Tagarchief: litho

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia
bij mijn eigen werk
in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice
gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

De lange arm van Homerus


de Ilias en Odyssee in de vitrine in mijn atelier

Had die goeie ouwe, rondtrekkende en verhalen vertellende bard Homerus ’t ruim 28 eeuwen geleden ooit kunnen bevroeden? Dat beeldend kunstenaars, filmregisseurs en toneelmakers zich nu nog steeds laten inspireren door wat hij toen op schrift stelde? De Ilias en de Odyssee. In ritmische zangen en verzen gegoten geschiedenissen, mondeling van bard op bard doorgegeven. Avonturenverhalen die toen ook al eeuwenoud waren. En had hij kunnen bedenken dat ik daar komende zondag 4 juni aandacht aan geef in mijn atelier bij de Middelburgse Kunst en Cultuurroute?

Nee, vast niet! Want hadden wij, om maar wat te noemen, 28 jaren in plaats van 28 eeuwen geleden ook maar het flauwste vermoeden van het ritueel dat zich nu veelvuldig voor onze ogen afspeelt? Een ritueel waar hele volksstammen zich op straat, in trein, bus of bioscoop om de haverklap aan overgeven. Volledig gebiologeerd en zonder oog voor de omgeving met hun vingertjes over oplichtende schermpjes vegen. Zowel lopend, staand als zittend. Daarbij ook nog vaak luidop in zichzelf pratend met geluidgevende dopjes in hun oren. Geluid dat, zo schat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in, vast niets met de verzen van Homerus heeft te maken. Nee, dat vermoeden hadden we vast niet. Dus valt die goeie, ouwe bard in dat opzicht helemaal niets kwalijk te nemen.

paar steendrukken uit de Ilias

Hoe ik voor die kunstroute op 4 juni ineens op Homerus kom? Ten eerste, en trouwe lezers weten dat, omdat ik een stevige band met hem heb via mijn galerie in Nice. Waarmee ik heb samengewerkt aan nieuwe, geïllustreerde uitgaven van de Ilias en Odyssee. Maar er is nog een belangrijk ten tweede. Een dikke week geleden bevond ik mij op Malta. In de begin 19de eeuw gebouwde Nationale Bibliotheek van hoofdstad Valetta. Daar bleken ze een ruime collectie heel oude drukken van de Odyssee en de Ilias te bezitten . Waaronder zelfs een kostbare en zeldzame vroege Venetiaanse uitgave uit 1499. Maar ook ontdekte ik dat ze er op Malta behoorlijk trots op zijn dat de grote Griekse held Odysseus een aantal jaren doorgebracht zou hebben op Gozo. Het tweede eiland van de archipel van de Repubblika ta”Malta. Ja, ik heb ook nog wat Maltees opgestoken.

Nationale Bibliotheek in Valetta, Malta

Op dat Gozo, of Ogygia zoals het in de Odyssee heet, werd hij jaren gevangen gehouden door tovenares Calypso. Die was hopeloos verliefd op hem geworden nadat hij op haar eiland aanspoelde na een schipbreuk. Gevangen is daarbij overigens een nogal betrekkelijk begrip. Want Odysseus zou, niet geheel onvrijwillig, een paar kinderen bij haar verwekken. Maar uiteindelijk beschikten de goden op de top van hun Olympus toch maar dat hij weer naar zijn paleis op Ithaka mocht. Waar zijn eigen Penelope al jaren smachtend op hem zat te wachten.

Komt bij dit alles mogelijk de vraag op waarom ik op dat verre Malta verkeerde? Dat is weer een heel ander verhaal.

paar steendrukken uit de Odyssee

Hoe ik op 4 juni aandacht ga geven aan Homerus? Ik heb vier dikke volumes van die Ilias en Odyssee met daarbij door mij gemaakte steendrukken. En natuurlijk schilderijen die erop zijn gebaseerd. Schilderijen die voor zich spreken. Maar ik wil daar best wel wat aan toevoegen. Overigens niet in de vorm van verzen en zangen zoals Homerus dat deed. Lijkt me echt beter van niet. Maar als je die dag Middelburg ingaat, heb je best nog wel kans een aantal woeste zeemansgezangen op te vangen. Want het is Middelburg VÓLkoren. Zo’n spin off van de kunstroute die een eigen leven is gaan leiden. Met overal zangkoren van overal vandaan. Daarbij zitten vast ook shantykoren. Van die groepen mannen die uit volle borst zeemansliederen ten gehore brengen. Soms al honderden jaren oud. Je zou je er de bemanning van het schip van Odysseus zo bij kunnen voorstellen. Ruige, moedige zeevaarders voor geen kleintje vervaard. Waarbij ik wel ’t lichte vermoeden heb dat de meeste van die shantykoorleden de zee nog nooit voor ’t echie hebben meegemaakt.

Sirene, olieverfschilderij gebaseerd op de Odyssee

En wat mijn eigen Odyssee betreft? Die duurt nog wel even. Want ik heb in overleg met Jean-Paul Aureglia van die galerie Quadrige in Nice besloten om samen met hem nog twee unieke exemplaren van, op z’n Frans, L’Odysée te maken. Twee boeken in groot formaat, elk geïllustreerd met 25 originele aquarellen. Voor de Ilias deed ik dat al eerder. De lange arm van Homerus reikt dus nog steeds over de eeuwen heen, zeker ook naar mij. Wie weet tot 4 juni en in ieder geval tot volgende week.

TOOS

Surrealistische realiteit in Boijmans


Salvador Dali, Mae West lippensofa, op “Gek van surrealisme” in Museum Boymans

 

 

Kun je ’t eigenlijk nog wel surrealisme noemen als je een surrealistisch moment hebt tijdens het rondlopen op de grote tentoonstelling “Gek van surrealisme” in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen?  Want is zo’n surrealistisch moment daar dan eigenlijk niet normaal?  Ik had ’t toen ik Leonor Fini en André Masson er tegenkwam. Niet in levende lijve trouwens.  Ze zijn al weer wat jaartjes dood en daaruit opstaan is maar weinigen gegeven. Zelfs bij surrealisten. Maar dode kunstenaars leven wel voort in hun schilderijen. En die hingen er wel.

Leonor Fini, Due Donne, 1939
André Masson, Massacre, 1931

Maar waarom had ik nu juist bij die twee dat surrealistische moment? Er hangt ten slotte volop werk van wereldwijd bekende grote kunstkanonnen als Max Ernst, Salvador Dali, Yves Tanguy en René Magritte. Dat komt omdat er voor mij een persoonlijk lijntje loopt naar Fini (1907-1996) en Masson (1896-1987) van wie de namen regelmatig vallen in gesprekken met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Die galerie, waarmee ik al weer heel wat jaartjes samenwerk, werkte namelijk ooit  onder de naam La Diane Française ook met hen beiden. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.

Max Ernst, Le couple, 1923
Yves tanguy, les survenants II, 1942
Dali, Impressions of Africa (detail), 1938
René Magritte, The red model. 1935

Toen richtte Pierre Cottalorda zich met zijn uitgeverij La Diane Française op literaire kunstboeken in kleine oplage, aangekleed met steendrukken of etsen van bekende kunstenaars. Zoals de toen al wereldberoemde Matisse en Dali. En met, daar zijn ze, Leonor Fini en André Masson.

Gaat hier misschien een belletje rinkelen bij regelmatige lezers van dit blog? Want geeft galerie Quadrige ook niet nog steeds zulke boeken uit onder die naam van La Diane Française? En lever ik daaraan niet ook regelmatig mijn bijdrage? Ziehier het lijntje.

 Begin jaren 90 werden de oude Pierre Cottalorda en de veel jongere Jean-Paul Aureglia compagnons in de nieuwe galerie Quadrige waar uitgeverij La Diane Française onderdeel van ging uitmaken. Samen met de inboedel daarvan. Zoals een door Masson zelf geschreven en geïllustreerd boek “Le PLAISIR  de PEINDRE”. Nu een bibliofiele uitgave. En zoals een kunstuitgave van het beruchte en beroemde erotische “L’histoire d’O” waarbij die 50 tinten grijs volstrekt verbleken. Berucht vooral omdat het onder pseudoniem geschreven was door een toen nog onbekende vrouw. Een vrouw die porno schreef? Kon dat zomaar? Opschudding alom! Maar ja, ’t kon dus.

Net zo goed als dat een andere vrouw voor die kunstuitgave nogal erotisch getinte steendrukken maakte. Leonor Fini dus.

????????????????????????????????????

Een behoorlijk onafhankelijk ingesteld typje dat beslist niet bang was voor een opschuddinkje hier en daar. In Frankrijk en Amerika zeer gekend maar in Nederland nooit echt doorgebroken. Toch hangt ze nu maar mooi in Museum Boijmans. De Leonor Fini waarvan ik via galerie Quadrige nog zo’n L’histoire d’O steendruk heb kunnen verwerven. De Leonor ook die regelmatig verkeerde in het gezelschap van Dali en andere surrealistische tijdgenoten. Wat eveneens gold voor André Masson.

Dali bij de paal, Fini rechts van hem

Snap je nu mijn surrealistisch moment? In 1994, toen ik door toeval betrokken raakte bij Quadrige in Nice, had ik toch nooit kunnen bedenken dat een schakel van gebeurtenissen mij in 2017 in Rotterdam blij verrast voor schilderijen van Fini en Masson zou laten stilstaan?

Leonor Fini, The alcove, met Leonora Carrington (zie hieronder) op de voorgrond

Dat stilstaan gebeurde natuurlijk bij meer werken. Want aan Max Ernst kan ik nooit voorbij lopen. Die heeft zo’n intrigerende wereld geschapen dat ik er elke keer weer naar toe wordt getrokken. En  Salvador Dali blijft natuurlijk een trekker van jewelste met zijn iconische gesmolten horloges en olifanten op dunne pootjes. Maar dat naast die mannen ook de vaak wat weggestopte vrouwelijke surrealisten, zoals Leonora Carrington, in de tentoonstelling aan bod komen, vind ik een groot pluspunt . Als lid van het vrouwelijk geslacht mag ik ten slotte best vinden dat vrouwen in de kunst zowel in het verleden als ook nu nog veel te vaak worden ondergewaardeerd en weggeschreven. Daar valt nog een wereld te winnen.

Leonora Carrington, Are you really serious, 1953
Fini links, Carrington rechts

Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas verricht geen wonderen meer


Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

 

Sinterklaastijd, druk, druk, druk, dus tot mijn spijt

Is er voor een normaal blog dit keer geen tijd.

Ik vroeg Sint Nicolaas nog een wonder te verrichten

Door onze dagen tot 36 uur te verplichten,

Maar de heilige bleek zijn vroeger wondergedoe zat

Hoe langdurig ik hem ook smeekte en bad.

Vandaar dus nu alleen deze rijmelarij

En de volgende keer weer meer van mij.

Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

Tot volgende week.

TOOS

De Odysseaanse omzwervingen van de Niçoise Odysseus van Toos


q01

Odysseus, Griekse held van top tot teen, beleefde tijdens zijn omzwervingen avonturen op vele plekken rond en in de Middellandse Zee. Maar in Nice was hij nooit. Dat ging ook moeilijk. Want de stad werd pas in de 4de eeuw voor Christus door de Grieken gesticht. En toen verkeerde Odysseus al eeuwen lang, naar ik aanneem, in de Elysese velden, de verblijfplaats voor gelukzalige Griekse helden. Toch is hij nu in Nice. Zelfs een heel jaar lang. In de vorm van een aantal tentoonstellingen. Dat alles vanwege een nieuwe, kunstzinnige uitgave van de Odyssee van Homerus door galerie Quadrige en uitgeverij  La Diane Française. Gecombineerd met exposities van zes kunstenaars die met steendrukken, zeefdrukken, houtsneden en gravures aan dit nieuwe kunstboek hebben meegewerkt. En mijn expositie, want ik ben één van die zes, is nu gaande.

Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein
Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein

Maar voordat het zover was, zijn er heel omzwervingen en onverwachte kunstavonturen aan vooraf gegaan. Net dus zoals bij Odysseus zelf. Twintig jaar lang werd hij als speelbal voortgedreven door onenigheid tussen een paar Griekse goden. Toen pas mocht hij van hen bij thuiskomst op Ithaka zijn trouw wachtende Penelope weer in de armen sluiten. Zo erg was dat bij mijn expositie gelukkig niet. Maar toch!

Als illustraties voor de Odyssee maakte ik in 2014 al vier steendrukken. Mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren ging namelijk met welverdiend pensioen. En voor die tijd wilde ik toch graag nog een keer van zijn uitgebreide ervaring gebruik maken. Vier litho’s van de vereiste afmetingen creëerde ik nog bij hem, op papier van Quadrige en net passend op één steen.

bij Broulim werkend aan de steendrukken
bij Broulim werkend aan de steendrukken

Maar voor die Odysseus uitgave had ik er wel vijf beloofd aan galerie-eigenaar Jean Paul Aureglia. Hoe nu? Daarvoor deed zich in 2015 een elegante oplossing voor. Bij het Nederlands Steendrukmuseum in het Brabantse Valkenswaard. De directie daar vroeg of ik hun jaarlijkse relatielitho wilde maken. Kon ik toch mooi die vereiste vijfde steendruk maken in combinatie met dat relatiegeschenk, ook weer op één steen.

werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard
werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard

Dat was dus keurig allemaal klaar voor de in 2016 in Nice geplande expositie. Maar voor zo’n tentoonstelling is nog wel iets meer nodig dan vijf litho’s.

de 5 litho's op rij bij de expositie
de 5 litho’s op rij bij de expositie

Nu maak ik voor een steendruk altijd eerst wat ontwerpen in de vorm van niet al te grote tekeningen en aquarellen. Die had ik dus al begin 2014. Waarom daar niet iets mee gedaan? Zo gezegd zo gedaan. Een aantal van die voorstudies scande ik in hoge resolutie in om ze bij mijn vertrouwde adres van ZWF in Bolsward op hoogwaardig schildersdoek in kleur te laten afdrukken. In een veel groter formaat, namelijk 100-90 cm. Maar daarbij bleef op mijn verzoek aan de zijkant telkens een strook van 10 cm breed onbedrukt. Toen met die losse doeken op naar de Martinikerk in Franeker. Om daar te knielen bij de oude grafstenen in de kerkvloer. Niet vanwege boetedoening. Maar wel om met oliekrijt en rubben delen van oude teksten en gebeeldhouwde fragmenten van die stenen over te brengen op die onbedrukte,witte stukken.

rubben in de Martinikerk van Franeker
rubben in de Martinikerk van Franeker

Vervolgens heb ik die losse doeken op laten spannen op aluminium frames bij ook al weer zo’n vertrouwd adres, Artel in Rucphen. Dus voordat ik er in mijn atelier in Middelburg mee verder kon, hadden die werken al een hele reis en geschiedenis achter de rug.

En toen ineens kwam in 2014 “O die zee”, georganiseerd door Trudi Warns van Theater de Wegwijzer in Nw.- en St. Joosland, op mijn pad. Een muziekspektakel gebaseerd op de Odyssee en plaatsvindend bij Fort Rammekens in Ritthem. Logisch natuurlijk dat die serie schilderijen waaraan ik toch al werkte, daar een aantal maanden konden komen te hangen.

de expositie in fort Rammekens
de expositie in fort Rammekens

Maar daarmee was hun reis nog niet afgelopen. Want daarna kwam de uitnodiging om mee te doen met een kunstmanifestatie tijdens de Biënnale in Venetië in 2015. Waarom dan niet ook in Venetië die serie integreren in mijn deel van de expositie?

de expositie in Venetië
de expositie in Venetië

Maar na al die kunstomzwervingen kwam de eindbestemming van mijn Niçoise Odyssee dan toch in zicht. De opening in galerie Quadrige in de loop van mei 2016. Een zeer geanimeerde vernissage met natuurlijk een uitgebreide Niçoise specialiteitenmaaltijd ’s avonds laat er achteraan.

q09
foto’s van de opening

q10 q11 q12

de Niçoise maaltijd na de vernissage
de Niçoise maaltijd na de vernissage

Toen ik uiteindelijk mijn moeie hoofd op mijn kussen kon leggen, wist ik één ding zeker: Odysseus was thuisgekomen in Nice. En daar hangt ie nu. In de vorm van de steendrukken, die mixed media werken met o.a. rubbings en olieverfschilderijen die ik speciaal voor deze expositie maakte. Ook hij mag nu tot rust komen. Net zoals ik trouwens. In mijn atelier in Nice. Tot volgende week.

TOOS

Alles van waarde is (niet) weerloos


bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk
bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk

’t Is een tijd van tradities, zo rond Oud en Nieuw. Mijn TOOS-doodle is er een van, zo bleek een aantal weken geleden al. Maar ik heb er nog een. Mijn Nieuwjaarswens in steendrukvorm. Een aantal jaren geleden ontstond die omdat mijn steendrukker Rudolf Broulim elk jaar een deel van een steen beschikbaar stelde voor elk van de kunstenaars met wie hij samenwerkte. Eén kleur mochten we dan gebruiken en we kregen 100 exemplaren. Dat was dus altijd weer een gepuzzel. Aan wie zouden levensgezel en ik ze dit jaar sturen?

de Nieuwjaarssteendruk
de Nieuwjaarssteendruk

Maar aan deze traditie dreigde dit jaar een eind te komen. Rudolf geniet van zijn pensioen en zijn  steendrukpers verleent nu goede diensten in het verre China. Ergens op een kunstacademie. Dus wat te doen? Stoppen met die leuke gewoonte van het sturen van een steendrukje aan familie, vrienden, fans en klanten? Nee dus! Ik ben natuurlijk niet zomaar bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar benoemd tot de Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016. Dat schept verplichtingen. De traditie moest worden gehandhaafd! Dus vond ik een briljanten omweg voor een volgende Nieuwjaarssteendruk van mijn hand. Zelfs in een oplage van 125. Maar ook dat blijft natuurlijk maar een beperkt aantal. Vandaar hierbij een afbeelding van de steendruk in deze blogaflevering. Met een bijgaande tekst gebaseerd op de prachtige uitspraak van kunstenaar en dichter Lucebert: “Alles van waarde is weerloos”.

het totaal
het totaal

Alles van waarde is weerloos, een intrigerende uitspraak van dichter en kunstenaar Lucebert. Maar zijn vrede en vrijheid weerloos? Zijn geluk, gezondheid en gastvrijheid weerloos? Niet als we met z’n allen ervoor waken dat deze zaken van waarde ook waardevol blijven. Wij wensen jullie dan ook voor 2016 een weerbaar jaar van vrede, vrijheid, geluk, gezondheid en gastvrijheid toe.

Een 2016 ook waarin ik mijzelf Nederlands Briljanten Kunstenaar van het Jaar mag noemen. En dat mag gevierd worden. Met de voortzetting van een mooie traditie, ook een zaak van waarde. De Nieuwjaarssteendruk. Maar mijn meestersteendrukkers zijn met pensioen gegaan. Toch hoef je dan niet weerloos te zijn. Hier is dus via een briljanten omweg die Nieuwjaarssteendruk voor 2016. Weer in een zeer beperkte oplage.

Toos van Holstein en

Harm Witteveen.

 Tot volgende week.

TOOS

En zo is ’t gekomen!


Als de vader van mijn levensgezel niet een gezin had gekend waarvan een zoon woonde in de Adelheidstraat in Den Haag had dit stukje er heel anders uitgezien. Want dan was Poen de Wijs niet de buurman geworden van levensgezel toen die zich in die Adelheidstraat vestigde. Poen was een zeer getalenteerde fijnschilder, één van de beste van Nederland. Was! Want vorig jaar overleed hij, veel te vroeg. Door dat buurmanschap leerde ik Poen kennen als vriend en kunstgenoot die altijd bereid was om zijn kennis te delen. Met uiteindelijk als gevolg het steendrukje hieronder.

feeststeendruk 1
feeststeendruk 1

Want toen ik op zoek was naar een goeie steendrukker kwam Poen met de suggestie “ga naar Ernst Hanke in Zwitserland”. Ik had in 1995 al eens een steendruk gemaakt in het atelier van de bekende Piet Clement in Amsterdam. Daar waar bijvoorbeeld  Jan Cremer en Lucebert kind aan huis waren. Maar mijn manier van werken paste daar niet. Een 5-kleurensteendruk maken op vijf verschillende stenen? No way, veel te onnauwkeurig! Dus toen Poen me vertelde dat Ernst Hanke dat allemaal op één steen kon, was een afspraak met Ernst snel gemaakt. De treinreis naar zijn atelier in Ringenberg zal ik niet licht vergeten. Van de ene vertraging in de andere, dus onverwachte overstappen, en pas midden in de nacht op de eindbestemming. Maar de samenwerking met Ernst was perfect. In de jaren daarna volgden nog meer steendrukken, zowel opdrachten als litho’s die ik voor mijzelf maakte. Wel ging ik dan met de auto! Heen zonder en terug met steendrukken. Over de Zwitserse douane, Zwitserland is ten slotte geen EU-land, zal ik ’t nu maar niet hebben. Dat is een heel ander verhaal.

samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers
samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers

Maar Hanke ging er mee stoppen. Het was mooi geweest. En de populariteit van de steendruk was duidelijk over zijn hoogtepunt heen. Erger nog, de verkoop stortte jammer genoeg helemaal in door de opkomst van digitale kunstreproductietechnieken. Ook weer een verhaal apart. Dus hoe ging Toos nu nog litho’s maken? Heer Bommel had dan Tom Poes als listverzinner. Maar dit was werkelijkheid en geen stripverhaal. Via via kwam ik ten slotte uit bij een andere meestersteendrukker, Rudolf Broulim. Oorspronkelijk afkomstig uit, toen nog, Tsjecho-Slowakije, al jaren leraar aan de kunstacademie in België, met een eigen steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en ook werkend met die éénsteentechniek.  Een geheel andere persoonlijkheid dan Ernst. Maar ook met hem kon ik het heel goed vinden. Dus volgde er weer een jarenlange samenwerking met als voordeel dat de afstand Middelburg-Ekeren ietsje korter is dan die van Middelburg naar Zwitserland.

vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
de steendrukken staan te drogen
de steendrukken staan te drogen

En toen wilde ook Rudolf er mee gaan stoppen. Het pensioen lonkte. Maar niet zonder mij nog een mooi afscheidscadeau te geven. Vorig jaar september, tijdens een groot feest dat levensgezel en ik hadden georganiseerd vanwege allerlei mooie leeftijdsgetallen. Ik mocht bij hem nog een laatste litho maken. Bedoeld als herinnering voor alle 140 feestgangers aan een onvergetelijke avond. Dat hebben we tijdens dat feest dus ook luid en duidelijk aan een ieder verkondigd. Zo duidelijk zelfs dat ik kort geleden nog een mailtje kreeg van een toen aanwezige die heel nieuwsgierig was naar de stand van zaken rond die feeststeendruk. Het heeft inderdaad ook even moeten duren.  Want Rudolf was druk bezig allerlei pensioenzaken rond zijn atelier af te wikkelen. Zoals bijvoorbeeld het verkopen van zijn grote pers naar China. Want de Chinezen kopen niet alleen wereldwijd grote bedrijven op, maar ook mooie, oude, grote steendrukpersen. Zij hebben daar voor de steendruktechniek nu veel meer belangstelling dan wij hier in Europa.

feestgangers op de tweede etage achter de balustraden
feestgangers op de tweede etage achter de balustraden

Het duurde dus even voor Rudolf voor mij een steen kon prepareren. Een steen zelfs, zo bleek, waarop ik twee litho’s van A4-formaat kon maken. Altijd makkelijk nietwaar, als zo’n kunstwerk over de post moet worden verstuurd. Want natuurlijk is ’t heel leuk om de feestgangers persoonlijk een exemplaar te overhandigen als dat logistiek goed uitkomt. Maar ja, ze wonen verspreid over het hele land. Dus ik zal toch hier en daar de ouderwetse post moeten gebruiken.

feeststeendruk 2
feeststeendruk 2

Resten nog twee vragen. Eén. Wie wordt mijn volgende meestersteendrukker? Want dat steendrukken is toch veel te leuk om niet meer te doen, na  al die ervaringen met een paar van de echte grote Europese meesters. De tijd gaat het leren. En twee. Stel nu eens dat levensgezel niet in die Adelheidstraat terecht was gekomen en ik Poen de Wijs niet had leren kennen. Zouden dan ooit twee feeststeendrukken zijn ontstaan in het atelier van Rudolf Broulim? Van het een komt het ander, maar of daar logica in zit? Tot volgende week.

TOOS