Tagarchief: keramiek

Video van mijn ‘the UOVO Project’: 4 intense Italiaanse weken in 8 krachtige minuten samengebald


met Giampietro Rampini in zijn atelier met een van de objecten uit ‘the UOVO Project’

Rond half mei meldde ik hier voor ’t eerst dat ik me bevond in Gubbio. Die prachtige middeleeuwse stad in Umbrië waar ik een paar weken eerder was neergestreken. Maar dat moest toen nog even geheim blijven, ik moest namelijk eerst stevig broeden op een collectie héééél grote eieren. Uit mijn zogenaamde ‘Ei-project’. Dat ik nu, kwestie van voortschrijdend woordgebruik, heb omgedoopt in ‘the UOVO Project’. Klinkt veel leuker toch, met ’t Italiaanse ‘uovo’ voor ei? En daarbij, een internationale titel oogt natuurlijk ook stukken beter.  Zeker nu mijn video over dat project op YouTube net ‘in première’ is gegaan. Op mijn al een aantal jaren bestaand eigen YouTube-kanaal. Waar dus ook filmpjes staan van eerder plaatsgevonden kunstige zaken van mij. Maar dat terzijde.

Zogezegd  een zeer vers gelegd ei. ’t Was even flink persen maar met het resultaat ben ik heel tevreden. Wat ook geldt voor mijn eieren-draaier Daniele Minelli, de man met de gouden handjes, en Maestro Giampietro Rampini, de man zonder wiens technische kennis en keramiekovens ik dit project nooit had kunnen voltooien.

met Daniele bij mijn ‘the UOVO Project’ in wording

Met Daniele heb ik nu, net als met Giampietro, drie keer samengewerkt. En elke keer krijg ik meer bewondering voor wat hij doet en wat hij kan. Kijk gewoon maar eens alleen naar zijn handen in de video, of naar zijn intens gefocuste blik, naar zijn gemoedelijkheid, de vriendelijkheid die hij uitstraalt en zelfs dat gebruik van zijn kin bij het draaien! Pure klasse. Niet voor niets krijgt hij tegenwoordig opdrachten vanuit allerlei streken. Zoals bijvoorbeeld uit Parijs en zelfs Australië. En Middelburg dus.

nogmaals Daniele

En dan Giampietro! Italiaanser kan in mijn ogen bijna niet. Geen geweldige organisator maar een improvisator in optima forma. Als je zijn atelier ziet, zie je gelijk hoe hij is. Beetje chaotisch!

links achterin ben ik aan het werk op ‘mijn plek’
deel van het magazijn

En toch komt altijd alles prima voor elkaar. Met een nimmer aflatend enthousiasme, altijd bereid zijn kennis met me te delen, altijd openstaand voor allerlei ‘onmogelijke’ ideeën die opborrelen in dat associatieve brein van mij. Waarbij we dan na uitvoering ervan samen blij verrast zijn met de resultaten. Hij heeft in het verleden met bekende keramisten uit Engeland, Australië, Turkije en Iran samengewerkt. Maar de combinatie van mijn onbevangenheid en leergierigheid op keramiekgebied heeft tot een heerlijk speciale samenwerking geleid.

met Giampietro het resultaat bekijken na de eerste keer bakken in de oven

En nu dus maar afwachten of kunstliefhebbers ook zo blij verrast zijn met de uitkomsten van ‘the UOVO Project’. Bij de opening van mijn grote, nog tot 17 juli durende expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo (zie deze aflevering) ging de kop er in ieder geval gelijk al af.

‘Uovo Unico’, te bekijken bij galerie Drentsche Aa

En aanstaande zondag 3 juli, bij de maandelijkse editie van onze onvolprezen Middelburgse Kunst en Cultuurroute, toon ik een aantal andere ‘eieren’ voor de eerste keer. Een Zeeuwse première dus. Komt dat zien! Ik zal er dan ook graag over vertellen. Van 1 tot 5 uur aan de Korendijk 56.

links ‘Uovo Toscana’en rechts ‘Uovo di Luce’, te bekijken in mijn atelier aan de Korendijk 56

Tot volgende week.

TOOS  

Hoe de Indiase vissers van Kovalam in het Drentse Balloo verzeild raakten: een ReisKunst-verhaal


‘Kovalam’ op de expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo

Een kleurrijke vleug Zuid-India bij mijn expositie ‘De verwondering’ in het noordelijke Drentse Balloo. Een olieverfschilderij met de titel Kovalam, centraal op de foto hierboven. Met zo’n speciale titel zit daar natuurlijk een verhaal achter, een ReisKunst-verhaal.

Vier jaar geleden alweer trok ik een aantal weken rond in Zuid-India. En belandde daarbij ook in het allerzuidelijkste puntje van India, aan weerszijden omgeven door de Indische Oceaan. In Kovalam. Niet alleen een toeristische bestemming maar ook een vissersplaats. Zo een waar ’s morgens vroeg nog de vissers met hun houten bootjes hun verse vangst ter verkoop op het strand komen deponeren. Waarna die boten hutje mutje naast elkaar worden gelegd of het nabijgelegen strand worden opgetrokken.

 “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”, om maar eens een toepasselijke zinsnede uit het Bijbelse boek Genesis aan te halen. En dat natuurlijk terwijl bezoekers op hun gemakkie plaatjes staan te schieten. In dat soort situaties kijk ik vooral, neem waar, zuig op en laat de kleurkegeltjes in mijn netvlies overuren maken bij het uitvoeren van hun taak.  Levensgezel laat dat dan weer over aan de pixels in zijn camera. Voor later, voor het digitaal geheugen.

De uitermate levendige en kleurrijke beelden die ik in Kovalam opsloeg in m’n grijze hersencellen  resulteerden uiteindelijk in mijn Middelburgse atelier in dat gelijknamige schilderij. Een echt ReisKunst-schilderij dus. Waarbij voor mij persoonlijk heel goed valt te herleiden hoe de compositie ervan tot stand is gekomen. Maar of dat voor ieder ander ook zo is? Ik heb het lichte vermoeden dat je daar een heel goeie spoorzoeker voor moet zijn. Tja, mijn kunstenaarsslogan, ‘for me art is travelling the mind’, is natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen. En toch, kijk hieronder nog maar eens goed naar dat ‘Kovalam’.

Toos van Holstein, Kovalam (olieverfschilderij, 110-150 cm)

Zo hangen er natuurlijk meer schilderijen waarin een ReisKunst-verhaal verscholen zit. Wie weet komen die nog wel eens te voorschijn. Hoe dan ook, onderstaande foto’s van de opening van ‘De Verwondering’ tijdens het afgelopen Pinksterweekeinde spreken nu al voor zich.

Met op die foto’s vanzelfsprekend ook de geëxposeerde resultaten van mijn ‘Ei-Project’. Het project dat ik een paar weken geleden afsloot in de Italiaanse keramiekstad Gubbio na een verblijf daar van een maand. Een project waar ik vast nog wel eens op terugkom.

drie van mijn ei-objecten uit de serie van mijn ‘Ei-Project’

Maar nu eerst even wat rust. Want vanaf half juni staat er al weer een andere onderneming op stapel. Iets met nieuwe steendrukken. Met natuurlijk ook een nieuw verhaal voor ergens in de toekomst. Tot volgende week.

TOOS

Een Kunst-op-Reis-verhaal óftewel  ‘Het Ei-Project’


Geen ReisKunst-verhaal dit keer (kijk voor de laatste aflevering in die serie maar eens hier), maar een verhaal over Kunst-op-Reis. Of beter gezegd Eieren-op-Reis, eieren die kilometers maken. Eieren die ik in de Italiaanse keramiekstad Gubbio heb gelegd voor mijn ‘Ei-Project’. In het keramiekatelier van maestro Giampietro Rampini. Eieren die kunnen navertellen dat in Italië buiten de autostrada’s om het kuil en hobbelgehalte in de Italiaanse wegen buitengemiddeld hoog is. Maar ook eieren die dankzij levensgezels rijvaardigheid  vorige week allemaal veilig in mijn Middelburgse atelier aanlandden. Want daar zit ik weer na zes heerlijke en werkzame weken te zijn weggeweest. Met een hoop uitgeladen eierdozen.

Gevuld met  goed ingepakte ei-objecten, gemaakt in mijn vier Eugubinese weken en vanuit Umbrië via Venetië, Oostenrijk, Duitsland en België uiteindelijk terecht gekomen op Walcheren.

Venetië? Zie ik hier en daar mogelijk wat wenkbrauwen opgetrokken worden? Vragen landkaartkenners zich nu af of dat niet een flink stukkie om is? Oh ja, zekers! Toch konden we ’t niet nalaten op de terugweg nog even twee dagen Venetië in te plannen. Voor de 59ste editie van beroemde Kunst Biënnale die daar eind april was begonnen. Met een coronajaartje vertraging. Maar dat worden zeker en vast een paar andere verhalen.

met de vaporetto via het Canal Grande onderweg naar de Giardino, het paviljoenterrein van de Biënnale d’Arte di Venezia 2022
er moeten weer ei-objecten worden ingeladen

Nu eerst het vervolg van ‘Het Ei-Project’. Die eieren zijn natuurlijk niet bedoeld om verder op te gaan zitten broeden, die moeten de komende tijd de wijde wereld in. Één exemplaar doet dat direct al. Net aangekomen in Zeeland zag iemand er zich gelijk al graag de nieuwe eigenaar van. Een paar andere, ik houd er voorlopig ook lekker nog een stel vast in Middelburg, zijn deze week opnieuw op reis gegaan. Naar het Drentse Balloo, naar galerie Drentsche Aa (https://www.galeriedrentscheaa.nl/). Wel in gezelschap van een flinke lading schilderijen.

en samen met de schilderijen bij Galerie Drentsche Aa worden uitgeladen

Vorige week schreef ik al over mijn nieuwe solotentoonstelling daar. Genaamd ‘De Verwondering’. En deze week dus kreeg galerist Jan Wekema die schilderijen samen met een paar van die bijna versgebakken-uit-de-oven eieren. Kon ie gelijk flink aan het werk om er een mooie expositie mee op te bouwen. Met olieverven, marouflé’s, mixed media, werken uit mijn ‘The 70-Series’ op alu-dibond, aluminium en kunststofbeelden. En dus ook keramiek!

twee van mijn nieuwe ei-objecten, vers uit de oven
advertentie in de KunstKrant van mei/juni, verspreid door heel Nederland

Als ik aanstaande Pinksterzondag 5 juni arriveer voor de officiële opening van de tentoonstelling (om 14.30 uur) ga ik me laten verrassen door wat hij er van heeft gemaakt. De twee zalen van zijn boerderijgalerie vol met Toos’en. Ook Pinkstermaandag verkeer ik daar nog tussen mijn eigen werk. Om belangstellenden te ontmoeten en te vertellen over mijn kunst.

En nog even terzijde, niet alle ei-objecten hebben die vele kilometers naar Nederland gemaakt. Er zijn drie achter gebleven. Drie heel speciale. Maar dat zou ook best nog wel eens een ander verhaal kunnen worden.

samen met maestro keramist Giampietro Rampini een blik op de in Gubbio achtergebleven 3 speciale ei-objecten

Tot volgende week.

TOOS

De Verrassing van de Twee Parallelle Ei-Werelden


Als iemand me een paar maanden geleden had voorspeld dat ik, zoals hierboven, begin mei in het Italiaanse Gubbio naast een meer dan menshoog stenen ei zou staan, zou ik net zo ongelovig zijn geweest als de Bijbelse Thomas. Natuurlijk wist ik dat ik eind april opnieuw voor vier weken in Gubbio zou neerstrijken. Dat was al lang geleden afgesproken. En natuurlijk wist ik dat ik in Gubbio met eivormen van keramiek aan de gang zou gaan. Want mijn twee eigen ei-ontwerpen op mm-papier waren via internet al terechtgekomen bij Giampietro Rampini.

Giampietro Rampini?  Ja, die! Mijn eigenste, in mijn hart gesloten keramist in het prachtige middeleeuwse Gubbio. Met wie ik de afgelopen jaren al een paar keer heb samengewerkt (lees bijvoorbeeld hier en hier en hier maar) waardoor ik ook de stad al aardig heb leren kennen.

Ik had zelfs al ideeën geschetst van wat ik met die  veertig cm hoge eieren wilde gaan doen als pottendraaier Daniele er acht stuks van had gemaakt voor Giampietro. Vier van de slankere en vier van de iets dikkere vorm.

samen met Giampietro bekijk ik hoe Daniele in zijn studio de laatste hand legt aan mijn eivormen
het resultaat staat klaar

Maar dat veel grotere en ook nog stenen ei? Hoe zit dat dan? Wel, begin maart werd er door Facebook zomaar een ei op mijn scherm gelegd. Wat bleek? Gubbio bezat al sinds 1976 een 2,30 m hoog, uit brokken steen opgebouwde eivormig beeld. Een monumentale sculptuur die toen als het eerste Italiaanse feministische kunstwerk in de openbare ruimte werd beschouwd. En dat kende ik helemaal niet!! Wat raar. Maar de verklaring bleek simpel. In 2004 was het holle ei in elkaar gestort tot een hoop losse stenen. Maar nu was het gerestaureerd. Reden om het ter ere van de 100ste geboortedag van kunstenaar Mirella Bentivoglio (1922-2017) in maart op de oorspronkelijke plek terug te zetten.

Om daar hernieuwd te getuigen van de rijke symboliek waarmee Bentivoglio het destijds had opgetuigd. Hier even haar heel lange verhaal heel kort gemaakt. “Het ei als oorsprong van het leven, maar wel met de naam ‘Voor de gestenigde overspelige vrouw’. Een hol ei ook dat het denkbeeldige gestenigde lichaam kan omvatten. Want hoeveel vrouwen, verdacht van overspeligheid, zijn er in het verre verleden  wel niet gestenigd? Maar tevens een ei dat kan worden gezien als een vredesverdrag tussen man en vrouw, als teken van gelijkwaardigheid. Daarbij, om Gubbio te eren, een ei opgebouwd uit de grijzige steen waarmee vrijwel het hele middeleeuwse centrum van Gubbio is opgetrokken.“

Gubbio by night

Oh ja, ook deed Bentivoglio nog onderzoek naar taal met in het bijzonder de letter ‘O’. Logisch dat de bevolking het beeld ‘Ovo’ ging noemen. Afgeleid van het Italiaanse uovo voor ei.

Nou, daar sta je dan als Toos van Holstein met je eigen ei-project. Gewoon omdat je die vorm zo mooi vindt en daarmee graag aan de gang wilt in het keramiekatelier van Giampietro. Of, of? Dat is ook weer niet helemaal waar. Want kijk maar eens naar onderstaande foto’s met al die kruiken in het Museo Brocche d’Autore in Gubbio (brocche=kruiken).

Daarin zit natuurlijk toch wel die eivorm. En dat museum bestaat echt niet zomaar. Dat heeft te maken met de diep gewortelde, eeuwenoude traditie van het Festa dei Ceri. Het Feest van de Kaarsen, een gigantische happening op 15 mei rond drie heiligen. Sant’Ubaldo als beschermheilige van de stad, san Giorgio (onze Sint Joris, die van de draak) en sant’Antonio abate (onze Sint Antonius van Egypte, de vader van het kloosterleven).

Wacht even! Op 15 mei? Ja, ook één van de redenen dat ik juist in deze tijd hier ben. Maar dat wordt een ander verhaal. Nu ben ik eerst nog druk bezig om mijn eigen eieren te leggen. Kijk maar.

bezig in het keramiekatelier van Giampietro Rampini

En daar sluipt dus toch langzaam aan de nodige symboliek in. Zelfs met Sant’Ubaldo, san Giorgio en sant’Antonio. Opnieuw een ander verhaal. Tot na 15 mei, tot volgende week.

TOOS

Met de Rembrandtkaart in de hand komt men door -bijna- gans Museumland


voorkant van de Rembrandtkaart 2022
‘De vaandeldrager’ van Rembrandt

‘De vaandeldrager’ van Rembrandt gaat binnenkort uitgebreid op reis door Nederland. En in deze blogaflevering ga ik op een kunstige reis langs Den Haag, Amsterdam, Arnhem, Assen, Leeuwarden en Axel. De verbinding tussen dit alles? De Vereniging Rembrandt en haar Rembrandkaart. Daarom leek bovenstaande titel, als parafrasering van het aloude ‘met de hoed in de hand komt men door het ganse land’, me wel toepasselijk.

Die Vereniging (https://www.verenigingrembrandt.nl/nl ) heeft al sinds 1883 het doel heeft om behoud, restauratie en uitbreiding van ons kunsterfgoed te ondersteunen.  Met particuliere fondsen en giften die er zijn ondergebracht.

een pagina van de website van de Vereniging Rembrandt

Een doel dat ik als persoon, als kunstenaar en als lid samen met zo’n 16.000 anderen volledig ondersteun. Persoonlijk krijg ik er ook nog wat voor terug. Zoals die Rembrandtkaart. Een soort Museumkaart maar dan anders. Met z’n allen echter krijgen we die Vaandeldrager-rondreis door al onze provincies cadeau. Omdat de Vereniging Rembrandt vorig jaar financieel heeft bijgedragen aan de verwerving van dat schilderij door het Rijksmuseum.

En dit jaar? Eind januari stond ik in het Kunstmuseum Den Haag voor dit onderdeel van een drieluik van Paula Rego (lees deze aflevering maar). En wat bleek in maart? Met ook weer financiële steun van de Vereniging Rembrandt heeft het museum dit werk kunnen aankopen. Die expositie bezocht ik natuurlijk gratis met mijn Rembrandtkaart . Net zoals trouwens Museumkaart-bezitters dat konden. Maar niet onaardig, levensgezel en ik betalen, als zogenaamde duo-gezellen van de club met elk een eigen kaart, minder dan voor twee Museumkaarten. Waarbij we dus ook nog eens bijdragen aan ons cultureel erfgoed. Mooi toch? Zeker ook vanwege nog veel andere extraatjes.

een grote Rijksmuseumzaal even helemaal voor ons alleen, samen dan wel met Marten en Oopjen van Rembrandt

Wat voorbeeldjes? Die foto hierboven. Een speciale avond enkele jaren geleden in het Rijksmuseum,  voor alleen Rembrandtleden.  Waarbij we ‘Marten’ en ‘Oopjen’ van Rembrandt op een bepaald moment helemaal  alleen voor onszelf hadden. Of de speciale lezingen over kunst. Of al mogen rondlopen in het gedurende vijf jaar lang verbouwde en uitgebreide Museum Arnhem voor de officiële opening op 13 mei plaatsvindt . Het museum met een prachtige verzameling 20ste eeuwse realistische kunst. En ook nog eens sterk gericht op vrouwen in de kunst. Een ander extraatje? Het mooie magazine dat elk kwartaal in de bus komt.

voorjaarsuitgave van het R-Bulletin van de Vereniging Rembrandt

Nog een financieel dingetje. Toen ik begin maart rondliep in het Drents Museum bij de expositie ‘Viva la Frida’ betaalden, zo las ik, Museumkaart-houders  € 10 extra. En levensgezel en ik? Niente, nichts, rien! Iets dat ik al vaker meemaakte. Een prachtige expositie trouwens, die Frida Kahlo expositie. Een prima aanvulling op de tentoonstelling vorig jaar in Het Amstelveense Cobra Museum over Frida en haar op-en-af-en-op-liefde Diego Rivera (hier beschreven). Wat foto’ uit Assen.

Ik sta altijd weer verrast van de prachtige exposities daar in Assen. Elke keer weet men er de grote tentoonstellingsruimte ingenieus anders in te richten.

op het bordes van het Princessehof in Leeuwarden

Een paar dagen later al toonde ik trouwens mijn Rembrandkaart opnieuw. In het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Mijn allereerste bezoek daar. Want sinds ik me in het Italiaanse Gubbio heftig bezig houdt met keramiek vul ik graag kennislacunes op dat gebied op. Wat een prettige noordelijke verrassing, dat museum. Gevestigd in een prachtig 17e eeuws stadspaleis van de stadhoudersdynastie van de Nassau’s. De dynastie waaraan ons koningshuis en dus ook Willem Alexander zijn ontsproten. Ook weer wat foto’s.

Maar, en dat moet ik eerlijk toegeven, af en toe heeft de Museumkaart z’n voordelen.  Zoals bij ‘Museum Het Warenhuis-museum Land van Axel’ in Zeeuws-Vlaanderen. Wel gratis toegang met de Museumkaart, niet met de Rembrandtkaart. Toch wilde ik erheen. Vanwege de Zeeuw Johnny Beerens. Hè, hoe, wat, wie? Die reactie kan ik me voorstellen. Want echt bekend is hij niet bij het grote publiek. Maar wel een fantastisch kunstenaar. Die met heel doordachte, ingewikkelde technieken een soort driedimensionale schilderijen maakt. Schilderij-sculpturen met zee en strand als inspiratiebron. Zijn werk kende ik al wel maar nu was er een overzichtstentoonstelling in dat Museum Het Warenhuis. Eigenlijk moet je zijn schilderijen in ’t echt zien. Maar hier toch ter illustratie een korte video en wat foto’s.

een paar details
detail

Conclusie van dit alles? Ik ga voor de Rembrandtkaart en de Vereniging Rembrandt. Vooral omdat je zo ons beeldende kunst erfgoed mee helpt ondersteunen. Een nobel streven toch? Daar waar de overheid heel erg heeft gesneden. Tot volgende week.

TOOS

Eet ik zomaar uit mijn eigen bord en  nog veel meer keramische gevolgen


Uit je eigen bord eten bij een ander. Zonder dat eigen bord mee te hoeven nemen.  Beetje vreemd? Nee hoor, helemaal niet. Want een poos geleden schreef ik hier over een opdracht die ik had gekregen. Een aantal borden naar mijn eigen ontwerp laten maken in Gubbio (Umbrië) en ze daar ook beschilderen in het atelier van Rampini Ceramiche. Borden bedoeld om én de smaakpapillen én de kegeltjes in het netvlies van onze ogen te behagen.

Zulke borden wijd je natuurlijk niet in met wierook en wijwaterkwast. Nee, daar moet een exquise maaltijd aan te pas komen. Dus toen de opdrachtgevers, aan mij als maker en levensgezel als grote ondersteuner, vroegen deel te nemen aan dat inwijdingsproces was het antwoord duidelijk. Ja, graag! Want culinaire kwaliteiten kunnen onze gastheer beslist niet ontzegd worden. En daarbij hadden zijn levensgezellin en hij ook net een volledig nieuwe, van alle kookgemakken voorziene keuken  laten installeren.

in verband met de privacy heb ik onze gastvrouw en heer maar onthoofd

We zijn zeer tevreden huiswaarts gegaan. Want al ben ik natuurlijk niet onbevooroordeeld, ’t at heel lekker van ‘mijn eigen’ kleurrijke borden. In de loop van dit jaar ga ik trouwens weer richting Gubbio (waarover straks meer) en nieuwe borden kunnen altijd weer gedraaid worden door Daniele, de pottenbakker daar. Voor de goeie verstaander,  ’t is maar een hint!

Voor een andere liefhebber van mijn werk hoef ik overigens geen eetbord meer te laten maken. Hij geniet al jaren mijn schilderij ‘Yatchilan’ (hieronder). Toen hij zag dat ik dat onderwerp afgelopen herfst ook had gebruikt op één van mijn in Gubbio beschilderde borden waren hij en dat bord gelijk verkocht. Dat móést hij hebben. Nu zit hij ’s avonds bij het eten dubbel te genieten. Van zijn bord en van zijn schilderij.

het schilderij en het bord ‘Yatchilan’

Zo merk ik dat die nieuwe keramiektak bij mijn kunstactiviteiten veel positieve reacties oplevert. Tijdens het openingsweekeinde van de Kunstroute Middelburg op 5/6 februari vertrok er opnieuw een enthousiasteling met een bord. Maar niet na mij eerst met bord vereeuwigd te hebben. Heerlijk, dat soort veren in mijn achterwerk.

Binnenkort gaat mijn keramiek voor het eerst ook het galeriecircuit in. Noor van de Ven, galerie-eigenaar van Galerie Persoon in Eersel, wil er wel een paar showen op haar zogenaamde ‘Great Wall of Small’  waarop ook al een enkele werken uit mijn ‘The 70-Series’ pronken. Binnenkort dus misschien wel met ‘Jerubylon’ en ‘Città’. Want natuurlijk geef ik al mijn keramiekcreaties ook een titel.

links ‘Jerubylon’, rechts ‘Città’

Maar ’t draait echt niet alleen om borden. Van de vazen die ik maakte, staat er nu ook al een in Nijmegen. En over een poos gaan er nieuwe bijkomen. Want Giampietro Rampini en ik hebben het plan opgevat om een serie grotere vazen/kruiken te gaan maken. Een idee dat niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal. Daardoor ben ik nu af en toe bezig in een schetsboekje om ontwerpen te maken. Want dat is de bedoeling. Ik maak een ontwerp, Daniele van hierboven gaat aan het draaien en in Giampietro’s atelier ga ik ze daarna beschilderen. Dus als ik weer eens een ideetje heb, ga ik er even voor zitten met dat schetsboek op schoot. Wat ’t uiteindelijk gaat worden? Langzamerhand beginnen die ideeën vorm te krijgen.

Wat ik al wel zeker weet is dat ik over een aantal maanden weer in Gubbio zit. Ik kijk er nu al naar uit.

vorig jaar in het atelier van Giampietro

Tot volgende week.

TOOS

It giet oan, maar dan wel in Zeeland + andere kunst en seks gerelateerde zaken


It giet oan! Die legendarische Friese woorden hebben al 25 jaar lang niet meer geklonken. Behalve dan op tv als er weer eens nostalgisch wordt teruggeblikt op de laatste Tocht der Tochten. Daarom voel ik me wel gerechtigd ‘it giet oan’ nu te gebruiken voor een Zeeuws gekleurde vooruitblik. Voor de zo langzamerhand ook best wel legendarische Kunst en Cultuurroute Middelburg. Want begon de eerste editie ervan pas twee jaar na die laatste Elfstedentocht, daarna is ie zonder enige onderbreking wel elk jaar opnieuw doorgegaan! Weer of geen weer, altijd vanaf februari elke maand op de 1e zondag. Elf keer per jaar dus. Zij ’t in 2020 en 2021 met enige van regeringswege opgelegde haperingen. Iets met een virus!

openingspagina van de website van de kunstroute in Middelburg

Maar nu mogen we, ook weer van regeringswege en met in achtneming van een paar niet al te moeilijke coronaregels, lekker weer helemaal los. Met het traditionele februari-thema ‘Zeeuwse Gasten’. Daarbij nodigen routedeelnemers een Zeeuwse kunstenaar uit als mede-exposant in hun atelier of galerie. En dan bij wijze van uitzondering naast de zondag ook op de zaterdag. Dit jaar dus op 5 en 6 februari (van 13-17 uur). Ik ga dit keer voor keramist Marion Kamper uit Wissenkerke.

keramniek van Marion Kamper, kan ’t Zeeuwser?

Dat leek me wel interessant omdat ik met haar erbij twee heel verschillende keramieksferen in mijn atelier kan creëren. Met mijn eigen handbeschilderde keramische borden en vazen die ik maakte in het Italiaanse Gubbio en met de strak geometrische 3-dimensionale keramische objecten van Marion die uitnodigen tot spelen. Want je mag er gewoon aan draaien en schuiven. Je mag er eigenlijk zonder enig probleem een nieuwe vorm aan geven. Echt bijzonder. Kom ’t maar proberen in dat weekeinde van 5/6 februari.

links keramiek van Marion Kamper, rechts van Toos van Holstein
verdraaibaar keramisch object van Marion Kamper
routekaart van de kunstroute, met de vele te bezoeken adressen, te downloaden op de site van de kunstroute

Deze week ben ik met levensgezel al bezig geweest met de absoluut noodzakelijke klus van het grondig kuisen van mijn atelier -om dat prachtige Vlaamse woord maar eens te gebruiken- en het gedeeltelijk inrichten ervan. Opdat de objecten van Marion goed gaan uitkomen.

het al vast ingerichte deel van mijn atelier

En mocht je van plan zijn om onze kunstroute te komen bezoeken, het prachtige Zeeuws Museum is gelukkig ook weer open. Net zoals alle andere musea in Nederland.

welkom in het atelier van mijn 18e eeuwse monumentenpakhuis

’t Moet me toch echt even van het hart dat ik behoorlijk pissig ben geweest over dat regeringsbesluit van enkele weken geleden. Zogenaamde doorstroomlocaties als IKEA en de Bijenkorf mochten wel open en musea, ooit ook als doorstroomlocaties aangemerkt, niet. On-be-grij-pe-lijk!!! Dat zou volgens minister Kuipers te maken hebben met het zoveel mogelijk inperken van verkeersbewegingen. Mijn god! Heb je ooit de elke dag volle parkeerplaatsen gezien bij welke IKEA-vestiging dan ook? Een absolute gotspe! Volkomen terecht dat onze cultuursector eindelijk,eindelijk in opstand kwam. Met tot nagelstudio’s en kapsalons omgetoverde theaters en musea waar je zowel lichamelijke als hersengymnastiek kon doen of een kunstmarathon kon lopen. Wat me wel opviel was dat er, voor zover ik weet,  nergens bordelen in de musea werden ingericht om de deuren open te kunnen gooien. Want de sekswerkers mochten er officieel ook weer op los gaan. Gewoon 10 m2 vrijmaken, uitgaande van 5 m2 per persoon bij een duo. Daar waren toch beslist wel interessante variaties op te bedenken geweest. Maar dan blijkt dat de cultuursector toch best een heel nette sector is die de afgelopen tijd veel te weinig een echte vuist heeft gemaakt. Een les voor de toekomst? Misschien toch maar een grotere mond in een wereld waarin de hardste schreeuwers vooraan staan?

Maar goed, het culturele en kunstzinnige leven wordt godzijdank weer wat vrijer. Toch wil ik je tot leringhe ende vermaeck nog deze vlijmscherpe video van de bekende cabaretier Pieter Derks  voorschotelen. Echt tot het einde uitkijken en luisteren!

Oh ja, en dan nog iets betreffende dat thema ‘Zeeuwse Gasten’. ’t Ziet er naar uit dat we dat thema volgend jaar breder gaan trekken. Waardoor het mogelijk wordt ook kunstenaars van buiten Zeeland als gast uit te nodigen. Dus mocht iemand denken ‘hé, dat lijkt me wel wat’, aarzel niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en kunstavonturen. Tot volgende week.

TOOS

Avventura artistica italiana òftewel Het Italiaanse Improvisatietalent


Tegen mijzelf ‘Toos, laat los, komt goed’. En levensgezel met nog wat extra massage ‘Toos, ze zijn hier heel goed in improviseren en gewoon wat minder in organiseren. Dat ‘hier’? Italië, Gubbio. De aanleiding? Een keramiek-opdracht. De afloop? Straks!

Gubbio nu, met de grootste kerstboom ter wereld, bestaande uit een lichtinstallatie liggend op de berg achter de oude stad

Die opdracht? Een behoorlijk kooklustig persoon was behoorlijk enthousiast over een speciaal eetbord-ontwerp van mij dat ik, als ’t effe kon, in Gubbio wilde gaan realiseren. In het keramiekatelier van Giampietro Rampini waar ik twee jaar geleden al eens vier weken had doorgebracht en dat nu weer ging doen. Even terzijde, ‘doe mij maar zes van die borden’ had opdrachtgever gezegd.

een voorontwerp van het bord, dat daarna nog diverse stadia heeft doorlopen

Het ontwerp had ik al ruim van te voren naar Gubbio doorgeseind. Dan kon GP, Giampietro, zich er met zijn pottenbakker Daniele, die ik ook van twee jaar geleden kende, al vast over buigen. Probleempje, ik kreeg ik geen reactie, ook niet na nog een kleine herinnering. Daar ben ik overigens bij GP al wel aan gewend geraakt. Hij is niet zo’n e-mailer en had ’t vast druk-druk. Nou, dan maar in Gubbio zelf.

Daar bleek hij mijn bericht wel te hebben gezien, maar ja, inderdaad druk-druk en nog wat andere problemen. Sorry, sorry. En GP kan ik gewoonweg niks kwalijk nemen, daarvoor is hij veel te aardig.

overleg met Daniele en Giampietro

Twee dagen later zaten GP, levensgezel en ik einde middag in het pottenbakkersatelier van Daniele. Dan was hij even vrij. Want ook druk, druk, druk. De opdrachten stroomden binnen, zelfs vanuit Australië. Er bleek namelijk een groeiende belangstelling te zijn voor het echte handwerk boven alle fabrieksmatige keramiek. Eigenlijk had hij voor mijn opdracht geen tijd.  En toen kwam dus dat Italiaanse improvisatietalent tot volle bloei. Van onze uitgebreide Italiaans/Engelse conversatie geef ik nu een zeer sterk ingekorte versie.

‘Oei Toos,  die borden met doorsnee van bijna 40 cm, met flink brede randen en met een eivormig kuiltje in de bodem? Technisch mogelijk maar ik heb nauwelijks tijd. Of, wacht even.’ Daniele dook ergens een rommelruimte in en kwam te voorschijn met een soort mal waarop handmatig wel een bord gekleid kon worden.

Daniele heeft die mal te voorschijn getoverd

‘Daarop kan mio padre wel al een beginvorm maken’. Zijn vader, van wie hij de zaak heeft overgenomen, helpt hem af en toe nog wel eens. ‘En dan maak ik zelf de rand nog wat breder, dat kost niet zoveel tijd’.

foto uit 2019 met de vader van Daniele op de achtergrond

Nou, goed idee natuurlijk. Maar dan dat eivormige kuiltje? Dan moest er eerst nog wel apart een losse, behoorlijk hoge onderrand tegen het bord worden aangedrukt.  Pas daarna kon hij die kuil in de nog weke platte bordbodem naar beneden duwen. ’t Was ten slotte niet de bedoeling dat het bord op dat kuiltje stond te wiebelen. ‘Oké, komt voor elkaar. Maar weet dat papa maar een paar borden per dag kan maken en dat ze, als ik ermee klaar ben, ook nog drie dagen moeten staan te drogen.’ Tja, wat moet dat moet.

de hand van Daniele die in een eerste experiment de eivorm maakt, die in het uiteindelijk ontwerp een kwartslag is gedraaid
ja, zo moet ie gaan worden!
de eerste exemplaren liggen nog wat verder te drogen in het atelier van GP

Een week later konden we de eerste borden ophalen. Ik helemaal blij natuurlijk. Maar dan moest GP ze eerst nog dompelen in een wit kalkbad waarna ze opnieuw moesten drogen en voorgebakken worden voor ik aan de gang kon. En vergeet de baktijd in de oven daarna niet.

de borden worden ondergedompeld in het kalkbad
en bij het voorbakken kan dan ook dit wel eens gebeuren
een van de borden voordat die de oven in ging
zoals het bord de oven uit kwam

Dit proces herhaalde zich in de weken daarna nog enkele keren. Waarbij soms ook een exemplaar óf bij Daniele al mislukte óf gebarsten uit de oven kwam. Snap je dat mantra van mij ‘Toos, laat los, komt goed’? Voordat Daniele uiteindelijk de laatste van elf exemplaren (de mislukte meegerekend) afleverde, had levensgezel al beredeneerd dat we ons verblijf voor alle zekerheid toch maar met een dag moesten oprekken. Op die extra dag konden we inderdaad einde middag op ‘ons’ terras in de oude stad toch onze Spritz Campari  heffen. De volgende morgen, vlak voor ons vertrek, zouden de laatste opdrachtborden uit de oven komen.

de herfst was net ingevallen, veel te koud voor de Italianen om op een terras te zitten maar voor stoere Hollanders geen probleem

Hoe ’t verder is gegaan? Afgelopen weekend reed een blije opdrachtgever huiswaarts met zes prachtige unieke borden. Handgemaakt door Daniele en zijn papa en handbeschilderd door mij. Missie geslaagd. Want van mijn kant is de uitvoering van zo’n kunstopdracht altijd vrijblijvend. De opdrachtgever mag altijd nee zeggen als de uitvoering niet echt naar de zin is. Tegen gelukkige kopers kan namelijk geen enkele andere reclame uiting op.

nog een van de zes opdrachtborden
een paar detailafbeeldingen

Mijn volgend verblijf in Gubbio heb ik al weer vastgelegd. Want nu wil ik grote vazen beschilderen. Wel een eigen ontwerp natuurlijk. Met  ‘Toos, laat los, komt goed’, gaat dat zeker en vast lukken. Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

Geen drieluik maar een driebord en meer wereldpremières


Koud tijdens die tien kunstdagen in een niet verwarmde ouwe koeienstal bij de goed bezochte Kunst10Daagse in het Noord-Hollandse Bergen (zie aflevering vorige week)? Hoe kom je erbij! Gewoon een beetje harden. Daardoor was  het inpakken en laden met een ritje terug van twee en een half uur naar Middelburg een zacht eitje.

nog een beeld van de voorbije K10D in Bergen

 Maar na alle succes zelfvoldaan in een makkelijke stoel neerzijgen bij de verwarming om bij te komen en op te warmen? Nee, nog even niet. Want komende zondag 7 november wacht al weer een heel speciale aflevering van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg, de KCM (https://kunstroutemiddelburg.nl/). Zoals altijd op de 1e zondag van de maand van 13-17 uur, nu met het thema Poëzie. En dat wordt niet zomaar een doorsnee zondagmiddagje. Want naast optredende dichters elders word je in mijn pakhuis/atelier (Korendijk 56) getrakteerd op twee ware wereldpremières! Rond een nieuwe poëziebundel en ‘poëtische keramiek’.

Regelmatige lezers van dit blog zal ’t niet zijn ontgaan dat ik in september/oktober een flink aantal weken in het Italiaanse Gubbio doorbracht. Een prachtige middeleeuwse keramiekstad in Umbrië. Dat valt hier na te lezen.

bezig in Gubbio

Van de daar door mij beschilderde borden en vazen ging er een flink aantal mee in de auto naar Middelburg. Goed ingepakt en voorzichtig gestapeld. Allicht, nogal breekbaar spul. Heel gevoelig voor de Italiaanse wegen die, voorzichtig uitgedrukt, niet altijd in optimale staat verkeren! Dus maakte mijn hart een gelukkig huppeltje  toen alles goed bleek te zijn overgekomen. Zelfs geen schrammetje, laat staan breuk, te bekennen. Vandaar die eerste wereldpremière. Want mijn keramiek ga ik nu zondag tonen. Voor de allereerste keer! Niemand heeft er nog een blik op mogen werpen. Behalve dan bij het bord dat ik al op de social media en in zowel mijn blog als mijn recente Nieuwsbrief toonde.

Inferno, keramiek
met ook nog een beschilderde achterkant

Inferno, geïnspireerd door de Divina Commedia van Dante. Maar die Divina is natuurlijk wel opgebouwd uit drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso (Hel, Purgatorium en Paradijs). Dus heb ik er maar gelijk een drieluik van gemaakt. Alhoewel, is driebord niet een veel origineler benaming? Hieronder het Paradiso-bord.

Maar er is veel meer. Zoals bijvoorbeeld deze eenzijdig gefotografeerde vaas.

De andere kanten? Gewoon langskomen om er een pirouette omheen te draaien. En natuurlijk de rest te bekijken. Daarover ga ik je hier niet wijzer maken.

Maar door dat thema Poëzie is er nog meer in de aanbieding. Nog een wereldpremière namelijk! Het uitkomen van de dichtbundel ‘Zeebries’ van de Middelburgse dichter Tanja Harpe.

Tanja Harpe

Hoe dat zit? Nou, zo! Ik ken Tanja al een aantal jaren en mocht in 2017 de voorkant van haar derde dichtbundel ‘Zee-Kracht’ sieren met mijn schilderij ‘Rolling over’.

de poëziebundel Zee-Kracht met mijn ‘Rolling over op de omslag

Dat de presentatie van die bundel toen ook  in mijn atelier plaatsvond? Logisch toch! Het werd destijds zo’n leuke happening dat Tanja vond dat haar vierde bundel ‘Zeebries’ ook weer in mijn atelier ten doop moest worden gehouden. Ik had totaal geen reden dat tegen te spreken.

Om 14 en 16 uur zal ze er een aantal gedichten uit voordragen en kun je Tanja ongetwijfeld een opdracht in die nieuwe bundel laten schrijven, mocht je er een aan willen schaffen. En natuurlijk wordt er een feestje omheen gebouwd.

Eigenlijk is ’t die middag een en al poëzie, zo bedacht ik me. Want vormen die door mij beschilderde keramische voorwerpen niet een soort gedichten in beelden? Ga maar na. Als je mijn olieverfschilderijen beschouwt als  romans, kun je mijn aquarellen zien als novellen en mijn tekeningen als korte verhalen.  Dus onder welke noemer valt dan mijn beschilderde keramiek? Juist ja, gedichten. ‘Poëtische keramiek’ zogezegd. Tot volgende week.

TOOS

Een Kleurrijke Ode met Eugubinese Beelden


Één beeld zegt meer dan duizend woorden. Een bekende variatie op een aan de Chinese wijsgeer Confucius, net als de Bijbel altijd goed voor een nuttig citaat, toegewezen uitspraak: ‘Iets honderdmaal horen zegt niet meer dan het eenmaal zien’.Van die uitdrukking maak ik dit keer maar even gebruik als rechtvaardiging voor een aflevering met weinig praatjes maar wel veel plaatjes. Waarom? Lees maar na al die foto’s.

In vorige afleveringen onthulde ik al dat ik een aantal weken in Gubbio verkeerde vanwege dit.

Maar ook omdat ik 2019 bij mijn eerste kennismaking, samen met levensgezel, verliefd werd. Op die stad dus. Een en al oorspronkelijkheid, die middeleeuwse kern binnen de nog gedeeltelijk staande stadsmuren.

een oude kaart van Gubbio die zo past op de nog bestaande stad

Daarbij ook nog echt levend, heel Italiaans, met oud en jong door elkaar. Nog zonder overdaad aan toerisme. Prachtig om daar tussen te zitten. Hierbij daarom een poging tot een foto-ode aan Gubbio. Met een verrekt moeilijke keus uit vele prachtige beelden. Waarbij ook Alighieri, Dante Alighieri, vanzelfsprekend als Via niet ontbreekt.

de Leugenbank op het plein is er goed voor
jong geleerd, oud gedaan

Net zo min als de middeleeuwse kerken waaraan geen gebrek is natuurlijk. Met ook nog verrassend veel bewaard gebleven fresco’s. Maar dat wordt een ander verhaal.

één van die kerken, die van San Francesco

En met vanzelfsprekend een eigen stadsheilige, San Ubaldo. Die een aantal honderden meters boven de stad in zijn eigen Basilica al eeuwen en eeuwen voor iedereen heilig ligt te zijn. Ook weer een ander verhaal. Waarin zeker en vast de Corsa dei Ceri op 15 mei een belangrijke rol gaat opeisen. Een gebeurtenis waar geen maat op staat.

het uitgedroogde lichaam van San Ubaldo als reliek

Loop gewoon maar even mee door de middeleeuwse straten met hun woonhuizen van die typerende grijzige, ruwe steen die de stad tot een unieke architectonische eenheid maakt.

Een stad waarin ik de afgelopen weken ook flink wat speciale ontmoetingen had.

dit komt vast nog wel eens ter sprake
ontmoeting met een kunstschrijver in het keramiekatelier
op de foto met de directeur van de bekende Biblioteca Spirelliana
op de foto met de burgemeester van Gubbio

Waarna ’t op één van onze stamterrassen in de zon bij een heerlijke temperatuur prima bijkomen was met een Campari-spritz. Ontmoetingen die ook weer bronnen vormen voor verhalen die nog moeten rijpen en hun vorm vinden.

Een toegiftje mag natuurlijk niet ontbreken.

dreigende luchten want heel af en toe regende ’t wel eens
bijna een Walcherse zonsondergang maar wel in een heel andere ambiance

Het beloofde ‘waarom’ van deze weinige praatjes en veel plaatjes? Ik heb me na thuiskomst direct moeten gooien op voorbereidingen voor de K10D van Bergen. Oftewel de bekende en gekende jaarlijkse, alleen vorig jaar even niet, Kunst Tiendaagse van kunstenaarsdorp Bergen in Noord Holland. Van aanstaande 22 t/m 31 oktober. Raad eens waarover de komende aflevering gaat? Tot volgende week.

TOOS

Gubbiaanse Keramiek, Italiaanse Creativiteit en de Corona QR-code


Gubbio in Umbrië (Italië)

Ben je in Italië, doe als de Italianen doen. Een paar weken geleden schreef ik over een lijk in de Ganges en dat ik toch wat moeite had met ‘When in India, do as the Indians do’. Dan is ’t met ‘When in Italy, do as the Italians do’ toch ietwat eigener. Zeker als je, zoals ik nu, al een aantal weken in keramiekstad Gubbio in Umbrië verblijft. Om, niet echt moeilijk te raden, keramiek te beschilderen.Natuurlijk moet je jezelf hier instellen op het beslist sterker ontwikkelde improvisatie dan organisatietalent bij veel Italianen. En zeker moet je ook gewoon het Italiaanse joie de vivre, het la dolce vita, omarmen. Nou, graag!

de afscheids campari-spritz op het terras van ons stamcafé in Gubbio afgelopen dinsdag

Neem bijvoorbeeld de omgang van de Italianen met hun Green Pass, onze Corona QR-code. Hoe relaxed tonen hier de vele halfgemaskerde binnenkomende restaurantbezoekers, vaak hele gezinnen,  hun mobieltje met dat vierkantje erop. Zowel in Gubbio, als op reis hierheen in Arezzo, en laatst tussendoor in Ravenna,heb ik geen wanklank meegemaakt. Niet in hotels, niet in de horeca en niet in musea. Waar je trouwens nog steeds zo’n brilbeslaander moet dragen net als in winkels en supermarkten. Alles  als vanzelfsprekend na de gigantische Covid-catastrofe van vorig jaar in Noord-Italië. Wat een gedoe dan van een aantal Nederlanders. Voor zover ik ’t hier van relativerende afstand ervaar,’do as the Italians do’. Die zich percentagegewijs ook meer hebben laten vaccineren.

in het atelier van meesterkeramist Giampietro Rampini

Maar dat terzijde. Ik ben hier ten slotte voor de keramiek. Net zoals twee jaar geleden. Toen ik hier neerstreek voor een groepstentoonstelling  in een paar prachtige eeuwenoude gewelven. Om daarvan één voor mijn rekening te nemen samen met de mij toen nog onbekende maar in Gubbio en omstreken zeer gekende keramist Giampietro Rampini. Ik werd gelijk verliefd op deze prachtige stad. Een echte middeleeuwse Italiaanse parel! Maar daarover komt nog wel een verhaal.

maar een héééél kleine selectie van al die prachtige plekken in Gubbio

Nu eerst die keramiek. Je kunt rustig stellen, een voor mij nog onbeschreven blad. Na die vier weken in 2019 en na opnieuw vier weken nu, begint dat blad zich beetje bij beetje te vullen. Eigenlijk is ’t net zoals bij het creëren van een steendruk. Daar heb ik als kunstenaar een meestersteendrukker bij nodig met een eigen atelier en drukpers, met kennis van de techniek en een in jaren opgebouwde knowhow. Voor mij is Giampietro nu de meesterkeramist. Met zijn werkruimte, zijn opslagplaats, zijn materiaalkennis en met zijn wetenschap over hoe die voorwerpen van klei schilderklaar te maken. En met zijn ovens en zijn ervaring met stookprogramma’s. Hoe langzaam of snel en tot hoe hoog moet de stooktemperatuur? In hoeveel uren moet de oven weer afkoelen. Allemaal stuurbaar met programma’s, maar dan moet je wel de juiste cijfertjes kennen en invoeren.

overleg met Giampietro
werkend aan een nieuw bord
het schoonmaken vooraf van een nieuw item
het dompelen om een witte laag te krijgen zoals de vazen op de voorgrond
altijd opnieuw spannend, hoe komt die schaal uit de oven
Is ie goed geslaagd? Yes!!

Over de te gebruiken pigmenten bij het beschilderen heb ik ’t dan nog niet eens. Want daar zit  magie achter. Nou ja, in feite natuurlijk chemie. Die kleurpigmenten zijn in eerste instantie veel fletser dan olie en waterverf, maar komen sprankelend en schitterend fel de oven uit.

Vooraf  moet je dus heel goed weten wat je opbrengt. Een soort schaken met kleur waarbij je een paar zetten vooruit moet denken en je geen fouten kunt permitteren want herstellen zit er nauwelijks in. Met hoeveel water leng ik een pigment aan om wat voor kleureffect te krijgen na het stoken?  Of hoe dik of dun breng ik ’t op om na drogen er nog in te kunnen krassen voor bepaalde visuele effecten of op te vullen met een andere kleur. Of als ik een heel dun laagje vloeistof langzaam laat absorberen in de klei, hoe wolkig is dan straks het aanzicht?

een van mijn nieuwe aanwinsten voor straks in het atelier in Middelburg tijdens de Kunst en Cultuurroute

De afgelopen weken heb ik voor mijzelf weer heel wat bijgeleerd, net zoals ook Giampietro die meer van de standaardmethode is. Gewoon omdat ik stomweg en onbevangen allerlei techniekjes en ideetjes uitprobeer, staat hij na het ovenresultaat regelmatig paf van ver en bewondering bij de bereikte effecten. Dat maakt onze samenwerking ook zo mooi. “Toos, dit is voor mij nieuw, dit heb ik nog geen andere kunstenaar zo zien doen”. Mijn probleem is dan dat ik me moet zien te herinneren hoe ik dat ook al weer heb gedaan. Want soms dompel ik me zo onder in het creatieve proces dat mijn brein dat na afloop niet meer volledig kan reconstrueren.

Hoe dan ook, as ’t effe kan volgend jaar weer! Tot volgende week.

TOOS

Twee supersterren die me door de neus werden geboord


Normaal gesproken zou ik nu net terug zijn uit Londen. Maar ja, dat minuscule pluizige bolletje met die nare grijparmpjes! Dat greep, en grijpt nog steeds, wereldwijd zodanig heftig in dat mijn reis naar de Britse hoofdstad een ‘no go’ werd.  Net zoals de bezoeken daar aan tentoonstellingen over twee kunstenaarsiconen, Artemisia Gentileschi en Angelica Kauffman. Op dat alles had ik me toch zeer verheugd.  Niet alleen vanwege mijn eerste keer met de trein door de Kanaaltunnel, maar zeker ook vanwege mijn schildersheld Artemisia. Dat alles is dus een typisch gevalletje van jammer geworden.

de National Gallery in Londen waar ik dus niet heen kon

Misschien denk je nu ‘maar Toos, je moet in deze tijd toch niet naar dat met code oranje geoormerkte  Engeland willen?’ Een terechte gedachte. Echter, die reis was al geboekt begin februari toen er nog niks aan de hand leek. Zelfs ons aller RIVM bekeek dat bolletje nog slechts met een onderzoekende blik en ’t zou ook nog een hele poos duren voordat het hoofd van Jaap van Dissel niet van het televisiescherm was weg te branden. Niks aan de hand dus, toen. Behalve dan dat er in de eerste helft van juli twee prachtige exposities van twee beroemde vrouwelijke kunstenaars elkaar mooi overlapten. Die over de 17e eeuwse Artemisia Gentileschi (1593-1653) in The National Gallery stond op aflopen en die over de 18e eeuwse Angelica Kauffman (1741-1807) in de Royal Academy was net gestart. Echt reden om weer eens naar Londen af te reizen. Want daar was ik al te lang niet geweest. Sinds 2006 niet meer. Toen ik daar in de City in de Dutch Church, op een steenworp afstand van de Bank of England, mijn tentoonstelling ‘Man on his way’ had. Maar that’s another story.

de expositie ‘Artemisia’ in de National Gallery waar ik dus niet heen kon

de expositie ‘Angelica Kauffman’ waar ik dus niet heen kon

Zoals gezegd, een typisch geval van jammer. Allereerst werd mijn treinrit van Rotterdam naar Londen met de Eurostar me door de neus geboord. Geannuleerd. En ook had ik als ongewenste vreemdeling nog even in quarantaine gemoeten terwijl een flinke stoet Londenaars zich al stond te bezatten in de net weer geopende pubs. Daarbij was die tentoonstelling ‘Artemisia’ ook al uitgesteld tot een nader te bepalen en nog steeds in nevelen gehuld tijdstip ergens in de toekomst en was die over Angelica Kauffman zelfs helemaal van de kalender verdwenen. Net zoals dus nu mijn Londense avonturen waarover ik hier graag had verhaald. Maar verhalen over mijn icoon Artemisia wil ik jullie toch niet onthouden.

zelfportret van Artemisia

Juist omdat ze de laatste jaren sterk in het brandpunt van de belangstelling is komen te staan. Onder andere, en dat klinkt misschien wat cynisch maar is niet zo bedoeld, door MeToo.  Want Artemisia is een wel heel duidelijk verkrachtings en MeToo-voorbeeld uit de 17e eeuw. Daarover later meer. Nog andere aanleidingen voor die belangstelling?

Voor het eerst in 27 jaar kocht de beroemde National Gallery voor de eigen collectie weer een schilderij van een vrouw aan. Daarmee werd Artemisia’s ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’ het welgeteld 21e kunstwerk van een vrouw in een collectie van zo’n 2000 stuks. Over een vrouwnodige inhaalslag gesproken! Maar oké, ze betaalden dan wel zo’n 4 miljoen euro!

dat ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’

Daarnaast werd er vorig jaar door de experts een schilderij van haar ontdekt, en gelijk maar geveild voor zo’n 5 miljoen euro, dat al heel lang aan een ander was toegeschreven. Een man natuurlijk, Giovanni Francesco Guerreri.

presentatie van het nieuw ontdekte schilderij ‘David met het hoofd van Goliath’

Die Guerreri was één van de leerlingen in het atelier van Artemisia’s vader. De appel viel zogezegd niet ver van de boom. Want vader Orazio Gentileschi (1563-1639) was een bekend schilder in zijn tijd en werd een navolger van de stijl van Caravaggio. De stijl dus waarmee Artemisia opgroeide. Daarom was ´t ook zo interessant dat ik vorig jaar augustus in Fabriano rondliep op een expositie van Orazio. In Fabriano? Ja, inderdaad, die stad waarbij heel veel kunstenaars gelijk aan papier moeten denken. Omdat het aquarel en steendrukpapier uit Fabriano al eeuwen wereldberoemd is. En het middeleeuwse Gubbio, waar ik vorig jaar zomer exposeerde en keramiek beschilderde, ligt niet ver van dat ook middeleeuwse Fabriano. Dus toen ik las over die expositie met Orazio Gentileschi werd ’t helemaal een moetje om er heen te gaan. Hier wat foto’s daarvan.

de expositie in 2019 in Fabriano met Orazio Gentileschi als centrale figuur

driemaal de Heilige Maria Magdalena, links en rechts van de leerling Guerreri, in het midden van Orazio

Orazio Gentileschi, ‘Maria, Jezus en Jozef tijdens een rustpauze op de vlucht naar Egypte’

En dat MeToo bij Artemisia? En haar kunst? En haar ingewikkelde leven? Oh ja, en Angelica Kauffman? Ik zal maar zeggen, tot volgende week.

TOOS

Gekkenwerk in een gekkenhuis


Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Kijk eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik ’t heb.

 

Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, ’t spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.

deel van de oude stad van Gubbio

Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.

overleg met Giampietro in zijn atelier

Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van ‘jede Konsequenz führt zum Teufel’.

winkel met erachter het atelier van Ceramiche Giampietro, met op de 2e etage mijn tijdelijke verblijf en op de 1e de woonetage van ‘mama’

Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die ‘ceri’ met daarop de heiligen Sant’Ubaldo, San Giorgio en Sant’Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo’n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.

aan het werk in het atelier

Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de ‘ceri’ oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is ’t hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ……. Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.

een hoek in het museum met enkele van de kruiken waarover ik hierboven schrijf

Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.

de uitreiking van dat bord op de Piazza Grande

op datzelfde plein bezig met ‘la dolce far niente’

In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de ‘Ceri’. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!

Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.

TOOS

‘The 70-Series’ on Tour: volgende stop Eersel


Domein Oogenlust met daarin Galerie Persoon, Eersel (bij Eindhoven)

Je hebt dit jaar de, vermoedelijk, Final Tour van de Rolling Stones en vanzelfsprekend ook de Tour de France. Maar daarnaast ook nog ‘The 70-Series Tour’ waarvoor ondergetekende verantwoordelijk is. Die Tour begon afgelopen oktober met als startplaats Galerie Peter Leen XL in Breukelen. Maar snelt nu voort in Nederland met als volgende stop Galerie Persoon in Eersel, gevestigd in Domein Oogenlust. En later dit jaar nog weer in andere etappeplaatsen.

Even de herinnering opfrissen. Afgelopen jaar was ik heel toevallig weer eens jarig en ’t leek me leuk om naar aanleiding daarvan een reeks schilderijtjes te maken die ik, om verder niet interessante redenen, ‘The 70-series’ noemde. Bestaande uit 35 olieverfschilderijen van 20-20 cm en 35 mixed media werken op alu-dibond van 25 bij 25 cm.

deel van ‘The 70-Series’ in Galerie Peter Leen XL

Ik mag rustig stellen dat de expositie ‘The 70-Series and More’ daar in Breukelen een groot succes was. Maar elk voordeel heb z’n nadeel, om groot-filosoof Cruijff maar eens te parafraseren. Want afspraken in andere etappeplaatsen stonden al vast. En 70 is ten slotte 70 en moet voorlopig ook gewoon 70 blijven. Dus dat werd echt flink schilderen de afgelopen paar maanden om die serie weer compleet te krijgen. Dat ik van mijn passie mijn beroep heb kunnen maken en me altijd heel gelukkig voel in mijn atelier kun je dan rustig een voordeel noemen. Maar een nadeel bij die kleine schilderijtjes is dan weer dat ik ze niet op mijn ezel kan zetten maar ze horizontaal moet leggen om er overheen gebogen op te kunnen schilderen. Waardoor aan het einde van de dag mijn rug regelmatig van ‘au’ deed en mijn nekgewrichten wat minder flexibel waren. Maar voor de kunst moet je wat over hebben, nietwaar?

bezig aan de hernieuwde ‘The 70-Series’

Het resultaat is binnenkort te bekijken in die al genoemde Galerie Persoon in Eersel. Misschien zijn er nu lezers die zeggen ‘hé, ik ken wel Galerie Hans Persoon, maar Galerie Persoon?’. Klopt helemaal. Ik heb daar al diverse tentoonstellingen gehad, maar toen bij Hans en Jacqueline Persoon, lang geleden de oprichters van de galerie.

opening van mijn vorige expositie bij, toen nog, Galerie Hans Persoon

Noor in, nu, Galerie Persoon

Vorig jaar echter werd hun kunstscepter overgenomen door Noor van de Ven. Van beroep edelsmid, van leeftijd nog jong en van inzet ‘ik ga er helemaal voor’. Nou, de omstandigheden daarvoor zouden beslist slechter kunnen zijn.

Want de galerie maakt onderdeel uit van het Domein Oogenlust (Hees 4d, Eersel). Een volkomen terechte naam. Loop er binnen en je kijkt je ogen uit vanwege alle lust daar. Bloemen, planten, natuurlijke creaties, keramiek, glaswerk, dat alles in de prachtigste combinaties. Overal in Oogenlust worden je zintuigen zeer prettig geprikkeld. Voor mij geldt dat in ieder geval elke keer weer. Want telkens zijn ernieuwe opstellingen te bewonderen. Net zoals dus in de galerie met nu mijn volgende editie van ‘The 70-Series and More’.

deel van ‘Oogenlust’

Op zaterdag 18 januari kunnen we er vanaf 15 uur met z’n allen het glas heffen op die nieuwe expositie tijdens de Nieuwjaarsreceptie van de galerie onder het motto van een ‘Grande Tralala’. Maar vanaf dinsdag 14 januari is de tentoonstelling al te bekijken. Tot 22 februari trouwens, op alle dagen van 10-17.30 uur behalve op zondag en maandag.

Wie weet dus tot zaterdag de 18e. Welkom, welkom! En sowieso tot volgende week.

TOOS

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Een leuke KunstKlus: The 70-Series and More


Ook een balkon kan atelier zijn als je aan een tafeltje, papier, kleine doekjes , verf en penselen genoeg hebt. En als het weer meezit. Want een zonnetje met de bijbehorende juiste temperatuur kan dan natuurlijk helemaal geen kwaad. In Gubbio was dat allemaal het geval. Had ik ogen in mijn rug gehad, dan was zelfs nog de achtergrond inspirerend geweest.

Ik was in dat Gubbio dan wel een aantal weken bezig met keramiek beschilderen en het Italië-gevoel uit te buiten (lees voorgaande afleveringen), maar er moest ook nog een en ander meer gebeuren.

Zondag 6 oktober namelijk, en die dag komt eigenlijk al sneller in zicht dan ik had ingeschat, opent om 13.30 uur bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen een grote tentoonstelling van mij. Niet zomaar suggereert dat XL in de naam iets, ’t is ook gewoon zo. Je kunt er niet alleen kunst kijken in diverse ruimtes, je kunt er bovendien overheerlijk Thais eten. Dat laatste weet ik vanuit ruime ervaring.

het complex van Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Ik heb met Peter, met wie ik al jaren samenwerk, afgesproken dat mijn tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ bij hem in wereldpremière gaat. Ook die titel suggereert weer iets, maar sta me toe dat ik daar nu niet verder op inga. Maar hetgeen waar ik nu dus niet verder op inga, was wel aanleiding voor een idee. Minimaal  70 nieuwe werken maken.  Kleinere werken, dat wel. Volgens plan 35 olieverfschilderijtjes van 20 bij 20 cm met nog een mooie lijst er omheen en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Een materiaal waarop je in combinatie kunt drukken en schilderen.

Zoiets vergt natuurlijk vooruit denken en je tijd goed gebruiken. Want 70 van zulke werken flats ik toch echt niet  op een achternamiddag even bij elkaar. Niet echt mijn stijl. Vandaar dus dat Gubbiaanse buitenatelier. Maar vandaar ook onderstaande foto.

Die is in de lente gemaakt in Nice. Geen balkon dus, maar een echt atelier in mijn appartement van dat heerlijke Niçoise Palais de Venise. Een zalige plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken als ik even een ontkoppeling nodig heb van alle drukte in Nederland.

de achterkant van het Palais de Venise

Daar werd dus ook al aan die 70-Series gewerkt. Net zoals aan ‘More’ trouwens. Dat staat niet voor niets zo suggestief in de expositietitel. Naast die 70 kleinere werken komt er een hele serie nieuwe, grotere schilderijen. Hier al vast een enkel voorproefje.

Zo’n nieuwe reeks ben ik eigenlijk ook wel moreel verplicht aan alle kunstfans die opnieuw  hun stem op mij hebben uitgebracht bij de nog lopende verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020. Daar kun je nog stemmen tot 15 september. Kijk maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/ .

Van én ‘The 70-Series and More’ én die verkiezing houd ik jullie de komende tijd allicht op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Bijna al beroemd in Gubbio


‘Toos, zou jij willen meewerken aan de eerste prijs voor het Torneo dei Quartieri?’ ‘Vertel Giampietro, wat is dat?’ Want dat moest gastheer en keramist Giampietro Rampini me wel eventjes uitleggen. Nou, dat bleek dus het op één na grootste jaarfeest van de stad te zijn. Altijd op de avond van 14 augustus. Met direct daarop volgend het Ferragosta, Maria Hemelvaart, één van de belangrijkste vieringen in gans Italië. Logisch dus, die 14e augustus, want dan kun je ’s avonds en ’s nachts lekker doorhalen. Hoe je de 15e dan uit bed komt is een andere zorg. Maar daarover straks meer.

ver na middernacht wordt er nog druk gefeest voor de kerk van het eigen stadskwartier

Eerst de opzet van dat Torneo dei Quartieri. Een groots opgezette manifestatie op het prachtige Piazza Grande. Waarbij de vier concurrerende wijken van de middeleeuwse stad tegen elkaar opboksen met een eigen enscenering rond een zelf gekozen historisch thema. Maar dat weet ik dus ook allemaal pas sinds kort. Daarna komt er nog een wedstrijd kruisboog schieten. Met, dat zal niet verbazen, weer vier teams uit die vier wijken. Bestaand uit stoere, middeleeuws geklede mannen Want het zijn vanzelfsprekend wel alleen mannen die schieten. Vrouwen deden zoiets nog niet in de middeleeuwen. En het feminisme in macho-Italië? Dan kan nog wel een inhaalslagje maken.

de kruisboogschutters voor aanvang van de wedstrijd

in actie

Dat er bij zo’n festijn wat te winnen valt spreekt voor zich. De prijs waarover Giampietro sprak was die voor het beste middeleeuwse optocht-en-toneel spektakel. Een keramisch bord waarop ik eerst een deel zou schilderen waarna zijn vrouw Roseanna en hijzelf het zouden afmaken. Een echte coproductie Rampini/van Holstein. Of ik vereerd was met die uitnodiging? Wat dacht je! Want ik krijg na een paar weken dat keramiek beschilderen al wel in de vingers, maar het is technisch echt heel anders dan werken op een doek met olieverf. Dus als je dan als eerste buitenlandse kunstenaar aan zo’n belangrijke prijs voor de Gubbianen mag meewerken? Daar ga je van stuiteren. Mentaal gesproken dan. Want voor de lichamelijke variant is mijn lijf niet meer geschikt. Hier een foto van het prijsbord.

De afbeeldingen op de rand zijn van mij. Met daar tussendoor prachtig ingepast natuurlijke elementen van Roseanna. Giampietro schilderde het middendeel.

Die avond van het feest liepen hij en dochter Giulia ook mee in de optocht van zijn wijk San Giuliano. Want een wijk zonder eigen heilige, dat kan natuurlijk niet. Trommelaars voorop en het tableau de la troupe van bestuurders, notabelen, schone jonkvrouwen en gewoon voetvolk er achteraan. Prachtig om dat trommelgeluid uit de verschillende wijken te horen weerklinken in de smalle straten en tegen de steile helling waarop Gubbio ligt. Op de Piazza Grande werd dan de uiteindelijke onderlinge scenische strijd uitgevochten.

Maar afgezien van het daarop volgende kruisboogschieten ben je er nog niet. De balletschool van Gubbio kwam er ook nog aan te pas. En het spectaculaire vendelzwaaien. Dat alles gade geslagen door het publiek op de tribunes en een letterlijk en figuurlijk hooggeplaatst middeleeuws gezelschap op de indrukwekkende trap van het machtige Palazzo dei Consoli. Met natuurlijk een stel af en toe op lange trompetten blazende herauten achter zich.

dat vendelzwaaien en gooien is maar moeilijk scherp te krijgen in het donker

Daar mocht ik me later ook bij voegen, staand naast de burgemeester, om de eerste prijs uit te reiken aan de winnende wijk. Toevallig die van Giampietro. Waarbij van mijn kant van partijdigheid geen sprake kon zijn. Dat was het werk van een onpartijdige jury.

op de grote trap naast de burgemeester

de uitreiking van het prijsbord

En daarna bleef het nog lang onrustig in de stad. Toen levensgezel en ik na inname van de nodige bubbels ruim na twaalven de steile straten afdaalden, kwamen we nog twee trommelbendes tegen die gebroederlijk al roffelend op hun instrumenten door de straten marcheerden. Vergezeld nog steeds van een aantal middeleeuwse dames. Dat trommelen klonk overigens wel iets onregelmatiger dan eerder op de avond. Een bijna magisch realistische scene.

Oh ja, en het grootste jaarfeest van Gubbio dan? Dat is het Festa dei Ceri, altijd op 15 mei. Ik heb met Giampietro afgesproken daar volgend jaar bij te zijn. Tot volgende week.

TOOS

De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop


Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio

Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland. In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling ‘Arte incontra Artigianato’ hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven  verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt niet toestaan. Dan kun  je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.

Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.

de banner begint uit de pers te komen

 

Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro’s moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fiksen en vrijdagmorgen was alles klaar.

klaar!

banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats

Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.

Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.

bevestiging van de banner

Giampietro en de verbaasde Martin als de klus is geklaard

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.

Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan …….


de wandelgangen van de Middelburgse Abdij

In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:

Ik zit mij voor het vensterglas

onnoemlijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:

Ik wou dat ik twee Toosjes was,

Dan had ik me kunnen delen.

 Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

afscheid van voorzitter jan Kiewiet

bezoekers bij mijn bijdrage aan de tentoonstelling in de wandelgangen

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling ‘Omarm Vrijheid’. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.

 

de expositie ‘Omarm Vrijheid’ in de crypten

Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.

Mij leek ’t een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo’n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo’n uitspraak. Die van mij? ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

mijn bijdrage aan ‘Omarm Vrijheid’

aan een muur in Perugia

Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo’n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

 

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos.

overleg met Giampietro

bezig met het beschilderen van een bord

Tot volgende week.

TOOS