Tagarchief: La Fenice

De geheugenmuur


Mijn geheugen heb ik met lijm op een muur geplakt. Ten minste, het tentoonstellingsgedeelte van dat geheugen. Op een muur in de keuken van mijn atelier in Nice. Een muur vol met affiches van exposities van mij. Duidelijk een muur met een verleden. Dus als ik wil weten wanneer ook al weer een bepaalde tentoonstelling was, helpt die muur mij. Op voorwaarde natuurlijk van de aanwezigheid van een poster.

deel van de geheugenmuur
deel van de geheugenmuur
de affiche uit 1996
de affiche uit 1996

Bij zo’n geheugenmuur kun je af en toe heel wat afmijmeren. Maar dat kan ook weer leiden tot actie. Daardoor stond ik een paar dagen geleden in Venetië in restaurant Aciugetha. Ik ben namelijk weer in die stad vanwege het einde van de tentoonstelling waaraan ik deelneem. En ook trouwens om nu op m’n gemakkie de kunstbiënnale te kunnen bezoeken. Waarom ik dan zo nodig dat restaurant Aciugetha vlak bij het San Marco plein moest bezoeken? Dat is de schuld van een affiche uit 1996 op die geheugenmuur.

Toen, bijna 20 jaar geleden dus, nam ik ook al deel aan een groepsexpositie in La Serenissima, zoals Venetië ook wordt genoemd. Is er een mooiere bijnaam te verzinnen?Maar goed, die tentoonstelling was een heel speciale, bedoeld om geld bij elkaar te sprokkelen voor het beroemde operagebouw van Venetië,  La Fenice. Dat was weer eens afgebrand, voor de zoveelste keer in zijn paar eeuwen oude bestaan. En het ontbrak de stad op dat moment aan voldoende financiën voor een grondige restauratie. Zonde! Want die prachtige bonbondoos vormt een onmisbaar deel van de culturele geschiedenis van de Dogenstad.

La Fenice binnen
La Fenice binnen

Dus bedachten mijn galerist Jean-Paul uit Nice en zijn branchegenoot Antonio uit Venetië een plan om de wederopbouw van La Fenice een beetje mee te helpen financieren. “Un mese per La Fenice”, een maand voor La Fenice, een goede-doelen-groepstentoonstelling van een maand met een aantal van hun internationale kunstenaars. Inclusief mijn persoontje. Want toen ik daarvoor werd gevraagd, hoefde ik niet lang na te denken.  Welke kunstenaar wil dat nu niet? Exposeren in de stad van oude schildermeesters als Bellini, Titiaan, Veronese,Tiepolo. Daar is helemaal niks mis mee.

Maar oude meesters of moderne kunstenaars, ze moeten toch eten. Vandaar dat we na de opening van onze expositie terecht kwamen in dat Aciugetha om de inwendige mens op  mediterrane manier te  versterken.

restaurant Aciugetha
restaurant Aciugetha

Dat had Antonio voor een heel soepele prijs geregeld. Als Venetiaan wist hij namelijk heel goed dat je als niet-Venetiaan, en zeker als duidelijke toerist, per definitie wordt gesneden. Voor koffie, voor bier, voor wijn of pasta, je betaalt altijd teveel. Een factor twee is beslist niet ongebruikelijk. Als je ooit in die stad bent geweest, moet je bij het afrekenen wel beseft hebben dat een gewone Venetiaan die toeristenprijzen nooit kan betalen. Dan zou zijn of haar inkomen beduidend boven het gemiddelde Italiaanse salaris moeten liggen.

Maar goed, Antonio had op z’n Italiaans een en ander geritseld en wij, arme kunstenaars, hoefden zelfs helemaal niets te betalen. Uiteindelijk zorgden wij al voor een heel klein restauratiestukje van La Fenice.  Ik heb toen uit dankbaarheid daarvoor een aquarel gemaakt voor de restauranteigenaar. Nu, in 2015, was ik benieuwd of die er nog hing.  En ja hoor, mijn kunstwerk hing er nog, tussen een paar andere die daar waarschijnlijk ook op zo’n soort manier terecht zijn gekomen.

de aquarel
de aquarel

Een aquarel met een grote school ansjovissen die oprukken in de stad. Ansjovissen? Inderdaad. Want acciuga is Italiaans voor ansjovis. En hoe heette dat restaurant ook al weer? Kijk, dat soort herinneringen kun je niet op een muur plakken. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een toverfluit een culturele lacune opvulde


Afgelopen vrijdag zat ik een culturele lacune in mijn opvoeding op te vullen. Want als je een brede culturele belangstelling hebt, is de kans op dat soort gaten natuurlijk ook levensgroot aanwezig. Een mens kan ten slotte niet alles, heet ’t dan. Waar ik dan wel zat? In het theater van de Stopera in Amsterdam. Daar was ik nog nooit geweest! Wel in de operatheaters van bijvoorbeeld Venetië en Nice en in de Romeinse arena van Verona. Verweggistan dus. Maar in die beroemde symbiose tussen stadhuis en opera/danstheater in Amsterdam? Ja, één keer was ik er, vorig jaar in de openbare gangen. Toen The Dogparade er werd getoond en mijn Cerby bij de ingang van de trouwzalen stond. Toen ook kwam het idee op om nu dan eindelijk maar eens een opera daar bij te wonen. En dat was dus vorige week vrijdag.

het orkest als onderdeel van het totale toneelbeeld
het orkest als onderdeel van het totale toneelbeeld

Bij Die Zauberflöte van Mozart. Een “Singspiel” zoals de componist het zelf noemde. Ook zijn laatste opera, met de première een paar maanden voor zijn dood in december 1791. Over deze uitvoering waren juichende kritieken verschenen. Nou, volkomen terecht. In eerste instantie ga ik meer voor het Italiaanse melodrama en pathos van bijvoorbeeld Verdi’s opera’s. Maar hier werd een “Zauberflöte” neergezet die alles in zich had. Het verhaal op zich is volstrekt krankjorum. Meestal kunnen operalibretto’s er wel wat van, maar dat verhaal van Die Zauberflöte? Knap als je dat goed kunt navertellen.

Zauberflote 2

Zauberflote 3

Maar de uitvoering! Geweldige stemmen en geweldige toneelmiddelen. In van die heerlijk ouderwetse, 19de eeuwse bonbondozen als La Fenice in Venetië en de L’Opera in Nice passen eigenlijk alleen maar ook ouderwets aandoende ensceneringen. En in die grote arena van Verona ontkomt een regisseur er niet aan om met veel bombasterij grootse toneelscenes te creëren. Maar in de moderne Stopera met de moderne toneelmiddelen kun je op een groot podium natuurlijk heerlijk uitpakken met allerlei nieuwerwetse projectiemethoden en bewegende toneeldelen. De foto’s geven hier maar een heel beperkte indruk van. Hoe dan ook, ’t was indrukwekkend. Voor herhaling vatbaar.

Íride Martínez (Königin der Nacht), Chen Reiss (Pamina)

Zauberflote 5

In dit verband nog even een anekdote. Lang geleden, toen ik in de zomer een expositie in Venetië had, kochten we daar kaartjes voor zo’n opera uitvoering in Verona. Carmen van Bizet. Zover rijden van Venetië naar Verona is het ten slotte niet. Maar dat waren kaartjes voor vrije zitplaatsen op de stenen ring, behoorlijk ver van het toneel vandaan. Eerst uren in de rij in de zon om snel een goeie plaats te vinden, dan nog een paar uur wachten voor de voorstelling om negen uur begint. En al die tijd zie je de stoelen beneden in de arena, vlak voor het podium, leeg blijven. Tot rond kwart voor negen ook daar het publiek in feestelijke uitgaanskledij na het nuttigen van een Italiaanse maaltijd langzaam binnendruppelt. Toen besloot mijn lief om, als we ooit nog eens zouden terugkeren, dan daar te willen zitten.

de arena van Verona
de arena van Verona

Een paar jaar later, weer op weg naar Venetië, rijden we bij Verona langs en kijken elkaar vrijwel te gelijkertijd aan. Zo van “zullen we?”. En ja hoor, we zouden. Dus afslag Verona genomen en kaartjes gekocht voor een week later. In die arena zelf, op rij twee. Toevallig ook nog voor Aïda van Verdi. Wel een rib uit ons lijf, de prijzen voor die kaartjes. Maar de creditcard was er goed voor. En een week later, schreden wij rond kwart voor negen, na een voortreffelijke maaltijd in een restaurant vlak bij de arena, in feestkledij de arena binnen. Met natuurlijk even een enigszins meelijwekkende blik op al die bezoekers die daar ver weg al uren zaten te wachten op die stenen banken. Zo’n ervaring vergeet je nooit meer. Tot volgende week.

TOOS