Tagarchief: Karel de Grote

Krijg de pest óftewel aan welke Heilige gaan we Corona koppelen?


het MAMAC in Nice

Als ik weer eens in Nice verblijf, in mijn nu dus Werelderfgoed-atelier (lees hier maar), is een bezoek aan het moderne-kunst-museum MAMAC gewoonweg verplichte kost. Nu dus ook, wel vlak nadat voor toegang tot Franse musea de passe sanitaire verplicht was gesteld. Zodoende hadden levensgezel en ik bij voorbaat onze internationale QR-code te voorschijn getikt op de CoronaCheck-app. Maar ’t leek ons wel een interessant experiment om te testen of het medisch paspoort ook als voldoende zou worden aangemerkt. In de voorgaande weken was er namelijk voor zowel code als paspoort nergens ook maar enige belangstelling geweest.

Wij dus zwaaien met dat door verre reizen behoorlijk volgestempelde  Gele Boekje. Zoals al die miljoenen Chinezen dat in de jaren zestig deden met het Rode Boekje van Mao om hun Grote Leider onvoorwaardelijke trouw te tonen. Jammer, niet genoeg. Dat Gele Boekje leek een volstrekt nieuw belevenis voor de deurbewaker. Dus maar even die stempels getoond met daarin vetgedrukt PfizerB. Frons, frons op z’n voorhoofd, uitleg van onze kant  en diep nadenken bij hem met positief resultaat. We werden doorgezwaaid. De QR-code kon dus verborgen blijven maar het gezichtsmasker moest wel tevoorschijn worden getoverd.

Museum Het Valkhof in Nijmegen

Daardoor  kwam me ineens mijn laatste museumbezoek in Nederland weer voor de geest. Aan ‘De Pest’ in Museum Het Valkhof in Nijmegen, vlak voor vertrek naar Nice. Vanzelfsprekend een moetje in deze coronatijden. Eigenlijk zou ’t heel toepasselijk zijn geweest om de bezoekers in plaats van dat muilkapje een snavelmasker op te laten zetten. Zoals in vroeger tijden wel werd gedaan door dokters en verplegers als de beruchte Zwarte Dood weer eens rondwaarde.

Dat zou nog wat humoristische sjeu hebben gegeven aan een verder behoorlijk tegenvallende expositie. Die overigens al gepland stond voordat Covid-19 aan z’n wereldreis begon. De pest, die eeuwenlang alsmaar weer opnieuw epidemisch uitbrak, had als onderwerp veel en veel beter kunnen worden uitgediept dan nu gebeurde op die oude kasteelberg van Karel de Grote (748-814). Bij de toegangszaal begon ’t trouwens best aardig. Met onderstaande maatregelen tegen de builenpest toen er in 1664 in Nijmegen weer eens een epidemie was uitgebroken.

Best bekend, toch? Maar daarna? Toen werd ’t de ene Heilige Sebastiaan (gestorven in 288) na de andere. Want hij was blijkbaar een bekend beschermheilige tegen de pest vanwege de vele heidense pijlwonden die hij als standvastig christen had overleefd.

enkele van de te vele afbeeldingen van Sint Sebastiaan in de expositie
Josse van der Baren (1550-1614), De marteling van Sint-Sebastiaan (1597)

Laat ik nu, vanuit de kunstgeschiedenis, altijd gedacht hebben dat de Heilige Rochus (1295-1327) de bekendste was van alle aan de pest gekoppelde beschermheiligen en dat Sebastiaan ergens achteraan in die rij stond. Rochus, de Fransman die in de 14e eeuw pestlijders bezocht, ze soms genas met een kruisteken, zelf de pest kreeg maar door een engel werd genezen en die op oude schilderijen altijd wordt afgebeeld met een pestbuil op een bovenbeen. Maar gelukkig, daar was aan het eind van al die Sebastianen toch ineens nog een Rochus. Zij ’t toch in gezelschap van die man met de pijlen.

Ernst van Schayck III (1567-1631), Sint-Sebastiaan en Sint-Rochus (1600)

‘Gaat ’t dan nu echt beginnen’ dacht ik nog. Komt nu bijvoorbeeld de ‘Decamerone’, die beroemde raamvertelling van middeleeuwer Boccacio (1313-1375)? Geïnspireerd door de grote pestepidemie in Florence in 1348 en eeuwenlang inspiratiebron voor vele kunstenaars. Maar nee hoor, niks geen Decamerone. En ook geen Isaac Newton (1643-1727), de grote natuurkundige, die door een pestepidemie te ontvluchten de wiskunde op een hoger plan tilde en zijn zwaartekrachttheorie ontwikkelde. Niente, nada!

En waar bleven de gevolgen van hoe de Zwarte Dood rond 1350 over Europa raasde en mogelijk bijna de helft van de bevolking doodde. Door alle rangen en standen heen. Heel Europa op z’n gat en niks geen NOW-ondersteuning. De sociale orde totaal ontwricht.  Hongersnoden, mee omdat ook veel boeren stierven. Complottheorieën waarin de joden de schuld kregen van het verspreiden van de pest. Ja, wie anders? Vele duizenden, zoniet tienduizenden werden er vermoord. Vrijwel niets van dat alles kwam ter sprake. Trouwens, complottheorieën? Ja hoor, ook destijds al. Alleen wisten ze toen nog niks van microchips in zombievaccins.

Niet dat er verder niks interessants was te vinden. Maar ’t had echt zoveel beter gekund.

een van de expositiezalen
De Pest in de Leuvense Sint-Jacobsparochie in 1578, een schilderij met veel details over de gevolgen van de pest
een van de vaak slecht uitgelichte en voor mij te laag staande vitrines met handschriften en miniaturen
Theodoor Cornelisz. van der Schuer (1634-1710), Pestlijders in een gasthuis (1682)
slachtoffers van de pest uit de 14e eeuw
de mooie installatie L’amour fou (2018) van Carolein Smit, maar er behoorlijk met de haren bijgesleept
installatie van Baum en Leah (2019) die de bacterieën en microben in ons lichaam moet verbeelden, maar een nuttige toevoeging?

Door die onnodig vele Heilige Sebastianen en die te enkele Heilige Rochus kwam bij mij wel een vraag op. Want moet er door het Vaticaan eigenlijk niet een Corona-beschermheilige worden benoemd? Maar ja, wie oh wie? Zelf denk ik aan de wijze Catharina van Alexandrië. In de middeleeuwen ook als pestheilige aangeroepen maar bijna zeker een fictief karakter dat vermoedelijk gedeeltelijk gebaseerd is op Hypathia van Alexandrië.  Een beroemde vrouwelijke wiskundige/astronoom/filosoof die in 415 werd vermoord door christenen die de wetenschap verwierpen. En laten we nu net onze coronavaccins aan de wetenschap te danken hebben. Terwijl vandaag de dag nog steeds ‘ongelovigen’ diezelfde wetenschap in een kwaad daglicht proberen te zetten.  Interessant toch? Ik ga dus voor Catharina!Tot volgende week.

TOOS

De EU twaalfhonderd jaar geleden


Dom van Aken met middenin de Paltskapel

Je kunt nu eenmaal niet alles weten en bezoeken. Maar bij levensgezel moest ik beslist nog een ernstige smet op zijn cultuurblazoen wegpoetsen. Hij was nog nooit in de Paltskapel van Aken geweest! Dat beroemde bouwwerk van Karel de Grote waar hij ook begraven werd. Heel erg foei natuurlijk van levensgezel, ook omdat die kapel voor mij een speciale betekenis heeft. In mijn Tilburgse academietijd heb ik namelijk een scriptie gemaakt over de Karolingische manuscripten. Nog zo’n belangrijke erfenis van Charlemagne (748-814).

Nu moesten we onlangs toch in Maastricht zijn vanwege mijn daar nog tot 10 juni lopende expositie ‘Paradise lost’ in de Onze Lieve Vrouwe Galerie.  En dan is Aken, zo’n 1200 jaar geleden het Brussel van ’t Europa van toen, niet ver.

bij de affiche voor de Onze Lieve Vrouwe Galerie

Voor mij toch ook weer een hernieuwde kennismaking. Want in de tussentijd was er het Neues Stadtmuseum Aachen gebouwd en bleek de belangrijke kerkschat van de Dom nu veel mooier getoond te worden dan vroeger.

Neues Stadtmuseum

oudst bekende beeld van Karel de Grote

Dat alles om Aken met behulp van Karel de Grote niet alleen goed op de kaart te zetten als die veel oudere voorganger van Brussel maar ook als stad van Europese verzoening en ontwikkeling. Met de internationaal belangrijke jaarlijkse Karelsprijs als extraatje. Voor mensen die belangrijk waren of zijn bij de Europese eenwording. Marine le Pen en Geert Wilders zullen er dus, zo schat ik voorzichtig in, wel niet voor in aanmerking komen.

oorkonde Karelsprijs voor François Mitterand en Helmut Kohl

Wat zij namelijk uit elkaar willen laten vallen, werd onder Karel, honderden jaren na de instorting van het West-Romeinse imperium, juist weer verenigd tot één groot christelijk rijk. Een soort EU avant la lettre. Oké, ’t vergde wel een moordje hier en daar, flink wat veldslagen en aardig wat onthoofdingen van Saksische heidenen, maar dan had je ook wat. Toch wel fijn dat de huidige EU op iets vreedzamer manier tot stand is gekomen. Ook probeerde hij een eenheidsmunt in te voeren. Hé, hebben we tegenwoordig ook niet zoiets?

Die Karolingische manuscripten uit mijn academiescriptie waren ook zo’n poging tot eenheid in zijn rijk. Zitten nu heel veel mensen te tikken met lettertypes als Times New Roman en Arial, toen voerde Charlemagne als nieuw lettertype de Karolingische minuskel in. De bedoeling? Dat overal in zijn rijk alle boeken, brieven en administratie goed leesbaar zouden zijn vanwege die zowel eenvoudig schrijfbare als leesbare minuskel.

de Karolingische minuskel

zo’n oud Karolingisch manuscript

een prachtige, oude boekomslag voor zo’n manuscript, toch iets anders dan een schoolboek kaften

Ik weet nog dat ik bij het bestuderen van al die oude manuscripten zelfs bepaalde persoonlijke handschriften begon te herkennen. Zoals we dat nu ook nog vaak hebben bij vrienden. Als die ten minste nog met de pen in het handje schrijven op papier.

Dat inkijken van die geschriften kon ik alleen aan de hand van foto’s in boeken. Want echte Karolingische manuscripten in Tilburg? ’t Was dus kicken toen ik destijds bij een studiebezoek aan Aken een paar manuscripten ook in werkelijkheid kon zien. Met daarin bijvoorbeeld teksten uit de Klassieke Oudheid. Alweer zo’n verdienste van Charlemagne. Hij wilde de Griekse en Romeinse culturele erfenis graag continueren door bewaard gebleven oude manuscripten over te laten schrijven. Die konden dan mooi bestudeerd worden door de vele geleerden die hij aan zijn hof in Aken had verzameld. En door wie werden die boeken overgeschreven? Enig idee waar de term ‘monnikenwerk’ vandaan komt? Zo’n 7000 daarvan zijn er nog bewaard gebleven. Geschriften dan. Die monniken zijn al een poosje dood.

Logisch dus dat aardig wat botten van Karel terecht zijn gekomen in een indrukwekkend versierde, goudblinkende schrijn in de Dom van Aken.

de Paltskapel

schrijn met botten van Karel de Grote

De Dom waar de beroemde Paltskapel nu deel van uitmaakt na eerst alleen gestaan te hebben. Gebouwd naar het voorbeeld van de nog weer eeuwen oudere Basiliek van San Vitale in het Noord-Italiaanse Ravenna. Een gebied dat Karel zich op verzoek van de Paus ook had toegeëigend. Kon ie daar gelijk nog wat marmer voor zijn kapel vandaan halen. Gewoon even de Alpen over met dat spul. Een mooier bouwwerk, samen met zijn niet meer bestaande paleis, was er boven die Alpen dan ook niet te vinden.

foto’s van het interieur van de Dom

Dat laatste geldt trouwens nog steeds voor de Schatkamer van de Dom. Met beroemde stukken als het Lothariuskruis, het borstbeeld van Karel de Grote en zijn zogenaamde Armrelikwie. Misschien zat die schrijn al vol toen ze nog wat arm over bleken te houden. Geen probleem natuurlijk als je in 1165 tot een soort van heilig bent verklaard door een of andere tegenpaus. Dan is een extra relikwie nooit weg. Zeker deze niet.

het beroemde borstbeeld van Karel

de reliek met een arm van Karel

Eén ding van Karel de Grote valt me toch wel wat tegen. Want toen ik de kaart van zijn grote rijk zat te bekijken, viel me ineens iets op. In het huidige Frankrijk heb je zo’n puntige landstreek die de Atlantische Oceaan insteekt. Een gebied dat dankzij Asterix en Obelix nooit door de Romeinen veroverd kon worden. Ook Karel is dat dus niet gelukt. Zouden de Bretons uit de 8ste eeuw nog steeds dat geheim van de toverdrank van Panoramix hebben gekend? Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor de eeuwigheid


ingang van het Egyptian Museum
ingang van het Egyptian Museum

Stond ik in de vorige aflevering geleund tegen een muurtje te turen over de baai van Alexandrië waar allerlei kunstschatten onder water liggen, een paar dagen later liep ik tussen wel zichtbare kunst. Kunst gemaakt voor de eeuwigheid en uitgestald in het Egyptian Museum van Caïro. 27 Jaar geleden liep ik daar ook, diep onder de indruk van de cultuur van het oude Egypte. Ook nu overkwam me dat weer. Toen was dat museum al oud en stoffig en waren de uitstalling en uitlichting van de kunst hard aan verbetering toe. Daar is dus nog niets aan veranderd. En toch!

EM02 EM03 EM04

Je ontkomt niet aan de kracht en uitstraling van een duizenden jaren oude cultuur die grofweg zo’n 3000 v.Chr. begon. En die daarna met alle bijbehorende ups en downs een periode beslaat van meer dan drie millennia. Want in al die tijd is het Egyptische rijk natuurlijk een aantal keren uiteen gevallen, stonden er weer nieuwe, krachtige machthebbers en dynastieën op om  alles langs de Nijl en ver daarbuiten opnieuw te verenigen, kwam Alexander de Grote even langs om het te veroveren en werden de Romeinen ten slotte de overheersers.

EM04a

Probeer je dat eens voor te stellen! Een periode van drieduizend jaar! Waar was Europa 3000 jaar geleden? Het hoogtepunt van de oude Griekse cultuur liet nog een aantal eeuwen op zich wachten. Het hoogtepunt van het Romeinse rijk, een soort EU avant la lettre met nog het Middellandse zeegebied erbij, lag nog meer dan een millennium weg. Toen dat imperium rond 400 n.C. uit elkaar viel duurde ’t weer tot rond 800 voor Karel de Grote een min of meer nieuwe Europese unificatie tot stand bracht met daarna ook weer verbrokkeling. De Middeleeuwen kwamen tot een einde, de Renaissance bracht nieuwe bloei, het Habsburgse Rijk, eigenlijk ook weer een soort EU, kwam tot bloei. En nu zijn er lui die onze eigentijdse EU weer om zeep willen brengen. Als je dat alles bedenkt, is het toch wel een heel groot wonder dat je in al die jaren daar in Egypte één grote ontwikkelingslijn met hier en daar wat kabelkinken kunt ontdekken. Met een kunst die, hoewel vaak star in de voorschriften, heel esthetisch is. Een kunst waaraan we ons nog steeds vergapen. Ondanks dat zo stoffige museum.

EM04b

Maar dat gaat veranderen. Niet alleen in Alexandrië zijn er wilde museumplannen. Ook in Caïro is dat het geval. Daar wordt zelfs gebouwd. Al een aantal jaren. Op de vlakte van Gizeh, een paar kilometer van de piramides.  In de 90’er jaren ontstond dat plan. Er moest een reusachtig nieuw museum komen, vele malen groter dan het huidige. The Grand Egyptian Museum. En dat moest klaar zijn in 2008. Maar ja, het huidige Egypte is natuurlijk niet dan van duizenden jaren geleden. Dus werd ’t 2012. Toen kwamen de opstanden van de Arabische Lente en de regering van de Moslimbroederschap er tussendoor met in 2013 de machtsovername door  generaal Sisi . De opening werd maar uitgesteld en uitgesteld. De bouw werd intussen, zoals zo vaak met dat soort projecten, een aantal honderden miljoenen dollars duurder. En dat in een arm land als Egypte dat het mee moet hebben van het toerisme dat op z’n gat is komen te liggen. ’t Schijnt nu 2018 te worden. Eerst zien, dan geloven. De bouw van de grote piramide van Cheops, zo’n 4500 jaar geleden, is vermoedelijk met heel wat minder problemen tot stand gekomen. Maar als ’t ooit zover komt, wil ik er heen. Dan wil ik ervaren hoe overweldigend de oude Egyptische kunst overkomt in een modern museum.

oud
oud

nieuw
nieuw

oud
oud

nieuw
nieuw

oud
oud

Echnaton
Echnaton

Zoals bijvoorbeeld die hele korte, vreemde en intrigerende interruptie van farao Echnaton (18de dynastie van 1351-1333 v.Chr.) en zijn vrouw Nefertiti. De farao die plotseling het monotheïsme invoerde met de zonnegod Amon, die een nieuwe hoofdstad Amarna stichtte en die hele nieuwe artistieke beeldvormen liet ontstaan. Dat alles was vanzelfsprekend te rigoureus voor de bestaande machten die graag hun oude orde wilden handhaven. Vandaar dat zonnegod Amon maar een kort leven beschoren was na het overlijden van Echnaton.

aanbidding van de zonnegod Amon
aanbidding van de zonnegod Amon

En hoe zullen de wereldberoemde tombeschatten van zijn zoon Toetankhamon in dat nieuwe museum gaan stralen? Nu hebben die wel een eigen ruimte, maar in de presentatie ervan is een hele Egyptische wereld te winnen.

Toetankhamon
Toetankhamon

In this Feb. 15, 2010 photo, women look at one of the coffins of King Tutankhamun at the Egyptian museum in Cairo, Egypt.  Egypt's famed King Tutankhamun suffered from a cleft palate and club foot, likely forcing him to walk with a cane, and died from complications from a broken leg exacerbated by malaria, according to the most extensive study ever of his mummy. (AP Photo/Amr Nabil)

EM14 ’t Wordt volgens mij een fascinerende ervaring, dat nieuwe Grand Egyptian Museum. Maar ja, wanneer? Misschien weten de oude Egyptische goden ’t wel.  Overigens lijkt het transport van al die joekels van beelden van het oude naar het nieuwe museum, dwars door het chaotische Caïro, me ook een fascinerend evenement te gaan worden. Tot volgende week.

TOOS

Turner the Great in Zwolle en Enschede


Self-Portrait c.1799 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N00458
zelfportret van de jonge Turner

Alexander de Grote,Karel de Grote, Tsaar Peter de Grote, Catharina de Grote. Allemaal figuren uit de geschiedenis die meestal door hun dadendrang bij landje-pik spelen die toevoeging van groot verdiend schijnen te hebben. Maar in de kunst? Kom je daar die toevoeging “de Grote” tegen? Niet naar mijn weten. Blijkbaar is kunst daarvoor niet het geëigende terrein. En toch vind ik dat sommige kunstenaars er voor in aanmerking komen. Zeker Engelsman Joseph Mallard William Turner (1775-1851). Turner the Great dus. Niet William the Great, dat klinkt te gewoon.

Waarom Turner zo groot is? Dat valt nog tot 3 januari te bekijken in Zwolle en Enschede. Bij een dubbeltentoonstelling: Gevaar & Schoonheid-Turner en de traditie van het sublieme. In Museum de Fundatie en Rijksmuseum Twenthe. Twee regionale, middelgrote musea die geweldig scoren met deze exposities. Maar waarom juist daar? Omdat we in Nederland maar één, let wel ÉÉN, schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie hebben. Een kleintje, in de Fundatie. Verder nergens, in heel Nederland niet. Heel verwonderlijk eigenlijk.

het enige schilderij van Turner in Nederland
het enige schilderij van Turner in Nederland

In Londen, in de Tate Britain, hebben ze zalen vol. En in de National Gallery wereldberoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre. Want Turner liet na zijn dood de inhoud van zijn atelier als erfenis achter voor de Britse staat. Zo’n 300 olieverfschilderijen en duizenden schetsen en aquarellen. Een aantal jaren geleden liep ik er rond. Helemaal verlekkerd, als een groupie in volle bewondering. Want die man was echt goed en uniek!

The fighting Temeraire tugged to its last berth
The fighting Temeraire tugged to its last berth

Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway

Stel ’t je maar eens voor. Het Impressionisme, laat staan het latere Expressionisme, wist nog bij lange na niet dat het ergens in de jaren na 1860 geboren ging worden. Na de dood van Turner dus. Ook de verftube was nog niet uitgevonden. Hij kon daardoor niet, zoals de impressionisten, voluit in de openlucht schilderen met olieverf. Turner kon alleen maar heel veel schetsen en aquarelleren tijdens zijn wandelingen in de natuur en zijn reizen in het buitenland. Onder andere ook in Nederland.

Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel

Berglandschap met pas, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel

Pas in zijn atelier kwamen de olieverfschilderijen tot stand. Die olieverven waarin hij op wat latere leeftijd woeste wolkenluchten, zinderende zeeën, vurige zonsondergangen en echte branden zo ongelooflijk  expressionistisch weergaf als eerder nog nooit iemand had gedaan. Terwijl het na zijn dood nog heel lang zou duren voor dit weer gebeurde.

Sunset ?c.1830-5 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N01876

Turner08

Natuurlijk maakte hij ook relatief “bravere” schilderijen. Zowel in het begin van zijn carrière als later. Maar zelfs die waren in meerderheid al uitzonderlijk.

George IV at St Giles's, Edinburgh c.1822 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N02857

Turner10

een Venetië schilderij van Turner
een Venetië schilderij van Turner

De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688

Ik vind het echt verbazingwekkend hoe iemand in die tijd zo on-tijds kon werken. En ook verbazingwekkend is eigenlijk wel dat hij er kopers voor had. Want die moesten daar toch ook voor open staan. Een halve eeuw later kon Vincent van Gogh zijn expressionistische werk aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Turner een zeer goed betaald schilder werd.

Nu zijn er dan die twee exposities in Nederland. Met flink wat aquarellen en een kleinere collectie van olieverfschilderijen. Natuurlijk had ik Turner the Great in Londen gezien en wist ik dat deze tentoonstellingen die ervaring nooit zouden kunnen evenaren. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de aanpak in de Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe. Twee musea waar ik nog nooit was geweest. Naar de Fundatie was ik daarbij ook extra nieuwsgierig vanwege de omstreden uitbreiding een paar jaar geleden met een grote blop bovenop het dak. Best interessant, dat moderne ding, een soort misvormd ei, in de eeuwenoude Zwolse binnenstad.

Turner13 DeFundatie, Zwolle Turner14

De door andere musea uitgeleende werken van Turner waren vanzelfsprekend weer helemaal de moeite waard, alhoewel bekende hoogtepunten ontbraken. Wat me enigszins tegenviel was de `verdunning` die werd toegepast. Om de zalen vol te krijgen waren er allerlei andere kunstenaars bijgehaald die òf Turner destijds hadden geïnspireerd òf later geïnspireerd waren geraakt door Turner òf pasten bij de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, de toegepaste deelthema’s. Grof verdeeld was 1/3 deel van Turner, de rest van anderen. En van die anderen waren er voor mijn gevoel teveel echt aan de haren bij gesleept. Zo van “die hebben we nog in de eigen collectie en kletsen we met een mooi kunstverhaal wel zogenaamd passend de tentoonstelling in”. Of “daar in dat museum kunnen we nog wat lenen, dan krijgen zij wel iets van ons, goed voor de samenwerking”. Op zich jammer, maar wel begrijpelijk. Hoe dan ook, Turner bleef vanzelfsprekend moeiteloos overeind. Helemaal toen ik zag dat hij zich door de Odyssee van Homerus had laten inspireren.

Odysseus Deriding Polyphemus
Odysseus Deriding Polyphemus

Dat prachtige verhaal waar ik de laatste paar jaar ook mee bezig ben geweest voor een nieuwe uitgave ervan bij mijn galerie in Nice. Dus als je nog de mogelijkheid hebt, ga! En bekijk ooit nog eens de grandioze speelfilm “Mr. Turner”. Tot volgende week.

TOOS