Tagarchief: litho

De Wondere Wereld van Verknoopte Levenslijnen in de Kunst


In mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’, is een aantal pagina’s gewijd aan de steendrukken die ik in de loop der jaren heb gemaakt. Zo staat op pagina 194 van dat bijna anderhalve kilo zware kunstboek een verhaal waarin Ernst Hanke een belangrijke rol speelt. De door kunstenaars alom geroemde Zwitserse meestersteendrukker met wie ik diverse keren samenwerkte om litho’s te creëren.

die p.194 in mijn boek met rechts de steendruk ‘Amparo’, gemaakt bij Ernst Hanke
het uitzicht bij het atelier van Ernst Hanke in Zwitserland

Hanke mag dan alweer een paar jaar zijn welverdiende Zwitserleven gevoel  ondergaan, toch kom ik zijn naam nog regelmatig tegen. Heel recent nog. Daarbij kwam toen plots de associatie in me op van zo’n plastic zak waarin je een aantal snoertjes bewaart. Van die absoluut noodzakelijke snoertjes waarzonder  het moderne leven niet geleefd kan worden. Bij laptop, muis, tablet, mobiel, fototoestel en dat hele scala aan bijbehorende oplaadapparaten. Je snapt vast wat ik bedoel. En als je dan zo’n snoer nodig hebt, blijkt zich in die zak geheel spontaan een nog net niet Gordiaanse knoop te hebben gevormd. Eigenlijk zoals in het echte leven diverse levenslijnen zich ook onverwacht met elkaar kunnen verknopen. Recent dus met Ernst Hanke als zo’n knooppunt. Ik ga dit even voor je ontwarren.

Levenslijn één. Toen ik levensgezel leerde kennen, maakte ik ook kennis met zijn goeie vriend en beeldend kunstenaar Poen de Wijs. Na mijn eerste, niet geheel tot tevredenheid verlopen steendrukervaringen in Nederland zei Poen ‘jij moet naar Ernst Hanke in Zwitserland, die is pas goed’. Poen werkte toen al een aantal jaren met hem samen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik naar Zwitserland. De uitkomst? Meer dan tevreden! Dus ben ik nog een paar keer terug geweest.

samen met Ernst bezig in zijn steendrukpers
met Ernst en zijn vrouw Erika bezig een drukgang van een steendruk door de pers te halen

Maar Hanke ging stoppen na jaren keihard gewerkt te hebben met vele beroemde kunstenaars. En heel droef, Poen is vijf jaar geleden veel te vroeg overleden.

Levenslijn twee. Toen ik levensgezel leerde kennen, leerde ik ook zijn goede vriend en collega Martin Impelmans kennen. En Martin was door de schuld van levensgezel heftig besmet geraakt met het kunstvirus. Dat is dan wel niet levensbedreigend en je hoeft er ook niet voor in quarantaine, maar reken maar dat het voor de rest van je leven blijft doorwoekeren. Uiteindelijk bestieren daardoor Martin en zijn vrouw Wilma nu hun expositieruimte Studio Imspa in Ridderkerk en de Stichting Grenze(n)loze Kunst. Dat ook zij Poen leerden kennen en werk van hem kochten spreekt eigenlijk voor zich.

Levenslijn drie. Na Poen’s dood  liggen jammer genoeg heel veel van zijn steendrukken lichtelijk te verstoffen. Want ooit waren steendrukken in, nu zijn ze uit. Foto’s, reproducties, zeefdrukken, giclees, goedkoop spul bij Ikea, dat heeft de overhand gekregen. En die prachtige steendruktechniek? Nu een kleine niche in de kunstwereld. Maar daar hoef je je natuurlijk niet persé bij neer te leggen. Dus is er nu in Studio Imspa de expositie ‘Poen de Wijs and Friends’.

op de tentoonstelling ‘Poen de Wijs and Friends’ bij een portret van Poen door zijn succesvolle leerling Meg den Hartog
enkele van de prachtige steendrukken van Poen op de tentoonstelling

Een expositie met als kern een aantal prachtige steendrukken van Poen zelf met daar omheen die van een aantal bevriende kunstenaars . Vanzelfsprekend van zijn vrouw Marion van Nieuwpoort, ook beeldend kunstenaar. Maar ook van de wereldberoemde magisch realist Michael Parkes. En van mij. En van Ernst Hanke zelf. Want in zijn vrije tijd leefde ook hij zich kunstzinnig uit op zijn eigen stenen en zijn eigen pers. Zo kan ik mezelf de trotse bezitter van een paar van zijn litho’s noemen.

mijn steendruk ‘Entrada’
een steendruk van Ernst Hanke zelf
een steendruk van Ernst die bij mij thuis hangt

Al die oorspronkelijk losse levenslijnen hebben zich nu dus in een expositie met elkaar verknoopt. Geen vervelende Gordiaanse maar een aangename verknoping. Met Ernst Hanke als de meesterverknoper van kunstenaars. Zoals op onderstaande foto met Poen, Ernst en mij.

Een foto gemaakt in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard in 2013. Waar Poen en Ernst toen een steendruk maakten op de gigantisch grote pers daar. Een heel korte impressie daarvan zie je op onderstaand YouTube-filmpje.

Een absolute must trouwens voor de kunstliefhebber, dat museum waar ik op diezelfde pers  ook al eens  litho’s maakte. En wie weet in de toekomst ook nog weer. Want ik blijf de steendruk trouw. Tot volgende week.

TOOS

Het leggen van een kunstei in Gubbio


de bovenstad van Gubbio

Ik hoorde eens beweren dat als alle vrijwilligers in Nederland een paar dagen zouden staken heel ons land direct volledig op z’n gat ligt. Nou zal dat wel niet gaan gebeuren, maar ’t is wel een interessante gedachte. Stel nou eens, op dezelfde manier, dat overal ter wereld alle stichtingen, foundations, fondaziones, Stiftungen, fundações, of hoe ze ook maar heten, plotseling met hun bezigheden zouden stoppen. Zouden we dan met z’n allen niet heel snel wanhopig met de handjes in onze wel of niet kalende kruinen zitten?

bij een van de toegangsdeuren naar de expositiezalen
levensgezel en Giampietro Rampini bezig met mijn ‘Greek tragedy’

Ik weet in ieder geval zeker dat ik dan nu niet in het Italiaanse Gubbio zou verkeren. Want daar hebben de stichting ‘Grenze(N)loze Kunst’ en de fondazione ‘Aion Arte Cultura’ voor gezorgd. Dan was er nu geen ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato’, geen ‘Art meets Craftmanship’ in deze prachtige oude stad in Umbrië, ook bekend door zijn keramisten. En had ik niet als uitgenodigd kunstenaar de eeuwenoude Sala degli Arconi onder mijn hoede mogen nemen. Maar stichtingen staken niet. Vorige week kon ik me dus helemaal uitleven. Met vanzelfsprekend de hulp van mijn ‘mano di tutti’. Maar ook met die van keramist Maestro Giampietro Rampini en een behulpzame medewerker van de gemeente. Die ’t totaal geen probleem vond om ergens in de hoogte mijn lange banners aan het plafond te bevestigen.

uitpakken met de Nederlandse curator Martin Impelmans

 

scherven brengen geluk, zeker die van keramist Rampini

 

overleg met Rampini over de keramiekopstelling op zijn tafel

Afgelopen zaterdag was in het stadhuis aan het prachtige PiazzaGrande de opening. Op z’n Italiaans natuurlijk. Wat dat betekent? Een opening om 18 uur waarbij het getal achttien natuurlijk best wel rekbaar blijkt. Waarbij de burgemeester en minimaal 4 tot 5 andere verantwoordelijken in het Italiaans ’t een en ander mooi dienen te verwoorden. En waarbij natuurlijk een geschenk wordt overhandigd aan de stad. In dit geval mijn steendruk ‘Fiësta’. Toch een heel leuke eer dat ik dit zelf mocht doen. Wel in het Engels. Want Italiaans hoort, jammer genoeg, niet tot mijn actief taalbeheer.

opening in het middeleeuwse stadhuis
overhandiging van mijn steendruk aan de burgemeester
het doorknippen van het lint
bezoekers in ‘mijn’ zaal bij de opening

Daarna volgde een optocht door dalende en slingerende middeleeuwse straatjes en dito trappen naar de expositiezalen. Al waar de burgemeester eerst nog even het traditionele lint moest doorknippen. Bij ‘mijn’ zaal nog wel! En toen mocht de prosecco gaan bruisen. Nou, zeg daar maar eens nee tegen.

Was er dan geen Italiaans diner,Toos ? Ja, allicht was dat er! Maar dan op zondagavond. In aanwezigheid van heel wat deelnemende kunstenaars. Ook weer zoiets waar geen nee bij hoort. Want die Italiaanse keuken? Daar lust ik wel pasta van!

Dus is het absoluut geen straf hier nog een aantal weken te ‘moeten’ verblijven. Onder andere om samen te werken met al genoemde Giampietro Rampini in zijn keramiekatelier. Een nieuw kunstavontuur waar ik echt naar uit kijk. Reken dan ook maar op meer Italiaans nieuws de komende tijd in de ‘Corriere della Toos’. Tot volgende week.

TOOS

MCE, Leeuwarden en het oneindige zoeken


De Reuzen hebben Europese Culturele Hoofdstad Leeuwarden al een paar weken verlaten. Een ander interessant evenement daar, een tentoonstelling in het Fries Museum, duurt echter nog wel even. Absoluut de moeite waard en vandaar dit stukje.

Fries Museum: een wat overmaatse affiche met mij rechtsmidden

Eerst even een rijtje namen: Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan. Die altijd opduikende rij als ’t gaat over Nederlandse kunstenaars die echt over de hele wereld gekend zijn. Maar stel nou dat je de vraag krijgt om er een vijfde kunstenaar aan toe te voegen. Dus ook iemand die in alle werelddelen herkenning oproept. Dan kom ik zelf direct uit op Maurits Cornelius Escher (1898-1972). Oftewel MCE, de ondertekening die je op al zijn werk vindt. Want wie kent niet die befaamde houtsneden en steendrukken van zijn realistische en toch onmogelijke bouwwerken waarin het spel met onder en boven je hersenen op zijn kop zetten? Constructies die niet kunnen maar in Eschers verwerking toch weer wel.

En wat te denken van die serie razend knappe Metamorfosen waarin verschuivende plant, dier of mensvormen heel ‘normaal’ in elkaar veranderen en verglijden?

Zou je je nu nog kunnen voorstellen dat een plafond van hem van 15 bij 15 meter met daarin insectenfiguren bij een verbouwing zonder aandacht van wie dan ook verwijderd wordt? Afgezien van één oplettende geest aan wie we ’t danken dat het nu nog bestaat? Lijkt me van niet! Toch gebeurde dat met een in 1951 door Escher gemaakt plafond voor het nieuwe Philips laboratorium in Eindhoven. Bij de opening daarvan werd zijn naam niet eens genoemd, laat staan bij die verbouwing 15 jaar later toen men er even niets mee kon.

Tientallen miljoenen Escher-posters later, die kamers over de hele wereld hebben gesierd, lijkt zoiets een onmogelijke gotspe. Best bijzonder voor iemand die ooit tegenover muzikant Graham Nash ( ja, die van de wereldberoemde groep ‘Crosby, Stills and Nash’) opmerkte dat hij eigenlijk geen kunstenaar maar een wiskundige was. Zie onderstaande trailer maar van de zeer recente documentaire ‘Escher: het oneindig zoeken’. Ik zag die vorige week in de bioscoop. Conclusie: indien mogelijk, gaan!!

Je kunt overigens ook naar Ljouwert, naar dat al genoemde Fries Museum. Voor de tentoonstelling ‘Escher op reis’. Zeg dus maar eens dat Escher niet in de belangstelling staat. Pure mazzel in feite voor Leeuwarden dat hij daar geboren is. Konden ze er als Culturele Hoofdstad toch maar mooi mee uitpakken. En dat doen ze ook.

een stiekem gemaakte foto, fotograferen op de expositie mag officieel namelijk niet
leuk om te doen: links een selfie in die bekende bol van Escher, rechts de oorspronkelijke houtsnede met daarin Escher zelf
officiële foto waarin je goed kunt zien hoe klein in feite de houtsneden van Escher in werkelijkheid zijn

Op heel informatieve en logische wijze wordt je daar door zijn leven geleidt. Via de prachtig verfijnde houtsneden die hij tijdens zijn langdurig verblijf in Italië maakte. Met de schetsen van zijn bezoek aan het Alhambra in Granada waar de abstracte Moorse herhalingsmotieven als een mokerslag bij hem binnenkwamen. En met al die bekende afbeeldingen waarmee hij in de jaren 60 uiteindelijk pas echt beroemd werd via de hippiecultuur die vanuit Californië de hele wereld overwaaide. Dol waren de hippies op zijn voor hen psychedelische afbeeldingen.

vroeg werk van Escher waarin al duidelijk is waarop hij heel veel later uitkomt
houtsnede gemaakt in Italië
schets van Escher, gemaakt in het Alhambra in 1936

Dat laatste komt in Leeuwarden jammer genoeg niet echt goed tot uiting. Maar daar is die documentaire dan weer goed voor. Expositie en film vullen elkaar in dat opzicht heel mooi aan. Zo wist ik niet dat Mick Jagger van de Stones ooit aan Escher gevraagd had een ontwerp voor een platenhoes te maken. Maar dat MCE daar door tijdgebrek geen zin in had. Hij begreep, curieus genoeg, trouwens helemaal niets van die hippietoestanden. Liever had hij contact met bètawetenschappers. Die begrepen ten minste waarmee hij bezig was in zijn zoektocht naar het weergeven van het begrip oneindigheid.

Eschers weergave van oneindigheid met een verdwijnpunt in het midden
kijkend door een grote loep naar zo’n verfijnde houtsnede

Die weigering bij Mick Jagger kon hij zich destijds financieel ook wel permitteren. In de jaren 50 zou dat wel een tikje anders zijn geweest. Door artikelen in 1951 in de Amerikaanse tijdschriften Time en Life brak hij daar wel door, maar met een verdienste van zo’n 2200 dollar bij de verkoop van 150 door Escher zelf gedrukte houtsneden in 5 jaar tijd kun je niet echt over een vetpot spreken. Vergelijk dat eens met de tienduizenden euro’s die nu voor sommige van zijn originele prenten worden neergeteld. ’t Kan verkeren. Maar het is wel terecht. Dus zullen we dat rijtje namen in het vervolg maar houden op Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan en Escher? En wil je in 4 minuten tijd nog wat meer over hem opsteken? Kijk dan eens naar de volgende BBC minidocumentaire.

Tot volgende week.

TOOS

Dante en Homerus te gast bij TOOS als Middelburg op 6 mei Boekenstad is


affiche van dit jaar

Eens per jaar op de eerste zondag in mei is Middelburg een echte Boekenstad. Vanuit verre streken, zelfs uit Vlaanderen, komen zo’n 130 handelaren in allerlei soorten en maten naar de Markt. Daar waar zich ook al heel lang één van de mooiste en grootste boekhandels van Nederland bevindt. De Drukkerij. Nog nooit bezocht? Dan mis je wat. ’t Is maar dat je ’t weet! Maar dat terzijde.

Zelf voeg ik ook het nodige toe. Maar dan wel in mijn atelier aan de Korendijk. Met als gasten onder anderen de Griek Homerus, de Italiaan Dante Alighieri, de goden uit de IJslandse Edda en heiligen als Sint Nicolaas en Catharina van Alexandrië? Best een interessant gezelschap, nietwaar?

embleem van de kunstroute

Die boekenmarkt is een spin-off van onze maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Ooit een thema, dat uiteindelijk zoveel succes had dat de organisatie ervan na een aantal jaren op eigen benen kon staan. Maar die boeken zitten natuurlijk nog wel steeds in de genen van de kunstroute. Vandaar dat een aantal ateliers en galerieën zich zondag 6 mei ook werpt op het boek. Maar vanzelfsprekend wel kunstzinnig. Kijk maar op de website https://www.kunstroutemiddelburg.nl/.

Daar zul je dus ook mijn atelier aantreffen. Want naast schilderijen heb ik ook wel een en ander in huis op boeken in combinatie met kunst. Van de oude Grieken via de middeleeuwen tot aan vandaag de dag. En dat allemaal dankzij mijn Galerie Quadrige in Nice. Eigenaar Jean-Paul Aureglia blies er nieuw leven in uitgeverij La Diane Française die ooit al samenwerkte met nu dooie maar nog steeds beroemde kunstenaars als Salvador Dali, Leonor Fini en André Masson.

Hij stelde zich als levensdoel om naast nieuwe teksten ook eeuwenoude literaire pijlers onder onze hedendaagse Westerse beschaving uit te geven.  In de vorm van het livre d’art. Een in la douce France veel meer dan in Nederland voorkomend soort kunstboek. Uitgaven in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met multiples. Originele kunstwerken zoals etsen, houtsneden, gravures, steendrukken en zeefdrukken. Allemaal losliggend en daardoor met het handje uitneembaar.

mijn ‘verzamelde werken’ in de boekenvitrine in mijn atelier

Bij dat levensdoel van Jean-Paul ben ik als kunstenaar nu al een flink aantal jaren betrokken. En daardoor kan ik dus mooi meespelen met Middelburg Boekenstad. Met zeefdrukken bij hoofdstukken uit de 14de eeuwse Divina Commedia van Dante. Met steendrukken bij de duizenden jaren oude verzen in de Ilias en Odyssee van bard Homerus. Met steendrukken bij de ook al heel oude Scandinavische sagen en legenden uit de Edda. Ooit in de 12de eeuw opgetekend in IJsland. En met steendrukken bij een paar heiligenlevens uit de Legenda Aurea.

zeefdruk bij de Divina Commedia
een steendruk bij de Edda

De Legenda Aurea? Ja! Een boek dat in Nederland niet zo bekend is, maar in de middeleeuwen het meest gelezen boek was na de Bijbel. Met uitgebreide levensbeschrijvingen van het gigantische aantal heiligen dat de Roomse Kerk in de loop der eeuwen had verzameld. Zoals onze eigenste Sint Nicolaas. Toen nog zonder zijn Piet. Verwacht in mijn afbeeldingen dus geen zwarte of in wat voor kleur dan ook geveegde of gestreepte helpers van hem.

Ook Santa Catharina, die zorgde voor mijn eerste voornaam, heb ik kunstzinnig onder handen genomen. Maar dan wel die van Alexandrië. Want het Toscaanse Siena heeft ook een 14de eeuwse heilige van die naam. Eveneens heel sterk vereerd, maar mij een te kwezelachtig typje. Nee, dan mijn naamgenoot Catharina van Alexandrië van rond het jaar 300!

een steendruk bij de levensbeschrijving van Sainte Catharina d’ Alexandria

Een zeer wijze, onafhankelijke, standvastige en gelovige vrouw die met haar heldere verstand zelfs mannen wist te overtuigen. Ga er maar aan staan! Maar ja, ze moest ’t wel met de marteldood bekopen. Volgens de legende dan natuurlijk. Kijk, dat zijn vrouwen die me inspiratie opleveren.

Benieuwd? Kom dan 6 mei naar de Korendijk 56. Daar krijg je niet alleen uitleg over die prachtige steendrukkunst maar kun je ook de bijbehorende livres d’art bekijken. Allemaal nog ouderwets met losse loden lettertjes met de hand gezet door Jean-Paul en pagina voor pagina op de handpers gedraaid. Wel in de Franse taal. Maar zoals gezegd, alle apart genummerde en gesigneerde bijbehorende multiples liggen er los in. En is kunst niet een soort universele taal? Tot volgende week.

bezig in het atelier van meestersteendrukker Rudolf Broulim bij Antwerpen

TOOS

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia
bij mijn eigen werk
in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice
gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

De lange arm van Homerus


de Ilias en Odyssee in de vitrine in mijn atelier

Had die goeie ouwe, rondtrekkende en verhalen vertellende bard Homerus ’t ruim 28 eeuwen geleden ooit kunnen bevroeden? Dat beeldend kunstenaars, filmregisseurs en toneelmakers zich nu nog steeds laten inspireren door wat hij toen op schrift stelde? De Ilias en de Odyssee. In ritmische zangen en verzen gegoten geschiedenissen, mondeling van bard op bard doorgegeven. Avonturenverhalen die toen ook al eeuwenoud waren. En had hij kunnen bedenken dat ik daar komende zondag 4 juni aandacht aan geef in mijn atelier bij de Middelburgse Kunst en Cultuurroute?

Nee, vast niet! Want hadden wij, om maar wat te noemen, 28 jaren in plaats van 28 eeuwen geleden ook maar het flauwste vermoeden van het ritueel dat zich nu veelvuldig voor onze ogen afspeelt? Een ritueel waar hele volksstammen zich op straat, in trein, bus of bioscoop om de haverklap aan overgeven. Volledig gebiologeerd en zonder oog voor de omgeving met hun vingertjes over oplichtende schermpjes vegen. Zowel lopend, staand als zittend. Daarbij ook nog vaak luidop in zichzelf pratend met geluidgevende dopjes in hun oren. Geluid dat, zo schat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in, vast niets met de verzen van Homerus heeft te maken. Nee, dat vermoeden hadden we vast niet. Dus valt die goeie, ouwe bard in dat opzicht helemaal niets kwalijk te nemen.

paar steendrukken uit de Ilias

Hoe ik voor die kunstroute op 4 juni ineens op Homerus kom? Ten eerste, en trouwe lezers weten dat, omdat ik een stevige band met hem heb via mijn galerie in Nice. Waarmee ik heb samengewerkt aan nieuwe, geïllustreerde uitgaven van de Ilias en Odyssee. Maar er is nog een belangrijk ten tweede. Een dikke week geleden bevond ik mij op Malta. In de begin 19de eeuw gebouwde Nationale Bibliotheek van hoofdstad Valetta. Daar bleken ze een ruime collectie heel oude drukken van de Odyssee en de Ilias te bezitten . Waaronder zelfs een kostbare en zeldzame vroege Venetiaanse uitgave uit 1499. Maar ook ontdekte ik dat ze er op Malta behoorlijk trots op zijn dat de grote Griekse held Odysseus een aantal jaren doorgebracht zou hebben op Gozo. Het tweede eiland van de archipel van de Repubblika ta”Malta. Ja, ik heb ook nog wat Maltees opgestoken.

Nationale Bibliotheek in Valetta, Malta

Op dat Gozo, of Ogygia zoals het in de Odyssee heet, werd hij jaren gevangen gehouden door tovenares Calypso. Die was hopeloos verliefd op hem geworden nadat hij op haar eiland aanspoelde na een schipbreuk. Gevangen is daarbij overigens een nogal betrekkelijk begrip. Want Odysseus zou, niet geheel onvrijwillig, een paar kinderen bij haar verwekken. Maar uiteindelijk beschikten de goden op de top van hun Olympus toch maar dat hij weer naar zijn paleis op Ithaka mocht. Waar zijn eigen Penelope al jaren smachtend op hem zat te wachten.

Komt bij dit alles mogelijk de vraag op waarom ik op dat verre Malta verkeerde? Dat is weer een heel ander verhaal.

paar steendrukken uit de Odyssee

Hoe ik op 4 juni aandacht ga geven aan Homerus? Ik heb vier dikke volumes van die Ilias en Odyssee met daarbij door mij gemaakte steendrukken. En natuurlijk schilderijen die erop zijn gebaseerd. Schilderijen die voor zich spreken. Maar ik wil daar best wel wat aan toevoegen. Overigens niet in de vorm van verzen en zangen zoals Homerus dat deed. Lijkt me echt beter van niet. Maar als je die dag Middelburg ingaat, heb je best nog wel kans een aantal woeste zeemansgezangen op te vangen. Want het is Middelburg VÓLkoren. Zo’n spin off van de kunstroute die een eigen leven is gaan leiden. Met overal zangkoren van overal vandaan. Daarbij zitten vast ook shantykoren. Van die groepen mannen die uit volle borst zeemansliederen ten gehore brengen. Soms al honderden jaren oud. Je zou je er de bemanning van het schip van Odysseus zo bij kunnen voorstellen. Ruige, moedige zeevaarders voor geen kleintje vervaard. Waarbij ik wel ’t lichte vermoeden heb dat de meeste van die shantykoorleden de zee nog nooit voor ’t echie hebben meegemaakt.

Sirene, olieverfschilderij gebaseerd op de Odyssee

En wat mijn eigen Odyssee betreft? Die duurt nog wel even. Want ik heb in overleg met Jean-Paul Aureglia van die galerie Quadrige in Nice besloten om samen met hem nog twee unieke exemplaren van, op z’n Frans, L’Odysée te maken. Twee boeken in groot formaat, elk geïllustreerd met 25 originele aquarellen. Voor de Ilias deed ik dat al eerder. De lange arm van Homerus reikt dus nog steeds over de eeuwen heen, zeker ook naar mij. Wie weet tot 4 juni en in ieder geval tot volgende week.

TOOS

Surrealistische realiteit in Boijmans


Salvador Dali, Mae West lippensofa, op “Gek van surrealisme” in Museum Boymans

 

 

Kun je ’t eigenlijk nog wel surrealisme noemen als je een surrealistisch moment hebt tijdens het rondlopen op de grote tentoonstelling “Gek van surrealisme” in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen?  Want is zo’n surrealistisch moment daar dan eigenlijk niet normaal?  Ik had ’t toen ik Leonor Fini en André Masson er tegenkwam. Niet in levende lijve trouwens.  Ze zijn al weer wat jaartjes dood en daaruit opstaan is maar weinigen gegeven. Zelfs bij surrealisten. Maar dode kunstenaars leven wel voort in hun schilderijen. En die hingen er wel.

Leonor Fini, Due Donne, 1939
André Masson, Massacre, 1931

Maar waarom had ik nu juist bij die twee dat surrealistische moment? Er hangt ten slotte volop werk van wereldwijd bekende grote kunstkanonnen als Max Ernst, Salvador Dali, Yves Tanguy en René Magritte. Dat komt omdat er voor mij een persoonlijk lijntje loopt naar Fini (1907-1996) en Masson (1896-1987) van wie de namen regelmatig vallen in gesprekken met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Die galerie, waarmee ik al weer heel wat jaartjes samenwerk, werkte namelijk ooit  onder de naam La Diane Française ook met hen beiden. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.

Max Ernst, Le couple, 1923
Yves tanguy, les survenants II, 1942
Dali, Impressions of Africa (detail), 1938
René Magritte, The red model. 1935

Toen richtte Pierre Cottalorda zich met zijn uitgeverij La Diane Française op literaire kunstboeken in kleine oplage, aangekleed met steendrukken of etsen van bekende kunstenaars. Zoals de toen al wereldberoemde Matisse en Dali. En met, daar zijn ze, Leonor Fini en André Masson.

Gaat hier misschien een belletje rinkelen bij regelmatige lezers van dit blog? Want geeft galerie Quadrige ook niet nog steeds zulke boeken uit onder die naam van La Diane Française? En lever ik daaraan niet ook regelmatig mijn bijdrage? Ziehier het lijntje.

 Begin jaren 90 werden de oude Pierre Cottalorda en de veel jongere Jean-Paul Aureglia compagnons in de nieuwe galerie Quadrige waar uitgeverij La Diane Française onderdeel van ging uitmaken. Samen met de inboedel daarvan. Zoals een door Masson zelf geschreven en geïllustreerd boek “Le PLAISIR  de PEINDRE”. Nu een bibliofiele uitgave. En zoals een kunstuitgave van het beruchte en beroemde erotische “L’histoire d’O” waarbij die 50 tinten grijs volstrekt verbleken. Berucht vooral omdat het onder pseudoniem geschreven was door een toen nog onbekende vrouw. Een vrouw die porno schreef? Kon dat zomaar? Opschudding alom! Maar ja, ’t kon dus.

Net zo goed als dat een andere vrouw voor die kunstuitgave nogal erotisch getinte steendrukken maakte. Leonor Fini dus.

????????????????????????????????????

Een behoorlijk onafhankelijk ingesteld typje dat beslist niet bang was voor een opschuddinkje hier en daar. In Frankrijk en Amerika zeer gekend maar in Nederland nooit echt doorgebroken. Toch hangt ze nu maar mooi in Museum Boijmans. De Leonor Fini waarvan ik via galerie Quadrige nog zo’n L’histoire d’O steendruk heb kunnen verwerven. De Leonor ook die regelmatig verkeerde in het gezelschap van Dali en andere surrealistische tijdgenoten. Wat eveneens gold voor André Masson.

Dali bij de paal, Fini rechts van hem

Snap je nu mijn surrealistisch moment? In 1994, toen ik door toeval betrokken raakte bij Quadrige in Nice, had ik toch nooit kunnen bedenken dat een schakel van gebeurtenissen mij in 2017 in Rotterdam blij verrast voor schilderijen van Fini en Masson zou laten stilstaan?

Leonor Fini, The alcove, met Leonora Carrington (zie hieronder) op de voorgrond

Dat stilstaan gebeurde natuurlijk bij meer werken. Want aan Max Ernst kan ik nooit voorbij lopen. Die heeft zo’n intrigerende wereld geschapen dat ik er elke keer weer naar toe wordt getrokken. En  Salvador Dali blijft natuurlijk een trekker van jewelste met zijn iconische gesmolten horloges en olifanten op dunne pootjes. Maar dat naast die mannen ook de vaak wat weggestopte vrouwelijke surrealisten, zoals Leonora Carrington, in de tentoonstelling aan bod komen, vind ik een groot pluspunt . Als lid van het vrouwelijk geslacht mag ik ten slotte best vinden dat vrouwen in de kunst zowel in het verleden als ook nu nog veel te vaak worden ondergewaardeerd en weggeschreven. Daar valt nog een wereld te winnen.

Leonora Carrington, Are you really serious, 1953
Fini links, Carrington rechts

Tot volgende week.

TOOS

Sint Nicolaas verricht geen wonderen meer


Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Sint Nicolaas, steendruk door Toos van Holstein bij het levensverhaal van de heilige Saint Nicolas in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

 

Sinterklaastijd, druk, druk, druk, dus tot mijn spijt

Is er voor een normaal blog dit keer geen tijd.

Ik vroeg Sint Nicolaas nog een wonder te verrichten

Door onze dagen tot 36 uur te verplichten,

Maar de heilige bleek zijn vroeger wondergedoe zat

Hoe langdurig ik hem ook smeekte en bad.

Vandaar dus nu alleen deze rijmelarij

En de volgende keer weer meer van mij.

Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française
Het wonder van de redding van het jongetje uit het vuur door de heilige Saint Nicolas, steendruk van Toos van Holstein in de uitgave van de Légende dorée van de Franse uitgeverij La Diane Française

Tot volgende week.

TOOS

De Odysseaanse omzwervingen van de Niçoise Odysseus van Toos


q01

Odysseus, Griekse held van top tot teen, beleefde tijdens zijn omzwervingen avonturen op vele plekken rond en in de Middellandse Zee. Maar in Nice was hij nooit. Dat ging ook moeilijk. Want de stad werd pas in de 4de eeuw voor Christus door de Grieken gesticht. En toen verkeerde Odysseus al eeuwen lang, naar ik aanneem, in de Elysese velden, de verblijfplaats voor gelukzalige Griekse helden. Toch is hij nu in Nice. Zelfs een heel jaar lang. In de vorm van een aantal tentoonstellingen. Dat alles vanwege een nieuwe, kunstzinnige uitgave van de Odyssee van Homerus door galerie Quadrige en uitgeverij  La Diane Française. Gecombineerd met exposities van zes kunstenaars die met steendrukken, zeefdrukken, houtsneden en gravures aan dit nieuwe kunstboek hebben meegewerkt. En mijn expositie, want ik ben één van die zes, is nu gaande.

Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein
Odysseus turend naar de horizon, olieverf van Toos van Holstein

Maar voordat het zover was, zijn er heel omzwervingen en onverwachte kunstavonturen aan vooraf gegaan. Net dus zoals bij Odysseus zelf. Twintig jaar lang werd hij als speelbal voortgedreven door onenigheid tussen een paar Griekse goden. Toen pas mocht hij van hen bij thuiskomst op Ithaka zijn trouw wachtende Penelope weer in de armen sluiten. Zo erg was dat bij mijn expositie gelukkig niet. Maar toch!

Als illustraties voor de Odyssee maakte ik in 2014 al vier steendrukken. Mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren ging namelijk met welverdiend pensioen. En voor die tijd wilde ik toch graag nog een keer van zijn uitgebreide ervaring gebruik maken. Vier litho’s van de vereiste afmetingen creëerde ik nog bij hem, op papier van Quadrige en net passend op één steen.

bij Broulim werkend aan de steendrukken
bij Broulim werkend aan de steendrukken

Maar voor die Odysseus uitgave had ik er wel vijf beloofd aan galerie-eigenaar Jean Paul Aureglia. Hoe nu? Daarvoor deed zich in 2015 een elegante oplossing voor. Bij het Nederlands Steendrukmuseum in het Brabantse Valkenswaard. De directie daar vroeg of ik hun jaarlijkse relatielitho wilde maken. Kon ik toch mooi die vereiste vijfde steendruk maken in combinatie met dat relatiegeschenk, ook weer op één steen.

werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard
werkend aan de 5de steendruk in het Steendrukmuseum van Valkenswaard

Dat was dus keurig allemaal klaar voor de in 2016 in Nice geplande expositie. Maar voor zo’n tentoonstelling is nog wel iets meer nodig dan vijf litho’s.

de 5 litho's op rij bij de expositie
de 5 litho’s op rij bij de expositie

Nu maak ik voor een steendruk altijd eerst wat ontwerpen in de vorm van niet al te grote tekeningen en aquarellen. Die had ik dus al begin 2014. Waarom daar niet iets mee gedaan? Zo gezegd zo gedaan. Een aantal van die voorstudies scande ik in hoge resolutie in om ze bij mijn vertrouwde adres van ZWF in Bolsward op hoogwaardig schildersdoek in kleur te laten afdrukken. In een veel groter formaat, namelijk 100-90 cm. Maar daarbij bleef op mijn verzoek aan de zijkant telkens een strook van 10 cm breed onbedrukt. Toen met die losse doeken op naar de Martinikerk in Franeker. Om daar te knielen bij de oude grafstenen in de kerkvloer. Niet vanwege boetedoening. Maar wel om met oliekrijt en rubben delen van oude teksten en gebeeldhouwde fragmenten van die stenen over te brengen op die onbedrukte,witte stukken.

rubben in de Martinikerk van Franeker
rubben in de Martinikerk van Franeker

Vervolgens heb ik die losse doeken op laten spannen op aluminium frames bij ook al weer zo’n vertrouwd adres, Artel in Rucphen. Dus voordat ik er in mijn atelier in Middelburg mee verder kon, hadden die werken al een hele reis en geschiedenis achter de rug.

En toen ineens kwam in 2014 “O die zee”, georganiseerd door Trudi Warns van Theater de Wegwijzer in Nw.- en St. Joosland, op mijn pad. Een muziekspektakel gebaseerd op de Odyssee en plaatsvindend bij Fort Rammekens in Ritthem. Logisch natuurlijk dat die serie schilderijen waaraan ik toch al werkte, daar een aantal maanden konden komen te hangen.

de expositie in fort Rammekens
de expositie in fort Rammekens

Maar daarmee was hun reis nog niet afgelopen. Want daarna kwam de uitnodiging om mee te doen met een kunstmanifestatie tijdens de Biënnale in Venetië in 2015. Waarom dan niet ook in Venetië die serie integreren in mijn deel van de expositie?

de expositie in Venetië
de expositie in Venetië

Maar na al die kunstomzwervingen kwam de eindbestemming van mijn Niçoise Odyssee dan toch in zicht. De opening in galerie Quadrige in de loop van mei 2016. Een zeer geanimeerde vernissage met natuurlijk een uitgebreide Niçoise specialiteitenmaaltijd ’s avonds laat er achteraan.

q09
foto’s van de opening

q10 q11 q12

de Niçoise maaltijd na de vernissage
de Niçoise maaltijd na de vernissage

Toen ik uiteindelijk mijn moeie hoofd op mijn kussen kon leggen, wist ik één ding zeker: Odysseus was thuisgekomen in Nice. En daar hangt ie nu. In de vorm van de steendrukken, die mixed media werken met o.a. rubbings en olieverfschilderijen die ik speciaal voor deze expositie maakte. Ook hij mag nu tot rust komen. Net zoals ik trouwens. In mijn atelier in Nice. Tot volgende week.

TOOS

Alles van waarde is (niet) weerloos


bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk
bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk

’t Is een tijd van tradities, zo rond Oud en Nieuw. Mijn TOOS-doodle is er een van, zo bleek een aantal weken geleden al. Maar ik heb er nog een. Mijn Nieuwjaarswens in steendrukvorm. Een aantal jaren geleden ontstond die omdat mijn steendrukker Rudolf Broulim elk jaar een deel van een steen beschikbaar stelde voor elk van de kunstenaars met wie hij samenwerkte. Eén kleur mochten we dan gebruiken en we kregen 100 exemplaren. Dat was dus altijd weer een gepuzzel. Aan wie zouden levensgezel en ik ze dit jaar sturen?

de Nieuwjaarssteendruk
de Nieuwjaarssteendruk

Maar aan deze traditie dreigde dit jaar een eind te komen. Rudolf geniet van zijn pensioen en zijn  steendrukpers verleent nu goede diensten in het verre China. Ergens op een kunstacademie. Dus wat te doen? Stoppen met die leuke gewoonte van het sturen van een steendrukje aan familie, vrienden, fans en klanten? Nee dus! Ik ben natuurlijk niet zomaar bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar benoemd tot de Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016. Dat schept verplichtingen. De traditie moest worden gehandhaafd! Dus vond ik een briljanten omweg voor een volgende Nieuwjaarssteendruk van mijn hand. Zelfs in een oplage van 125. Maar ook dat blijft natuurlijk maar een beperkt aantal. Vandaar hierbij een afbeelding van de steendruk in deze blogaflevering. Met een bijgaande tekst gebaseerd op de prachtige uitspraak van kunstenaar en dichter Lucebert: “Alles van waarde is weerloos”.

het totaal
het totaal

Alles van waarde is weerloos, een intrigerende uitspraak van dichter en kunstenaar Lucebert. Maar zijn vrede en vrijheid weerloos? Zijn geluk, gezondheid en gastvrijheid weerloos? Niet als we met z’n allen ervoor waken dat deze zaken van waarde ook waardevol blijven. Wij wensen jullie dan ook voor 2016 een weerbaar jaar van vrede, vrijheid, geluk, gezondheid en gastvrijheid toe.

Een 2016 ook waarin ik mijzelf Nederlands Briljanten Kunstenaar van het Jaar mag noemen. En dat mag gevierd worden. Met de voortzetting van een mooie traditie, ook een zaak van waarde. De Nieuwjaarssteendruk. Maar mijn meestersteendrukkers zijn met pensioen gegaan. Toch hoef je dan niet weerloos te zijn. Hier is dus via een briljanten omweg die Nieuwjaarssteendruk voor 2016. Weer in een zeer beperkte oplage.

Toos van Holstein en

Harm Witteveen.

 Tot volgende week.

TOOS

En zo is ’t gekomen!


Als de vader van mijn levensgezel niet een gezin had gekend waarvan een zoon woonde in de Adelheidstraat in Den Haag had dit stukje er heel anders uitgezien. Want dan was Poen de Wijs niet de buurman geworden van levensgezel toen die zich in die Adelheidstraat vestigde. Poen was een zeer getalenteerde fijnschilder, één van de beste van Nederland. Was! Want vorig jaar overleed hij, veel te vroeg. Door dat buurmanschap leerde ik Poen kennen als vriend en kunstgenoot die altijd bereid was om zijn kennis te delen. Met uiteindelijk als gevolg het steendrukje hieronder.

feeststeendruk 1
feeststeendruk 1

Want toen ik op zoek was naar een goeie steendrukker kwam Poen met de suggestie “ga naar Ernst Hanke in Zwitserland”. Ik had in 1995 al eens een steendruk gemaakt in het atelier van de bekende Piet Clement in Amsterdam. Daar waar bijvoorbeeld  Jan Cremer en Lucebert kind aan huis waren. Maar mijn manier van werken paste daar niet. Een 5-kleurensteendruk maken op vijf verschillende stenen? No way, veel te onnauwkeurig! Dus toen Poen me vertelde dat Ernst Hanke dat allemaal op één steen kon, was een afspraak met Ernst snel gemaakt. De treinreis naar zijn atelier in Ringenberg zal ik niet licht vergeten. Van de ene vertraging in de andere, dus onverwachte overstappen, en pas midden in de nacht op de eindbestemming. Maar de samenwerking met Ernst was perfect. In de jaren daarna volgden nog meer steendrukken, zowel opdrachten als litho’s die ik voor mijzelf maakte. Wel ging ik dan met de auto! Heen zonder en terug met steendrukken. Over de Zwitserse douane, Zwitserland is ten slotte geen EU-land, zal ik ’t nu maar niet hebben. Dat is een heel ander verhaal.

samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers
samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers

Maar Hanke ging er mee stoppen. Het was mooi geweest. En de populariteit van de steendruk was duidelijk over zijn hoogtepunt heen. Erger nog, de verkoop stortte jammer genoeg helemaal in door de opkomst van digitale kunstreproductietechnieken. Ook weer een verhaal apart. Dus hoe ging Toos nu nog litho’s maken? Heer Bommel had dan Tom Poes als listverzinner. Maar dit was werkelijkheid en geen stripverhaal. Via via kwam ik ten slotte uit bij een andere meestersteendrukker, Rudolf Broulim. Oorspronkelijk afkomstig uit, toen nog, Tsjecho-Slowakije, al jaren leraar aan de kunstacademie in België, met een eigen steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en ook werkend met die éénsteentechniek.  Een geheel andere persoonlijkheid dan Ernst. Maar ook met hem kon ik het heel goed vinden. Dus volgde er weer een jarenlange samenwerking met als voordeel dat de afstand Middelburg-Ekeren ietsje korter is dan die van Middelburg naar Zwitserland.

vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
de steendrukken staan te drogen
de steendrukken staan te drogen

En toen wilde ook Rudolf er mee gaan stoppen. Het pensioen lonkte. Maar niet zonder mij nog een mooi afscheidscadeau te geven. Vorig jaar september, tijdens een groot feest dat levensgezel en ik hadden georganiseerd vanwege allerlei mooie leeftijdsgetallen. Ik mocht bij hem nog een laatste litho maken. Bedoeld als herinnering voor alle 140 feestgangers aan een onvergetelijke avond. Dat hebben we tijdens dat feest dus ook luid en duidelijk aan een ieder verkondigd. Zo duidelijk zelfs dat ik kort geleden nog een mailtje kreeg van een toen aanwezige die heel nieuwsgierig was naar de stand van zaken rond die feeststeendruk. Het heeft inderdaad ook even moeten duren.  Want Rudolf was druk bezig allerlei pensioenzaken rond zijn atelier af te wikkelen. Zoals bijvoorbeeld het verkopen van zijn grote pers naar China. Want de Chinezen kopen niet alleen wereldwijd grote bedrijven op, maar ook mooie, oude, grote steendrukpersen. Zij hebben daar voor de steendruktechniek nu veel meer belangstelling dan wij hier in Europa.

feestgangers op de tweede etage achter de balustraden
feestgangers op de tweede etage achter de balustraden

Het duurde dus even voor Rudolf voor mij een steen kon prepareren. Een steen zelfs, zo bleek, waarop ik twee litho’s van A4-formaat kon maken. Altijd makkelijk nietwaar, als zo’n kunstwerk over de post moet worden verstuurd. Want natuurlijk is ’t heel leuk om de feestgangers persoonlijk een exemplaar te overhandigen als dat logistiek goed uitkomt. Maar ja, ze wonen verspreid over het hele land. Dus ik zal toch hier en daar de ouderwetse post moeten gebruiken.

feeststeendruk 2
feeststeendruk 2

Resten nog twee vragen. Eén. Wie wordt mijn volgende meestersteendrukker? Want dat steendrukken is toch veel te leuk om niet meer te doen, na  al die ervaringen met een paar van de echte grote Europese meesters. De tijd gaat het leren. En twee. Stel nu eens dat levensgezel niet in die Adelheidstraat terecht was gekomen en ik Poen de Wijs niet had leren kennen. Zouden dan ooit twee feeststeendrukken zijn ontstaan in het atelier van Rudolf Broulim? Van het een komt het ander, maar of daar logica in zit? Tot volgende week.

TOOS

Terug naar Ekeren


“Nou, dat was dan de laatste keer”, zo dacht ik, toen ik vorig jaar naar buiten stapte en de deur in de Pastoor Goedschalkxstraat in Ekeren bij Antwerpen achter mij in het slot viel. De laatste keer dat ik die licht schuifelende tred van Rudolf had gehoord bij die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. En met het uitzicht op de groene binnentuin, zittend op die bekende stoel aan die bekende tafel met een dikke, platte, rechthoekige Solnhofener kalksteen voor me met een potje speciale tusche ernaast. Want, zo meldde ik destijds, mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim ging er mee stoppen. Het was mooi geweest, hij ging met pensioen en zijn steendrukatelier ontmantelen. Gewoon nog even een paar kleine klusjes en dan was ’t gedaan.

Maar toen was hij vorig jaar september met zijn Marie te gast op het grote feest dat mijn levensgezel en ik gaven voor zo’n 140 mensen in mijn Middelburgse pakhuis.

nog een paar impressies van dat feest
nog een paar impressies van dat feest

feeststeendruk 2

Een feest waarvoor we nog steeds complimenten krijgen als we feestgangers van toen weer spreken. Een van de mooiste complimenten kregen we al op die avond zelf. Van Rudolf. “Toos”, zo sprak hij met zijn licht Vlaamse accent, “deze avond verdient een cadeau. Jij komt bij mij helemaal gratis en voor niks nog één keer een steendruk maken die je dan aan alle gasten van deze grandioze avond kunt toesturen als speciale herinnering. We moeten alleen nog even bekijken wanneer dat kan gaan gebeuren vanwege dat uitruimen van mijn atelier.”

Dat uitruimen is dus nog niet afgerond. Eigenlijk staat het wel vast dat een aantal van de steendrukpersen naar een academie in China gaan. Daar willen ze graag de steendruktraditie voortzetten die in Europa, net zoals Rudolfs atelier, aan onttakeling onderhevig is. Maar de bureaucratische molens in China draaien traag. Regeltje hier, stempeltje daar, vergunningkjes, nog meer belangrijke ambtenaren, ach, eigenlijk de bekende riedel.

vooroverleg met Rudolf over de steendruk
vooroverleg met Rudolf over de steendruk
met tusche tekenen op de steen
met tusche tekenen op de steen

feeststeendruk 5a Dus zat ik een dikke week geleden toch nog weer aan die tafel op die stoel in Ekeren. Met die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. Met de vertrouwde licht schuifelende tred van Rudolf op de ateliervloer. En met uitzicht op een nog kale binnentuin want de lente liet wat langer op zich wachten dan ons verlangen daarnaar. Overigens wel met vlak voor mijn neus de musjes en de vinkjes die zich tegoed deden aan van die voedselbolletjes in netjes in de boom. Want Marie en Rudolf zorgen goed voor die gevederde vriendjes. Net zoals Rudolf ook altijd goed zorgt voor mij. Met koffie, met zo’n dikke Solnhofener kalksteen weer voor mijn neus en een potje van zijn zo speciale tusche ernaast. Plus natuurlijk de penselen en de speciale lithopotloden. Ik was weer helemaal blij.

En die steendruk? Dat worden twee verschillende afbeeldingen. Het onderwerp ervan? Natuurlijk dat feest waaruit deze geste van Rudolf voortkwam. Een kleine video impressie staat hierboven.

Wanneer ze klaar zijn, hoor ik vragen. Tja, dat zal mee worden bepaald door die Chinese bureaucratie en de ambtenaren van Ekeren. Want voor de ontruiming van het atelier moet de Pastoor Goedschalkxstraat worden afgesloten, moet er een grote hijskraan komen en moeten die grote steendrukpersen vanuit het atelier aan de achterkant van het huis over die binnentuin en het voorhuis heen op een grote vrachtwagen worden getakeld.  Ook nog Vlaamse bureaucratie dus. Maar ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

160 Keer je handtekening zetten


signeren en nummeren van de steendruk
signeren en nummeren van de steendruk

Wel eens geprobeerd? Zo’n 160 keer achter elkaar je handtekening zetten? Met daarbij ook nog een nummering die begint bij 1/160? Kramp, stijve vingertjes, een uitschietend potlood? Dat kan dan natuurlijk allemaal zomaar. Maar dat mag toch echt niet als je jouw eigen steendruk moet signeren. In een aflevering van een aantal weken geleden schreef ik al over die steendruk. Bedoeld als relatiegeschenk van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. En die relaties willen natuurlijk wel een “echte”, een gesigneerde litho, zoals dat de gewoonte is.

samen met technisch directeur Cees van Rooij bezig met het verwerkingsproces
samen met technisch directeur Cees van Rooij bezig met het verwerkingsproces
Cees drukt het museumstempel in het lithopapier
Cees drukt het museumstempel in het lithopapier

Nu worden er voor alle zekerheid altijd wel wat meer dan, in dit geval, 160 gemaakt. Want bij het steendrukproces kan altijd iets fout gaan. Kleur net niet goed, papier gevouwen, onverwachte spikkeltjes, wat al niet. Maar alles wat er meer dan 160 wordt gemaakt, wordt daarna verscheurd. Net zoals de steen geschuurd wordt en de afbeelding erop voor eeuwig verdwijnt. Zo heb je altijd zekerheid dat er op de hele wereld nooit meer dan 160 exemplaren zullen rondzwerven van deze steendruk “Art is travelling the mind”.

Vorige week werd die litho officieel onthuld voor de sponsoren en Vrienden van het museum. Leuk trouwens dat er nu minstens één in bezit is van dat grote ASML in Veldhoven. Het bedrijf dat de machines maakt  die nodig zijn voor de chipfabricage zonder welke nieuwe reproductietechnieken niet mogelijk zouden zijn. En dat eveneens een belangrijke sponsor is.

onthulling van de steendruk
onthulling van de steendruk

Alle litho-ontvangers krijgen ook een speciale, schriftelijke uitleg bij hun exemplaar dat ik mijn bloglezers hier niet wil onthouden.

steendruk "Art is travelling the mind"
steendruk “Art is travelling the mind”

 “De steendruk die Toos van Holstein maakte voor het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard is er een vol symboliek. Zo is de opvallende toren een versmelting van de Oude Toren in Eindhoven en de Lange Jan in het centrum van Middelburg. Onder die Oude Toren werd de kunstenaar namelijk geboren en vanuit haar huidige atelier in Middelburg heeft ze een riant uitzicht op het bovenste deel van die Lange Jan.

Maar een toren met vleugels? Dat is niet alleen een ode aan de vogel die zijn naam gaf aan Valkenswaard maar ook een ode aan de fantasie. Niet voor niets is de lijfspreuk van Toos “for me art is travelling the mind”. Voor dat reizen slaat ze haar vleugels uit, niet alleen figuurlijk in haar eigen fantasiewereld, maar ook letterlijk om tijdens dat reizen nieuwe ervaringen op te doen. Voor haar heeft die Oude Toren in Eindhoven daar veel mee te maken. Als kind ervoer ze de grote poort in de toren als een vol geheimzinnigheid, als een toegang voor nieuwe ervaringen in een oude wereld. Die poort is in allerlei vormen heel vaak in haar werk terug te vinden en staat symbolisch voor nieuwsgierigheid, voor ontdekkingen. Want aan de andere kant van een poort ligt altijd weer een nieuwe wereld.

Dat geldt ook voor de torentoegang op de steendruk. Wat zit er eigenlijk allemaal verborgen achter die toegang? Lijkt dat niet op de structuren in een elektronische chip? Inderdaad! Hebben die chips niet het begin van revolutionaire veranderingen in onze huidige wereld veroorzaakt net zoals in het begin van de 19de eeuw de steendruktechniek een wereldrevolutie in de druktechniek veroorzaakte? En zit niet heel dicht in de buurt van Valkenswaard, in Veldhoven, het bedrijf ASML dat het produceren van die chips mogelijk maakt?

Voor Toos van Holstein was het maken van deze steendruk ook weer een nieuw avontuur. Samenwerken met de voor haar nieuwe meestersteendrukker Gertjan Forrer, ook een paar nieuwe steendruktechnieken gebruiken,  nieuwe mensen ontmoeten. Vooral dat laatste is voor haar belangrijk. Geen werk van Toos, olieverf, aquarel of steendruk, of er zitten mensen in. Zo ook dus in deze steendruk “Art is travelling the mind”. Want zonder mensen was deze litho er niet geweest.”

Tot volgende week,

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Opzij, opzij, opzij, ik heb ongelofelijke haast


Waarom die kop met regels uit dat bekende lied van onze onvolprezen Herman van Veen? Die kwamen in me op toen ik vorige week dinsdagavond met het vliegtuig aankwam in Rotterdam na een verblijf van enkele weken in Nice. Een paar weken om tot rust te komen na hectische maanden in Nederland. Schilderijen afmaken, tentoonstellingen, een groot feest voor zo’n 150 gasten met alle voorbereiding erbij, Open Huis, Landelijke Monumentendag, enz., enz.

Maar bij die landing realiseerde ik mij dat er opnieuw een paar heel drukke weken zaten aan te komen. Vandaar de associatie met dat liedje van Herman van Veen. En ook de gedachte die hectiek eens op een rij te zetten in deze blogaflevering.

opening van de Tuinzaal in Haags Gemeentemuseum
opening van de Tuinzaal in Haags Gemeentemuseum

Gelijk op woensdag stond er een evenement gepland voor de Vrienden van het Haags Gemeentemuseum, waarvan ik er een ben. De nieuwe Tuinzaal in het museum werd namelijk officieel geopend, een gebeurtenis gecombineerd met wijn en buffet. Die Tuinzaal is in feite de oorspronkelijke binnenplaats die recent helemaal overkapt is om extra ruimte te scheppen voor bezoekers. Iets dat veel musea de laatste jaren hebben gedaan. Denk maar aan het Rijksmuseum en het Nationaal Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Want musea moeten tegenwoordig meer bieden om extra inkomsten te genereren. Naast de culinaire verzorging was er nog die andere trekpleister. De blockbuster tentoonstelling over Rothko. Velen gingen mij al voor en hele volksstammen zullen nog volgen. Want de rijen voor de museumkassa’s zijn lang. Voor een Vriend dus niet! En da’s een lekker gevoel. Over die Rothko-expositie schrijf ik binnenkort nog wel eens.

Direct na die opening op woensdagavond had ik nog een afspraak in Wassenaar. Bij een echtpaar dat graag een “Venetiëschilderij” van mij wil hebben. Dat ga ik nu dus in opdracht maken. Maar voor zo’n opdracht kom ik altijd graag eerst bij de mensen thuis. Om, onder het genot van een wijntje, de opdrachtgevers beter te leren kennen, hun woonsfeer te proeven en de plek te aanschouwen die ze in gedachten hebben voor het schilderij.

cabaretier Eric Koller
cabaretier Eric Koller

Donderdag wachtte mij een etentje met vrienden en een cabaretvoorstelling in het Haagse Diligentia. Van Eric Koller. Nooit van gehoord? Tja, hij komt zelden met zijn flexibele, rubberen kop op televisie en dan ben je dus geen BN’er. Maar een kolderieker, absurdistischer cabaretierclown hebben we niet in Nederland. Ik had af en toe ordinair de slappe lach!

Vrijdagmorgen ging de reis dan uiteindelijk naar Middelburg. Want daar moest zo’n 50-tal werken worden uitgezocht en ingepakt om ze op zaterdag, na alles te hebben ingeladen, in Bilthoven weer uit te laden. Voor een grote overzichtstentoonstelling van mij daar. Nieuwsgierig? Binnenkort meer nieuws.

afgeleverd werk in Bilthoven
afgeleverd werk in Bilthoven
feest in Middelburg
feest in Middelburg

En omdat ik toch in Bilthoven was, kon ik gelijk mooi door naar Zeist. Om daar zo rond 5 uur een kunstwerk van mij af te leveren. Toch wel heel leuk. Ik verkoop een schilderij aan bewonderaars van mijn kunst en we vieren dat met, alweer, een goed glas wijn erbij.  Daarna voor de inwendige mens nog naar Breukelen, naar galerie Peter Leen. Want Peter, met wie ik al jaren samenwerk, heeft sinds twee jaar het voortreffelijke Thaise restaurant Same Same in en naast zijn galerie.

Op zondag wachtte een muzikaal feest bij vrienden die in Middelburg hun project “Sound of Light House” ten doop hielden. Max Dendermonde schreef ooit het boek “De wereld gaat aan vlijt ten onder”. Nou, mocht dat zo zijn, dan kunnen we dat maar beter feestend doen. Nietwaar?

Voor maandag stond het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard op het programma. Want daar lag nog een stapel steendrukken van mij te wachten op nummeren en signeren. Gewoon zoals dat hoort bij litho’s.

de litho voor het Nederlands Steendrukmuseum nummeren en signeren
de litho voor het Nederlands Steendrukmuseum nummeren en signeren

Op die manier weet de nieuwe eigenaar dat het echt een origineel exemplaar is. En omdat ik toch in Brabant was, kwam een eetafspraak met een goeie vriendin in Lieshout ook heel mooi uit. En op dinsdag?  Nee, nu even niet. Ook dat komt nog.

Mijn vingers tintelen zo langzamerhand wel om weer te gaan schilderen. Maar eerst komt Ameland. Ameland? Ja, Ameland! Lees maar volgende week.

TOOS

Van de atelierstilte naar de museumdrukte


Zo zit je dagen achtereen in je uppie in het atelier in je eigen wereld en zo zit je ineens tussen het museumpubliek te werken. Zo sta je dagen in alle stilte achter je ezel in Middelburg of Nice en zo zit je achter een steen te midden van het geroezemoes van de bezoekers in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. Een overgang? Dat kun je wel stellen!

met Gertjan Forrer de 1ste tekening bekijken
met Gertjan Forrer de 1ste tekening bekijken

Maar dat wist ik natuurlijk van te voren al. Ik had ten slotte zelf die afspraak gemaakt met de directie van het museum. Lees er nog maar eens de blogaflevering op na van ergens tweede helft augustus.

Ik moest namelijk voor Quadrige, mijn galerie in Nice, nog een vijfde steendruk maken voor een nieuwe Franstalige uitgave van Homerus’ Odyssee. Vier had ik er al gemaakt. Op één steen. Bij Rudolf Broulim in Antwerpen.  Maar Rudolf, 68 jaren oud, vond het ,volkomen terecht ,tijd om te stoppen. Dus, Tom Poes, verzin een list. Die kwam tot stand met het Steendrukmuseum in Valkenswaard. Daar vonden ze ’t heel prettig als ik voor hun een relatiegeschenk zou maken op hun grote steendrukpers ,in samenwerking met hun meestersteendrukker Gertjan Forrer. Twee vliegen in één klap dus. Zij hun relatiegeschenk en ik mijn Odyssee-steendruk. Ook weer op één steen. Of eigenlijk drie vliegen in één klap. Want op die steen was ook nog ruimte voor een derde steendrukje voor mijzelf.

de steen wordt in de pers gelegd
de steen wordt in de pers gelegd
de 1ste drukgang wordt gedraaid
de 1ste drukgang wordt gedraaid
bezig met de 2de tekening
bezig met de 2de tekening

Dus daar zat ik dan afgelopen zaterdag. In het atelier van het museum. Met een grote lege steen voor me. En met de al genoemde Gertjan Forrer met wie ik voor de 1ste keer ging samenwerken. Dat is altijd spannend. Want ik weet zo langzamerhand wel dat elke meestersteendrukker zijn eigen manieren, technieken, materiaalgebruik en trucjes heeft. Ik had Gertjan al eerder ontmoet bij de voorbesprekingen en had er daardoor beslist alle vertrouwen in dat ’t ging lukken. Heel leuk was dat ik dit weekeinde van hem hoorde dat zijn vader ook steendrukker was geweest en onder andere had gewerkt in een Zwitserse steendrukkerij. Daar waar ook ene Ernst Hanke zijn opleiding had gehad. En laat ik nou die Ernst Hanke weer goed kennen omdat ik in zijn atelier in Zwitserland een aantal keren litho’s heb gemaakt. Dan kies ik ook nog voor de 1ste drukgang van mijn litho een basiskleur  blauw die de naam Forrer-blauw blijkt te hebben. Heeft de vader van Gertjan die kleur ontwikkeld! Hoe klein is de wereld dan ineens weer.

belangstellenden rond de pers
belangstellenden rond de pers
uitleg over de techniek
uitleg over de techniek

Zo leert een mens dus nog eens wat. Bijvoorbeeld ook dat een beetje schapenvet door de steendrukinkt die inkt steviger op de steen doet pakken. En dat je voor bepaalde gunstige effecten rustig de vlam van een brander op die steen kunt zetten.

met de brander op de tekening
met de brander op de tekening

Het is nu, na drie dagen werk, maandagavond en morgen leggen we de laatste handjes aan de litho’s. Maar het leek me toch leuk hierover al vast iets te vertellen en dat te illustreren met foto’s.  En wil je bewegende beelden zien bij het maken van een steendruk? Kijk dan maar eens naar het hierboven ingebouwde filmpje”RENAISSANCE, birth of a stone litograph” op mijn YouTube-kanaal  (link http://youtu.be/FllnbULjCqY). Trouwens, ook op Facebook hebben bezoekers van het afgelopen weekeinde het nodige neergezet. Tot volgende week.

TOOS.

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Odysseus here, Odysseus there, Odysseus everywhere


toegang van hoofdbastion naar tentoonstelling "Odyssee"
toegang van hoofdbastion naar tentoonstelling “Odyssee”

Hebben we in fort Rammekens “O die zee” en mijn expositie “Odyssee”, hebben ze in Scheveningen in augustus ineens “Oh die zee”. Een audiowandeling door Scheveningen, ook gebaseerd op dat epos van Homerus. Krijg je tijdens die wandeling op je koptelefoon drie van Odysseus’ avonturen te horen. Zeg maar eens dat Homerus niet populair is!

Mijn galeriehouder in Nice, Jean Paul Aureglia van Galerie Quadrige, heeft dat dus haarfijn aangevoeld toen hij begon met een nieuwe uitgave van de Odyssee en mij daar ook bij betrok. Om een vijftal steendrukken te maken als illustratie bij enkele van de vele avonturen van Odysseus. Vier daarvan heb ik al klaar. Gemaakt in het atelier van Rudolf Broulim bij Antwerpen. Ik schreef daarover al eens in dit blog. Maar Rudolf vond dat hij met zijn 68 jaar zijn persen wel eens mocht laten stoppen. Dus stond er, zogezegd, nog één steendruk in de wacht.

met Rudolph Broulim aan het werk in zijn atelier bij Antwerpen
met Rudolph Broulim aan het werk in zijn atelier bij Antwerpen

Nu heb ik goede contacten met het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. Ik draag dat museum een heel warm hart toe. Want onder de inspirerende leiding van directeur Frank van Oortmersen en technische man Cees van Rooij houdt het de steendruktechniek levend  voor een breed publiek. Niet voor niets heb ik een collectie van mijn steendrukken aan het museum geschonken. Ook wordt hun grote steendrukpers nog regelmatig gebruikt om nieuwe litho’s te maken. Daarvoor komt dan steendrukker Gertjan Forrer over uit Amsterdam.

overleg met Gertjan Forrer, Cees van Rooij en Frank van Oortmersen
overleg met Gertjan Forrer, Cees van Rooij en Frank van Oortmersen

Dus toen ik kwam met het voorstel die vijfde Odyssee litho in het museum te drukken, was men gelijk enthousiast. Zeker toen ter sprake kwam dat ik dan gelijk ook mooi een relatiegeschenk voor het museum kon maken. Want met een beetje goeie wil kan dat namelijk op dezelfde steen. Als die steen en bijbehorende soort papier maar groot genoeg zijn.

allemaal blij
allemaal blij

We hebben dus direct een afspraak gemaakt. Voor zaterdag en zondag 27/28 september. Want dan is net op vrijdag 26 september een nieuwe expositie geopend. “DE EERSTE WERELDOORLOG in steendruk”. Wat is nu mooier dan de museumbezoekers in dat eerste openingsweekeinde live het steendrukken mee te laten maken? Met Gertjan Forrer en Toos van Holstein aan het werk.

de grote steendrukmachine in het Steendrukmuseum
de grote steendrukmachine in het Steendrukmuseum

Ik verheug me er op. Alhoewel ’t natuurlijk wel spannend is als er zoveel mensen mee kunnen kijken. Gelukkig ken ik die gigantische steendrukmachine wel aardig. Want in Zwitserland heb ik diverse keren op net zo’n machine kunnen werken. Overigens is dat al weer wat jaartjes geleden. Want ook Ernst Hanke, één van de beste meestersteendrukkers in Europa, heeft zijn machine stopgezet. Digitale technieken nemen de macht over. Maar in Nederland hebben we gelukkig nog dat Steendrukmuseum (http://www.steendrukmuseum.nl) . Zet het weekeinde van 27/28 september maar in je agenda. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Sint met Piet? Sint zonder Piet?


Toen Sint Nicolaas nog jong was, kon hij zijn wonderen wel verrichten zonder speciale hulp. Maar nu, op gezegende leeftijd, kan hij daarbij wel wat extra handjes gebruiken. Zeg nou zelf, als witharige en baardige over daken rijden op een schimmel en ook je mijter nog ophouden, is niet aan een ieder gegeven. Dan is ’t toch wel handig één of meerdere Zwarte Pieten bij je te hebben om ongelukken te voorkomen. Het is zelfs al een wonder dat hij nog kàn paardrijden. Ga maar na. In de 4de eeuw al bisschop van Myra, het huidige Turkse Demre. Wie zou er nog zo goed in conditie zijn na al die eeuwen?

En die wonderen toen hij nog jong was? Naar aanleiding van zijn levensbeschrijving in de middeleeuwse  Legenda Aurea heb ik daarvan een paar verbeeld in steendrukken, zonder Zwarte Piet erbij dus. Gemaakt in samenwerking met meesterdrukker Rudolf Broulim. Toevallig schreef ik vorige week al iets over hem.

Die litho’s komen in een nieuwe Franstalige uitgave van die Legenda Aurea, de Légende Dorée, bij de levensbeschrijving van onze nationale heilige.

Want heilig mag je toch wel worden als je kindjes redt uit het vuur. Of ze zelfs weer tot leven brengt nadat ze, in stukken gesneden, ingepekeld in een ton zaten. Zo wordt je vanzelf wel beschermheilige voor kinderen.

NicolasA

Maar ook voor zeelui is hij de beschermpatroon. Verscheen hij niet in eigen persoon en hielp hij niet de storm te bedaren toen zeelui om zijn hulp baden omdat hun schip dreigde te zinken?

En voorkwam hij niet dat de drie dochters van een arme vader in de prostitutie belandden omdat vader geen bruidschat voor ze had? Want wat kon je in die tijden als ongetrouwde vrouw anders doen voor de kost? Maar Sint Nicolaas voorkwam dat door stiekem drie buidels met gouden munten door een raam van hun huis naar binnen te gooien. Dus werd onze goede Sint zo ook nog beschermheilige van ongetrouwde vrouwen en prostituees.

NicolasB

NicolasCDit zijn trouwens  maar een paar van de mirakels die hij destijds verrichtte. Kom daar tegenwoordig nog eens om, zulke grootse wonderen! Daar kunnen degenen die de laatste tijd door Rome heilig werden verklaard echt niet aan tippen.

 

Ik kan me dus heel goed voorstellen dat Sinterklaas er op z’n oude dag, ergens in de loop van de 19de eeuw, een hulpje bij kreeg in de figuur van Zwarte Piet. En zou zo’n aardige man die hulp als slaafje gebruiken? Kom nou toch! Trouwens, elders wordt hij weer bijgestaan door anderen. Knecht Ruprecht in Duitsland, Pére Fouettard in Frankrijk of Krampus in Zwitserland. Overwerkt zullen zijn hulpen dus niet kunnen raken, zodat de Arbodienst ook niet hoeft te klagen.

Een plezierige Sinterklaas toegewenst en tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Een eindigende traditie?


Broulim1 Nee, natuurlijk niet die van Sinterklaas en Zwarte Piet. Die zit zo diep geworteld in onze cultuur, die blijft nog heel lang. Ook met Zwarte Piet erbij. Daarin geloof ik heilig. Ik bedoel hier de traditie van de nieuwjaarssteendruk van Rudolf Broulim. Die is een ietsje minder bekend dan die van onze Sint Nicolaas, maar toch óók heel leuk. Zeker voor degenen die er mee te maken hebben. Waaronder ik dus.

Regelmatige lezers van dit blog “TOOS&ART” weten ‘t, ik werk al een aantal jaren samen met Rudolf Broulim in zijn steendrukatelier te Ekeren aan de noordkant van Antwerpen. Heel wat steendrukken heb ik daar gemaakt in samenwerking met deze zeer ervaren meestersteendrukker van de oude garde. Niet alleen litho’s voor mijzelf maar ook voor zeer gelimiteerde Franse uitgaven van de Ilias en Odyssee van Homerus en de Légende dorée. En ook dat nieuwjaarssteendrukje dus. Dat is een mooi gebaar van Rudolf voor “zijn kunstenaars”. Waarbonder bijvoorbeeld Jan Decleir. Bij ons vooral bekend als acteur in films als Mira, Karakter en Kruistocht in spijkerbroek. Maar in België ook als beeldend kunstenaar. Wij krijgen dan ieder een stukje ter grootte van een ansichtkaart ter beschikking op een grote steen om daar een eigen ontwerp op te maken. In de loop van december  wordt dat in ’t zwart 100x doorgedraaid op de steendrukpers. Zo krijg ik dan honderd originele kunstwerkjes van eigen hand cadeau waarmee ik aan het begin van het nieuwe jaar vrienden en goeie relaties blij kan maken.

Ik heb hier voor de nieuwsgierigen nog een filmpje ingebouwd over het ontstaan van zo’n steendruk  (ook te zien op YouTube met de link http://youtu.be/FllnbULjCqY).

Maar aan alles komt een eind. Want Rudolf gaat er mee stoppen. Op zijn leeftijd, met een lang werkzaam leven achter zich, heeft hij dat ook beslist verdiend. Maar jammer genoeg heeft hij geen opvolger. Steeds minder kunstenaars werken met die prachtige lithotechniek, waardoor er met het steendrukken hooguit nog droog brood is te verdienen. Veel steendrukpersen worden nu zelfs verkocht aan kunstacademies in China, waar de lithografie juist in opkomst is. Natuurlijk blijven er, verspreid over Europa, nog wel wat ateliers over met nieuwe bevlogen steendrukkers aan het hoofd. Maar de oude garde die het vak werkelijk tot in de vingertoppen beheerst, sterft langzaam aan uit.

Broulim3

Overigens, we hebben in ons land in Valkenswaard  nog wel het zeer interessante Nederlands Steendrukmuseum. Onder de bezielende leiding van directeur Frank van Oortmersen en zijn team wordt daar met speciale exposities en demonstraties “de steendruk” in al zijn facetten meer dan levend gehouden. Echt de moeite waard (www.steendrukmuseum.nl).

Broulim5

Een paar dagen geleden zat ik in Ekeren dus waarschijnlijk voor het laatst gebogen over een steen om daar op mijn eigen stukje mijn nieuwjaarsafbeelding te maken. Hoe die eruit ziet? Dat blijft nog geheim. En wie ‘m gaan krijgen? Ook dat blijft natuurlijk nog geheim tot ergens in januari. Wel kan ik al vast verraden dat ie dit keer een heel speciaal doel heeft. Maar welk doel? Inderdaad, ook dat blijft nog geheim. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Zacht als steen


01 steendruk

02 steendruk Senefelder wist wel wat ie deed, zo rond 1800, toen hij bezig was zijn uitvinding van het steendrukken te ontwikkelen. Graniet, dat was ’t niet, te hard. Had hij even mazzel dat bij hem in Beieren de Solnhofer kalksteen ruim voorradig was.  Daarop kon je met inkt tekenen en het oppervlak was makkelijk weg te schuren. Zacht als steen dus. En daarvan maak ik op het moment gebruik. In het steendrukatelier van Rudolf Broulim in Ekeren bij Antwerpen. Daar ga ik een paar duizend jaar terug in de tijd om een paar jaar vooruit te kunnen werken. Cryptisch taalgebruik? Oké, ik leg ’t uit.

Rudolf is van een uitstervend soort.  De soort “meestersteendrukker”. Binnen die soort zijn alle kneepjes en geheimen van het steendrukvak bekend. Maar steendrukken is uit, zodat de op leeftijd komende meesters er de brui aan geven en er nauwelijks nieuwe voor in de plaats komen. Zo gaat Rudolf eindelijk met pensioen en bij wie moet ik dan mijn litho’s gaan maken? Om dat probleem voor te zijn, ben ik al vast aan de gang gegaan met een serie die waarschijnlijk pas in de openbaarheid zal komen in 2015. Vandaar dus dat vooruit werken voor een paar jaar. Overigens, ik ben nu pas aan de gang met de eerste stappen voor de eerste drukgang.  Er zullen nog heel wat volgen.

03 steendruk

En die paar duizend jaar terug? Dat is de schuld van Jean Paul Aureglia, eigenaar van galerie Qvadrige/drukkerij La Diane Française in Nice. Geen onbekende voor de lezers van dit blog, net zo min als Rudolf Broulim trouwens. Met Jean Paul heb ik al aan diverse van zijn bijzondere projecten meegedaan. Gelimiteerde oplagen van iconen uit de wereldliteratuur als de Divina Commedia van Dante en de Ilias van Homerus. Geïllustreerd met originele kunst in de vorm van steendrukken, zeefdrukken, etsen en houtsneden.

Nu heeft Jean Paul een nieuw project op stapel staan. De Odyssee van Homerus. In feite het vervolg op de Ilias. Verhaalt die alles rond de strijd om Troje, in de Odyssee worden de avonturen van Odysseus beschreven als hij probeert na de verovering van Troje weer op huis aan te gaan. Daarbij wordt hij door sommige goden heftig tegengewerkt, door andere juist geholpen. Kijk, die Grieken houden nu dan wel hun handje op, maar in het verleden hebben ze ons ook heel wat nagelaten waaraan we nog steeds inspiratie ontlenen. Ik wel in ieder geval, omdat Jean Paul me heeft gevraagd ook weer aan deze nieuwe uitgave deel te nemen. Een editie dus die pas over een paar jaar het licht zal zien. Maar in de tussentijd zal ik er vast nog wel eens over berichten. Zoals nu. Tot volgende week.

04 steendruk

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Een steendrukfeestje in Valkenswaard


Kennen veel mensen in Nederland de Zwitser Ernst Hanke? Vast niet. Weten veel mensen van het bestaan van het  Nederlands Steendrukmuseum? In absoluut aantal vast meer, maar in percentage van onze bevolking? En hoe zit dat bij de naam van fijnschilder Poen de Wijs? Mij zijn alle drie die namen in ieder geval heel goed bekend en dierbaar. Reden voor mij dus om afgelopen weekeinde in Valkenswaard te zijn. Want daar staat dat Steendrukmuseum en daar waren ook Ernst en Poen . Maar hoe zit dat met al die verbindingslijntjes?

Een aantal keren heb ik in zijn atelier in Zwitserland  met meesterdrukker Ernst Hanke samengewerkt bij het maken van steendrukken. Sommige daarvan in opdracht, als relatiegeschenk van Nederlandse bedrijven, en sommige gewoon als vrij werk voor mijzelf. Bijgaande foto’s tonen Ernst en mij samen bezig op zijn steendrukpers.

steendruk 1

steendruk 2

Maar Zwitserland ligt natuurlijk niet om de hoek. Dus moet er een goede reden zijn om daar verzeild te raken. Die reden was mijn goede kunstvriend Poen de Wijs, een gerenommeerde naam in  de Nederlandse fijnschilderswereld. Toen ik in opdracht enkele steendrukken moest maken, wees Poen me op Ernst. In zijn ogen één van de beste steendrukkers in Europa, met wie hij al een aantal jaren samenwerkte en bij wie hij een rijk litho-oeuvre had opgebouwd . Die tip was goud waard. Ernst bleek inderdaad één van de beste.

Jammer genoeg is de zo’n 200 jaar oude steendruktechniek uit de gratie aan het raken. De drukkerswereld werkt natuurlijk al heel lang met andere technieken, maar ook de meeste kunstenaars stappen over op ’het digitale’. Dat is best spijtig want met het steendrukken kun je de prachtigste kunstwerken in kleine oplage maken. De pensioengerechtigde Ernst Hanke is dus gestopt en zijn imposante drukpers staat nu werkeloos te zijn in Zwitserland.

steendruk 3

steendruk 4Maar gelukkig hebben we in Valkenswaard het Nederlands Steendrukmuseum  (www.steendrukmuseum.nl). Onder de bezielende leiding van directeur Frank van Oortmersen wordt daar dat aloude steendrukken met verve gepromoot. Onder andere door wisselende exposities. En dat was de reden voor mijn aanwezigheid. Op vrijdag werd namelijk de tentoonstelling “Poen de Wijs in steendruk” geopend. In aanwezigheid ook van Ernst Hanke. Hij en Poen hebben op de grote pers in het museum als demonstratie het hele weekeinde van vrijdag t/m zondag  gewerkt aan het creëren van een nieuwe kleurenlitho. Dat ik hierdoor met veel plezier met zowel Ernst als Poen weer eens lekker kon bijpraten, moge duidelijk zijn. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag