Tagarchief: Léger

Aix? Gewoon doen!


Aix-en-Provence
Aix-en-Provence

Ken je dat? Van die steden die je eigenlijk altijd al een keer wilde bezoeken, maar waaraan je toch steeds voorbij reed? Zo van “opzij, opzij, opzij, we hebben ongelooflijke haast”.Voor mij is ’t in ieder geval  geen onbekend verschijnsel. Elke keer als ik met de auto onderweg ben van Nederland naar mijn atelier in Nice, of juist omgekeerd, zijn er van die plaatsen. Aix-en -Provence bijvoorbeeld. Terwijl die stad toch zelfs bijna tegen de autoroute aangeplakt zit. En daarbij ook nog eens de woonplaats was van Paul Cézanne (1839-1906), geroemd als wegbereider voor de moderne kunst. Maar ja, van Aix naar Nice is nog maar een luizige 200 km. Gewoon doorrijden dus. En op de weg terug naar Nederland ben je eigenlijk net lekker op gang gekomen, dus waarom zou je er stoppen? Oké, voor de kunst dan, voor Cézanne en vanwege het grote toeristenbord langs de autoroute dat je opmerkzaam maakt op de Mont St.Victoire. De berg die je dan in de verte ziet liggen en die door Cézanne onsterfelijk is gemaakt via veel, heel veel schilderijen. Dus dit keer had ik me voor genomen “en nu ga ik”.

Aix 02 Aix 03

Cézanne, 3x de Mont St.Victoite
Cézanne, 3x de Mont St.Victoite

Dat werd een echte Provençaalse verrassing. Een grote middeleeuwse stadskern met die bijbehorende maar altijd weer charmante kronkelstraatjes geplaveid met lekker ongelijk liggende hobbelstenen. Maar ook met heel veel pleinen vol terrassen vol met oud en jong. Want Aix herbergt flink wat universitaire studenten . En rond die kern 18de en 19de eeuwse wijken met brede, boomrijke lanen, prachtige statige panden en heel veel fonteinen. Een lust om er, onder de mediterrane zon, rond te dwalen, een terrasje te pakken en de relaxte sfeer op te snuiven.

middeleeuwse centrum
middeleeuwse centrum

Ook een stad trouwens met onverwacht veel kunst. Natuurlijk veel aandacht voor Cézanne, daar wordt je mee doodgegooid. Met zijn atelier dat je nog steeds kunt bezoeken, met Cézanne-excursies en met die Mont St.Victoire.

atelier van Cézanne
atelier van Cézanne

Overigens, dat is nu. Want rond 1900 gaf de toenmalige directeur van het Musée Granet, het grote kunstmuseum van Aix, nog aan dat er wat hem betrof nooit een werk van Cézanne het museum in zou komen. Stel je voor, werk van zo’n prutser die nauwelijks nog iets verkocht ook! De goede man kon er natuurlijk geen idee van hebben dat ruim een eeuw later een “Mont St.Victoire” voor meer dan 100 miljoen dollar geveild zou worden. En dat Cézanne’s “Kaartspelers” in 2012 een slordige 250 miljoen opbracht. Lang was dus het Musée Granet “le musée sans Cézanne”. Gelukkig hebben allerlei bruiklenen daar nu verandering in gebracht. Maar er is ook heel veel andere interessante kunst te bewonderen in dat prachtig verbouwde museum. Heel verrassend.

Aix 07

2x het Musée Granet
2x het Musée Granet

Tot voor een paar jaar had je ’t dan met musea wel gehad in Aix. Dat veranderde toen Marseille verkozen werd tot Culturele Hoofdstad van Europa 2013. Aix-en-Provence pikte daarvan een behoorlijk grote zak met subsidiegraantjes mee. De hele regio rond Marseille mocht namelijk delen in de kunstvreugde. Hé, hadden ze niet nog ergens in de stad een leegstaande, grote middeleeuwse kapel die een nieuwe bestemming behoefde? En hadden ze niet ook een overeenkomst gesloten met de Fondation Jean et Suzanne Planque om de privéverzameling van Jean Planque een goed onderdak te geven? Een verzameling van meer dan 300 werken met daaronder Renoir, Monet, Van Gogh, Degas, Bonnard, Picasso, Braque, Léger en nog zo wat van dat soort namen. Nu is er dus sinds 2013 het Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs.

Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs
Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs

Aix 10

Een verbazingwekkend mooie plek voor een verbazingwekkend mooie verzameling moderne kunst. Met heel weinig geld bijeengebracht door de Zwitser Planque die werkte voor de bekende galerie Beyeler in Bazel. Hij leerde daardoor heel veel kunstenaars kennen met wie hij ook nog eens  heel goed kon opschieten. Ook een manier om een kunstcollectie tot stand te brengen zonder met dollarflappen te hoeven zwaaien.

En om Aix helemaal op de kunstkaart te zetten is er nu ook het Caumont Centre d’Art. Zo’n groot 18de eeuwse Hotel de Ville zoals je er in Parijs vele hebt. Een paleisachtig herenhuis met prachtige tuin dat recent opende en waar alleen maar tijdelijke exposities worden georganiseerd. Want een eigen verzameling hebben ze daar niet.

heerlijk vertoeven in de tuin van Caumont Centre d'Art
heerlijk vertoeven in de tuin van Caumont Centre d’Art

Kom ik net van mijn eigen expositie in Venetië en wat hebben ze daar in dat Caumont? Een grote tentoonstelling met werken van Canaletto (1697-1768). En waar is die Canaletto beroemd mee geworden? Juist ja! Schilderijen van Venetië.

Canaletto, het San Marco plein
Canaletto, het San Marco plein

Ik kon dus prachtig controleren of hij dat goed had gedaan. Venetië is de laatste paar eeuwen ten slotte niet echt veel veranderd. De Dogenstad kon voor mij al niet stuk, maar nu helemaal niet meer. Trouwens, Aix eigenlijk ook niet. Echt de moeite waard. Tot volgende week.

TOOS

TEFAF


Tefaf 1

’t Is weer voorbij. Nee, niet die mooie zomer uit de gelijknamige hit van Gerard Cox van lang geleden. Die zomer moet zelfs nog komen. Maar wel voorbij sinds zondag is al weer The European Fine Art Fair, de Tefaf in Maastricht. Een naam die sinds 1988 een mondiaal begrip is geworden in de wereld van kunst, antiek en design.

Van Gogh
Van Gogh

Al voor de opening landen tegenwoordig de particuliere vliegtuigen uit alle werelddelen als spreeuwenzwermen  op de vliegvelden in de omgeving van Maastricht. Met aan boord “oud geld”, “nieuw geld”, kunstverzamelaars en museumconservatoren voor wie op de VIP-opening een exquis buffet heeft klaar gestaan en voor wie heel wat champagnekurkjes hebben geplopt. Reken maar!

Want die Tefaf vormt gedurende een dikke week een topmuseum dat topkunst uit de hele wereld toont. Van de klassieke Egyptische, Griekse en Romeinse kunst tot de hedendaagse. Met nog steeds een nadruk op onze Gouden Eeuw. Want van daaruit is de Tefaf in zijn soort de belangrijkste beurs ter wereld geworden. Een museum dus, maar dan wel één waar alles te koop is. Tegen topprijzen natuurlijk! Maar ja, waar koop je tegenwoordig nog zomaar een Van Gogh. Of een Francis Bacon (1809-1992), de kunstenaar waarvoor tegenwoordig op veilingen gigantische bedragen worden betaald. Vraagprijs op de beurs € 30 miljoen. Of een doekje met één chrysant op een rozige ondergrond voor € 2,5 miljoen. Duur bloemetje, maar dan wel van Mondriaan! Logisch dat de verzekerde waarde van alle aanwezige stukken zo rond de € 2 miljard lag.

Francis Bacon
Francis Bacon
Mondriaan
Mondriaan

Niet dat ik van plan was iets te kopen, echt een ietsie pietsie te begrotelijk. Maar omdat ’t er de laatste paar jaar niet van was gekomen, werd het toch tijd die wonderschone beurs weer eens te bezoeken. Want wonderschoon is ie. De aankleding alleen al! Geen beurs in Nederland die zo mooi wordt opgesierd met bloemstukken, vloerbedekking en meubilair als hier. En dan heb ik ’t nog niet over de stands zelf en hun inhoud!

Bij de moderne kunst vanaf zo rond 1860 kom je echt elke bekende kunstenaar tegen. Monet, Manet, Degas, Renoir, Picasso, Braque, Léger, Dubuffet, Egon Schiele, Gustav Klimt, Dali, Max Ernst, Je kunt je eigenlijk beter afvragen wie er niet hangt. En dan wordt het echt moeilijk een naam te verzinnen. Zo kwam ik zelfs een werk tegen van Berthe Morisot, één van mijn vrouwelijke kunstheldinnen en één van de weinige vrouwelijke impressionisten uit de begintijd van die stroming. Volkomen onterecht weggeschreven uit de kunstgeschiedenis. Maar dat is een bekend verschijnsel in de lang door mannen beheerste geschreven kunstgeschiedenis. Feministisch gedacht? Nee hoor, helemaal niet. Zo langzamerhand levert gedegen wetenschappelijk onderzoek voldoende bewijs voor die stelling. Daarom des te leuker dus een schilderij van Berthe op de Tefaf te zien. Misschien moet ik over haar nog maar eens iets schrijven in dit blog.

Berthe Morisot
Berthe Morisot
Anthony van Dyck
Anthony van Dyck

En dan natuurlijk nog de 17de eeuw! Gewoon even een losse greep. Anthony van Dyck voor maar

€ 6,5 miljoen, Jan van Goyen, Aelbert Cuyp, Abraham Bloemaert, Jan Lievens, etsen van Rembrandt. Zoals hierboven al geconstateerd; een topmuseum. Wel overigens sinds een paar jaar voor een toptoegangsprijs van € 55. Want de organisatie wilde het voortdurend stijgende aantal bezoekers beperken door middel van een duur prijskaartje. Daardoor stabiliseert dat aantal nu rond de 70.000! Ik had overigens lekker een vrijkaartje. Tot volgende week.

 

Tefaf 4

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Daar waar het allemaal begon


terras in Saint Paul de Vence
terras in Saint Paul de Vence

Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.

Saint Paul de Vence
Saint Paul de Vence

Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.

Rue Grande
Rue Grande

Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf Chagall
graf Chagall
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond

 

Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall. Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

 

Kunstzinnig dineren onder een Picasso


Ooit geluncht of gedineerd  te midden van originele werken van Picasso, Braque, Léger, César, Míro? Dat zijn toch niet de minsten in de kunstwereld van de 20ste eeuw. Nee? Dan heb ik een tip. Je moet er wel even een eindje voor rijden of vliegen, maar dan heb je ook wat.

Colombe 1Ik moest hier de afgelopen dagen aan denken omdat het bekende filmfestival in Cannes weer is losgebarsten. Met daarbij natuurlijk allerlei filmberoemdheden op de rode loper van het congrescentrum daar. Maar over Cannes gaat ’t hier niet, wel over La Colombe d’Or  in het nabijgelegen kunstzinnige vestingstadje Saint Paul de Vence. Daar zoeven deze week de Rolls-Royces en limousines af en aan om die beroemdheden in en uit te laden. Die prikken namelijk graag een vorkje in dat La Colombe d’Or, omringd door kunst van andere beroemdheden die overigens allemaal al wel het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld.  Ik heb zelf ooit drie maanden gewoond en gewerkt in Saint Paul dus La Colombe en die limousines zijn me niet onbekend. Ook de kunst daar niet, wat overigens niet betekent dat ik er regelmatig dat vorkje oppakte. Dat is tot enkele keren beperkt gebleven. Gewoon toch iets te prijzig voor een eenvoudig kunstenaar.

Chef Jeramie Robison of Cinq at La Colombe d’Or Hotel - Houston,

Maar hoe komt zo’n prachtige kunstcollectie daar aan de muren? Vooruit, een tweede tip. Open een restaurant/hotelletje in een gebied waar veel en ook veelal arme kunstenaars komen en laat ze met hun kunst betalen voor een koel glas bier, een vin de Provence, een maaltijd en een verblijf.  Dat deed in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw eigenaar Paul Roux van La Colombe d’Or. Niet voor niets stond op het uithangbord dat hij in 1931 aan de muur bevestigde “Hier, bij La Colombe, komt men te voet, te paard of per schilderij”. Paul Roux en later zijn zoon Francis hadden ’t in zich om met veel van die kunstenaars aan de Côte d’Azur een goede band op te bouwen. Zoals wel blijkt uit de anekdote dat zoon Francis in het atelier van Picasso een schilderij kon komen uitzoeken toen die had vernomen dat Paul niet lang meer te leven had. “Ik weet dat je vader houdt van wat ik maak, kom naar mijn atelier en zoek een doek uit dat hem zal bevallen”.

Colombe 3

Colombe 4

Na de Tweede Wereldoorlog ging dit proces door met bijvoorbeeld kunstenaars als César, Arman, Míro en Calder. Namen die je nu over de hele wereld in de musea voor moderne kunst tegenkomt.

Geen restaurant ter wereld heeft daardoor zo’n kunstcollectie aan de muur als La Colombe d’Or. Ik heb ze nooit gevraagd naar de verzekeringspremie die ze moeten betalen, maar ik kan me zo voorstellen dat die toch een deel uitmaakt van de prijzen op de menukaart. Trouwens, nog een derde tip. De lunch is er beslist goedkoper dan het diner.

Colombe 5

Over Saint Paul de Vence vallen overigens nog veel meer verhalen te vertellen. Maar dat komt dan misschien een andere keer wel eens. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Calder, Maeght en Saint Paul: een logische combinatie


Tijdens Pasen bezocht ik, met mijn vriendenpas van het Haags Gemeentemuseum, de expositie daar over Alexander Calder (1898-1976), bekend om zijn abstracte en ook beweegbare beeldhouwwerken  (zie foto’s). Maar omdat die kunstenaarshersenen van mij de hele dag door alsmaar associatief bezig zijn, voelde ik me ineens teruggeplaatst naar de tuinen van de Fondation Maeght in St. Paul de Vence aan de Côte d’Azur.

Daar heb ik namelijk in 1994, toen als vriend van dat museum, heel wat aangename uurtjes doorgebracht. Hoe ik daar in St. Paul terecht kwam? Dat is weer zo’n verhaal apart dat in dit blog vast nog wel eens ter sprake zal komen. Maar, heel kort samengevat, leidde een volstrekt spontane opwelling tot een verblijf van 3 maanden in dat middeleeuwse stadje. Pas toen ik er zat, begreep ik dat vele kunstenaars mij waren voorgegaan. En dat St. Paul na Parijs en Mont Saint Michel de derde toeristische trekpleister van Frankrijk is. Een niet onaardige bijkomstigheid van die opwelling werd trouwens nog dat ik het jaar daarop, als enige Nederlandse kunstenaar ooit, een tentoonstelling kreeg in het Musée de St.Paul.

 Maar buiten de stadswallen staat nog een ander, internationaal heel bekend museum. Dat van de Fondation Maeght. Met dus die tuinen. En met daarin een aantal beelden van Alexander Calder. Vandaar mijn associatie. Hoe die beelden daar terecht kwamen? Tja, ook dat is weer een lang verhaal. Opnieuw kort door de bocht geformuleerd komt ’t er op neer dat de bekende Parijse kunsthandelaar Aimé Maeght in 1964 één van de eerste particuliere musea in Europa liet bouwen. Want hij wilde toch wel erg graag zijn uitgebreide verzameling moderne kunst kunnen tonen. Met werk van wereldberoemde kunstenaars als Giacometti, Chagall, Braque, Léger en Miro, kunstenaars die ook allemaal hun sporen in St. Paul de Vence hebben achter gelaten. Chagall ligt er zelfs begraven.

 

Als ik, destijds in 1994, moe was van het schilderen op mijn zolderkamertjes middenin St.Paul zocht ik vaak afleiding en rust in die tuinen van de Fondation. Of in de bibliotheek daar. Waar ik dan kunstenaars ontdekte die wereldberoemd waren in Frankrijk en omstreken, maar niet in Nederland. Ooit gehoord van, bijvoorbeeld, Leonor Fini? Nu voor mij, als vrouwelijk kunstenaar, een icoon. Maar ik ontdekte ze dus pas daar in de Fondation. Een aanrader, dat museum, als je aan de Côte d’Azur bent. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag