Tagarchief: hotel

De Demonische Goden en De Kakkerlakken-Snelweg van Teotihuacan: een ReisKunst-verhaal


Toos van Holstein, Teotihuacan I (marouflé)

Heb je wel eens een tweebaansweg gezien met aan weerszijden voortsnellende kakkerlakken? Mexicaanse kakkerlakken? En dat dan ook nog in een hotelkamer? ’t Overkwam levensgezel en mij tijdens onze rugzakreis door Mexico toen we waren aangeland in de buurt van Teotihuacan. Voor een luttel aantal peso’s verkregen we een kamer als een balzaal met daarin een navenant groot bed. Niet onaardig natuurlijk. Tot! Tot ik plots die kakkerlakken-snelweg dwars door onze balzaal op het netvlies kreeg! En dat terwijl ik altijd al een gloeiende hekel aan dat tuig heb gehad. Gelukkig stonden de beddenpoten in met petroleum gevulde potjes. Want, zo wist men bij de receptie, kakkerlakken hebben dan wel een zeer breed ontwikkeld smaakpatroon, maar zwemmen in een badje petroleum? Daaraan hadden zíj dan weer gloeiend de pest.

deel van het tempelcomplex van Teotihuacan

Afgezien van die Teotihuacaanse kakkerlakken was de rest een prachtige ervaring. Want als je Teotihuacan zegt (levensgezel bedacht voor die nogal tongverstruikelende naam het ezelsbruggetje Theo-die-wat-kan), zeg je ook Piramide van de Maan en Piramide van de Zon. Gigantische, bijna tweeduizend jaar oude, hoge steenconstructies omringd door allerlei andere overgebleven tempelresten. Één van de uitgebreidste archeologische plekken in Mexico. En dat zegt wel iets in een land waar nog heel veel architectuur is terug te vinden van precolumbiaanse volken als de Olmeken, Maya’s, Tolteken en Azteken.

In dat Teotihuacan is ’t echt een kwestie van ‘de paden op, de lanen in, vooruit met frisse pas’. Op wat weer een relatief klein deel is van een stad die in zijn bloeitijd, tot ongeveer 500 n.C., een oppervlak van om en nabij 20 km2 moet hebben gehad. Ik heb er de nodige zweetdruppels gelaten. Zeker bij het beklimmen van de vele, vele piramidetraptreden.

Maar zoals dat heet, ‘inspiratie door transpiratie’. Met als gevolg bijvoorbeeld het schilderij bovenaan en het onderstaande.

Toos van Holstein, Teotihuacan II (marouflé)

Beide zogenaamde marouflé’s. Een techniek waarbij beschilderd doek of papier op een stevige ondergrond wordt geplakt. Bij papier natuurlijk wel met zuurvrije lijm! Dat ik daarna nog andere technieken toepaste? Allicht. Eerst dus aquarelleren op dat papier, toen opplakken, daarna erop doorgaan met olieverf en het geheel afsluiten met een beschermende vernis. Want waarom zit een aquarel eigenlijk altijd achter glas? Om aantasting door de lucht te voorkomen.  Bij die marouflé’s van mij is dat dus niet meer nodig.

Deze schilderijen zijn natuurlijk weer geen afspiegeling van de realiteit, wel er op gebaseerd. In een combinatie van wat in mijn atelier uiteindelijk aan beelden uit mijn herinneringen op plopte.

inspiratiefoto’s

Zoals ook bij die boos kijkende kop in ‘Teotihuacan I’. Want dat wist ik natuurlijk al wel uit de  kunstgeschiedenis. Die precolumbiaanse beelduitingen zijn echt heel anders dan waar wij in de loop der eeuwen in onze cultuur aan gewend zijn geraakt. Wat zien hun goden er vaak boos, nors, demonisch en angstaanjagend uit. Zoals de slangengod Quetzalcoatl bij de tempels van Teotihuacan.

vooraan de kop van Quetzalcoatl

En van de Jaguar-god en de Regen-god van de Maya’s kun je ook niet zeggen dat ‘t vrolijke jongens zijn.

links de Jaguar-god, rechts de Regen-god

Heel intrigerend, die zo heel andere beeldcultuur. Over de bijbehorende vele mensenoffers om de goden tevreden te houden zal ik het dan maar niet hebben. Hadden ze daarvoor niet beter kakkerlakken kunnen gebruiken? Kijk, over de schilderkundige verwerking van mijn herinneringen aan de precolumbiaanse architectuur en die demonische goden ben ik wel tevreden. Maar de verwerking van die kakkerlakkensnelweg? Toen ik bij het schrijven van dit stukje er aan terugdacht, kreeg ik spontaan weer koude rillingen en trokken mijn tenen automatisch weer krom. Daar valt geestelijk gezien dus nog enig werk te verrichten. Aan onderstaand olieverfschilderij niet meer.

Toos van Holstein, Chichén Itzá (olieverfschilderij)

Tot volgende week.

TOOS

Schots en scheve Egyptische notities


We hebben in het verleden flink wat Arabische landen afgereisd, levensgezel en ik. Tunesië, Yemen, Syrië, Jordanië, Marokko en Egypte. Georganiseerd met een groep of als backpackers op onszelf. Landen met een grote historie, met interessante oude kunst en een aparte cultuur. Destijds natuurlijk niet wetende dat je nu een aantal van die streken maar beter even kunt mijden. Heel erg jammer. Levensgezel en ik hebben elkaar zelfs in Egypte ontmoet. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

sfeer in Alexandrië
sfeer in Alexandrië

Vanwege die vroegere reizen en de in eerdere blogs beschreven uitnodiging deel te nemen aan de Biënnale voor kunstboeken in Alexandrië was ’t dus heel interessant om eind april, na heel veel jaren, weer eens in Egypte rond te neuzen. Nou ja, Egypte? Alleen Alexandrië en Caïro dan, om nauwkeurig te zijn. Logisch dat je dan gaat vergelijken met de Egyptische ervaringen van toen, van de tijd dat onze haren absoluut minder of misschien zelfs nog niet grijs waren. Dit keer daarom even geen kunst, maar wat willekeurige notities bij dat recente verblijf.

Alexandrië
Alexandrië

Taxichauffeurs

Taxichauffeurs? Altijd oppassen. Bij  aankomst ’s avonds op het vliegveld van Caïro zou er één op ons staan wachten voor de rit naar het hotel in het centrum. Levensgezel had dat via internet geregeld met een als betrouwbaar bekend staand bedrijf. Er was zelfs al vooraf betaald. Maar hoeveel chauffeurs er bij de uitgang ook stonden met omhoog geheven kartonnetjes, geen bordje met onze naam. Nou hebben die zonder bordje natuurlijk  feilloos snel in de gaten dat je zoekend rondloopt. Keus te over dus om naar Caïro te komen. Maar levensgezel bekijkt zoiets altijd op z’n gemak. Maakt een rondje, maakt een praatje, kiest voor zichzelf al vast een chauffeur, vraagt naar de prijs, loopt nog een rondje, vraagt nog eens naar de prijs, enz. Want Egypte en dan niet onderhandelen? Dat gaat er bij hem niet in. Dus ging de eerst gevraagde 18 dollar via 15 naar 12 en ten slotte naar 10. Niet dat het daarvoor zou gaan lukken, dat wist hij ook wel. Er is altijd wel weer een truc waardoor die prijs toch nog omhoog gaat. Maar dat hoort bij het spel.

de chaos van Caïro
de chaos van Caïro

Dus de taxi in voor 10 dollar. Bij de slagboom bij het verlaten van de parkeerplaats voor taxi’s moest de chauffeur wel ineens geld aan de parkeerwacht daar overhandigen. Vijf dollar naar zijn zeggen. Of dat ook klopte? Dat hadden we zo gauw niet kunnen zien. Dus werd die rit toch ineens weer 15 dollar. Kijk, daar heb je de truc! Ook bleek zijn korte termijn geheugen niet helemaal op orde want van die 10 dollar kon hij zich absoluut niets meer herinneren. “We hebben toch echt 15 afgesproken, my friend!” Daar moet je je dan ook niet druk over maken. Andere cultuur en een domme westerling die er toch niets van snapt. Go with the flow, zoals dat heet. Dus betaalde levensgezel keurig 15 dollar na aankomst bij het hotel. Maar in één van de biljetten zat een kreukje. En dat is in Egypte een doodzonde voor dollarbiljetten. Dat hoort niet. Een verschijnsel dat we van vroeger al kenden. Bij kreukjes schijnt de waarde te dalen. Toen heeft levensgezel laten blijken dat hij en de chauffeur beslist niet in de wieg waren gelegd om vrienden voor het leven te worden. En de taximan begreep dat uiteindelijk ook wel.

aan  de thee in Caïro
aan de thee in Caïro

Overigens was die 15 dollar een redelijk gangbare prijs. Want voor die taxi die niet was komen opdagen hadden we €16,32 moeten betalen. Dat is na een klacht achteraf trouwens keurig terug gestort. Blijft natuurlijk de vraag wat de prijs zou zijn geweest als levensgezel in eerste instantie niet had afgedongen.

Hotelveiligheid

detectiepoortjes in de hotels
detectiepoortjes in de hotels

In alle hotels bleken ineens van die veiligheidspoortjes te staan. Zoals op het vliegveld. Van die dingen die gaan piepen bij onverantwoord aanwezig metaal. Zo werden we toch maar uitstekend beveiligd tegen het gevaar van terroristen. Hoewel? Bij zo’n poortje zat altijd een mannetje die natuurlijk moest ingrijpen bij calamiteiten. Als ie er ten minste al zat. Want zo iemand moet natuurlijk ook regelmatig even een plasje doen of naar buiten voor een sigaret of een kletspraatje. Indommelen of verdiept zijn in de krant hoorde er trouwens ook bij. Toch bestond er beslist een kans dat hij opkeek bij een piep van onze kant. Maar dan werden we met een wuivend handgebaar gelijk doorgelaten. Wat moeten we er toch vertrouwenwekkend hebben uitgezien, elke keer weer. Of we ons er veiliger door hebben gevoeld? Is dat van belang? Hoe dan ook is zo’n staatsmaatregel natuurlijk wel goed voor baantjes in een land waar de werkloosheidscijfers gigantisch hoog zijn. En vergeet ook die andere cultuur niet. Westerse efficiency is niet overal zaligmakend.

Deze schots en scheve notities lopen uit de hand. Dat heb ik al wel in de gaten. Dus heb ik achter de titel maar snel een Romeinse I geplakt. Tot volgende week.

TOOS