Tagarchief: Het Lam Gods

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

Was Jan van Eyck bijziend en andere afleidingen voor corona-dips


Man met rode tulband, vermoedelijk een zelfportret van Jan van Eyck, 1433

Soms zit ’t mee en soms zit ’t tegen. Was je één van die 70.000 die van te voren al een kaartje had gekocht voor de ‘once in a lifetime’ expositie in Rome over kunstenaarsgenie Rafaël (1483-1520)? Dan had je dus dikke pech. Op 4 maart geopend, drie dagen later weer dicht. Coronavirus! Had je een ticket op 13 maart of later voor de ook ‘once in a lifetime’ tentoonstelling over Jan van Eyck (1390?-1441) in Gent? Idem dito! Maar voor mij zat ’t mee. Levensgezel en ik hadden toegangsbewijzen met datum 2 maart. Voor toen de wereld, nog maar vijf weken geleden, er radicaal anders bij lag. Niks dicht, alles open. Hoe lang geleden lijkt dat al.

Ik had er naar uitgekeken, naar die tentoonstelling ‘Van Eyck, een optische revolutie’. Daarbij, ik was ’t eigenlijk ook wel moreel verplicht er heen te gaan. Want had ik niet diverse keren in de jaren 90 geëxposeerd onder het toeziend oog van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck? Nou ja, van hun standbeeld dan, op het grote marktplein van hun vermoedelijke geboorteplaats Maaseik.

Met op de hoek de prachtige Galerie Den Peroun. Dat waren schone exposities, al zeg ik ’t zelf op z’n Vlaams. Maar ja, galerieën komen en galerieën gaan terwijl kunstenaars blijven bestaan. Den Peroun is niet meer. Maar hun Maaseikse beeld en de schilderijen van de Van Eyck’s, vooral van Jan, bestaan nog steeds.

uitsnede met de aartsengel Gabriël van een van de delen van het grote veelluik Het Lam Gods

Een twintigtal werken zijn dat maar, verspreid over de hele wereld. Met voor het eerst de helft daarvan ingevlogen vanuit alle windstreken naar dat nu gesloten Museum voor Schone Kunsten in Gent. Om daar volgens schema tot 30 april getoond te worden in samenhang met acht recent gerestaureerde zijpanelen van ‘Het Lam Gods´. Het grootse, wereldberoemde veelluik dat al eeuwenlang alleen maar te zien was in de Gentse Sint Baafskathedraal. Nu kon je er bijna met je neus op gaan staan. En toen kwam die vraag bij me op. Was Jan van Eyck mogelijk bijziend­? Die vraag lijkt me best relevant als je ziet hoe ongelooflijk gedetailleerd Van Eyck op de vierkante centimeter schilderde. Even een voorbeeld.

links het grote scherm, rechts het gerestaureerde deel van Het Lam Gods

In de entreezaal van de expositie staat een metershoog scherm met daarop een deel van één van die gerestaureerde zijpanelen (middelste rij, 2e van links). Heel sterk uitvergroot dus. En die gigantische uitvergroting staat nog als een huis. Ongelooflijk!

Ik moest gelijk denken aan vriend, collega en fijnschilder Poen de Wijs. Die kon je best behoorlijk kippig noemen met zijn brillenglazen van min zeven. Als hij die bril omhoog schoof op zijn voorhoofd kon ie letterlijk met zijn neus op het doek de fijnste details schilderen. Zou dat bij Van Eyck ook hebben kunnen spelen? Maar dan rijst natuurlijk de vraag hoe ’t dan in zijn tijd met brillen zat. Geen Specsavers of EyeWish om de hoek. Vergeet ’t maar. En waarom wordt Van Eyck juist ook geroemd om zijn waarnemingsvermogen van de omgeving? Hij was de eerste in zijn tijd die gedetailleerde stadsgezichten als achtergrond voor zijn schilderijen gebruikte. Als Poen zijn sterke bijziendheidsbril niet op had, was de buitenwereld voor hem niet veel meer dan een vage brei aan beelden.

Nog een ander voorbeeldje. Van Eyck’s formidabele Annunciatie, ook hangend op de expositie. Een werk van 90 bij 34 cm.

links de Annunciatie, rechts een tip van de op de vloer hangende mantel van aartsengel Gabriël (speur maar eens daar dat stukje)

Kijk eens hoe ongelooflijk gedetailleerd en goed geschilderd zelfs zo’n klein stukje uit de mantel van de engel nog is. Dus hoe zat dat nou eigenlijk met die ogen van Van Eyck? Waren dat uitzonderlijke haviksogen of was hij stevig bijziend? En zo ja, hoe zat ’t dan met de rudimentaire brillen in zijn tijd? En hoe kon hij dan scherp zien in de verte? Zou daar ooit wetenschappelijk onderzoek naar zijn gedaan? In mijn ogen best een interessante vraag.

Ook nog even de Heilige Barbara, mijn lievelingswerk van hem. Maar 32 bij 18 cm groot!! Zelfde verhaal dus.

het paneel van de Heilige Barbara links, een detail ervan rechts

Al met al een prachtige expositie, verspreid over vele zalen met heel veel werk van tijdgenoten van Jan van Eyck. Maar helaas, dicht, dicht, dicht! En of ’t daar voor 30 april nog weer open gaat?

grote zaal met daarin een videoprojectie over Het Lam Gods

 een paar persfoto’s zonder de grote groepen bezoekers

Toch is er nog een lichtpuntje. Want op 24 september staat in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de opening gepland van ´Facing van Eyck-The Miracle of the Detail’. Daar sluit dan mooi een prachtige en heel informatieve nieuwe website bij aan http://closertovaneyck.kikirpa.be/. Met daarop alle werken van de gebroeders in een ongelooflijk hoge resolutie.

En dan nu op naar een vreemde Pasen. Zie bijvoorbeeld deze overbekende frescoschildering. Daar is iets mee.

Wat dan wel? Na Pasen de oplossing. En mocht je tijdens de Paasdagen nog wat losse uurtjes over hebben en de Hermitage, dat overweldigende museum in Sint Petersburg, nog nooit hebben gezien?

Neem dan de tijd voor deze meer dan vijf uur durende, in één take opgenomen video. Heel bijzonder! Tot volgende week.

TOOS

Was Jan van Eyck bijziend?


1 miniatuur-Turijn-Milaan getijdenboekJan_van_Eyck Ken je dat? Bijvoorbeeld een interessante expositie duurt nog maanden. Dus heb je tijd zat om er heen te gaan. En dan ineens is die tijd bijna voorbij en moet je je alsnog haasten. Dat had ik dus bij de  tentoonstelling rond en over Jan van Eyck (Maaseik circa 1390-Brugge 1441). In zijn tijd al wereldberoemd in heel Europa.

Ik realiseerde me plotsklaps dat de deadline in het Museum Boijmans Van Beuningen op 10 februari lag. Reden dus om snel naar Rotterdam af te reizen. Er zijn namelijk maar enkele tientallen werken met zekerheid aan Van Eyck  toegeschreven. En dan is het wel heel bijzonder dat daarvan nu in Boijmans  vijf olieverven en twee miniaturen zijn te zien. Waar je ook nog  eens letterlijk met  je neus bovenop kunt komen. ’t Gebeurt niet vaak dat je van zo dichtbij zulk wereldberoemd werk kunt bekijken. En die neus er bovenop is echt nodig. Onze Jan moet zijn ogen trouwens ook heel dicht bij het paneel hebben gehad, zo ongelooflijk verfijnd en detaillistisch is alles geschilderd. Zouden er in die 15de eeuw al opticiens zijn geweest met digitaal opgeslagen klantgegevens, dan hadden we nu vast geweten hoever onze Jan met zijn ogen in de min zat. Want ik kan me absoluut niet voorstellen dat je zo verfijnd kunt schilderen als je niet behoorlijk bijziend bent.

Heilige Barbara - Jan van Eyck 4 Annunciatie Jan van EijckDie detaillering is prachtig te zien op een verrassend klein paneeltje dat overigens niet af is. De Heilige Barbara voor een toren in aanbouw waarin ze later zal worden opgesloten. Maar dat is een heel ander verhaal. Op alleen een foto (hierboven), krijg je echt de indruk  dat het veel groter  is. Voor mij was dit monumentale schilderijtje het hoogtepunt. Al is bijvoorbeeld de  Annunciatie, waar rechts een ooit verdwenen deel ontbreekt, ook hors categorie.

Opvallend was dat er steeds meer mediatoeters en bellen bij zo’n belangrijke expositie komen. Zijn begeleidende  “oortjes” met toelichtende teksten al standaard, nu hoorde er ook nog een schermpje bij. Opvallend was dat heel wat bezoekers meer naar uitvergrotingen op hun scherm keken dan naar de kleine werken zelf. Want om daar dichtbij te kunnen  komen, moest je in de drukte gewoon de tijd nemen. Interessante ontwikkeling, nietwaar, onze digitale revolutie?

2 restauratie Drie Maria's aan het graf Aanleiding tot deze expositie was de restauratie van Van Eyck’s paneel “Drie Maria’s aan het graf”. Een restauratie die ook op film werd  getoond. Op bijgaande samengestelde foto is het verschil tussen “voor” en “na” te zien. Durf maar eens te zeggen dat die restauratie  niet geslaagd is!

Overigens wordt het beroemdste werk van Jan van Eyck, het veelluik Het Lam Gods dat altijd in de kathedraal van Gent heeft gehangen, nu ook gerestaureerd. En als bezoeker kun je dat de komende paar jaar gadeslaan. Ik heb dus nog tijd zat om naar Gent te gaan. Hoewel? Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag