk intrigerend en ook nog eens perfect afgewerkt.

Opgetild door al die kunst was het toen nog maar een kippeneindje naar ons gebruikelijke verblijfadres in Friesland. Een klein dorpje waar familie van levensgezel resideert.

bij Galerie Wiek XX

Zondag. Eerst op naar Bad Nieuweschans om daar mijn schilderijen af te leveren en daarna terug via Ameide. Een eeuwenoude plekje, gelegen aan de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Daar hield kunstgenoot Lon Buttstedt open huis. Ze ging verhuizen van haar gigantisch grote 17e eeuwse pand van waaruit ooit het waterschap de polder bestierde naar iets veel kleiners. Altijd interessant om te zien wat ze zoal kwijt wilde. Op die manier is nu een heel grote houten, met stof beklede leeuw de mijne geworden. Dus alweer opgetild door iets moois bleek Middelburg ineens verrassend dichtbij.

een rij prachtig oude panden in Ameide

En het afgelopen weekeinde met die opening bij Galerie Wiek XX? Heel kort! Op vrijdag vanuit het domicilie van levensgezel in Den Haag naar Leiden. Opnieuw voor Egypte. Met de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ in het Rijksmuseum van Oudheden. Ook weer prachtig! Met als toegift nog onze eigen Zeeuwse godin Nehalennia. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Zaterdag noordwaarts via Dirkshorn in Noord-Holland voor een lunchafspraak bij Ronald en Elisabeth Leyen. Die Elisabeth die afgelopen oktober ‘Stalkunst’ organiseerde als onderdeel van de Kunst10daagse Bergen. Over mijn deelname daaraan schreef ik toen hier. Behalve die lunch had Elisabeth nog een extra lokkertje in de vorm van een prachtig groot fotoboek over onze ‘Stalkunst’.

samen met Elisabeth op de bank met dat fotoboek

’s Middags door naar het Fries Museum in Leeuwarden. Voor ‘Rembrandt en Saskia: liefde in de Gouden Eeuw’. Want om Rembrandt kunnen we dit jaar absoluut niet heen. Maar dat komt nog wel. Nog een ander verhaal.

Uiteindelijk weer door naar dat Friese dorpje van hierboven om van daaruit op zondag richting Nieuweschans te gaan. Voor die opening.

En afgelopen maandag? Nog even naar ‘ZWF Ontwerp’ in Bolsward. Daar waar ik al mijn alu-dibonds laat maken en waar ik wat ideeën te bespreken had met baas Geoffey Schippers. Over bijvoorbeeld Gubbio in Italië en mijn 70-Series. Raadselachtig? Zekers! Maar ook dat zijn komende verhalen.

met Geoffrey Schippers in de grote hal van ZWF Ontwerp

En wat ik tussen die twee weekeinden in heb gedaan? Werken natuurlijk. In mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds
schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld
de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas en zijn Nederlandse mafkezen


Église Saint Laurent in Nogent-sur-Seine

Recent liep ik rond in de Église Saint Laurent in Nogent-sur-Seine en bedacht me ineens dat we in Nederland met z’n allen toch eigenlijk wel een uitzonderlijk en heerlijk stelletje mafkezen zijn. Dat ik in Nogent-sur-Seine was, een stadje in het champagnegebied, heeft een reden die hier nog wel eens ter sprake zal komen. Om bij voorbaat alcoholisch getinte misverstanden te voorkomen, ’t heeft niks te maken met dat bruisende spulletje.

De mafkezengedachte daar in Nogent hangt echter direct samen met de foto hieronder. Met daarop een schilderij dat al een paar honderd jaar in die Église Saint-Laurent hangt en waarop Sinterklaas staat afgebeeld. Twee keer zelfs.

schilderij met Sint Nicolaas, eind 18de eeuw

In het katholieke Frankrijk zie je die Saint Nicolas schilderijen veel meer dan in ons calvinistische landje. Net ook als in Italië. Maar ja, daar liggen dan ook zijn nog steeds ruim aanbeden, in de 12de eeuw uit Turkije weggeroofde oude knoken. Opgeslagen in een tombe van de basiliek van Bari. Ten minste, dat nemen we aan. Want van Turkse kant werd kort geleden ineens beweerd dat hij mogelijk nog steeds daar ligt. Heimelijk verborgen in een ondergrondse ruimte van de oude Sint Nicolaas kerk in het vroegere Myra. De plaats waar hij in de 4de eeuw bisschop was. In alle haast zouden de knokenrovers het verkeerde gebeente hebben meegenomen. Zie je dat al voor je? Erdogan die onze Nederlandse nationale heilige gaat uitbuiten!

archeologisch onderzoek in Demre (Turkije) aan de kerk van Sint Nicolaas

Maar waarom zijn wij eigenlijk een lekker stel mafkezen? Nadat Maarten Luther begin 16de eeuw allerlei godsdienstoorlogen op gang had gebracht met de verkondiging van zijn 95 stellingen, zijn we hier in Nederland een protestante natie geworden. Bij de beeldenstormen is op heel wat heiligenafbeeldingen de geloofswoede uitgeoefend. Weg ermee! Heiligen gaan we niet meer aanbidden. Duivelsgedoe! En wat zien we dit jaar? Komt er in Dokkum met een stoomboot zo’n heilige aan met een mijter met kruis op zijn hoofd en een kardinaalrode mantel om. Hoe katholiek wil je ’t hebben? Daarbij wordt hij ook nog eens door het stadsbestuur hartelijk welkom geheten en door duizenden ouders met hun kinderen uitbundig toegejuicht.

Toos van Holstein, steendruk St. Nicolas

Zouden ze dat destijds in datzelfde Dokkum met Sint Bonifatius ook zo hebben gedaan? Nou, zeker niet! Die werd door de ongelovige Friezen op gewelddadige wijze naar de hemelpoort van Sint Petrus verwezen. En nu? Nu staan al die protestanten en niet-meer-zo-erg-protestanten, ja, zelfs horden ongelovigen, een duidelijk katholieke heilige volop toe te juichen en te zingen. Hoe maf kun je zijn!

Oké, nu even serieus. Want eigenlijk heeft Sinterklaas zoiets best wel verdiend. Op dat schilderij staat hij op de achtergrond in vol kerkelijk ornaat bij een haven. Maar op de voorgrond geeft hij, anoniem gekleed, heel stiekem een geldbuidel aan een vader van drie dochters. Die kon zo zijn dochters redden van de prostitutie omdat hij voor geen van hen ook maar een losse duit als bruidschat te vergeven had. Tja, die goeie ouwe, romantische tijden. Zie hier gelijk ook de link naar die buideltjes met chocolademunten die de afgelopen tijd de Sinterklaasvakken in de supermarkt vulden.

Onze Sint verrichtte trouwens nog heel veel andere heldendaden. In stukken gesneden kinderen weer ongeschonden uit een pekelvat toveren. Of een kind redden dat per ongeluk door de moeder in een pan kokend water terecht was gekomen. Noem dat maar eens geen kindervriend. Of stoere zeemannen redden van een schip dat in een storm dreigt onder te gaan. En een hongersnood voorkomen door graan wonderbaarlijk te vermenigvuldigen. Zeg nou zelf, zo’n held verdient ’t toch om te worden toegejuicht?

reliëf in kerk in Nogent met de Sint die zeelieden redt van een heftige storm

Toch is dat toejuichen ooit wel kantje boord geweest. Want in onze 17de eeuwse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren er behoorlijk wat van die stijf hervormde dominees die het klaarzetten van een klomp of schoen geloofsschennerij vonden. Profane afgoderij! Daar moest van hen zelfs een geldelijke boete op komen te staan. Maar gelukkig kwam ’t niet zover. We waren dan wel protestants maar er heerste officieel ook godsdienstvrijheid. Je mocht best katholiek zijn als je ’t maar niet al te uitbundig vierde. Zo was schilder Jan Steen (1626-1679) gewoon rooms. Maar hij moest wel kunnen leven. Daarom is ’t interessant dat hij zowel een katholiek als een protestants getint Sinterklaas- schilderij heeft gemaakt. At hij van twee geloofswalletjes? Waarschijnlijk wel. Hoe Nederlands wil je ’t hebben? Hieronder het katholieke schilderij.

Het meisje op de voorgrond heeft duidelijk een heiligenpop in handen. En het kleine kind rechtsboven houdt een soort speculaaspop van Sint vast. Nou niet direct reformatorisch. Maar op de protestante versie is al die roomsigheid plots verdwenen. Mooi toch? Die echte VOC-mentaliteit?

De vroegere geloofstweedeling speelt nu bij Sinterklaas geen enkele rol meer. Hoe kronkelig kan dus het historisch pad zijn. Wel schijnen er tegenwoordig wat probleempjes te zijn met Zwarte Piet. Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen
schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

De on-Nederlandse Oranjezaal


Huis ten Bosch in Den Haag
Huis ten Bosch in Den Haag

“Hé, fijn dat jullie er zijn.” Willem Alexander stond ons al op te wachten op dat beroemde bordes van Huis ten Bosch. “Ik had net al doorgekregen van de wacht dat jullie de poort waren gepasseerd. Zo werkt dat hier, korte lijnen.” De marechaussee had ons inderdaad vlak daarvoor, na onze paspoortcontrole, al doorgestuurd. “Max is net bezig koffie te zetten. Dat leek me wel gezellig voordat ik jullie de Oranjezaal laat zien. Jij, Toos, een cappuccino geloof ik en levensgezel een dubbele espresso, is ’t niet? Ja, je merkt, de koninklijke inlichtingendienst werkt voortreffelijk.”

deel van de Oranjezaal
deel van de Oranjezaal

Leuk bedacht natuurlijk. Maar zo werkt het dus toch niet helemaal.  Al is de beroemde Oranjezaal in het Haagse paleis Huis ten Bosch voor een beperkt aantal Nederlanders nu wel te bezoeken. Dat op zich is beslist bijzonder want normaal is dat voorbehouden aan de hotemetoten van het hogere bestuurlijke en bedrijfsechelon, aan de machtigen der aarde. Maar Huis ten Bosch wordt gerenoveerd en gerestaureerd om het helemaal up to date te maken als residentie voor het koninklijk gezin. Want koningen hebben natuurlijk een residentie, niet zomaar een woonhuis.

Oranjezaal, Koninklijke Paleis Huis ten Bosch, oostkant

Omdat zoiets een paar centen kost en die Oranjezaal al klaar is, vond men het van hoger hand een goed idee de zaal aan den volke te tonen. Helemaal mee eens! Uiteindelijk betalen we er toch met z’n allen via onze belastingen aan mee om dat 17de eeuwse paleis weer te laten stralen. Maar je kunt natuurlijk niet zomaar binnenlopen. Daarvoor is een website gemaakt waarop je kunt proberen kaartjes te bemachtigen uit het beperkte aantal dat beschikbaar is.En dat lukte wonderwel.

Dus gaven we op een morgen acte de présence. Twee keer paspoort tonen, ruim op tijd aanwezig zijn, keurig wachten tot de gids zijn groep van 15 mensen komt ophalen, wel de jassen uit want je weet natuurlijk nooit wat daarin of daaronder zit. Ook geen foto’s, absoluut niet. Dan eerst een film over het paleis zien en daarna tien minuten voor die beroemde zaal, geen minuut langer. Het schema is heilig en de groepen volgen elkaar in strak tempo op. Maar het is de moeite waard. Vooral omdat de schilderkundige overdaad van de Oranjezaal zo on-Nederlands is. De protestante Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van de 17de eeuw met zijn, volgens de vele portretten, in zwarte kledij gehulde burgers is er in geen velden of wegen te bekennen. De grote stedendwinger Frederik Hendrik, prins van Oranje, met de verovering op de Spanjaarden van o.a. Oldenzaal, Maastricht, ‘s-Hertogenbosch, Hulst en Breda,moest na zijn dood in 1647 majestueus worden gehuldigd. Ook al was hij geen majesteit, maar slechts Stadhouder. Iets dat hem ongetwijfeld heel erg dwars heeft gezeten.

Frederik Hendrik,Amalia van Solms en hun kinderen
Frederik Hendrik, Amalia van Solms en hun kinderen

Al tijdens zijn leven trachtten hij en zijn Duitse vrouw Amalia van Solms de pracht en praal van Duitse en Franse hoven te evenaren. Kastelen met grootse tuinen liet hij bouwen, magnifieke feesten werden georganiseerd, een prachtige kunstverzameling werd aangelegd. Alles om de uitstraling van een machtig vorst te creëren in een toen economisch zeer florerende republiek die geen koning wilde hebben.

Van die oude pracht en praal rest tegenwoordig niet heel veel meer. De kunstcollectie is na de dood van Frederik Hendrik en Amalia uit elkaar gevallen. De rijk gedecoreerde kastelen en paleizen zijn verdwenen, vergaan tot ruïnes en afgebroken. Behalve dat Huis ten Bosch.

Daar kregen we nu, dankzij de bezoekactie, een glimp mee van het uiterlijk vertoon van de Oranjefamilie in die tijd. Stel je voor! Frederik Hendrik die in een zegekar, omstuwd door bewonderaars en bejubelaars, die Oranjezaal inrijdt op de grootste schildering daar. Je zou haast denken dat hij de Zonnekoning zelve was. Ongetwijfeld de bedoeling!De beroemde Vlaamse schilder Jacob Jordaens  mocht dit pièce de résistence uitvoeren.

deel van het schilderij met Frederik Hendrik op zijn zegekar
deel van het schilderij met Frederik Hendrik op zijn zegekar

Maar ook toen bekende kunstenaars als Jan Lievens,Gerard van Honthorst en Salomon de Bray voerden delen uit. Net als Cesar van Everdingen die de “Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik” maakte. Een werk waaruit duidelijk wordt dat de toekomstige stedendwinger was voorbestemd tot grootse daden.

Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik
Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik

In Frankrijk en Italië zijn nog aardig wat van dit soort zalen te vinden met een overweldigende overdaad aan schildersversieringen. In Nederland is dat er in feite maar één. Die Oranjezaal! Daarom ook is het zo’n belangrijk monument, een bijna letterlijk gouden overblijfsel van de Gouden Eeuw. Daarom ook mag die restauratie van Huis ten Bosch van mij een aardige grijpstuiver kosten. Ondanks het gemauw daarover van sommige politici in de Tweede Kamer. Dit soort monumenten uit ons verleden moet je gewoon eren. Oh zo!

2015-09-04 10:34:23 DEN HAAG - De Oranjezaal van paleis Huis ten Bosch. Het paleis wordt gerestaureerd. Voorafgaand aan de renovatie wordt de reeds gerenoveerde Oranjezaal tijdelijk voor publiek opengesteld. ANP REMKO DE WAAL

Huis 08

Tot volgende week.

TOOS

De Twee-Eenheid van Knokke en Kunst


Elk voordeel hep ze nadeel, om maar eens een van onze beroemdste hedendaagse Nederlandse filosofen te parafraseren, de onnavolgbare Johan Cruijff, . Want als je op de boulevard in Vlissingen staat, zie je heel duidelijk Knokke liggen aan de overkant van de Westerschelde. Nam je vroeger de veerdienst Vlissingen-Breskens, dan was de tocht erheen een fluitje van een cent. En je had zelfs nog even die twintig minuten van rust en zilte zeelucht snuiven op het dek tijdens de overtocht. Nu ligt er de Westerscheldetunnel en is het veer al heel lang verdwenen. Terneuzen blij. Maar van Middelburg naar Knokke? Kijk, daar hep je het nadeel van het voordeel. Geen zilte zeelucht meer en mooi vijf kwartier onderweg. Als het meezit dan en niet half België richting kust wil.

beeld aan de Zeedijk in Knokke
beeld aan de Zeedijk in Knokke

Hoe ik ineens zo op Knokke kom? Een paar dagen geleden was ik er weer eens. Voor de kunst. Een aantal jaren geleden gebeurde dat veel vaker. Toen werkte ik samen met een galerie op de beroemde Zeedijk van dat mondaine Knokke. Die boulevard waar het stikt van de galerieën. Want Knokke is zo’n chique badplaats waar kunst en kapitaal samenklitten. Waar geld is, daar is ten slotte heel vaak ook kunst. Dat begon in de Middeleeuwen al met de puissant rijke Roomse Kerk. Later deden ook de adel en opkomende burgerij in de rijke steden een flinke duit in het kunstzakje. Denk maar aan Brugge en Gent met de Vlaamse Primitieven als de gebroeders van Eyck en Rogier van der Weyden. Aan Florence en de Renaissance met Leonardo da Vinci en Michelangelo. Of onze eigen Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Gouden Eeuw. En wat te denken van de bloeiende kunstenaarskolonie in het Zeeuwse Domburg? Zouden die kunstenaars daar echt alleen gezeten hebben vanwege het bijzondere licht? Of zou de zomerse aanwezigheid van adellijke en zelfs vorstelijke kringen daar misschien ook een ietsiepietsie aan hebben bijgedragen?

Knokke 2 Knokke 3

sfeer"beelden" op de Zeedijk
sfeer”beelden” op de Zeedijk

Vandaar dus al die galerieën op de Zeedijk in Knokke. De bekende en beruchte familie Lippens, inderdaad die van de failliete Fortis-bank, mag dan een behoorlijk deel van de plaats bezitten, vele anderen hebben er een tweede of derde huis. Daarvoor hebben ze hun bankrekening dan wel aardig moeten plunderen, maar op dat type rekening schiet er dan altijd nog wel wat over voor kunst. Ik heb er dan ook flink keertjes geëxposeerd, bij Art Gallery Natascha van Anne van Hoof. Maar Anne stopte er een aantal jaren geleden mee.

plek waar ooit Art Gallery Natascha zat en nu kunst rond Kuifje wordt gepromoot
plek waar ooit Art Gallery Natascha zat en nu kunst rond Kuifje wordt gepromoot

Net voor dat beroemde bankenrampjaar 2008. En net dus voordat Knokkense bankrekeningen er ineens minder florissant uitzagen. Sindsdien ben ik minder toegekomen aan het flaneren op de Zeedijk. Maar een goede reden dat toch af en toe nog weer eens te doen is de Art Nocturne. De beurs voor moderne kunst en antiek. Een paar jaar achter elkaar was ’t er niet van gekomen door verblijf elders. Nu echter had ik de mogelijkheid.

Zomaar een kunstbeurs midden in het vakantieseizoen is eigenlijk heel bijzonder. Niemand waagt zich daaraan, maar voor Knokke als badstad is het geen probleem. Juist in de zomer komt tout le monde er graag. Voor de wat hoger geprijsde blinkertjes, voor de juiste merkkleding, om gezien te worden in de cabriolet. Met het dak open natuurlijk. En dus ook voor de kunst.

ergens op de Art Nocturne
ergens op de Art Nocturne

Maar die kunst viel behoorlijk tegen. Eigenlijk wel passend bij het herfstige accent van het weer die dag. Tekenend voor de huidige situatie in de kunstwereld, het belachelijk dure segment bij de beroemd veilinghuizen buiten beschouwing gelaten, was dat er nauwelijks gerenommeerde galerieën aanwezig waren. Een paar jaar geleden waren ze er nog wel, nu niet meer. De gevallen gaten werden opgevuld met minder bekende kunstaanbieders die blijkbaar het beursavontuur wel wilden aangaan tegen een lagere prijs per vierkante meter standoppervlak.  Geen vooruitgang! Ook op de Zeedijk was dat het geval. Nog wel steeds veel galerieën, maar ….. Er waren zelfs leegstaande ruimten te huur. Dat heb ik daar in het hoogseizoen nog nooit meegemaakt. De economische crisis is dus zelfs aan Knokke niet voorbij gegaan.

Gelukkig mocht ik ’s avonds al die kunstmalheur wegspoelen met champagne en wegeten met een florissant koud buffet bij die ex-galeriehoudster van me, Anne van Hoof van die ex-galerie Natascha.

op bezoek bij Anne van Hoof
op bezoek bij Anne van Hoof

Met daarbij vanzelfsprekend het naar boven halen van de vele gezamenlijke kunstavonturen bij exposities, beurzen en klanten gedurende onze jarenlange samenwerking. En zo werd het nog heel laat in Knokke en nog veel later voor ik ergens midden in de nacht mijn bed kon opzoeken. Tot volgende week.

TOOS