Tagarchief: keramiek

Twee supersterren die me door de neus werden geboord


Normaal gesproken zou ik nu net terug zijn uit Londen. Maar ja, dat minuscule pluizige bolletje met die nare grijparmpjes! Dat greep, en grijpt nog steeds, wereldwijd zodanig heftig in dat mijn reis naar de Britse hoofdstad een ‘no go’ werd.  Net zoals de bezoeken daar aan tentoonstellingen over twee kunstenaarsiconen, Artemisia Gentileschi en Angelica Kauffman. Op dat alles had ik me toch zeer verheugd.  Niet alleen vanwege mijn eerste keer met de trein door de Kanaaltunnel, maar zeker ook vanwege mijn schildersheld Artemisia. Dat alles is dus een typisch gevalletje van jammer geworden.

de National Gallery in Londen waar ik dus niet heen kon

Misschien denk je nu ‘maar Toos, je moet in deze tijd toch niet naar dat met code oranje geoormerkte  Engeland willen?’ Een terechte gedachte. Echter, die reis was al geboekt begin februari toen er nog niks aan de hand leek. Zelfs ons aller RIVM bekeek dat bolletje nog slechts met een onderzoekende blik en ’t zou ook nog een hele poos duren voordat het hoofd van Jaap van Dissel niet van het televisiescherm was weg te branden. Niks aan de hand dus, toen. Behalve dan dat er in de eerste helft van juli twee prachtige exposities van twee beroemde vrouwelijke kunstenaars elkaar mooi overlapten. Die over de 17e eeuwse Artemisia Gentileschi (1593-1653) in The National Gallery stond op aflopen en die over de 18e eeuwse Angelica Kauffman (1741-1807) in de Royal Academy was net gestart. Echt reden om weer eens naar Londen af te reizen. Want daar was ik al te lang niet geweest. Sinds 2006 niet meer. Toen ik daar in de City in de Dutch Church, op een steenworp afstand van de Bank of England, mijn tentoonstelling ‘Man on his way’ had. Maar that’s another story.

de expositie ‘Artemisia’ in de National Gallery waar ik dus niet heen kon
de expositie ‘Angelica Kauffman’ waar ik dus niet heen kon

Zoals gezegd, een typisch geval van jammer. Allereerst werd mijn treinrit van Rotterdam naar Londen met de Eurostar me door de neus geboord. Geannuleerd. En ook had ik als ongewenste vreemdeling nog even in quarantaine gemoeten terwijl een flinke stoet Londenaars zich al stond te bezatten in de net weer geopende pubs. Daarbij was die tentoonstelling ‘Artemisia’ ook al uitgesteld tot een nader te bepalen en nog steeds in nevelen gehuld tijdstip ergens in de toekomst en was die over Angelica Kauffman zelfs helemaal van de kalender verdwenen. Net zoals dus nu mijn Londense avonturen waarover ik hier graag had verhaald. Maar verhalen over mijn icoon Artemisia wil ik jullie toch niet onthouden.

zelfportret van Artemisia

Juist omdat ze de laatste jaren sterk in het brandpunt van de belangstelling is komen te staan. Onder andere, en dat klinkt misschien wat cynisch maar is niet zo bedoeld, door MeToo.  Want Artemisia is een wel heel duidelijk verkrachtings en MeToo-voorbeeld uit de 17e eeuw. Daarover later meer. Nog andere aanleidingen voor die belangstelling?

Voor het eerst in 27 jaar kocht de beroemde National Gallery voor de eigen collectie weer een schilderij van een vrouw aan. Daarmee werd Artemisia’s ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’ het welgeteld 21e kunstwerk van een vrouw in een collectie van zo’n 2000 stuks. Over een vrouwnodige inhaalslag gesproken! Maar oké, ze betaalden dan wel zo’n 4 miljoen euro!

dat ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’

Daarnaast werd er vorig jaar door de experts een schilderij van haar ontdekt, en gelijk maar geveild voor zo’n 5 miljoen euro, dat al heel lang aan een ander was toegeschreven. Een man natuurlijk, Giovanni Francesco Guerreri.

presentatie van het nieuw ontdekte schilderij ‘David met het hoofd van Goliath’

Die Guerreri was één van de leerlingen in het atelier van Artemisia’s vader. De appel viel zogezegd niet ver van de boom. Want vader Orazio Gentileschi (1563-1639) was een bekend schilder in zijn tijd en werd een navolger van de stijl van Caravaggio. De stijl dus waarmee Artemisia opgroeide. Daarom was ´t ook zo interessant dat ik vorig jaar augustus in Fabriano rondliep op een expositie van Orazio. In Fabriano? Ja, inderdaad, die stad waarbij heel veel kunstenaars gelijk aan papier moeten denken. Omdat het aquarel en steendrukpapier uit Fabriano al eeuwen wereldberoemd is. En het middeleeuwse Gubbio, waar ik vorig jaar zomer exposeerde en keramiek beschilderde, ligt niet ver van dat ook middeleeuwse Fabriano. Dus toen ik las over die expositie met Orazio Gentileschi werd ’t helemaal een moetje om er heen te gaan. Hier wat foto’s daarvan.

de expositie in 2019 in Fabriano met Orazio Gentileschi als centrale figuur
driemaal de Heilige Maria Magdalena, links en rechts van de leerling Guerreri, in het midden van Orazio
Orazio Gentileschi, ‘Maria, Jezus en Jozef tijdens een rustpauze op de vlucht naar Egypte’

En dat MeToo bij Artemisia? En haar kunst? En haar ingewikkelde leven? Oh ja, en Angelica Kauffman? Ik zal maar zeggen, tot volgende week.

TOOS

Gekkenwerk in een gekkenhuis


Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Kijk eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik ’t heb.

 

Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, ’t spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.

deel van de oude stad van Gubbio

Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.

overleg met Giampietro in zijn atelier

Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van ‘jede Konsequenz führt zum Teufel’.

winkel met erachter het atelier van Ceramiche Giampietro, met op de 2e etage mijn tijdelijke verblijf en op de 1e de woonetage van ‘mama’

Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die ‘ceri’ met daarop de heiligen Sant’Ubaldo, San Giorgio en Sant’Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo’n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.

aan het werk in het atelier

Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de ‘ceri’ oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is ’t hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ……. Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.

een hoek in het museum met enkele van de kruiken waarover ik hierboven schrijf

Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.

de uitreiking van dat bord op de Piazza Grande
op datzelfde plein bezig met ‘la dolce far niente’

In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de ‘Ceri’. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!

Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.

TOOS

‘The 70-Series’ on Tour: volgende stop Eersel


Domein Oogenlust met daarin Galerie Persoon, Eersel (bij Eindhoven)

Je hebt dit jaar de, vermoedelijk, Final Tour van de Rolling Stones en vanzelfsprekend ook de Tour de France. Maar daarnaast ook nog ‘The 70-Series Tour’ waarvoor ondergetekende verantwoordelijk is. Die Tour begon afgelopen oktober met als startplaats Galerie Peter Leen XL in Breukelen. Maar snelt nu voort in Nederland met als volgende stop Galerie Persoon in Eersel, gevestigd in Domein Oogenlust. En later dit jaar nog weer in andere etappeplaatsen.

Even de herinnering opfrissen. Afgelopen jaar was ik heel toevallig weer eens jarig en ’t leek me leuk om naar aanleiding daarvan een reeks schilderijtjes te maken die ik, om verder niet interessante redenen, ‘The 70-series’ noemde. Bestaande uit 35 olieverfschilderijen van 20-20 cm en 35 mixed media werken op alu-dibond van 25 bij 25 cm.

deel van ‘The 70-Series’ in Galerie Peter Leen XL

Ik mag rustig stellen dat de expositie ‘The 70-Series and More’ daar in Breukelen een groot succes was. Maar elk voordeel heb z’n nadeel, om groot-filosoof Cruijff maar eens te parafraseren. Want afspraken in andere etappeplaatsen stonden al vast. En 70 is ten slotte 70 en moet voorlopig ook gewoon 70 blijven. Dus dat werd echt flink schilderen de afgelopen paar maanden om die serie weer compleet te krijgen. Dat ik van mijn passie mijn beroep heb kunnen maken en me altijd heel gelukkig voel in mijn atelier kun je dan rustig een voordeel noemen. Maar een nadeel bij die kleine schilderijtjes is dan weer dat ik ze niet op mijn ezel kan zetten maar ze horizontaal moet leggen om er overheen gebogen op te kunnen schilderen. Waardoor aan het einde van de dag mijn rug regelmatig van ‘au’ deed en mijn nekgewrichten wat minder flexibel waren. Maar voor de kunst moet je wat over hebben, nietwaar?

bezig aan de hernieuwde ‘The 70-Series’

Het resultaat is binnenkort te bekijken in die al genoemde Galerie Persoon in Eersel. Misschien zijn er nu lezers die zeggen ‘hé, ik ken wel Galerie Hans Persoon, maar Galerie Persoon?’. Klopt helemaal. Ik heb daar al diverse tentoonstellingen gehad, maar toen bij Hans en Jacqueline Persoon, lang geleden de oprichters van de galerie.

opening van mijn vorige expositie bij, toen nog, Galerie Hans Persoon
Noor in, nu, Galerie Persoon

Vorig jaar echter werd hun kunstscepter overgenomen door Noor van de Ven. Van beroep edelsmid, van leeftijd nog jong en van inzet ‘ik ga er helemaal voor’. Nou, de omstandigheden daarvoor zouden beslist slechter kunnen zijn.

Want de galerie maakt onderdeel uit van het Domein Oogenlust (Hees 4d, Eersel). Een volkomen terechte naam. Loop er binnen en je kijkt je ogen uit vanwege alle lust daar. Bloemen, planten, natuurlijke creaties, keramiek, glaswerk, dat alles in de prachtigste combinaties. Overal in Oogenlust worden je zintuigen zeer prettig geprikkeld. Voor mij geldt dat in ieder geval elke keer weer. Want telkens zijn ernieuwe opstellingen te bewonderen. Net zoals dus in de galerie met nu mijn volgende editie van ‘The 70-Series and More’.

deel van ‘Oogenlust’

Op zaterdag 18 januari kunnen we er vanaf 15 uur met z’n allen het glas heffen op die nieuwe expositie tijdens de Nieuwjaarsreceptie van de galerie onder het motto van een ‘Grande Tralala’. Maar vanaf dinsdag 14 januari is de tentoonstelling al te bekijken. Tot 22 februari trouwens, op alle dagen van 10-17.30 uur behalve op zondag en maandag.

Wie weet dus tot zaterdag de 18e. Welkom, welkom! En sowieso tot volgende week.

TOOS

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Een leuke KunstKlus: The 70-Series and More


Ook een balkon kan atelier zijn als je aan een tafeltje, papier, kleine doekjes , verf en penselen genoeg hebt. En als het weer meezit. Want een zonnetje met de bijbehorende juiste temperatuur kan dan natuurlijk helemaal geen kwaad. In Gubbio was dat allemaal het geval. Had ik ogen in mijn rug gehad, dan was zelfs nog de achtergrond inspirerend geweest.

Ik was in dat Gubbio dan wel een aantal weken bezig met keramiek beschilderen en het Italië-gevoel uit te buiten (lees voorgaande afleveringen), maar er moest ook nog een en ander meer gebeuren.

Zondag 6 oktober namelijk, en die dag komt eigenlijk al sneller in zicht dan ik had ingeschat, opent om 13.30 uur bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen een grote tentoonstelling van mij. Niet zomaar suggereert dat XL in de naam iets, ’t is ook gewoon zo. Je kunt er niet alleen kunst kijken in diverse ruimtes, je kunt er bovendien overheerlijk Thais eten. Dat laatste weet ik vanuit ruime ervaring.

het complex van Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Ik heb met Peter, met wie ik al jaren samenwerk, afgesproken dat mijn tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ bij hem in wereldpremière gaat. Ook die titel suggereert weer iets, maar sta me toe dat ik daar nu niet verder op inga. Maar hetgeen waar ik nu dus niet verder op inga, was wel aanleiding voor een idee. Minimaal  70 nieuwe werken maken.  Kleinere werken, dat wel. Volgens plan 35 olieverfschilderijtjes van 20 bij 20 cm met nog een mooie lijst er omheen en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Een materiaal waarop je in combinatie kunt drukken en schilderen.

Zoiets vergt natuurlijk vooruit denken en je tijd goed gebruiken. Want 70 van zulke werken flats ik toch echt niet  op een achternamiddag even bij elkaar. Niet echt mijn stijl. Vandaar dus dat Gubbiaanse buitenatelier. Maar vandaar ook onderstaande foto.

Die is in de lente gemaakt in Nice. Geen balkon dus, maar een echt atelier in mijn appartement van dat heerlijke Niçoise Palais de Venise. Een zalige plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken als ik even een ontkoppeling nodig heb van alle drukte in Nederland.

de achterkant van het Palais de Venise

Daar werd dus ook al aan die 70-Series gewerkt. Net zoals aan ‘More’ trouwens. Dat staat niet voor niets zo suggestief in de expositietitel. Naast die 70 kleinere werken komt er een hele serie nieuwe, grotere schilderijen. Hier al vast een enkel voorproefje.

Zo’n nieuwe reeks ben ik eigenlijk ook wel moreel verplicht aan alle kunstfans die opnieuw  hun stem op mij hebben uitgebracht bij de nog lopende verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020. Daar kun je nog stemmen tot 15 september. Kijk maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/ .

Van én ‘The 70-Series and More’ én die verkiezing houd ik jullie de komende tijd allicht op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Bijna al beroemd in Gubbio


‘Toos, zou jij willen meewerken aan de eerste prijs voor het Torneo dei Quartieri?’ ‘Vertel Giampietro, wat is dat?’ Want dat moest gastheer en keramist Giampietro Rampini me wel eventjes uitleggen. Nou, dat bleek dus het op één na grootste jaarfeest van de stad te zijn. Altijd op de avond van 14 augustus. Met direct daarop volgend het Ferragosta, Maria Hemelvaart, één van de belangrijkste vieringen in gans Italië. Logisch dus, die 14e augustus, want dan kun je ’s avonds en ’s nachts lekker doorhalen. Hoe je de 15e dan uit bed komt is een andere zorg. Maar daarover straks meer.

ver na middernacht wordt er nog druk gefeest voor de kerk van het eigen stadskwartier

Eerst de opzet van dat Torneo dei Quartieri. Een groots opgezette manifestatie op het prachtige Piazza Grande. Waarbij de vier concurrerende wijken van de middeleeuwse stad tegen elkaar opboksen met een eigen enscenering rond een zelf gekozen historisch thema. Maar dat weet ik dus ook allemaal pas sinds kort. Daarna komt er nog een wedstrijd kruisboog schieten. Met, dat zal niet verbazen, weer vier teams uit die vier wijken. Bestaand uit stoere, middeleeuws geklede mannen Want het zijn vanzelfsprekend wel alleen mannen die schieten. Vrouwen deden zoiets nog niet in de middeleeuwen. En het feminisme in macho-Italië? Dan kan nog wel een inhaalslagje maken.

de kruisboogschutters voor aanvang van de wedstrijd
in actie

Dat er bij zo’n festijn wat te winnen valt spreekt voor zich. De prijs waarover Giampietro sprak was die voor het beste middeleeuwse optocht-en-toneel spektakel. Een keramisch bord waarop ik eerst een deel zou schilderen waarna zijn vrouw Roseanna en hijzelf het zouden afmaken. Een echte coproductie Rampini/van Holstein. Of ik vereerd was met die uitnodiging? Wat dacht je! Want ik krijg na een paar weken dat keramiek beschilderen al wel in de vingers, maar het is technisch echt heel anders dan werken op een doek met olieverf. Dus als je dan als eerste buitenlandse kunstenaar aan zo’n belangrijke prijs voor de Gubbianen mag meewerken? Daar ga je van stuiteren. Mentaal gesproken dan. Want voor de lichamelijke variant is mijn lijf niet meer geschikt. Hier een foto van het prijsbord.

De afbeeldingen op de rand zijn van mij. Met daar tussendoor prachtig ingepast natuurlijke elementen van Roseanna. Giampietro schilderde het middendeel.

Die avond van het feest liepen hij en dochter Giulia ook mee in de optocht van zijn wijk San Giuliano. Want een wijk zonder eigen heilige, dat kan natuurlijk niet. Trommelaars voorop en het tableau de la troupe van bestuurders, notabelen, schone jonkvrouwen en gewoon voetvolk er achteraan. Prachtig om dat trommelgeluid uit de verschillende wijken te horen weerklinken in de smalle straten en tegen de steile helling waarop Gubbio ligt. Op de Piazza Grande werd dan de uiteindelijke onderlinge scenische strijd uitgevochten.

Maar afgezien van het daarop volgende kruisboogschieten ben je er nog niet. De balletschool van Gubbio kwam er ook nog aan te pas. En het spectaculaire vendelzwaaien. Dat alles gade geslagen door het publiek op de tribunes en een letterlijk en figuurlijk hooggeplaatst middeleeuws gezelschap op de indrukwekkende trap van het machtige Palazzo dei Consoli. Met natuurlijk een stel af en toe op lange trompetten blazende herauten achter zich.

dat vendelzwaaien en gooien is maar moeilijk scherp te krijgen in het donker

Daar mocht ik me later ook bij voegen, staand naast de burgemeester, om de eerste prijs uit te reiken aan de winnende wijk. Toevallig die van Giampietro. Waarbij van mijn kant van partijdigheid geen sprake kon zijn. Dat was het werk van een onpartijdige jury.

op de grote trap naast de burgemeester
de uitreiking van het prijsbord

En daarna bleef het nog lang onrustig in de stad. Toen levensgezel en ik na inname van de nodige bubbels ruim na twaalven de steile straten afdaalden, kwamen we nog twee trommelbendes tegen die gebroederlijk al roffelend op hun instrumenten door de straten marcheerden. Vergezeld nog steeds van een aantal middeleeuwse dames. Dat trommelen klonk overigens wel iets onregelmatiger dan eerder op de avond. Een bijna magisch realistische scene.

Oh ja, en het grootste jaarfeest van Gubbio dan? Dat is het Festa dei Ceri, altijd op 15 mei. Ik heb met Giampietro afgesproken daar volgend jaar bij te zijn. Tot volgende week.

TOOS

De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop


Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio

Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland. In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling ‘Arte incontra Artigianato’ hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven  verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt niet toestaan. Dan kun  je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.

Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.

de banner begint uit de pers te komen

 

Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro’s moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fiksen en vrijdagmorgen was alles klaar.

klaar!
banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats

Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.

Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.

bevestiging van de banner

Giampietro en de verbaasde Martin als de klus is geklaard

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.

Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan …….


de wandelgangen van de Middelburgse Abdij

In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:

Ik zit mij voor het vensterglas

onnoemlijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:

Ik wou dat ik twee Toosjes was,

Dan had ik me kunnen delen.

 Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

afscheid van voorzitter jan Kiewiet
bezoekers bij mijn bijdrage aan de tentoonstelling in de wandelgangen

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling ‘Omarm Vrijheid’. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.

 

de expositie ‘Omarm Vrijheid’ in de crypten

Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.

Mij leek ’t een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo’n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo’n uitspraak. Die van mij? ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

mijn bijdrage aan ‘Omarm Vrijheid’
aan een muur in Perugia

Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo’n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

 

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos.

overleg met Giampietro
bezig met het beschilderen van een bord

Tot volgende week.

TOOS

Het leggen van een kunstei in Gubbio


de bovenstad van Gubbio

Ik hoorde eens beweren dat als alle vrijwilligers in Nederland een paar dagen zouden staken heel ons land direct volledig op z’n gat ligt. Nou zal dat wel niet gaan gebeuren, maar ’t is wel een interessante gedachte. Stel nou eens, op dezelfde manier, dat overal ter wereld alle stichtingen, foundations, fondaziones, Stiftungen, fundações, of hoe ze ook maar heten, plotseling met hun bezigheden zouden stoppen. Zouden we dan met z’n allen niet heel snel wanhopig met de handjes in onze wel of niet kalende kruinen zitten?

bij een van de toegangsdeuren naar de expositiezalen
levensgezel en Giampietro Rampini bezig met mijn ‘Greek tragedy’

Ik weet in ieder geval zeker dat ik dan nu niet in het Italiaanse Gubbio zou verkeren. Want daar hebben de stichting ‘Grenze(N)loze Kunst’ en de fondazione ‘Aion Arte Cultura’ voor gezorgd. Dan was er nu geen ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato’, geen ‘Art meets Craftmanship’ in deze prachtige oude stad in Umbrië, ook bekend door zijn keramisten. En had ik niet als uitgenodigd kunstenaar de eeuwenoude Sala degli Arconi onder mijn hoede mogen nemen. Maar stichtingen staken niet. Vorige week kon ik me dus helemaal uitleven. Met vanzelfsprekend de hulp van mijn ‘mano di tutti’. Maar ook met die van keramist Maestro Giampietro Rampini en een behulpzame medewerker van de gemeente. Die ’t totaal geen probleem vond om ergens in de hoogte mijn lange banners aan het plafond te bevestigen.

uitpakken met de Nederlandse curator Martin Impelmans

 

scherven brengen geluk, zeker die van keramist Rampini

 

overleg met Rampini over de keramiekopstelling op zijn tafel

Afgelopen zaterdag was in het stadhuis aan het prachtige PiazzaGrande de opening. Op z’n Italiaans natuurlijk. Wat dat betekent? Een opening om 18 uur waarbij het getal achttien natuurlijk best wel rekbaar blijkt. Waarbij de burgemeester en minimaal 4 tot 5 andere verantwoordelijken in het Italiaans ’t een en ander mooi dienen te verwoorden. En waarbij natuurlijk een geschenk wordt overhandigd aan de stad. In dit geval mijn steendruk ‘Fiësta’. Toch een heel leuke eer dat ik dit zelf mocht doen. Wel in het Engels. Want Italiaans hoort, jammer genoeg, niet tot mijn actief taalbeheer.

opening in het middeleeuwse stadhuis
overhandiging van mijn steendruk aan de burgemeester
het doorknippen van het lint
bezoekers in ‘mijn’ zaal bij de opening

Daarna volgde een optocht door dalende en slingerende middeleeuwse straatjes en dito trappen naar de expositiezalen. Al waar de burgemeester eerst nog even het traditionele lint moest doorknippen. Bij ‘mijn’ zaal nog wel! En toen mocht de prosecco gaan bruisen. Nou, zeg daar maar eens nee tegen.

Was er dan geen Italiaans diner,Toos ? Ja, allicht was dat er! Maar dan op zondagavond. In aanwezigheid van heel wat deelnemende kunstenaars. Ook weer zoiets waar geen nee bij hoort. Want die Italiaanse keuken? Daar lust ik wel pasta van!

Dus is het absoluut geen straf hier nog een aantal weken te ‘moeten’ verblijven. Onder andere om samen te werken met al genoemde Giampietro Rampini in zijn keramiekatelier. Een nieuw kunstavontuur waar ik echt naar uit kijk. Reken dan ook maar op meer Italiaans nieuws de komende tijd in de ‘Corriere della Toos’. Tot volgende week.

TOOS

Kunstkilometers vreten


Hoezo zou Nederland klein zijn? Ben je wel eens van het zuidwestelijk gelegen Middelburg naar het noordoostelijke Bad Nieuweschans in Groningen bij de Duitse grens gereden? Meer dan 380 km schoon aan de haak! Van Middelburg naar Parijs is korter.

Hoe ik dat weet? Omdat ik die rit in de loop der jaren een aantal malen vice versa heb gemaakt. Ook de afgelopen twee weekeinden weer. Vanwege een nieuwe expositie bij Galerie Wiek XX in dat Bad Nieuweschans. Eerst zo’n ritje om schilderijen te brengen, een week later voor de officiële opening. Heel veel kunstkilometers vreten dus. Maar levensgezel en ik maken dat dan met kunstavonturen zo aangenaam en nuttig mogelijk. Hoe? Lees maar!

Toevallig had ik kort geleden een schilderij verkocht via een in Parijs gevestigde online-kunstorganisatie. Aan een liefhebber van mijn werk in Berlijn. Maar dat schilderij was nog in consignatie bij Galerie Drentsche Aa in Balloo, even ten oosten van Assen. Kwam dat even goed uit! Kon ik ’t op zaterdag 16 februari gelijk ophalen als ik dat weekeinde toch noordwaarts ging. En kon ik ook te gelijkertijd met galerist Jan Wekema wat zomerse toekomstplannen doornemen die hier ongetwijfeld nog ter sprake gaan komen.

met Jan bij zijn Toos van Holstein wand

Zo dicht bij Assen konden we natuurlijk niet de expositie ‘Nubië: Land van de Zwarte Farao’s’ in het Drents Museum links laten liggen. Levensgezel en ik hebben elkaar ten slotte voor ’t eerst in Caïro ontmoet vanwege onze belangstelling voor het oude Egypte en het zuidelijk daarvan gelegen Nubië. ’t Bleek een heel interessante weekendtoevoeging.

Maar er wachtte ons in het Drents Museum nog een extra kunstverrassing. Een prachtige tentoonstelling van Carolijn Smit. Een keramist van wie we werk al vaak tegen kwamen op kunstbeurzen en dat ons elke keer opnieuw aansprak. Bleek ze daar zomaar ineens een heel grote tentoonstelling te hebben. Sommigen gruwen misschien van haar beelden maar ik vind het ongelooflijk intrigerend en ook nog eens perfect afgewerkt.

Opgetild door al die kunst was het toen nog maar een kippeneindje naar ons gebruikelijke verblijfadres in Friesland. Een klein dorpje waar familie van levensgezel resideert.

bij Galerie Wiek XX

Zondag. Eerst op naar Bad Nieuweschans om daar mijn schilderijen af te leveren en daarna terug via Ameide. Een eeuwenoude plekje, gelegen aan de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Daar hield kunstgenoot Lon Buttstedt open huis. Ze ging verhuizen van haar gigantisch grote 17e eeuwse pand van waaruit ooit het waterschap de polder bestierde naar iets veel kleiners. Altijd interessant om te zien wat ze zoal kwijt wilde. Op die manier is nu een heel grote houten, met stof beklede leeuw de mijne geworden. Dus alweer opgetild door iets moois bleek Middelburg ineens verrassend dichtbij.

een rij prachtig oude panden in Ameide

En het afgelopen weekeinde met die opening bij Galerie Wiek XX? Heel kort! Op vrijdag vanuit het domicilie van levensgezel in Den Haag naar Leiden. Opnieuw voor Egypte. Met de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ in het Rijksmuseum van Oudheden. Ook weer prachtig! Met als toegift nog onze eigen Zeeuwse godin Nehalennia. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Zaterdag noordwaarts via Dirkshorn in Noord-Holland voor een lunchafspraak bij Ronald en Elisabeth Leyen. Die Elisabeth die afgelopen oktober ‘Stalkunst’ organiseerde als onderdeel van de Kunst10daagse Bergen. Over mijn deelname daaraan schreef ik toen hier. Behalve die lunch had Elisabeth nog een extra lokkertje in de vorm van een prachtig groot fotoboek over onze ‘Stalkunst’.

samen met Elisabeth op de bank met dat fotoboek

’s Middags door naar het Fries Museum in Leeuwarden. Voor ‘Rembrandt en Saskia: liefde in de Gouden Eeuw’. Want om Rembrandt kunnen we dit jaar absoluut niet heen. Maar dat komt nog wel. Nog een ander verhaal.

Uiteindelijk weer door naar dat Friese dorpje van hierboven om van daaruit op zondag richting Nieuweschans te gaan. Voor die opening.

En afgelopen maandag? Nog even naar ‘ZWF Ontwerp’ in Bolsward. Daar waar ik al mijn alu-dibonds laat maken en waar ik wat ideeën te bespreken had met baas Geoffey Schippers. Over bijvoorbeeld Gubbio in Italië en mijn 70-Series. Raadselachtig? Zekers! Maar ook dat zijn komende verhalen.

met Geoffrey Schippers in de grote hal van ZWF Ontwerp

En wat ik tussen die twee weekeinden in heb gedaan? Werken natuurlijk. In mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Kunst op Cuba


Cuba1

Cuba en cultuur. Dat beloofde ik ten slotte vorige week. De muziek laat ik daar overigens maar buiten. Daarin ben ik geen expert. Salsa, cha cha cha, de Buena Vista Social Club, ze zijn allemaal van Cubaanse oorsprong, dat weet ik dan wel weer. Maar verder? Nee, ik houd me bij mijn leest, de beeldende kunst. En die hield veel verrassingen in.

in Santiago de Cuba
in Santiago de Cuba

Dat ik de nodige muurschilderingen zou tegenkomen? Logisch. Want had de wereldberoemde Mexicaanse macho en muralist  Diego Rivera (1886-1975) het muurschilderen in Mexico en wijde omgeving in zijn tijd niet tot grote ontwikkeling gebracht? je weet wel, die Rivera die zo’n onstuimige knipperlichtrelatie had met die andere bekende kunstenaar Frida Kahlo. Juist ja, die van die film van een aantal jaren geleden.

Nou hebben wij natuurlijk ook wel onze muurschilderingen. Maar dat zijn dan meestal van die afzichtelijke graffiti tags. Die “handtekeningen” van, meestal, mannetjes die net als piesende hondjes graag hun geurteken achterlaten. In Cuba zie je dat gelukkig niet veel. Wel heb je daar dan weer de grote billboards en muurschilderingen die de revolutie van Castro en Che Guevara  verheerlijken. Maar dat heeft dan toch wel weer iets, vind ik. Zeker als die schilderingen al aan het vervagen zijn. Denk alleen maar aan mijn schilderijen met verweerde muren en je weet waarom.

Cuba3 Cuba4 Cuba5

Daarnaast waren er echter ook heel wat andere uitingen te vinden, van cartoon tot prachtige muur mozaïeken.

in Santa Clara
in Santa Clara

Cuba7

in Havana
in Havana

Maar dat je op Cuba bij Viñales in de buurt ook de grootste rotswandschildering ter wereld had, dat was dan toch weer nieuw. Een schildering van werkelijk gigantische afmetingen die de ontwikkeling van de mens tot onderwerp heeft en waarbij heel wat verf is uitgesmeerd.

grootste rotsmuurschildering ter wereld
grootste rotsmuurschildering ter wereld

En wat te denken van het Casa de Cultura dat je in elke wat grotere plaats tegenkomt! Met tentoonstellingen van binnen en buitenlandse kunstenaars. Dat geeft toch een goed gevoel, te zien dat de cultuur zo wordt benadrukt. Zonder nadruk op het sociaal realisme dat in het communistische Rusland zo bon ton was.

Casa de Cultura in Trinidad
Casa de Cultura in Trinidad

Alhoewel? Soms was er toch zo’n heldenmonument met heel erg veel revolutionaire held erin. Want de leiders van de 19de eeuwse onafhankelijkheidsoorlogen tegen Spanje worden ten zeerste geëerd.

heldenmonument in Santiago de Cuba
heldenmonument in Santiago de Cuba

De grootste verrassingen wachtten echter in Havana. Maar ja, dat kan ook niet anders in zo’n bruisende stad met zo’n rijke historie.  Met daarbij nog twee miljoen inwoners op een totale Cubaanse bevolking van elf miljoen. Een aantal daarvan, kunstenaars, hebben zelfs een hele straat omgetoverd in één groot kunstwerk. Werkelijk alle muren van de hoge, omringende flats zijn beschilderd. En in die straat wemelt het van de driedimensionale kunst. Niet dat ’t allemaal overweldigend is, maar het levert een fantastische sfeer op.

Cuba12 Cuba13

Zoiets zouden we in Middelburg ook eens moeten doen. Dat zou een geweldige trekpleister worden. Maar ja, rijksmonumenten, commissies, bureaucratie, subsidiegedoe. Nee, laat toch maar!

Nog zo’n verrassing. In de oude stad van La Habana liep ik plotsklaps rond in een prachtig nieuw museum voor moderne keramische kunst, nog maar net open eigenlijk. Een oud, mooi gerenoveerd  paleis dat ooit in bezit was geweest van zo’n gigantisch rijke familie. Want die had je er vroeger heel wat op Cuba, juist in die oude stad natuurlijk.

nationaal keramisch museum in Havana
nationaal keramisch museum in Havana

Dat ze daar goed bezig zijn, bleek wel uit het feit dat ik van het ene museum het andere inliep. Allemaal gerenoveerde familiepaleizen, allemaal vrij toegankelijk. Vaak met oude meubelen ingerichte kamers, geen echt overweldigende collecties, maar door de ambiance heel aantrekkelijk. Zelfs nog een zaal met allemaal oude Singer naaimachines!

De grootste verrassing wachtte echter in het Museo Nacional de Bellas Artes met de moderne Cubaanse kunst en die van de voorgaande paar eeuwen. Maar als ik daarover nu nog ga schrijven, loopt de lengte van dit stukje behoorlijk uit de klauw. Daarover dus maar de komende keer. Tot volgende week.

TOOS

Expositie in Eersel bij Galerie Hans Persoon


Domein Oogenlust in Eersel
Domein Oogenlust in Eersel

Zo ik iets ben, ben ik een kunstenaar. Hé, zullen sommigen zeggen, dat doet me denken aan de gevleugelde uitspraak van de bekende Haagse schrijver Louis Couperus: “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”. Dat klopt dan, want van hem heb ik deze manier van zeggen geleend. Maar bij mij zou het eigenlijk moeten worden “Zo ik iets ben, ben ik een kunstenaar en een ZeBra. Want al woon ik dan alweer vele jaren in het Zeeuwse Middelburg, mijn wortels liggen in Brabant. In Eindhoven en omgeving om precies te zijn.

Daar is dan ook mijn kunstenaarscarrière begonnen. Daar heb ik dan ook nog steeds heel veel liefhebbers van mijn werk en daar heb ik heel veel succesvolle exposities gehad bij Galerie Lambèr in Valkenswaard. Maar ja, hoe gaat dat! Galerieën komen en galerieën gaan, maar de kunstenaars blijven bestaan. Dus enkele jaren geleden hield Lambèr op met bestaan en ik ben er nog.

Ingang van Galerie Hans Persoon
Ingang van Galerie Hans Persoon

Maar voor Lambèr is dan nu Galerie Hans Persoon in Eersel (www.galeriehanspersoon.nl) in de plaats gekomen. Niet ver van Valkenswaard, niet ver van Eindhoven en dus weer dicht bij mijn wortels. De galerie is onderdeel van Domein Oogenlust. Een geheel nieuw, groot complex met een concept dat inderdaad een lust is voor het oog. Bloem en plantsierkunst van het hoogste niveau met daarbij behorend sierkeramiek, siervazen, kassen, buitenmeubilair en een beeldentuin in aanbouw. Plus dus nog een prachtige galerie. Gewoonweg een plezier voor mij als kunstenaar om daar te kunnen tentoonstellen. De aftrap was afgelopen zaterdag 10 mei.

Afleveren van schilderijen bij Galerie Hans Persoon
Afleveren van schilderijen bij Galerie Hans Persoon

Vorige week dinsdag had ik mijn schilderijen al naar Eersel gebracht. Daarna is het dan aan de galeriehouders om er een mooie tentoonstelling van te maken. Als kunstenaar bemoei ik me daar meestal niet mee. Zij kennen hun eigen ruimte het best en meerdere kapiteins op een schip? Nee dus! Maar dat maakte het des te spannender om bij de opening afgelopen zaterdag te zien wat voor totaalbeeld Hans en zijn vrouw Jacqueline er van hadden gemaakt, in samenhang met het werk van medekunstenaars Nick Seijkens, ook schilder, en beeldhouwer Jos Kuppens. Nou, mij hebben ze niet horen klagen.

Ook spannend was natuurlijk dat weer terug zijn in die ouwe omgeving! Hoe zou die opening zijn, zouden mijn Brabantse fans wel verschijnen? Daar had ik me dus helemaal geen zorgen over hoeven te maken. Op een bepaald moment stonden ze zelfs in de rij om me te begroeten. De foto’s spreken trouwens voor zich.

Foto's van de vernissage
Foto’s van de vernissage

Persoon 5 Persoon 6a

’s Avonds laat terug op weg naar Middelburg, na een heerlijk diner met Hans en Jacqueline Persoon, keek ik dan ook terug op een heel geslaagde vernissage. De tentoonstelling duurt nog tot in de eerste week van juni. Adres en openingstijden van de galerie zijn natuurlijk te vinden op de hierboven al aangegeven website. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein