Tagarchief: goudverf

Roeien met de benen die je hebt en andere zaken: fotoboek 2 over Myanmar


Inle Lake

Ik hoor ’t al zeggen: “Toos, ’t is roeien met de riemen die je hebt. Niet benen!” Dat weet ik ook wel, maar op het Inle Meer in Myanmar hebben ze daar andere ideeën over. Kijk maar eens naar dit korte filmpje dat ik maakte van de speciale roeitechniek die de vissers er daar op nahouden.

Vers van de pers plofte een paar dagen geleden mijn tweede fotoboek over Myanmar op de vloer in het halletje. Met daarin natuurlijk ook foto’s van die vissers. Via de link http://bit.ly/2ponznf  kom je ze vanzelf tegen bij het doorbladeren. Tussen nog heel veel ander Inle Meer schoons in. Want die streek is echt niet zomaar een van de grootste toeristische trekpleisters in Birma aan het worden. Daarvoor hoefde ik alleen maar te kijken naar de aantallen loslopende baardige en gevarieerd gekapte westerse hipsters. ’t Is hot daar.

foto’s van het Inle Lake

En Erica Terpstra,toch niet direct het prototype van de hipster, is er ook al geweest. Aan o.a. dat Inle Lake. Voor het tv-programma “Erica op reis”. Beslist leuk om die aflevering eens te bekijken https://www.npo.nl/erica-op-reis/25-03-2017/POW_03453899 .
Ze bezoekt daarin ook de bij het meer. Een pagode complex met eeuwenoude stupa’s . Toen ik die tv-beelden zag was ik er gelijk door gegrepen. Later, er in werkelijkheid rondlopend, bleek mijn gevoel helemaal te kloppen. Sprookjesachtig prachtig en indrukwekkend, die gigantische verzameling van vervallen en hier en daar ook weer opgeknapte, elegante pieken. In gerestaureerde staat natuurlijk weer bedekt met goudverf of bladgoud. Absoluut een kunstig hoogtepunt!

Verder laat ik een kleine selectie foto’s van mensen, tempels en markten uit dit tweede deel hier voor zich spreken. Een ding is zeker, je kunt in Myanmar blijven fotograferen (lees daaronder weer verder).

Toch wil ik één onderdeel er nog even speciaal uithalen. Die straat in Mandalay, na Yangon de tweede stad van het land. Een straat die op wonderbaarlijke wijze het hele jaar door bedekt lijkt  met een laagje sneeuw. Niet echt aannemelijk natuurlijk bij het klimaat daar. ’t Is dan ook een dikke laag wit stof. Afkomstig uit een lange rij werkplaatsen waar Boeddha’s van wit steen en marmer worden gemaakt. Ontzettend veel Boeddha’s in allerlei formaten. Groot, klein, middelmaat, zittend, liggend, ’t doet er niet toe. U vraagt? Wij hakken, slijpen en polijsten. Maar dan natuurlijk wel zonder een Arbowet. Want de werkomstandigheden daar? Niet te geloven. Stoflongen? Nooit van gehoord! Stofkapjes, wat is dat? En gehoorbeschermers tegen al het slijplawaai? Bestaan die dan?

Wij kennen allemaal wel de nogal hilarische Nederlandse traditie van het koekhappen. Dat ik eigenlijk wel miste bij die Koningsdag in Tilburg. Maar dat terzijde. In Mandalay hebben ze daar dus hun eigen variant op ontwikkeld.  Stofhappen. Om een beschermend marmerlaagje op de binnenkant van je longen te creëren.

Arbotechnisch niet gezond, fototechnisch wel geniek. Tot volgende week.

TOOS

De bladgoudrap in Birma


Beatrice, olieverf 160 cm-90 cm
Beatrice, olieverf 160 cm-90 cm

Af en toe gebruik ik wel eens bladgoud in een schilderij. Zoals bijvoorbeeld in onderstaande “Beatrice”, een werk dat ergens in een Westlandse huiskamer letterlijk hangt te schitteren. Want dat doet ‘t, dat bladgoud. Bij mijn zeer recente verblijf in Myanmar, het land dat vroeger Birma heette maar uit politieke overwegingen die nieuwe naam kreeg van het militair dictatoriale regiem, moest ik daar heel vaak aan denken. Er is namelijk geen ontkomen aan, aan bladgoud daar. Of aan het goedkopere alternatief, goudverf. Of aan het nog goedkopere alternatief, dun metaal met goudkleur. Overal verwerkt in de bij volle zon prachtig oplichtende ontelbare boeddhistische tempels. En in de nog veel ontelbaardere goudgekleurde Boeddha’s. Sommige zelfs lagen dik beplakt met die flinterdunne velletjes bladgoud door de vele gelovige Boeddhisten. Ter verering van de Boeddha zelf natuurlijk maar ook voor hun eigen verheffing. Wel alleen voorbehouden aan de mannen, dat plakken. Want vrouwen mogen dat natuurlijk weer niet. Een ernstig minpuntje voor het Boeddhisme in Myanmar.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben dus een aantal weken op reis geweest in Myanmar. Het land dat de laatste jaren probeert onder leiding van Aung San Suu Kyi de gevolgen van de decennia lange dictatuur van een verstikkend militair regime van zich af te schudden. Ondanks haar frêle gestalte is Aung een dijk van een wijf. Niet voor niets kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede. En, ook niet te vergeten, in 2006 in Middelburg de Roosevelt Freedom for Fear Award. Maar dat zijn allemaal andere verhalen.

Schwedagon Pagode
Schwedagon Pagode

Als er in Myanmar iets opvalt in het landschap en in de steden zijn ’t wel die goudkleurige tempelkoepels. Overal staan ze het felle zonlicht te weerkaatsen. En veel zon is er. Elke dag weer in het droge seizoen. Hooguit af en toe wat mist in de bergen, maar verder zon, zon en nog eens zon. Heerlijk. Gelijk al op de eerste dag in hoofdstad Yangon. Vroeger, in mijn Bosatlas op school, gewoon Rangoon geheten. Maar ja, ook weer die militairen. In dat Yangon dus staat de Schwedagonpagode. De grootste tempel van het land en ook een van de grootste Boeddha heiligdommen. Er zouden zich in die pagode, ergens en onzichtbaar, namelijk wat haren bevinden van de laatste Boeddha en relikwieën van de drie aan hem voorafgaande Boeddha’s. Waren er dan vier Boeddha’s? Ja natuurlijk, wist je dat dan niet? Maar over die drie eerste moet je niet al te veel vragen stellen, die waren er gewoon. Een parallel met al die relikwieën van onze vele katholieke heiligen is vanzelfsprekend snel getrokken.

Schwedagon Pagode
Schwedagon Pagode

Zo’n belangrijke pagode mag je dan ook wel met  50.000 kilo bladgoud beplakken. Ik heb ’t niet nagewogen. Kun je je voorstellen dat je daar af en toe even staat te knipperen met de ogen? Een en al bladgoud en goudverf wat de boeddhistische klok slaat. Daar is mijn “Beatrice” niks maar dan ook helemaal niks bij.

birma04
Schwedagon
Mahamuni Pagode, Mandalay
Mahamuni Pagode, Mandalay

Dan zie je ook dat bladgoud door de lichtreflecties veel meer leeft dan goudverf. Dat was heel goed waar te nemen in Mandalay waar zich ook zo’n belangrijk heiligdom bevindt. De Mahamuni Pagode. De ruimten daar rond de centrale Boeddha zijn voor een groot deel bedekt met bladgoud. Met als gevolg een prachtige ambiance van voortdurend veranderende goudkleurschakeringen door het steeds anders invallende licht.

Mahamuni Pagode
Mahamuni Pagode

Die Mahamuni Boeddha is trouwens een verhaal apart. Volgens de overlevering is het een van de vijf beelden die in de 6de eeuw v.C. naar het uiterlijk van de toen nog levende Boeddha zouden zijn gemaakt. Waarheid? In ieder geval wordt ie nu elke dag wat dikker door alle bladgoud dat op hem wordt geplakt. Want al is dat heel erg dun, als je eeuwenlang doorgaat met plakken heeft ’t toch effect. Zelfs wanneer, zoals hierboven al gememoreerd, alleen mannen dat mogen doen. De vrouwen hebben hun bladgoud maar aan hun man of een mannelijke bewaker af te geven. Tja, geloofstradities! In welke godsdienst vind je dat soort dingen niet.

Mahamuni Boeddha
Mahamuni Boeddha

birma08

In Mandalay maakte ik ook mee hoe dat bladgoud vroeger werd gemaakt. Zie en hoor bijgaand filmpje (met https://youtu.be/iQqs9nlKS5g als link op YouTube).

De indruk werd gewekt dat dit in Birma nog steeds zo gebeurt, maar daarbij heb ik grote twijfel. Want alleen in die ene werkplaats heb ik dat zo meegemaakt, daarna niet meer. Echt ongelooflijk, dat gehamer daar. Eerst wordt een al dun, ingeklemd goudblaadje nog veel dunner gemept. Dat daardoor groter geworden blad wordt in stukken geknipt die elk opnieuw op dezelfde manier worden bewerkt. Uren en uren lang. Door van die tanige mannetjes die van geen Nederlandse Arbo-wetten weten. En voorgeschreven rusttijden? Wat is dat? Arbeidsloon? Vast heel minimaal. Maar ritmisch is ’t wel. Je zou er zo een bladgoudrap bij kunnen maken. Tot volgende week.

TOOS