Tagarchief: Légende Dorée

De Rituals-geur van Maria Magdalena


de/een(?) schedel van Maria Magdalena in Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume

Sommige heiligen leggen na hun dood nog de wonderbaarlijkste reizen af. Voor alle duidelijkheid, hun lichamelijke overblijfselen natuurlijk. Ga maar na. Vorige week schreef ik over het vingerkootje van Maria Magdalena in Vézelay, het enige overblijfsel van veel meer botten die daar ooit terecht waren gekomen. In de eerste 11e eeuwse versie omdat een monnik ze in de 9e eeuw uit het Heilige Land had meegenomen, in de tweede omdat een andere monnik ze rond 1050 had meegezeuld vanuit het Zuid-Franse Maximin. Gewoon eerlijk gevonden in een sarcofaag die alleen maar van Maria Magdalena kon zijn geweest. Succes verzekerd natuurlijk. Veel pelgrims, veel inkomsten.

de basiliek in Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume

Maar dan ineens krijgt in 1279 de Graaf van Anjou, Charles II, een droom waarin MM hem openbaart dat ze begraven ligt in een marmeren sarcofaag bij het kerkje van datzelfde Maximin. Nu Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume geheten. En ja hoor, ondergronds verborgen liggen daar wat oude sarcofagen. Bij het openbreken van één daarvan stijgt een wonderbaarlijke geur van de heerlijkste parfums op. Dat moet een soort Rituals-ervaring zijn geweest zoals je die tegenwoordig in filialen van die keten in december meemaakt. Bingo, daar lag natuurlijk het gebeente van MM! Want had zij volgens het Lucas-evangelie niet de voeten van Jezus gezalfd met geurige olie?

Maria Magdalena wast de voeten van Jezus en wrijft ze in met geurige olie, houtsnijwerk op de preekstoel in de Basilique Sainte Marie-Madeleine

Toen was er dus ineens nóg een skelet van Maria Magdalena. Waarvoor natuurlijk een speciale kerk moest komen. Nog een Basilique Sainte Marie-Madeleine. Die langzaam pelgrims begon af te snoepen van Vézelay en uiteindelijk de tweestrijd won. Vandaar dus mijn vorige week al aangekondigde reis van Vézelay naar Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume.

de nooit afgemaakte voorgevel van de Basilique Sainte Marie-Madeleine
de gigantische preekstoel daar met houtsnijwerk waarin diverse gebeurtenissen uit het leven van MM worden verbeeld
de crypte met daarin nog die oude sarcofagen en achterin het reliek met de schedel van MM
er zijn slechtere plekken te bedenken om in de kerk te trouwen, zo zagen we
MM in volle boetedoening
de kapel van Maria Magdalena in de basiliek

Blijft natuurlijk de vraag wat MM daar deed in de Provence. Dat valt allemaal terug te lezen in de beroemde Legenda Aurea van Jacobus de Voragine (1229-1298), ooit bisschop van Genua. Die daarin vele heiligenlevens beschrijft op grond van verhalen en legendes die over hen de ronde deden. Even terzijde, voor de levens van Saint Nicolas en Sainte Catharina d’Alexandria heb ik nog steendrukken gemaakt bij een nieuwe Franstalige uitgave door mijn galerie in Nice van deze Légende Dorée.

de Legenda Aurea

De legende over Maria Magdalena wil ons laten geloven dat zij ooit, omdat ze als apostel het evangelie van Jezus verkondigde, door een stelletje heidenen in een wankel bootje de zee was opgeduwd. Let wel, zonder riemen en zeilen. Voor de gezelligheid nog wel in gezelschap van haar zus Martha, haar broer Lazarus (ja, inderdaad die van de opwekking uit de dood door Jezus), ene Maximinus en nog wat anderen. Praat me niet van verwarrende Bijbelse familierelaties. Daarop wordt nog steeds gestudeerd. En het kind dat Jezus bij haar zou hebben verwekt? Komt nog.

de opstanding van Lazarus, verbeeld op die preekstoel

Maar eind goed, al goed. Ze landen ongeschonden aan de kust bij Marseille. Om van daaruit onvervaard verder te gaan met de evangelie-verkondiging. Best wel een eindje varen trouwens, vanuit Israël zo zonder zeil. Maar goed, de godswonderen waren toen de wereld nog niet uit.

op het altaar: verbeelding van MM en haar gezelschap dat op dat bootje wordt gezet

Maximinus wordt zelfs de eerste bisschop van Aix-en-Provence en MM trekt zich uiteindelijk terug in een grot in de Provençaalse bergen. Om daar zo’n dertig jaar in afzondering boete te doen voor haar zonden. En daar is dan weer die Bijbelse vrouwelijke Frankenstein (zie vorige aflevering), in de 6e eeuw door paus Gregorius I in elkaar gezet met onderdelen van diverse vrouwen. Zo kreeg de op die manier nooit bestaand hebbende MM als zondares/prostituee maar mooi een geheel eigen leven. Met die grot er gratis bij. Waarvan we natuurlijk precies weten waar die ligt, zo’n 30 kilometer van Saint Maximin, en die net als de basiliek ook al eeuwen lang een bedevaartsoord is. Waar pauzen, koningen en prinsessen nederig geknield hun gebeden hebben gepreveld. Een plek dus waar ik absoluut heen moest.

boven mijn hoofd in de verte in de rotswand de gebouwen bij de grot van Maria Magdalena

Maar helaas. Vanwege enig lichamelijk ongemak voelde ik me die dag niet in staat om klimmend op te stijgen naar dat honderden meters hoger gelegen heilige oord. Dat moest ik jammer genoeg overlaten aan levensgezel. Die dus ook de bijgaande foto’s daarvan maakte.

zoals het pad naar de grot eruit ziet
ingang van de grot
het altaar daar, met MM bij de gekruisigde Jezus
MM wordt opgeheven door engelen
diverse beelden uit de grot
nog een reliek van Maria Magdalena, maar welk bleek onduidelijk

Best een ruim verblijf, die grot. Oké, vast niet verwarmd in de winter. Maar je doet boete of je doet ’t niet. Vermoedelijk wel met een luxe inloopklerenkast. Afgaande ten minste op veel schilderijen die ooit van Maria Magdalena als boetvaardige vrouw zijn gemaakt.

de in de grot boetedoende Maria Magdalena, door José de Ribera
idem van Titiaan

En nu ben ik nog steeds niet toegekomen aan de echte hoogtepunten uit MM haar leven. Zoals het aanwezig zijn bij de kruisiging van Jezus, haar ontdekking van zijn lege graf en haar ontmoeting als eerste met de opgestane Jezus. Of zoals dat kind van hem en ‘De Da Vinci Code’. Komt nog. Tot volgende week.

TOOS

We mogen weer los, zelfs van de niet zo cultuurminnende Hugo de Jonge


Op een of andere manier is er vanmorgen vermoedelijk iets fout gegaan bij het verzenden van dit blog waardoor ik denk dat een deel van mijn lezers deze aflevering niet in hun IN-vak heeft zien ploffen. De enige oplossing die ik hiervoor kan verzinnen is om alles nog een keer te versturen. Niet echt elegant, maar ’t is niet anders. Dus sorry als je dit vandaag al eerder hebt gekregen. TOOS

Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur

Stel nou eens dat ik in 1994 niet zomaar spontaan voor drie maanden in het Zuid-Franse kunststadje Sint-Paul-de-Vence was neergestreken. Zou ik dan nu hebben meegedaan aan de groepsexpositie ‘Homerus-Ilias & Odyssee’ bij Galerie WiekXX in het Groningse Bad Nieuweschans.

Bad Nieuweschans

Bad Nieuweschans

Zoals de Romeinen dachten dat Homerus er uit zou zien

Ik hoor gelijk al weer levensgezel met zijn gevleugelde woorden ‘Toos, als ik nog een broer had gehad, zou die dan bruine bonen hebben gelust?’. Met in dit geval nog als extraatje ‘Toos, we weten helemaal niet of die Homerus van jou wel echt heeft bestaan!’. In dat laatste heeft hij trouwens helemaal gelijk. Want ‘de geleerden’ zijn het daar met elkaar beslist niet over eens. Heeft er wel een Homerus geleefd? En zo ja, heeft hij dan de Ilias en Odyssee zelf geschreven of heeft hij alleen allerlei verhalen verzameld? En zo ja, kon hij ze wel opschrijven want misschien was hij wel blind. En zo ja …, nou ga maar door. Vroeg-Griekse dichte mist tot en met.

Maar in die beginzin van hierboven zitten wel degelijk oorzaak en gevolg. Want door mijn verblijf in Saint-Paul ontstond het contact met Jean-Paul  Aureglia, nog steeds mijn galerist van Galerie Quadrige in Nice. En door Jean-Paul  ging ik de Ilias en de Odyssee lezen. Van voor naar achter en weer terug. Want hij had zichzelf een heilig levensdoel opgelegd. Namelijk het uitgeven van nieuwe drukken, geïllustreerd door ‘zijn’ kunstenaars, van wat hij als de fundamenten van onze Westerse beschaving beschouwt. Die werken van Homerus en de Divina Commedia van Dante. Maar ook de Legenda Aurea, op z’n Frans La Légende Dorée, van Jacques de Voragine (1228-1298). In het calvinistische Noorden minder bekend dan in het katholieke Zuid-Europa. Een heel persoonlijke keus natuurlijk, maar wel een die mij heeft beïnvloed. Want nu doe ik dus mee met die groepsexpositie over Homerus in dat noordelijk gebied van Nederland bij de Waddenzee. Waarvoor een reclamebureau ooit de toeristische leus ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht.

Of de soldaten bij de Slag van Heiligerlee dat op 23 mei 1568 ook beseften, betwijfel ik ten zeerste.

de slag bij Heiligerlee

Maar op weg naar Nieuweschans vorige week om mijn werk voor de expositie te brengen, had ik toch even die absurde associatie. Want begon daar, zo’n dikke tien kilometer ten westen van Nieuweschans, volgens de geschiedenisboekjes niet officieel onze Tachtigjarige Oorlog? Met een overwinning van het Staatse leger, vooral bestaand uit huurlingen,op die vuige katholieke Spanjaarden? Dat daarvoor al wel wat nederlagen waren geleden tellen we voor onze eigen Hollands Glorie natuurlijk niet mee. Die tachtig jaar kun je beter beginnen met een overwinning en die bij Heiligerlee was de eerste. Historisch gebied dus, daar op dat Groningse platteland. Net zoals de oude vestingplaats Nieuweschans zelf.

eerst ingeladen in Middelburg en weer uitladen in Bad Nieuweschans

Een plek vol geschiedenis dus waarbij zowel  Homerus als zijn Ilias, met het 10-jarig beleg van Troje en dat bekende paard, als zijn Odyssee, met de avonturen en heldendaden van Odysseus, heel goed aansluiten. Net zoals dus mijn Homerus-kunstwerken en die van andere bekende kunstgenoten als Sam Drukker, Annemarie de Groot, Candace Charlton, Dick Aerts, Clary Mastenbroek en Jannes Koetsier. En ook net zoals mijn steendruk over de Ilias die ik na de opening van de expositie op 6 juni mocht overhandigen aan opener Jacqueline Klooster, docent aan de Faculteit der Letteren van de Groningse Universiteit.

die steendruk over de Ilias

Want het leuke van het maken van zo’n steendruk als voor de Iliade bij Jean-Paul is dat je als kunstenaar ook zelf altijd een klein aantal zogenaamde EA’s in bezit krijgt. Dat staat voor épreuve d’artiste en daarmee mag je doen wat je wilt. Zoals dus cadeau geven als blijk van waardering aan iemand die heel duidelijk veel wist van die óf werkelijk bestaand hebbende óf mogelijk imaginaire Homerus.

enkele van mijn ‘Homerus-schilderijen

geïnteresseerden in de Franse uitgaven van de Ilias en de Odyssee

Toos van Holstein, Sirène (n.a.v. een van de verhalen uit de Odyssee)

de beeldentuin van WiekXX

Op dus allemaal naar Nieuweschans, naar WiekXX. De galerie die al snel na de start in 1977 er één van faam werd in heel Nederland en die naam nog steeds heeft. Nu gesitueerd in de woonboerderij met beeldentuin van Henriëtte Mulder en Frans Boersma.

Neem bij je bezoek ook gelijk nog even Boertange mee. Ook al zo’n vestingdorp dat we te danken hebben aan die Tachtigjarige Oorlog.

Boertange

Of waarom niet het Groninger Museum? Dat mocht ten slotte na zes maanden sluiting afgelopen weekeinde ook weer open van minister Hugo de Jonge. Je weet wel, die man van ‘je hoeft niet naar het theater, je kunt thuis ook een mooie DVD opzetten’. Als kunstenaar vind ik dat die volkomen belachelijke, bizarre, çultuuranalfabetische en schrijnende uitspraak van hem niet vaak genoeg kan worden herhaald. Bij deze dus. Tot volgende week.

TOOS