Tagarchief: kunstacademie

Het al eeuwenoude glazen plafond voor de vrouw in de kunst


cover van het nieuwe nummer van het ‘Holland Côte d’Azur Magazine’

De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur floreert al jaren. Niet zo raar want er wonen daar duizenden Nederlanders. Óf omdat ze er hun Fransgetinte euro’s verdienen óf vanwege het azuurblauwe invullen van hun pensionadostatus. Zelf werd ik ergens in de jaren 90 lid van de club. Ik verkeerde toen ten slotte toch al regelmatig in die regio, zeker nadat ik er zelfs een atelier kon verwerven.

Zo’n vijftien jaar geleden werd ik door de redactie van het verenigingsblad ‘Holland Côte d’Azur Magazine’ gevraagd of ik in dat zeer verzorgde kwartaaltijdschrift de kunstpagina’s wilde vullen. Nou, eens in de drie maanden drie pagina’s met tekst en plaatjes, dat moest kunnen. Zeven achtereenvolgende jaren heb ik toen met veel plezier mijn zogenaamde ‘Kunststukjes’ gemaakt. Zowel gericht op de kunst aan de Côte als op algemenere items . Hoewel dus al weer wat jaartjes geleden valt dat alles nog steeds terug te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl.  Onder de knop ‘Publicaties’ en dan ‘Kunststukjes’.

pagina over de ‘Kunststukjes’ op http://www.toosvanholstein.nl

Recht vanuit mijn kunsthart schreef ik daarbij ook over vrouwen in de kunst. Want ik was er, pas na mijn academietijd, achter gekomen dat die vrouw in de kunst in voorgaande eeuwen behoorlijk in het verdomhoekje had gezeten. En dat er in de 20e eeuw naast dat beruchte glazen plafond voor de vrouw ook nog steeds een heel laaghangend kunstplafond voor ons bestond. Niks geen probleem om daar zonder te springen je kop tegen te stoten. Iets dat trouwens nog steeds geldt.

Want ga maar na. Een van de belangrijkste dikke academiepillen die we als student moesten doorploeteren was het standaardwerk ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van de Amerikaan Janson. Geen vrouwelijke kunstenaar in te bekennen! Geen enkele! Echt, Toos? Echt, geen enkele. Pas in de 5e en herziene druk van 1995 mochten ze er, bij de gratie van de mannelijke kunstgoden, mondjesmaat in. In nog zo’n modern standaardwerk, ‘Eeuwige Schoonheid’ van Gombrich, waren vrouwelijke kunstenaars ook de bekende naald in de hooiberg. Hoezo modern standaardwerk!

Ik vond ’t dus heel logisch om als hedendaagse vrouwelijke kunstenaar over dat soort zaken te schrijven in die ‘Kunststukjes’. Met o.a. als inspirerend voorbeeld de Guerrilla Girls. Een in 1985 opgerichte groep van Amerikaanse vrouwelijke kunstenaars. Van hen is onderstaande, onsterfelijke affiche over de naakte waarheid.

Sinds die tijd is er best wel wat gebeurd. Maar of we er al zijn? Ter illustratie het volgende verhaaltje. Kunstgeschiedenisdocente Karin Haanappel groeit in Nederland steeds meer uit tot DE vrouw bij wie je moet zijn voor de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Onlangs gaf ze een lezing voor zo’n 120 kunstvakgenoten. Professoren, kunsthistorici en kunstgeschiedenis studenten. Niet het minst kunstige gezelschap dus. Maar drie aanwezigen bleken bekend met Sofonisba Anguissola, een beroemd vrouwelijk kunstenaar uit de 16e en begin 17e eeuw. Iets minder dan 30 kenden Berthe Morisot, schoonzuster van de wereldberoemde 19e eeuwse impressionist Manet. Maar mee daardoor ondergesneeuwd geraakt terwijl ze zelf een oeuvre bij elkaar schilderde dat kwalitatief niet voor dat van haar echtgenoot onderdoet. En op de vraag van Karin wie Natalja Gontsjarova kende, bleven alle vingertjes omlaag. Nota bene een beroemde Russische avant-gardist uit begin 20e eeuw en later lid van de in de kunstgeschiedenis overbekende Blaue Reiter groep.

zelfportret van Sofonisba Anguissola
Berthe Morisot, Le berceau
Natalja Gontsjarova

Valt er dus nog wat te winnen voor de vrouw in de kunst? Absoluut. Volop reden om daaraan hier zo af een stukje te wijden. Net zoals destijds in dat Magazine.

Oh ja, is ’t de oplettende lezer misschien opgevallen dat ik het woord kunstenares helemaal niet gebruik? Vrouwelijke kunstenaar vind ik een veel betere benaming, zelfs eigenlijk nog het liefst zonder dat vrouwelijke. Hebben we ’t ooit over een timmervrouw, een bakster, een ministeres, een Commissaresse van de Koning of een monteuse? Nou dan! Tot volgende week.

TOOS

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel
Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel
Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld
Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps
Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS

Toos en Tefaf te gelijkertijd in Maastricht


Terwijl Myanmar nog steeds bezig is zich te settelen op een comfortabele plek ergens in mijn hersencellen, heeft de dagelijkse gang van kunstzaken zich natuurlijk ook weer hervat. In feite speelde dat al in ’t verre Myanmar. Want waar heb je tegenwoordig geen wifi? Oké, misschien niet midden in de Sahara of in de Marianentrog tienduizend meter onder de zeespiegel. Maar verder? Ook in Myanmar schrijdt, of beter gezegd holt, de internetontwikkeling voort. Over globalisering gesproken! Of zouden de antiglobalisten dit wereldwijde internet ook willen afschaffen? ’t Is maar een vraag. Die globalisering betekent natuurlijk niet dat wifi in Myanmar altijd even goed werkt. Soms vulde de hotellobby zich met langdurige zuchten en steunen van een significant deel van de reisgenoten. Wat we tegenwoordig bijna als “dat hoort er gewoon bij” beschouwen, werkte dan niet helemaal jofel. Helemaal niet dus of tergend langzaam. Maar hoe dan ook, af en toe kwamen er toch digitale rooksignalen door vanuit het thuisland. Zoals voor mij een mailtje uit Maastricht. Of ik zin had in een expositie in de Onze Lieve Vrouwe Galerie daar.

met de auto voor de Onze Lieve Vrouwe Galerie in Maastricht

Nu heb ik in Mestreech jarenlang samengewerkt met galerie Tracé. Maar ja, een probleem voor kunstenaars is dat hun houdbaarheidsdatum vaak flink veel verder ligt dan die van de galerieën waarmee ze samenwerken. Kijk, ik ga gewoon lekker door met schilderen zolang dat kan. Bij galerieën ligt dat om allerlei verklaarbare redenen anders. Dus een aantal jaren geleden was Tracé passé. En weg dus mijn vertegenwoordiging in Limburg. Tot in Myanmar dat mailtje via een wel werkend wifinetwerk tot mij kwam. Hé, Maastricht? Het Onze Lieve Vrouweplein? Da’s een toplocatie in het oude centrum. Met de indrukwekkende romaanse Onze Lieve Vrouwebasiliek en de zeer vele terrassen waar het goed toeven is. Dan maar gelijk eens kijken op hun website. Wat? Tonen ze daar werk van Nico Molenkamp? Toen was ik eigenlijk al verkocht!

het Onze Lieve Vrouweplein met basiliek en terrassen

Want Nico Molenkamp is voor mij aan de Kunstacademie in Tilburg een heel belangrijk en maatgevend docent geweest. Samen met Ru van Rossem. Beiden al een aantal jaren dood, beiden kunsticonen in het Brabantse en beiden met werk dat ik altijd heb bewonderd. Wat me van hen, naast hun vakmanschap, zo raakte was dat ze me mijn eigen schilderswereld lieten behouden. Want tegen de toen heersende kunsttrend in wilde ik niet aan de pure abstractie. Er sloop bij mij onvermijdelijk altijd iets figuratiefs in. Ik kon er niks aan doen, ’t moest gewoon, die figuratieve pop-ups. Net zoals trouwens in het eigen werk van Nico en Ru. Maar die waren al wel veel ouder.

galeriste Monique Thelen met werk van mij en een schilderij van Molenkamp op de achtergrond

En nu zou ik zomaar kunnen exposeren in een galerie waar ook nog werk van mijn oude leermeester hing. Te gek! En wat bleek bij terugkomst uit Myanmar toen ik telefoneerde met galeriste Monique Thelen? De opening was gepland op 9 maart. Niet zomaar een datum, maar de openingsdag van de TEFAF, the European Fine Art Fair. De dag dus dat van over de hele wereld kunstverzamelaars met diamanten creditcards, museumdirecteuren met goedgevulde aankoopfondsen, kunstbezielde curatoren, kunsthandelaren in het dure segment , directeuren van wereldwijd werkende veilinghuizen en ook nog een paar gewone mensen met toch wel een paar losse centen op zak zich in Maastricht verzamelen. Want deze kunst en antiekbeurs is een van de meest prestigieuze ter wereld.

een deeltje van de expositie

Logisch dat allerlei aan kunst en horeca gelieerde zaken in en wijd rondom Maastricht daarvan een graantje willen meepikken. Ook de Onze Lieve Vrouwe Galerie dus (www.olvrouwegalerie.nl). Maar waar die TEFAF tien dagen duurt, loopt mijn tentoonstelling veel langer door. Tot Pinksteren namelijk. In een prachtig nostalgisch pand waar mijn schilderijen heel goed tot hun recht komen.

Terwijl ik dit alles zit te overpeinzen en te schrijven in mijn kunstcocon in Nice, waar ik recent ben neergestreken, komt ineens het volgende bij me op. Stel nou eens hypothetisch dat er een kunstenaarshemel is. Zou Nico Molenkamp daar dan, verkerend tussen al die andere kunstenaars, een goedkeurend knikje voor mij over hebben? Zo in de trant van “goed gedaan meissie”? Dat zou toch wel heel mooi zijn. Misschien dat ik toch nog maar een kaarsje moet gaan branden in de kapel van de basiliek. Baat dat niet, dan helpt ’t in ieder geval toch mee om een prachtige ambiance in stand te houden.

kapel bij de basiliek

Tot volgende week.

TOOS

De Russen zijn er!


de Peredvizhniki
de Peredvizhniki

’t Kan verkeren. Was nog niet eens zo lang geleden de kreet “de Russen komen” reden tot het graven van diepe schuilkelders, nu hebben ze met groots onthaal Assen mogen innemen! Of om nauwkeuriger te zijn, het Drents Museum daar. ’t Is me de bende wel, die Russen. Een groep van woest uitziend snorren en baardenvolk, de Peredvizhniki, de zwervers, de trekkers. Maar ach, ’t zijn maar kunstenaars en dus niet gevaarlijk. Zeker ook omdat ze allemaal al lang dood zijn.

het Drents Museum met de nieuwe, halfondergrondse uitbreiding
het Drents Museum met de nieuwe, halfondergrondse uitbreiding

Omdat ik naar het hoge Noorden moest om een beeld af te leveren, lag een bezoek aan dat Drents Museum eigenlijk wel voor de hand. Allereerst omdat ik de nieuwe, half ondergrondse uitbreiding van al weer vijf jaren geleden nog steeds niet had aanschouwd en daar best nieuwsgierig naar was. En ten tweede vanwege de expositie van dat eind 19de eeuwse snorren en baardenvolk. Een kunstenaarsgroep waarvan ook de beroemde Ilja Repin(1844-1930) deel uitmaakte. De schilder die in Nederland pas bekend werd door een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in 2002 in het Groninger Museum. Aan bezoekers toen geen gebrek. In totaal 250.000 en daar was ik niet bij. Dus kon ik nu die scha inhalen. Daar heb ik geen spijt van gekregen.

assen03

Die Peredvizhniki vormden rond 1870 een groep die het strenge regime van de Keizerlijke Kunstacademie in St.Petersburg wilde ontvluchten en meer kunstzinnige vrijheid wilde. Vrijheid om te schilderen zoals ze zelf wilden. Vrijheid om naast het Russisch landschap en de Russische cultuur ook het Russisch plattelandsleven te vereeuwigen. Dat gigantisch uitgestrekte platteland waar het grootste gedeelte van de bevolking leefde. In overwegend heel diepe armoe. Vrijheid ook om met hun schilderijen door het hele land te trekken en ver buiten Moskou en St.Petersburg de bevolking met kunst in aanraking te brengen. Vandaar die naam Peredvizhniki , de Zwervers. Schrijnende schilderijen zaten daarbij. Met als grote voorbeeld “De Wolgaslepers” van Ilya Repin uit 1873. Destijds in Groningen al het icoon van zijn solotentoonstelling en ook nu weer in de groepsexpositie.

De Wolgaslepers
De Wolgaslepers
detail
detail

Figuurlijk en letterlijk een meeslepend schilderij. Met daarop een groep armoezaaiers in vreselijke lompen gehuld die een schip op de Wolga voorttrekken. Zogezegd het lompenproletariaat. Als je zoiets ziet, begrijp je direct dat uit een dergelijke maatschappij met een gigantisch verschil tussen arm en rijk een revolutie moet voortkomen. Daarom is het ook zo frappant dat dit werk werd aangekocht door de zoon van de tsaar die toevallig ook nog directeur was van de kunstacademie en die het werk zelfs uitleende voor buitenlandse tentoonstellingen. Hoe verdraaid kan je kijk op je eigen maatschappij zijn! Hoe werkt dat in het hoofd van zo’n man die volledig buiten de werkelijkheid van zijn eigen volk leeft?

In dat opzicht trof mij ook een werk uit 1905 van Valentin Serov(1865-1911), “Soldaatjes, stoere jongens, waar is jullie glorie nu?”.

assen06

Daarin geeft hij weer hoe een vreedzame demonstratie waarin het hongerige volk een petitie aan de tsaar wil afgeven, door het leger in een bloedbad wordt veranderd. Werken dus die voor mij de revolutionaire omwenteling in Rusland verklaren.

Zo waren er meer van die eye openers. Wat te denken van onderstaande twee schilderijen “Na de nederlaag” en “Na de overwinning” van Vasily Vereshchagin(1842-1904) uit 1868?

assen07

Is er sinds die tijd veel veranderd in de wereld? Bij de linker moest ik gelijk denken aan de foto’s uit de Abu Ghraip gevangenis in Irak die in 2004 de Westerse wereld schokten vanwege het gedrag van Amerikaanse soldaten. En bi j de rechter had ik direct de walgelijke beelden van onthoofdingen door IS voor ogen.

Ook hangt er werk dat voor mij eigenlijk best onder de noemer edelkitsch zou mogen worden geschaard als ’t niet die harde werkelijkheid van destijds zou weergeven.

assen08 assen09

Want als je ouders allebei dood zijn, wat wacht er je dan als wees nog voor leven? Bovenal heel veel ellende. Eigenlijk vreselijk sentimentele schilderijen. Maar toch ook weer voorbodes van die revolutie.

Er is natuurlijk veel meer dan dit. Zoals voorlopers van het sociaal realisme dat onder het Sovjet bewind zo’n opgang maakte. Of enkele heel interessante landschapsschilderijen. Ook werken over sprookjes en geschiedenis die aangeven dat de Russische cultuur echt een heel andere is dan die van de Westerse wereld.

assen10 assen11 assen12 assen13

En nog één werk van Repin. Want hij springt er voor mij, vergeleken met de rest van zijn baardige medebroeders, toch echt wel uit.

assen14

Een stel dat langs de zee loopt die net aan het bevriezen is. Bijna magisch realistisch. Een aanrader, die Peredvizhniki tentoonstelling. Tot volgende week.

TOOS

Alles van waarde is (niet) weerloos


bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk
bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk

’t Is een tijd van tradities, zo rond Oud en Nieuw. Mijn TOOS-doodle is er een van, zo bleek een aantal weken geleden al. Maar ik heb er nog een. Mijn Nieuwjaarswens in steendrukvorm. Een aantal jaren geleden ontstond die omdat mijn steendrukker Rudolf Broulim elk jaar een deel van een steen beschikbaar stelde voor elk van de kunstenaars met wie hij samenwerkte. Eén kleur mochten we dan gebruiken en we kregen 100 exemplaren. Dat was dus altijd weer een gepuzzel. Aan wie zouden levensgezel en ik ze dit jaar sturen?

de Nieuwjaarssteendruk
de Nieuwjaarssteendruk

Maar aan deze traditie dreigde dit jaar een eind te komen. Rudolf geniet van zijn pensioen en zijn  steendrukpers verleent nu goede diensten in het verre China. Ergens op een kunstacademie. Dus wat te doen? Stoppen met die leuke gewoonte van het sturen van een steendrukje aan familie, vrienden, fans en klanten? Nee dus! Ik ben natuurlijk niet zomaar bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar benoemd tot de Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016. Dat schept verplichtingen. De traditie moest worden gehandhaafd! Dus vond ik een briljanten omweg voor een volgende Nieuwjaarssteendruk van mijn hand. Zelfs in een oplage van 125. Maar ook dat blijft natuurlijk maar een beperkt aantal. Vandaar hierbij een afbeelding van de steendruk in deze blogaflevering. Met een bijgaande tekst gebaseerd op de prachtige uitspraak van kunstenaar en dichter Lucebert: “Alles van waarde is weerloos”.

het totaal
het totaal

Alles van waarde is weerloos, een intrigerende uitspraak van dichter en kunstenaar Lucebert. Maar zijn vrede en vrijheid weerloos? Zijn geluk, gezondheid en gastvrijheid weerloos? Niet als we met z’n allen ervoor waken dat deze zaken van waarde ook waardevol blijven. Wij wensen jullie dan ook voor 2016 een weerbaar jaar van vrede, vrijheid, geluk, gezondheid en gastvrijheid toe.

Een 2016 ook waarin ik mijzelf Nederlands Briljanten Kunstenaar van het Jaar mag noemen. En dat mag gevierd worden. Met de voortzetting van een mooie traditie, ook een zaak van waarde. De Nieuwjaarssteendruk. Maar mijn meestersteendrukkers zijn met pensioen gegaan. Toch hoef je dan niet weerloos te zijn. Hier is dus via een briljanten omweg die Nieuwjaarssteendruk voor 2016. Weer in een zeer beperkte oplage.

Toos van Holstein en

Harm Witteveen.

 Tot volgende week.

TOOS

Kleur ontketend, maar dat niet alleen


Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Lang, heel lang geleden ……. Zo beginnen sprookjes heel vaak. Dit verhaal is dan wel geen sprookje, maar het begint toch ook lang geleden. Op de Academie in Tilburg. Daar waar ik ooit studeerde. Ik kreeg er onder andere les van Hans Koch. Die gaf CIS, Cultuur Iconografische Symboliek. Tja, kom maar eens op zo’n naam! Maar het was een vak waarin hij op een geweldig boeiende manier de grote verscheidenheid aan culturele uitingen van de mens met elkaar verbond. Beeldende kunst natuurlijk, maar dan in samenhang met muziek, ballet, architectuur,wetenschap en historische achtergronden. Ik vond dat fascinerend. Te ontdekken dat er allerlei lijntjes lopen tussen gebeurtenissen die zich op het eerste gezicht min of meer los van elkaar lijken te ontwikkelen.

Waarom ik daar nu over begin? Door mijn recente bezoek aan de expositie “Kleur ontketend-Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Die moest ik van mijzelf namelijk zien. Want voor op het oog aantrekkelijke tentoonstellingen wil ik af en toe best de deur van mijn atelier voor een dag achter me in het slot laten vallen. Me even losweken uit dat ateliercoconnetje en loskomen van mijn schilderijen. Die moeten ten slotte ook tijd krijgen om te drogen voor ik er weer mee verder kan. En dan gewoon wat kilometers maken om andere werelden te betreden. Dat werkt bij mij vaak verruimend voor de geest. Een soort geestverruimend en atelier-uittredend middel dus. Zonder verslavende bijwerkingen. Alhoewel?

Jan Toorop, Arbeis (Houthakker), 1905
Jan Toorop, Arbeid (Houthakker), 1905

Maar goed, die kleurexplosie in de beeldende kunst rond 1900 in De Lage Landen. Waarom zou gras niet rood mogen zijn? Of bomen paars? Een gezicht blauw? Prima toch! Of de lucht geel? Moet kunnen! Absoluut een boeiende tentoonstelling. Want natuurlijk is het interessant te zien hoe vanuit Parijs, het episch kunstcentrum van de wereld destijds, een revolutionaire ontwikkeling zich als een aardschok verplaatst door Europa. Naar Brussel bijvoorbeeld waar de kunstenaarsgroep Les XX zich erdoor laat inspireren. Een groepering waarvan de Nederlandse kunstenaar Jan Toorop deel uitmaakte. Die zorgde er weer voor dat de schokgolf zich verder voortplantte naar Nederland.

Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905
Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905

Maar voor mij ontbrak er iets essentieels bij de uitleg in het Gemeentemuseum. Want waarom ontstond er juist in die tijd zo’n kunstbeweging? Wat was daar weer de achtergrond van? Hadden de expositiesamenstellers zich daarin voor de bezoekers niet wat meer kunnen verdiepen? Of misten ze daarvoor, en dat is misschien wel te negatief gedacht, de benodigde bagage? Logisch dat ik dan automatisch moet denken aan mijn oude docent Hans Koch. Die zou dat ongetwijfeld uitgebreid hebben gedaan.

Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907
Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907

Die zou waarschijnlijk gewezen hebben op sensationele ontwikkelingen in de fotografie. Met in 1888 de eerste Kodak camera met filmrolletje voor het grote publiek onder de kreet “You press the button, we do the rest”. Met de kleurenfotografie die in de kinderschoenen begon te staan. Welke invloed moet dat hebben gehad op schilders die zagen dat fotografie een ernstige concurrent voor hen werd?

Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908
Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908

Die zou gewezen hebben op  ontwikkelingen in de architectuur. Met de gigantische Eiffeltoren die in 1889 het icoon werd van de grote wereldtentoonstelling in Parijs. Daar waar alles passeerde dat op dat moment belangrijk was in de wereld. En wat te denken van de industriële voortgang bij de diesel en benzinemotor. Met als gevolg de allereerste auto’s die in het straatbeeld beginnen verschijnen. Of de grote ommekeer in de natuurkunde met alles op zijn kop zettende ideeën van eerst Max Planck in 1900 en iets later Einstein in 1905? Zou het revolutionaire muziek en balletspektakel “Le sacre du printemps”  van Strawinsky uit 1913 hebben kunnen ontstaan als er rond de eeuwwisseling niet allerlei van die eerst onvoorstelbare maatschappelijke omwentelingen hadden plaatsgevonden?

Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Kees van Dongen, Molly
Kees van Dongen, Molly

Over die invloeden had ik in de uitleg bij de expositie toch graag iets teruggevonden. Want natuurlijk is er bij al die processen sprake geweest van wederzijdse kruisbestuivingen. Maar hoe dan ook, ’t was genieten. Van wegbereider Van Gogh natuurlijk. Van een zich ontwikkelende Mondriaan. Van hem hebben ze in het Gemeentemuseum ten slotte de grootste verzameling ter wereld. Dus als ze die uit kast kunnen trekken, zullen ze dat niet nalaten. Of van Jan Toorop en Jan Sluijters waarvan echt mooie werken werden getoond. Persoonlijk vind ik dat die teveel 2de hands werk hebben gemaakt. Maar dit was top. En niet te vergeten de representanten van België, dat andere Lage Land. Bijvoorbeeld James Ensor met zijn wonderbare wereld. Of de jong gestorven Rik Wouters, echt een ontdekking die in onze Noordelijke Lage Landje te weinig bekend is. Ook een pure colorist.

James Ensor, De intrige, 1890
James Ensor, De intrige, 1890
beeld en schilderijen van Rik Wouters
beeld en schilderijen van Rik Wouters

Wat was ’t daarom ook mooi dat op de terugweg naar Middelburg de autoradio “Het land van Maas en Waal” van Boudewijn de Groot in petto had. Met die intrigerende beginzin “onder de groene hemel, in de blauwe zon”. Noem dat maar eens toeval!  Tot volgende week.

TOOS