Tagarchief: magisch realisme

Twee Kunsticonen en één Mexicaans Magisch Realistisch Koppel: Frida Kahlo en Diego Rivera


Ronddwalend in het Cobra Museum op de top-expositie ‘Frida Kahlo & Diego Rivera: A Love Revolution’ werd ik al snel 30 jaar teruggezet in de tijd. Toen levensgezel en ik rugbezakt rondtrokken in Mexico. De magisch realistische sfeer die ik daar toen regelmatig ervoer kwam weer helemaal boven bij het zien van dit werk van Rivera.

Diego Rivera, De genezer

‘De genezer’ , maar voor mij had ’t ook ‘De sjamaan’ mogen heten. Of ‘Shaman’ zoals de titel luidt van dit olieverfschilderij van mij.

Toos van Holstein, Shaman, olieverfschilderij

Met als inspiratiebron een kerkje in Chamula. Zo’n 900 km van Mexico-Stad, dicht tegen Guatemala aan, nog een echte Maja-streek. ’t Was puur magisch realisme in die in naam katholieke Iglesia de San Juan Chamula. Uren hebben we er stil in een hoekje gezeten, tussen de brandende kaarsen op de kale grond, banken en stoelen waren er niet te vinden. Alleen maar kijken, ervaren, voelen. Foto’s maken? Dat deed je gewoon niet, dan kwam je te dicht op de huid van de mensen daar, op de heel bijzondere en serene sfeer.

deze foto heb ik van internet geplukt

In kasten langs de muren stonden heel veel heiligenbeelden met Spaanse namen. Maar je wist gewoon dat de Maja’s er nog steeds hun oude goden van eeuwen her in zagen. Die voor de vorm waren omgedoopt in katholieke heiligen. Op de grond zat hier en daar een dokter. Nou ja, dokter? Zo’n heler van Rivera. Met eieren naast zich en colaflesjes waar echt geen cola meer in zat. Wat wel? Ik zou ’t niet weten. En met kippen. Een moeder legde een duidelijk ziek kind in de schoot van zo’n heler. Een ei werd heen en weer gestreken over dat lichaampje, er werd gemompeld en er werd wat gegoocheld met de flesjes. Sjamanisme uit de tijden van voor Columbus, van voor de Spanjaarden. Dit gebouw was in naam dan wel een katholieke kerk, maar echt ook alleen in naam.

de Iglesia de San Juan Chamula , wel zelf gefotografeerd

Zo had ik tijdens onze reis meer van die magisch realistische ervaringen. Bijvoorbeeld bovenop een oude Majatempel met al die voor onze Europese ogen zo vervreemdende en soms angstaanjagende versieringen . Urenlang zag ik onder mij groepjes Amerikanen suf achter hun vlaggetjesgids aansjokken. Maar ik voelde na verloop van tijd, echt niet gelogen, de schimmen uit het verleden en zag het bloed van de vele mensenoffers langs de trappen naar beneden lopen. Tja, rijke fantasie? Mogelijk iets voor een ander verhaal.

deel van de tentoonstelling

Terug naar Amstelveen waar het nog tot 3 oktober draait om Frida en Diego. Diego de vrouwenveroveraar (1886-1957) en Frida (1907-1954) die beide seksen zag zitten.

Diego en Frida links van hem

Beiden overtuigd communist en beiden tweemaal getrouwd. Maar dan wel met elkaar. Want Frida pikte het niet dat Diego ‘het’ tijdens hun eerste huwelijk ook deed met haar zus. Maar zonder elkaar konden ze uiteindelijk toch ook weer niet. Frida werd langzaam aan bekend, Diego was al beroemd door zijn gigantische muurschilderingen. Gebaseerd op de strijd van de arbeider tegen het kapitalisme, op de wereldrevolutie. Geheel passend in het strijdbare Mexico van toen.

een van de muurschilderingen, op ware grootte op foto overgebracht
detail
nog zo’n muurschildering

detail

Diego Rivera, De calla lelies verkopers (1943)

Dat Frida’s carrière zich langzaam ontwikkelde kwam ook omdat ze soms tijden lang niet kon schilderen. Vanwege een vreselijke trolleybusongeluk op jonge leeftijd waarbij  een stalen stang haar lichaam had doorboord. Dat, in combinatie met haar door kinderverlamming getroffen rechterbeen, verruïneerde niet alleen haar lijf maar ook haar leven. Abortus en miskraam waren haar deel. Maar met ongelooflijke wilskracht probeerde ze te blijven schilderen. Vooral zichzelf, want dat had ze het dichtst bij zich. Met heel vaak magisch realistische elementen erin. Maar zoals ik zelf dus meemaakte, dat is eigen aan de cultuur van Mexico.

een aantal zelfportretten van Frida Kahlo

zelfportret met Diego op haar voorhoofd geschilderd
Rivera die toekijkt terwijl Frida bezig is aan bovenstaand schilderij

Maar dat verminkte lichaam en die voortdurende strijd tegen pijn, dat unieke kunstoeuvre en die heel speciale band met Rivera, hun gezamenlijke communistische strijd waarin zowel Stalin als zijn in Mexico vermoorde tegenhanger Trotsky een rol speelden, dat alles heeft Frida Kahlo gemaakt tot een groot vrouwelijke kunsticoon. De vrouw met die wereldwijd bekende kenmerkende zware, zwarte, bijna doorlopende wenkbrauwen. De vrouw die uiteindelijk haar eerst veel beroemdere Diego heeft overstegen.

Frida Kahlo, De miskraam, steendruk 1e proefdruk

Logisch dus dat ik die tentoonstelling in het Cobra Museum wilde zien. Logisch ook dat ik een aantal jaren geleden al de boeiende speelfilm ‘Frida’ zag. En voor de hand liggend dat ik ga proberen de documentaire ‘Frida, Viva la Vida’ te gaan zien die nu in de bioscoop draait.

Dat ik verder nieuwsgierig ben naar de tentoonstelling ‘Viva la Frida!- Life and art of Frida Kahlo’ die op 10 oktober start in het Drents Museum?  Hoezo! Tot volgende week.

TOOS

De Mythe van het Kunstenaarsatelier


Rembrandt, De kunstenaar in zijn atelier, 26-32 cm (Museum of Fine Arts, Boston)

Laatst zag ik, al vegend op mijn tabletscherm, bovenstaand schilderij van Rembrandt weer eens letterlijk voorbij schuiven. Elke keer opnieuw prachtig en intrigerend, dat beeld van die kunstenaar in zijn atelier. Eenzaam en peinzend starend richting ezel. Met daarop een doek waarvan we alleen de lege achterkant zien. Juist bij dat schilderij moet ik altijd weer denken aan een gesprek dat ik begin jaren 90 had met kunstgenoot Michael Parkes (1944). Amerikaan, maar al heel lang wonend in Spanje .Nu wereldwijd een van de bekendste magisch realisten van deze tijd, toen al midden in een zeer succesvolle carrière.

enkele olieverfschilderijen van Michael Parkes

 Ik mocht naast hem aanschuiven bij het diner dat we van Gerrit Steltman, eigenaar van de Amsterdamse Galerie Steltman, voorgeschoteld kregen na de opening van Michael’s nieuwe expositie. Allereerst door de relatie van levensgezel met de galerie, maar ook omdat ’t Gerrit interessant leek de kunstenaars in het gezelschap aan elkaar te koppelen. En waar praat je dan samen over? Over kunst natuurlijk en over het leven als kunstenaar. Over exposities en over je atelier. Voor mij op dat moment heel belangrijk. Want ik stond toen twijfelend op een tweesprong. Kon ik het sociale van het onderwijsleven blijven combineren met de kunst of ging ik echt helemaal alleen voor het kunstenaarschap? Echt wat je noemt een essentiële en existentiële levensvraag. Michael had al heel snel na zijn academie opleiding  en reizen in het Verre Oosten gekozen voor het laatste. Dat werd dus interessant filosoferen.  Met bijvoorbeeld deze belangrijke vraag van zijn kant. ‘Toos, wat denk je, zou je de eenzaamheid van het atelier aankunnen? Die urenlange afzondering in je eentje in die ruimte? Dat je helemaal afsluiten van de wereld en alleen in je eigen bubbel verkeren. Elke dag weer. Elk jaar opnieuw. Als je dat niet kunt, ga je vluchtgedrag vertonen, dan houd je dat leven niet vol.’

Dit gesprek met Michael is voor mij toen mee belangrijk  geweest bij mijn keus. Die voor het kunstenaarsbestaan. Dat heb ik hem bij een latere gelegenheid natuurlijk ook wel verteld. Onderstaande foto van een paar dagen geleden heeft dus absoluut een link met zijn advies destijds.

een paar dagen geleden in mijn atelier

Nu is het ‘opsluiten’ in mijn atelier, het bewust kiezen voor een soms dagenlang kluizenaarsbestaan heel normaal. Snap je daardoor mijn liefde voor dat schilderij van Rembrandt? Een werk dat hij in 1629 maakte op 23-jarige leeftijd. Verder ook het enige van hem in dat soort. In heel zijn verdere oeuvre komt geen ander atelierschilderij meer voor. Wel vond Rembrandt navolging. Zoals in 1632 door Gerard Dou (1613-1675), zijn eerste leerling in Leiden.

Gerard Dou_De schilder in zijn werkplaats (1632), 59-43 cm

Maar voor mij is dit een veel te bestudeerd zelfportret. Waarin Dou vooral wil laten zien welk een ontwikkeld persoon hij eigenlijk wel is. Dat grote opengeslagen boek, die wereldbol, de muziekinstrumenten. ‘Kijk mij eens, bij mij moet je zijn’. Even terzijde, dit werk is toevallig recent aangekocht door het Leidse Museum De Lakenhal. Met financiële steun van onder andere die voor onze museumwereld zo belangrijke Vereniging Rembrandt. Steun die door de Rembrandtkaart aan te schaffen!! Alleen is die aanwinst nog steeds niet te zien. Wanneer begrijpen ze daar in Den Haag nou eindelijk eens in dat museumbezoek nauwelijks bijdraagt aan de coronaverspreiding! Maar goed, dat is een ander verhaal.

Terug naar het atelier en mijn voorkeur voor Rembrandt met zijn ‘hoe sterk is de eenzame schilder’! Om maar eens te parafraseren op dat beroemde lied van Boudewijn de Groot over de eenzame fietser. Denkend over en schrijvend aan deze aflevering krijg ik trouwens langzaamaan het gevoel dat dit wel weer eens kan ontaarden in een flink rijtje schrijfsels over het kunstenaarsatelier. Want hoe is die werkplaats voor wat in de middeleeuwen werd gezien als een ambacht omgetoverd naar dat nu bijna MYTHISCHE atelier van DE KUNSTENAAR?

‘De uitvinding van de olieverf’ uit de serie ‘Nieuwe ontdekkingen’ (ca.1580) van Jan Baptist Collaert (1566-1628), naar een oudere serie van de in Italië levende Vlaming Johannes Stradanus (1523-1605

Bovenstaande gravure toont toch gewoon een werkplaats? Maar dat wordt iets voor de volgende keer. Eerst als tegenstelling deze alinea uit het boek ‘De emigrés’ van W.G.Seebald.

‘De in de hoeken verzamelde duisternis, de bobbelende pleisterlaag vol zoutvlekken en de afbladderende verf op de muren, de met boeken en stapels kranten overladen stellages, de kasten, werkbanken en bijzettafels, de waaierfauteuil, de gaskachel, de matrassen op de vloer, de in elkaar geschoven bergen papier, servies en materiaal, de karmijnrood, bladgroen en loodwit in de duisternis glanzende verfpotten, de blauwe vlammen van de twee paraffinesmelters, het hele meubilair schuift millimeter voor millimeter in de richting van het centrale deel, waar de kunstenaar zijn schildersezel heeft neergezet in het grauwe schijnsel dat binnenvalt door het hoge, met het stof van decennia overdekte noordraam.’

Sorry hoor, gaat dat niet een ietsiepietsie te ver! Alhoewel? Wat te denken van dit atelier?

Komende keer de onthulling. Tot volgende week.

TOOS

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Kunstinitiatieven contra de corona crisis


We leven op dit moment toch maar in bizarre tijden! Want stel nou dat je na een aantal alcoholrijke Brabantse of Limburgse carnavalsdagen eind februari had gehallucineerd dat half mei kapperszaken met wel of niet met mondkapjes bekapte kappers zouden worden overstroomd door langharig tuig. Dan was de kans op een aantal dagen thuisquarantaine beslist groot geweest. Zelf kan ik er trouwens weken over dubben of ik nou wel of niet naar de kapper zal gaan. Dus in deze situatie nog een paar weken langer twijfelen? Voor mij geen probleem.

bezig in mijn atelier, met mijn uitgegroeide haardos

Of stel dat je eind februari na je gebruikelijke skivakantie in Noord-Italië een bezoekje aan je nagelstudio nog maar even liet zitten. Oeps, kardinale fout! Nu blijkt uit de met afspraken vol stromende agenda’s dat in onze welvaartswereld de nagelstudio een eerste levensbehoefte vormt voor velen. Onze grootouders zouden wel heel erg magisch realistisch hebben moeten kunnen dromen om zich dat voor te kunnen stellen. Ik trouwens ook. Want mijn nagels zijn onderdeel van mijn schildersgereedschap. Er lekker mee krassen in de verf of zelfs verf ermee wegkrabben, ik hoef er echt geen kleurpatroontjes op te laten smeren. En het schilderslinnen manicuurt ze vanzelf.

hier is mijn duimnagel er goed voor

Maar de laatste paar weken gebeurt dat toch iets minder. In feite is dat de dikke schuld van het CBK Zeeland, het Centrum Beeldende Kunst in Middelburg. Daar werd in april het initiatief genomen tot de website Kunstbezorgd.nl. Toen schreef ik er al over. Lees maar. Naar aanleiding daarvan startte ik met wat ik maar mijn ‘Corona Serie’ ben gaan noemen. Hieronder een kort filmpje met daarin  voorbeelden ervan. Best makkelijk, zo’n iPad Pro die dat bijna helemaal uit zichzelf even voor je uitzoekt.

Allemaal kunstwerken ter grootte van een in de brievenbus passend A4’tje. Maximaal dus 21,0 bij 29,7 cm. Want dat was één van de voorwaarden bij deze actie. Zoals ook dat je ingeschreven moest zijn als professioneel Zeeuws kunstenaar. En je moest akkoord gaan met de standaardprijs van €100 voor alle kunstwerken. Ongeacht je status als kunstenaar. Ongeacht wel of geen provinciale, landelijke of internationale bekendheid. Ongeacht het kunstcircuit waarin je verkeerde. Ongeacht lage of hoge verkoopprijzen in atelier of galerie en ongeacht het type kunstwerk. Gewoon gelijke kunstenaars, gelijke kunstkappen. Een sympathiek initiatief. Levensgezel en ik hebben daarbij onderling nog wel even over die prijs gediscussieerd. Want €100 was toch eigenlijk wel rijkelijk laag gezien de prijsopbouw van mijn kunst in de loop van mijn kunstcarrière. Maar het regionaal Zeeuwse aspect en de hele opzet gaven de doorslag. Gewoon doen. Maar dan met wat?

werkend aan een kunstwerk uit de ‘Corona Serie’

Nou, om ideeën zit ik meestal niet verlegen. Struinend door de materiaalvoorraad in mijn atelier kwam ik ineens weer die stapel lekker dunne aluminiumplaten tegen. Een aantal jaren geleden gekregen van een vriendelijke drukker. Een ideale ondergrond om op te werken. En ook zodanig groot dat ik er met een scherp mes makkelijk twee keer een A4 uit kon snijden.

Nu zijn er dus al zo’n twintig van die Corona Serie verkocht op Kunstbezorgd.nl. Ik lever de foto’s aan bij het CBK, ze worden geplaatst en binnen de kortste keren zijn ze weg. Veren zat dus in mijn achterwerk. Zittend werken gaat nauwelijks meer.

een van de verkochte mixed media werken uit de ‘Corona Serie’

Daardoor ben ik de laatste weken voornamelijk met die mixed media Corona Serie bezig en kan ik mijn nagels even wat minder manicuren aan mijn olieverven. Wat die mixed media techniek dan wel inhoudt? Tja, dat blijft lekker het geheim van deze kunstenaar. Sommige technieken houd ik gewoon binnen de muren van het atelier ‘Holstein’.

afgelopen maandagmorgen geplaatst op Kunstbezorgd.nl, een paar minuten later verkocht

Zo wellen er in Middelburg meer kunstinitiatieven op ter bestrijding van de beperkende corona omstandigheden. Want ’t is natuurlijk heel jammer dat de april en mei edities van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute niet konden doorgaan. Daarom hebben we nu de actie ‘Kunst van binnen naar buiten’. Lees op https://www.kunstroutemiddelburg.nl/ maar eens wat dat inhoudt. De stad stikt tegenwoordig zowat van de bijbehorende affiches die achter vele ramen zijn geplakt.

in de etalage van mijn atelier

Zelf doe ik er aan mee met mijn ‘BUITENKUNST/KUNST VOOR BUITEN’. Daar schrijf ik vast nog wel een keer iets over. Voor nu moet een foto maar genoeg zijn.

 

Tot volgende week.

TOOS

Bijna al beroemd in Gubbio


‘Toos, zou jij willen meewerken aan de eerste prijs voor het Torneo dei Quartieri?’ ‘Vertel Giampietro, wat is dat?’ Want dat moest gastheer en keramist Giampietro Rampini me wel eventjes uitleggen. Nou, dat bleek dus het op één na grootste jaarfeest van de stad te zijn. Altijd op de avond van 14 augustus. Met direct daarop volgend het Ferragosta, Maria Hemelvaart, één van de belangrijkste vieringen in gans Italië. Logisch dus, die 14e augustus, want dan kun je ’s avonds en ’s nachts lekker doorhalen. Hoe je de 15e dan uit bed komt is een andere zorg. Maar daarover straks meer.

ver na middernacht wordt er nog druk gefeest voor de kerk van het eigen stadskwartier

Eerst de opzet van dat Torneo dei Quartieri. Een groots opgezette manifestatie op het prachtige Piazza Grande. Waarbij de vier concurrerende wijken van de middeleeuwse stad tegen elkaar opboksen met een eigen enscenering rond een zelf gekozen historisch thema. Maar dat weet ik dus ook allemaal pas sinds kort. Daarna komt er nog een wedstrijd kruisboog schieten. Met, dat zal niet verbazen, weer vier teams uit die vier wijken. Bestaand uit stoere, middeleeuws geklede mannen Want het zijn vanzelfsprekend wel alleen mannen die schieten. Vrouwen deden zoiets nog niet in de middeleeuwen. En het feminisme in macho-Italië? Dan kan nog wel een inhaalslagje maken.

de kruisboogschutters voor aanvang van de wedstrijd

in actie

Dat er bij zo’n festijn wat te winnen valt spreekt voor zich. De prijs waarover Giampietro sprak was die voor het beste middeleeuwse optocht-en-toneel spektakel. Een keramisch bord waarop ik eerst een deel zou schilderen waarna zijn vrouw Roseanna en hijzelf het zouden afmaken. Een echte coproductie Rampini/van Holstein. Of ik vereerd was met die uitnodiging? Wat dacht je! Want ik krijg na een paar weken dat keramiek beschilderen al wel in de vingers, maar het is technisch echt heel anders dan werken op een doek met olieverf. Dus als je dan als eerste buitenlandse kunstenaar aan zo’n belangrijke prijs voor de Gubbianen mag meewerken? Daar ga je van stuiteren. Mentaal gesproken dan. Want voor de lichamelijke variant is mijn lijf niet meer geschikt. Hier een foto van het prijsbord.

De afbeeldingen op de rand zijn van mij. Met daar tussendoor prachtig ingepast natuurlijke elementen van Roseanna. Giampietro schilderde het middendeel.

Die avond van het feest liepen hij en dochter Giulia ook mee in de optocht van zijn wijk San Giuliano. Want een wijk zonder eigen heilige, dat kan natuurlijk niet. Trommelaars voorop en het tableau de la troupe van bestuurders, notabelen, schone jonkvrouwen en gewoon voetvolk er achteraan. Prachtig om dat trommelgeluid uit de verschillende wijken te horen weerklinken in de smalle straten en tegen de steile helling waarop Gubbio ligt. Op de Piazza Grande werd dan de uiteindelijke onderlinge scenische strijd uitgevochten.

Maar afgezien van het daarop volgende kruisboogschieten ben je er nog niet. De balletschool van Gubbio kwam er ook nog aan te pas. En het spectaculaire vendelzwaaien. Dat alles gade geslagen door het publiek op de tribunes en een letterlijk en figuurlijk hooggeplaatst middeleeuws gezelschap op de indrukwekkende trap van het machtige Palazzo dei Consoli. Met natuurlijk een stel af en toe op lange trompetten blazende herauten achter zich.

dat vendelzwaaien en gooien is maar moeilijk scherp te krijgen in het donker

Daar mocht ik me later ook bij voegen, staand naast de burgemeester, om de eerste prijs uit te reiken aan de winnende wijk. Toevallig die van Giampietro. Waarbij van mijn kant van partijdigheid geen sprake kon zijn. Dat was het werk van een onpartijdige jury.

op de grote trap naast de burgemeester

de uitreiking van het prijsbord

En daarna bleef het nog lang onrustig in de stad. Toen levensgezel en ik na inname van de nodige bubbels ruim na twaalven de steile straten afdaalden, kwamen we nog twee trommelbendes tegen die gebroederlijk al roffelend op hun instrumenten door de straten marcheerden. Vergezeld nog steeds van een aantal middeleeuwse dames. Dat trommelen klonk overigens wel iets onregelmatiger dan eerder op de avond. Een bijna magisch realistische scene.

Oh ja, en het grootste jaarfeest van Gubbio dan? Dat is het Festa dei Ceri, altijd op 15 mei. Ik heb met Giampietro afgesproken daar volgend jaar bij te zijn. Tot volgende week.

TOOS

M-Day is coming!


 M-Day nadert met rasse schreden. Want zaterdag 7 juli is het zover. Dan staat het centrum van Terneuzen helemaal in het teken van Maria Theodora Mathilde de Doelder. Wie? Bij de naam Mathilde Willink (1938-1977) gaan vast heel veel meer lichtjes branden. Zeker bij de babyboomers. Want was ze tijdens haar leven, en eigenlijk ook nog daarna, niet een icoon in ons land? De naam Mathilde was vaak al voldoende om te weten over wie je ’t had. En waarom ze daar in Terneuzen iets mee gaan doen? Omdat ze daar 80 jaar geleden is geboren. Op 7 juli!

In februari schreef ik al eens over Mathilde, die komende Mathildedag en de bijbehorende exposities die de weken daarop te bezoeken zijn. Ik was namelijk gevraagd door het organiserend comité om daar een kunstzinnige bijdrage aan te leveren. Nou, geen probleem! Als je uit Mathilde geen inspiratie kunt putten, is er iets niet helemaal in orde met je.

Ga maar na. Een slimme meid die graag opviel, gymnasiumopleiding, daar een verhouding met een leraar die haar naast andere zaken ook inwijdt in de kunst en literatuur.

de jonge Mathilde

Op haar 19de naar Amsterdam om er een rijke vent aan de haak te slaan. Met als gevolg dat ze uiteindelijk een verhouding krijgt met de bijna 40 jaar oudere en carrière makende magisch realistische schilder Carel Willink. Vanaf dan begint haar glorietijd als extravagant opgemaakte en aangeklede societyster en stoeipoes. Onze eigenste Nederlandse Lady Gaga avant la lettre in vooral kleding van ontwerpster Fong Leng.

jurken van Fong Leng, gedragen door Mathilde en tentoongesteld in het nieuwe museum Kasteel Ruurlo, geheel gewijd aan Carel Willink

Die had ze ontdekt in de PC Hooftstraat in Amsterdam.Ttoen ook al dat chique koopparadijs waar ’t geen probleem was om wat geld stuk te slaan met diamanten en platina creditcards. Telegraaf en society journalist Henk van der Meijden ontdekt haar. Of misschien is het beter te zeggen dat zij er wel voor zorgde dat hij haar ontdekte.

Getrouwd en dus door het leven gaand als Mathilde Willink wordt ze wereldberoemd in Nederland  en is ze niet weg te slaan uit roddel en andersoortige bladen. Daarnaast schittert ze regelmatig op Willinks schilderijen.

schilderij van Willink met daarin Mathilde als model

de foto van Mathilde, gebruikt voor dat schilderij

Helemaal in stijl is haar vroegtijdig levenseinde nog steeds door mysterie omgeven. Na de door Carel Willink geforceerde scheiding raakt ze enigszins van het padje. Een poging om in New York onderdeel van het gevolg van de wereldberoemde schilder Salvador Dali te worden, mislukt. Terug in Nederland zijn criminele contacten haar niet vreemd. Als ze op haar 39ste dood op bed wordt aangetroffen met een kogel in haar hoofd en een pistool in de hand concludeert de politie zelfmoord. Anderen twijfelen echter sterk en vermoeden moord. Thrillerschrijver Thomas Ross wijdt er in 2003 nog een roman aan. Moord of zelfmoord? De uitslag is nog steeds onbekend.

Logisch dus dat ik, als in Zeeland woonachtige kunstenaar, van harte meedoe met die Mathilde manifestatie. Veel meer daarover vind je op de site https://mathildefestival.nl/ en op de Facebook-pagina daarover https://www.facebook.com/Mathildedag/. Op die site vind je ook al een foto van mijn installatie ‘Reflecting on Mathilde’ die komt te staan en hangen in het oude postkantoor.

Toos van Holstein, Reflecting on Mathilde

het oude postkantoor in Terneuzen

galerie Lokaal 54

Dat al een poosje leegstaande gebouw vormt samen met de nabijgelegen galerie Lokaal 54 het kunstzinnig hart van de manifestatie. Daarnaast ben ik nog druk bezig met een 3-luik dat de hele maand juli in die galerie te bezichtigen is, samen met werk van andere kunstenaars. Maar op die 7de juli zelf is er nog heel veel meer te doen. Zoals in het Scheldetheater, waar onder andere een grootse modeshow is geprogrammeerd. Zou daar nog een nieuwe Mathilde kunnen opstaan?

Zelf ben ik reuze benieuwd wat ’t allemaal gaat worden. Over zichzelf zei Mathilde eens “Ik ben als de maan. Ik wordt pas zichtbaar als ik door de zon van anderen word beschenen. Ik ben een illusie, opgeroepen door de mensen om mij heen.” Gezien alle reuring nu in Terneuzen, zo’n 40 jaar na haar dood, valt dat eigenlijk best wel mee. Tot volgende week.

TOOS