Tagarchief: Karel Appel

De Homo Ludens van Constant


Constant, maquette van project New Babylon
Constant, maquette van project New Babylon

Vlak naast het Centraal  Station van Den Haag piekt een modern ogend gebouwencomplex met winkelcentrum, kantoren, hotel en woningen de lucht in. New Babylon. Een naam die projectontwikkelaar en eigenaar stomweg hebben gepikt van kunstenaar Constant Nieuwenhuijs (1920-2005). En dat, gezien hun bouwsel, volkomen ten onrechte. Het bewijs? Daarvoor hoef je deze zomer vanuit het Centraal Station alleen maar even door te reizen naar het Haags Gemeentemuseum. Want in dat mij dierbare museum vind je tot 25 september een grote overzichtstentoonstelling van het project New Babylon van Constant. Een halve eeuw ouder maar heel wat inspirerender en visionairder dan dat complex bij het Centraal Station.

Constant, Homo Ludens, olieverf op doek (1964)
Constant, Homo Ludens, olieverf op doek (1964)

Voor mij is Constant één van de grootste Nederlandse kunstenaars uit de tweede helft van de 20ste eeuw, zo niet de grootste. Maar dat is natuurlijk een persoonlijke mening. Ik schat in dat veel Nederlanders veel eerder op de proppen zullen komen met iemand als Karel Appel. Samen met Constant en Corneille in 1948 oprichter van de Nederlandse groep binnen de internationale Cobrabeweging. Maar waar Appel en Corneille eigenlijk nooit fundamenteel van hun ingeslagen Cobra-paadje zijn afgeweken na opheffing van de groep in 1951, ging Constant, het theoretisch brein van de drie, de rest van zijn leven een geheel eigen weg. Met als leidraad dat kunst en leven voor de moderne mens een onverbrekelijk geheel moesten gaan vormen.

La guerre, portfolio van 8 steendrukken
La guerre, portfolio van 8 steendrukken
werk van Constant uit de Cobra periode
werk van Constant uit de Cobra periode

Daaruit ontstond in 1956 dat idee van Nieuw Babylon, de nieuwe wereld van de Homo Ludens, de Spelende Mens. Een term die al eerder was geijkt door de beroemde Nederlandse historicus Johan Huizinga. Automatisering ging het mogelijk maken dat de mens steeds minder hoefde te werken voor zijn bestaan en steeds meer in staat zou zijn het leven op een ludieke en kunstzinnige manier zelf in te richten. Dat zou weer invloed hebben op de manier van wonen en vervoer  en daarmee ook op de architectuur van stad en landschap. Ziedaar dus het project New Babylon waarmee Constant zich tot 1974 heeft bezig gehouden. Logisch dat hij ging samenwerken met architecten en vormgevers. Logisch dat de originele denkbeelden en het ludieke ontregelende van de Amsterdamse Provobeweging uit de jaren 60 hem sterk aanspraken. Logisch ook dat hij na de internationale studentenopstanden van 1968 in bijvoorbeeld Parijs en Amsterdam teleurgesteld raakte toen daar geen echte aansprekende revolutionaire resultaten uit voortkwamen. Met, niet te vergeten, daarnaast ook nog de Amerikaanse oorlog in Vietnam.

Constant 04

Constant 06

Constant 05 Constant 07

Constant 08 Maar in de tussentijd waren er door Constant prachtige architectonische maquettes gemaakt. Niet echt bouwtechnisch van stijl, maar meer gebaseerd op ruimte en kleur. En heel wat zorgvuldiger gemaakt dan de schilderijen waarmee Appel in de tussentijd beroemd aan het worden was. Schilderijen waarbij, zoals laatst in het nieuws kwam, door slecht materiaalgebruik de verf min of meer spontaan van het doek valt en waarbij druipers uit zichzelf nieuwe kunstzinnige elementen aan het doek toevoegen. Genoeg werk voor restaurateurs de komende jaren. Dat zal bij Constant dus niet gebeuren. Niet met spontaan uit elkaar vallende bouwsels en niet bij de olieverfschilderijen die hij rond 1970 weer begon te maken. Vaak nog geïnspireerd op New Babylon, maar ook maatschappij-kritisch op de oorlog in Vietnam, op hongersnood en op vluchtelingen. Prachtig werk.

Dat alles is nu mooi terug te zien in die overzichtsexpositie in het Gemeentemuseum. Met maquettes die als een soort ruimteschepen zweven in donkere kabinetten.

Constant 09 Constant 10

Of met gigantisch ingewikkelde bouwdozen op palen boven de grond terwijl de mens in de vlakte eronder verkeert. En met die prachtige schilderijen van onduidelijke en toch harmonische ruimtes van schuivende panelen en trappen.  Schilderijen waarin altijd die Homo Ludens aanwezig is in de vorm van blobberige vlekken. Dat laatste klinkt misschien negatief, maar is het niet. Al die blobs zijn raak en zitten op de goeie plek.

Constant 11

En is het niet mooi dat juist nu de hele automatisering en robotisering van de maatschappij opnieuw heftig ter discussie staat? Of dat het idee van het basisinkomen voor iedereen opnieuw uit de kast is gehaald? Een idee waarmee de mens zich vrij zou kunnen maken van te grote financiële zorgen en alsnog die Homo Ludens zou kunnen worden. Een idee dat laatst bij referendum in Zwitserland volledig werd weggestemd, maar waar in Finland vermoedelijk mee geëxperimenteerd gaat worden. De visionaire Constant was dus zo gek nog niet met zijn New Babylon ideeën. Die tentoonstelling met bijbehorend gedachtegoed zou maar eens over de hele wereld moeten gaan reizen. In Madrid was ie vorig jaar al. In het Museo Reina Sofia. Who’s next? Tot volgende week.

TOOS

PS Een heel interessante documentaire over het New Babylon project van Constant is te vinden onder de link http://arttube.nl/nl/video/Gemeentemuseum/Constant_Nieuwenhuys

3 Overeenkomsten tussen Karel Appel en Jeroen Bosch


expositie Karel Appel in Haags Gemeentemuseum
expositie Karel Appel in Haags Gemeentemuseum
Narrenschip van Karel Appel
Narrenschip van Karel Appel

Wat Jeroen Bosch en Karel Appel (1921-2006) met elkaar te maken hebben? Eigenlijk niet veel. Behalve dan dat ze beiden schilderden en beiden al geruime tijd geleden zijn overleden. Jheronimus Bosch 500 jaar en Karel Appel 10 jaar. Mooie ronde getallen dus. En daar zijn musea nogal gevoelig voor bij het maken van overzichtsexposities over dooie kunstenaars. Over Jeroen hoef ik ’t hier niet meer te hebben. Die is dit jaar niet weg te slaan uit zowel het nieuws als uit Den Bosch. Bij Appel is dat wat minder prominent maar ook hij heeft nu een heel interessante retrospectieve tentoonstelling. Nog tot 16 mei in het Haagse Gemeentemuseum.

Oh ja, er is nog een overeenkomst! Beiden schilderden een werk met de titel “Narrenschip”, nu ook alle twee te zien op hun eigen expositie. Dat het Narrenschip van Appel er een tikje anders uitziet dan die van Bosch? Ach, dat zal niet verbazen. Of hij zich daarbij door Bosch heeft laten inspireren? Geen idee!

Maar toen ik dat werk uit 1986 zag hangen tussen nog twee andere collage-achtige schilderijen moest ik wel gelijk aan een andere, ook al dode kunstenaar denken. De heftig levende en jong gestorven Michel Basquiat (1960-1988).

3 collage-achtige werken van Appel
3 collage-achtige werken van Appel uit 1986
Basquiat, 1982
Basquiat, 1982

Gek eigenlijk dat in de beschrijving bij die drie atypische Appel-werken wordt gesproken over “een opmerkelijke stijlbreuk” en “raadselachtige, op zichzelf staande beelden”.  Bij mij kwam toch echt direct die Basquiat als inspiratiebron opborrelen.

Een soortgelijke ervaring had ik bij een paar naakten van Appel uit 1963. De tijd waarin “onze” Rotterdamse Willem de Kooning (1904-1997)al grote furore had gemaakt in New York met zijn abstract expressionistische naakten uit de jaren 50.

naakten van Appel uit 1963
naakten van Appel uit 1963
naakt van Willem de Kooning uit 1952con
naakt van Willem de Kooning uit 1952

Ook hier geen vermelding van die voor mij duidelijke inspiratiebron. En dat terwijl Appel bij zijn eerste bezoek aan New York in 1957 de Kooning wel degelijk had ontmoet. Mogelijk hebben de tentoonstellingscuratoren geen afbreuk willen doen aan het imago dat Appel zelf zorgvuldig opbouwde tijdens zijn leven. Dat imago van de vrijgevochten, energieke Amsterdamse lefgozer met borstelsnor en verf in zijn bloed. De schilder van “ik rotzooi maar wat an”, zijn beroemde uitspraak in een documentaire van Jan Vrijman in 1961.

Maar aan de andere kant zorgt de tentoonstelling er ook weer voor dat die kreet duidelijk wordt weersproken. Gewoon door een paar studietekeningen en schilderijen te combineren die heel erg op elkaar lijken , maar in jaren ver uit elkaar liggen.

tekening uit 1954
tekening uit 1954
schilderij uit 1958
schilderij uit 1958

Daaruit kun je afleiden dat Appel heel goed wist wat hij deed. Die vaak gehoorde standaardopmerking bij Appels werk van “dat kan mijn zoontje van vijf ook” kan dus in het vervolg met een kilo zout worden genomen. Natuurlijk heeft zijn spontane en snelle manier van werken gezorgd voor het nodige rommelige en middelmatige werk.  Maar daar staan ook heel wat echte topstukken tegenover. Schilderijen waaraan je wel degelijk kunt afzien dat hij op de academie drommels goed had geleerd wat kleur en compositie voor zeggingskracht hebben. In sommige zalen werd ik gewoon vrolijk van de energie en kleur die van de doeken spatten. Ook trouwens bij sommige van zijn beelden en van zijn beschilderde boomstronken.

Appel 09

Appel 10

Terecht dus dat Appel al vrij snel internationaal wist door te breken. Dank zij de juiste contacten op de juiste momenten. Bij zijn Nederlandse Cobra kompanen Constant en Corneille gebeurde dat ook wel maar toch wat minder. Alhoewel Constant (1920-2005) heel duidelijk bezig is aan een opmars. En terecht. Voor mij is hij door zijn heel persoonlijke ontwikkeling door de jaren heen een groter kunstenaar dan Appel. Daarom ben ik ook heel benieuwd naar de grote overzichtstentoonstelling later dit jaar van zijn “Nieuw Babylon” en “de Spelende Mens” periode uit de jaren 60 en 70. Ook in het Gemeentemuseum. Waarom hebben ze dat eigenlijk vorig jaar niet gedaan? Toen was Constant juist 10 jaar dood. Tot volgende week.

TOOS

Op de valreep nog de ver over de 200.000-ste


Ergens rond 1985 zag ik voor het eerst een werk van haar in werkelijkheid. In het Van Abbe museum in Eindhoven. Nog een aankoop van Rudi Fuchs, de toenmalige directeur daar, voordat hij naar het Haags Gemeentemuseum vertrok en het Van Abbe met een grote schuld achterliet. Een kunstje dat hij trouwens ook weer in Den Haag uithaalde. Maar dat is een heel ander verhaal.

Dumas 01

Die aankoop was het schilderij van Marlene Dumas dat hierboven staat afgebeeld. Dat indringende portret is me altijd bijgebleven. En nu zag ik het terug op de grote overzichtstentoonstelling van haar in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dat was trouwens min of meer op de valreep. Gelukkig nog wel ruim voor het afgelopen weekeinde, toen de expositie afliep. “Gelukkig”, want ik vermoed dat je toen over de hoofden hebt kunnen lopen. Op de doordeweekse eind december dag dat ik er rondkeek, was ’t al druk zat. Allemaal bezoekers dus bovenop het aantal van 200.000 dat begin november al was geteld.

Dumas 02

Dumas 03

Terecht trouwens, dat grote aantal! Want die expositie was absoluut de moeite waard. Natuurlijk kende ik, afgezien van de enkele werken die ik al eerder in werkelijkheid had gezien, haar kunst van de vele foto’s in kunstbladen en kranten. Aan Marlene Dumas, van oorsprong Zuid-Afrikaanse maar al jaren werkend in Nederland, was de laatste jaren ten slotte niet te ontkomen. Zeker niet sinds in 2006 bij Christie’s meer dan 3 miljoen dollar werd betaald voor een schilderij van haar. Heel mooi  voor haar naam natuurlijk, maar mij ging het daar in het Stedelijk toch om de kunst. En die sloeg absoluut aan. Niet alles overigens. Als ze zich beperkt tot  het menselijk lichaam en tot koppen is ze voor mij het sterkst. Overigens heel vaak beelden naar aanleiding van foto’s uit de actualiteit. Uit boeken, kranten en  tijdschriften. Maar die weet ze dan zodanig te interpreteren en te manipuleren dat een heel eigen wereld ontstaat. Een wereld die vaak niet al te plezierig is en flink kan schuren.

Dumas 04Dumas 05 Baby’s altijd lief? Kijk dan eens naar de serie van vier grote schilderijen met baby’s hierboven en bepaal zelf maar wat je daarvan vindt. Of die liggende hoofden waarvan je niet goed weet of ze met slaap of met de dood hebben te maken. Ik ga naar aanleiding daarvan geen onbegrijpelijke, conceptuele kunstteksten produceren. Die zijn er al veel te veel. Ik kijk gewoon liever en dan zie ik wel of die kunst me treft of niet. Bij Dumas wordt ik dan vaak getroffen. Het interessante is dat zij gezichten eigenlijk altijd vervormd weergeeft, maar ze tegelijkertijd heel goed weet neer te zetten. Meestal kloppen  verhoudingen tussen ogen, neus, mond en gezichtsvorm niet. Maar op die manier ontstaan wel kenmerkende en intrigerende, persoonseigene gezichtsuitdrukkingen . ’t Klopt op de een of andere manier. En dat is knap.

Dumas 09

Dumas 08

Dumas 06

 

Dumas 09

 

In haar werken op papier speelt
daarbij ook het toeval nog een rol. Op dik aquarelpapier, en dat is wat Dumas gebruikt, vloeien zwarte inkt en waterverf vaak op een onvoorspelbare manier uit. Maar met vakmanschap kun je dat proces sturen. Eigenlijk moet elke vlek gelijk goed staan, een fout herstellen is heel moeilijk. Ik heb in mijn schildersleven heel wat aquarellen gemaakt. Dus ik kan wel beoordelen hoe goed Marlene Dumas daarmee omgaat. Daarom kon ik de vele aquarellen bij de tentoonstelling zo waarderen. Ook hier gold weer: ’t klopt niet maar ’t klopt toch!

Dumas 10

In mijn ogen is ze terecht Kunstenaar van het Jaar 2015 geworden. En dat ze volgens het blad Quote van januari 2012 zelfs de rijkste kunstenaar van Nederland is sinds de dood van Karel Appel? Ach, dan kan het bijbehorende prijsje van die verkiezing daar ook nog wel bij.

Mogelijk spijt dat je die expositie hebt gemist? Geen probleem. Dan maak je in de loop van dit jaar nog een ritje naar deTate Modern in Londen of de Fondation Beyeler in Bazel? Want daar toert de expositie “The Image as Burden” ook nog heen. Tot volgende week.

TOOS