Tagarchief: Haags Gemeentemuseum

Even ondergedoken nr.2


Nog steeds zorgen mijn werkzaamheden ervoor dat de internetradarhorizon zich een stuk boven mijn kruin bevindt. Nog één week voor ik weer opduik om te kunnen gaan strepen in die bucketlist waarvan ik vorige week al melding maakte. Na het Catharijneconvent met Maarten Luther wordt dat de expositie over Anton Heijboer in het Haags Gemeentemuseum. Door de bouw alleen al één van de mooiste musea van Nederland. https://www.gemeentemuseum.nl/

Anton Heijboer

Toos toch! Heijboer? Die nogal gestoord overkomende kunstenaar die toch best wel aardig leek, daar op zijn rommelige boerderij met ook nog al zijn vrouwen,  en bij het grote publiek vooral bekend geworden door ‘de bladen’? Ja, die dus. Maar voor hij zijn kunstcarrière door al zijn mallotigheid vergooide, stond hij op internationaal doorbreken met heel intrigerende kunst.

werk van Heijboer

En juist daarover gaat die tentoonstelling in Den Haag. Gaan, zou ik zeggen. Dan pik je gelijk Mondriaan in dit De Stijl-jaar als tegenpool nog even mee. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS

Den Haag helemaal in Stijl


kantoor over de Utrechtse Baan, Den Haag

Over façade gesproken! Hebben we in Middelburg de kunstmanifestatie Façade waarover ik vorige week schreef, gaan ze in Den Haag ineens ook allerlei façades versieren. Als je daar nu de stad binnenrijdt over de Utrechtse Baan, de hoofdentree van de Hofstad, valt ’t direct op. Veel façades van grote kantoorgebouwen langs of over die Utrechtse baan staan er geblokt en gestreept bij. In de primaire kleuren rood, geel en blauw.

kantoor naast de Utrechtse Baan

In de stad zelf is dat ook het geval. En mocht zelfs dat je nog niet opvallen, dan wordt je blik wel bij allerlei etalageruiten gedeeltelijk geblokkeerd. Ook weer met die drie kleuren. Als ’t daarbij even meezit, zie je zelfs rijen vlaggen in die ruiten weerspiegeld in natuurlijk de kleuren die ik nu niet meer hoef te noemen. Er is geen ontkomen aan, Den Haag viert in 2017 de oprichting in 1917 van De Stijl  helemaal in stijl. Zie alle bijgaande foto’s maar.

het stadhuis
het provinciehuis van Zuid-Holland

De Stijl? Ja, De Stijl. Zonder dat je je dat waarschijnlijk nog realiseert, kom je overal de gevolgen van die Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsbeweging tegen. Dat hebben de oprichters waaronder schrijver en kunstenaar Theo van Doesburg, ons aller Piet Mondriaan, schilders Vilmos Huszár en Bart van der Leck, architect J.J.P. Oud en meubelmaker Gerrit Rietveld toch maar mooi voor elkaar gekregen. De Stijl, met een aantal hier niet genoemden een behoorlijke verzameling ego’s bij elkaar. Dat die elkaar dan ook regelmatig de tent uitvochten, weliswaar in woord en niet lichamelijk, wekt dus niet echt verwondering. Een soort duiventil was ‘t, die groep. Je stapte er zelf uit vanwege onenigheid of werd er wel uitgegooid. Of er kwamen weer nieuwe adepten bij. Maar dat alles dan wel met als een van de uitgangspunten een utopisch geloof in de vooruitgang van de wereld waarbij kunst een belangrijke rol moest en kon spelen.

Centraal Station van Den Haag
de openbare piano op het CS
voor het CS

Met kunst in alleen de kleuren die je nu volop in Den Haag ziet. De primaire kleuren rood, geel en blauw naast wit, grijstinten en zwart. Wel gevat in horizontale en verticale lijnen. Dus als er eens iemand een scheve schaats wilde rijden met een diagonaal kon je daar heftige discussies over krijgen.

overal dit soort vlaggen
een hotel in Scheveningen
etalageruiten

Echt een lekker stelletje bij elkaar. Maar wie kan er tegenwoordig nog om de rol van Mondriaan heen in de moderne kunstontwikkeling? Of je wel of geen liefhebber van zijn werk bent, doet er daarbij helemaal niet toe. En de naam J.J.P.Oud is niet alleen gekoppeld aan ons Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, maar zul je ook vaak genoeg tegenkomen in de geschiedenis van de moderne architectuur.  Om over Gerrit Rietveld maar niet te spreken. Denk alleen maar aan zijn wereldberoemde Rietveld-Schröderhuis in Utrecht en die stoel.

het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht
de Rietveldstoel

De wereldberoemde Rietveldstoel  in dus die kleuren. Of ie lekker zit? Geen idee! Want je komt die stoel vooral in musea tegen en daar is dat zitten natuurlijk ten strengste verboden. Tonnen is zo’n stoel waard!

Wie kijkt er trouwens nog op van een placemat in rood, geel en blauwe blokjes met hier en daar wat wit, gescheiden door zwarte strepen? Of een koffiemok, vloerkleed, muurschildering, servies met die kleuren. Niemand toch? Reden genoeg dus om die honderd jaar De Stijl dit jaar stijlvol te vieren met allerlei exposities. In bijvoorbeeld Leiden, de oprichtingsstad waar ook nummer 1 van het tijdschrift De Stijl verscheen met als redacteur Theo van Doesburg. In Amersfoort en Utrecht, geboortesteden van Mondriaan, Doesburg, Rietveld en Van der Leck. In Eindhoven als huidige Dutch Design stad vanwege de nog steeds grote invloed van De Stijl op het hedendaags design. En natuurlijk in Den Haag.

Niet alleen door de grote collectie design en meubels daar in het Gemeentemuseum. Maar vooral omdat ze er de grootste collectie Mondriaans ter wereld hebben. En dat willen weten ook. Maar daarover een andere keer meer. Tot volgende week.

TOOS

De Homo Ludens van Constant


Constant, maquette van project New Babylon
Constant, maquette van project New Babylon

Vlak naast het Centraal  Station van Den Haag piekt een modern ogend gebouwencomplex met winkelcentrum, kantoren, hotel en woningen de lucht in. New Babylon. Een naam die projectontwikkelaar en eigenaar stomweg hebben gepikt van kunstenaar Constant Nieuwenhuijs (1920-2005). En dat, gezien hun bouwsel, volkomen ten onrechte. Het bewijs? Daarvoor hoef je deze zomer vanuit het Centraal Station alleen maar even door te reizen naar het Haags Gemeentemuseum. Want in dat mij dierbare museum vind je tot 25 september een grote overzichtstentoonstelling van het project New Babylon van Constant. Een halve eeuw ouder maar heel wat inspirerender en visionairder dan dat complex bij het Centraal Station.

Constant, Homo Ludens, olieverf op doek (1964)
Constant, Homo Ludens, olieverf op doek (1964)

Voor mij is Constant één van de grootste Nederlandse kunstenaars uit de tweede helft van de 20ste eeuw, zo niet de grootste. Maar dat is natuurlijk een persoonlijke mening. Ik schat in dat veel Nederlanders veel eerder op de proppen zullen komen met iemand als Karel Appel. Samen met Constant en Corneille in 1948 oprichter van de Nederlandse groep binnen de internationale Cobrabeweging. Maar waar Appel en Corneille eigenlijk nooit fundamenteel van hun ingeslagen Cobra-paadje zijn afgeweken na opheffing van de groep in 1951, ging Constant, het theoretisch brein van de drie, de rest van zijn leven een geheel eigen weg. Met als leidraad dat kunst en leven voor de moderne mens een onverbrekelijk geheel moesten gaan vormen.

La guerre, portfolio van 8 steendrukken
La guerre, portfolio van 8 steendrukken
werk van Constant uit de Cobra periode
werk van Constant uit de Cobra periode

Daaruit ontstond in 1956 dat idee van Nieuw Babylon, de nieuwe wereld van de Homo Ludens, de Spelende Mens. Een term die al eerder was geijkt door de beroemde Nederlandse historicus Johan Huizinga. Automatisering ging het mogelijk maken dat de mens steeds minder hoefde te werken voor zijn bestaan en steeds meer in staat zou zijn het leven op een ludieke en kunstzinnige manier zelf in te richten. Dat zou weer invloed hebben op de manier van wonen en vervoer  en daarmee ook op de architectuur van stad en landschap. Ziedaar dus het project New Babylon waarmee Constant zich tot 1974 heeft bezig gehouden. Logisch dat hij ging samenwerken met architecten en vormgevers. Logisch dat de originele denkbeelden en het ludieke ontregelende van de Amsterdamse Provobeweging uit de jaren 60 hem sterk aanspraken. Logisch ook dat hij na de internationale studentenopstanden van 1968 in bijvoorbeeld Parijs en Amsterdam teleurgesteld raakte toen daar geen echte aansprekende revolutionaire resultaten uit voortkwamen. Met, niet te vergeten, daarnaast ook nog de Amerikaanse oorlog in Vietnam.

Constant 04

Constant 06

Constant 05 Constant 07

Constant 08 Maar in de tussentijd waren er door Constant prachtige architectonische maquettes gemaakt. Niet echt bouwtechnisch van stijl, maar meer gebaseerd op ruimte en kleur. En heel wat zorgvuldiger gemaakt dan de schilderijen waarmee Appel in de tussentijd beroemd aan het worden was. Schilderijen waarbij, zoals laatst in het nieuws kwam, door slecht materiaalgebruik de verf min of meer spontaan van het doek valt en waarbij druipers uit zichzelf nieuwe kunstzinnige elementen aan het doek toevoegen. Genoeg werk voor restaurateurs de komende jaren. Dat zal bij Constant dus niet gebeuren. Niet met spontaan uit elkaar vallende bouwsels en niet bij de olieverfschilderijen die hij rond 1970 weer begon te maken. Vaak nog geïnspireerd op New Babylon, maar ook maatschappij-kritisch op de oorlog in Vietnam, op hongersnood en op vluchtelingen. Prachtig werk.

Dat alles is nu mooi terug te zien in die overzichtsexpositie in het Gemeentemuseum. Met maquettes die als een soort ruimteschepen zweven in donkere kabinetten.

Constant 09 Constant 10

Of met gigantisch ingewikkelde bouwdozen op palen boven de grond terwijl de mens in de vlakte eronder verkeert. En met die prachtige schilderijen van onduidelijke en toch harmonische ruimtes van schuivende panelen en trappen.  Schilderijen waarin altijd die Homo Ludens aanwezig is in de vorm van blobberige vlekken. Dat laatste klinkt misschien negatief, maar is het niet. Al die blobs zijn raak en zitten op de goeie plek.

Constant 11

En is het niet mooi dat juist nu de hele automatisering en robotisering van de maatschappij opnieuw heftig ter discussie staat? Of dat het idee van het basisinkomen voor iedereen opnieuw uit de kast is gehaald? Een idee waarmee de mens zich vrij zou kunnen maken van te grote financiële zorgen en alsnog die Homo Ludens zou kunnen worden. Een idee dat laatst bij referendum in Zwitserland volledig werd weggestemd, maar waar in Finland vermoedelijk mee geëxperimenteerd gaat worden. De visionaire Constant was dus zo gek nog niet met zijn New Babylon ideeën. Die tentoonstelling met bijbehorend gedachtegoed zou maar eens over de hele wereld moeten gaan reizen. In Madrid was ie vorig jaar al. In het Museo Reina Sofia. Who’s next? Tot volgende week.

TOOS

PS Een heel interessante documentaire over het New Babylon project van Constant is te vinden onder de link http://arttube.nl/nl/video/Gemeentemuseum/Constant_Nieuwenhuys

4 Of nog wel meer redenen om wel of niet naar Rothko te gaan


Rothko 1

Als kunstenaar ben je deze maanden wel bijna verplicht om twee grote tentoonstellingen te bezoeken. Een van een dooie kunstenaar in het Haags Gemeentemuseum en een van een levende in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Van Mark Rothko die in 1970 zelfmoord pleegde en van Marlene Dumas die gelukkig nog onder ons verkeert. Maar beiden iconen in de huidige wereld van de moderne kunst. Dat “huidig” en “modern” is eigenlijk taalkundig wat dubbelop, maar het ligt ten slotte in de kunstgeschiedenis van de toekomst verborgen of ze ook iconen blijven. Hoeveel voorbeelden zijn er niet van kunstenaars die in hun tijd beroemd waren en van wie nu bijna niemand meer weet?

Rothko 2 Mijn nieuwsgierigheid naar de tentoonstelling van Rothko is nu bevredigd. Van hem had ik in werkelijkheid ooit maar enkele schilderijen gezien. Schilderijen trouwens waarvan recent het hiernaast afgebeelde No.21 (Red, Brown, Black and Orange) voor 45 miljoen dollar in New York op de veiling werd verkocht. Zou ’t dat waard zijn? Vast niet! Is die kunstmarkt voor de grote namen in de moderne kunst overspannen? Vast wel! Zijn er mensen met veel te veel geld die graag pronken in hun omgeving met de vraag “Heb je mijn nieuwe Rothko al gezien”? Beslist! Maar dat ter zijde.

Ook vroeg ik me af wat ik aanmoest met de verhalen die altijd de ronde doen bij Rothko. Van die verhalen waarbij kijkers naar zijn werk zo diep emotioneel geraakt worden dat ze zelfs in huilen kunnen uitbarsten. Hoe zou mijn toch best wel sensitieve kunstenaarsziel gaan reageren op zo’n overmaat aan werken van hem? Nou, die ziel reageerde eigenlijk dubbel. Want was Rothko nou echt een groot kunstenaar? Zijn eerdere schilderijen uit de veertiger jaren vond ik beslist niet geweldig.

ouder werk van Rothko
ouder werk van Rothko

Bij Picasso kon je in zijn jeugd gelijk al zien wat een ongelooflijk talent hij had. Maar bij een Rothko op zelfs 40-jarige leeftijd kon ik dat, naar mijn idee, niet constateren. Was hij zo doorgegaan, dan was hij, denk ik, nu onbekend geweest. Maar na de Tweede Wereldoorlog kwam in Amerika het abstract expressionisme heel sterk op. Kunstenaars probeerden zich te ontworstelen aan allerlei conventies. Daarbij kwam bijvoorbeeld “onze” van oorsprong Rotterdamse Willem de Kooning boven drijven. Of Barnett Newman waarbij velen zullen reageren met “O die” bij het horen van “Who is afraid of red, yellow and blue”. Of Jackson Pollock met zijn dripping paintings. En dus Mark Rothko met zijn schilderijen met de kleurvelden. Meestal horizontale banen boven elkaar in verschillende kleuren.

Rothko 4

Rothko 5

Rothko heel summier belicht
Rothko heel summier belicht

Werd ik tot in mijn ziel geraakt? Nee. Wel vond ik het heel interessant de ontwikkeling van Rothko te zien, van zijn vroegere werk tot wat nu heet zijn classic style met de kleurvelden vanaf de jaren 50. Vooral als hij in die stijl werkte met allerlei nuances rood vond ik het boeiend.  Ander werk raakte mij minder. Interessant ook is een heel summier verlichte zaal, helemaal zoals Rothko dat zou hebben gewild. Daarin moet je heel langzaam en goed kijkend de kleine verschillen in kleurvelden op een aantal werken tot je laten doordringen. Een manier die je dwingt de tijd te nemen. Iets dat Rothko ook van zijn kunstkijkers verlangde.

het laatste schilderij van zowel Rothko als Mondriaan
het laatste schilderij van zowel Rothko als Mondriaan

Bij de vraag of Rothko een groot kunstenaar was, heb ik voor mijzelf geen duidelijk antwoord. Ik twijfel. Hij was met zijn stijl in ieder geval wel een juiste persoon op de juiste plaats, Amerika, op de juiste tijd, de jaren vijftig van de vorige eeuw. En daarmee heeft hij zeker een plaats in de kunstgeschiedenis verdiend. Maar ben je daarmee automatisch een groot kunstenaar? Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Opzij, opzij, opzij, ik heb ongelofelijke haast


Waarom die kop met regels uit dat bekende lied van onze onvolprezen Herman van Veen? Die kwamen in me op toen ik vorige week dinsdagavond met het vliegtuig aankwam in Rotterdam na een verblijf van enkele weken in Nice. Een paar weken om tot rust te komen na hectische maanden in Nederland. Schilderijen afmaken, tentoonstellingen, een groot feest voor zo’n 150 gasten met alle voorbereiding erbij, Open Huis, Landelijke Monumentendag, enz., enz.

Maar bij die landing realiseerde ik mij dat er opnieuw een paar heel drukke weken zaten aan te komen. Vandaar de associatie met dat liedje van Herman van Veen. En ook de gedachte die hectiek eens op een rij te zetten in deze blogaflevering.

opening van de Tuinzaal in Haags Gemeentemuseum
opening van de Tuinzaal in Haags Gemeentemuseum

Gelijk op woensdag stond er een evenement gepland voor de Vrienden van het Haags Gemeentemuseum, waarvan ik er een ben. De nieuwe Tuinzaal in het museum werd namelijk officieel geopend, een gebeurtenis gecombineerd met wijn en buffet. Die Tuinzaal is in feite de oorspronkelijke binnenplaats die recent helemaal overkapt is om extra ruimte te scheppen voor bezoekers. Iets dat veel musea de laatste jaren hebben gedaan. Denk maar aan het Rijksmuseum en het Nationaal Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Want musea moeten tegenwoordig meer bieden om extra inkomsten te genereren. Naast de culinaire verzorging was er nog die andere trekpleister. De blockbuster tentoonstelling over Rothko. Velen gingen mij al voor en hele volksstammen zullen nog volgen. Want de rijen voor de museumkassa’s zijn lang. Voor een Vriend dus niet! En da’s een lekker gevoel. Over die Rothko-expositie schrijf ik binnenkort nog wel eens.

Direct na die opening op woensdagavond had ik nog een afspraak in Wassenaar. Bij een echtpaar dat graag een “Venetiëschilderij” van mij wil hebben. Dat ga ik nu dus in opdracht maken. Maar voor zo’n opdracht kom ik altijd graag eerst bij de mensen thuis. Om, onder het genot van een wijntje, de opdrachtgevers beter te leren kennen, hun woonsfeer te proeven en de plek te aanschouwen die ze in gedachten hebben voor het schilderij.

cabaretier Eric Koller
cabaretier Eric Koller

Donderdag wachtte mij een etentje met vrienden en een cabaretvoorstelling in het Haagse Diligentia. Van Eric Koller. Nooit van gehoord? Tja, hij komt zelden met zijn flexibele, rubberen kop op televisie en dan ben je dus geen BN’er. Maar een kolderieker, absurdistischer cabaretierclown hebben we niet in Nederland. Ik had af en toe ordinair de slappe lach!

Vrijdagmorgen ging de reis dan uiteindelijk naar Middelburg. Want daar moest zo’n 50-tal werken worden uitgezocht en ingepakt om ze op zaterdag, na alles te hebben ingeladen, in Bilthoven weer uit te laden. Voor een grote overzichtstentoonstelling van mij daar. Nieuwsgierig? Binnenkort meer nieuws.

afgeleverd werk in Bilthoven
afgeleverd werk in Bilthoven
feest in Middelburg
feest in Middelburg

En omdat ik toch in Bilthoven was, kon ik gelijk mooi door naar Zeist. Om daar zo rond 5 uur een kunstwerk van mij af te leveren. Toch wel heel leuk. Ik verkoop een schilderij aan bewonderaars van mijn kunst en we vieren dat met, alweer, een goed glas wijn erbij.  Daarna voor de inwendige mens nog naar Breukelen, naar galerie Peter Leen. Want Peter, met wie ik al jaren samenwerk, heeft sinds twee jaar het voortreffelijke Thaise restaurant Same Same in en naast zijn galerie.

Op zondag wachtte een muzikaal feest bij vrienden die in Middelburg hun project “Sound of Light House” ten doop hielden. Max Dendermonde schreef ooit het boek “De wereld gaat aan vlijt ten onder”. Nou, mocht dat zo zijn, dan kunnen we dat maar beter feestend doen. Nietwaar?

Voor maandag stond het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard op het programma. Want daar lag nog een stapel steendrukken van mij te wachten op nummeren en signeren. Gewoon zoals dat hoort bij litho’s.

de litho voor het Nederlands Steendrukmuseum nummeren en signeren
de litho voor het Nederlands Steendrukmuseum nummeren en signeren

Op die manier weet de nieuwe eigenaar dat het echt een origineel exemplaar is. En omdat ik toch in Brabant was, kwam een eetafspraak met een goeie vriendin in Lieshout ook heel mooi uit. En op dinsdag?  Nee, nu even niet. Ook dat komt nog.

Mijn vingers tintelen zo langzamerhand wel om weer te gaan schilderen. Maar eerst komt Ameland. Ameland? Ja, Ameland! Lees maar volgende week.

TOOS

Keulen en de Art Cologne werden niet op één dag gebouwd


Dom van Keulen
Dom van Keulen

Lang, lang geleden, minstens twintig jaar, was ik er voor het laatst. Bij de Art Cologne in Keulen, een bekende Duitse kunstbeurs. In Keulen kwam ik daarna nog wel vaker. Maar op die beurs niet meer. Één keer per jaar voor vier dagen, dat moet net treffen. Vorig jaar stond ie al wel op het programma om samen met Duitse vrienden te bezoeken. Alleen kwam er toen iets tussen. Vandaar dit jaar een rood omcirkelde Art Cologne in mijn agenda, samen met een nieuwe afspraak met Doris en Christian, die Duitse vrienden. Ooit kwamen ze een keer tijdens de Kunst en Cultuurroute van Middelburg mijn atelier in, vielen voor mijn werk, kwamen nog eens terug en nog eens en nu hangt er dus een “Toos” bij hun aan de muur. Niet ver van dat Keulen, dat samen met Aken niet op één dag werd gebouwd zoals het aloude spreekwoord zegt.

keulen 2 Afgelopen week kwam ’t er dus wel van. Eigenlijk best schandalig dat het zo lang moest duren. Want met de 48ste aflevering dit jaar is de Art Cologne de oudste beurs ter wereld voor moderne en hedendaagse kunst. Maar een mens kan nu eenmaal niet alles. Denk maar aan die aflevering van vorige week met mijn verzuchting en wens voor een week van acht dagen.

Nu, terwijl ik dit stukje maak, kan ik alleen maar concluderen dat ik er vaker had moeten zijn. Een heerlijke beurs met twee gezichten. Op de 1ste verdieping tapijt  op de vloer en heel veel dure kunsthandel met namen van heel veel dooie kunstenaars die je ook in de musea voor moderne kunst tegenkomt. Echt voor de verzamelaar met heel veel geld. Dat was ook duidelijk te zien aan het publiek. Uiterlijk, type kleding, soort mens en kamertjes bij diverse stands waar men zich kon terugtrekken om, zo schatte ik dat in, te onderhandelen over tientallen- of misschien wel honderdduizenden euro’s meer of minder. Niks mee mis, zo gaat dat nu eenmaal.

gebakken lucht?
gebakken lucht?

Op de 2de verdieping geen tapijt dus ongetwijfeld minder kosten per vierkante meter stand.  Ook een andersoortig publiek. En beslist ook andersoortige kunst. Kunst van nu, meer avantgarde, meer installaties. Dus automatisch ook veel meer gebakken lucht, meer “kleren van de keizer”. Zoals een paar foto’s illustreren.

kleren van de keizer?
kleren van de keizer?

Keulen 5

Maar ook aangename verrassingen. Van kunstenaars die we in Nederland niet kennen. Bijvoorbeeld ene Jonas Burgert , een echte schilder met een geheel eigen wereld. Nog nooit van gehoord, maar dat doek waar ik naar kijk moest al wel € 95.000 opbrengen. Dat vind ik dan, voorzichtig uitgedrukt, weer wat overdreven. Of, heel onverwacht, Bernar Venet. Bij ons volstrekt onbekend, maar mijn galerie in Nice werkt wel met hem samen. Daar aan de Côte d’Azur hoort ie bij de bekende ouwe garde.

Jonas Burgert
Jonas Burgert

Ook kwam ik werk tegen van Folkert de Jong, een jonge Nederlandse kunstenaar die internationaal furore maakt met zijn driedimensionaal werk. ’t Leuke was dat ik dezelfde beelden al eerder zag in een installatie die hij een poos geleden maakte voor het Haags Gemeentemuseum en waarover ik begin dit jaar hier schreef.

Folkert de Jong
Folkert de Jong

Dat onverwachte maakt zo’n buitenlandse kunstbeurs echt leuk. Ik vermoed dat ik niet opnieuw twintig jaar wacht voor ik weer naar de Art Cologne ga. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein