Tagarchief: kunstgeschiedenis

Een ESPERIENZA SUPERBA in Gubbio


Tegenwoordig is een gebeurtenis al heel snel een ‘experience’, een ‘once in a liftetime’, een ‘super event’. Want én in het Engels én met ‘super’ ervoor ben je natuurlijk helemaal up to date in je spraakgebruik. Nou, een paar dagen geleden, op 15 mei, heb ik een echte ’ESPERIENZA SUPERBA’ meegemaakt. Het Festa dei Ceri, in het Italiaanse Gubbio. Vorige week gaf ik al even een voorzetje, maar ’t echt meemaken? Daar kan beslist niets tegenop.

Toen ik in juli/augustus 2019 door de kunst in het unieke Gubbio verzeild raakte, werd ’t me er door iedereen daar al heel snel op mijn hart gedrukt: ‘Toos, die Ceri moet je assoluto mee gaan maken’. En omdat ik toen het levendige, middeleeuwse Gubbio al in datzelfde hart had gesloten, was mijn voornemen snel gemaakt.

Maar ja, er kwam iets met corona tussen! Mensenmassa’s werden verboden dus het Festa dei Ceri ook. Dat heeft hier in 2020 en 21 ontzettend veel pijn gedaan, dat merk ik aan alles. Dus hoe groot was de opluchting dat het dit jaar weer werd toegestaan door ‘Rome’. Ze mogen, met enige beperkingen, weer bijna helemaal los! Want dat Festa ligt niet alleen al eeuwenlang volledig verankerd in de geschiedenis en cultuur van Gubbio  maar ook in het DNA van de Eugubino, de bewoners. Het word  je van baby af aan met volle paplepels, wapperende vanen, kleurige kledij, denderend tromgeroffel en spetterende voorfeesten al spelenderwijs ingeprent.

overal vanen in de stad met de bijbehorende kleuren van de heiligen
ook in de kledij van de kinderen
en af en toe een trommelfeestje
de drie heiligen waarom alles draait bij het Festa dei Ceri: in het midden Sant’Ubaldo (geel), links San Giorgio (basiskleur blauw) en rechts Sant’Antonio (zwart) met een vlam in zijn hand

Die drie beelden van stadsbeschermheilige Sant’Ubaldo, van drakendoder San Giorgio en van asceet Sant’Antonio moeten en zullen op hun ceri, hun pilaren, eens per jaar al hollend door de oude stad en tegen de berg op naar de Basilica di Sant’Ubaldo gebracht worden. Om dan ’s avonds laat in processie de berg weer af te dalen.

helemaal boven op de berg de Basilica di Sant’Ubaldo
de drie ceri die daar het grootste deel van het jaar staan

De drie ceri blijven dan wel achter in de basiliek. Die mogen pas het jaar daarop, op 1 mei, in een andere processie weer naar beneden.

in de processie naar beneden

Best logisch, toch? Of is dat een volstrekt verkeerde vraag? Ja, natuurlijk! Want zulke eeuwenoude tradities zijn ooit een keer met een idee begonnen, om daarna verder uitgebouwd te worden. Maar de eventuele logica erachter, zo die er al was, is natuurlijk lang geleden al in een dikke historische mist verdwenen. Nu is ’t gewoon zoals ’t is. En terecht. Waar zou onze cultuur zijn zonder mooie tradities? Vormen die er geen onverbrekelijk geheel mee?

Zo ook dus de happening op het Piazza Grande waar de ceri op 1 mei aankomen om daar ceremonieel het Palazzo dei Consoli te worden binnengedragen. Hoewel, ceremonieel? Bekijk het gigantische gekrioel en geduw maar eens waar levensgezel zich met levensgevaar in stortte.

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/300150018980854/

Maar deze ceremonie is slechts een voorproefje voor die 15e mei. Dan pas gaan de Eugubino, na zich vooraf al een paar dagen ingefeest te hebben, echt hélemaal uit hun dak. Met een programma dat ’s morgens om half zes begint en ’s avonds onbepaald laat pas eindigt. Met daarbij de ceraioli in de hoofdrol. De drie groepen van stevige mannen (hoezo emancipatie, traditie is traditie!) die dat jaar uitverkoren zijn om de ceri te dragen. Een grote eer maar ook een volstrekte uitputtingsslag. Wat ze er overigens niet van weerhoudt om, samen met de andere Eugubini, Gubbio tot in de vroege uurtjes nog lang onrustig maar ook veilig te laten blijven. Ondanks alle gewring in de drukte heb ik geen wanklank meegemaakt. Echt een ongelooflijk mooi volksfeest! Hier wat foto’s.

ongelooflijke drukte in de straten

en op de Piazza Grande met allemaal belangrijke deelnemers op het bordes van het Palazzo dei Consoli
Piazza Grande
jong geleerd, oud gedaan

En een paar video’s. Eerst een korte eigen film die ook op Facebook staat en dan een paar prachtige professionele. Die moet je echt zien!!!

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/389241303216003

Mijn keramist Giampietro brak ooit een keer een knieschijf toen hij als ceraiolo viel. Einde ceraioli-carrière! En mijn pottendraaier Daniele (lees vorige week) heeft er na een aantal jaren een punt achter gezet. Hij voelde dat zijn lijf het niet meer aan kan. Reken maar dat hij daarvan baalt.

de ceri tijdens een rustpauze op weg naar de berg
met de bijbehorende ceraioli, de dragers

En reken er ook maar op dat ik nog wel eens ga terugkomen op dit Festa dei Ceri.

Oh ja, en op 16 mei wordt dan nog de sterfdag van Sant’Ubaldo herdacht. Kun je ’s morgens bij de mis in de Basilica boven op de berg devoot en in alle rust bijkomen.

het lichaam van Sant’Ubaldo in zijn eigen basiliek

Tot volgende week.

TOOS

Krijg de pest óftewel aan welke Heilige gaan we Corona koppelen?


het MAMAC in Nice

Als ik weer eens in Nice verblijf, in mijn nu dus Werelderfgoed-atelier (lees hier maar), is een bezoek aan het moderne-kunst-museum MAMAC gewoonweg verplichte kost. Nu dus ook, wel vlak nadat voor toegang tot Franse musea de passe sanitaire verplicht was gesteld. Zodoende hadden levensgezel en ik bij voorbaat onze internationale QR-code te voorschijn getikt op de CoronaCheck-app. Maar ’t leek ons wel een interessant experiment om te testen of het medisch paspoort ook als voldoende zou worden aangemerkt. In de voorgaande weken was er namelijk voor zowel code als paspoort nergens ook maar enige belangstelling geweest.

Wij dus zwaaien met dat door verre reizen behoorlijk volgestempelde  Gele Boekje. Zoals al die miljoenen Chinezen dat in de jaren zestig deden met het Rode Boekje van Mao om hun Grote Leider onvoorwaardelijke trouw te tonen. Jammer, niet genoeg. Dat Gele Boekje leek een volstrekt nieuw belevenis voor de deurbewaker. Dus maar even die stempels getoond met daarin vetgedrukt PfizerB. Frons, frons op z’n voorhoofd, uitleg van onze kant  en diep nadenken bij hem met positief resultaat. We werden doorgezwaaid. De QR-code kon dus verborgen blijven maar het gezichtsmasker moest wel tevoorschijn worden getoverd.

Museum Het Valkhof in Nijmegen

Daardoor  kwam me ineens mijn laatste museumbezoek in Nederland weer voor de geest. Aan ‘De Pest’ in Museum Het Valkhof in Nijmegen, vlak voor vertrek naar Nice. Vanzelfsprekend een moetje in deze coronatijden. Eigenlijk zou ’t heel toepasselijk zijn geweest om de bezoekers in plaats van dat muilkapje een snavelmasker op te laten zetten. Zoals in vroeger tijden wel werd gedaan door dokters en verplegers als de beruchte Zwarte Dood weer eens rondwaarde.

Dat zou nog wat humoristische sjeu hebben gegeven aan een verder behoorlijk tegenvallende expositie. Die overigens al gepland stond voordat Covid-19 aan z’n wereldreis begon. De pest, die eeuwenlang alsmaar weer opnieuw epidemisch uitbrak, had als onderwerp veel en veel beter kunnen worden uitgediept dan nu gebeurde op die oude kasteelberg van Karel de Grote (748-814). Bij de toegangszaal begon ’t trouwens best aardig. Met onderstaande maatregelen tegen de builenpest toen er in 1664 in Nijmegen weer eens een epidemie was uitgebroken.

Best bekend, toch? Maar daarna? Toen werd ’t de ene Heilige Sebastiaan (gestorven in 288) na de andere. Want hij was blijkbaar een bekend beschermheilige tegen de pest vanwege de vele heidense pijlwonden die hij als standvastig christen had overleefd.

enkele van de te vele afbeeldingen van Sint Sebastiaan in de expositie
Josse van der Baren (1550-1614), De marteling van Sint-Sebastiaan (1597)

Laat ik nu, vanuit de kunstgeschiedenis, altijd gedacht hebben dat de Heilige Rochus (1295-1327) de bekendste was van alle aan de pest gekoppelde beschermheiligen en dat Sebastiaan ergens achteraan in die rij stond. Rochus, de Fransman die in de 14e eeuw pestlijders bezocht, ze soms genas met een kruisteken, zelf de pest kreeg maar door een engel werd genezen en die op oude schilderijen altijd wordt afgebeeld met een pestbuil op een bovenbeen. Maar gelukkig, daar was aan het eind van al die Sebastianen toch ineens nog een Rochus. Zij ’t toch in gezelschap van die man met de pijlen.

Ernst van Schayck III (1567-1631), Sint-Sebastiaan en Sint-Rochus (1600)

‘Gaat ’t dan nu echt beginnen’ dacht ik nog. Komt nu bijvoorbeeld de ‘Decamerone’, die beroemde raamvertelling van middeleeuwer Boccacio (1313-1375)? Geïnspireerd door de grote pestepidemie in Florence in 1348 en eeuwenlang inspiratiebron voor vele kunstenaars. Maar nee hoor, niks geen Decamerone. En ook geen Isaac Newton (1643-1727), de grote natuurkundige, die door een pestepidemie te ontvluchten de wiskunde op een hoger plan tilde en zijn zwaartekrachttheorie ontwikkelde. Niente, nada!

En waar bleven de gevolgen van hoe de Zwarte Dood rond 1350 over Europa raasde en mogelijk bijna de helft van de bevolking doodde. Door alle rangen en standen heen. Heel Europa op z’n gat en niks geen NOW-ondersteuning. De sociale orde totaal ontwricht.  Hongersnoden, mee omdat ook veel boeren stierven. Complottheorieën waarin de joden de schuld kregen van het verspreiden van de pest. Ja, wie anders? Vele duizenden, zoniet tienduizenden werden er vermoord. Vrijwel niets van dat alles kwam ter sprake. Trouwens, complottheorieën? Ja hoor, ook destijds al. Alleen wisten ze toen nog niks van microchips in zombievaccins.

Niet dat er verder niks interessants was te vinden. Maar ’t had echt zoveel beter gekund.

een van de expositiezalen
De Pest in de Leuvense Sint-Jacobsparochie in 1578, een schilderij met veel details over de gevolgen van de pest
een van de vaak slecht uitgelichte en voor mij te laag staande vitrines met handschriften en miniaturen
Theodoor Cornelisz. van der Schuer (1634-1710), Pestlijders in een gasthuis (1682)
slachtoffers van de pest uit de 14e eeuw
de mooie installatie L’amour fou (2018) van Carolein Smit, maar er behoorlijk met de haren bijgesleept
installatie van Baum en Leah (2019) die de bacterieën en microben in ons lichaam moet verbeelden, maar een nuttige toevoeging?

Door die onnodig vele Heilige Sebastianen en die te enkele Heilige Rochus kwam bij mij wel een vraag op. Want moet er door het Vaticaan eigenlijk niet een Corona-beschermheilige worden benoemd? Maar ja, wie oh wie? Zelf denk ik aan de wijze Catharina van Alexandrië. In de middeleeuwen ook als pestheilige aangeroepen maar bijna zeker een fictief karakter dat vermoedelijk gedeeltelijk gebaseerd is op Hypathia van Alexandrië.  Een beroemde vrouwelijke wiskundige/astronoom/filosoof die in 415 werd vermoord door christenen die de wetenschap verwierpen. En laten we nu net onze coronavaccins aan de wetenschap te danken hebben. Terwijl vandaag de dag nog steeds ‘ongelovigen’ diezelfde wetenschap in een kwaad daglicht proberen te zetten.  Interessant toch? Ik ga dus voor Catharina!Tot volgende week.

TOOS

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Hoe vrouwen weer terugkeren in de kunstgeschiedenis I


Museum voor Schone Kunsten in Gent

Afgelopen week was ik in Gent. Die roemrijke historische stad in wat ooit de Zuidelijke Nederlanden werd genoemd. Ben je daar wel eens in het Gentse Museum voor Schone Kunsten geweest? Misschien. Nog een paar andere vragen. Ken je het Holland Côte d’Azur Magazine?  Vermoedelijk niet. En de namen Sofonisba Anguissola, Lavinia Fontana, Artemisia Gentileschi? Heel, heel misschien die laatste, maar de eerste twee? Of het 20e eeuwse standaardwerk over kunst ‘Eeuwige schoonheid’ van Gombrich? Laat maar!

in een zaal met linksachter twee werken van Jeroen Bosch

een zaal van ‘De dames van de Barok’

Wat dat alles met elkaar verbindt? De expositie ‘De dames van de Barok’ in dat Gentse museum. Ik moest daar namelijk voor mijn goeie fatsoen absoluut heen vanwege dat Magazine, het 3-maandelijkse tijdschrift van De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur.

Zeven jaar lang schreef ik daarin Kunststukjes. Over kunst dus. Zoals in 2005 over Sofonisba Anguissola(1532-1625), Lavinia Fontana (1552-1614) en Artemisia Gentileschi (1593-1652). Daar heb je die namen.Want met hen en ook andere vrouwen is geschiedkundig heel wat aan de hand. Of beter gezegd, er was kunstgeschiedkundig helemaal niks mee aan de hand. Ze bestonden namelijk stomweg niet meer. In dat standaardwerk van Gombrich, verplichte studiekost in mijn kunstacademietijd, kwam gewoon geen vrouwelijke kunstenaar voor. Geen enkele. Niente, nada, nichts! In geen enkele eeuw. Net zoals ook in een ander standaardwerk. ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van H.W.Janson dat vooral in de USA universitair wordt gebruikt. Hoezo wereldgeschiedenis?

Waren er in al die eeuwen dan helemaal geen bekende  vrouwelijke kunstenaars? Forget it, natuurlijk wel. De Italiaanse Giorgio Vasari, feitelijk de oervader van de kunstgeschiedenis, schreef in 1568 het legendarische ‘Le Vite’. Met levensbeschrijvingen van beroemde kunstenaars  uit zijn tijd. En wie stond daarin? Ene Sofonisba Anguissola.

schilderijen van Sofonisba Anguissola op de expositie

de tekening uit het dagboek van Anthony van Dijck

Tijdens haar kunstenaarsleven als La Grande Donna delle Pittura (de Grote Dame van de Schilderkunst) al zo beroemd dat onze 17e eeuwse Antwerpse schilder Anthony van Dijck haar tijdens een reis door Italië in 1624 nog bezocht. In zijn dagboek van toen heeft hij zelfs een hele pagina aan haar gewijd. Met een tekening erbij! Ook maakte hij nog een olieverfportret van haar.

Maar begin 20e eeuw? Sofonisba had blijkbaar nooit bestaan. Net als andere in de 16e, 17e en 18e eeuw beroemde vrouwen in de kunst. Want door mannen geheel weggeschreven in de loop van de 19de eeuw. Vrouwelijke grote kunstenaars? In hun mannelijke psyche kon dat niet!  Gewoon weg ermee. Klinkt dat misschien gechargeerd? Mogelijk, maar ’t is wel de harde waarheid. Pas in een herziene 5e druk van het universitaire boek van Janson wordt in 1990 voor het eerst weer aandacht aan vrouwelijke kunstenaars gegeven. En nu is er in de kunst en museumwereld gelukkig een duidelijke beweging gaande waarin die ‘vergeten’ vrouwen uit voorgaande eeuwen eindelijk weer de aandacht krijgen die ze verdienen. Zoals in Gent bij die expositie ‘De dames van de Barok’.

Sofonisba Anguissola, Zelfportret met haar twee zuster en een dienster bij het schaakspel

Lavinia Fontana, Zelfportret

Lavinia Fontana, Minerva dressing, het eerst bekende naaktportret geschilderd door een vrouw

Daar hingen nu schilderijen in het echt waarvan ik destijds alleen de plaatjes kende toen ik voor het Magazine mijn Kunststukjes schreef. Geweldig om die nu in werkelijkheid te zien. En geweldig ook dat ze in Gent die werken uit allerlei museale en particuliere verzamelhoeken hebben kunnen lospeuteren. Zoals ook die van Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, Maria Magdalena

Artemisia Gentileschi, De onthoofding van Holofernes door Judith (met zijn hoofd in de mand gedragen door haar dienster)

bij een schilderij van de Gentse caravaggist Jan Janssens (1590-1650)

Echt een kunstheldin van mij en, in mijn ogen, één van de beste caravaggisten. Die navolgers van de onnavolgbare Caravaggio (1573-1610) die tijdens zijn korte leven een geheel nieuwe schildertrend inzette. Een trend die nu heel goed in het Centraal Museum van Utrecht is te bekijken. Bij de tentoonstelling ‘Utrecht, Caravaggio en Europa’. Daar ga ik dus beslist ook heen. Met vast ook een schrijfsel daarover hier. En reken ook maar op meer stukjes over de vrouwen die nu eindelijk aan het terugkeren zijn in de kunstgeschiedenis. Dankzij de inzet van vele onderzoeksters die daar sinds de jaren 70 hun feministische schouders onder hebben gezet.  Mooi toch dat die nu de mannen kunnen helpen de kunstgeschiedenis te herschrijven? Niet dus HIStory maar HERstory. Tot volgende week.

TOOS