Tagarchief: Italië

Caravaggio en zijn Corona-perikelen


Caravaggio, Narcissus (rond 1598), nu in het Rijksmuseum

’t Zou hier nu opnieuw gaan over mijn Buitenkunst, zo verkondigde ik vorige week. Maar ja, ik kan ook niet buiten kunst. Vandaar een onvoorziene interruptie. De musea mochten namelijk weer open op  1 juni en daar wilde ik dus héééél snel gebruik van maken. Samen met levensgezel trouwens. Die ook zowel binnen als buiten niet buiten kunst kan. Dus zat hij ’s morgens 21 mei, de eerste dag dat er weer kaartjes online geregeld konden worden voor het Rijksmuseum, binnen paraat voor zijn pc-scherm. Want we wilden nog snel naar de expositie ‘Caravaggio-Bernini, Barok in Rome’, die  op 7 juni zou eindigen. En ja! Het lukte om met onze Rembrandtpassen twee gratis toegangsbewijzen te scoren voor dinsdag 2 juni. Binnen het tijdslot van 14.15-14.30 uur. Want zo zijn tegenwoordig de regels in het corona-museumspel en zo moet ’t gespeeld worden. Online met een tijdslot en niet anders.

Bernini, Medusa (rond 1640), nu in het Rijksmuseum

Wij lopen dus op 2 juni om 14.14 uur het Rijksmuseum binnen. Dat soort logistiek vernuft laat ik altijd met een gerust hart aan levensgezel over! Kaartjes worden gescand, Rembrandtkaart getoond, handjes ontsmet en doorlopen naar die expositie. Ja, had je dus gedacht! In de grote hal stond al een soortement rij. Want ‘rij’ is tegenwoordig met die 1,5 meter toch wel een wat diffuser en ongeregelder begrip geworden.

 Enigszins in twijfel sluiten we aan. Maar die twijfel verdween snel toen een museummedewerker, laat ik die nr.1 noemen, aan ons een verzoek had. Of we wilden kijken hoe laat ’t nu was en hoe laat we de expositie binnen konden lopen opdat we onze wachttijd aan een aldaar geposteerde andere medewerker  konden doorgeven. Dat was voor hun nuttige informatie. Nou, natuurlijk! Wel begonnen we toen enige figuurlijke nattigheid te voelen. Dat was helemaal het geval toen we zo’n 6 à 7 minuten later en na een aantal meters terreinwinst een nogal nonchalant tegen een muur geplaatst Efteling-achtig bordje tegen kwamen. ‘Vanaf hier een uur’. Hè? Maar een langslopende medewerker, zeg maar nr.2, wist bij navraag te melden dat dit wel ongeveer klopte.

 De diffuse rij met die grote afstandsgaten schoof inderdaad tergend langzaam op. Medewerker nr.3 kwam langs met klapstoeltjes voor wachtenden die knikkende knieën en vervelende voeten begonnen te krijgen. Levensgezel, die een praatje aanknoopte met medewerker 4 die de klapstoeltjes bij inleveren gelijk weer ontsmette, leerde dat het Rijksmuseum eigenlijk ook in een leerproces zat. Want hoeveel bezoekers kan je in zo’n tijdslot binnenlaten en hoe snel stromen die door in de zalen waar maar weer een beperkt aantal mensen te gelijkertijd mag verkeren? In feite waren we proefkonijnen in een logistiek experiment. Dat Eftelingbordje klopte trouwens. Het duurde inderdaad een uur voor we aan medewerker 5 volgens belofte konden vertellen dat het beloofde uur inderdaad een uur was. Zo bleek de Cruyffiaanse uitspraak ‘dat elk nadeel zo ze voordeel heb’ toch weer op te gaan. Want hadden we in de tussentijd niet in alle rust met diverse museumsuppoosten gezellig een praatje kunnen maken? Iets wat er anders nooit zo snel van komt.

één groot voordeel van het beperkte aantal toegelaten bezoekers, je kunt in alle rust kijken
Caravaggio, De doornenkroning 1603
Bernini, buste van Thomas Baker rond 1637

En die expositie? Hier tussendoor heb ik al met foto’s gestrooid. Interessant, maar geen echte topper. Dat komt ook omdat de allerbeste werken van Caravaggio gewoon vast gespijkerd zitten aan kerkmuren in Italië en op Malta. En omdat Bernini alle Rome-bezoekers natuurlijk al helemaal heeft afgebluft met zijn beroemde, grootse barokfonteinen en beeldengroepen. Daar kom je in ’t museum echt niet meer overheen. Wel was voor mij opnieuw duidelijk dat toch maar enkele Caravaggistische schilders in kwaliteit in de buurt komen van hun grote meester. Zelfs al hingen de topwerken van Caravaggio er dus niet.

Orazio Gentileschi (1563-1639) Judith en haar dienstmeid met het hoofd van Holofernes, rond 1608
dochter Artemisia Gentileschi (1593-1654), De extase van Maria Magdalena
Annibale Caracci (1560-1609), De bewening van Christus 1604

Maar toch mooi dat Nederlander  Hendrick ter Brugghen (1588-1629) daar zeker  bij hoort.

Hendrick ter Brugghen, De ongelovige Thomas, 1622
Hendrick ter Brugghen, Jonge vrouw die een luit stemt, 1627

Hoe dan ook, ik liep toch maar lekker rond  in het net weer geopende Rijksmuseum. En dat ’s avonds op de 21e mei, dus nadat levensgezel ’s morgens die tickets had vastgelegd, bekend werd dat de expositie met alle uitlenen erbij verlengd had kunnen worden tot 13 september? Ach, dat is eigen aan deze telkens opnieuw verrassende coronatijden. Nu hebben anderen ook nog de gelegenheid. Bij een, naar ik hoop, beter logistiek ingespeeld Rijksmuseum. En die Buitenkunst van mij? Tot volgende week.

TOOS

Gekkenwerk in een gekkenhuis


Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Kijk eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik ’t heb.

 

Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, ’t spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.

deel van de oude stad van Gubbio

Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.

overleg met Giampietro in zijn atelier

Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van ‘jede Konsequenz führt zum Teufel’.

winkel met erachter het atelier van Ceramiche Giampietro, met op de 2e etage mijn tijdelijke verblijf en op de 1e de woonetage van ‘mama’

Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die ‘ceri’ met daarop de heiligen Sant’Ubaldo, San Giorgio en Sant’Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo’n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.

aan het werk in het atelier

Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de ‘ceri’ oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is ’t hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ……. Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.

een hoek in het museum met enkele van de kruiken waarover ik hierboven schrijf

Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.

de uitreiking van dat bord op de Piazza Grande
op datzelfde plein bezig met ‘la dolce far niente’

In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de ‘Ceri’. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!

Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.

TOOS

Kunstenaars leven van de lucht. Toch?


Heel recent kreeg ik tot twee keer toe het bewijs dat ik als kunstenaar wel heel bijzondere eigenschappen krijg toegedicht. Dat iedereen zuurstof nodig heeft om te kunnen ademen, mag ik toch wel als bekend veronderstellen. Anders heb je vroeger op school echt zitten slapen. Maar dat je van alleen de lucht ook kunt leven? Zelfs als je flink heb doorgeleerd is dat al heel wat moeilijker te begrijpen . Maar voor kunstenaars schijnt dat toch iets anders te liggen. Hierbij wat ondersteuning voor die gedachte.

Tijdens mijn kunstverblijf in het Italiaanse Gubbio in augustus, kwam er een mailtje binnen van een  Nederlands bedrijf voor interieurbouw. Voor een klant van hun had een interieurarchitect een groot gordijn ontworpen met daarop een print van een werk van mij.

de aquarel die voor de print op het gordijn bedoeld was

De vraag was of dat van mij mocht. Op zich dus heel netjes. Terug antwoordend, meldde ik dat ik van dat werk een goede foto kon leveren. Maar dat ik ook van al mijn schilderijen te allen tijde het beeldrecht bezit. En dat ’t heel normaal is een vergoeding te zetten tegenover het gebruik daarvan.

Oeps, dit was toch wel even een heel vreemd idee voor dat interieurbedrijf. Na wat heen en weer gemail werd duidelijk dat ’t hier een gordijn van vele meters bij vele meters betrof ter waarde van enkele duizenden euro’s. Maar er moest nog wel even worden overlegd met de opdrachtgever of die bereid was de door mij gevraagde vergoeding van enkele honderden euro’s te betalen. Dat is nu drie weken geleden. Niets meer over gehoord natuurlijk!  Kunstenaars leven van de lucht, toch? Dat in de uitgeverswereld wel wordt betaald voor het gebruik van afbeeldingen op een boekomslag mag dus best ontzettend stom genoemd worden. Bezuinig toch op die kunstenaars!

Nog een voorbeeldje. Ook van afgelopen maand. Bij de opening van de tentoonstelling ‘Arte incontro Artigianato’ in Gubbio trok mijn installatie veel aandacht.

een deel van mijn installatie
mijn installatie werd al heel snel gebruikt voor een mode sessie

De aanwezige bestuursleden van een in Spoleto gevestigde kunststichting waren zelfs zodanig onder de indruk dat een paar weken later een tussenpersoon contact met me opnam. Of ik er voor voelde om die installatie ook te exposeren in Leonessa, een stadje in de buurt van Spoleto. Nou, was mijn reactie aan tussenpersoon, geef eerst maar wat informatie over hoe, wat, waar en wie. Altijd handig om te weten hoe zoiets in elkaar steekt, nietwaar? Uiteindelijk kreeg ik alleen een lijst met deelnemende kunstenaars per mail doorgestuurd.

levensgezel bezig de installatie af te breken

Aan het eind van de expositie in Gubbio, toen alles al was afgebroken en ingepakt, trof levensgezel één van die bovengenoemde bestuursleden. Deze signora, ik zal haar M noemen, was uit Spoleto komen aanwaaien en liep wat verbijsterd rond. Want hoe zat dat nou met mijn installatie voor de tentoonstelling in Leonessa die volgende week begon? Volgende week? Dat levensgezel, geheel verbaasd door deze vraag, een groot vraagteken boven zijn hoofd kreeg, spreekt voor zich. Maar niet voor één gat te vangen, wist hij subiet de verbijstering bij signora M nog wat te vergroten. Had ze, afgezien van het feit dat we niets over dat openingweekeinde wisten, zich wel afgevraagd wie onze autokilometers naar Leonessa ging vergoeden en hoe alle onderdelen van de installatie daar zouden komen? Die pasten namelijk niet in levensgezels auto. En, klein detail, wie nam onze verblijfskosten daar op zich? Oh ja, en wat kreeg Toos ervoor betaald? Het wat rudimentaire Engels van signora M werd ineens prehistorisch! Kunstenaars leven van de lucht, toch?

Terug in Nederland is er natuurlijk een vriendelijke e-mail richting M om uit te leggen hoe ik, als professioneel kunstenaar, tegen dit soort zaken aankijkt. Het antwoord gaf aan dat ze hoe dan ook open stonden voor samenwerking. Maar hoe precies? Dat werd me nog niet echt duidelijk. Ik ben benieuwd. De Italiaanse lucht ademt namelijk prima, maar er hoort toch echt wel pasta bij. Tot volgende week.

TOOS

De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop


Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio

Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland. In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling ‘Arte incontra Artigianato’ hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven  verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt niet toestaan. Dan kun  je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.

Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.

de banner begint uit de pers te komen

 

Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro’s moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fiksen en vrijdagmorgen was alles klaar.

klaar!
banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats

Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.

Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.

bevestiging van de banner

Giampietro en de verbaasde Martin als de klus is geklaard

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.

Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan …….


de wandelgangen van de Middelburgse Abdij

In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:

Ik zit mij voor het vensterglas

onnoemlijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:

Ik wou dat ik twee Toosjes was,

Dan had ik me kunnen delen.

 Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

afscheid van voorzitter jan Kiewiet
bezoekers bij mijn bijdrage aan de tentoonstelling in de wandelgangen

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling ‘Omarm Vrijheid’. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.

 

de expositie ‘Omarm Vrijheid’ in de crypten

Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.

Mij leek ’t een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo’n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo’n uitspraak. Die van mij? ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

mijn bijdrage aan ‘Omarm Vrijheid’
aan een muur in Perugia

Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo’n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

 

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos.

overleg met Giampietro
bezig met het beschilderen van een bord

Tot volgende week.

TOOS

Het leggen van een kunstei in Gubbio


de bovenstad van Gubbio

Ik hoorde eens beweren dat als alle vrijwilligers in Nederland een paar dagen zouden staken heel ons land direct volledig op z’n gat ligt. Nou zal dat wel niet gaan gebeuren, maar ’t is wel een interessante gedachte. Stel nou eens, op dezelfde manier, dat overal ter wereld alle stichtingen, foundations, fondaziones, Stiftungen, fundações, of hoe ze ook maar heten, plotseling met hun bezigheden zouden stoppen. Zouden we dan met z’n allen niet heel snel wanhopig met de handjes in onze wel of niet kalende kruinen zitten?

bij een van de toegangsdeuren naar de expositiezalen
levensgezel en Giampietro Rampini bezig met mijn ‘Greek tragedy’

Ik weet in ieder geval zeker dat ik dan nu niet in het Italiaanse Gubbio zou verkeren. Want daar hebben de stichting ‘Grenze(N)loze Kunst’ en de fondazione ‘Aion Arte Cultura’ voor gezorgd. Dan was er nu geen ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato’, geen ‘Art meets Craftmanship’ in deze prachtige oude stad in Umbrië, ook bekend door zijn keramisten. En had ik niet als uitgenodigd kunstenaar de eeuwenoude Sala degli Arconi onder mijn hoede mogen nemen. Maar stichtingen staken niet. Vorige week kon ik me dus helemaal uitleven. Met vanzelfsprekend de hulp van mijn ‘mano di tutti’. Maar ook met die van keramist Maestro Giampietro Rampini en een behulpzame medewerker van de gemeente. Die ’t totaal geen probleem vond om ergens in de hoogte mijn lange banners aan het plafond te bevestigen.

uitpakken met de Nederlandse curator Martin Impelmans

 

scherven brengen geluk, zeker die van keramist Rampini

 

overleg met Rampini over de keramiekopstelling op zijn tafel

Afgelopen zaterdag was in het stadhuis aan het prachtige PiazzaGrande de opening. Op z’n Italiaans natuurlijk. Wat dat betekent? Een opening om 18 uur waarbij het getal achttien natuurlijk best wel rekbaar blijkt. Waarbij de burgemeester en minimaal 4 tot 5 andere verantwoordelijken in het Italiaans ’t een en ander mooi dienen te verwoorden. En waarbij natuurlijk een geschenk wordt overhandigd aan de stad. In dit geval mijn steendruk ‘Fiësta’. Toch een heel leuke eer dat ik dit zelf mocht doen. Wel in het Engels. Want Italiaans hoort, jammer genoeg, niet tot mijn actief taalbeheer.

opening in het middeleeuwse stadhuis
overhandiging van mijn steendruk aan de burgemeester
het doorknippen van het lint
bezoekers in ‘mijn’ zaal bij de opening

Daarna volgde een optocht door dalende en slingerende middeleeuwse straatjes en dito trappen naar de expositiezalen. Al waar de burgemeester eerst nog even het traditionele lint moest doorknippen. Bij ‘mijn’ zaal nog wel! En toen mocht de prosecco gaan bruisen. Nou, zeg daar maar eens nee tegen.

Was er dan geen Italiaans diner,Toos ? Ja, allicht was dat er! Maar dan op zondagavond. In aanwezigheid van heel wat deelnemende kunstenaars. Ook weer zoiets waar geen nee bij hoort. Want die Italiaanse keuken? Daar lust ik wel pasta van!

Dus is het absoluut geen straf hier nog een aantal weken te ‘moeten’ verblijven. Onder andere om samen te werken met al genoemde Giampietro Rampini in zijn keramiekatelier. Een nieuw kunstavontuur waar ik echt naar uit kijk. Reken dan ook maar op meer Italiaans nieuws de komende tijd in de ‘Corriere della Toos’. Tot volgende week.

TOOS

Politieke kunstcorrectheid


Venetië

Die beroemde Biënnale van Venetië is altijd een kunstfeest van grote tegenstellingen. Levensgezel, kunstliefhebbende buitenstaander, zegt altijd dat driekwart niks is en het resterende kwart echt de moeite waard. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij wel vermelden dat mijn ‘niks’ bij hem een wat scherper 4-letterwoord is. Maar als kunstenaar heb ik toch altijd wat meer schroom om dat zo uit te drukken. Ik houd me dus bij die ‘grote tegenstellingen’.

Wat in ieder geval dit jaar zondermeer onder levensgezels goeie kwart viel was het Nederlandse paviljoen. Eindelijk weer de moeite waard na enkele onpruimbare edities. Er hingen zelfs schilderijen! En dat was echt lang geleden.

Absoluut een interessant geheel dat zelfs aan Mondriaan refereerde. Terwijl ’t ook nog helemaal past in de huidige sociaal gewenste moderne-kunst-context. Zal ik dat maar eens even op een heel persoonlijke manier uitleggen?

Biënnales en andere grote kunstmanifestaties vormen natuurlijk het terrein waarop de bobo’s van de moderne kunst zich helemaal kunnen uitleven in de politiek correcte kunsttrends van nu. Zo MOETEN tegenwoordig kunstenaars in hun werk ‘commentaar’ leveren op de globalisering, de klimaatproblemen, het vluchtelingenvraagstuk, het slavernijverleden van de westerse wereld, de minderhedenvraagstukken, de armoede in de wereld en nog zo wat van die hete hangijzers. Want stel je eens voor dat ik als kunstenaar gewoon alleen maar lekker bezig zou willen zijn in mijn atelier. Gewoon mooie, esthetische dingen creëren. Toos, kom nou toch! Nee, wij MOETEN het voortouw nemen en de wereld de juiste weg wijzen met onze kunst. Vandaar dus de foto hieronder.

In dat slecht onderhouden schip zijn een paar jaar geleden honderden Afrikaanse vluchtelingen verdronken toen de boot op weg naar Italië zonk. Een afschuwelijke gebeurtenis die toen uitgebreid het nieuws haalde. Reden om voor de Biënnale dat schip te lichten en op het terrein van het Arsenale tentoon te stellen. Dat heeft natuurlijk een aardige cent gekost. Had dat geld beter besteed kunnen worden? Heeft dat met kunst te maken? Zeg ’t maar!

Nog iets anders uit het Arsenale.

Prachtig gemaakte en uitgelichte portretten van de armst mogelijke sloebers uit Mumbai. Bij mij plopte direct dat unieke woord ‘dubbeldunk’ op. Ooit bedacht door taal en tekenkunstenaar Marten Toonder voor zijn Bommelstrips. Ik neem aan dat die mensen betaald zijn voor het poseren, maar voor mijn gevoel zit hier een heel diepe dubbele bodem in. De kunstenaar geeft aandacht aan de armsten der armen en probeert te gelijkertijd met die foto’s roem te vergaren om zichzelf op te stoten in de kunstvaart der volkeren. Voor mij dubbeldunk in de ware zin van het woord.

Zo waren er ook diverse, beslist intrigerende en fotogenieke installaties gemaakt plastic. Van zowel nieuw als afvalmateriaal. Suggesties van een soort fantasie koraal en onderwaterwereld.

De plastic soep in de oceanen heeft bij de kunstenaars vast een rol gespeeld. maar ik vroeg me wel gelijk af wat er met al dat plastic gebeurt na de biënnale.

Vanuit de US is een discussie overgewaaid over de weinige aandacht die in de KUNSTwereld tot nu toe werd gegeven aan minderheden. Zoals bijvoorbeeld Afro-Amerikanen. Want die KUNSTwereld is er toch vooral een van witte mannen. Vrouwelijke witte kunstenaars zijn daarin namelijk slecht vertegenwoordigd. Maar dat is een ander verhaal. Het gevolg van die discussie? Ineens veel meer werk van en over onze zwarte medemens.

oh ja, ook zo’n uiting van echte KUNST, een muurtje als statement

In al die sociaal wenselijke trends past voor mij ook het Nederlandse paviljoen. Met twee kunstenaars van Surinaamse roots,  Remy Jungerman (1959) en Iris Kensmil (1970). Waarbij de laatste met haar schilderwerk duidelijk refereert aan het zwarte feminisme. Heel goed, die aandacht. Maar bij de hele biënnale vroeg ik me wel af wat de kwaliteit er van zou worden als de kunstbobo’s nu eens al dat politiek correcte overboord zouden gooien en puur voor de kunst zouden gaan. Zou dat een verschuiving veroorzaken tussen het 3/4 en 1/4 van levensgezel? Hier in ieder geval nog een paar mooie plaatjes.

expositie in zo’n prachtig oud palazzo
een volledig Nederlandse muur met als curator vriend René de Vreugd
expositie van de wereldberoemde Baselitz in de Academia
prachtig lichtspel in het Arsenale
nog een voorbeeld van Groot en Veel (zie vorige week)

Tot volgende week.

TOOS

MCE, Leeuwarden en het oneindige zoeken


De Reuzen hebben Europese Culturele Hoofdstad Leeuwarden al een paar weken verlaten. Een ander interessant evenement daar, een tentoonstelling in het Fries Museum, duurt echter nog wel even. Absoluut de moeite waard en vandaar dit stukje.

Fries Museum: een wat overmaatse affiche met mij rechtsmidden

Eerst even een rijtje namen: Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan. Die altijd opduikende rij als ’t gaat over Nederlandse kunstenaars die echt over de hele wereld gekend zijn. Maar stel nou dat je de vraag krijgt om er een vijfde kunstenaar aan toe te voegen. Dus ook iemand die in alle werelddelen herkenning oproept. Dan kom ik zelf direct uit op Maurits Cornelius Escher (1898-1972). Oftewel MCE, de ondertekening die je op al zijn werk vindt. Want wie kent niet die befaamde houtsneden en steendrukken van zijn realistische en toch onmogelijke bouwwerken waarin het spel met onder en boven je hersenen op zijn kop zetten? Constructies die niet kunnen maar in Eschers verwerking toch weer wel.

En wat te denken van die serie razend knappe Metamorfosen waarin verschuivende plant, dier of mensvormen heel ‘normaal’ in elkaar veranderen en verglijden?

Zou je je nu nog kunnen voorstellen dat een plafond van hem van 15 bij 15 meter met daarin insectenfiguren bij een verbouwing zonder aandacht van wie dan ook verwijderd wordt? Afgezien van één oplettende geest aan wie we ’t danken dat het nu nog bestaat? Lijkt me van niet! Toch gebeurde dat met een in 1951 door Escher gemaakt plafond voor het nieuwe Philips laboratorium in Eindhoven. Bij de opening daarvan werd zijn naam niet eens genoemd, laat staan bij die verbouwing 15 jaar later toen men er even niets mee kon.

Tientallen miljoenen Escher-posters later, die kamers over de hele wereld hebben gesierd, lijkt zoiets een onmogelijke gotspe. Best bijzonder voor iemand die ooit tegenover muzikant Graham Nash ( ja, die van de wereldberoemde groep ‘Crosby, Stills and Nash’) opmerkte dat hij eigenlijk geen kunstenaar maar een wiskundige was. Zie onderstaande trailer maar van de zeer recente documentaire ‘Escher: het oneindig zoeken’. Ik zag die vorige week in de bioscoop. Conclusie: indien mogelijk, gaan!!

Je kunt overigens ook naar Ljouwert, naar dat al genoemde Fries Museum. Voor de tentoonstelling ‘Escher op reis’. Zeg dus maar eens dat Escher niet in de belangstelling staat. Pure mazzel in feite voor Leeuwarden dat hij daar geboren is. Konden ze er als Culturele Hoofdstad toch maar mooi mee uitpakken. En dat doen ze ook.

een stiekem gemaakte foto, fotograferen op de expositie mag officieel namelijk niet
leuk om te doen: links een selfie in die bekende bol van Escher, rechts de oorspronkelijke houtsnede met daarin Escher zelf
officiële foto waarin je goed kunt zien hoe klein in feite de houtsneden van Escher in werkelijkheid zijn

Op heel informatieve en logische wijze wordt je daar door zijn leven geleidt. Via de prachtig verfijnde houtsneden die hij tijdens zijn langdurig verblijf in Italië maakte. Met de schetsen van zijn bezoek aan het Alhambra in Granada waar de abstracte Moorse herhalingsmotieven als een mokerslag bij hem binnenkwamen. En met al die bekende afbeeldingen waarmee hij in de jaren 60 uiteindelijk pas echt beroemd werd via de hippiecultuur die vanuit Californië de hele wereld overwaaide. Dol waren de hippies op zijn voor hen psychedelische afbeeldingen.

vroeg werk van Escher waarin al duidelijk is waarop hij heel veel later uitkomt
houtsnede gemaakt in Italië
schets van Escher, gemaakt in het Alhambra in 1936

Dat laatste komt in Leeuwarden jammer genoeg niet echt goed tot uiting. Maar daar is die documentaire dan weer goed voor. Expositie en film vullen elkaar in dat opzicht heel mooi aan. Zo wist ik niet dat Mick Jagger van de Stones ooit aan Escher gevraagd had een ontwerp voor een platenhoes te maken. Maar dat MCE daar door tijdgebrek geen zin in had. Hij begreep, curieus genoeg, trouwens helemaal niets van die hippietoestanden. Liever had hij contact met bètawetenschappers. Die begrepen ten minste waarmee hij bezig was in zijn zoektocht naar het weergeven van het begrip oneindigheid.

Eschers weergave van oneindigheid met een verdwijnpunt in het midden
kijkend door een grote loep naar zo’n verfijnde houtsnede

Die weigering bij Mick Jagger kon hij zich destijds financieel ook wel permitteren. In de jaren 50 zou dat wel een tikje anders zijn geweest. Door artikelen in 1951 in de Amerikaanse tijdschriften Time en Life brak hij daar wel door, maar met een verdienste van zo’n 2200 dollar bij de verkoop van 150 door Escher zelf gedrukte houtsneden in 5 jaar tijd kun je niet echt over een vetpot spreken. Vergelijk dat eens met de tienduizenden euro’s die nu voor sommige van zijn originele prenten worden neergeteld. ’t Kan verkeren. Maar het is wel terecht. Dus zullen we dat rijtje namen in het vervolg maar houden op Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan en Escher? En wil je in 4 minuten tijd nog wat meer over hem opsteken? Kijk dan eens naar de volgende BBC minidocumentaire.

Tot volgende week.

TOOS

Toeval, Roosevelt’s Four Freedoms en Karen Armstrong


met Karen Armstrong en mijn cadeau voor haar

‘God dobbelt niet’ zei ooit Albert Einstein in de discussie over een wetenschappelijke controverse tussen zijn relativiteitstheorie en de quantummechanica. Maar toeval bestaat wel, zeg ik dan, en soms kun je dat nog een handje helpen ook. Want wat wilde dat toeval?

Een paar weken geleden schreef ik over de Four Freedoms Awards die in Middelburg uitgereikt gingen worden op 16 mei. En dat vooral vanwege het boekje dat ik in 2016 maakte voor de ontvangers van die Awards in dat jaar. Een boekje in een oplage van slechts dertig exemplaren. Met daarin tien citaten van vorige laureaten, alle geïllustreerd met originele tekeningen. Niks geen reproducties, nee, elke keer weer opnieuw getekend. Eén van die citaten, ‘I no longer think that any principle or opinion is worth anything if it makes you unkind or intolerant‘, was van Karen Armstrong.

quote van Karen Armstrong en de tekening erbij van Toos van Holstein

Ooit non geweest, maar nu een over de hele wereld bekende Britse schrijfster die ’t als haar levensopdracht ziet om te schrijven en filosoferen over de grote religies die in de loop van duizenden jaren over ons gekomen zijn. Met de voor maar ook vele nadelen van dien. En wat wil nu het toeval? Karen, die zelf in 2008 de Award voor Godsdienstvrijheid kreeg, kwam naar Middelburg. Om daar diezelfde Award onder toeziend oog van Willem-Alexander, Maxima en Beatrix uit te reiken aan de laureaat van dit jaar, bisschop Paride Taban uit Zuid-Soedan.

Dus dacht ik ‘waarom dat toeval rond Karen Armstrong niet een handje geholpen’? Want na de uitreiking hield zij een lezing waarvoor ook ik was uitgenodigd. Het gevolg? Na die speech mocht ik haar op het podium mijn boekje  ‘Quotes by laureates of the Four Freedoms Awards 1982-2016, chosen and illustrated by Toos van Holstein‘ overhandigen. Best een eer zogezegd!

Ze bleek een heel aardige, toegankelijke vrouw te zijn met wie het zeer prettig praten was. Over religie natuurlijk. Daarbij bleken we ook nog eens heel aardig op één lijn te zitten in onze opvattingen. Zelf ben ik, net als zij, katholiek opgevoed maar heb ik niets meer met de kerk. Of dat betekent dat ik nu geheel zonder een vaag soort religieus gevoel zou zitten? Nee, die conclusie zou te ver gaan. Modern neurologisch hersenonderzoek suggereert trouwens dat er ergens een soort religieus centrum in ons brein zou zitten. Wat bij de een dan weer makkelijker te triggeren schijnt te zijn dan bij de ander.

Echt bijzonder en interessant om daar met zo’n autoriteit op dat gebied over te kunnen praten terwijl ze voortdurend dat boekje van mij onder haar arm geklemd hield. Of God nu wel of niet dobbelt, daarover hebben we ’t verder niet gehad. Wil je meer over Karen weten, dan zou je kunnen klikken op het volgende YouTube filmpje https://youtu.be/en1LpIu9lsI, een TED-lezing van haar. Wel in het Engels.

Mijn plan was om hier vandaag iets te schrijven over een korte vakantie van mij in Italië. Maar deze toevallige gebeurtenis was te speciaal om er geen voorrang aan te geven. Italië dus over zeven nachtjes slapen. Tot volgende week.

TOOS

Het Kasteel van Rhoon en ’t Gevaarlijke Kunstvirus


het Kasteel van Rhoon

Toen ik jaren geleden voor het eerst in de Verenigde Staten rond toerde, verbaasde ’t me ten zeerste dat bij nat weer ineens overal bij de ingang van warenhuizen en winkels van die borden te voorschijn kwamen met de tekst ‘Caution, wet floor‘. Voorzichtig, natte vloer.   Dat kon je toch gewoon zelf wel zien! Maar ja, stel nou eens dat erbij afwezigheid van zo’n bord iemand zomaar zou uitglijden en zich bezeren. Dan zou je als eigenaar best een proces aan je broek of rok kunnen krijgen wegens nalatigheid. ‘Typisch Amerikaans’ dacht ik toen. Tot ik nu in Nederland ook steeds meer van die stomme waarschuwingsborden zie verschijnen. Zou ’t dan toch waar zijn? Dat alles wat in Amerika gebeurt uiteindelijk ook overwaait naar Europa? Nu maar hopen dat dit niet geldt voor het verschijnsel ‘Trump’.

Wat dit met kunst heeft te maken? Dat is simpel. Want waarom zie je nou nergens bij musea en galerieën bordjes met ‘Beware of the art virus‘. Pas op voor het kunstvirus. Want dat kunstvirus is pas écht gevaarlijk! Raak je er in zo’n kunstzinnige omgeving eenmaal door besmet, dan blijf je daar je hele leven lang last van houden. Met alle bijbehorende diep ingrijpende gevolgen. Kijk, ik ben er gewoon mee geboren, ik weet niet anders. Maar levensgezel heeft die besmetting pas ruim na zijn 30ste opgelopen en is er dus nooit meer van af gekomen. Geen medicijn of therapie helpt. Hoe zich dat dan uit? Dat laat ik hier maar achterwege, dat zijn weer heel veel andere verhalen. Reken er in ieder geval maar op dat ’t je leven heel sterk gaat bepalen.

Voor dit verhaal is nu alleen van belang dat het kunstvirus ook besmettelijke eigenschappen heeft. Het kan makkelijk op anderen, die daar bevattelijk voor zijn, worden overgedragen. En daarmee komt dan dat Kasteel van Rhoon uit de titel, liggend in de plaats Rhoon bij Rotterdam, ineens in beeld.

met mijn auto bij het kasteel om schilderijen te brengen

Ooit heeft namelijk levensgezel in zijn enthousiasme een collega en tevens vriend besmet met het kunstvirus. Die op zijn beurt stak zijn vrouw er weer mee aan. Martin en Wilma, zoals ze heten, begonnen ook kunst te verzamelen. En niet alleen dat. Ze startten een aantal jaren geleden zelfs een eigen kunstinitiatief in hun woonplaats Ridderkerk. Imspa Productions (www.imspa.com). Als spin off werd daaruit ook nog een stichting geboren. De Stichting Grenze(N)Loze Kunst. Met weer als gevolg daarvan veel buitenlandse contacten, vooral in Italië. Want Martin kan zich daar, als halve Italiaan, taalkundig heel goed redden. Daardoor heb ik als eens in het Castello in Norcia (Umbrië) geëxposeerd en zijn een paar van mijn schilderijen door half Italië op rondreis geweest.

Nu hebben Martin en Wilma hun voorlopige magnum opus tot stand gebracht. De Triangle of Life. Een kunstevenement dat deze weken plaatsvindt in zowel Ridderkerk als de wijde omgeving ervan. Op allerlei locaties met kunstenaars uit allerlei landen. Een van die locaties is dus dat Kasteel van Rhoon. Een prachtig oud landhuis waar je én heel lekker kunt eten én ook van kunst kunt genieten. Op de gigantisch grote zolders die helemaal als galerie zijn ingericht. Daar hangt van mij de komende weken een groot drieluik van 2 bij 3 meter en het schilderij ‘She’ dat de voorkant van de uitnodigingskaart voor de expositie siert.

uitnodigingskaart

Afgelopen zondag 6 mei was de vernissage van die expositie die nog loopt tot 27 mei. Meer informatie hierover is te vinden op mijn website www.toosvanholstein.nl. Het gemeentehuis van Ridderkerk is overigens ook een van de locaties voor ‘Triangle of life‘ en ook daar hangt werk van mij.

de opening in Rhoon
met Martin en Wilma voor mijn grote 3-luik ‘Specchio’

Zo zie je maar waar besmetting met het kunstvirus toe kan leiden. Trouwens, wat mij betreft mag ’t vrijelijk rondwaren en steeds meer mensen besmetten. Dat is ten slotte alleen maar goed voor de kunst en de kunstenaars. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Venetië, mijn Droomstad


Riva, olieverf 100 cm-90 cm
Riva, olieverf 100 cm-90 cm

Ik verkeer al een paar weken onder de internetradarhorizon en dat zal ook nog een paar weken zo blijven. Dat komt wel eens meer voor, dan ben ik er dus gewoon even niet. Maar trouwe lezers hebben ’t al gemerkt, ik laat ze niet in de steek. Hier dus nog weer zo’n van te voren klaar gezette aflevering. Iets korter en iets anders van karakter dan normaal. Dit keer over Venetië.

La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm
La dolce far niente, olieverf 100 cm-120 cm

Bij mijn eerste bezoek aan La Serenissima, de meest serene,  was ik gelijk verliefd op die stad. En u, heel veel jaren later, is dat nog steeds zo. Elke keer als ik er terugkom zuig ik de stad weer opnieuw in me op, elke keer is weer fascinerend. Dit oneven jaar 2017 gaat dat ook weer gebeuren. Want in de oneven jaren is er altijd de Biënnale. Een kunstgebeurtenis die ik eigenlijk niet mag missen en die altijd een goed excuus is om weer naar Venetië te gaan. Om weer te kunnen zien hoe dicht schoonheid en verval bij elkaar liggen. Om weer te verdwalen in tegen het water doodlopende steegjes. Om ’s avonds te dwalen door de volkswijken als de horden dagjesmensen zijn verdwenen. Om ergens rond vijven op een terras plaats te nemen met een spritz in de hand. Aan een plein zonder auto’s en brommers want die heb je niet in Venetië. Of op een kade waar de vaporetto’s, de openbare waterbussen,  en de vele vrachtbootjes en watertaxi’s voorbij komen.

Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm

Ik heb in de loop der jaren heel wat Venetiëschilderijen gemaakt. Elke Venetiaan zal daarin La Serenissima herkennen maar de weergegeven plekken nooit kunnen vinden. Die bestaan namelijk alleen in mijn gedroomde Venetië, het Venetië dat al schilderend in mijn atelier langzaam op het doek te voorschijn komt.

Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Mezzobuio, olierverf 80 cm-90 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm
Nebbia a Venezia, olieverf 65 cm-45 cm

Nog heel lang hoop ik terug te kunnen komen naar één van de mooiste steden van de wereld. Zo niet de mooiste! Tot volgende week.

TOOS

Een zuidelijke hak met noordelijk design


Basilica San Nicola, Bari
Basilica San Nicola, Bari

Sint Nicolaas zal zo langzamerhand wel weer zijn terug gekeerd in zijn residentie. In het Italiaanse Bari dus en niet in Spanje zoals vele goedgelovigen nog steeds aannemen. Ik schreef daarover al eens in september. Na een ongetwijfeld grondige evaluatie met zijn met-of zonder- vegen Zwarte, Blauwe en Bruine Pieten. Dat mag ook wel bij al die gebeurtenissen en avonturen van de afgelopen Sinterklaasperiode. Je hoeft alleen maar het Sinterklaasjournaal te hebben gevolgd om te beseffen dat hij zijn oude knoken best wel weer voor een jaartje te ruste mag leggen. In zijn geriefelijke tombe in de crypte van de Basilica San Nicola in dat Bari. In de streek Puglia, Apulië op z’n Nederlands, de hak van Italië.

de tombe van Sint Nicolaas
de tombe van Sint Nicolaas
kunst in de kathedraal van Bari
kunst in de kathedraal van Bari

Maar waarom is onze populairste heilige juist daar neergestreken en is hij niet in het nu Turkse Myra gebleven? Tijdens mijn rondreis in Puglia dit jaar ben ik dat beter gaan begrijpen. Daar zitten dan natuurlijk gelijk allerlei verhalen aan vast. Over middeleeuwen, kunst, architectuur, religie en kruistochten. En vooral die laatste zijn heel belangrijk voor dit verhaal.

 

Oude havensteden als Bari , Brindisi en nog een paar andere aan de oostkust van de hak vormen al eeuwen lang een belangrijke schakel in de route over zee naar de Griekse en Turkse regio’s. Nog steeds trouwens. Want tel ze maar eens, al die toeristen die voor een Griekse vakantie de veerboot vanuit Brindisi nemen.

Ooit heersten in het begerenswaardige en vruchtbare Puglia de Grieken, de Romeinen en de Byzantijnen. Tot de Normandiërs er neerstreken. De Normandiërs? Jazeker. Absoluut een reislustig en veroverend volkje. Want nam Normandiër Willem de Veroveraar door zijn overwinning in de slag bij Hastings in 1066 Engeland over, andere Normandiërs vestigden zich in die 11de eeuw op Sicilië en in Puglia. En die naam Normandië? Komt van de Noormannen, de Skandinaviërs die zich nog weer eerder  dat stuk van Frankrijk toe eigenden. Maar dat ter zijde.

kerk in Molfetta
kerk in Molfetta

puglia05a-molfetta

Hun timing bij het veroveren van Puglia kun je beslist uitstekend noemen. Want in diezelfde tijd verbrokkelde de macht van het orthodoxe Byzantijnse Rijk en pikten de islamitische Seltsjoeken grote stukken ervan in. Zoals het Heilige Land met Jeruzalem en het oosten van wat nu Turkije is. Incluis Myra en het graf van de in die middeleeuwen al heel populaire San Nicola. Dus werd in 1087 door een stel kooplieden het gebeente van de heilige uit Myra weggeroofd en naar Bari gebracht. Zo’n belangrijk reliek is voor de stad economisch vast heel gunstig zullen die kooplieden wel hebben gedacht. Daar komen veel pelgrims, en dus ook geld, op af. Zeker omdat er vanuit Bari al de nodige bedevaartgangers naar pelgrimsoord nummer één Jeruzalem overstaken. Dus werd er voor onze Sint een speciale kerk, de Basilica San Nicola, gebouwd. In de bekende Romaanse stijl van die tijd, meegebracht uit Normandië. En dat Romaanse? Dat heeft natuurlijk te maken met de Romeinen en Rome. Maar dat ter zijde.

Juist ook toen begonnen de kruistochten. Met de eerste van 1096 tot 1099, resulterend in de verovering van Jeruzalem op de Seltsjoeken. Natuurlijk hallejula alom. Vooral ook in Puglia. Want van daaruit vertrokken heel veel kruisvaarders. Niet alleen vanuit Bari en Brindisi maar ook vanuit andere havenstadjes als Molfetta, Trani  en Barletta.

puglia06-trani
kerk in Trani
puglia07-trani
Trani
puglia08
kerk in Barletta

Er werd flink verdiend met een soort hop on hop off systeem voor al diegenen die kruisvarend hun ziel wilden redden tot meerdere glorie van God. De Normandiërs lieten prachtige Romaanse kerkjes verrijzen op de mooiste locaties. Met natuurlijk ook weer relieken erin. Want er moest wel geconcurreerd worden met Sint Nicolaas. Wat te denken van een stuk van het kruis waaraan Jezus stierf? Of een doorn van zijn doornenkroon? Allemaal natuurlijk met certificaat van echtheid.

reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus
reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus

Er volgden nog meer kruistochten  in de twee eeuwen na die eerste. Zoals bijvoorbeeld die wel heel  curieuze kinderkruistocht van 1212. Lees “Kruistocht in spijkerbroek” er maar op na. Dat bekende jeugdboek van Thea Beckman waarin ook weer Bari en Brindisi voorkomen.

Ook volgden er na de Normandiërs nog vele andere heersers in Italië’s hak. Zoals de keizer van het Heilige Roomse Rijk, de Franse Angevins, de Spaanse koning en het Huis van Bourbon. En allemaal lieten ze hun zichtbare en culturele sporen na. Echt de moeite waard dus om te bezoeken, dat Puglia.

puglia10
kerken in het binnenland van Puglia

puglia11a puglia12 puglia13a puglia14 puglia15a

Eigenlijk is ’t een soort Europa in Madurodam-formaat realiseer ik me ineens. Ga maar na. Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Scandinaviërs in de vorm van Noormannen, Normandiërs, Duitsland via het Heilige Roomse Rijk, Spanje, Frankrijk en nu Italië. En niet te vergeten die massa’s kruisvaarders van overal vandaan. Met z’n allen hebben ze die streek vorm gegeven. Over verwevenheid van Europa gesproken! Wat moet ik dan met die huidige ideeën om ons weer binnen eigen grenzen terug te trekken? Denkstof voor rond de kerstboom met al die lichtjes binnen en buiten terwijl de dagen weer gaan lengen. Tot volgende week.

TOOS

TOOS op audiëntie bij Sint Nicolaas


Een paar maanden geleden was ik op audiëntie bij Sint Nicolaas. Was ik dan in Spanje, zul je vragen? Nee, natuurlijk niet. Wel in Italië. In Bari om precies te zijn. Waarom wij hier in Nederland allemaal denken dat de Sint uit Spanje komt, is me echt een raadsel. Zal wel liggen aan dat liedje van “Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan”. Echt een volstrekt misverstand. Want sinds het jaar 1087, om precies te zijn vanaf de 9de mei, resideert de heilige in dat Bari, de hoofdstad van Apulië, de hak van Italië.

de residentie van Sint Nicolaas
de residentie van Sint Nicolaas
steendruk, Sint Nicolaas en de drie geredde maagden
steendruk, Sint Nicolaas en de drie geredde maagden

Dus toen ik daar toch was, leek me een bezoek aan hem in zijn residentie in de Basilica di San Nicola wel op zijn plaats. Ik heb namelijk een speciale band met die man. In de eerste plaats omdat hij ’t ver heeft geschopt. Want ga er maar aan staan. Als katholiek heilige (270-343 n.C.) in de van oorsprong zeer protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden een nationaal  vereerd figuur worden. Dat is niet niks. En in de tweede plaats omdat ik over hem een viertal steendrukken heb gemaakt. Als illustraties bij zijn leven en de door hem verrichte wonderen. Speciaal voor een nieuwe, Franse  uitgave van “La Légende dorée”, het beroemde middeleeuwse  boek met beschrijvingen van heel, heel veel heiligenlevens. Destijds naast de bijbel het meest gelezen boek in Europa. Een nieuwe uitgave dus, verzorgd door galerie Quadrige/ La Diane Française, mijn galerie in Nice.

steendruk, Sint Nicolaas redt een schip en wekt een uit de mast gevallen zeeman op uit de dood
steendruk, Sint Nicolaas redt een schip en wekt een uit de mast gevallen zeeman op uit de dood

Maar goed, daar lag hij dan, de goede Sint. In alle rust. In de crypte van zijn eigenste basiliek, in een mooi versierde kist. Want al komt hij dan nog steeds elk jaar naar Nederland, hij ligt daar in Bari toch echt dood te zijn. Die rust zij hem overigens gegund. Want wat die man niet allemaal aan wonderen heeft verricht! Ga maar na. Drie jongens worden vermoord door een slager, in stukken in vaten gestopt om ze als ham voor de verkoop te bestemmen, maar worden daarna door de gebeden van de toen nog niet heilige bisschop Nicolaas weer tot leven gewekt. Waarna ze nog lang en gelukkig leefden.

Gentile da Fabriano, foto vorig jaar gemaakt in het Vaticaan, Nicolaas redt de drie jongens uit het pekelvat
Gentile da Fabriano, foto vorig jaar gemaakt in het Vaticaan, Nicolaas redt de drie jongens uit het pekelvat

Of wat te denken van de drie maagdelijke meisjes wier opvoeding door de vader niet meer was te bekostigen. Tja, dan restte in die tijd alleen nog een leven als prostituee. Maar onze bisschop van Myra, het huidige Demre in Turkije, gooide anoniem voor elk meisje een buidel met gouden munten door het raam. Met dat geld als bruidschat werden ze gered van het moeten leven van de zonde.

Fra Angelico, 1437, geboorte van Nicolaas, zijn prediking en het redden van de drie maagden
Fra Angelico, 1437, geboorte van Nicolaas, zijn prediking en het redden van de drie maagden

En dan die pelgrimage van hem per schip naar het Heilige Land. Door opnieuw stevig bidden weet hij niet alleen een hevige, levensbedreigende storm tot bedaren te brengen om zo het schip te redden, maar wekt hij ook nog een uit de mast gevallen bemanningslid weer uit de dood op. Over de vermenigvuldiging van graan om een hongersnood te voorkomen, zal ik ’t dan nog maar niet hebben.

Gentile da Fabriano, ook weer in het Vaticaan, het geredde schip
Gentile da Fabriano, ook weer in het Vaticaan, het geredde schip
o.a. de vermenigvuldiging van het graan en het geredde schip in de verte
o.a. de vermenigvuldiging van het graan en het geredde schip in de verte

Kijk, zo iemand verdient een pluim, die moet heilige worden. Een heel belangrijke en veel aanbeden heilige zelfs in de middeleeuwen. En zo iemand heb je natuurlijk graag in je kerk want dat trekt pelgrims aan en daarmee welvaart. Om dat te begrijpen hoef je geen economie gestudeerd te hebben. Dus toen Myra, en daarmee het graf van de Sint, in de 11de eeuw even in handen van de Turken viel, hebben zeelui zijn bottige resten bij een inval gestolen en meegenomen naar Bari. Waar ze in de crypte van de basiliek een welverdiende rust genieten onder het oog van de vele bezoekers die hij daar dagelijks trekt. Want reken maar dat hij nog steeds flink wordt aanbeden.

In mei is er zelfs een dagen durend feest. Daarbij wordt een groot beeld van Nicolaas in een processie vanaf de basiliek gedragen naar de kathedraal van Bari, de Cattedrale di San Sabino.

het beeld van St. Nicolaas in de kathedraal
het beeld van St. Nicolaas in de kathedraal

Maar hij moet ook weer terug. Dat maakte ik live mee. Prachtig om te zien. Dat beeld schommelend en dansend boven de hoofden van toegestroomde bevolking en natuurlijk omring door  allerlei kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders. Met letterlijk veel toeters en bellen erbij.

de processie
de processie

Maar hoe Sint Nicolaas nu elk jaar weer in Nederland verzeild raakt, is me toch nog steeds een raadsel. Maar ach, hij heeft zoveel wonderen verricht tijdens zijn leven dat zo’n jaarlijkse opstanding voor hem waarschijnlijk een peulenschil is. Daarbij moet hij trouwens nog wel elke keer een klein logistiek probleempje oplossen. Want toen zijn resten snel vanuit Myra werden meegepikt, waren de rovers in hun haast enigszins slordig. Er bleven nog flink wat kleine botjes achter. Die zijn een poosje later door Venetianen  bij elkaar geveegd en worden nu aanbeden  in de Chiesa di San Nicoló op het Lido(Venetië).  Probeer dan maar eens netjes als één geheel op die stoomboot uit Spanje aan te komen! Tot volgende week.

TOOS

Nice, nice place to work


het complex met daarin mijn atelier en ervoor de dagelijkse markt
het complex met daarin mijn atelier en ervoor de dagelijkse markt

Het is altijd weer een genoegen, werken in mijn atelier in Nice. Aan de Côte d’Azur. In de Provençe. Frankrijk dus. Een land dat op dit moment nogal wordt geplaagd. Door de sociale onrust, de stakingen, de aanslagen en alle daarmee samenhangende sores rond het net gestarte Europese voetbal kampioenschap. Het zijn nog niet de 10 plagen van Egypte uit het Bijbelboek Exodus, maar toch! Zolang ik in mijn atelier verkeer, krijg ik er niet zoveel van mee. Maar daarbuiten? Dan is het vooral het openbaar vervoer. De ene staking na de andere. Of, zoals ’t hier ook vaak wordt genoemd, een “mouvement social“. Dat klinkt natuurlijk veel prettiger dan grève, Frans voor staking. Nou is een staking natuurlijk wel een sociale beweging, maar ik ken heel wat sociale bewegingen die geen grève zijn.

Europees voetbal in Nice, dat zul je weten!
Europees voetbal in Nice, dat zul je weten!

Sta je bijvoorbeeld bij het treinstation op een zondagmorgen in mei te wachten op lijn 99, de directe busverbinding met het vliegveld. Want levensgezel en ik zouden voor een korte vakantie vliegen naar Puglia, zoals de regio in de hak van Italië heet. Geen bus om 9 uur zoals zou moeten. Het aantal wachtenden achter ons groeide. Ook geen bus om 9.30 uur, zoals zou moeten. Levert navraag bij een andere bus op dat 99 vandaag even niet rijdt. Terwijl op de donderdag het hele openbaar vervoer, inclusief 99, ook al plat had gelegen. Moet toch kunnen, nietwaar? Onverwacht allerlei toeristen dwars zitten. Plotsklapse grève, sorry, mouvement social! Toen met een derde persoon maar een taxi genomen richting vliegveld. Gedeelde smart en in ieder geval gedeelde kosten. Als je dan in je eentje zou zijn, betaal je voor zo’n taxirit naar het vliegveld met zondagstoeslag toch maar mooi net zoveel als voor die vlucht met easyJet naar Italië.

hoek van mijn atelier in Nice
hoek van mijn atelier in Nice

Bij terugkomst twaalf dagen later wisten we al dat de vliegverkeersleiders staakten. Maar dat ritueel vindt hier zo’n 3 à 4 keer per jaar plaats. Gelukkig vond onze vlucht toch doorgang. Ter compensatie was ’t wel opnieuw hommeles met bussen en treinen. Sommige bussen reden wel, andere weer niet en de tram deed ’t helemaal niet. Dus namen we maar de eerste de beste die ergens au centre ging. Dan maar wat verder lopen. Gelukkig ligt mijn appartement behoorlijk centraal. Ach, je leert er mee leven. De Niçois ondergaan ‘t, zo op het oog, allemaal nogal laconiek. Stakingen in Frankrijk? Dat is toch onderdeel van de cultuur, van het leven? N’est ce pas?

aan het werk
aan het werk

Maar in mijn atelier gaat dat alles aan me voorbij. Dat is ook wel nodig, want voor het komende weekeind, dat van van 18/19 juni, moest er een serie schilderijen af van 40 bij 40 cm. Lees maar over het waarom in de vorige blogaflevering over Galerie Àlafran in Diepenheim. Die serie, waaraan ik in Middelburg al was begonnen, had niet voor niets de autoreis naar Nice meegemaakt. Hier moest de finishing touch worden aangebracht. En dat is gelukt. In alle rust. Want levensgezel moest vanwege kunst en andere besognes voor een dikke week toch even terug naar Nederland. Kon ik dus lekker doorwerken.

Ni05aVoor hem was ’t trouwens toch ook weer even spannend bij terugkomst op het vliegveld van Nice. Reed dat openbaar vervoer wel? Want de website van de Lignes d’Azur, de vervoermaatschappij hier, gaf aan dat de helft ervan die dag weer opnieuw plat lag. Maar zijn bus 23 van 21.45 uur, de laatste van die dag, kon hij nog net hollend halen. Je moet namelijk, omdat “Schengen” tijdelijk is opgeschort en de veiligheidsmaatregelen sterk zijn opgevoerd, nu op het vliegveld bij aankomst weer net als vroeger door de douane. Komen er tegelijk twee volle vliegtuigen aan, zitten er wel twéé douanebeambten om die klus te klaren. Moet kunnen, één per vliegtuig. Dan is ’t echt billenknijpen als je maar een paar minuten speling hebt voor die bus. De laatste overigens van alle lijnen op zo’n avond die richting centrum gaan. Kwart voor tien dus! Bij een druk vliegveld en een grote stad als Nice. Daarmee heb je nu zelfs mazzel. Want een paar jaar geleden ging die allerlaatste al om kwart over negen. Er valt in Frankrijk op allerlei gebied, of ’t nu om een mouvement social gaat of efficiëntie bij openbaar vervoer, nog een wereld te winnen. Maar dat lukt blijkbaar alleen met flink grote horten en stoten. En toch blijft het een prachtig land waar ik graag kom. Gek hè?

De taxichauffeurs gaan trouwens, zo vermoed ik, goud verdienen de komende weken. Er is namelijk een viertal voetbalwedstrijden van Euro 2016 gepland in Nice. En daar maken ze, volgens de huidige planning van de bonden bij het openbaar vervoer, graag gebruik van om niet te rijden. Net zoals de piloten van Air France dreigen niet te vliegen en de vliegverkeersleiders ook graag een dagje niet leiden. Courage! Tot volgende week.

TOOS

Van Zuid naar Noord, van Italië naar Friesland


Zo zit je in Venetië met een expositie, zo in Workum. In het alfabet scheelt ’t maar één letter, in temperatuur een aantal graden, alhoewel ook niet altijd zoals de laatste dagen bleek, en in afstand een rijkelijk aantal kilometers. Maar dat maakt het niet minder leuk. Want ook Workum heeft als één van die Friese elf steden weer een geheel eigen charme. Daarbij was het mooie dat van te voren al vast stond dat ik voor deze nieuwe tentoonstelling in galerie Kesk de atmosfeer en ambiance van Venetië zou meenemen.

Kesk 1

Vandaar dat galerie eigenaren Sophie en Klaas Elzinga de titel “De schoonheid van verval” heel passend vonden. Met daarbij de onderstaande tekst die ik jullie niet wil onthouden.

———————————-

De schoonheid van verval

Nebbia a Venezia, olieverf
Nebbia a Venezia, olieverf

Wie het werk van Toos van Holstein kent, zal direct begrijpen wat ze bedoelt met “De schoonheid van verval”, de titel van haar expositie bij galerie Kesk. De een zal bij een muur waar het geverfde stucwerk van afbrokkelt en de onderliggende steen te voorschijn komt zeggen “daar moet nodig wat aan gedaan worden”. Een ander, in dit geval Toos, ziet er juist schoonheid in. Een schoonheid die ze op het doek terugtovert bij het schilderen van verweerde muren en van gebouwen waarvan je je kunt afvragen of ze nu wel of niet bestaan. Architectonische vormen en ruimten, met altijd menselijke aanwezigheid, waarvan je weet dat ze er zouden kunnen zijn, ergens op deze aarde, maar waarvan je te gelijkertijd beseft dat ze ontsproten zijn aan het creatieve brein van de kunstenaar.

Vandaar dat de schoonheid en ook het verval van een stad als Venetië Toos van Holstein heel erg aanspreken. Regelmatig toveren het paletmes en penseel in haar hand dan ook een “Venetiëschilderij” op het schildersdoek. Olieverven waarbij je gelijk ruikt en proeft dat ze met die oude Dogenstad hebben te maken. Maar als je daar zou gaan zoeken naar de plek die Toos heeft weergegeven, zul je die nooit vinden. Die bestaat namelijk alleen in haar fantasie. Een gedroomd Venetië.

Overigens nam Toos in de maanden mei en juni nog deel aan een expositie in het reële Venetië tijdens de beroemde kunstbiënnale die daar nu gaande is. Een extra reden om er trots op te zijn dat ze de komende maanden exposeert in Galerie Kesk.

La dolce far niente, olieverf
La dolce far niente, olieverf

In deze expositie zal, naast andere, dus een aantal nieuwe “Venetiëschilderijen” te bewonderen zijn, samen met het driedimensionale werk van Toos van Holstein. Want als veelzijdig kunstenaar beheerst zij ook die kunstdiscipline.

———————————-

opbouw van de expositie met hulp van Sophie
opbouw van de expositie met hulp van Sophie

Kijk, dan krijg je toch maar mooi een aantal veren in het zitgedeelte van je lijf gestoken. Gelukkig figuurlijk want anders was dat zitten toch wel een probleempje geworden.

Adagio, olieverf
Adagio, olieverf

De opening was afgelopen weekeinde, maar de expositie duurt nog tot in september. Dus als je Toosiaanse en Venetiaanse sferen wilt proeven in een aangename Friese ambiance ben je altijd welkom bij Klaas en Sophie op

Sûd 114    8711CX Workum

van woensdag t/m zondag 13-17 uur

uitleg aan openingsbezoekers
uitleg aan openingsbezoekers
op de foto met bewonderaars van mijn werk
op de foto met bewonderaars van mijn werk

Misschien ook een idee om dan maar gelijk die andere tien Friese steden te bezoeken. Van die Elfstedentocht op de schaats komt ’t toch nooit meer. Zeker niet nu zelfs de Paus er van overtuigd is dat er iets met het klimaat aan de gang is. En als er één instituut is op aarde dat denkt op de lange termijn dan is dat toch wel de kerk in Rome. Dus maak ’t je makkelijk en neem de auto in plaats van de schaats voor die Friese Elf Steden. Maar vergeet galerie Kesk in Workum niet. Tot volgende week.

TOOS

De katten van San Lorenzo


“Hé, de katten zijn verdwenen”. Blijkbaar ontstond er ineens weer mentale ruimte voor die constatering in mijn brein. Ik was lichamelijk en geestelijk zo geconcentreerd bezig geweest mijn kunststukken te transporteren van de boot in het kanaal bij de Campo San Lorenzo naar de Sala del Portale op die campo dat ik mijn omgeving helemaal had weggedrukt.

de transportboot aan de Campo San Lorenzo
de transportboot aan de Campo San Lorenzo

De beroemde katten van de Campo San Lorenzo waren verdwenen! Samen met het houten poezenpaleis waarin ze huisden en dat al jaren het Venetiaanse klimaat had doorstaan. Een bouwsel dat eerst tegen het front van de eeuwenoude Iglesia San Lorenzo stond maar bij mijn bezoek aan Venetië in 2013 verplaatst bleek naar de linkerhoek van de campo. Met als oorzaak de beroemde Biënnale van Venetië. Al sinds mensenheugenis stond die kerk, een van de oudste in de toch al zo oude Dogenstad,  vervallen en gesloten te zijn. In de beroemde boekenreeks van Donna Leon over de Venetiaanse Commissario Brunetti vraagt hij zich zelfs regelmatig af of die kerk ooit nog tijdens zijn leven weer open zal gaan. Ook die katten brengt Donna Leon af en toe zijdelings ter sprake. En Brunetti heeft op dat alles goed zicht vanuit zijn kamer in de Questura. Die bevindt zich namelijk recht tegenover de kerk met alleen de Rio di San Lorenzo en het plein ertussen. Die rio dus waar ik samen met vrienden de transportboot aan het uitladen was.

de oude plaats van het kattebouwsel links achterin
de oude plaats van het kattebouwsel links achterin
de nieuwe plaats in 2013 links onderaan de kerktrap
de nieuwe plaats in 2013 links onderaan de kerktrap
Mexicaanse kunst in 2013 in de San Lorenzo
Mexicaanse kunst in 2013 in de San Lorenzo

Maar in 2013 stond er ineens een kerkdeur open. Met daarnaast een groot bord dat aangaf dat binnen het kunstpaviljoen van Mexico was te vinden. ’t Bleek dat de staat Mexico met de stad Venetië een contract had gesloten om een deel van het interieur te restaureren. Als tegenprestatie mocht de kerk dan voor de komende jaren als paviljoen gebruikt worden. Voor de kunstbiënnale in de oneven jaren en voor de, minder beroemde, architectuurbiënnale in de even jaren.

Dus liep ik in 2013 zomaar onverwacht in een geopende San Lorenzo. Van de kunst was ik niet zo onder de indruk, van de kerk des te meer. Een prachtig koor in combinatie met ruige vervallenheid en nog openliggende vloeren. Kijk naar mijn schilderijen en je begrijpt waarom mij dat zo aansprak. Overigens is daar in 1324 nog ergens Marco Polo begraven. Maar tijdens een verbouwing in de 16de eeuw heeft men het zicht op zijn begraafplek verloren. Of hij daar nog steeds ergens ligt? Aangenomen wordt van wel.

het inwendige van de San Lorenzo in 2013
het inwendige van de San Lorenzo in 2013

Vanwege Mexico dus moesten de katten een aantal meters verhuizen. Maar ze gedroegen zich op de nieuwe plek nog net zo autonoom als katten altijd al doen. Ze namen je wel waar vanuit hun eigen appartementje maar voor de rest kon je gewoon het dak op. Zolang dat het dak van hun condominium dan maar niet was natuurlijk. Dat dak reikte tot bijna een raam waar een doek je de inkijk belemmerde. Laat dat nu net een raam zijn van die Sala del Portale waarheen ik mijn kunst, nu in 2015, heen moest dragen. En waarbij ik me dus plotseling realiseerde dat die katten er niet meer waren. Dat vroeg natuurlijk om nader onderzoek. Het bleek dat de vrouw die jaren lang voor die beestjes had gezorgd en werkte in het verzorgingstehuis naast de Sala daar weg was. Blijkbaar had niemand haar vrijwillige poezenverzorgingstaak overgenomen. Ook kwam me nog een ander verhaal ter ore. Waarschijnlijk een broodje aap verhaal, maar toch! Want het viel me dit jaar wel op, na twee jaar afwezigheid in La Serenissima,dat ik nauwelijks meer katten zag. Terwijl je die anders toch in veelvuldigheid tegenkwam. Iemand vertelde me dat dit door de Chinezen komt. Die eten graag kattenvlees en in Venetië zie je inderdaad wel steeds meer Chinezen in winkeltjes werken. Broodje aap, of beter gezegd, broodje kat verhaal? Geen idee!

op weg naar expositie in de Sala del Portale links achterin
op weg naar expositie in de Sala del Portale links achterin

Wel waren er voor mijn gevoel nu veel meer honden. Mode? Zou kunnen. Vaak zelfs twee of drie per uitlater of laatster. Van die buikschuivers op veel te korte pootjes tot Golden Retrievers toe. En dat in een stad die nauwelijks openbaar groen kent. Het gevolg laat zich natuurlijk raden. Veel van die door schoenen langwerpig uitgesmeerde strontvlekken op straat. Met bij de vorming ervan ongetwijfeld de bijbehorende instantane hondenvervloekingen van de slachtoffers die onbedoeld in het bezit raakten van anders gekleurde en anders ruikende schoenzolen. En er zijn per definitie heel veel wandelaars in Venetië. Dat alles ondanks het feit dat ik ook heel wat keurige hondeneigenaren met papiertjes of plastic zakjes in de weer heb gezien. Wat ze er daarna mee deden? Ik weet ’t niet zeker,  maar in Venetië is er bijna altijd wel een kanaal onder handbereik.

typische "Venetiëhonden"
typische “Venetiëhonden”

Overigens heb ik zelf ook nog een hond aan het Venetiaanse arsenaal toegevoegd. Die bewaakt de tentoonstelling. Maar ik weet zeker dat Little Cerberus zich keurig gedraagt.

Oh ja, en de kerk is weer dicht. Het paviljoen van Mexico zit nu, na een paar jaar, ergens anders. Hoe ’t dan zit met dat contract? Dit is natuurlijk wel Italië. Tot volgende week.

TOOS    

Waarom de burgemeester van Norcia mij kuste


Afgelopen donderdag landde ik op Schiphol na een bezoek aan Laos en Cambodja. En direct al op de vrijdag werd ik, met de nodige jetlag in mijn lichaam, in Ridderkerk gekust door de burgemeester van het Italiaanse Norcia. In de wereld van de kunst is niets onmogelijk, dat blijkt maar weer. Eerst een aantal weken lang de cultuur van Zuidoost-Azië en direct daarop een Italiaanse burgervader die in Ridderkerk cultureel komt doen als gevolg van, onder andere, mijn kunst.

Ridderkerk 1

Vorig jaar namelijk, eind februari, deed ik mee aan een groepstentoonstelling in de stad Norcia. In Umbrië. Ik heb daarvan toen in een paar afleveringen van dit blog verslag gedaan. Die expositie daar, in het Castellino in het hart van de middeleeuwse stad, was tot stand gebracht door een goeie, Ridderkerkse vriend van mijn levensgezel. Via zijn bedrijf Imspa Productions en de Stichting Grenze(n)loze Kunst. Vier vrouwelijke kunstenaars uit zijn woonplaats met mijn persoontje als vreemde, Middelburgse eend in de bijt konden toen hun kunst tonen in Norcia. Een stad beroemd vanwege haar culinaire aantrekkelijkheden, zoals speciale worstsoorten, ham en truffels.

Nu vindt de tegententoonstelling plaats in het gemeentehuis van Ridderkerk. Vijf Italiaanse kunstenaars uit Umbrië zijn er te zien, in combinatie met telkens één werk van de vijf Nederlandse kunstenaars van vorig jaar in Norcia. Dus ook met een schilderij van mij.

Ridderkerk 2

Vandaar de titel  van deze expositie: “Incontro” (ontmoeting). En vandaar een zware Norciaanse delegatie bij de opening in Ridderkerk. Een opening met de Italiaanse consul in Nederland en de twee burgemeesters van Ridderkerk en Norcia.  Met daarna natuurlijk volgens goede Italiaanse traditie een uitgebreid diner gelardeerd met allerlei heerlijkheden uit Norcia, met groepsfoto’s en met toespraken. Niet echt bevorderlijk trouwens voor de verwerking van mijn jetlag. Pas om half een ’s nachts weer buitenstaan en dan nog naar Middelburg moeten! Maar je moet wat over hebben voor de kunst. Daar stond dan wel tegenover dat ik bij het afscheid op z’n Italiaans uitgebreid door de burgemeester van Norcia werd omhelsd met drie van die Italiaanse luchtzoenen. Kijk, dat maakt natuurlijk weer veel goed.

Ridderkerk 3

Ridderkerk 4

En mijn verhalen over en foto’s van Laos en Cambodja dan? Die gaan de komende tijd zeker aan bod komen. Maar die burgemeester moest toch eerst even. Hoeveel Nederlanders kunnen ten slotte zeggen dat ze door een Italiaanse burgemeester zijn gekust? Vast niet heel veel. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Van zuidelijke naar noordelijke sferen


Ik ga vandaag even een paar weken terug in de tijd. Want ja, bij zo’n wekelijks blog schiet er soms noodgedwongen wel eens iets bij in als andere zaken voorrang vragen. Zoals dus dat Italiaanse truffelcentrum Norcia en de expositie daar in het Museo Castellino met ook werk van mij. Lees er de twee laatste blogafleveringen maar op na.

foto een

Maar die paar weken terug was ik nog druk bezig in een heel ander, vlakker, groener, waterrijker en truffelloos gebied van Europa, met ook een heel andere taal. Friesland namelijk! Ik schreef al eerder over mijn tentoonstelling die er daar zit aan te komen in de middeleeuwse Martinikerk in Franeker. Om er  straks, en dat is eind april, mijn werk goed tot uiting te laten komen, moest er nog wat meetwerk worden verricht. Hoeveel strekkende meters muur hebben de vakken tussen de prachtig grote en oude  grafstenen die er tegenaan staan? Hoeveel werken van welke formaten kan ik daar op een esthetisch verantwoorde manier ophangen?

foto tweeOok wilde ik nog rubbings maken op een paar van de grafstenen die in het koor in de vloer zijn verwerkt. Prachtig toch, als je dan van de koster in alle vertrouwen zo’n ouderwets grote sleutel krijgt van de toegangspoort en je gang kunt gaan. In alle rust en in alle stilte in zo’n cisterciënzer bouwwerk van eeuwen geleden. In een behoorlijke kou ook trouwens, zo in de winter! Maar geen gotische kerk natuurlijk zonder een oud café direct om de hoek. Om de bloedstroming weer op gang te krijgen.

En daarna nog op naar Elfstedenstad Workum, naar Galerie Kesk-Art (http://www.kesk-art.com). Waar Sophie en Klaas Elzinga vorig jaar hun galerie startten in een prachtig 17de eeuws patriciërspand, waar politieke goeroe Hans Wiegel de opening toen verrichtte en waar ik een eigen zaal kreeg voor mijn schilderijen. Dat laatste is dit jaar ook weer het geval. Maar dan natuurlijk wel met vers werk. Sjouwen dus en helpen met ophangen.

foto drie

De start van het nieuwe kunstjaar bij Kesk-Art is intussen geweest. Echt de moeite waard, dat Workum met zijn oude sfeer, het Jopie Huisman Museum en natuurlijk Kesk-Art. Bij de middeleeuwse kerk daar stikt het trouwens ook van de horeca! Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Italiaanse Paradox


Norcia 01

 

Norcia 02Vorige week schreef ik in dit blog al over een tentoonstelling in Norcia (Italië) waaraan ik deelnam, samen met enkele andere kunstenaars. Dat Norcia ligt weer in Umbria, de bergachtige streek ten zuiden van het rijke Toscane. Van oudsher een armer gebied dan Toscane maar daarom niet minder rijk aan cultuur. Denk alleen maar aan Assisi. Overdonderend  met al z’n middeleeuwse cultuur omdat, en dit is beslist te kort samengevat,  de heilige Franciscus van Assisi  goed met dieren kon praten. Zo zegt althans het verhaal.

Daarbuiten echter stikt ’t ook van de prachtigste oude stadjes,  Spoleto bijvoorbeeld , met al hun kerken, kloosters, kastelen en paleizen. Maar  ook met winkels vol uitstallingen van de lekkerste etenswaren. Want daar zijn Italianen gek op. Hun keuken wordt niet voor niks over de hele wereld geroemd.

En daar stuit ik voor mijn gevoel steeds weer op die grote paradox. Want hoe kan een volk dat wortelt in zo’n oude  cultuur en dat houdt van mooie en lekkere dingen, in een land waar je om de haverklap de prachtigste kunst tegenkomt, nu weer opnieuw zo’n  figuur als Berlusconi politiek belangrijk maken. Ik snap dat dus gewoon niet.

Norcia 04Norcia 05Maar goed, Norcia dus. Ter illustratie bij deze aflevering wat foto’s van de etenswaren waarom Norcia bekend staat. De norcineria, salami maar ook allerlei andere soorten worst. En de zwarte truffel natuurlijk. Daarvan liet ik vorige week al een plaatje zien. € 600 tot € 800 per kilo. Een leuke bijverdienste dus om truffels te vinden. Honden met een goeie truffelneus, die dat “zwarte goud” opsporen in de bossen in de grond onder eikenbomen, worden dan ook regelmatig gestolen. Zo heb ik mij ten minste laten vertellen.

Ondanks de kou in Norcia, ’t ligt op 700 m hoogte in het Apenijnse gebergte, was het de afgelopen paar weekeinden tijdens de grote truffelbeurs  goed druk bij de vele stands  in de straten en op het grote plein.

Norcia 06

Daar waar ook op de achtergrond  het museum  staat met daarin tijdelijk mijn werk. Onder de zegenende arm van de rond het jaar 480 geboren Benedictus. Toch knap dat ze, ondanks het gebrek aan een burgerlijke stand destijds, nog wisten waar dat was gebeurd. Want op die plek staat nu, achter hem, zijn eigen kerk. Met in de crypte de exacte geboorteplek. Tot volgende week.

Norcia 03TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag