Tagarchief: Jheronimus Bosch

3 Overeenkomsten tussen Karel Appel en Jeroen Bosch


expositie Karel Appel in Haags Gemeentemuseum
expositie Karel Appel in Haags Gemeentemuseum
Narrenschip van Karel Appel
Narrenschip van Karel Appel

Wat Jeroen Bosch en Karel Appel (1921-2006) met elkaar te maken hebben? Eigenlijk niet veel. Behalve dan dat ze beiden schilderden en beiden al geruime tijd geleden zijn overleden. Jheronimus Bosch 500 jaar en Karel Appel 10 jaar. Mooie ronde getallen dus. En daar zijn musea nogal gevoelig voor bij het maken van overzichtsexposities over dooie kunstenaars. Over Jeroen hoef ik ’t hier niet meer te hebben. Die is dit jaar niet weg te slaan uit zowel het nieuws als uit Den Bosch. Bij Appel is dat wat minder prominent maar ook hij heeft nu een heel interessante retrospectieve tentoonstelling. Nog tot 16 mei in het Haagse Gemeentemuseum.

Oh ja, er is nog een overeenkomst! Beiden schilderden een werk met de titel “Narrenschip”, nu ook alle twee te zien op hun eigen expositie. Dat het Narrenschip van Appel er een tikje anders uitziet dan die van Bosch? Ach, dat zal niet verbazen. Of hij zich daarbij door Bosch heeft laten inspireren? Geen idee!

Maar toen ik dat werk uit 1986 zag hangen tussen nog twee andere collage-achtige schilderijen moest ik wel gelijk aan een andere, ook al dode kunstenaar denken. De heftig levende en jong gestorven Michel Basquiat (1960-1988).

3 collage-achtige werken van Appel
3 collage-achtige werken van Appel uit 1986
Basquiat, 1982
Basquiat, 1982

Gek eigenlijk dat in de beschrijving bij die drie atypische Appel-werken wordt gesproken over “een opmerkelijke stijlbreuk” en “raadselachtige, op zichzelf staande beelden”.  Bij mij kwam toch echt direct die Basquiat als inspiratiebron opborrelen.

Een soortgelijke ervaring had ik bij een paar naakten van Appel uit 1963. De tijd waarin “onze” Rotterdamse Willem de Kooning (1904-1997)al grote furore had gemaakt in New York met zijn abstract expressionistische naakten uit de jaren 50.

naakten van Appel uit 1963
naakten van Appel uit 1963
naakt van Willem de Kooning uit 1952con
naakt van Willem de Kooning uit 1952

Ook hier geen vermelding van die voor mij duidelijke inspiratiebron. En dat terwijl Appel bij zijn eerste bezoek aan New York in 1957 de Kooning wel degelijk had ontmoet. Mogelijk hebben de tentoonstellingscuratoren geen afbreuk willen doen aan het imago dat Appel zelf zorgvuldig opbouwde tijdens zijn leven. Dat imago van de vrijgevochten, energieke Amsterdamse lefgozer met borstelsnor en verf in zijn bloed. De schilder van “ik rotzooi maar wat an”, zijn beroemde uitspraak in een documentaire van Jan Vrijman in 1961.

Maar aan de andere kant zorgt de tentoonstelling er ook weer voor dat die kreet duidelijk wordt weersproken. Gewoon door een paar studietekeningen en schilderijen te combineren die heel erg op elkaar lijken , maar in jaren ver uit elkaar liggen.

tekening uit 1954
tekening uit 1954
schilderij uit 1958
schilderij uit 1958

Daaruit kun je afleiden dat Appel heel goed wist wat hij deed. Die vaak gehoorde standaardopmerking bij Appels werk van “dat kan mijn zoontje van vijf ook” kan dus in het vervolg met een kilo zout worden genomen. Natuurlijk heeft zijn spontane en snelle manier van werken gezorgd voor het nodige rommelige en middelmatige werk.  Maar daar staan ook heel wat echte topstukken tegenover. Schilderijen waaraan je wel degelijk kunt afzien dat hij op de academie drommels goed had geleerd wat kleur en compositie voor zeggingskracht hebben. In sommige zalen werd ik gewoon vrolijk van de energie en kleur die van de doeken spatten. Ook trouwens bij sommige van zijn beelden en van zijn beschilderde boomstronken.

Appel 09

Appel 10

Terecht dus dat Appel al vrij snel internationaal wist door te breken. Dank zij de juiste contacten op de juiste momenten. Bij zijn Nederlandse Cobra kompanen Constant en Corneille gebeurde dat ook wel maar toch wat minder. Alhoewel Constant (1920-2005) heel duidelijk bezig is aan een opmars. En terecht. Voor mij is hij door zijn heel persoonlijke ontwikkeling door de jaren heen een groter kunstenaar dan Appel. Daarom ben ik ook heel benieuwd naar de grote overzichtstentoonstelling later dit jaar van zijn “Nieuw Babylon” en “de Spelende Mens” periode uit de jaren 60 en 70. Ook in het Gemeentemuseum. Waarom hebben ze dat eigenlijk vorig jaar niet gedaan? Toen was Constant juist 10 jaar dood. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Wie heeft de grootste bij Jheronimus Bosch?


Jeroen 1

Vorige week was ik er. In ‘s-Hertogenbosch, bij “Jheronimus Bosch, Visioenen van een genie”. Volgens het Noordbrabants Museum de grootste Bosch-tentoonstelling ooit. Maar dat pikt het Prado in Madrid weer niet want die krijgen straks, eind mei, de grootste. Zeggen ze. Waarom laten die grote museum-ego’s zich nu eigenlijk kennen als kleinzielige geesten? Waarom zijn ze bezig met iets dat nog het meest lijkt op een wedstrijdje verpiesen van kleine jongetjes?

’t Begon allemaal vorig jaar oktober. Toen lekte vroegtijdig uit dat het BRCP, het Bosch Research and Conservation Project, na uitgebreid onderzoek drie werken van het Prado niet langer toeschreef aan de grote meester zelf. Oeps, dat was natuurlijk tegen het zere Pradobeen. Want die conclusie was volgens het Prado gebaseerd op “buitengewoon subjectieve stilistische criteria”. En dat terwijl het BRCP (www.boschproject.org) juist jarenlang bezig was geweest met het tot nu toe meest uitgebreide wetenschappelijke onderzoek van het werk van Bosch ooit. Met alle geavanceerde technieken van tegenwoordig.

het begin van de expositie
het begin van de expositie

Toen het in 2010 werd opgericht was dat de uiterst slimme zet waardoor er nu tijdelijk zoveel werk van Bosch in zijn geboorte en woonplaats hangt. Musea met werk van hem werd een begeerlijke worst voorgehouden. Het Bosch Project had een aantal miljoenen beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek aan en restauratie van zijn schilderijen en tekeningen. Nou, als jouw schilderijen voor niks kunnen worden gerestaureerd ben je natuurlijk wel gek als je die kans voorbij laat gaan. Dat je ze daarvoor dan ook een poosje moet uitlenen aan het Noordbrabants Museum is slechts een klein offer. Op die manier hangen er toch bijvoorbeeld maar mooi vier schilderijen uit musea in Venetië. En op die manier hadden er ook een aantal uit het Prado moeten hangen. Nu is dat alleen “De Hooiwagen”. Die was namelijk toch al in Nederland door het eerder uitlenen aan Museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam.

belangstelling voor "De Hooiwagen"
belangstelling voor “De Hooiwagen”

Wat er in Den Bosch nu niet hangt en toch was beloofd? Verzoeking van de Heilige Antonius en Keisnijding. Laten dat nu net twee van de werken zijn die door het BRCP worden beschouwd als kopieën gemaakt na de dood van onze Jeroen. Net als De Zeven Hoofdzonden, ook in het bezit van het Prado. Kleinzielig? In mijn ogen wel. Als ze dan toch niet echt zijn, krijg je ze ook niet. Lekker puh! Maar straks, als ze op onze grote expositie in Madrid hangen, staat er toch bij dat ze zijn van El Bosco, de Spaanse naam van Bosch. En dan hebben wij lekker de grootste en jullie niet! Is ’t niet heerlijk, dit gedoe?

 

De goochelaar, door een navolger
De goochelaar, door een navolger
de "echte" Ecce homo
de “echte” Ecce homo

Voor mijn gevoel maakt het bij de expositie in Den Bosch allemaal niet uit. Het is gewoon een prachtige tentoonstelling die terecht nu al helemaal is uitverkocht met 380.000 toegangskaarten. Dat het daardoor dag in dag uit ook een tikje druk is? Ach, dat moet je maar op de koop toenemen. Gewoon de tijd nemen, geduld hebben en je kunt alles prima bekijken. Mocht je denken “maar op die foto’s van jou zie ik toch nauwelijks iemand staan”, dan klopt dat. Maar dat zijn geautoriseerde plaatjes voor de pers. Het is namelijk niet toegestaan foto’s te maken. En kun je even niet bij een schilderij, dan hangen er tussendoor schermen met heel interessante en informatieve video’s. Zoals een waarin details van het beroemde Ecce homo, een echte Bosch, prachtig worden vergeleken met vergelijkbare details van een namaak ervan.

Ecce homo, door een navolger, vermoedelijk uit atelier van Bosch
Ecce homo, door een navolger, vermoedelijk uit atelier van Bosch

Hoe ik dan aan die foto hieronder van de Aanbidding door de koningen kom?

Aanbidding door de koningen
Aanbidding door de koningen

Die maakte ik afgelopen november in het Metropolitan Museum in New York. Daar mocht je wel fotograferen en stond er niemand naar dat werk te kijken. Nu trekken er dus de hele dag door van ’s morgens 9 tot ’s avonds 11 uur horden aan voorbij. Maar je hoeft er dan ook niet voor naar New York. Scheelt toch een vliegreisje heen en weer.

toch nog  een eigen foto, bij de stapel catalogi
toch nog een eigen foto, bij de stapel catalogi

Wie nu de grootste heeft? Ach, ’t zal allemaal wel! Het overgrote deel van wat nog over is van het oeuvre van Jheronimus Bosch hangt hoe dan ook in Den Bosch. Want we weten dat er heel veel werken verdwenen zijn in de loop der eeuwen. Ook dat wordt duidelijk gemaakt op de expositie. Verbrand, vernietigd, weggeteerd, weggegoooid? Wie zal ’t zeggen. Interessant daarbij is wat ik laatst ergens in een oud boekje las.  In 1619 zijn er nog zes schilderijen van Bosch beschreven die hingen in de Sint-Janskathedraal . Toen ‘s-Hertogenbosch in 1629 door Prins Frederik Hendrik werd veroverd op de Spanjaarden moest de katholieke geestelijkheid de stad verlaten. Maar van Frederik Hendrik mochten ze die zes schilderijen meenemen. Daarna zijn ze nooit meer gezien. Eigenlijk toch wel dom van onze stadhouder. Want stel nou eens dat die werken in de stad hadden moeten blijven. Hadden ze daar dan nu absoluut de grootste gehad? Tot volgende week.

TOOS

Waar de Thermen van Diocletianus al niet toe kunnen leiden


restanten van de Thermen van Diocletianus
restanten van de Thermen van Diocletianus

Waar was ik ook al weer gebleven voordat Jheronimus Bosch er tussendoor kwam? Oh ja, in Rome, de Eeuwige Stad. Daar waar altijd weer nieuwe kunstschatten zijn te ontdekken, al kom je er voor de tigste keer. Zo ook nu.

gerestaureerde hal in de thermen
gerestaureerde hal in de thermen

Over mijn eerste bezoek aan de Musei Vaticani berichtte ik al. Maar een dag later was er nog zo’n eerste bezoek. Nu overigens geheel onverwacht. Want stel je voor. Komend vanuit het grote eindstation Termini kun je ze bijna niet missen. De Thermen van Diocletianus. Een bij voorgaande Rome-bezoeken altijd gesloten en nogal ruïneus, maar beslist imposant geheel. Ooit, aan het begin van de 4e eeuw, het grootste thermencomplex uit de Romeinse oudheid.

een beeld van Henry Moore
een beeld van Henry Moore

Er konden te gelijkertijd zo’n drieduizend Romeinen gezellig met elkaar badderen. En nu ineens bleken die thermen weer geopend. Prachtig gerestaureerd. Maar niet als badhuis. Een paar gigantisch hoge ruimten waren omgetoverd tot expositiezalen. Met daarin een tentoonstelling van beelden en tekeningen van Henry Moore (1898-1986). De grote meester met de grote beelden van het geabstraheerde menselijke lichaam. Absoluut een veroverende kunstverrassing. Prachtig hoe zijn moderne beelden combineerden met de rauwe, eeuwenoude bakstenen muren. Die nieuwe oude ruimtes waren dan weer gekoppeld aan het ernaast liggende Museo Nazionale Romano. Dat is dan weer gevestigd in een oud kloostercomplex dat ooit weer gebouwd is op resten van de thermen. ’t Kan gewoon niet op in Rome, die combinatie van oud, nog ouder en cultuur.

een buitenruimte in de thermen
een buitenruimte in de thermen

Maar van de ene kunstverrassing kwam de andere. Ik had me al enigszins  verbaasd over de toch wel wat hoge toegangsprijs voor de combinatie van thermen en museum. In een gesprekje met een suppoost ter plaatse bleek maar weer eens dat je altijd de kleine lettertjes goed moet lezen. De kaartjes gaven namelijk ook nog toegang tot drie andere musea. Met de mogelijkheid die te bezoeken verspreid over verschillende dagen. Best handig dus. Maar oeps! Dit was onze laatste dag in Rome. Als je de volgende dag vanuit Civitavecchia per schip de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan wilt gaan oversteken, is ’t toch wel handig om daar op tijd aanwezig te zijn. Wat te doen? Dan komt natuurlijk het karakter van de rechtgeaarde Nederlander naar boven. Je hebt er voor betaald dus zul je ze allemaal zien ook! De kaart van Rome erbij, de hele planning voor die dag omgegooid en op naar achtereenvolgens het Palazzo Massimo, de Crypta Balbi en als laatste het Palazzo Altemps dat nog tot laat open was. Want kijk, de oude Romeinse ruïnes die voor die dag op het programma stonden, liggen er al hééél lang. De aanname dat ze er bij een volgend bezoek aan Rome ook nog wel zouden liggen, is dus beslist als redelijk te bestempelen. Maar dat toegangskaartje had niet diezelfde eeuwigheidsduur.

Palazzo Massimo
Palazzo Massimo
roma07
nagebouwde kamer met oorspronkelijke fresco”s

roma06

roma08

beeld van een hermafrodiet
beeld van een hermafrodiet
sarcofaag met geweldig reliëf
sarcofaag met geweldig reliëf

Die palazzi Massimo en Altemps bleken prachtige collecties Griekse en Romeinse beelden, fresco’s,  mozaïeken en sarcofagen te hebben. De dag ervoor liep ik me nog te vergapen aan de verzameling in de Musei Vaticani. En nu? Meer kwaliteit en veel mooier tentoongesteld. Was ’t in het Vaticaan soms wat rommelig, hier kreeg elk meesterstuk de benodigde, mooi uitgelichte ruimte. Interessant was ook om te zien hoe de oude Romeinen de klassieke Griekse beeldhouwkunst bewonderden en kopieerden. Veel oorspronkelijke Griekse beelden zijn ooit vernietigd of liggen misschien nog ergens op ons te wachten, bedolven onder de grond of verzonken op de zeebodem. Maar dankzij Romeinse kopieën weten we wel hoe ze er hebben uitgezien. Niet alleen petje af voor de superrijke oude Romeinse families die deze collecties de afgelopen eeuwen aanlegden, maar ook voor de expositie inrichters. Een absolute aanrader, die twee musea.

Palazzo Altemps
Palazzo Altemps

roma12 roma13 roma15 roma16

roma14 Met bijgaande foto’s heb ik geprobeerd een indruk te geven. Maar ben je nieuwsgierig naar meer? Dan is er on line mijn fotoboek over dit Romebezoek. Honderd pagina’s via http://bit.ly/1KZYcMI . Tot volgende week.

TOOS