Tagarchief: Kunstenaar van het Jaar

Overpeinzingen aan de Côte d’Azur bij transparantie, duurzaamheid en de verkiezing Kunstenaar van het Jaar


Op een terras, bijna half oktober, en dan met je ogen dicht en je gezicht gekeerd naar een heerlijk warme zon aan een stralend blauwe hemel. Wel in Antibes dus, niet in Nederland! En op zo’n zonnig terras kom ik met gesloten ogen al snel tot zowel zinnige als onzinnige associaties. Met bijbehorende mijmeringen. Waarvan sommige gelijk verschieten en andere blijven hangen. Zoals bijvoorbeeld die over de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020 in combinatie met de begrippen duurzaamheid en transparantie. Juist van die modewoorden waardoor ik vaak spontaan jeuk krijg. Omdat ze tegenwoordig meer te onpas dan te pas overal zomaar opgeplakt schijnen te kunnen worden.

Maar eerst even terug naar Antibes. Of eigenlijk Nice. Want ik was best moe na alle maanden van inspannend schilderen en nerveuze hectiek rond de tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ en mijn nieuwe boek.  Zowel mijn moeie lichaam als m’n flink toeren gedraaid hebbende brein zeiden dat ’t even mooi was geweest. Rust, Toos, rust is goed voor je, signaleerden beide.

op de Cour Saleya in Nice voor het pand waar de grote kunstenaar Matisse een aantal jaren woonde

Nou, effe bijkomen, effe helemaal lekker niks, kan heel goed in m’n stekkie in Nice. Daar kan ik helemaal los komen van Nederland. Behalve natuurlijk van mijn wekelijkse blog. Na vliegschaamte en veel te krappe Transavia-stoelen genegeerd te hebben, zit ik hier dus nu op relaxte manier mijn accu’s weer helemaal op te laden. Daar is geen elektrische laadpaal voor nodig. Gewoon regelmatig zo’n terras, ogen dicht, gezicht in de zon en die opkomende mijmeringen. Dat volstaat. ‘For me art is travelling the mind’ in optima forma.

 Zo kwam dus in me op dat ik sinds juli niets meer had gemeld over die verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar 2020. En dat mag best wel weer een keertje. De stand begin juli: ik zat opnieuw bij de door het kunstpanel van de Stichting Kunstweek genomineerde 90 kunstenaars. Stand half september: door de publieksstemmen was ik doorgedrongen tot de overblijvende groep van 20. Dat voelt altijd weer blij, die waardering door het publiek. Ook bij deze zoveelste keer sinds de start van de verkiezing in 2003. Als ik naga wie er na al die jaren nog steeds bij is, blijft er maar een klein, select kunstenaarsgezelschap over. Zeg nou zelf, is dat duurzaam van mij of niet? Om dat op het terras in Antibes in me opkomende jeukwoord dan nu maar te gebruiken. Maar hoe koppel ik dit aan dat andere modewoord transparantie?

 Dat zit zo. Wat me al een aantal jaren toch wel verbaast, is dat de organiserende Stichting Kunstweek wel altijd keurig de verkozenen doorgeeft, maar nooit het aantal verkregen stemmen per kunstenaar vermeld. De 70 van de 90 die na de publieksronde afvallen, hebben totaal geen weet over het waarom. Net zo min trouwens als de 20 overgeblevenen. Zo moeilijk kan ’t toch niet zijn die aantallen te publiceren. En hoort transparantie niet gewoon bij stemmen?

Maar ’t wordt nog een tikkie ingewikkelder! Het honderd kunstkenners tellende panel voegt via een bepaalde procedure nog vijf zogenaamde wild cards toe aan de 20 overgeblevenen en kan daarna per panellid uit die 25 kunstenaars maximaal 8 persoonlijke voorkeuren aangeven. Dan komen er 8 kunstenaars uit de hoge hoed die de laatste publieksronde ingaan. In november wordt de winnaar daarvan bekend gemaakt. Ben je er nog?

Claudy Jongstra, de Kunstenaar van het Jaar 2019

Maar stemmenaantallen? Ja, waarschijnlijk de vermelding dat er vanaf juli weer ruim 40.000 stemmen zijn uitgebracht. Maar verder? Waarom niet ook meer transparantie over stemmenaantallen in die laatste fasen? Waarom, Stichting Kunstweek, niet meer met de tijd meegaan en transparant worden over dat stemmen? Op TV doen ze niet anders bij de Beste Dit en de Beste Dat waarbij jury en publiek samen het eindresultaat bepalen. Kom op, doen!

Oh ja, de stand van zaken begin oktober? Heel duurzaam bij mij, opnieuw plaats 23, net als vorig jaar. En dat stemt me zeer tevreden. En wie de winnaar gaat worden? Ik heb een idee, maar dat hou ik lekker nog voor me. Kijk zelf maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde4/. Tot volgende week.

TOOS

Een leuke KunstKlus: The 70-Series and More


Ook een balkon kan atelier zijn als je aan een tafeltje, papier, kleine doekjes , verf en penselen genoeg hebt. En als het weer meezit. Want een zonnetje met de bijbehorende juiste temperatuur kan dan natuurlijk helemaal geen kwaad. In Gubbio was dat allemaal het geval. Had ik ogen in mijn rug gehad, dan was zelfs nog de achtergrond inspirerend geweest.

Ik was in dat Gubbio dan wel een aantal weken bezig met keramiek beschilderen en het Italië-gevoel uit te buiten (lees voorgaande afleveringen), maar er moest ook nog een en ander meer gebeuren.

Zondag 6 oktober namelijk, en die dag komt eigenlijk al sneller in zicht dan ik had ingeschat, opent om 13.30 uur bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen een grote tentoonstelling van mij. Niet zomaar suggereert dat XL in de naam iets, ’t is ook gewoon zo. Je kunt er niet alleen kunst kijken in diverse ruimtes, je kunt er bovendien overheerlijk Thais eten. Dat laatste weet ik vanuit ruime ervaring.

het complex van Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Ik heb met Peter, met wie ik al jaren samenwerk, afgesproken dat mijn tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ bij hem in wereldpremière gaat. Ook die titel suggereert weer iets, maar sta me toe dat ik daar nu niet verder op inga. Maar hetgeen waar ik nu dus niet verder op inga, was wel aanleiding voor een idee. Minimaal  70 nieuwe werken maken.  Kleinere werken, dat wel. Volgens plan 35 olieverfschilderijtjes van 20 bij 20 cm met nog een mooie lijst er omheen en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Een materiaal waarop je in combinatie kunt drukken en schilderen.

Zoiets vergt natuurlijk vooruit denken en je tijd goed gebruiken. Want 70 van zulke werken flats ik toch echt niet  op een achternamiddag even bij elkaar. Niet echt mijn stijl. Vandaar dus dat Gubbiaanse buitenatelier. Maar vandaar ook onderstaande foto.

Die is in de lente gemaakt in Nice. Geen balkon dus, maar een echt atelier in mijn appartement van dat heerlijke Niçoise Palais de Venise. Een zalige plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken als ik even een ontkoppeling nodig heb van alle drukte in Nederland.

de achterkant van het Palais de Venise

Daar werd dus ook al aan die 70-Series gewerkt. Net zoals aan ‘More’ trouwens. Dat staat niet voor niets zo suggestief in de expositietitel. Naast die 70 kleinere werken komt er een hele serie nieuwe, grotere schilderijen. Hier al vast een enkel voorproefje.

Zo’n nieuwe reeks ben ik eigenlijk ook wel moreel verplicht aan alle kunstfans die opnieuw  hun stem op mij hebben uitgebracht bij de nog lopende verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020. Daar kun je nog stemmen tot 15 september. Kijk maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/ .

Van én ‘The 70-Series and More’ én die verkiezing houd ik jullie de komende tijd allicht op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

De verkiezing voor de Kunstenaar van het Jaar 2020 is losgebarsten!


Die foto hierboven met een brede glimlach heeft een heel duidelijke, vrolijke verklaring. Want was ik van plan hier deze week nog wat meer over Venetië en de Biënnale te schrijven, haalt de heel prettige actualiteit me in. In mijn achterhoofd wist ik ’t eigenlijk wel, maar in die architectonische wonderstad was ’t echt tot in een zeer verre uithoek van mijn grijze cellen weggedrukt. Wat? De verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Die start namelijk altijd op 1 juli. Met als uiteindelijk resultaat de bekendmaking van de winnaar begin november. Zij of hij mag zich dan de Kunstenaar van het Jaar 2020 noemen.

 Ik heb er voorgaande jaren al wel vaker over geschreven. Omdat het door de jaren heen geleidelijk aan veranderend kunstpanel mij elke keer opnieuw weer gunstig is gezind met een nominatie. Zo ook nu. Toch mooi van die zo’n 100 museumdirecteuren, conservatoren, docenten kunstgeschiedenis, kunsthistorici,kunstrecensenten en verzamelaars.

Dus zit ik opnieuw in de groep van 90 genomineerde kunstenaars. Met daaronder natuurlijk niet de minsten. Even een greepje. Marlene Dumas, tegenwoordig miljoenen waard. Jeroen Krabbé, jazekers, die heeft de kunstacademie gedaan. Erwin Olaf, de beroemde fotograaf die net een expositie in het Haags Gemeentemuseum afsloot en een nieuwe opende in het Rijksmuseum. Daan Roosegaarde, de regelmatig omstreden kunstenaardesigner die nu een tentoonstelling heeft in het Groninger Museum. herman de vries, ja, zo wil hij zelf zijn naam geschreven hebben, die wat jaartjes geleden het Nederlands paviljoen bij de Biënnale in Venetië tot zijn beschikking had. En daar mag ik, alfabetisch, zomaar weer tussen staan.

Logisch toch dat ik Venetië even voor een weekje opschuif en iedereen graag wil wijzen op die verkiezing: https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/? Of je op mij zou willen stemmen ga ik natuurlijk niet vragen. Maar dat ik ’t op prijs stel, ligt vanzelfsprekend wel een ietsiepietsie voor de hand. ’t Zou sowieso al heel leuk zijn als ik in deze ronde kan doordringen tot bij de laatste 25 kunstenaars die dan weer door de mallemolen van het kunstpanel gaan. De komende paar maanden is in ieder geval de keus aan het kunstliefhebbende publiek.

En voor die nieuwe Venetiaanse avonturen?

En deze Venetiaanse foto? Volgende week de oplossing.

Tot volgende week.

TOOS

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie wordt de komende KvhJ van ’t land?


 Eind juni zit ik toch altijd wel een beetje in spanning. Al een aantal jaren elke keer weer. Want dan komt er, net als bij de pausverkiezing in het Vaticaan, witte rook uit de schoorsteen van de Stichting Kunstweek. De stichting die ooit in 2002 begon met de organisatie van de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar. En bij die witte rook daalt de lijst neer met de namen van de 90 genomineerden voor die titel. Die negentig krijgen altijd al een dag eerder bericht van hun uitverkiezing. Vandaar dus de hierboven aangehaalde spanning. Krijg ik opnieuw dat mailtje? Want ik blijf het een grote eer vinden mijn naam op de verkiezingslijst terug te vinden, ook al heb ik er al heel wat keertjes op gestaan. En ja hoor, ook in deze 16e editie zat ik er weer bij!

de stemlijst

Het selecterend panel van zo’n 100 museumdirecteuren, conservatoren, kunsthistorici, kunstcritici, verzamelaars en kunstdocenten mag dan door de jaren heen veranderen, ik heb er als kunstenaar dus nog steeds genoeg draagvlak. En dat maakt blij. Want ga maar na. Dit jaar worden er zes nieuwe namen voorgedragen vergeleken met 2017. Maar als je kijkt naar de lijst van tien jaar geleden is de helft van de namen van toen vervangen door andere. In mijn ogen best veel.

Er kan nu volop gekozen worden door het publiek. Uit namen van bekende kunstenaars als Jan Cremer (wie kent zijn naam niet!), Marlene Dumas (wereldberoemd), Henk Helmantel (van de hele dure stillevens), Jeroen Krabbé (ook van film en tv), Ans Markus (kijk maar in DE bladen), Erwin Olaf (van de glamorous foto’s van de koninklijke familie dit jaar), Daan Roosegaarde (van de Afsluitdijk en nog heel veel meer)) en Henk Visch (met afgelopen jaar nog een groot beeld in Middelburg tijdens de 5-jaarlijkse Façade). Daar sta ik toch maar mooi tussen! Best een toost waard, vind je niet?.

Maar nu moet er dus gestemd worden. Via www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2019/ronde2/ .

Als ik daardoor bij de overblijvende 20 kunstenaars terecht kom, zou ik dat helemaal niet erg vinden. Want dat is de bedoeling van deze verkiezingsronde. Twintig van de negentig gaan door naar de derde ronde. Het panel is dan weer aan de beurt voor de keuze van de overblijvende laatste acht. Maar zover is ’t voorlopig nog niet. Want er kan in deze tweede ronde gestemd worden tot 15 september. Ik ben benieuwd. Tot volgende week.

TOOS

Toos in ’t Rijksmuseum? Zou best wel eens kunnen!


Of ik het leuk zou vinden als er kunst van mij in het Rijksmuseum in Amsterdam te vinden zou zijn? Allicht! Maar Toos, dat Rijks is toch alleen voor ouwe en heel ouwe knarren die ook al heel lang dood zijn? En dat ben jij toch nog niet? Ja en ja. Maar ons Nederlandse kunstwalhalla is al een poosje bezig met een inhaalslag. Hedendaagse kunst mag een grotere rol gaan spelen. Om dus op de titel hierboven terug te komen en daarbij de titel van een oude James Bond film aan te halen, Never Say Never Again.

Of ik me met bovenstaande op drijfzand begeef? Nee hoor, zeker niet! Er zit zelfs een interessant verhaal achter. Een verhaal dat begint bij een bericht van ene Elisabeth dat een poosje geleden plompverloren in mijn digitale IN-bak viel en een daarop volgend bezoek van diezelfde Elisabeth aan mijn atelier.

samen met Elisabeth in mijn atelier

Maar eigenlijk begint dat verhaal nog heel veel jaren eerder. Bij de toen 11-jarige Elisabeth in haar woonplaats Bergen. Dat bekende dorp in Noord-Holland, vlak achter de ter plekke zeer hoge duinen. Een dorp met een groot kunstverleden. Bijvoorbeeld omdat Adriaan Roland Holst (1888-1976), destijds de Prins der Dichters, er woonde. Omringd natuurlijk door een grote schare bewonderaars en mededichters en schrijvers. En ook omdat een uitgebreide kunstenaarskolonie daar de stoot gaf tot het ontstaan van de Bergense School. Een artistieke stroming die een belangrijk hoofdstuk vormt in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Roland Holst, geschilderd door Wiegman, 1934

Je kunt dus stellen dat de jonge Elisabeth opgroeide in een van cultuur doordesemde omgeving. Adriaan Roland Holst, Jani voor haar met zijn intimi-naam, kwam vaak bij haar ouders over de vloer. Matthieu Wiegman, één van de belangrijkste figuren binnen de Bergense School, woonde bij hun op het erf en had daar ook zijn atelier. Eigenlijk logisch dus dat beide kunstenaars iets maakten voor het poëzie-album dat Elisabeth kreeg op haar 11de verjaardag.  En daarmee de basis legden voor een kunstqueeste van Elizabeth. Eerst in Bergen en later door heel Nederland. Een queeste die nog steeds voortduurt.

Nu, zo’n 55 jaar later, is dat eerste poëzie-album uitgegroeid tot een serie unieke kunstboeken. Met als opzet een werk van een bekend kunstenaar op de ene pagina en op de andere een begeleidende tekst van óf die kunstenaar óf een dichter/schrijver. Wel alles origineel natuurlijk, geheel en al speciaal voor dat album. Wat namen naast die twee eersten? Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Adriaan van Dis en Ivo de Wijs als dichters/schrijvers. Niet de minsten dus. Dat een aantal van hen al overleden is? Dat geeft aan hoe lang Elisabeth al met haar project bezig is.

Bij de beeldende kunstenaars is ’t van hetzelfde laken en pak.  Ans Wortel, inwoonster van Bergen met ooit een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam en met door het Rijksmuseum aangekocht werk. Nu onterecht wat weggezakt in de aandacht. Jan Wolkers , als schrijver in feite nog beroemder dan als kunstenaar. Herman Gordijn, met net een prachtige expositie in het nieuwe museum MORE in Gorssel. Of Anton Heijboer van wie nu een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum gaande is. Wie kent ‘m niet vanwege vooral zijn levensstijl? En wie kent niet de zelfs wereldberoemde schrijver en illustrator Dick Bruna met zijn Nijntje? Een maand voor zijn dood maakte hij nog met veel plezier een bijdrage voor Elisabeth.

bezig met mijn tekst in het album
tekst af en al vast een oefentekeningetje

Maar veel namen in de albums behoren gelukkig bij nog springlevende kunstenaars. Kees Verkade, Matthijs Röling en Armando. Sam Drukker en Jeroen Hermkens, beiden verkozen tot Kunstenaar van het Jaar. Of theaterman Herman van Veen. Schildert die dan? Jazeker. Er hangen werken van hem in galerie Onze Lieve Vrouwe in Maastricht waar ook schilderijen van mij zijn te vinden.

Nu mag ik dus ook mijn naam toevoegen aan dat illustere rijtje. Want dat was natuurlijk het verzoek van Elisabeth in dat in het begin genoemde mailtje. Of ik ook een bijdrage wilde leveren? En dat deed ik dus. Twee zelfs, zodat ze nog een keus had ook. Iets dat ik ook vaak doe bij opdrachten. Dan maak ik twee schilderijen opdat de opdrachtgever/geefster een keus heeft.

de aquarel van de twee die ’t niet geworden is
mijn uiteindelijke bijdrage in het album

Blijft over dat Rijksmuseum. Want het is Elisabeth’s bedoeling haar uiteindelijk tot zeven albums uitgegroeide verzameling aan het Rijks te schenken. Als ze dat willen hebben natuurlijk. En ze zouden natuurlijk wel gek zijn dat te weigeren. Want is Elisabeth in de loop der jaren niet al drie keer op verzoek van de redactie van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ in dat kunstprogramma opgetreden? Met die albums! Trouwens, wat ze in haar hoofd heeft zitten, dat zit niet enz…. Daarvoor ken ik haar nu wel goed genoeg. Zeker na onlangs nog een heerlijke Surinaamse maaltijd bij haar thuis in Noord-Holland. Tot volgende week.

TOOS

Juli geen hooimaand meer maar KvhJ maand


Nee, ik liep echt niet ‘eureka’ roepend de straat op zoals volgens de overlevering ooit Archimedes deed toen hij in bad zittend de natuurkundige wet van de opwaartse kracht ontdekte. En ik liep ook niet dansend door mijn atelier zodat voorbijgangers door de grote glazen deuren aan de voorkant vol verbazing hadden kunnen staan blijven kijken (tjé, zomaar vijf werkwoorden achter elkaar, de Nederlandse taal kan best ingewikkeld zijn) naar een of andere maffe kunstenaar. Maar ik was er best wel weer blij mee. Met weer opnieuw de nominatie voor de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar 2018. Kijk maar bij http://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2018/ronde2/

Want ’t was inderdaad weer zover. Bij de start van de, volgens een oude benaming, hooimaand juli tovert de Stichting Kunstweek al heel wat jaartjes negentig namen van kunstenaars uit een hoge hoed. Een hoge hoed gevuld met de namen die daar in zijn gedeponeerd door zo’n honderd leden van een breed opgezet kunstpanel. Maximaal 20 namen per lid. En dan gaan ze tellen bij die Stichting Kunstweek. Hoe vaak wordt een kunstenaar genoemd? De 90 meest genoemden komen uiteindelijk op de nominatielijst.

om te worden genomineerd moet er natuurlijk ook wel worden gewerkt

Die genomineerden krijgen altijd een dag voor de officiële publicatie op 1 juli al een mail over hun uitverkiezing. Een routine die ik, en dat is beslist niet blasé bedoeld, zo langzamerhand wel ken. Want een dergelijke mail mocht ik telkens weer tot mijn vreugde al heel wat keertjes ontvangen. Ook nu. Ondanks een vijftiental  nieuwe namen dat opdook, bleek Toos van Holstein nog steeds alfabetisch onder de H te staan . Maar geen schreeuwend eureka dus en geen woeste danspartij. Wel dat heel prettige gevoel van ‘Ik zit er toch maar mooi weer bij!’. Want zo’n erkenning blijft hoe dan ook altijd weer zeer aangenaam voor mijn kunstenaarsego. Kunstenaarsego? Ja, natuurlijk! En kom je een kunstenaar tegen die ontkent dat ie dat niet heeft? Nooit geloven!

Nu begint dus het verkiezingscircus. Nederlands kunstminnend publiek is aan zet. Kunstliefhebbers kunnen nu tot 15 september via het internet zorgen voor 20 overblijvers. Die twintig gaan dan met nog wat wild cards, zoals dat tegenwoordig heet, opnieuw de hoge hoed voor het kunstpanel in. Hun laatste kunstje is dan het omhoog toveren van de laatste acht namen waarover het publiek weer een uitspraak mag doen. Gelukkig niet zoals destijds bij de gladiatoren in de Romeinse arena’s met de duim van de toeschouwers omhoog of omlaag. Dat gaat opnieuw heel geciviliseerd via het internet. Maar voor dat zover is, zijn we al een paar maanden verder.

Nu gaat ’t dus om die laatste 20. De hele lijst van 90 staat dus op http://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2018/ronde2/. En weet je, ik zou ’t helemaal niet erg vinden opnieuw bij die 20 te zitten. Dat kunstenaarsego nietwaar! Tot volgende week.

TOOS

Van Briljant naar Blijmoedig


foto-nieuwjaarswens

Van Briljant in 2016 naar Blijmoedig in 2017. Dat karakteriseert voor mij deze jaarwisseling. In 2016 was ik ten slotte Nederlands Briljanten Kunstenaar. Daar heb ik met feestelijke exposities volop van genoten. Genoeg reden dus om tevreden 2016 te verlaten en via de poort die ons scheidt van 2017 blijmoedig dat nieuwe jaar tegemoet te treden. Want dat vind ik zo mooi aan de poort als symbool. Wat zit erachter, welke vergezichten openen zich, welke verrassingen wachten daar?

Wat er van 2017 ook komt, ik vind dat we in één van de beste landen van de wereld leven. Ondanks de natuurlijk altijd voorkomende menselijke en maatschappelijke tekortkomingen. Maar met een positieve instelling van ons allen en met alle beschikbare aanwezige talenten is het oplossen daarvan beslist mogelijk.

Met mijn kunst hoop ik in de toekomst dat positieve en blijmoedige gevoel te kunnen blijven overbrengen. Ik wens een ieder hierbij een goed, kunstzinnig en vooral Blijmoedig 2017 toe.

Toos van Holstein.